2024.02.15 Gemeente Wijdemeren Gemeenteraad
Tekst van het document
Ten einde zo het aantal voorzieningen en de hoogte daarvan in lijn te brengen met de gereden partners en eraan toevoegend, met dientengevolge een raadsvoorstel in te brengen in de eerste raad na april. Dat vervangt dus de aanbeveling drie en de laatste bullet komt daarmee te vervallen. De voorzitter: Ik weet niet hebben wij de uitgeschreven tekst hier? Niet leesbaar. Dan vraag ik u allemaal heel goed te luisteren. Wilt u hem nog één keer voorlezen, dus de eerste dikke bullet blijft staan, de tweede dikke bullet, de eerste vier punten daaronder blijven staan. Dan komen bij aanbeveling drie en dat verandert. De heer Roosenschoon: Die wordt gewijzigd. De voorzitter: Wilt u heel rustig dicteren? De heer Roosenschoon: Ik ga het proberen rustig te dicteren, want ook ik heb een probleem om het zelf terug te lezen. De voorzitter: Moeten wij extra leesbrillen verstrekken of netschrijfcursussen doen? Gaat uw gang.
De heer Roosenschoon: Dus aanbeveling drie: Start per direct een onderzoek ten behoeve van het actualiseren van de beleidsregels armoedebeleid teneinde het aantal voorzieningen en de hoogte van de bijdrage in lijn te brengen met de gereden partners, te weten, Gooise Meren en Hilversum en dientengevolge een raadsvoorstel in te brengen in de eerste raad na april. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat we allemaal daar goed notitie van hebben kunnen nemen. Misschien handig om even te vragen hoe het college denkt over…Wil nog iemand... Ja, mijnheer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Is het niet ook zo dat we dan graag zouden willen dat we de uitkomst in de beeldvormende sessie in april daarvan zouden willen horen voordat we een besluit nemen in de raad na mei of na april. Sorry. De heer Roosenschoon: Dat lijkt mij niet absoluut noodzakelijk, maar het kan nooit kwaad op die manier de algemene informatie bij iedereen rond te brengen. De voorzitter: Ik denk dat het goed is, want het gaat nu iets anders dan eerst gedacht. Dat in de agendacommissie ook even wordt gekeken hoe we een zo goed mogelijk behandeling hebben die recht doet aan het belang van het onderwerp en zorgt dat de raad ook goed beslagen ten ijs komt als we tot besluitvorming overgaan. Ja. We nemen deze opmerking mee.
Zullen we dat ja? Nog anderen? Dan kijk ik naar de wethouder of hij op het gewijzigde amendement wil reageren. De heer De Haan: Voorzitter, dank u wel. In dictee bijna vormgegeven. Dus dat dat is mooi. Ik ben erg van de taal en ik kan u melden, voorzitter, dat het college uitstekend kan leven met het dictum zoals dat zojuist is voorgedragen door mijnheer Roosenschoon. Dank u wel. De voorzitter: Nog anderen? Nee? Dan kunnen we denk ik overgaan tot besluitvorming. En wij gaan dan eerst het hebben over het amendement A10 waarbij het eerste bolletje, in te stemmen aanbevelingen, dat blijft met het schrappen van een stukje van de zin. De tweede dikke bolletje, de eerste, breng actief, zet extra in, zorg meer aanvraag voor toekenning van dergelijke en aanbeveling twee, actualiseer het plan schuldhulpverlening, dat blijft zoals het is en de laatste twee bolletjes, die worden vervangen door: Start per direct een onderzoek ten behoeve van het actualiseren van de beleidsregels armoedebeleid teneinde het aantal voorzieningen en de hoogte van de bijdragen in lijn te brengen met de gereden partners te weten Gooise Meren en Hilversum en dientengevolge een raadsvoorstel in te brengen in de eerste raad na april.
Dan vervalt hij verder, die aanbeveling drie en de laatste twee punten in juni ter besluitvorming het integraal beleidsplan en bij bespreking actuele cijfers van het gebruik van de twaalf regelingen, dat blijft dan gewoon weer staan. Toch? Ja is het zo? Ik zie u allemaal knikken. Nou dan stel ik voor dat we naar besluitvorming overgaan. We beginnen met amendement A10. Ja, A10, ja A10-1 aangepast, ja, ja, gewijzigd. Ja dank u wel. Samen komen we er wel ja. Mag ik zien wie voor het amendement zijn? Dank u wel. Dat is met algemene stemmen. En dan het voorstel zelf, hoewel dat eigenlijk wel helemaal in het amendement, maar goed dat dat toch even voor de zekerheid, met het gewijzigde voorstel is behoefte aan stemming. Nee. Volgens mij kunt u nu unaniem akkoord gaan, aldus vastgesteld. Dank u wel. 11. Initiatiefvoorstel van fractie Groep Goetheer: Invoering referendumverordening 2023 De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt elf, het initiatiefvoorstel van de fractie Groep Goetheer, invoering van een referendumverordening. Het voorstel is, één, referendumverordening Wijdemeren 2023 vaststellen, twee, college opdracht geven om een half jaar nadat er referendum in Wijdemeren heeft
plaatsgevonden een evaluatienotitie aan de raad aan te bieden en drie, een post referendum in de begroting op te nemen en die voor 40.000 vrij te maken, dit te dekken uit de post inhuurbudget. Er is de commissie over gesproken. Het is wel een initiatiefvoorstel dus ik kijk toch nog even, hoewel dat bij normale collegevoorstel niet op voorhand is, of de indiener nog iets heeft toe te voegen. De heer Goetheer: Ik heb zeker nog wel wat toe te voegen. Dat kan nu als eerste of dat kan in mijn eerste termijn als reactie op het amendement. De voorzitter: Is misschien makkelijker hè, eerst het amendement. We hebben het amendement gekregen. Ingediend als eerste indiener de heer Voigt. Misschien wil hij het amendement toelichten. De heer Voigt: Ja, dank u wel, voorzitter. DorpsBelangen is altijd voorstander geweest van een referendumverordening. De verordening die nu voorligt, kan worden vastgesteld, maar dan moet hij wel op één punt worden geamendeerd en daarvoor hebben wij dit amendement ingediend. Ik zal de overwegingen even noemen, overwegende dat in artikel veertien van de verordening is opgenomen dat een referendum geldig is indien het aantal uitgebrachte geldige stemmen meer bedraagt dan dertig procent van het aantal kiesgerechtigden.
Overwegende dat dit percentage te laag wordt gevonden omdat een te klein aantal kiesgerechtigde dan kan bepalen of een besluit wel of niet wordt aangenomen. Besluit: In artikel veertien eerste lid het percentage van dertig te wijzigen in vijftig, zodat deze bepaling komt te luiden: Het referendum is geldig indien het aantal uitgebracht geldige stemmen meer bedraagt dan vijftig procent van het aantal kiesgerechtigden. Heeft u kunnen meeschrijven? De voorzitter: Nee, want u heeft het netjes van tevoren verspreid en geen last van de KPN storing nu dus ik had het al op papier, maar dank voor uw zorgen. Ja dan, er zijn geen mede indieners op dit moment om nog eventueel aan te vullen. Ik kijk naar de indiener van dit initiatiefvoorstel, de heer Goetheer. Gaat uw gang. De heer Goetheer: Dank u wel, voorzitter. Ik zal toch iets van uw tijd nu nemen, dus voor negen uur klaar gaat ons net niet lukken. Referendumverordening, er zit hier vanavond een zeer gelukkig, maar ook teleurgesteld man voor u. De referendumverordening zal het niet gaan halen. Ik heb gisteren namelijk vernomen, zonder ook maar de mogelijkheid van een aanpassing aan het referendum in gesprek met mij te overwegen, dat de Lokale Partij het initiatiefvoorstel niet zal steunen.
Ik wil dan ook uw en mijn tijd niet verdoen met een nutteloze politieke discussie waarvan het uitkomst al vaststaat, ongeacht met welke sublieme argumentatie mijn collega's of ik zouden komen. Maar een paar observaties wil ik toch wel met u delen. Was de Lokale Partij de partij die qua speerpunten nog altijd volledig in mijn DNA zat? Vanavond blijkt dat we toch verschillende bloedgroepen zijn waar onze inwoners jammer genoeg de dupe van zijn, omdat de mogelijkheid van bloedtransfusie niet meer op tafel ligt. Dat dit gevolg heeft voor mijn steun aan de coalitie. Dat moge duidelijk zijn. De voorzitter: Mijnheer Goetheer, ik moet het een beetje in lijn brengen wat we bij anderen doen. Ik vind bij zeker initiatiefvoorstel moet je wat… Het is op zich waanzinnig te waarderen dat een raadslid zegt er moet iets gebeuren en die dient een initiatiefvoorstel in, want dat kost echt tijd, inzet, maar in feite, we hebben de discussie in de commissie gehad, is het nu om te reageren op het amendement. Maar ik sta best een paar dingen toe maar het hele debat weer gaan doen, zie het niet zitten. Maar ik zie mevrouw Van Rijn.
Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, ik dacht net zal ik het doen bij de opmerking van mijnheer Voigt, maar toen dacht ik nou ja ik kijk wel even hoe het verloopt, maar ik ben helemaal gewoon niet eens met die opmerking dat wij hebben afgesproken dat je de commissie al dan niet over zou mogen doen. We hebben gezegd de
discussie onderling of vragen aan de wethouder kunnen in de commissie en in de raad heeft iedereen twintig minuten. Ik vond het buitengewoon vervelend dat de heer Roosenschoon zijn laatste paragraaf niet af kon maken. Iedereen heeft twintig minuten. Die mag je invullen zoals je dat wil. En ik verwacht dat iedereen zo goed zich eraan houdt, dat we niet alles letterlijk overdoen, maar hier in de raad je punt maken, volgens mij staat er nergens en anders wil ik graag weten waar dat staat, wat je wel of wat je niet in de raad mag zeggen. Dus ik ben heel benieuwd naar het verhaal van de heer Goetheer en excuses, mijnheer Roosenschoon, ik wilde niet gelijk invallen anders had ik het voor u uiteraard ook opgenomen. Want hebben we het volgens mij gewoon niet afgesproken? Twintig minuten is twintig minuten. De voorzitter: Ik was bij eventuele afspraken. Ik denk dat het goed is dat we dit punt gewoon met elkaar bespreken in overleg, in de agendacommissie of in presidium. Zullen we dat doen? Anders krijgen we weer en hele procedurele discussie. Dat is zonde. Nou, mijnheer Goetheer, u was aan het woord. De heer Goetheer: Dus de conclusie is dat ik gewoon door mag gaan met mijn verhaal? De voorzitter: Ik ga een beetje van uw wijsheid uit, dat u weet dat u niet alles gaat overdoen.
Maar u krijgt natuurlijk de kans om een aantal dingen te zeggen, anders zou u ook in de stemverklaring een aantal dingen kunnen zeggen, maar dat kan altijd Ga uw gang. De heer Goetheer: Natuurlijk. Maar de afgelopen week sinds de commissie en daarom vind ik het wel belangrijk om dit hier te benoemen, is er natuurlijk gewoon nog contact geweest en ben ik eigenlijk ervan uitgaan dat ik er met de Lokale Partij wel uit zou komen voor het referendum. En dat dat niet gelukt is, dat verdient voor onze inwoners toch wel wat uitleg, vind ik, aangezien het niet overeenkomt met de lijn van de afgelopen jaren en ik denk dat we daarom ook onze inwoners tekort zouden doen door niet dat even verder toe te lichten. Ik ga verder. Dat moge duidelijk zijn, die steun is er niet meer en ik zal ieder voorstel afzonderlijk gaan wegen en ik stel voor dat we als oppositie binnenkort eens een avondje samen gaan zitten en de nieuwe situatie gaan bespreken. Voortschrijdend inzicht is een groot goed, iets wat mij gelukkig niet onbekend is en mijn meningen niet meer volledig het zelfde zijn als die ik had toen ik vijftien was. Toch vind ik het sprekend dat wethouder Zagt in 2015 de volgende uitspraken over het toenmalig initiatiefvoorstel van D66 voor een referendum heeft gedaan in de gemeenteraad. En ik had het zelf niet beter kunnen omschrijven dan wethouder Zagt al heeft gedaan.
ZZP, dat staat voor Zandbergen Zagt, herhaalt vandaag haar pleidooi voor de invoering van een referendumverordening. ZZP vindt het belangrijker om recht te doen aan de kiezers en dit initiatiefvoorstel biedt een extra instrument om met de inwoners in gesprek te gaan. ZZP ziet geen enkele reden waarom in Wijdemeren het middel referendum niet zou passen. Dit is als raad onze kans om het referendum in te voeren. Er spelen grote onderwerpen die al onze inwoners aangaan. En waarover ze zich bij de verkiezingen niet hebben kunnen uitlaten. Aangezien het geen thema's waren maar wel overduidelijk voor de Lokale Partijen hebben gekozen, wetende van de standpunt van de partijen en het DNA waar ze voor staan. Dat onze inwoners dan op deze manier door de grootste partij in onze raad terzijde worden geschoven vind ik bijzonder jammer, aangezien we wel allemaal groot feest vieren als het kruisje op een onnavolgbaar grote kieslijst schijnbaar wel in het juiste vakje komt, maar simpel voor of tegen niet durven voor te leggen, is voor mij onbegrijpelijk. Ik hou het heel kort, verschillen is eruit, maar de teleurstelling kunt u vermoedelijk begrijpen. Waarom ik dan ook zo bijzonder gelukkig ben? Ik ben afgelopen zondag oom geworden voor het eerst en dat is toch net iets belangrijker. Dank u wel.
De voorzitter: Nou, met het oom worden feliciteer ik u, oom worden is bijna zo leuk als opa worden kan ik u zeggen, bijna. Zo hebben we allemaal onze ervaringen. Die eerste heb ik ook mee mogen maken. Zijn er nog anderen? Ja, mevrouw Wind.
Mevrouw Wind: Dank u wel, voorzitter. Ik denk toch dat ik moet beginnen, first things first, hè? Dus ook van onze fractie en steunfractie de felicitaties met zo'n mooi moment in uw leven. En ik hoop dat dat helpt om de andere teleurstelling te verwerken. Ja, dingen hebben altijd twee kanten, want wij hadden ons er eigenlijk al bij neergelegd dat, consequent als we zijn, zouden we weer niet voor het referendum zijn, omdat we vinden dat je verkiezingsprogramma helder moet zijn over grote onderwerpen als het gaat over vluchtelingenopvang, als het gaat over gemeentelijke herindeling, staat allemaal in ons verkiezingsprogramma. We worden er misschien niet, we krijgen er niet altijd bloemen voor, maar mensen weten wel wat ze aan ons hebben en dat vinden we heel belangrijk. Dus u wist ook al van ons van veel waardering voor het werk wat u erin steekt, maar onze wegen scheiden zich niet want we waren al niet samen en we komen ook niet samen. Maar wij gingen natuurlijk ook stemmen tellen en wij hebben ook eens teruggekeken, dus wij dachten ja dat is één, dat is zeven, DorpsBelang is ook al altijd helder geweest, dus wij hadden ons wel voorbereid op een teleurstelling van dat referendum gaat het halen en we hadden dat ook goed kunnen hebben.
Want we zijn niet mordicus tegen, soms ben je mordicus tegen, maar hier hadden we zoiets, wij vinden het niet het goede middel, je moet als raadslid je verantwoordelijkheid nemen, u kent de hele riedel van ons, maar we hadden er ook prima mee kunnen leven en ook zeer loyaal meegewerkt als het wel gegaan was. En eigenlijk hadden we daar met elkaar ons op ingesteld. Ik heb de Lokale Partijen nog niet gehoord, maar als u mede namens hun nu verslag uitbrengt, dan is dit onze bijdrage aan dit debat. Dank u wel. De voorzitter: Andere leden? Ja, de heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Ja, voorzitter, dank u wel. Ook de VVD is in de commissie heel helder geweest. Nog even felicitaties naar de heer Goetheer voor het worden van oom. Ook dank voor het voorstel hè, het is groot goed als ook raadsleden zelf met een eigen voorstel kunnen komen. We hebben in de commissie aangegeven dat, ook als er wijzigingsvoorstellen op het voorstel van de heer Goetheer komt, dat wij die niet zullen steunen omdat wij nog steeds van mening zijn dat het middel referendum niet past in de representatieve democratie, zoals we die in Nederland kennen. Dus wij zullen het amendement van DorpsBelangen niet steunen en we zullen het voorstel van de heer Goetheer ook niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Ja. De heer Nienhuis: Ook namens de CDA fractie felicitaties.
