CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2. Position paper Landelijk Gebied 2023

Overige evenementen 21 februari 2023, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Stikstof problematiek7.235 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Position paper Landelijk Gebied

Samenvatting Aanleiding van position paper De leefbaarheid van het landelijk gebied staat onder druk. Veel uitdagingen komen samen in het landelijk gebied, zoals de energietransitie, toekomstbestendige voedselproductie, woningbouwopgave en het herstel van biodiversiteit. En we hebben ons aan Europese en landelijke doelen verbonden voor natuur, water en klimaat. Deze doelstellingen vergen een grote transitie van het landelijk gebied. Deze transitie raakt de taken en bevoegdheden van gemeenten volop. De VNG wil een actieve rol spelen in deze transitie.

Visie op het landelijk gebied De VNG wil een leefbaar landelijk gebied voor alle mensen, bedrijven en natuur. De basis daarvoor is brede welvaart, welzijn en een veerkrachtig natuurlijk systeem. In het landelijke gebied hebben mensen van oudsher invloed op hun eigen koers en identiteit. Het landelijk gebied heeft daarom een grote mate van verbondenheid, binnen kernen, tussen verschillende gebieden en ook met stedelijke gebieden. Tussen het landelijk en stedelijk gebied blijft een positieve wederkerigheid bestaan.

Context waarin de visie gerealiseerd moet worden Het verwezenlijken van deze visie zal een verandering betekenen voor het landelijk gebied. De verandering vindt plaats in een bestaande context van gemeenschappen, landschappen en diverse functies. De verschillende opgaven in het landelijk gebied vragen elk tijd en ruimte om op te lossen. Tegelijkertijd heerst er maatschappelijk onbehagen en onbegrip voor de probleemschets, aanpak en doelstellingen omtrent stikstof, natuur, water en klimaat. Ondertussen loopt Nederland tegen de grenzen van het bodem- en watersysteem aan en moeten deze systemen sturend worden in ruimtelijke planvorming. En in die planvorming moet rekening gehouden worden met het combineren van ruimtelijke functies (want de optelsom van opgaven vergt meer ruimte dan beschikbaar is) of het maken van pijnlijke keuzes in de ruimtelijke puzzel om dilemma’s op te lossen.

Doel van de position paper Het doel van deze paper is om een eenduidige kernboodschap te hanteren over het landelijk gebied voor alle Nederlandse gemeenten. De paper is hiermee de leidraad voor de VNG in gesprekken met het rijk en andere partijen. Met de eenduidige kernboodschap kan de VNG haar rol goed invullen.

Rol en inzet van de VNG De rol van de VNG is om samen met het rijk, IPO en UvW de voorwaarden te scheppen voor het goed functio-

neren van gemeenten als democratisch orgaan, bevoegd gezag en als uitvoeringsorganisatie. De VNG zet zich in voor drie doelen in het transitieproces in het landelijk gebied: 1. Constructieve en herkenbare positionering van de belangen van gemeenten bij medeoverheden 2. Gemeenten voeden met actuele beleidsontwikkelingen van andere overheden en ondersteunen bij (nieuwe) uitvoeringstaken 3. Versterken van samenwerking binnen de VNG en versterken van samenwerking met bestaande gemeentelijke samenwerkingsverbanden

Prioriteiten voor de VNG-lobby landelijk gebied voor de komende periode De VNG heeft drie prioriteiten op gebied van inhoud. Ten eerste is het essentieel voor het functioneren van de Nederlandse gemeenten om het vertrouwen van de inwoners in de overheid weer te herstellen. Hiervoor is open en duidelijke communicatie noodzakelijk en moeten betrokken partijen voldoende tijd en ruimte hebben om mee te denken en plannen uit te voeren. Ten tweede moet in de gebiedsprocessen uitgegaan worden van brede welvaart in het landelijk gebied. Hierbij moet breder gekeken worden dan alleen natuur, water en klimaatdoelen. Ook moeten andere (sociale) thema’s integraal worden meegenomen, zoals bereikbaarheid van sociale voorzieningen, werkgelegenheid, betaalbare en betrouwbare energie. Ten derde moet er perspectief geboden worden aan inwoners en ondernemers die te maken krijgen met de gevolgen van de transitie. Hier hoort een langjarig stabiel verdienmodel voor ondernemers bij. Op het gebied van samenwerking pleit de VNG ervoor om gemeenten als volwaardig partner te betrekken bij de gebiedsprocessen. Gemeenten staan dicht bij hun inwoners en staan aan de lat voor uitvoering van (verder) te ontwikkelen plannen, zoals herbestemming en vergunningverlening.

Op het gebied van uitvoering en financiën pleit de VNG voor het beschikbaar stellen van voorfinanciering om door te kunnen gaan met lopende gebiedsprocessen en nieuwe gebiedsprocessen op te starten. Daarnaast moet financiering beschikbaar komen voor uitvoerings- en proceskosten voor gemeenten, provincies en waterschappen tot januari 2024. Dit om de tijd te overbruggen totdat middelen uit het Transitiefonds beschikbaar komen.

Positie van de VNG op relevante thema’s voor het landelijk gebied In de position paper gaan we dieper in op verschillende thema’s die relevant zijn in het landelijk gebied. Dat gaat over het Nationaal Programma Landelijk Gebied, met hierbij de thema’s natuur, klimaat en water. En over stoppersregelingen MGA-2 en LBV en vrijkomende agrarische bebouwing. Per thema gaan we in op de impact op het landelijk gebied en de taken, belangen en rol van gemeenten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2

Position paper

Landelijk Gebied De leefbaarheid van het landelijk gebied staat onder druk. Veel uitdagingen komen samen in het landelijk gebied: onder andere de energietransitie, toekomstbestendige voedselproductie, woningbouwopgave, bereikbaarheid van (sociale) voorzieningen, herstel van biodiversiteit en verbetering van de waterkwaliteit. Ook sociaal gezien is er onrust: er zijn zorgen over het behoud van identiteit van het landelijk gebied en er is toenemende polarisatie en wantrouwen jegens de overheid. Daarbij hebben we ons Europees en/of landelijk gecommitteerd aan doelstellingen om de kwaliteit van de natuur en het watersysteem te verbeteren, tot een klimaatneutraal landelijk gebied te komen en honderdduizenden huizen bij te bouwen. Deze doelstellingen vergen een grote transitie van het landelijk gebied. In zowel de besluitvorming als de uitvoering raakt dit volop de taken en bevoegdheden van gemeenten. De VNG wil een actieve rol spelen in de transitie van het landelijk gebied. Het is belangrijk dat gemeenten hun rol en positie bepalen in deze transitie. Deze position paper van de VNG is daartoe een aanzet. Hierin zetten we eerst onze visie op het landelijk gebied uiteen en schetsen we vervolgens de context waarin de visie gerealiseerd moet worden. Hierna wordt het doel van de position paper en de rol en inzet van de VNG in het transitieproces toegelicht.

