2. WAS WORDT lijst GR 2022 nr. 21.0005019
Tekst van het document
Portefeuillehoudersoverleggen kunnen gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. 7. Besluiten van portefeuillehoudersoverleggen die financiële en/of beleidsmatige consequenties hebben voor één of meerdere gemeenten dienen - alvorens tot uitvoering kan worden overgegaan - bekrachtigd te worden in de eerstvolgende vergadering van het betreffende portefeuillehoudersoverleg.
Hoofdstuk 7 Ambtelijke organisatie Hoofdstuk 7 Ambtelijke organisatie Artikel 25 Algemeen directeur De algemeen directeur is hoofd van de ambtelijke organisatie.
Artikel 26 Rechtspositie 1. Op de medewerkers in (tijdelijke) dienst van de Regio is de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) van toepassing voor zover het dagelijks bestuur daarin niet zelf via lokale regelingen heeft voorzien en met dien verstande dat op de medewerkers van de Regionale Ambulance Voorziening de Cao Ambulancevoorziening van toepassing is en dat op de medewerkers van de Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V. de Cao Taxivervoer van toepassing is. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de Cao SGO. 3. Waar in de in het eerste lid bedoelde Cao SGO wordt gesproken van “gemeenteraad”, “college” dan wel “hoofd van de dienst” wordt voor de toepassing van de Cao SGO gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de algemeen directeur.
Artikel 25 24 Algemeen directeur De algemeen directeur is hoofd van de ambtelijke organisatie.
Artikel 26 25 Rechtspositie 1. Op de medewerkers in (tijdelijke) dienst van de Regio is de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) van toepassing voor zover het dagelijks bestuur daarin niet zelf via lokale regelingen heeft voorzien en met dien verstande dat op de medewerkers van de Regionale Ambulance Voorziening de Cao Ambulancevoorziening van toepassing is en dat op de medewerkers van de Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V. de Cao Taxivervoer van toepassing is. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de Cao SGO. 3. Waar in de in het eerste lid bedoelde Cao SGO wordt gesproken van “gemeenteraad”, “college” dan wel “hoofd van de dienst” wordt voor de toepassing van de Cao SGO gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de algemeen directeur.
Hoofdstuk 8 Financiën en beheer Hoofdstuk 8 Financiën en beheer Artikel 27 Dienstjaar Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december van elk jaar. Artikel 28 Algemene financiële beleidsmatige kaders Het dagelijks bestuur zendt voor 1 februari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële beleidsmatige kaders ter informatie aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 29 Begroting 1. Het dagelijks bestuur stelt met inachtneming van artikel 186 van de Gemeentewet jaarlijks een ontwerpbegroting op overeenkomstig de wettelijke vormvereisten. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting tezamen met de voorlopige jaarrekening en het ontwerpvoorstel tot bestemming van het resultaat vóór 15 april en uiterlijk acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de gemeenteraden. 3. De ontwerpbegroting wordt via de website van de Regio voor een ieder beschikbaar gesteld en op de daarvoor geëigende wijze per gemeente voor een ieder ter inzage gelegd. 4. De gemeenteraden kunnen binnen acht weken hun zienswijze over de ontwerpbegroting en het ontwerpvoorstel bestemming resultaat naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de ontwerpreactie op de zienswijzen bij de ontwerpbegroting en bij het voorstel tot bestemming van het resultaat, zoals deze ter vaststelling bij het algemeen bestuur voorliggen, en geeft hiervan kennis aan de gemeenteraden. 5. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting toe aan de gemeenteraden. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. 6.
De mogelijkheid tot uitbrengen van een zienswijze aan de gemeenteraden
Artikel 27 26 Dienstjaar Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december van elk jaar. Artikel 28 27 Algemene financiële beleidsmatige kaders Het dagelijks bestuur zendt voor 1 februari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële beleidsmatige kaders ter informatie aan de raden van de gemeenten. Artikel 29 28 Begroting 1. Het dagelijks bestuur stelt met inachtneming van artikel 186 van de Gemeentewet jaarlijks een ontwerpbegroting op overeenkomstig de wettelijke vormvereisten. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting tezamen met de voorlopige jaarrekening en het ontwerpvoorstel tot bestemming van het resultaat vóór 15 april en uiterlijk acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de gemeenteraden. 3. De ontwerpbegroting wordt via de website van de Regio voor een ieder beschikbaar gesteld en op de daarvoor geëigende wijze per gemeente voor een ieder ter inzage gelegd. 4. De gemeenteraden kunnen binnen acht weken hun zienswijze over de ontwerpbegroting en het ontwerpvoorstel bestemming resultaat naar voren brengen. 5. Het dagelijks bestuur voegt de ontwerpreactie op de zienswijzen bij de ontwerpbegroting en bij het voorstel tot bestemming van het resultaat, zoals deze ter vaststelling bij het aan het algemeen bestuur voorliggen en geeft hiervan kennis aan de gemeenteraden. 5.
Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting toe aan de gemeenteraden. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland.
op grond van artikel 35 van de Wet wordt tevens geboden op besluiten tot wijziging van de begroting voor zover het betreft wijzigingen die leiden tot een verhoging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten.
6. De mogelijkheid tot uitbrengen van een zienswijze aan de gemeenteraden op grond van artikel 35 van de Wet wordt tevens geboden op besluiten tot wijziging van de begroting voor zover het betreft wijzigingen die leiden tot een verhoging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten.
Artikel 30 Jaarrekening 1. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening - inclusief de bestemming van het resultaat – vast, met inachtneming van artikel 186 van de Gemeentewet, in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening en het besluit tot bestemming van het resultaat ter kennisneming aan de gemeenteraden. 3. De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden. 4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland.
Artikel 30 29 Jaarrekening 1. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening - inclusief de bestemming van het resultaat – vast, met inachtneming van artikel 186 van de Gemeentewet, in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening en het besluit tot bestemming van het resultaat ter kennisneming aan de gemeenteraden. 3. De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden. 4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland.
Artikel 31 Vaststelling en betaling bijdrage 1. De kosten van de Regio die niet uit andere inkomsten worden bestreden, komen ten laste van de gemeenten naar verhouding van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers op 1 januari van het jaar, waarop de kosten betrekking hebben met dien verstande dat de kosten verbonden aan de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 5 VI Onderwijs onder a die niet uit andere inkomsten worden bestreden, ten laste komen van de deelnemende gemeenten naar de maatstaf van het aantal leerplichtigen en kwalificatieplichtigen in de onderscheiden gemeenten per 1 oktober van het boekjaar. 2. Het algemeen bestuur kan bepalen dat voor de kosten verbonden aan bepaalde programmaonderdelen een van lid 1 van dit artikel afwijkende kostenverdeling geldt. 3. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot per maand een twaalfde van de in lid 1 en lid 2 van dit artikel bedoelde bijdrage. 4. Het dagelijks bestuur kan bepalen dat een van het in lid 1 van dit artikel bedoelde bedrag afwijkend voorschot wordt betaald. 5. Het dagelijks bestuur kan bepalen dat een van lid 3 in dit artikel afwijkend betaalschema van toepassing is.
Artikel 31 30 Vaststelling en betaling bijdrage 1. De kosten van de Regio die niet uit andere inkomsten worden bestreden, komen ten laste van de gemeenten naar verhouding van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers op 1 januari van het jaar, waarop de kosten betrekking hebben met dien verstande dat de kosten verbonden aan de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 5 VI Onderwijs onder a die niet uit andere inkomsten worden bestreden, ten laste komen van de deelnemende gemeenten naar de maatstaf van het aantal leerplichtigen en kwalificatieplichtigen in de onderscheiden gemeenten per 1 oktober van het boekjaar. 2. Het algemeen bestuur kan bepalen dat voor de kosten verbonden aan bepaalde programmaonderdelen een van lid 1 van dit artikel afwijkende kostenverdeling geldt. 3. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot per maand een twaalfde van de in lid 1 en lid 2 van dit artikel bedoelde bijdrage. 4. Het dagelijks bestuur kan bepalen dat een van het in lid 1 van dit artikel bedoelde bedrag afwijkend voorschot wordt betaald. 5. Het dagelijks bestuur kan bepalen dat een van lid 3 in dit artikel afwijkend betaalschema van toepassing is.
Artikel 32 Financiële voorschriften 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de uitgangspunten voor het financiële beleid, de regels voor het financiële beheer en de Inrichting van de financiële organisatie en het beheer van de geldmiddelen; 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor een verzekering van de risico's verbonden aan het optreden van het openbaar lichaam, het in dienst hebben van (tijdelijk) personeel en het beheer van eigendommen en gelden.
