CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Bijlage 4 Memo Rho Plannen Ankeveensepad

commissie Ruimte en Economie 2 juni 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Dammerweg 3 en 42.284 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

memo

Postbus 150, 3000 AD Rotterdam Telefoon: 010-2018555 Fax: 010-4121039 E-mail: info@rho.nl

Onderwerp:

Plannen Ankeveensepad en Provinciale Ruimtelijke Verordening

Datum:

11 mei 2015

Referte:

Ingrid de Feijter

Aan het Ankeveensepad in Nederhorst den Berg zijn twee initiatieven voor het realiseren van woningbouw, ten noorden en ten zuiden van het Ankeveensepad. In figuur 1 is de ligging van de plangebied aangegeven. Beide initiatieven worden door twee verschillende partijen ontwikkeld. Door Plannenmakers is een Stedenbouwkundige studie opgesteld om te analyseren of de initiatieven passen in haar omgeving. Uit deze studie blijkt dat het schetsmodel (zie figuur 2) dat is gepresenteerd past binnen de omgeving en dat beide plannen stedenbouwkundig gezien hier gerealiseerd kunnen worden.

Figuur 1 Ligging plangebied Omdat beide locaties zijn gelegen buiten het Bestaand Bebouwd Gebied (BBG), zoals dit door de provincie in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) is aangewezen, zijn er aanvullende eisen vanuit deze verordening van toepassing. Voor deze locatie is belangrijk dat de openheid van het landschap niet wordt aangetast, waardoor de universele waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie behouden blijven. Zoals blijkt uit deze memo en de stedenbouwkundige studie is vanwege de besloten ligging hiervan geen sprake. In deze memo wordt ingegaan hoe de ontwikkelingen zich specifiek relateren tot de PRV. Beide plannen worden los van elkaar ontwikkeld. Omdat de twee locaties zo dicht bij elkaar gelegen zijn, is er natuurlijk sprake van een ruimtelijke samenhang. Deze samenhang blijkt ook uit de stedenbouwkundige studie die is opgesteld. Daarom is ervoor gekozen om een aantal sporen gemeenschappelijk te doorlopen, waaronder de prealabele vraag aan de provincie die samenhangt met de ligging buiten BBG. De ruimtelijke procedures voor beide ontwikkelingen worden wel afzonderlijk doorlopen. In deze memo wordt daarom ook uitsluitend ingegaan op de zaken vanuit de PRV die een ruimtelijke relevantie hebben: het aantonen van de behoefte blijft buiten de scope van deze memo.

Plannen Ankeveensepad en Provinciale Ruimtelijke Verordening

blz. 1

Figuur 2 Schetsmodel (bron: Plannenmakers) Context van Provinciale Ruimtelijke Verordening De Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) vloeit voort uit het Uitvoeringsprogramma van de Provinciale Structuurvisie. In de PRV wordt voor een aantal onderwerpen regels gesteld dat door de rijksoverheid bij de provincies is neergelegd ter verdere uitwerking en/of aanvulling in een provinciale verordening. Op deze wijze komen de rijksregels 'getrapt' in bestemmingsplannen terecht. Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen:  bundeling van verstedelijking en locatiebeleid economische activiteiten;  rijksbufferzones;  ecologische hoofdstructuur;  nationale landschappen;  het kustfundament;  het regionale watersysteem. De regeling die is opgesteld in de PRV heeft betrekking op de volgende onderwerpen:  de aanwijzing van bestaand bebouwd gebied;  mogelijkheden, kwaliteitseisen en Ruimte voor Ruimte-regeling voor het landelijk gebied;  werkfuncties en grootschalige detailhandel in BBG en landelijk gebied  de Groene ruimte;  de Blauwe ruimte;  energie (windturbines). Voor deze projecten zijn de regels ten aanzien van het Bestaand Bebouwd Gebied, de Bufferzones en de Nieuwe Hollandse Waterlinie van belang. Omdat de regels omtrent de Bufferzones voor deze locatie naar verwachting eind september niet meer gelden, wordt hieraan niet getoetst.

Daarnaast is het gebied aangewezen als een Aardkundig waardevol gebied. Dit aspect komt terug onder de beschrijving van de ruimtelijke kwaliteit.