De prioriteiten voor de VNG-lobby worden aangegeven en vervolgens wordt per relevant thema voor het landelijk gebied aangegeven wat de positie van de gemeenten is. Visie VNG op het landelijk gebied De VNG wil een leefbaar landelijk gebied voor alle mensen, bedrijven en natuur. De basis daarvoor is brede welvaart, welzijn en een veerkrachtig natuurlijk systeem. Het landelijk gebied is een uniek en dynamisch samenspel van ruimtelijke, economische, ecologische en sociale waarden die met elkaar in evenwicht zijn. De leefomgeving is gezond, veilig en vitaal en mensen wonen, werken en recreëren hier met plezier. In het landelijke gebied hebben mensen van oudsher invloed op hun eigen koers en identiteit. Elk gebied heeft een eigen geschiedenis en heeft een herkenbare gebiedseigen sociale, economische, ruimtelijke en ecologische identiteit. Elk gebied heeft daarmee ook een eigen toekomst, wat een continu samenspel is van mondiale, nationale en lokale trends en ontwikkelingen en deze gebiedsidentiteit. Dit samenspel uit zich het meest zichtbaar op gemeentelijk niveau. Het landelijk gebied heeft een grote mate van verbondenheid. Binnen kernen, tussen verschillende gebieden en ook met stedelijke gebieden. Onderlinge verbondenheid en samenredzaamheid zorgen dat kleinere

kernen zich staande houden en woon- en werkkansen bieden voor kwetsbare groepen. Tussen het landelijk en stedelijk gebied blijft een positieve wederkerigheid bestaan. Ze hebben elkaar nodig voor voedsel, ruimte voor woningen, bedrijvigheid en infrastructuur, recreatie, natuur, drinkwater, schone lucht, (stedelijke) voorzieningen en waardering voor ieders manier van leven. Deze wederkerigheid tussen stedelijk en landelijk is een randvoorwaarde voor een veerkrachtig en leefbaar landelijk gebied voor mensen, bedrijven, natuur en karakteristiek landschap.

Context waarin de visie gerealiseerd moet worden Het verwezenlijken van deze visie zal een verandering betekenen voor het landelijk gebied. De benodigde veranderingen vinden plaats in een bestaande context van gemeenschappen, landschappen en diverse ruimtelijke functies. Het is belangrijk rekening te houden met de context voor het transitieproces. Veel opgaven komen samen in het landelijke gebied Zoals aangegeven komen veel opgaven samen in het landelijke gebied. Elk vragen ze tijd en ruimte om op te lossen. Daarnaast kunnen ze conflicteren, waardoor een maatregel voor de ene opgave een maatregel voor de andere maatregel in de weg kan staan. Hierdoor is het voor gemeenten niet mogelijk om alle opgaven apart van elkaar op te lossen en is een integrale aanpak nodig. Om te voorkomen dat nu suboptimale keuzes worden gemaakt voor de toekomst wordt steeds meer gebiedsgericht gewerkt. Dit volgt onder andere uit de gebiedsgerichte aanpakken van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Echter focust het Rijk hier alleen op de samenhang tussen de thema’s natuur, water en klimaat, en mist de brede integraliteit. Er spelen nog veel meer opgaven op ruimtelijk, economisch, ecologisch en sociaal vlak. Ruimtelijk gaat dit over het landgebruik en landinrichting in samenhang met de behoeftes van mensen en bedrijven.

Economisch gaat het over een circulaire economie, goede werkgelegenheid, passend woningaanbod, goede bereikbaarheid, ruimte voor innovatie, goede digitale infrastructuur en een nieuwe bestemming voor leegstaande agrarische bebouwing. Ecologisch over stikstof, klimaat, waterkwaliteit, biodiversiteit. En sociaal over welzijn, veiligheid, gezondheid, een gevoel van erbij horen en ertoe doen (identiteit) en genoeg en passende sociale voorzieningen. De benodigde transitie is een kans om de vitaliteit van het landelijk gebied te vergroten. Maatschappelijk onbehagen Gemeenten ervaren een toenemend maatschappelijk onbehagen bij hun inwoners en ondernemers. Zij zien als een van de belangrijke oorzaken dat lokale kennis en lokale wensen te weinig worden meegenomen bij het bepalen van rijksbeleid. Er heerst onbegrip voor de schets van het probleem, de voorgestelde aanpak en doelstellingen omtrent stikstof, natuur, water en klimaat. Inwoners van het landelijk gebied maken zich zorgen over de identiteit van hun leefomgeving. Het onbehagen wordt versterkt doordat gemeentelijke organisaties kampen met onvoldoende financiële middelen, te strakke juridische kaders en onvoldoende personele capaciteit. Bij blijvend maatschappelijk onbehagen zullen inwoners en ondernemers niet heel snel vrijwillig deelnemen aan de transitie van het landelijk gebied. Dit vormt een risico voor het transitieproces.

Ook voor de langere termijn blijft het maatschappelijk onbehagen een zorg voor de toekomst van Nederland. Een systemische discussie over wat we als land belangrijk vinden en hoe we iedereen erbij houden is nodig naast het transitieproces van de komende jaren. Water en bodem sturend in ruimtelijke planvorming Het water- en bodemsysteem in Nederland loopt tegen zijn grenzen aan. Ook gemeenten zien dat het niet

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4

langer houdbaar is om alle functies overal uit te voeren. Daarom is het rijk voornemens om water en bodem sturend te laten zijn in ruimtelijke planvorming. Dit betekent bijvoorbeeld dat eerst het gewenste waterpeil wordt bepaald en vervolgens de mogelijke functies. Of dat de kwaliteit van de bodem verbeterd wordt door vervuilende activiteiten in aangewezen gebieden niet meer toe te staan. Dit zal leiden tot een verandering van de huidige ruimtelijke inrichting van het landelijk gebied. Combineren van ruimtelijke functies Vrijwel ieder stukje Nederland is bestemd met een functie waar vaak een apart, sectoraal beleid voor is. In ruimtelijke planvorming moet rekening gehouden worden met het combineren van ruimtelijke functies (want de optelsom van opgaven vergt meer ruimte dan beschikbaar is) of het maken van pijnlijke keuzes in de ruimtelijke puzzel om dilemma’s op te lossen. In de praktijk zijn deze functies vaak juist sterk met elkaar verweven en gemeenten zijn gezamenlijk de overheidspartij waar die verwevenheid het sterkst in beeld is. Gemeenten hebben direct contact met inwoners en ondernemers en kennen de geschiedenis, de huidige situatie en de wensen en noden van inwoners en bedrijven in hun gemeenten. Gemeenten zijn daarom een cruciale partij voor het ontwikkelen van een samenhangende visie over hun omgeving en de verbinding met de samenleving.

