231026 Beantwoording technische vragen Beheerplannen + WRP - tijdens commissies 18 en 19 okt 2023
Tekst van het document
Vragen raadscommissie vergaderingen 18 en 19 oktober 2023 INLEIDING Voordat we ingaan op de beantwoording van de vragen geven wij u hierbij eerst een kort overzicht van het proces van totstandkoming van de beheerplannen en het water- en rioleringsprogramma. In het najaar van 2022 is de begroting 2023 opgesteld. Omdat het water- en rioleringsplan toen nog volop in ontwikkeling was en resultaten nog grotendeels ontbraken is besloten om de benodigde rioleringsbudgetten voor 2023 te bepalen op basis van indexatie van de lasten uit voorgaande jaren. De vastgestelde begroting 2023 is daarna door de provincie afgekeurd, waarna de begroting is teruggezet naar de ‘jaarschijf 2023’ uit de begroting 2022 (€ 3,2 miljoen). In de eerste helft van dit jaar zijn vervolgens de beheerplannen en het water- en rioleringsplan verder uitgewerkt en afgerond. De resultaten / financiële gegevens hieruit zijn vervolgens opgenomen in het herstelplan dat in de zomer door de gemeenteraad is vastgesteld. Het herstelplan is de basis voor de begroting 2024. Daarbij is besloten om de tarieven voor de rioolheffing niet in het kader van het water- en rioleringsplan, maar als onderdeel van de begroting/belastingverordening vast te stellen. Vanwege deze reden zijn in het water- en rioleringsplan geen tarief-voorstellen opgenomen. BEANTWOORING VRAGEN 1.
Op pagina 13 van de samenvatting staan de lasten vanaf 2023 t/m 2027 met een totaalbedrag van 24mln. incl. de afschrijvingen. Zitten hierin alle kosten o.a. rentelasten, overhead, directe kosten personeel en is de betaalde BTW verrekenbaar? Antwoord: Ja. Deze bedragen bevatten alle begrote kosten voor klein – en groot onderhoud, overige kosten en kapitaallasten waaronder aangehaalde kostensoorten. Ja, in de begroting geldt als uitgangspunt dat de betaalde BTW geheel wordt doorbelast in de tarieven. 2. Besluitpunt 2 een kostendekkingsscenario vast te stellen gebaseerd op een risicoprofiel gelegen tussen uitwerkingsvariant 2 en 3, rekening houdend met het vanuit het herstelplan reeds vastgestelde aanvullende financiële kader. Uit welke uitwerkingsvariant 2 en 3 of een tussenvariant wordt gekozen en door wie en wat betekent dit voor de begroting zoals nu voorligt. En wat is er in herstelplan hierover opgenomen? Antwoord: De begroting zoals deze nu voorligt is gebaseerd op een kostendekkende begrotingsuitwerking van uitwerkingsvariant 3, nu kiezen voor de uitwerkingsvariant 2 zal kostenverhogend werken in de gemeentelijke begroting en daarmee in de heffing om kostendekkend te blijven.
1
3. Op pagina 13 van de samenvatting in de tabel zien we voor 2023 een totaallast van 4.120 (KO 340+GO 590+ OK 1.850+Kap.lasten 1.340). Wat betekent dit voor de begroting van 2023, zijn deze bedragen reeds door de Provincie NH via zgn. “O en O” formulier goedgekeurd? Antwoord: De voor 2023 genoemde bedragen zijn reeds grotendeels opgenomen in de gemeentelijke begroting 2023 (€ 3.200.000 van de € 4.120.000). In de inleiding is beschreven hoe dit is ontstaan. Daarnaast is het zo dat de werkelijke besteding in 2023 waarschijnlijk lager ligt dan in het WRP begroot. Als dit alles gevolgen heeft voor de gemeentelijke begroting 2024, 2025 en verder, zal dit via de kadernota 2024 en/of de gemeentelijke begroting 2025 – 2028 aan de raad worden voorgelegd. De verwachting is echter dat deze gevolgen relatief klein zijn. De genoemde bedragen zijn niet via een O&O-formulier bij de provincie aangevraagd omdat dit niet nodig was. OVERIGE VRAGEN: 4. In het WRP wordt een benodigde formatie van 7,6 fte genoemd. Waar bestaat deze formatie uit en welk deel is eigen personeel en welk deel externe capaciteit (bureaus, etc.)? Antwoord: in WRP hoofdstuk 7 paragraaf 7.3 Personele middelen is aangegeven dat in totaal 13,6 fte nodig is voor de uitvoering van dit plan. Hiervan is 7,6 fte intern noodzakelijk.
Deze capaciteit voor beleids-, voorbereidings-, adviserings- en uitvoeringsactiviteiten, is in de huidige formatie beschikbaar. Daarnaast is 6 fte extern noodzakelijk (via inhuur, aannemers en/of adviesbureaus). 5. De op pagina 13 en 14 van de samenvatting genoemde bedragen staan niet in het raadsvoorstel. Moeten deze daar nog toegevoegd worden? Antwoord: Achteraf bezien was het duidelijker geweest deze bedragen op te nemen in de beslispunten van het raadsvoorstel. Daarbij zij vermeld dat de genoemde bedragen wel in de bijlage bij het raadsvoorstel (de samenvatting), en in de begroting, expliciet zijn benoemd. 6. In het beheerplan wegen is voor vervanging € 1.110.000 per jaar opgenomen, terwijl in het raadsvoorstel wordt gesproken over een jaarlijks vervangingsbudget van € 5.000.000. Hoe is dit verschil te verklaren?