Is het een jongen of een meisje? Dat heb ik eigenlijk niet gehoord, maar dat maakt niet zoveel uit. Nou wij zijn in de commissie ook heel duidelijk geweest, het CDA is nooit voor een referendum geweest en ook een amendement daarop zullen wij niet steunen. Dus, blij met uw mooie week, maar helaas dat het niet doorgaat voor u mijnheer Goetheer. De voorzitter: Mijnheer Nienhuis, dank u wel. Kijk ja... Ik ga het rijtje even af, de heer Roosenschoon. De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter, het zal u niet verbazen dat wij absoluut voor het voorstel zijn voor het houden van de referendum. Het is niet de eerste keer dat dit ter sprake komt. De eerste keer was zelfs in 2006, is ingediend, maar na de verkiezingen niet meer behandeld, destijds. Daarna zijn er nog twee andere pogingen geweest met het gelijk resultaat. Het is natuurlijk wel opvallend dat als we kijken dat wij in gesprek gaan met de zogenoemde gereden partners, deze allebei beschikken over een referendumverordening. Wij zouden dus als enige en als aanschuiver bij één van de andere gereden partners, niet beschikken over een referendumverordening, waar we het over kunnen krijgen, gelijkstellen eventueel met Hilversum of Gooise Meren of eventueel een andere partner.
Het is een beetje vreemd om dan op dit ogenblik te zeggen, wij doen dit niet, wij wachten wel af tot onze toekomstige gereden partner ons gaat overrompelen met hun referendumverordening, die we dan automatisch ook voor onze kiezen krijgen. Dus nu komen we zelf met een
referendumverordening waarin wij de mogelijkheid geven, in de laatste jaren van onze mooie gemeente, dat de burgers daadwerkelijk zich kunnen uitspreken over standpunten, advies geven en dergelijke. Dat is niet meer dan logisch, niet meer dan van vanzelfsprekend en niet meer dan onze inwoners waardig. Dus nogmaals, ik richt me ook op de Lokale Partij, kom tot inkeer en besef dat ook jullie gekozen zijn op grond van deze toezegging aan onze inwoners en aan het stemrecht geven aan onze inwoners. Dan kom ik nog even op het amendement en dan heb ik een vraag aan de heer Voigt. De heer Voigt, kunt u mij zeggen wat het opkomstpercentage was bij de Europese verkiezingen? Voor zover dat onder de vijftig procent was, had u dan ook die uitslag niet aanvaard? De heer Voigt: Ik weet niet, als ik mag voorzitter, wat het opkomstpercentage was, maar ik ga niet over het wel of niet aanvaarden daarvan bij de Europese verkiezingen. De heer Roosenschoon: Dat blijkt toch wel meten met twee standaarden. De voorzitter: Nou, u komt er niet uit met elkaar, denk ik. Ik kijk verder, wie nog meer? Ja. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, voorzitter. Van harte mijnheer Goetheer, oom Olivier, dat klinkt leuk. Dat mag hij toch zeggen als hij kan praten. De ChristenUnie heeft ook in de commissie aangegeven dat wij niet voor een referendum zijn.
De werkelijkheid is vaak veel complexer dan een eenvoudig voor of tegen zoals die dan aan inwoners wordt voorgelegd. En ook de verwachtingen die je daarmee wekt, dat kan dan soms ook weer tegenvallen als de besluitvorming toch anders uitvalt. Dus dat is een van de redenen dat wij niet voor deze twee, het voorstel en het amendement, gaan stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Anderen? Ja, de heer De Graaf De heer De Graaf: Als laatste de Lokale Partijen waar het in het verhaal van de heer Goetheer grotendeels over ging. En de heer Goetheer heeft goed begrepen dat wij zijn initiatief niet zullen steunen. Vorige week in de commissie waren wij hier ook minder uitgesproken over en in de fractie hebben wij hier nog eens goed met zijn allen over gesproken. Blijkbaar was het al in 2006 voor het eerst, maar in ieder geval in 2015, 2017, 2018 en nu in 2024 is in verschillende commissie- en raadsvergaderingen van gedachten gewisseld over het instrument referendum. Argumenten voor en argumenten tegen wisselden bij meerdere raadsleden en partijen van eigenaar. In de raadsvergadering van 19 juli 2018 kreeg het bijna gelijkluidende initiatiefraadsvoorstel verordening referendum, wat nu voorligt, slechts vier stemmen voor. Op dat moment in 2018 was er ruimte voor een initiatiefvoorstel voor het referendumverordening van de Lokale Partij.
In aanloop naar de verkiezingen van maart 2022 en bij de onderhandelingen van de coalitieakkoord in 2022, zomer, was die ruimte er niet meer en het stond ook niet in het verkiezingsprogramma van de Lokale Partij. De Lokale Partij brengt standpunt... Mevrouw Wind: Ja, moet u me even helpen, want ik denk altijd dat ik mijn klassiekers, zolang het niet te lang geleden is, best wel aardig ken. Verwijst u nou naar de coalitieonderhandelingen van ’22? De heer De Graaf: Zeker. Mevrouw Wind: En wat wilt u… Wat zei u daarover? De heer De Graaf: Dat het niet is opgenomen in het coalitieakkoord?
Mevrouw Wind: Nee en wat zei u daaromheen? De heer De Graaf: Dat de ruimte voor onderhandelen… Dat het niet... Hoe bedoelt u? Mevrouw Wind: Ik verstond het niet goed. Wilt u even… We zijn toch, graag op dicteersnelheid, als dat mag. De heer De Graaf: Zal ik de tekst ook anders gewoon per mail naar iedereen sturen? Mevrouw Wind: Nee hoor, ik wil het graag nu even horen. De heer De Graaf: In aanloop naar de verkiezingen van maart 2022 en bij de onderhandelingen van het coalitieakkoord zomer 2022 is de ruimte er niet meer. Mevrouw Wind: Nee dat is echt niet correct hoor. U spreekt ook namens ons, want wij zaten toen ook nog in de coalitie en u mag zelf weten wat u zegt, maar dit is niet correct. De heer De Graaf: En wat zou dan wel correct zijn? Mevrouw Wind: Het gaat erom dat wij niet geciteerd wensen te worden of voor gesteld worden wat niet klopt. En dit klopt niet dus ik zou… De heer De Graaf: Nou, laten we het dan in ieder geval rectificeren en zeggen het is niet opgenomen in het coalitieakkoord. Dan kunnen we daar allemaal niet overvallen. De Lokale Partij brengt haar standpunt in onderling overleg onder woorden als luisteren naar inwoners, regel het aan de voorkant, dan hoef je het aan de achterkant niet te repareren. De heer Goetheer : Dank u wel. Dank u wel, voorzitter.
Dan heb ik toch nog even een vraag aan de heer De Graaf over de coalitieonderhandelingen en dat referendum daar niet in opgenomen is maar ook dat het dus niet niet mogelijk was, dus dat het wel mogelijk zou zijn en dat het een vrije keuze zou zijn voor de partijen. Klopt dat? De heer De Graaf: Misschien moeten we een ander moment inplannen voor een herhaling van de coalitieonderhandelingen. Maar, nee. De heer Goetheer: Sorry, dan begrijp ik hem niet helemaal, dus het was niet vastgelegd, maar het was ook geen vrije keuze, volgens u. De voorzitter: Mevrouw Wind was, als de heer De Graaf niet meteen antwoord… Mevrouw Wind was eerst en daarna de heer De Kruijff. Mevrouw Wind: Omdat het gewoon heel feitelijk is, in de coalitieonderhandelingen is het niet aan de orde gekomen. Dank u wel. Dus het is geen kwestie van mening, maar zo zit het. De voorzitter: De heer De Kruijff. De heer De Kruijff: Voorzitter ik snap deze discussie niet zo goed. Uiteindelijk heeft de toenmalige coalitie, waar ook Partij van de Arbeid, GroenLinks, VVD en Lokale Partij onderdeel van waren, het niet opgenomen in het coalitieakkoord. Dus ik snap niet zo goed waarom dit nu een heel groot punt moet worden. De Lokale
Partij heeft aangegeven dat zij tegen zijn. Dat moeten ze verder gaan toelichten. Maar ik snap niet zo goed waarom we hier een punt van maken. Het staat niet opgenomen het coalitieakkoord. Dus waarom wordt daar iedere keer naar verwezen? Dat begrijp ik niet zo goed. De voorzitter: Het is in ieder geval lastig als het gaat om onderhandelingen die niet openbaar waren, waar we dus niet allemaal kunnen checken. Ik geef het woord aan de heer De Graaf. De heer De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik ga ook gewoon even verder. Laat ik dit dan maar even gewoon voor wat het is. U heeft gevraagd of de Lokale Partij zich ongemakkelijk zou voelen wanneer in geval van een referendum de uitslag contrair aan ons besluit zou zijn en dat we dat besluit niet zouden terugdraaien. Ja, dat zou ongemakkelijk voelen, maar niet omdat we tegen de uitkomst van een referendum ingaan maar omdat we niet goed aan de voorkant hebben kunnen uitleggen waarom we een besluit genomen hebben. Een genomen besluit is niet opeens een fout besluit, omdat de uitkomst van een referendum anders is dan het raadsbesluit. Besluiten in de raad worden genomen met moties, amendementen, politiek is niet zwart wit, ja of nee, politiek is geen vijftig, maar wel duizend tinten grijs.