Doel van de position paper Het doel van deze paper is om een eenduidige kernboodschap te hanteren over het landelijk gebied voor alle Nederlandse gemeenten. De paper is hiermee de leidraad voor de VNG in gesprekken met het rijk en andere partijen. Deze eenduidige kernboodschap stelt de VNG in staat om haar rol goed in te vullen.

Rol en inzet van de VNG De rol van de VNG is om samen met het rijk, IPO en UvW de voorwaarden te scheppen voor het goed functioneren van gemeenten als democratisch orgaan, bevoegd gezag en als uitvoeringsorganisatie. Dat omvat uitvoeringskracht, instrumentarium, bestuurlijke regelruimte en werkwijzen, maar ook positionering in de regio en provincie, en richting andere stakeholders. De VNG zet zich in voor drie doelen in het transitieproces in het landelijk gebied:

Medeoverheden 1

Positioneren van belangen gemeenten

VNG Versterken samenwerking met gemeentelijke samenwerkingsverbanden

3

2

Versterken samenwerking

3 VNG intern

Voeden met actuele beleidsontwikkelingen en ondersteunen bij uitvoeringstaken

Gemeenten Figuur 1 - Schematische weergave van rol en inzet van de VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5

1. Constructieve en herkenbare positionering van de belangen van gemeenten bij medeoverheden Hierbij creëert de VNG zelf momenten waarop zij gevraagd en ongevraagd haar boodschap agendeert bij de EU, het rijk, provincies, waterschappen en andere stakeholders. Op deze manier brengt de VNG in wat er in de samenleving speelt. In bestaande bestuurlijke en ambtelijke (koepel)overleggen heeft de VNG een herkenbare positie en doet zij constructieve voorstellen, zodat gemeenten hun democratische rol en hun rol in de uitvoering van beleid naar behoren kunnen vervullen. 2. Gemeenten voeden met actuele beleidsontwikkelingen van andere overheden en ondersteunen bij (nieuwe) uitvoeringstaken We organiseren interactieve kennisbijeenkomsten om gemeenten te informeren over nieuwe (beleids)ontwikkelingen en hen voor te bereiden op (nieuwe) uitvoeringstaken. Dit kan een faciliterend, lerend of adviserend karakter hebben. We gebruiken hiervoor ook de nieuwe ambtelijke en bestuurlijke netwerken landelijk gebied. In deze netwerken is ruimte voor het uitwisselen van ideeën en succesvolle praktijkvoorbeelden (best practices) voor uitvoeringstaken. Ook moeten ze leiden tot goed geformuleerde en herkenbare standpunten.

Standpunten worden uiteindelijk vastgesteld in de commissies of het bestuur van de VNG, waarbij er direct een afweging en toets plaatsvindt op eventueel tegengestelde gemeentelijke belangen. Leefbaarheid en brede welvaart staan centraal. 3. Versterken van samenwerking binnen de VNG en versterken van samenwerking met bestaande gemeentelijke samenwerkingsverbanden We zetten ons in om binnen de VNG een eenduidige boodschap te hanteren voor het landelijk gebied. We werken daarvoor samen met andere teams op gebied van energie, mobiliteit en het sociale domein. Tot slot streven wij naar een actieve samenwerking met bestaande gemeentelijke samenwerkingsverbanden, zoals de G4, G50, P10, K80 en M60.

Vervolg van deze position paper In het vervolg van de position paper geven we eerst aan wat onze prioriteiten zijn voor de VNG-lobby op het gebied van inhoud, samenwerking en uitvoeren en financiën. Vervolgens gaan we in meer detail in op een aantal relevante thema’s voor het landelijk gebied. Per thema beschrijven we de achtergrond en impact op het landelijk gebied, de (extra) taken voor gemeenten, de belangen van gemeenten en de rol van de VNG hierin. Elk thema sluiten we af met bij het thema passende informatie, zoals beleidsbrieven, schriftelijke reacties van de VNG of handreikingen. De position paper is een levend document dat we continu blijven aanpassen aan de hand van actuele ontwikkelingen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6

Prioriteiten voor de VNG-lobby landelijk gebied voor de komende periode Prioriteiten op gebied van inhoud Het is voor het functioneren van de Nederlandse gemeenten essentieel om het vertrouwen van de inwoners in de overheid weer te herstellen. Dat vertrouwen is het fundament onder onze democratische rechtsstaat. De transities op het gebied van klimaat, natuur en landelijk gebied, waaronder de stikstofaanpak, leiden bij inwoners en ondernemers tot zorg en onzekerheid. Om deze onzekerheid weg te nemen is duidelijke communicatie noodzakelijk. Daarnaast moeten betrokken partijen voldoende tijd en ruimte hebben om mee te denken en plannen uit te voeren. Beleidskeuzes moeten goed onderbouwd zijn, met realistische tijdslijnen. Voor het slagen van het gebiedsproces moet uitgegaan worden van brede welvaart in het landelijk gebied. De discussie over het landelijk gebied focust op dit moment op de thema’s stikstof, klimaat en water. Het gaat nu vooral over het behalen van verplichte natuurdoelen, omdat deze zowel vanuit Europese regelgeving als het NPLG het meest urgent zijn. Daardoor mist de integraliteit en gaat het voorbij aan de ontwikkeling van een vitaal landelijk gebied waarin ook duurzame, niet-agrarische ontwikkelingen kunnen bijdragen aan een gezonder en duurzamer Nederland.

Gemeenten willen dan ook breder kijken, en in de gebiedsplannen ook andere (sociale) thema’s integraal meenemen, zoals bereikbaarheid van sociale voorzieningen, werkgelegenheid, betaalbare en betrouwbare energie, en ecologische doelen. Het transitiefonds van € 24 miljard biedt een kans om de aandacht voor deze thema’s in het landelijk gebied te vergroten. Van belang is ook dat er perspectief geboden kan worden aan inwoners en ondernemers die te maken krijgen met de gevolgen van de transitie. De vele ontwikkelingen in het landelijke gebied van de afgelopen maanden tot jaren hebben ervoor gezorgd dat veel ondernemers perspectief voor de toekomst missen. Ze zijn veelal zoekende naar een bedrijfsvoering die voldoet aan de richtlijnen voor onder andere stikstof, maar die ook economisch rendabel is. In gebiedsprocessen wordt gezocht naar deze bedrijfsvoering in samenwerking met de gebiedspartners, maar gebrek aan perspectief zorgt ervoor dat veel ondernemers weerstand voelen om mee te werken aan nieuwe beleidsrichtingen. Gemeenten kunnen goed bijdragen aan het begeleiden van inwoners en ondernemers in de zoektocht naar wat juridisch mogelijk is. Het is daarom cruciaal dat gemeenten tijdig kunnen meedenken en beslissen om met de samenleving breed perspectief te ontwikkelen en concretiseren.