Plannen Ankeveensepad en Provinciale Ruimtelijke Verordening

blz. 2

Bestaand Bebouwd Gebied (BBG) In de PRV wordt aangegeven dat nieuwe woningen niet in het landelijk gebied c.q. buiten Bestaand Bebouwd Gebied (BBG) mogen worden gerealiseerd. Bepaald wordt (artikel 13, lid 2) dat in afwijking hiervan een bestemmingsplan kan voorzien in de ontwikkeling van nieuwe woningbouw indien: a. nieuwe woningbouw in overeenstemming is met de provinciale woonvisie 2010-2020 (vastgesteld bij besluit van 27 september 2010, nr. 62) en de door de gedeputeerde staten en de regiogemeenten vastgestelde regionale actieprogramma’s; b. nieuwe woningbouw in overeenstemming is met de door gedeputeerde staten vastgestelde provinciale woningbouwmonitor en provinciale woningbouwprognose; c. nieuwe woningbouw niet kan worden gerealiseerd door herstructureren, intensiveren, combineren of transformeren binnen Bestaand Bebouwd Gebied en; d. het bepaalde in artikel 15 in acht wordt genomen. De punten onder a, b en c worden voor beide plannen afzonderlijk behandeld. Artikel 15 (benoemd onder punt d) van de PRV gaat in op de ruimtelijke kwaliteitseisen en het advies bij de ARO. Dit wordt hierna behandeld in deze memo. Wel of niet binnen BBG? In de PRV is slechts een indicatieve kaart opgenomen waarop is aangegeven wat het BBG is. Voor de exacte bepaling van het BBG de definitie in artikel 9 van de PRV leidend is.

Bij beoordeling of sprake is van nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen of buiten BBG wordt ingevolge dit artikel gekeken naar de bestaande of de bij een – op het moment van inwerkingtreding van de verordening – geldend bestemmingsplan toegelaten woon- of bedrijfsbebouwing, uitgezonderd bebouwing op agrarische bouwpercelen en kassen. Onder woon- of bedrijfsbebouwing wordt ook het stedelijk groen verstaan. Op de locatie is in het vigerende bestemmingsplan geen bebouwing toegestaan. Onder het BBG valt echter ook het stedelijk groen. In de PRV is niet gedefinieerd wat onder stedelijk groen wordt verstaan. Dit laat ruimte voor interpretatie. In deze memo wordt ervan uitgegaan dat er sprake is van (grotendeels) ligging buiten BBG. .

Figuur 3 Open versus gesloten landschap (bron: Plannenmakers)

Plannen Ankeveensepad en Provinciale Ruimtelijke Verordening

blz. 3

Toetsing artikel 15: ruimtelijke kwaliteit Het volledige artikel 15 is opgenomen in bijlage 1 van deze memo. Voor de ontwikkeling van de woningbouw wordt in eerste instantie verwezen naar de stedenbouwkundige studie die is opgenomen voor deze locatie. Mede hieruit blijkt dat de plannen voldoen aan de ruimtelijke kwaliteitseis die hiervoor kan worden gesteld. Hieronder wordt meer specifiek ingegaan op de onderwerpen die in lid 1 van dit artikel voorkomen. Lid 2 wordt nader uitgewerkt in beide bestemmingsplannen. Allereerst worden de kernkwaliteit van het landschap niet aangetast. Op basis van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van het Veenpolderlandschap. Kenmerkend voor dit landschapstype is met name de openheid en de kenmerkende elementen die samenhangen met de ontginningen van het veengebied. Onderhavige projectlocatie vertoont geen essentiële kenmerken van het Veenpolderlandschap (zoals het open karakter, het waterrijke plassengebied of juist kenmerkende lintbebouwing). Er is geen sprake van een open karakter, maar juist van een besloten karakter (bos en bebouwing), er is geen sprake van een directe ligging aan of zichtrelatie met het plassengebied en hoewel er sprake is van (lint) bebouwing verder oostwaarts aan het Ankeveensepad, kan niet gesproken worden over kenmerkende, langs een doorgaande weg gelegen, lintbebouwing.