Een politieke vraag voorleggen aan inwoners, terwijl op voorhand duidelijk is dat de vragende partij met het summiere antwoord ja of nee als advies ook nog naast zich neer kan leggen, dat is in de ogen van de Lokale Partij niet de gewenste vorm om inwoners mee te laten praten en denken. In gesprek gaan met inwoners is niet de vraag stellen met een ja of een nee antwoord het is een gesprek van hoor en wederhoor doorlopend. De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Roosenschoon, die wil interrumperen. De heer Roosenschoon: Ja, even een vraagje aan de Lokale Partij, betekent dat, als ik het goed hoor, dat u wel voorstander bent voor een corrigerend referendum? De heer de Graaf: Nee, want de corrigerend referendum is ook aan de achterkant. De heer Goetheer: Voorzitter? Ik wacht nog even. De voorzitter: Nog een vraag van de heer Goetheer. De heer Goetheer: Ja, dan heb ik daar toch een vraag aan, want in het betoog wat net hoor, lijkt het alsof in gesprek gaan met de inwoners en een referendum niet samen mogelijk is. Omdat er wordt gezegd aan de voorkant moeten we in gesprek gaan met de inwoners en daarom geen referendum. Maar ik vraag dus aan de Lokale Partij of ze er bewust van zijn dat je èn in gesprek kan gaan met de inwoners, dat dat ook door een van de oprichters van de Lokale Partij zo benoemd is, èn dat je een referendum kan hebben.
De heer De Graaf: Dat kan zeker naast elkaar. De heer Goetheer: Dan begrijp ik uw argument… Dan begrijp ik de argumentatie van Lokale Partij niet, met wat ze net hebben gezegd, want daar komt het wel op neer. De heer De Graaf: Wij zeggen toch, wat ik net heb gezegd, is dat we graag met inwoners aan de voorkant in gesprek gaan en een referendum is aan de achterkant. De voorzitter: Ik denk dat, u bent het gewoon niet met elkaar eens. De heer… : Uw voorstel zoals het er nu voorligt, dat is toch aan de hand van een raadsbesluit?
De voorzitter: Maar is er is geïnterrumpeerd, vervolg interrupties. Ik wil eigenlijk, want we hebben nog een agendapunt te gaan. Wat was u uitgesproken? Meneer De Graaf? De heer De Graaf: Volgens mij zijn we duidelijk. Samenvattend is de mening van de Lokale Partij dat de raad politieke verantwoording heeft en neemt na goed naar haar inwoners geluisterd te hebben. Dat betekent dat de Lokale Partij, zoals wel duidelijk was, niet voor uw voorstel zal stemmen. De heer Nienhuis: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Nienhuis. De heer Nienhuis: Ja, voorzitter, ik heb nog wel een vraag aan de collega. Zeg u nu eigenlijk, of de Lokale Partij zegt eigenlijk, omdat wij nu aan de macht zijn, omdat wij in de coalitie zitten, omdat wij wethouders hebben, zijn wij ineens tegen een referendum? De heer De Graaf: Nee, dat zeggen wij zeker niet. Wij zeggen dat we heel graag met de inwoners in gesprek blijven en dat doorlopend willen blijven. De heer Nienhuis: Maar dat willen we hier allemaal. De heer De Graaf: Precies. De heer Nienhuis: Maar wij, kijk ik ben ook niet voor, wij zijn niet voor een referendum, dat moge duidelijk zijn. Maar ook wij hebben van tevoren gedacht, toen dit ingediend werd, dit gaat het gewoon halen. Dit is het moment, het momentum is daar, er komt een referendum want de Lokale Partij is altijd voor geweest.
En nu ineens zitten ze in de coalitie, zijn er wethouders geleverd en dat mag hè dat is goed, maar zeg het dan maar gewoon en dan is de Lokale Partij tegen. Dat is toch een behoorlijke ommezwaai, zullen we maar zeggen. De heer De Graaf: Volgens mij herken ik niet helemaal wat u zegt, want het heeft nooit in het verkiezingsprogramma van afgelopen keer gestaan. De heer Nienhuis: Nee, meerdere dingen hebben niet het verkiezingsprogramma gestaan, voorzitter. De voorzitter: Nee, maar mijnheer Nienhuis, we doen interrupties in principe in twee keer. Dan stel ik voor dat dat hier alles is uitgewisseld. U bent het niet allemaal met elkaar eens. Dat weet merken we allemaal. We gaan we gaan stemmen. Eerst over het amendement, het percentage van dertig te wijzigen in vijftig… Dit was toch een tweede termijn in feite? Ja dat ja ja. We hebben eerste de toelichting gehad, allerlei dingen, en daarna het volledige termijn. Dus ik denk dat we alles hebben besproken. Ja? Kunnen we overgaan tot besluit vormen? Met enige moeite gaat u akkoord, dan gaan we eerst stemmen over het amendement. Mag ik zien wie voor het amendement zijn? Dat is DorpsBelangen en Groep Goetheer, dat zijn drie voor en vijftien tegen. Amendement verworpen. Dan het geamendeerde initiatiefvoorstel, mag ik zien wie voor het initiatiefvoorstel zijn? Dat is DorpsBelangen, D66 en Groep Goetheer.
Dat zijn vier voor en veertien tegen, verworpen. 12. Vragenhalfuur De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt twaalf, naar het vragenhalfuur, is niks voor ingediend.
13. Moties Vreemd aan de agenda De voorzitter: Dan krijgen we moties vreemd aan de agenda en dat is een motie ingediend door mevrouw Kaper. Die was eerst, diende u hem in bij het voorstel over het naaktstrand, maar daar zeiden we van het heeft eigenlijk niks met het naaktstrand, maar het gaat wel over stranden. Misschien was het de aanleiding, wethouder De Haan zou zeggen de intellectuele aanleiding, om tot een voorstel te komen. Misschien, ik geef u de gelegenheid om de motie vreemd aan de agenda toe te lichten. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? De voorzitter: Punt van orde? Mevrouw Van Rijn: Nee, even een vraag aan de voorkant, want volgens mij staat hij niet op het systeem. We hebben hem wel geprint gekregen. Maar in de versie van vanmiddag waren er volgens mij andere indieners. Dus misschien kan mevrouw Kaper even opnoemen, hij staat niet op internet, wie nu de indieners zijn van dit amendement? Dank u wel. De voorzitter: Dank voor die tip. Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Ja, daar zal ik wel even mee beginnen. De mede indieners zijn de VVD, D66 en de Lokale Partij. Nou, ik zal het niet te lang maken. Het is ook een redelijk eenvoudige motie. Het is inderdaad een intellectueel idee naar aanleiding van agendapunt negen.
Constaterende dat Wijdemeren een mooi scala heeft aan de waterrijke gebieden en plassen en deze gebieden ook belangrijke toeristische trekpleisters zijn, zien wij als ChristenUnie dat er in Wijdemeren relatief weinig gebieden zijn waar je kunt zwemmen en zonnen en de recreatiestrandjes, ook uit eigen ervaring, zijn bij mooi weer overvol. Nou, we willen als gemeente een aantrekkelijke gemeente zijn en recreatie is ook een belangrijke bron van inkomsten voor onze ondernemers. Ontspanning is bovendien heel belangrijk voor het welbevinden van onze inwoners en ook de toeristen. Daarom verzoeken we het college om samen met particuliere eigenaren en of beheerders, zoals bijvoorbeeld Natuurmonumenten, op zoek te gaan naar mogelijkheden voor het uitbreiden van het aantal reguliere zwemstrandjes in onze gemeente en een terugkoppeling te geven hiervan in de raad. Daarbij ook in kaart te brengen wat de kosten zijn voor het aanleggen van extra strandjes op de beschikbare plekken in onze gemeente en dat ook terug te koppelen. En ja, hij staat hier niet, maar het aanleggen van strandjes houdt natuurlijk ook in dat je ze moet onderhouden, maar ik neem aan dat dat automatisch ook wordt meegenomen daarin en dat zien wij dan graag teruggekoppeld. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Een van de mede indieners? Kijk ik eerst even... Niet.