Prioriteiten op gebied van samenwerking Gemeenten staan dicht bij ondernemers en inwoners en staan aan de lat voor uitvoering van (verder) te ontwikkelen plannen, zoals bij het democratisch vaststellen van planologische veranderingen. Daarnaast hebben ze kennis van lokale gemeenschappen en goed zicht op het hoe de integraliteit in de praktijk landt. Zo vervullen ze een paar cruciale rollen bij de gebiedsgerichte aanpakken en andere gebiedsprocessen: als uitvoerder, verbinder en puzzelaar. Betrek daarom de gemeenten als volwaardig partner bij de gebiedsprocessen.

Prioriteiten op gebied van uitvoering en financiën De gebiedsprocessen van het NPLG moeten voortbouwen op lopende gebiedsprocessen. In praktijk liggen deze processen echter veelal stil in afwachting van helderheid in beleid en beschikbaarheid van financiële middelen uit het Transitiefonds (beschikbaar in januari 2024). Stel daarom voorfinanciering beschikbaar om door te kunnen gaan met lopende gebiedsprocessen. Stel ook financiering beschikbaar voor uitvoerings- en proceskosten voor gemeenten (en provincies en waterschappen) tot januari 2024. Gemeenten maken nu al uitvoerings- en proceskosten, terwijl er pas in januari 2024 budget beschikbaar is voor deze kosten. Om voldoende meedenk- en uitvoeringskracht te hebben is ook tot januari 2024 financiering benodigd.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7

Positie van de VNG op relevante thema’s voor het landelijk gebied

Figuur 2 - Schematische weergave van relevante thema’s voor het landelijk gebied die in deze position paper in meer detail worden besproken. Voor de andere thema’s wordt naar andere relevante VNG documenten verwezen.

Nationaal Programma Landelijk Gebied Achtergrond en impact op het landelijk gebied Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) is een Rijksprogramma dat werkt aan het reduceren van emissies uit de landbouw ten behoeve van natuur en Natura 2000 gebieden. De drie aandachtsgebieden zijn natuur (programma Stikstof en Natuur), klimaat (Klimaatakkoord) en water (Kaderrichtlijn Water). Voor het programma is circa 24 miljard euro beschikbaar. In ruimtelijke planvorming uit zich dit in het creëren van ruimtelijke voorwaarden voor een natuurlijk water- en bodemsysteem. Het Rijk noemt dat ook wel de structurerende keuzes. Andere (Rijks)programma’s in het landelijk gebied zijn ook verbonden aan het NPLG. Lees hier meer over de Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied | Beleidsnota | Rijksoverheid.nl. De impact van het NPLG op het landelijk gebied is naar verwachting erg groot en veel gebieden zullen sterk veranderen. In welke mate dat het geval is hangt af van de door de provincie vast te stellen emissiereducties per gebied, de typologie van een gebied en de mate waarin de daar aanwezige bedrijven aan de doelstellingen kunnen voldoen. Het is niet uitgesloten dat bedrijven worden uitgekocht om doelen tijdig te halen. Als gebiedsautoriteit hebben provincies de taak om per 1 juli 2023 hun gebiedsplannen vast te stellen.

Het einddoel is naast een robuuste natuur ook een robuuste sociaaleconomisch structuur. Samenhang in de opgaven en gebiedsgericht werken zijn enkele belangrijke uitgangspunten. Taak gemeenten Gemeenten worden door het Rijk gevraagd mee te werken aan uitvoering van dit programma. Denk aan bestemmingsplanwijziging, herbestemming van door de overheid opgekochte agrarisch gronden of vastgoed en toezicht en handhaving in het kader van vergunningverlening. Gemeenten willen dit ook mogelijk maken via keukentafelgesprekken bij de boeren, omwonenden en belangenorganisaties. Gemeenten zijn ook partner in het gebiedsproces en –programma (concept juli 2023 gereed). In dat programma kan worden meegedacht aan bijvoorbeeld herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Er is ook ruimte voor sociale, landschappelijke of economische meekoppelkansen, mits deze bijdragen aan de doelen stikstof, water of klimaat. De uitdaging is dat in gemeenten ruimte gecreëerd wordt om te komen tot een brede integraliteit die aansluit bij hun praktijk. Dit alles vraagt van gemeenten extra taakbelasting en inzet, maar vooral ook aanpassing van omgevingsvisie en gerelateerde instrumenten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8

Belangen Belangen op gebied van inhoud 1. Geef belangen van de samenleving ook een plek om tot een integrale aanpak te komen. De Europese wettelijke opgaven van stikstof, water en klimaat halen we alleen als we de samenleving weten te activeren en plek is voor hun belangen. Besef dat nationale prioriteiten lokaal niet altijd dezelfde prioriteit hebben. We hebben grote zorgen op de effecten van de voorgenomen maatregelen op gemeenschappen, gebieden en gemeenten waar in korte tijd veel moet gebeuren. • Sluit daarom als Rijk niet op voorhand thema’s uit. Maak het echt integraal. Zorg dat het combineren van opgaven ook beloond wordt door het meefinancieren van andere belangen. Nu is ‘integraal’ te vrijblijvend, het belonings- en afrekensysteem is nog steeds sectoraal. • Werk écht gebiedsgericht: richten op wat de mensen en het gebied zelf nodig hebben. Aandacht voor lokale en sociaaleconomische prioriteiten kan als een katalysator werken bij bewoners en bedrijven voor meer draagkracht en minder maatschappelijk onbehagen om nationale doelen te halen. • Verruim het begrip ‘meekoppelkansen’ naar sociaaleconomische & lokale belangen die het lokale toekomstperspectief voor mensen, bedrijven en natuur stimuleren. Zo ontstaat een positieve en meer bestendige beweging versus instabiel compromis over opgaven. 2.