De locatie maakt grotendeels onderdeel uit van het Aardkundig waardevol gebied Ankeveense en Kortenhoefse Plassen. Dit gebied is aangewezen als Aardkundig waardevol vanwege het fenomeen uitveningsplassen. Het gebied bestaat uit een grote verscheidenheid aan kenmerkende vormen die een sterke genetische en ruimtelijke interne samenhang vertonen. Door de grote van het gebied, is het zeldzaam. Vergelijkbaar zijn de Loosdrechtse plassen. Het gebied heeft wel educatieve, maar geen wetenschappelijke waarde. Er is een regionale waardering aan toegekend. De veengebieden hebben te kampen met maaivelddaling. Bij de vlietveengronden neemt dit zelfs ernstige vormen aan. De actieve processen veenvorming en verlanding moeten behouden blijven. Verdroging moet worden tegengegaan, maar er mag geen gebiedsvreemd water ingelaten worden. Dit project vormt geen bedreiging voor dit aardkundig waardevol gebied, omdat het functioneel geen onderdeel uitmaakt van de Ankeveense en Kortenhoefse Plassen. Het project zorgt er ook niet indirect voor dat er sprake is van verdroging in het gebied. De waarden blijven daardoor behouden. De ontwikkeling tast de bestaande dorpsstructuur niet aan. De woningen die aan de Dammerweg zijn gepland voegen zich in de structuur van het dorp. De nieuwe woningen aan het Ankeveenspad vormen als het ware een lint vanuit het dorp.

Omdat meer naar het oosten (aan het Ankeveensepad) en direct ten zuiden van de locatie (Vaartweg) ook lintbebouwing voorkomt, voegt dit lint zich goed in de bestaande dorpsstructuur. In de bestaande dorpsstructuur is de kerk en de kerktuin aan de Dammerweg een belangrijk element. Er is een separate cultuurhistorische verkenning naar de kerktuin uitgevoerd, waaruit blijkt dat de cultuurhistorische waarden hiervan niet worden aangetast door ontwikkeling van de locatie. De openheid van het landschap wordt niet aangetast vanwege de besloten ligging van de projectlocatie. Het project voegt zich in de historische structuurlijnen en accentueert deze, vanwege de west-oost-oriëntatie. Met cultuurhistorische objecten in de omgeving (kerktuin, bunker) wordt met respect omgegaan, zoals blijkt uit de cultuurhistorische verkenning naar de kerktuin. Conclusie Hiermee kan gesteld worden dat de ontwikkeling voldoet aan de regels zoals die gelden voor bouwen buiten het Bestaand Bebouwd Gebied. Toetsing regels Nieuwe Hollandse Waterlinie In de PRV zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (als beoogd UNESCO-werelderfgoed). Hieronder wordt aan de hand van de relevante artikelen een toetsing opgenomen.

Artikel 22, lid 1 In artikel 22 is bepaald dat nieuwe functies uitsluitend zijn toegestaan indien deze de kernkwaliteiten van de erfgoederen, als bedoeld in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (LLC), behouden of versterken. In de LLC wordt de Nieuwe Hollandse Waterlinie benoemd als onderdeel van de (voorlopige) UNESCO Werelderfgoedlijst. Er zijn hier echter geen specifieke kernkwaliteiten benoemd. Er zijn wel kernkwaliteiten benoemd die samenhangen met de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het (voormalige) Nationale Landschap. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn:

Plannen Ankeveensepad en Provinciale Ruimtelijke Verordening

blz. 4

• een samenhangend systeem van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen; • een groen en overwegend rustig karakter; • openheid. Deze hangen grotendeels samen met de universele waarden (zie ook hierna). De voorgestelde ontwikkeling heeft geen enkele invloed op de waterlinie, de locatie maakt geen onderdeel uit van het systeem. Gezien de ligging van de locatie, de beslotenheid door bebouwing en opgaand groen, het beperkte zicht op de plek en de schaal van de planontwikkeling heeft ontwikkeling van de locatie met woningen geen invloed op het groene en rustige karakter buiten de kern en zal de openheid van de waterlinie niet worden aangetast. Daarnaast zullen ook geen andere zichtlijnen in de directe omgeving worden belemmerd. Universele waarden De Nieuwe Hollandse Waterlinie is vanwege het militaire complex met de inundatievlaktes en het open en groene landschap aangewezen als UNESCO-Werelderfgoed. In de directe omgeving van het Ankeveenspad is geen sprake van militaire gebouwen die samenhangen met de Nieuwe Hollandse Waterlinie: Fort Kijkuit en Fort Hinderdam liggen op zo’n afstand dat het plan geen invloed heeft op deze militaire complexen. Het plangebied zelf is een voormalig inundatieveld. Vanwege deze functie is de openheid hier van belang.