Is het dan handig dat we eerst even de mening van het college vragen, de wethouder, en dat u het dan met elkaar doet. Ja? U hebt nog een ander punt, een vraag? Ja ga uw gang. Mevrouw Wind: Ja, ik heb een vraag. Hij komt voor ons een beetje uit de lucht vallen, deze motie. Het weer is er ook helemaal niet naar, maar goed, dat ter zijde. De voorzitter: Zelfs voor een zwembroekstrand is het weer er nog niet naar, denk ik. Mevrouw Wind: Voorzitter, ik heb een serieuze vraag, ik zou het op prijs stellen als u daar ook zo mee omgaat. Ik neem aan dat dat op zoek gaan enigszins gestructureerd zou moeten gebeuren. En hoe stelt u zich dat dan voor, binnen welk kader moeten we dat zien? Wie gaat dat doen, wie betaalt dat? Nou, zo heb ik nog een paar
vragen, maar vooral even binnen welk kader past dit en wie gaat dat betalen? Ik bedoel, we hebben net een naaktstrand gehad en daar vielen we al over een paar lousy boompjes en nu moet dit op zomaar. Graag indicatie. Mevrouw Kaper: Ja, goede vraag. Nou, ik bedoel niet dat het college in zwembroek op zoek moet gaan naar strandjes, maar het voorstel is ook om gewoon de mogelijkheden te verkennen. Dus wij vragen ook om dat te onderzoeken omdat wij, ook wel van uit onze fractie, maar ook wel van inwoners, horen je zit, als je aan de Spiegelplas zit, daar zijn wat zwem mogelijkheden, maar daar lijkt toch ook wel wat meer mogelijk dan er nu bijvoorbeeld is. Ja, belangrijk is om dat eerst in kaart te brengen wat de mogelijkheden überhaupt zijn, want als dat particuliere eigenaren zijn of Natuurmonumenten zegt ja dat is vanwege natuurwaarden niet mogelijk, dan houdt het natuurlijk snel op. Maar wij vroegen ons wel af, is daar al eens heel grondig naar gekeken? Wie dat moet betalen? Nou we zeggen ook brengt de kosten eerst in kaart voor het aanleggen van de zwemstrandjes en wij denken dan bijvoorbeeld aan een recreatiefonds of misschien kan het deel worden van het gebiedsakkoord om te kijken wat daar mogelijk is.
De conclusie kan zijn, en ik ben daar ook wel bang voor, maar ik denk ja eerst onderzoeken, dan de haalbaarheid bekijken, dat het college terugkomt en zegt nou het zou kunnen, maar het gaat ongelooflijk veel geld kosten en we kunnen daar ook geen dekking voor vinden. Dan zijn wij realistisch maar dan kun je ook zeggen, we hebben bekeken wat de mogelijkheden zijn dus daar gaat deze motie met name om. De voorzitter: Ja, mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Nog een korte vraag. U legt uit hoe het zou moeten met de kosten als het onderzoek gedaan is. Mijn vraag is wie gaat dat onderzoek doen en dat dat moet toch enigszins gestructureerd gebeuren? Daar zie ik geen enkele kosten indicatie, geen enkele dekking voor, dus hoe moeten we dat zien? Mevrouw Kaper: Het is inderdaad een ietwat, hoe zeg je dat, meer open motie dan gebruikelijk. Wij vragen de wethouder om inderdaad daar onderzoek naar te doen. De manier waarop zij dit wil aanpakken, met welke partner ze in gesprek gaat, hoe ze dat vorm wil geven, ik hoop dat ze daar zo iets over gaat zeggen en of dat haalbaar is, ik ben gewoon benieuwd ook naar het antwoord van de wethouder daarover. De voorzitter: Ja, u was al een twee keer dus dan dat... Maar dat komt in een eventuele volgende termijn. Laten we even kijken, want anderen staan ook nog in de wachtrij. Mevrouw Van Rijn was eerst en daarna de heer Van Balen. Mevrouw Van Rijn.
Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zou bijna tegen mevrouw Wind willen zeggen, wij lachen er in de fractie altijd om, elk onderzoek in Wijdemeren kost minimaal 50.000 euro. Kijk maar in de begroting, elk onderzoek 50.000 euro. Maar dat, ik weet niet of ze daar genoeg meeneemt. Maar ik wil toch even reageren, voorzitter, ik hoor een intellectueel voorstel, nou ik heb hier heel veel, heel veel moeite mee. En waarom, voordat het college gaat antwoorden, ik wil even terug naar de begrotingsraad. De begrotingsraad waar we het hadden over het verlagen van de OZB voor inwoners, die toch al steeds hogere kosten krijgen op hun bordje. En het waren de Lokale Partijen, de VVD en de ChristenUnie deed eerst mee, maar daarna niet meer, die zeiden: Wij wilden met een aantal partijen de kosten voor de inwoners naar beneden krijgen. Eén procent OZB, ongeveer 95.000 euro. En mevrouw Kaper, die was het daarmee eens. Maar toen zei het college: Ja, maar van de provincie mogen we niet tornen aan deze begroting. En toen heeft de CDA fractie de opmerking gemaakt dat het voor ons allemaal voelt als een wassen neus, want als de provincie er wat van vindt en nu ligt die begroting voor en het eerste wat mevrouw Kaper doet, is geld er uitputten. Het kon niet voor de OZB, maar het kan wel voor deze strandjes om hier geld voor te zoeken. Dus mijn vraag is wat is het u waard, hoe
realistisch vindt u het en wat denkt u dat een strandje kost in aanleg en onderhoud? Ik vind het echt, voorzitter, we vielen bijna van ons stoel. De ChristenUnie, die tot het laatste moment meedoet, dan de oren laat hangen naar het college, die zegt we kunnen de OZB niet verlagen, we hebben afgesproken als het kan, dan vinden we met meerderheid van de raad, dat het geld wat overblijft terug moet naar onze inwoners, vind ik heel terecht. Kijk naar het vorige onderwerp, maar er zijn heel veel mensen die hele hoge last hebben, die niet voor alles in haar aanmerking komen. We hadden afgesproken wat er overblijft, moet terug. We zijn nog geen twee maanden later en dan zegt mevrouw Kaper: Laten we eens onderzoeken wat de strandjes zijn en hoeveel strandjes. Ben heel benieuwd, wat is het u waard, die strandjes, wat denkt u dat het kost? En wat vindt u van die verlaging van de OZB? Ik vind het gewoon niet kunnen, voorzitter. Het zelfde geldt voor de VVD en de Lokale Partij, want die wilde ook per se van de begroting afblijven. Nou, we zien twee maanden later wat die belofte betekent. De voorzitter: Mevrouw Kaper. Mevrouw Kaper: Dank u wel, mevrouw Van Rijn. Dat zijn goede vragen. Ja, het klopt. Het klopt dat mevrouw Van Rijn, wat zij zegt, dat wij niet aan die OZB wilden tornen vanwege het preventieve toezicht. Nou, daar sta ik nog steeds achter. Dat toezicht is nu opgeheven.