Werk vanuit gemeenschappelijke waarden: bekijk opgaven altijd als ondersteunend aan het perspectief en lange termijnzekerheid voor bewoners, bedrijven, natuur en landschap. Vanuit een aantrekkelijk en concreet perspectief ontstaat energie en gemeenschappelijke waarden om opgaven te realiseren. Blijf daarbij investeren in het sociale proces. Blijf inzetten op de 3 NOVI-afwegingsprincipes: : afwentelen voorkomen, gebiedsidentiteit centraal en opgaven combineren. De GGA v/d NPLG ademt dit nog onvoldoende. Meer over de Nationale Omgevingsvisie - De Nationale Omgevingsvisie. 3. Werk datagedreven om een gemeenschappelijk logisch verhaal te ontwikkelen met alle gebiedspartners. Iedereen heeft zijn/haar eigen logische verhaal, maar samen is dat vaak niet logisch. Provincie in de lead als data-bouwer, te raadplegen voor gemeenten. Belangen op gebied van samenwerking 1. Ontwerp een heldere planning en proces van A tot Z. Juli ‘2023 is zeer snel, vooral waar gebiedsprocessen nog moeten starten in een huidige context (juli 2022) van boerenprotesten. Claim meer tijd voor een kwalitatief goed gebiedsproces en stabiel evenwicht in plaats van een haastig instabiel compromis. Daar waar gebiedsprocessen al zijn gestart en minder complex zijn, kan direct met no-regret-maatregelen gestart worden wat bijvoorbeeld stikstofruimte kan opleveren. 2.

Benut efficiënt de bestuurlijke en ambtelijke organisatie en participatie in de samenleving via al functionerende gebiedsprocessen. 3. Verscherp rolduiding Rijk, provincie, waterschappen en provincies. 4. Werk als één overheid: we zetten in op interbestuurlijk werken en ontwerpen. Gemeenten moeten niet de uitvoeringsinstantie worden van het Rijk, maar vanuit samenwerking een logisch verhaal kunnen vertellen aan de samenleving. Voorkomen moet worden dat gemeentebesturen in een (verdere) spanning komen van onontkoombare doelen en lokale belangen. 5. Interbestuurlijke samenwerking: zorg dat iedereen kan putten uit expertise vanwege capaciteitsproblemen bij gemeenten. Dit voedt een gelijkwaardige interbestuurlijke samenwerking 6. Borg in de samenwerking genoeg experimenteerruimte en snelheid voor het toepassen van leerervaringen tussen gebieden. Zo biedt je ruimte aan ieders eigen transitiepad en stimuleer je innovatiekracht wat hard nodig is. Kijk of je als gemeente een geschikt gebied hebt, doe dit met andere gemeenten op provinciaal niveau. 7. Geef gemeenten regelruimte over bestemmingen en agrarische locaties om leegloop en verpaupering (zoals in Frankrijk) van het landelijk gebied tegen te gaan. Denk bijvoorbeeld aan experimenteerartikelen in provinciale omgevingsverordeningen. Belangen op gebied van uitvoering en financiën 1.

Maak expertise, structurele middelen en capaciteit voor de uitvoering gebiedsgericht beschikbaar voor provincies, waterschappen en gemeenten. Voorzie dit van een lange termijnvisie om het financiële ravijn na 2026 te dempen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9

2. Biedt vooraf garanties over eenvoudig verkrijgen van financiële middelen en zet ze dynamisch in (ontschotten van financiën). • Combineer geldstromen als er meerdere opgaven in samenhang kunnen worden ontwikkeld (NOVI-principe) • Beloon een gebied als ze efficiënt opgaven realiseren, bijvoorbeeld door mogelijk te maken dat gelden ook voor lokale opgaven ingezet mogen worden. Dit werkt stimulerend. • Zorg dat ongeoorloofde staatsteun geen obstakel is in de uitwerking. 3. Ga van start met aantrekkelijke pilots waarin wordt geoefend met samenhang in opgaven om ruimtevraagstuk op te lossen. Rol en bijdrage VNG De VNG lobbyt bij Rijk en (met) IPO en UVW via overleg, consultaties en zienswijzen. Inzet van de lobby is: stel voldoende expertise en capaciteit beschikbaar voor gemeente, financiële (flexibel in te zetten) middelen, uitvoerbare financieringsaanvragen, inbreng van lokale belangen in gebiedsproces, effectieve en tijdige ambtelijke en bestuurlijke samenwerking in regio. VNG zit aan tafel bij zowel beleid NPLG (ministeries BZK, IenW en LNV) als uitvoering via de Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied, die ook het fonds van 24,3 miljard euro beheerst namens de minister van Natuur en Stikstof.

Via het Ambtelijk Netwerk Landelijk Gebied en Bestuurlijk Netwerk Landelijk Gebied voedt VNG haar leden en haalt ze bij hen vraagstukken en praktijkvoorbeelden op om op Rijksniveau in te brengen.

Stikstof en Natuur (PSN en WSN) Achtergrond en impact op het landelijk gebied Er wordt in Nederland te veel stikstof geproduceerd. Deze overmaat aan stikstof landt onder andere in beschermde natuur, welke hier sterk onder lijdt en een achteruitgang laat zien. Een goede biodiversiteit is essentieel voor het in stand houden van ecosystemen en daarmee een gezonde leefomgeving. Het is onze opgave om de stikstofemissie terug te dringen. Bescherming van de natuur en herstellen van biodiversiteit is een verplichting die op Europees niveau is vastgelegd in de Vogel- en Habitatrichtlijn (in Nederland vertaald naar de Wet natuurbescherming). Uit de verplichting om de natuur te beschermen volgt ook de verplichting om de stikstofuitstoot terug te dringen en de natuur waar nodig te herstellen. Het terugdringen van de stikstofuitstoot zorgt maatschappelijk voor veel onrust. Het reduceren van stikstofuitstoot betekent namelijk, dat bepaalde geplande ontwikkelingen en activiteiten niet meer kunnen starten en bestaande ontwikkelingen en activiteiten moeten worden beëindigd, verminderd of rigoureus anders aangepakt. Dat heeft er nu al voor gezorgd dat veel ontwikkelingen en activiteiten (tijdelijk) zijn stilgelegd en ook vergunningverlening voor nieuwe of uitbreiding van activiteiten nauwelijks mogelijk is.