Artikel 32 31 Financiële voorschriften 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast met betrekking tot de uitgangspunten voor het financiële beleid, de regels voor het financiële beheer en de Inrichting van de financiële organisatie en het beheer van de geldmiddelen; 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor een verzekering van de risico's verbonden aan het optreden van het openbaar lichaam, het in dienst hebben van (tijdelijk) personeel en het beheer van eigendommen en gelden.
Artikel 33 Reserves en voorzieningen 1. Het algemeen bestuur stelt financiële richtlijnen vast met betrekking tot de reserves en voorzieningen van het openbaar lichaam en benoemt daarbij een aan te houden noodzakelijk niveau van de algemene reserve, passend bij het risicoprofiel van de Regio. 2. Het dagelijks bestuur kan bij de jaarrekening, begroting en begrotingswijzigingen voorstellen doen aan het algemeen bestuur met betrekking tot respectievelijk de dotatie in- of onttrekking aan de reserves van de Regio naar de onderscheiden onderdelen.
Artikel 33 32 Reserves en voorzieningen 1. Het algemeen bestuur stelt financiële richtlijnen vast met betrekking tot de reserves en voorzieningen van het openbaar lichaam en benoemt daarbij een aan te houden noodzakelijk niveau van de algemene reserve, passend bij het risicoprofiel van de Regio. 2. Het dagelijks bestuur kan bij de jaarrekening, begroting en begrotingswijzigingen voorstellen doen aan het algemeen bestuur met betrekking tot respectievelijk de dotatie in- of onttrekking aan de reserves van de Regio naar de onderscheiden onderdelen.
Artikel 34 Controle 1. Het algemeen bestuur wijst een accountant aan die, met inachtneming van de in artikel 32, 33 en 35 van deze regeling bedoelde regels, belast is met de controle op het financieel beheer en de boekhouding van de Regio. De controle geschiedt tenminste eenmaal per dienstjaar ten aanzien van de boekhouding in haar geheel. 2. Van de controle wordt door de accountant een verslag gemaakt. 3. Het dagelijks bestuur zendt een exemplaar van het controleverslag terstond aan de gemeenten.
Artikel 34 33 Controle 1. Het algemeen bestuur wijst een accountant aan die, met inachtneming van de in artikel 321, 332 en 354 van deze regeling bedoelde regels, belast is met de controle op het financieel beheer en de boekhouding van de Regio. De controle geschiedt tenminste eenmaal per dienstjaar ten aanzien van de boekhouding in haar geheel. 2. Van de controle wordt door de accountant een verslag gemaakt. 3. Het dagelijks bestuur zendt een exemplaar van het controleverslag terstond aan de gemeenten.
Artikel 35 Financiering 1. Het algemeen bestuur stelt een Treasurystatuut vast waarin onder meer geregeld is het aangaan van geldleningen en rekening courant overeenkomsten en het uitlenen van geld en het doen van garantstellingen, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen. 2. De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat de Regio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 3. Indien blijkt dat een deelnemende gemeenten weigert de geraamde uitgaven op de eigen begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet
Artikel 35 34 Financiering 1. Het algemeen bestuur stelt een Treasurystatuut vast waarin onder meer geregeld is het aangaan van geldleningen en rekening courant overeenkomsten en het uitlenen van geld en het doen van garantstellingen, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen. 2. De gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat de Regio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 3. Indien blijkt dat een gemeenteweigert de geraamde uitgaven op de eigen begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet
Hoofdstuk 9 Archiefbescheiden
Hoofdstuk 9 Archiefbescheiden
Artikel 36 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Regio.
Artikel 36 35 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Regio.
Deze zorg voor archiefbescheiden – voortkomend uit taken en bevoegdheden – wordt verricht volgens een door het algemeen bestuur vast te stellen verordening. 2. Ten aanzien van beheer van de archiefbescheiden voortkomende uit de diensten worden nadere regelingen getroffen. 3. De algemeen directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum. 4. De archivaris van de gemeente Hilversum oefent toezicht uit op het onder het derde lid genoemde beheer. 5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum. 6. Na opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling worden de onder het eerste lid bedoelde archiefbescheiden met inachtneming van artikel 8 van het Archiefbesluit voor zover mogelijk vervreemd aan de taakopvolger. De overbrenging van de archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum geschiedt als had geen opheffing plaatsgevonden. Als er geen taakopvolger is, geschiedt de genoemde overbrenging direct. 7. De onder het vijfde en zesde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Hilversum.