2
Antwoord: Zoals in paragraaf 6.4 van het beheerplan is beschreven is het budget van € 1.110.000 bepaald door over een langere periode de benodigde bedragen voor vervanging te berekenen als een gemiddeld bedrag per jaar, geldend voor de gehele levenscyclus van de wegen (!). Ook vermeldt het beheerplan: ‘’vanwege een vervangingspiek zal dit benodigde bedrag in de komende jaren (aanzienlijk) hoger zijn’’. Ook is in hoofdstuk 7 vermeld dat de genoemde bedragen exclusief kosten voor voorbereiding en toezicht, weginspecties en advisering zijn. Voor deze laatste kosten, ook wel VAT-kosten genoemd, wordt in het algemeen 25% aangehouden. Het verschil tussen het langjarig gemiddelde (€ 1.110.000) en het budget voor de komende planperiode, d.w.z. de korte termijn (€ 5.000.000) wordt in hoofdzaak door twee factoren bepaald: - De piek in vervanging die samenhangt met de piek in aanleg/nieuwbouw in de jaren 70 (bepaald op € 4.000.000) (zie toelichting hierna); - De bijkomende VAT-kosten (25% van 4.000.000 = € 1.000.000) Daar komt nog bij dat er de afgelopen paar jaar, en in het bijzonder dit jaar relatief zeer weinig vervangingen zijn uitgevoerd. De vervangingspiek voor de komende jaren is bepaald op basis van enerzijds de informatie over de aanleg/nieuwbouw in de gemeente en anderzijds de ontwikkeling van de hoogte van het investeringsprogramma over de afgelopen 10 jaar.
Zo blijkt dat de omvang van de nieuwbouw in de piekjaren 70 gemiddeld zo’n drie tot vier keer hoger was dan het langjarig gemiddelde. Onderstaand plaatje, dat in een BVS al eens is getoond, geeft een beeld van de bouwvolumes over de jaren heen. Dit betekent dat de vervangingspiek in de jaren 2020-2030 (50 jaar na aanleg) gemiddeld ook zo’n drie tot vier keer hoger zal liggen dan het langjarig gemiddelde. Dit beeld wordt bevestigd wanneer we de investeringsprogramma’s van de afgelopen 10 tot 15 jaar bekijken. Daarin is te zien dat er, rekening houden met inflatie, sprake is van een gestage toename van het jaarlijkse investeringsbudget. Namelijk van jaarlijks € 1.000.000 in 2011, € 4.000.000 in 2015 en € 6.000.000 in 2018 naar € 12.000.000 in de begroting van 2023. Hoewel dit integrale budgetten zijn en dus niet alleen wegen omvat, onderschrijft het wel het beeld dat we hard op weg zijn naar een aanzienlijke vervangingspiek. Bovenstaande overwegingen hebben er toe geleid dat we in het raadsvoorstel adviseren om voor de komende jaren uit te gaan van een vervangingsbudget voor wegen van € 5.000.000 per jaar.
3
7. Er ligt een grote opgave. Is het, ook in vergelijking met de aanzienlijk lagere bestedingen van de afgelopen jaren, realistisch dat we deze opgave uit kunnen voeren? Antwoord: Ja, dit is realistisch. Onze aanpak dit jaar is namelijk op een aantal essentiële punten anders dan die in voorgaande jaren. Ik noem de volgende punten: 1. We zijn veel eerder dan in voorgaande jaren begonnen met de organisatie van de werkzaamheden voor volgend jaar (2024). Dit loopt in feite al vanaf augustus. 2. Elke beheerder werkt voor zijn domein het beheerplan uit tot een uitvoeringsplan/jaarplan. Deze plannen zijn/worden in oktober/november door de beheerders toegelicht in het beheerdersoverleg. 3. We hebben een integrale project- en capaciteitsplanning die de leidraad vormt voor de voorbereiding en uitvoering van projecten en die ook de basis vormt voor het monitoren van de voortgang (deze planning is momenteel in de maak) 4. De beheerders stellen per project duidelijke opdrachten op. Het format voor een dergelijke opdracht wordt momenteel opgesteld. Dit zal naar verwachting leiden tot minder haperingen/tijdverlies in projecten. 5. We gaan meer gebruik maken van ingenieursbureaus en van de voorbereidende capaciteit van aannemers. Samen met de inkoper gaan we hiervoor een inkoop- en aanbestedingsstrategie bepalen.
Dit zal naar verwachting resulteren in een of meerdere raamovereenkomsten/meerjarencontracten. 4
6. In aansluiting op het vorige punt gaan we de huidige raamovereenkomst met vier ingenieursbureaus beter benutten. Er zijn inmiddels gesprekken gepland met deze bureaus om hun mogelijke bijdrage in het realiseren van onze onderhouds- en varvangingsopgave te bespreken. 7. We zijn een nieuwe functionaris, de projectregisseur, aan het werven. Deze zal met name belast zijn met het uitzetten en monitoren van de grotere werkpakketten bij de ingenieursbureaus en aannemers. 8. We bewaken de voorgang van de projecten in het wekelijkse beheer- en investeringenoverleg door maandelijks de planning door te nemen. 9. We vergroten de toezicht-capaciteit op werken. Zodra de integrale planning gereed is bepalen we of we deze capaciteit op basis van vaste medewerkers of inhuur doen. 10.De focus ligt op dit moment, veel meer dan in het verleden, op het starten van de uitvoering c.q. realisatie. Dit resulteert in toenemende mate in meer resultaatgericht gedrag.
5
6