Denk hierbij aan evenementen, (agrarische) bedrijfsuitbreidingen, infrastructurele projecten, woningbouw, ontwikkeling bedrijventerreinen en recreatievoorzieningen. Daarnaast zet het Rijk in op een stevige stikstofreductie vanuit de veehouderij via inkrimping van de sector, technische innovaties en duurzame verdienmodellen in korte ketens. Provincies staan aan de lat om de doelen via gebiedsgerichte aanpak te realiseren. Op 1 juli 2023 moeten de plannen hiervoor in grote lijnen gereed zijn. Taak gemeenten • Uitvoeren van juridische procedures (wijziging bestemmingsplannen, verlenen en intrekken vergunningen, toezicht & handhaving) • Stimuleren duurzame initiatieven • Actieve rol nemen in gebiedsprocessen • Signaleren van kansen, ontwikkelingen, knelpunten en vragen • Signaleren en begeleiden van agrarisch ondernemers met interesse om te stoppen Belangen 1. Zorg dat integraliteit van verschillende programma’s gewaarborgd wordt met een duidelijk bestuurlijk aanspreekpunt. 2. Uitvoering van het PSN vergt inzet van gemeenten. Geef vooraf zekerheid over het vergoeden van extra inzet van arbeid en/of inhuur, via een werkbare en eenvoudige methodiek. 3. Betrek gemeenten vroegtijdig over maatregelen, effecten en rol, zodat het uitlegbaar is aan de samenleving. Dit helpt om weerstand en onbegrip zoveel mogelijk te voorkomen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten

10

4. Creëer nieuwe economische en sociale kansen waar de agrarische sector krimpt als gevolg van stoppers of opkoop van bedrijven. Geef hiervoor gemeenten voldoende regelruimte en flexibele werkwijzen om achteruitgang van de brede welvaart op het platteland te voorkomen. 5. Investeer in de gemeenschapszin waar de bevolking sterk verandert of afneemt. Rol en bijdrage VNG VNG organiseert het ambtelijk en bestuurlijk netwerk VNG, agendeert onderwerpen voor de bestuurlijke VNG-commissies RWM en EKEM, voor ambtelijke overleggen met de ministeries, IPO en Unie van Waterschappen en bereidt bestuurlijke input voor, voor het bestuurlijk overleg met de minister.

Maatregel gerichte aankoop boerderijen (MGA-2) en landelijke beëindigingsregeling Veehouderij (LBV) Achtergrond en impact op het landelijk gebied Het doel van deze vrijwillige regelingen is het verbeteren van de kwaliteit van overbelaste Natura 2000- gebieden en het creëren van ontwikkelruimte. LBV richt zich op het beëindigen van veehouderijlocaties die bovengemiddeld bijdragen aan stikstofbelasting en stikstofgevoelige natuur. Deelnemers kunnen een subsidieaanvraag indienen bij RVO voor doorhalen van productierecht en forfaitaire waarde van productiecapaciteit. MGA-2 richt zich op het aankopen of beëindigen van piekbelasters nabij Natura-2000-gebieden op basis van 100% marktconforme vergoeding, Provincies voeren deze regeling uit. We zien twee belangrijke knelpunten bij uitvoering van de regeling: 1. De fiscale gevolgen voor agrariërs zijn onduidelijk. Dit maakt de regeling voor hen minder aantrekkelijk. 2. Na opkoop/beëindiging volgt herbestemming waarin gemeenten een uitvoerende rol hebben die zowel complex is als snelheid vergt. Taak gemeenten Meewerken aan bestemmingsplanwijziging of herbestemming als ook toezicht en handhaving daarop.

Belangen Belangen op gebied van inhoud 1. Issues van waardeverandering en restwaarde (en gevolgen daarvan) door bestemmingswijziging is zaak provincie. 2. Maak een efficiënte en dynamische verantwoordingssystematiek waarin regelingen en activiteiten gecombineerd kunnen worden: gemeenten kunnen efficiënter en goedkoper opereren, wat helpt om (pro)actiever hieraan mee te werken. Belangen op gebied van samenwerking • Zorg voor meer coördinatie tussen overheden op regionaal en lokaal niveau. • Zorg dat gemeente is aangehaakt en kan meedenken over: 1. Gewenste herbestemming in lijn met gemeentelijke omgevingsvisie. “Aankoop” raakt niet alleen de locatie maar ook het sociaaleconomisch perspectief voor het gebied. 2. Realistische planning 3. Aanvullende capaciteit en expertise als 1 en 2 niet lukt, met name voor kleinere gemeenten. • Zet in op interbestuurlijke solidariteit. Onontkoombaarheid van NPLG-doelen kunnen bestuurlijke verhouding meer onder druk zetten, vooral rondom stikstofdossier en aan/uitkoop. Belangen op gebied van uitvoering en financiën 1. Benoem concreter dat indirecte kosten die gemeente maken, ook toebehoren aan proceskosten en adequaat vergoed worden door provincies. Rol en bijdrage VNG In afstemming met gemeenten heeft VNG zienswijzen ingediend op de consultatie MGA-2 en LBV.

Daarnaast lobbyt VNG permanent in het hiervoor bedoelde overlegorgaan ‘boerderijenteam’ met ministerie LNV, IPO en UVW.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11

Klimaat – landbouw en landgebruik Achtergrond en impact op het landelijk gebied In het Klimaatakkoord hebben gemeenten, medeoverheden, maatschappelijke organisaties en andere partijen de ambitie vastgelegd om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen (voornamelijk CO2) met 49% naar beneden te brengen ten opzichte van 1990. Daarnaast is de ambitie om in 2050 de uitstoot met 95% te verminderen. Gemeenten hebben in 2019, onder voorwaarden, ingestemd met dit akkoord. Het Klimaatakkoord is opgedeeld in de sectoren Gebouwde Omgeving, Elektriciteit, Industrie, Mobiliteit en Landbouw en Landgebruik. Domein C4 Landbouw en Landgebruik bestaat uit de veehouderij (melk en varkens), de glastuinbouw, veenweiden en bomen, bossen en natuur. Hierbij zitten voor gemeenten de opgaven voornamelijk op het inpassen van de gemaakte afspraken in het ruimtelijk domein en het goed organiseren van taken zoals vergunningverleningen. In 2022 heeft het Rijk met de koepels bestuurlijke afspraken gemaakt, voortbordurend op het klimaatakkoord. Afgesproken is dat de klimaatdoelen van landbouw en landgebruik worden uitgewerkt en gefinancierd binnen het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Alleen de glastuinbouw is hierin niet meegenomen en blijft onderdeel van het klimaatakkoord.

Taak gemeenten De opgaven uit het Klimaatakkoord staan niet op zichzelf, maar zijn vaak onlosmakelijk verbonden met andere dossiers of ruimtevragers. Denk daarbij aan het stikstofdossier, natuuropgaven, plannen voor duurzame energie, of zelfs woningbouw. Het bundelen van al deze opgaven is een complexe opgave en vraagt om veel gebiedskennis en om een vernieuwende gebiedsgerichte aanpak. De gemeente is onderdeel van dit gebiedsproces, samen met medeoverheden, het bedrijfsleven en burgers. Er is geen blauwdruk wat de rol van een gemeente is, dat kan per gebied en in de loop van de tijd anders zijn of worden. Wel is het in de algemene zin aan gemeenten om op de hoogte te zijn en te blijven van ontwikkelingen in de sector. Het onderhouden van goede contacten met het bedrijfsleven en met kennisinstellingen is in dezen cruciaal. De gemeente kan anticiperen op de ontwikkelingen door ze te vertalen naar (ruimtelijk) beleid, zoals de omgevingsvisie, en ruimtelijke plannen. Via een gebiedsgericht programma kan zij de opgaven rondom een specifieke agrarische sector of vanuit een gebiedskenmerk (bv grondsoort) in lijn brengen met de andere opgaven in het landelijk gebied. Ook in de uitvoering van een vergunningverlening voeren gemeenten de regie.