Dat betekent dat er weer meer mogelijkheden zijn. En het heeft… Ik wil graag mijn punt even afmaken. In die zin is het ook een open motie, dat zei ik net al. Dat is misschien een beetje ongebruikelijk. In veel moties zien we al dat er dekking gezocht is. Dat is natuurlijk ook prettig als een partij zelf kijkt, waar zou de dekking vandaan komen? Maar in dit geval denk ik ja, het is een kwestie van in gesprek gaan met de beheerders, eventueel eigenaren, om te kijken wat er mogelijk is. Ik neem niet aan dat dat om tonnen zal gaan. En als de wethouder uit het onderzoek, de aantal gesprekken, uitkomt dat het echt veel te prijzig is, dat het te weinig inkomsten genereert en dat we dit niet moeten doen, dan zullen wij daar opnieuw naar kijken. Dat is eigenlijk waarom we dit toch hebben gedaan om dit gewoon te onderzoeken. Nou tot zover. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter, voordat ik een reactie daarop geef. Ik heb nog geen antwoord op mijn vraag gehad, dus ik wil daarop reageren. Mijn vraag was: Wat is het mevrouw Kaper waard om dit te doen? Dat was mijn vraag. En is hetgeen wat u denkt dat het waard is, vindt u dat aan de voorkant realistisch en dan zou ik daarna graag op willen reageren maar ik heb nog geen antwoord op die vraag. Wat is het u waard? Mevrouw Kaper: En dan doelt u op harde euro's? Bitcoin hoor ik iemand zeggen. Ja nou ja, dan heeft u toch denk ik niet de motie begrepen.
Het is een vraag aan de wethouder om te onderzoeken wat er mogelijk is. Dus daar kan ook uitkomen dat, stel dat er één plek gevonden wordt waar een strandje gerealiseerd kan worden en daar komt een bedrag uit voor het onderhoud, stel dat de wethouder daar ruimte voor vindt in het gebiedsakkoord, dan kunnen we verder praten. Stel dat de wethouder dat niet vindt, stel dat de wethouder zegt ja, we kunnen dit of dat doen, maar dat gaat gigantisch in de papieren lopen, dan ben ik de eerste die zegt laten we dat nou niet doen. Mevrouw Van Rijn: Voorzitter? De voorzitter: Ja, maar u hebt een vraag gesteld, vervolgvraag… Ik wil zo dat we de wethouder... Ja maar u bent heel handig in het debat. Heel kort dan. Ja, maar ik wil even dat we dan straks ook, na de vragen aan de initiatiefnemers, dat we even de wethouder advies namens het college kunnen laten geven. Dan kunt u nog een vervolgronde debat hebben. Ga uw gang.
Mevrouw Van Rijn: Ja, dank u wel, voorzitter. Als reactie op het antwoord, ik heb nog steeds niet gehoord wat het mevrouw Kaper waard is. Wat ik wel heb gehoord, een open motie, ik noem dit gewoon een motie voor de bühne. Het staat ontzettend leuk in de krant dat we gaan onderzoeken of er meer strandjes zijn, dat de ChristenUnie dat graag wil. En dan zegt u erbij: Maar gelukkig het toezicht is nu opgeheven. Voorzitter, dit is precies wat de CDA fractie zei. U staat nu de mensen in de kou zetten met die OZB, want we konden er echt niet aan laten. Meneer Zagt heeft ons uitgelegd, blijf van dat geld af, want we hebben dat geld in de toekomst nodig. En wat zegt u? De provincie heeft het toezicht opgeheven, ik kan lekker in die potjes ga. Ik vind het echt voorzitter, ik ga er in het tweede termijn nog op verder, het is gewoon een motie voor de bühne, want natuurlijk kost dit geld. En als u van, we hadden afgesproken dat het terug moest gaan naar de burger en dan gaat u er weer allemaal nieuwe dingen voor doen. Dat vindt het CDA echt vervelend en dan gaan we in tweede termijn, als we daar nog een reactie op krijgen. Ik ben ook benieuwd hoe de VVD en de Lokale Partij daarnaar kijken, want die wilde ook per se niet aan geld komen. De voorzitter: Volgens mij was het geen vraag. Ik zag de heer Van Balen en daarna de heer Goetheer. De heer Van Balen: Dank u voorzitter.
Kijk, eigenlijk is er een onderzoeksvraag en als daar wat uitkomt dan krijg je natuurlijk de begrotingsvraag van wat willen we daaraan uitgeven, maar kijk dat onderzoek hoeft natuurlijk niet zo heel veel te kosten en het is wel een belangrijk punt. Er is gewoon behoefte aan en je kunt gewoon in het NieuwsSterretje oproepen of er mensen zijn die mogelijkheden zien. Er zijn regelmatig contacten met Natuurmonumenten, dus het hoeft allemaal niet zoveel te kosten. We kunnen wel zeggen, ja er moet weer een ambtenaar op gezet worden en zo, daar zitten wij ook niet op de wachten. Wij zitten niet op onderzoek van vijftig mille te wachten. We zitten gewoon eens even te wachten, zijn er überhaupt nog mogelijkheden en dat kan best met heel gering aantal middelen. En ik vind dat we dat best kunnen doen dus daarom steunen wij deze motie, voorzitter. De voorzitter: De heer Goetheer. De heer Goetheer: Ik heb vanavond al wel wat gezegd over draaiende partijen, maar deze slaat toch echt wel ook weer alles hoor. Mijn excuses. Maar ik ben wel benieuwd. Het hoeft allemaal niet zoveel te kosten, beluister ik net van de VVD. Het gaat dus dat we op zoek gaan naar het uitbreiden van het aantal reguliere zwemstrandjes, waar ik een groot voorstander van ben.
Toen ik hier kwam wonen, verbaasde ik mij erover hoe weinig mogelijkheden er zijn, vanuit Loosdrecht eigenlijk, qua strandjes, terwijl je de hele plassen hebt. Dus dat hele idee begrijp ik en steun ik ook van harte. Maar op dit moment en met deze argumentatie en wanneer ik dan de VVD dus beluister, met het hoeft niet zoveel te kosten, hoeveel mag het maximaal van de VVD kosten? Want hier staat helemaal niks, u zegt niet veel en van mevrouw Kaper wil ik dat antwoord ook graag horen: Hoeveel mag het onderzoek van u kosten? De voorzitter: Mijnheer Van Balen. De heer Van Balen: Nou, weet u, ik vertel net wat de mogelijkheden zijn om in eigen beheer met een advertentievraag in de lokale media en gewoon de normale contacten met Natuurmonumenten dat eens even aan de orde te stellen. Dat hoeft haast niks te kosten. Weet u, een beetje tijd, een heel klein beetje tijd van de wethouder. En ik ben benieuwd wat de wethouder gaat zeggen, voorzitter. De voorzitter: Daar zijn we ook allemaal benieuwd naar. Maar de heer Roosenschoon wilde nog.
De heer Roosenschoon: Ja, voorzitter, wij steunen deze motie zonder enig probleem, daar hebben we het al eerder over gehad. We hebben het er eerder over gehad van het feit dat er voldoende recreatieve voorzieningen zijn vanaf het water, maar weinig recreatieve voorzieningen van de kant van de wal naar het water. Dus de plaatsing van openbare strandjes, of het is om te liggen, te vissen, te zwemmen of wat dan ook, daar is gewoon een grote behoefte aan, want daar is deze gemeente arm aan, niet rijk aan. We zijn rijk aan water, we zijn arm aan de toegankelijkheid van het water. Dus om te kijken of er mogelijkheden zijn om extra strandjes aan te leggen, en inderdaad zoals de heer Van Balen zei, dat hoeft niet ambtelijk te gebeuren, we kunnen inderdaad ook een oproep doen in de reguliere gesprekken met de partners, laten we dat onderzoeken doen. Blijkt dat dat niet tot resultaat leidt, dan zien we dat verder, dan komt het college terug met de resultaten daarvan. Maar laten we in ieder geval in den beginne kijken wat de mogelijkheden zijn. Als daar dan een kostenplaatje aan zit, uiteraard zit daar een kostenplaatje aan, mochten we inderdaad over kunnen gaan tot het aanleggen van een strandje, dan zal er zonder meer een raadsvoorstel komen naar deze raad en dan zullen we daarover oordelen. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Ja, dank u wel.
Gelukkig is er al heel veel gezegd. Als er dan zo'n motie binnenkomt, dan denken we uiteraard ook bij DorpsBelangen: Ja, leuk gaan we doen, fantastisch. We willen ook meer strandjes, maar de kosten, de kosten zijn natuurlijk wel een ding en ook bij dit onderzoek denk je dan, een onderzoek hiernaar doen, we zijn allemaal de ogen en de oren hier, alle inwoners hebben hun ogen bij zich, ze kunnen allemaal met een voorstel komen. We hebben natuurlijk een gebiedsakkoord, we hebben een wethouder die recreatie in de portefeuille heeft. Denkt u niet dat er allang een voorstel was gedaan? We hadden allang geweten met elkaar van ja maar daar moet een strandje komen. Daar vinden we het allemaal fantastisch. Dan hadden we dat allang geweten. DorpsBelangen is zeker een voorstander van uitbreiding van het recreatieve stuk en ook van de strandjes. Maar een onderzoek hiernaar doen. Wij zijn uiteindelijk meer voorstander van, zoals mijnheer Van Balen het schetst, ogen en oren open, wellicht een stukje in de krant op de nieuwspagina en dan komen we al een heel end. Laten we alsjeblieft geen ambtelijke organisatie of onderzoekbureau inhuren of wat dan ook, alsjeblieft. Dank u wel. De voorzitter: Ik wil even kijken, want we moeten ook zo naar het college.
Maar mevrouw Kaper kan antwoorden, ik zag mevrouw Van Rijn wil toch nog dringend iets zeggen, ik weet of nog iemand anders nog, en mevrouw Rademaker, dan gaan we naar het college en dan kunnen we altijd kijken of een tweede termijn ook… Wat zegt u? Mevrouw Van Rijn: Alleen tweede termijn is goed voor mij. Ik wacht dan eerst even op de antwoorden. De voorzitter: Oké, mevrouw Rademaker is nog niet geweest, die krijgt ze ook nog de kans. Mevrouw Kaper de eerste. Mevrouw Kaper: Ja, een korte reactie even op DorpsBelangen, maar nog ook even op mijnheer Goetheer, want daar heb ik volgens mij ook nog een vraag gehoord. Ja, u doet allemaal heel zenuwachtig alsof we al miljoenen hebben uitgegeven aan potentiële strandjes. Dat is helemaal niet wat deze motie vraagt. Ik denk als zelf een auto aanschaft of van iets anders of nieuwe schoenen, dat u ook vergelijkt en kijkt en wat is er mogelijk, wat staat er op mijn spaarrekening, wat kan ik uitgeven? Dat is eigenlijk wat deze motie vraagt en er staat inderdaad op zoek te gaan naar mogelijkheden. Ik vraag helemaal niet om een groot onderzoek door één of ander onderzoeksbureau, dat dat staat er niet hè. Er staat breng in kaart wat de kosten zijn, ga op zoek naar
mogelijkheden. Het woord onderzoek staat er volgens mij niet eens in, dus ik vind het wat paniekerig eerlijk gezegd. De voorzitter: Even voor de ordentelijkheid, ik had ze... Dan komt mevrouw Rademaker, mevrouw… Maar dit lokt toch iets uit, in ieder geval bij mevrouw Van Rijn. Maar dat wordt een uitgebreide eerste termijn, maar goed dat moet dan maar, dan gaat het daarna sneller. Maar eerst mevrouw Rademaker. Ga uw gang. Mevrouw Rademaker: Dank u wel, voorzitter. Ja, nu vallen we opeens allemaal over het woord onderzoek en de vijftig k onderzoeksbureau, daar gaat het niet over. Dit kan een vrij eenvoudige verkenning zijn en al is het maar om te bepalen met elkaar en vast te leggen, maar daar hebben we al gekeken daar kan het niet. En we zitten regelmatig met Natuurmonumenten aan tafel, we zitten met de HISWA-RECRON aan tafel en dan is er toch niks mis mee om eens bij elkaar weer te inventariseren. Waar zien wij misschien op dit moment wèl mogelijkheden? Daar hoeft geen vijftig k onderzoeksbureau opgezet te worden. Mevrouw IJsbrandij: Voorzitter? De voorzitter: Ja, eerst mevrouw Van Rijn, dan u, maar dan... Ik wil echt proberen dat we even naar het advies van het college gaan, naar onderlinge discussie en dan zo nodig een tweede termijn. Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Ja, voorzitter, mijn interruptie ging over mevrouw Kaper.
Die zei van we hebben nog helemaal niks uitgegeven en toen zei ze tegen de heer Goetheer, dat doet u toch ook als u een auto gaat kopen? Nou, bij mij werkt het zo dat als ik een auto nodig heb dan ga kijken en dan kies ik er een. Mevrouw Kaper is denk ik van het kaliber dat ze gaat shoppen en alleen gaat kijken, maar in principe heb je het toch nodig? Wat heeft het voor zin voor onze inwoners om te zeggen wij willen een onderzoek naar strandjes, maar zodra de het over euro's gaat, dan hoeven we ze toch niet meer. Of we willen dit, en daarom mijn vraag wat is het u waard, en ik hoop echt dat u dat in de eerste termijn nog wil beantwoorden en wat denkt u dat zoiets kost. Of we willen het, of willen het niet, maar we kunnen toch niet onze inwoners met een kluitje in het riet sturen, oh leuk, we gaan kijken voor meer strandjes, maar als het geld kost, dan doen we het niet. En die 50.000 euro, even voor mevrouw Rademaker, de rest had dat volgens mij begrepen, dat was een grapje, ik zei in principe kost alles in Wijdemeren 50.000 euro. Het gaat ons natuurlijk veel meer om de realisatie van de strandjes, maar ik denk dat zou ik nog even toelichten voordat daar een misverstand ontstaat. Maar de rest had er wel om gelachen, geloof ik. De voorzitter: Dank, mevrouw IJsbrandij nog en dan mevrouw Kaper en dan echt even naar het college. Mevrouw IJsbrandij: Ja, ik was alweer afgekoeld.
Het ging me meer om mevrouw Rademaker, die inderdaad op de centen zit en niet wil uitgeven hè? Financiën op orde enzovoort, enzovoort en dan nu wel voor dit openstaat, want uiteindelijk is het en open ding. Ik hoorde nog een andere tegenstelling en die ben ik nu kwijt. Dank u wel. De voorzitter: Ja, als u wordt aangesproken mag u reageren en dan mevrouw Kaper. Mevrouw Rademaker: Voorzitter, we klagen met zijn allen steen en been dat er een Oostelijke Vechtplassenakkoord ligt waar niets uitkomt, helemaal niets. Alle onderzoeken die daar gedaan zijn, zijn gestrand. Daar ligt nog... Nou, is dit een intellectueel voorstel of wat? De ondernemers zouden er blij mee zijn, de gasten zouden er blij mee zijn, de inwoners zouden er blij mee zijn als we wat meer openbare strand mogelijkheden hebben. Wat is er nou mis mee om een globale scan te doen of we mogelijkheden zien? Van
tevoren kunnen we toch niet inschatten wat dat gaat kosten? Dat is juist het vervelende. Wisten we het maar, dat het 100.000 euro kost, dan konden we meteen zeggen, nee dat hoeft niet hier van onze begroting hè. We hebben ook een recreatie- en toerismereserve die ingezet kan worden, dat hoeft niet uit de algemene reserves gehaald te worden. Mevrouw…: Voorzitter, ik denk dat we toch gewoon het college af moeten wachten en dan kijken of mevrouw Rademaker nog hetzelfde zegt. De voorzitter: Ja, maar ik had beloofd dat mevrouw Kaper, als ze wilde nog zou kunnen reageren of niet? Mevrouw Kaper: Ja, nou ja tot slot, ik ben wel jaloers op mevrouw Van Rijn dat zij naar een winkel gaat en gewoon een auto uitzoekt en die betaalt. Het enige wat we met deze motie beogen, en een aantal anderen hebben het ook al gezegd, is even in kaart brengen wat de opties zijn of dat ons spaarbankboekje past en wat wij dan daar mogelijk mee zouden kunnen doen. Voorzichtiger kan ik me niet uitdrukken. De voorzitter: Ik denk dat, wat ik al een tijd probeer, echt goed is dat we nu eens even vragen wat het advies van het college is. Wethouder Kruijt. Mevrouw Kruijt: Ik heb eigenlijk zelden zo'n vrolijke sessie meegemaakt als met dit onderwerp. Heeft misschien te maken met het feit dat het een open motie is, ik weet het niet, in ieder geval, er is heel veel discussie daarover.