Deze zorg voor archiefbescheiden – voortkomend uit taken en bevoegdheden – wordt verricht volgens een door het algemeen bestuur vast te stellen verordening. 2. Ten aanzien van beheer van de archiefbescheiden voortkomende uit de diensten worden nadere regelingen getroffen. 3. De algemeen directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum. 4. De archivaris van de gemeente Hilversum oefent toezicht uit op het onder het derde lid genoemde beheer. 5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum. 6. Na opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling worden de onder het eerste lid bedoelde archiefbescheiden met inachtneming van artikel 8 van het Archiefbesluit voor zover mogelijk vervreemd aan de taakopvolger. De overbrenging van de archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Hilversum geschiedt als had geen opheffing plaatsgevonden. Als er geen taakopvolger is, geschiedt de genoemde overbrenging direct. 7. De onder het vijfde en zesde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Hilversum.
Hoofdstuk 10 Toe- en uittreding, wijziging en opheffing
Hoofdstuk 10 Toe- en uittreding, wijziging en opheffing
Artikel 37 Partiële toetreding Een verzoek om te deel te nemen in een afgebakend deel van de aan de Regio opgedragen taken wordt op dezelfde wijze behandeld als een verzoek tot toetreding.
Artikel 37 36 Partiële toetreding Een verzoek om te deel te nemen in een afgebakend deel van de aan de Regio opgedragen taken wordt op dezelfde wijze behandeld als een verzoek tot toetreding.
Artikel 38 Partiële uittreding 1. Het algemeen bestuur doet op basis van een besluit van een gemeente om niet langer deel te nemen in een afgebakend deel van de aan de Regio opgedragen taken een voorstel. 2. Op een voorstel van het algemeen bestuur over een verzoek tot partiële uittreding is de procedure met betrekking tot een voorstel tot wijziging van de regeling als bedoeld in artikel 41 lid 2 van deze regeling van toepassing. 3. Het algemeen bestuur stelt -- in samenspraak met de deelnemers – vast welke verlaging van de bijdrage passend is. 4. Het algemeen bestuur stelt – in samenspraak met de deelnemers – de partiële uittreedsom vast, de voorwaarden waaronder de partiële uittreding kan plaatsvinden en de gevolgen van de partiële uittreding, waaronder in ieder geval de datum van de daadwerkelijke partiële uittreding, de gevolgen voor het personeel, contracten, huisvesting en investeringen. 5. De verlaging van de bijdrage wordt over een periode van vijf jaar gerealiseerd als volgt: jaar 1: 0%, jaar 2: 20%, jaar 3: 40%, jaar 4, 60%, jaar 5 80%, jaar 6 100%. 6. Indien onverkorte toepassing van dit artikel naar het oordeel van het algemeen bestuur tot een onbillijke uitkomst leidt, kan het de uittreedsom gewijzigd vaststellen. Het besluit tot vaststelling van de uittreedsom bevat een onderbouwing van deze beslissing.
Artikel 38 37 Partiële uittreding 1. Het algemeen bestuur doet op basis van een besluit van een gemeente om niet langer deel te nemen in een afgebakend deel van de aan de Regio opgedragen taken een voorstel. 2. Op een voorstel van het algemeen bestuur over een verzoek tot partiële uittreding is de procedure met betrekking tot een voorstel tot wijziging van de regeling als bedoeld in artikel 41 lid 2 van deze regeling van toepassing. 3. Het algemeen bestuur stelt -- in samenspraak met de gemeenten – vast welke verlaging van de bijdrage passend is. 4. Het algemeen bestuur stelt – in samenspraak met de gemeenten – de partiële uittreedsom vast, de voorwaarden waaronder de partiële uittreding kan plaatsvinden en de gevolgen van de partiële uittreding, waaronder in ieder geval de datum van de daadwerkelijke partiële uittreding, de gevolgen voor het personeel, contracten, huisvesting en investeringen. 5. De verlaging van de bijdrage wordt over een periode van vijf jaar gerealiseerd als volgt: jaar 1: 0%, jaar 2: 20%, jaar 3: 40%, jaar 4, 60%, jaar 5 80%, jaar 6 100%. 6. Indien onverkorte toepassing van dit artikel naar het oordeel van het algemeen bestuur tot een onbillijke uitkomst leidt, kan het de uittreedsom gewijzigd vaststellen. Het besluit tot vaststelling van de uittreedsom bevat een onderbouwing van deze beslissing.