Niet alleen bij innovaties, maar ook bij de ondersteuning en in de uitrol van de sanerings- en stoppersregelingen voor stoppende boeren en in het kader van nieuwe bestemmingen voor vrijgekomen landbouwgronden en -opstallen. Gemeenten hebben, samen met andere betrokken partijen, om te zorgen voor alternatieve bestemmingen voor voormalige leegstaande bedrijven, zodat zich hier geen ongewenste praktijken in af gaan spelen. Belangen 1. Zorgdragen voor een leefbare, of goede sociaaleconomische samenleving; 2. Realisatie van de overeengekomen doelen uit klimaatdoelen en de bestuurlijke afspraken van 2022 3. Het hebben van voldoende financiële middelen voor de uitvoering met langjarige zekerheid (geen nieuwe taken, zonder nieuwe knaken) 4. Het boeien en binden van deskundig en gemotiveerde medewerkers om de nieuwe taken uit te voeren (geen nieuwe taken, zonder nieuwe knapen/dames) 5. Voldoende bevoegdheden 6. Voldoende aandacht voor de verscheidenheid van gebieden en sectoren. Denk aan verschillende grondsoorten, verschillende agrarische sectoren, of specifieke culturele kenmerken van een gebied. Rol en bijdrage VNG • Door de opname van de klimaatdoelen in het NPLG, glastuinbouw uitgezonder, komt de bijdrage daarmee overeen. • Toezien of de beleidsuitvoering in balans is met de wensen en noden van inwoners en ondernemers.

• Voor de glastuinbouw is de bijdrage gericht op het behartigen van gemeentelijke belangen inzake met name de energie-infrastructuur t.b.v. de glastuinbouw.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

12

Water Achtergrond en impact op het landelijk gebied Er spelen verschillende uitdagingen op gebied van waterkwantiteit en waterkwaliteit in het landelijk gebied. Door klimaatverandering zal er vaker teveel of te weinig water zijn, en water is ook vaker te vies, te zout of te warm. Het NPLG wil een goede toestand van grondwaterlichamen en een goede zoetwaterbeschikbaarheid bereiken. Hiervoor wil het kabinet water en bodem sturend laten zijn in ruimtelijke planvorming. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt momenteel aan het opstellen van het programma ‘Water en Bodem sturend’. Dit programma moet structurerende keuzes meegeven aan woningbouw en het NPLG. De impact op het landelijk gebied is groot: tijdelijke verzilting van landbouwgebieden wordt vaker geaccepteerd, 5-10% van diepe polders moet worden gereserveerd voor waterberging, grondwaterpeilen worden verhoogd om bodemdaling tegen te gaan en er komen onttrekkingsvrije zones voor grondwater om natuurgebieden heen. De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel dat uiterlijk in 2027 al het oppervlakte- en grondwater in Europa – en dus ook in Nederland – schoon en gezond is. Dit betreft alle aspecten van waterkwaliteit: chemie (vervuilende stoffen), ecologie (omstandigheden voor planten en dieren).

De KRW heeft een resultaatverplichting: Nederland moet in 2027 de doelen hebben gehaald of op zijn minst alle maatregelen hebben genomen om de doelen te halen. Bij het niet halen van deze doelen kan de Europese Commissie forse boetes opleggen. Daarnaast zal strikter moeten worden omgegaan met grondverzet, wat implicaties heeft voor de woningbouw en energietransitie opgaven van gemeenten. Nederland is nog ver verwijderd van het behalen van de KRW doelen en het is zeer de vraag of dit voor 2027 gaat lukken. Vervuiling van waterlichamen in het landelijk gebied zal beperkt moeten worden. Dit gaat o.a. over uitspoeling van bemesting en pesticiden van de landbouw en lozingen van bedrijven en rioolwaterzuiveringen. Taak gemeenten Gemeenten werken samen met het rijk (Rijkswaterstaat, IenW), provincies en waterschappen aan een goed en veilig watersysteem. • Gemeenten hebben de taak om verantwoord met riolering en stedelijk water om te gaan. In de Wet Milieubeheer en de Waterwet zijn de zorgplichten vastgelegd. • Gemeenten besluiten over grondgebruik en grondverzet. De toegewezen functies hebben invloed op waterkwantiteit en -kwaliteit (o.a. woningen, landbouw, economische activiteit) Belangen Belangen op gebied van inhoud • Het is essentieel dat de boodschap over de Kaderrichtlijn Water en Water en Bodem Sturend door de samenleving wordt begrepen.

Geef aan waarom wij ons hebben gecommitteerd aan Europese doelstellingen voor waterkwaliteit en waarom wij het water- en bodemsysteem als uitgangspunt moeten nemen bij de inrichting van ons land. Wat is het probleem en wat gebeurt er als we ons niet aanpassen? • De rijksoverheid moet verantwoordelijkheid nemen voor moeilijke keuzes die gebiedsoverstijgend zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan lozingen van industrie die impact hebben op een groot stroomgebied en drinkwatervoorzieningen. • Geef aan wat de impact van de wateropgaven is op andere opgaven, met name woningbouw en natuurdoelstellingen. Wat kan er wél als water en bodem sturend is? • Gemeenten moeten in positie zijn om afdoen onderzoek te kunnen doen om een afwijking van de richtinggevende uitspraken van het rijk te kúnnen onderbouwen. Dus vraagt de VNG dat aan gemeenten afdoende middelen, in middelen of kennis (kennisinstellingen) en capaciteit. • Biedt handelingsperspectief voor provincies en gemeenten wanneer strikter moet worden omgegaan met grondverzet (indien KRW doelen niet worden gehaald). Breng in kaart wat de gevolgen hiervan zijn voor de opgaven. Belangen op gebied van samenwerking • Zorg voor goede samenwerking tussen overheden op landelijk, regionaal en lokaal niveau op gebied van wateropgaven. Zeker wanneer er samenhang is met de natuur en klimaatdoelstellingen en deze elkaar bijten (bijv.

minder stikstofuitstoot maar meer watervervuiling door het vervangen van veeteelt door akkerbouw, of het energie-intensief zuiveren van afvalwater om de waterkwaliteit te verbeteren).