Laat ik zeggen dat ik een hartstikke interessante oproep vind, want het is overduidelijk dat het erg druk is op onze beperkt aantal strandjes op mooie dagen. De oproep aan het college is van zoek de mogelijkheden voor het uitbreiden, et cetera. Om dingen goed uit te zoeken hebben we tijd en capaciteit nodig en dus moeten er kosten gemaakt worden. We hebben nu geen mensen, we hebben geen mensen in huis en er ligt nog een enorme hoeveelheid werkzaamheden die ook urgent zijn, die liggen op een stapel, die moeten weggewerkt worden met de beperkte bezetting. Wil ik daar dan toch wel even nog voorrang aan verlenen, simpelweg omdat mensen wachten op van alles en nog wat. Waarschijnlijk hebben we in het najaar wat meer collega's binnen op het biedt voor recreatie, toerisme, water et cetera. Dus misschien kunnen we dit verzoek een beetje gaan proberen te verknopen met het programma Groenblauwe Parel, met opgave die we hebben voor recreatie en toerisme, alles in het kader van een integrale afweging. En ik denk dan ook dat het, juist omdat wij heel veel contacten hebben met allerlei partners en heb dan ik het over de recreatie- en toerismeondernemers waar we over als het goed is over een week of twee een handtekening onder het convenant zullen gaan zetten, dan gaat een adviescommissie starten, die gaan ook meedenken over allerlei dingen in dit gebied.
We hebben tuurlijk het gebiedsakkoord waar we als partij inzitten, we hebben contacten met het plassenschap, we hebben heel veel contacten met Natuurmonumenten en natuurlijk ook met gewoon inwoners van onze gemeente. Ik denk dat er voor dit verzoek best een heleboel koppel kansen liggen en dat we daar naar moeten kijken en dat we die onder de aandacht moeten brengen. Maar omdat er geen mensen zijn, omdat er dus geen capaciteit is, kan ik het op dit moment gewoon ook helemaal niet waarmaken om te zeggen van wij omarmen de motie of wat dan ook. Als we het nou zo zouden kunnen doen, dat u mij de tijd en ruimte geeft om met onze contacten die we hebben dit onder de aandacht te brengen, te kijken wat we kunnen, misschien ook wel die oproep doen in onze lokale krantjes van, weet u wat, heeft uw ideeën, is er iets mogelijk, en dat we het dan niet hebben over een motie maar dat we het noemen een oproep aan het college om te kijken of hier iets kan worden gedaan, waardoor we uiteindelijk als effect zien dat we wellicht meer plekken gaan krijgen die goed is voor onze eigen inwoners, maar ook voor de bezoekers van deze gemeente. Want we moeten wel degelijk ook zorgen dat we de effecten van extra strandjes in beeld, hebben, los van wat er aan kapitaal of wat er aan geld mee gemoeid is. Tot zover.
De voorzitter: Even voor de duidelijkheid. Met betrekt tot de motie, u zegt namens het college, die motie zo, dat kunnen we niet een twee drie uitvoeren, hebben we de capaciteit en dergelijke niet. Maar ik wil wel de intentie uitspreken dat als we her en der overleggen hebben en we hebben de mogelijkheid dit in te brengen en zonder dat wij ambtenaren moeten aannemen en extra aan het werk te zetten en dergelijke, gaan we kijken of ook met name de partners, de deskundigen op het gebied, ook eens kunnen kijken of daar wellicht iets uit kan komen. Dat u die gelegenheden benut en daar bij gelegenheid, maar dat is niet binnen een paar maanden of wat dan ook, op terugkomt. Maar het is wel waar, we zitten continu te dubben, wat kunnen we wel, wat kunnen we niet? Dat is ook het gevolg van de situatie waar we met elkaar in zijn gekomen en echt aan het uitkrabbelen zijn, dat is dus in feite, dus deze motie zo niet, maar wel de aanmoediging bij goede gelegenheden de mogelijkheid van extra standjes neer te leggen, met name bij de partners, en kijken of daar iets uit kan komen. Mevrouw Kruijt: Ik had het niet beter kunnen verwoorden. De voorzitter: Dank u wel, dan is het nu aan de raad, tweede termijn. Mevrouw Wind. Mevrouw Wind: Dank u wel, voorzitter. Wijze woorden van de wethouder. We krijgen ze bij elk onderwerp en dus ook hier en zo hoort dat ook, denk ik.
Ik zie toch dat zo'n verlanglijst wellicht iets oplevert, dus ik ga daar gelijk gebruik van maken. Er is binnen de gemeente namelijk enorme behoefte aan een consultatiebureau, aan huizen, aan opvanglocaties voor vluchtelingen, aan speeltuinen, aan ontmoetingsruimten voor ouderen en jongeren, aan huisartspraktijken en zo kan ik nog even doorgaan. De stapel belangrijke stukken lijkt me een uitstekende plek voor deze motie, maar ik willen wel even op wijzen dat in die stapel belangrijke stukken allemaal nog vragen liggen over een aantal dingen die ik net noemde. Mag ik ook zo'n toezegging van het college? Dank u wel. De voorzitter: Anderen nog? Mevrouw Van Rijn. Mevrouw Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Wij als CDA zijn niet zo hard om tegen deze wethouder te zeggen dat er niks van het gebiedsakkoord terechtkomt. Dat zal je maar gezegd worden na al het harde werk. Wij zien echt wel dat er dingen gebeuren, maar wij zien ook recreatieondernemers die hier aan de bel trekken en zeggen: De punten die in het gebiedsakkoord staan, worden al niet uitgevoerd, laten we nou eerst eens doen wat we zouden doen en laten we daar nou eens heel goed in worden. Dat is wat CDA betreft belangrijk, net als het consultatiebureau, net als die huizen er zijn belangrijkere dingen dan dit. En natuurlijk willen wij ook strandjes.
Maar ik vind echt, en die opmerking, voorzitter, die blijft me toch erg bij, gelukkig zijn we onder het toezicht uit mevrouw Kaper, gelukkig kunnen we dat geld allemaal weer gebruiken. Zo hebben wij steeds gewaarschuwd, zo werkt het toezicht niet en zo moeten we ook niet doen. En mijnheer Zagt heeft ons daarvoor gewaarschuwd. Ik voel bijna de neiging om zelf ook van alles uit dat potje te gaan halen. Kan me tot nu toe nog behoorlijk beheersen, maar hoe lang dat nog duurt, weet ik niet. Ik heb het even voor u opgezocht. Het strandje De Zuwe, in 2013, en dan heb ik de inflatie niet meegenomen, 298.000 euro in aanleg plus 117.000 euro voor de ECO toiletten. Als we zien bij De Blijk, waar ik zelf ook graag zwemmen, het Spiegelstrandje, als ik die wc's daar zie denk ik goh niet zo fris, ik ga er liever niet heen. Dan denk ik, laten we nou eens goed doen wat we goed kunnen doen. Dan gaan we weer iets nieuws erbij. Er is straks geen geld voor een wc, er is geen geld voor dit, er is geen… Maar ons voorstel zou zijn laten we goed doen wat we kunnen doen. En ik heb wel een andere oproep aan deze indieners. Het CDA heeft een fantastisch, als zeg ik het zelf, een plan ingediend voor bouwlocaties. Ik zou zeggen, gaat u om de tafel om die strandjes in beeld te brengen, want ik had op zijn minst dan wel drie locaties verwacht waarvan u zegt van nou ja, daar kan het potentieel.
Gewoon maar roepen van we zetten het in de krantjes, ik vind een beetje beschamend, in de
krantjes: Heeft u een leuk idee, roept u maar. En dan leest die recreatieondernemer dat en die denkt ho ho, er liggen nog twintig initiatieven van onze sector, waar blijft dat? Dus ik zou mevrouw Kaper willen oproepen om zelf aan de slag te gaan, in uw badpak of niet, en dan met een lijstje te komen welke strandjes u goed vindt, daar met onderzoekers naar te kijken en de kosten te berekenen. En dan wil het CDA van harte daarnaar kijken. En dat zullen we ook echt serieus naar kijken als de locaties en de kosten in beeld gebracht worden. Ik zou zeggen maak er een leuk tripje van met zijn allen. De voorzitter: Mevrouw IJsbrandij. Mevrouw IJsbrandij: Ja, het mag ook wel eens gezegd worden, DorpsBelangen is erg blij met het antwoord van de van de wethouder en is nu heel nieuwsgierig naar wat mevrouw Rademaker te zeggen zou hebben na dit betoog van de wethouder. De voorzitter: Wie nog meer in tweede termijn? Ja, mevrouw Rademaker. Mevrouw Rademaker: Er wordt nog wat gevraagd. De wethouder zegt niks raars net zoals wij niks raars gezegd hebben hè. Inventariseer nou, met de partners wanneer je ze spreekt. We hebben van meet af aan gezegd, geen onderzoeksbureau van 50.000 euro. Maar er ligt hier een prachtig gebied waar misschien nog mogelijkheden zijn die wij niet in beeld hebben. Inventariseer nou of daar mogelijkheden zijn om een openbaar strandje van te maken.