Artikel 39 Toetreding 1. Het algemeen bestuur doet naar aanleiding van een verzoek tot toetreding een voorstel over het verzoek tot toetreding aan de gemeenten. 2. Toetreding vindt plaats bij daartoe strekkende besluiten van de bevoegde bestuursorganen van tenminste twee derde van de gemeenten. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan hieraan financiële en andere voorwaarden verbinden.
Artikel 39 38 Toetreding 1. Het algemeen bestuur doet naar aanleiding van een verzoek tot toetreding een voorstel over het verzoek tot toetreding aan de gemeenten. 2. Toetreding vindt plaats bij daartoe strekkende besluiten van de bevoegde bestuursorganen van tenminste twee derde van de gemeenten. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan hieraan financiële en andere voorwaarden verbinden.
Artikel 40 Uittreding 1. Een besluit tot uittreding dient minimaal één jaar voor de datum van feitelijke uittreding aan het algemeen bestuur te worden aangeboden. 2. De feitelijke uittreding kan eerst plaatsvinden aan het eind van het kalenderjaar. 3. Het algemeen bestuur kan op basis van een voornemen tot uitreding – op verzoek en voor rekening van een gemeente -- de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van een uittreding in beeld brengen. 4. Het algemeen bestuur zendt een voornemen of een besluit tot uittreding van een gemeente ter kennisname aan de raden van de gemeenten. 5. Het algemeen bestuur stelt – in samenspraak met de gemeenten – vast de gevolgen van de uittreding, waaronder in ieder geval de gevolgen voor het personeel, contracten, huisvesting en investeringen en de uittreedsom. 6. De uittreedsom omvat de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%. 7. De betaling vindt maandelijks plaats voor telkens een twaalfde deel van het jaarbedrag. 8. Indien onverkorte toepassing van dit artikel naar het oordeel van het algemeen bestuur tot een onbillijke uitkomst leidt, kan het de uittreedsom gewijzigd vaststellen.
Het besluit tot vaststelling van de uittreedsom bevat een onderbouwing van deze beslissing.
Artikel 40 39 Uittreding 1. Een besluit tot uittreding dient minimaal één jaar voor de datum van feitelijke uittreding aan het algemeen bestuur te worden aangeboden. 2. De feitelijke uittreding kan eerst plaatsvinden aan het eind van het kalenderjaar. 3. Het algemeen bestuur kan op basis van een voornemen tot uitreding – op verzoek en voor rekening van een gemeente -- de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van een uittreding in beeld brengen. 4. Het algemeen bestuur zendt een voornemen of een besluit tot uittreding van een gemeente ter kennisname aan de raden van de gemeenten. 5. Het algemeen bestuur stelt – in samenspraak met de gemeenten – vast de gevolgen van de uittreding, waaronder in ieder geval de gevolgen voor het personeel, contracten, huisvesting en investeringen en de uittreedsom. 6. De uittreedsom omvat de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%. 7. De betaling vindt maandelijks plaats voor telkens een twaalfde deel van het jaarbedrag. 8. Indien onverkorte toepassing van dit artikel naar het oordeel van het algemeen bestuur tot een onbillijke uitkomst leidt, kan het algemeen bestuur de uittreedsom gewijzigd vaststellen.
Het besluit tot vaststelling van de uittreedsom bevat een onderbouwing van deze beslissing.
Artikel 41 Wijziging of opheffing 1. De gemeenteraden, de colleges van burgemeester en wethouders, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Deze regeling kan worden gewijzigd indien de bevoegde bestuursorganen van tenminste twee derde van de gemeenten daarmee hebben ingestemd. 3. Een wijziging van de regeling inhoudende een overdracht van taken en/of bevoegdheden aan de Regio kan alleen plaatsvinden indien de bevoegde bestuursorganen van alle gemeenten daarmee hebben ingestemd. 4. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van tenminste tweederde van de gemeenten. 5. Ingeval van opheffing, stelt het algemeen bestuur, de gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast dat voorziet in de vereffening van het vermogen en de verdeling over de deelnemende gemeenten van alle rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke regelingen. De verdeelsleutel wordt bepaald door het aantal inwoners of een hiervan afwijkende verdeelsleutel die bij het aangaan van de verplichtingen door gemeenten werd overeengekomen.