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

13

Belangen op gebied van uitvoering en financiën • Gemeenten vinden het essentieel dat er een strategie voor de uitvoering komt. Op die manier kunnen we beter inschatten wat de impact is van de structurerende keuzes binnen Water en Bodem Sturend. Het wateren bodemsysteem houdt zich niet aan woorden en planningen in beleidsnota’s. Willen we ons op tijd kunnen aanpassen, dan zullen we op tijd keuzes moeten maken en plannen moeten uitvoeren. Gemeenten willen hun rol pakken om de impact van Water en Bodem Sturend concreet te maken in regionale en lokale scenariostudies. • Het rijk moet voldoende aandacht hebben dat verschillende programma’s tegelijk moeten gaan landen in de regio. Dat vraagt om een oplossing voor het middelen- en capaciteitsgebrek bij decentrale overheden op het gebied van water en bodem, en een aanpak voor het gebrek aan specialisten en modelleurs in de sectoren water en bodem in het algemeen. Rol en bijdrage VNG • De VNG lobbyt bij Rijk en (met) IPO en UVW via overleg, consultaties en zienswijzen voor de hierboven genoemde belangen. Het cluster Landelijk Gebied werkt hierbij nauw samen met cluster Ruimte (Bodem, Water en Klimaatadaptatie). Zie ook de position paper Klimaatadaptieve gemeenten.

Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) Achtergrond en impact op het landelijk gebied Het aantal leegstaande schuren en boerderijen groeit en overtreft de hoeveelheid lege vierkante meters vrijstaand bedrijfs- en kantoorvastgoed. De impact van leegstaand agrarisch vastgoed is: • Kans op ongewenste of zelfs criminele activiteiten (o.a. drugscriminaliteit) • Risico’s voor volksgezondheid en veiligheid • Concurrentie met reeds bestaande leegstand in stedelijk gebied • Sociaal en financieel leed stoppende boer • Verloedering van het landschap of cultureel erfgoed • Vitaliteit van het platteland onder druk • Verrommeling van het landelijk gebied Met de verregaande maatregelen die het Rijk heeft voorgesteld komen er nog eens duizenden boeren bij die hun bedrijf beëindigen. De omvang van vrijstaand agrarisch vastgoed zal dus toenemen en de problemen ook. Alterra berekende in 2014 de actuele leegstand in 2030 op 15 miljoen vierkante meter, de NVM verwachtte in 2020 dat de leegstand zou groeien naar 25 miljoen vierkante meter. Taak gemeenten Gemeenten hebben in elk geval drie taken bij het vrijkomen van agrarisch vastgoed: • Informatievoorziening: veel agrariërs hebben vooral kennis van hun eigen vak, en hebben minder inzicht in de wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening.

Het geven van voorlichting en het ondersteunen bij complex papierwerk van en stoppersregeling is daarom belangrijk. Veel gemeenten organiseren informatiebijeenkomsten, hebben speciale spreekuren voor agrariërs (één “Loket buitengebied” met een interne bundeling van expertise) of verwijzen door naar gespecialiseerde adviseurs. • Herbestemming: De gemeente legt de gewenste bestemming vast in een bestemmings- of omgevingsplan. Zij baseert dit op de eigen omgevingsvisie (en visie buitengebied), nationale ruimtelijke kaders, en provinciale omgevingsverordeningen. Daaruit volgen de mogelijkheden voor alternatieve aanwending van boerderijen voor bijvoorbeeld bedrijfspanden, woonbestemming, recreatie, etc. De ligging/afstand tot de woonkern en de marktvraag naar de alternatieve bestemming speelt een grote rol. Daarnaast moet verrommeling van het landschap worden voorkomen door dezelfde functies waar mogelijk ruimtelijk samen te voegen. • Een gebiedsgerichte aanpak waarbij gestructureerd gedurende een langere tijd gewerkt wordt aan de herontwikkeling van agrarische leegstand. Herbestemming is dan de laatste stap in dit proces. Een gemeente kan hierin zowel een actieve als passieve grond- en ontwikkelstrategie hanteren. Belangen Leegstand van agrarische vastgoed heeft deels een effect voor de eigenaar van het gebouw, deels een breder maatschappelijk effect.

De eerste verantwoordelijkheid voor het goed gebruiken van de boerderij ligt bij de eigenaar. Voor veel gemeenten is dat dan ook het vertrekpunt bij hun beleid. Tegelijkertijd zijn de excessen bij dreigende leegstand groot: voor de leefbaarheid, het monument of criminaliteit. Hier ligt een publieke verantwoordelijkheid. Enerzijds door gewenst gedrag en gewenste herbestemming te stimuleren, anderzijds door

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

14

repressieve aanpak bij onaanvaardbare activiteiten. De combinatie van verschillende rollen vraagt doorgaans de inzet van een breed instrumentarium. Voor de rolopvatting is het belangrijk te kijken naar: • Wie is de probleemeigenaar? • In welke mate is sprake van ongewenste maatschappelijke effecten? • Zijn deze effecten beheersbaar voor de eigenaar? • Zo nee, wie is verantwoordelijk voor de aanpak van ongewenste effecten (politie, provincie, gemeente)? • Welke inzet kan en wil de gemeente plegen om ongewenste effecten tegen te gaan? Rol en bijdrage VNG • De VNG heeft een handreiking over leegstand opgesteld en gepubliceerd, inclusief een aantal praktijkcases (Leegstand te lijf 2.0: Woningen en agrarisch vastgoed) • De VNG heeft een lijst opgesteld met aandachtspunten in de wetgeving en is hierover in gesprek met het ministerie van BZK • Het VNG cluster landelijk gebied werkt hierbij samen met het VNG cluster Lokale democratie en veiligheid Informatie Wat wilt u weten over intomen leegstand agrarisch vastgoed? | VNG

Andere opgaven in het landelijk gebied Om een leefbaar landelijk gebied te realiseren moet breed en integraal gekeken worden naar de verschillende opgaven. Deze position paper focust de positiebepaling op de natuur-, water- en klimaatopgaven. Andere VNG teams zijn betrokken bij opgaven die ook een rol spelen op in het landelijk gebied. In deze paper verwijzen wij naar de VNG website voor de volgende onderwerpen: • Woningbouwopgave • Energietransitie • Sociale voorzieningen • Werkgelegenheid • Klimaatadaptatie

Colofon In deze position paper is de VNG facilitator en eindredacteur waarin al bestaande en nieuwe inbreng van gemeenten de basis vormt voor de content hiervan. De position paper is in samenspraak met gemeenten opgesteld en op 8 december 2022 vastgesteld in de VNG-commissie Ruimte, Wonen en Mobiliteit. U kunt (delen van) deze position paper, met bronvermelding, gebruiken in uw externe communicatie. Vragen over en suggesties naar aanleiding van de position paper stellen wij zeer op prijs. Neemt u gerust contact op met de VNG via het Klant Contact Centrum (070-373 83 93 of via het contactformulier).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12403532/1