Op basis van de Ambitiekaart Nieuwe Hollandse Waterlinie (zie bijlage 2) is een aantal andere aspecten, naast de voormalige functie als inundatieveld, te onderscheiden. Dit hangt samen met een aantal lijnstructuren. Behoud en versterking universele waarden De universele waarden van het plangebied zijn te onderscheiden in de openheid van de inundatievlaktes en de verschillende lijnstructuren. De lijnstructuren lopen ter hoogte van de Overmeerseweg en zullen door de planontwikkeling niet worden aangetast. De openheid van de inundatievlaktes is op dit moment al niet meer herkenbaar in het landschap ter plaatse, zoals hiervoor al is aangegeven. De universele waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn niet meer herkenbaar in het landschap ter plaatse. De universele waarden zullen daarom met de realisatie van (senioren)woningen aan het Ankeveensepad niet worden aangetast. Artikel 22, lid 2 In lid 2 is aangegeven dat een bestemmingsplan niet mag voorzien in: 1. (onder meer) grootschalige stads- of dorpsontwikkelingslocaties; 2. een project dat de uitzonderlijke universele waarden van het Unesco-erfgoed aantast of doet verdwijnen. Het tweede aspect is reeds hierboven aan bod gekomen en daarvan is geen sprake. Van het eerste punt is geen sprake, ook niet als beide projecten als één geheel kunnen worden gezien: 22 wooneenheden kan niet worden aangemerkt als grootschalig.

Conclusie Gezien de besloten ligging van de locatie, het feit dat er geen (historische) structuren worden aangetast en doordat de omvang van beide plannen past binnen de dorpsstructuur van Nederhorst den Berg, voldoet de ontwikkeling van woningbouw aan weerszijden van het Ankeveensepad aan de regels die er vanuit de provinciale verordening worden gesteld aan de ruimtelijke kwaliteitseis (artikel 15), de Nieuwe Hollandse Waterlinie (artikel 22) en het aardkundig waardevol gebied (artikel 8).

Plannen Ankeveensepad en Provinciale Ruimtelijke Verordening

blz. 5

Bijlage 1 – Opsomming relevante artikelen PRV Artikel 15 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van verstedelijking in het landelijk gebied 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe verstedelijking of uitbreiding van bestaande verstedelijking als bedoeld in de artikelen 12, 13, 13a en 14 in het landelijk gebied, voldoet aan de uitgangspunten zoals vermeld in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (PS d.d. 21. Juni 2010) ten aanzien van: a. De kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen en aardkundige waarden als bedoeld in artikel 8; b. De kernkwaliteiten van de bestaande dorpsstructuur waaraan wordt gebouwd; c. De openheid van het landschap daarbij inbegrepen stilte en duisternis; d. De historische structuurlijnen; e. Cultuurhistorische objecten. 2. De toelichting van een bestemmingsplan geeft aan in welke mate ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde functies rekening is gehouden met: a. De ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap; b. De ordeningsprincipes van het landschap; c. De bebouwingskarakteristieken (architectuur, stedenbouw, openbare ruimte) ter plaatse; d. De inpassing van de nieuwe functies in de wijdere omgeving (grotere landschapseenheid); e.

De bestaande kwaliteiten van het gebied (inclusief de ondergrond) als hiervoor bedoeld en de maatregelen die nodig zijn om negatieve effecten op deze kwaliteiten op te heffen in relatie tot de nieuwe functies. 3. In het kader van de bestemmingsplanprocedure als bedoeld in het eerste lid wordt de Adviescommissie ruimtelijke Ontwikkeling (ARO) om advies gevraagd over plannen met grote impact. 4. Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de uitgangspunten als bedoeld in het eerste lid teneinde te garanderen dat de ruimtelijke kwaliteit toeneemt.

Plannen Ankeveensepad en Provinciale Ruimtelijke Verordening

blz. 6

Bijlage 2 Ambitiekaart Nieuwe Hollandse Waterlinie (bron: Projectbureau Nieuwe Hollandse Waterlinie)

Plannen Ankeveensepad en Provinciale Ruimtelijke Verordening

blz. 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10110989/1