Artikel 41 40 Wijziging of opheffing 1. De gemeenteraden, de colleges van burgemeester en wethouders, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Deze regeling kan worden gewijzigd indien de bevoegde bestuursorganen van tenminste twee derde van de gemeenten daarmee hebben ingestemd. 3. Een wijziging van de regeling inhoudende een overdracht van taken en/of bevoegdheden aan de Regio kan alleen plaatsvinden indien de bevoegde bestuursorganen van alle gemeenten daarmee hebben ingestemd. 4. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van tenminste tweederde van de gemeenten. 5. Ingeval van opheffing, stelt het algemeen bestuur, de gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast dat voorziet in de vereffening van het vermogen en de verdeling over de deelnemende gemeenten van alle rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke regelingen. De verdeelsleutel wordt bepaald door het aantal inwoners of een hiervan afwijkende verdeelsleutel die bij het aangaan van de verplichtingen door gemeenten werd overeengekomen.
Hoofdstuk 11 Partieel toegetreden
Hoofdstuk 11 Partieel toegetreden
Artikel 42 Eemnes 1. Eemnes is partieel toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek. 2. De partiële toetreding als bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft betrekking op die taken en bevoegdheden waarin Eemnes op grond van artikel 5 van deze regeling participeert en op die dienstverlening op grond van artikel 6 die Eemnes afneemt.
Artikel 42 41 Eemnes 1. Eemnes is partieel toegetreden tot de regeling. 2. De partiële toetreding als bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft betrekking op die taken en bevoegdheden waarin Eemnes op grond van artikel 5 van deze regeling participeert en op die dienstverlening op grond van artikel 6 die Eemnes afneemt.
Artikel 43 Bestuurlijke randvoorwaarden 1. Voor de beraadslaging en de besluitvorming door het algemeen bestuur over onderwerpen die betrekking hebben op het afgebakende deel van het takenpakket van de Regio waartoe Eemnes is toegetreden wordt een afzonderlijke agenda opgesteld, de agenda algemeen bestuur Regio + Eemnes. 2. Het algemeen bestuur wordt voor de behandeling van de in lid 1 van dit artikel bedoelde agenda uitgebreid met één door de gemeente Eemnes aangewezen agendalid. 3. Met het oog op de onder lid 2 van dit artikel bedoelde uitbreiding van het algemeen bestuur wijst de raad van de gemeente Eemnes uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders één agenda-lid en een plaatsvervangend agendalid aan. 4. Bij de besluitvorming over de onderwerpen vermeld op de onder lid 1 van dit artikel vermelde agenda heeft de vertegenwoordiger van Eemnes het recht om deel te nemen aan de beraadslagingen én aan de stemmingen. 5. De vertegenwoordiger van Eemnes heeft – indien er een stemming plaatsvindt in het kader van de besluitvorming over de onderwerpen vermeld op de in lid 1 van dit artikel bedoelde agenda één stem in het algemeen bestuur. 6.
Eemnes wordt betrokken in de zienswijzeprocedure ten aanzien van de begroting van de Regio alsmede ten aanzien van begrotingswijzigingen van de Regio, indien deze wijzigingen leiden tot een verhoging van de bijdrage van Eemnes. Eemnes kan uitsluitend zienswijzen geven ten aanzien van die taakonderdelen in de begroting waartoe zij is toegetreden. 7. Het bepaalde in artikel 30 van deze regeling ten aanzien van de jaarrekening en het besluit tot bestemming van het resultaat is ook van toepassing voor Eemnes. Artikel 44 Financiële randvoorwaarden 1. De kosten verbonden aan de uitvoering van de taken waartoe Eemnes is toegetreden worden met Eemnes verrekend op basis van de afspraken die zijn vastgelegd in de begroting van de Regio. 2. Eemnes draagt bij aan de bestuurskosten van de Regio naar rato van het aantal inwoners.
Artikel 43 42 Bestuurlijke randvoorwaarden 1. Voor de beraadslaging en de besluitvorming door het algemeen bestuur over onderwerpen die betrekking hebben op het afgebakende deel van het takenpakket van de Regio waartoe Eemnes is toegetreden wordt een afzonderlijke agenda opgesteld, de agenda algemeen bestuur Regio + Eemnes. 2. Het algemeen bestuur wordt voor de behandeling van de in lid 1 van dit artikel bedoelde agenda uitgebreid met één door de gemeente Eemnes aangewezen agendalid. 3. Met het oog op de onder lid 2 van dit artikel bedoelde uitbreiding van het algemeen bestuur wijst de raad van de gemeente Eemnes uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders één agenda-lid en een plaatsvervangend agendalid aan. 4. Bij de besluitvorming over de onderwerpen vermeld op de onder lid 1 van dit artikel vermelde agenda heeft de vertegenwoordiger van Eemnes het recht om deel te nemen aan de beraadslagingen én aan de stemmingen. 5. De vertegenwoordiger van Eemnes heeft – indien er een stemming plaatsvindt in het kader van de besluitvorming over de onderwerpen vermeld op de in lid 1 van dit artikel bedoelde agenda één stem in het algemeen bestuur. 6.
Eemnes wordt betrokken in de zienswijzeprocedure ten aanzien van de begroting van de Regio alsmede ten aanzien van begrotingswijzigingen van de Regio, indien deze wijzigingen leiden tot een verhoging van de bijdrage van Eemnes. Eemnes kan uitsluitend zienswijzen geven ten aanzien van die taakonderdelen in de begroting waartoe zij is toegetreden. 7. Het bepaalde in artikel 30 van deze regeling ten aanzien van de jaarrekening en het besluit tot bestemming van het resultaat is ook van toepassing voor Eemnes. Artikel 44 43 Financiële randvoorwaarden 1. De kosten verbonden aan de uitvoering van de taken waartoe Eemnes is toegetreden worden met Eemnes verrekend op basis van de afspraken die zijn vastgelegd in de begroting van de Regio. 2. Eemnes draagt bij aan de bestuurskosten van de Regio naar rato van het aantal inwoners. Hoofdstuk 12 Slotbepalingen
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen (Anticipatie op de gewijzigde Wgr: Bij een regeling die is aangegaan voor onbepaalde termijn wordt een evaluatie datum opgenomen) Artikel 44 Actualisering en evaluatie van de regeling (NIEUW) 1. De regeling wordt om de twee jaar geactualiseerd vanaf 2022. 2. De regeling wordt om de tien jaar geëvalueerd vanaf 2023. 3. Bij de actualisatie komen in ieder geval aan de orde de ontwikkelingen in de wet en regelgeving, het takenpakket, de governance en de legitimatie. 4. Bij de evaluatie komen in ieder geval aan de orde het doel, de doelmatigheid, het takenpakket, de structuur en de legitimatie van de samenwerking.. 5. Het algemeen bestuur kan gehoord de gemeenten besluiten om de termijnen genoemd onder 1 en 2 te vervoegen of te verdagen tot een nader vast te stellen tijdstip.
Artikel 45 Geschillenregeling Geschillen over de toepassing, in de ruimste zin van deze regeling tussen besturen van de deelnemende gemeenten of tussen besturen van een of meer gemeenten en het bestuur van de Regio worden behandeld volgens de
Artikel 45 Geschillenregeling Geschillen over de toepassing, in de ruimste zin van deze regeling tussen besturen van de gemeenten of tussen besturen van een of meer gemeenten en het bestuur van de Regio worden behandeld volgens de geschillenregeling
geschillenregeling in artikel 28 van de Wet.
in artikel 28 van de Wet.
Artikel 46 Slotbepaling 1. Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. 2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren zendt deze regeling aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland. 3. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren maakt de regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. De regeling treedt op 1 januari 2021 in werking.
(Aanpassing op de Wep die van kracht is 1 juli 2021)
Artikel 47 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek".
Artikel 46 Slotbepaling 1. Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. 2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren, als plaats van vestiging, maakt de regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend via het Gemeenteblad van Gooise Meren. De regeling treedt de dag na de datum van bekendmaking in werking. Artikel 47 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek".