2. 2030-04-22 Accommodatieregeling Wijdemeren 2021-2025 (EvM) 51392276 (tekstmandaat)
Tekst van het document
Accommodatieregeling Wijdemeren 2021-2025 De raad der gemeente Wijdemeren, Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 mei 2021, Overwegende dat het gewenst is maatschappelijke instellingen en sportinstellingen financieel te ondersteunen bij de bouw, aanpassing, uitbreiding, renovatie en vervanging van (onderdelen van) accommodaties en andere onroerende voorzieningen, Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, Besluit vast te stellen de volgende subsidieverordening : ‘Accommodatieregeling Wijdemeren 2021-2025'
Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. ASV 2021: Algemene Subsidieverordening Wijdemeren 2021, welke onverkort van toepassing is op subsidiëring krachtens deze regeling, tenzij daarvan bij deze regeling wordt afgeweken; b. aanvraag: een verzoek om een beschikking te nemen tot toekenning van een renteloze lening; c.
aanvrager: het bestuur van een maatschappelijke instelling of sportinstelling die een aanvraag indient tot toekenning van een renteloze lening op grond van deze regeling;
d. accommodatie en andere onroerende voorzieningen: een bouwwerk of andere onroerende zaak binnen de gemeente, in gebruik bij een maatschappelijke instelling of sportinstelling die is gevestigd in de gemeente; e. college: het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren; f.
gereedmelding: het bericht van aanvrager dat het project is afgerond tevens inhoudende een verzoek van aanvrager tot het definitief vaststellen van de subsidie door middel van een gereedmeldingformulier;
g. maatschappelijke instelling: sociale, culturele of maatschappelijke organisaties (zoals bedoeld in de Nota Subsidiebeleidskaders Wijdemeren 2022-2025), die gevestigd zijn én actief zijn in de gemeente; h. ontvanger: het bestuur van een instelling die een renteloze lening verleend heeft gekregen middels een subsidieverleningsbeschikking; i.
project: de activiteit waarvoor een renteloze lening wordt aangevraagd, namelijk de bouw, aanpassing, uitbreiding, renovatie en/of vervanging van (onderdelen van) accommodaties en andere onroerende voorzieningen;
j.
renteloze lening: de vorm waarin de subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt;
1/9
k.
sportinstelling: sportverenigingen en andere sportorganisaties (zoals bedoeld in de Nota Subsidiebeleidskaders Wijdemeren 2022-2025), die veelal al subsidie ontvangen van de gemeente en die gevestigd zijn én actief zijn in de gemeente;
l.
subsidieplafond: het bedrag dat voor een in deze regeling nader gespecificeerde periode ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van renteloze leningen krachtens deze regeling;
m. subsidieverleningsbeschikking: de beschikking waarmee de renteloze lening voorlopig wordt toegekend (dit is altijd in de vorm van een renteloze lening); n. subsidievaststellingsbeschikking: de beschikking waarbij de hoogte van de verleende renteloze lening wordt vastgesteld; o. uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) die de gemeente met de ontvanger sluit ter nadere uitwerking van de subsidieverleningsbeschikking.
Artikel 2. Doel Met deze regeling wil de gemeenteraad maatschappelijke instellingen en sportinstellingen die gevestigd zijn én actief zijn in de gemeente financieel ondersteunen – middels een renteloze lening – bij de bouw, aanpassing, uitbreiding, renovatie en/of vervanging van (onderdelen van) accommodaties en andere onroerende voorzieningen,
Artikel 3. Subsidieplafond 1. Voor de gehele looptijd van deze regeling geldt een totaal subsidieplafond van € 1.250.000. 2. Per kalenderjaar geldt een subsidieplafond van € 250.000. 3. Indien in een kalenderjaar het subsidieplafond niet bereikt is, gaat het restant mee naar het volgende kalenderjaar en komt het bovenop het voor dat kalenderjaar geldende subsidieplafond van € 250.000.
Artikel 4. Rangschikking 1. Het college rangschikt aanvragen die in een kalenderjaar zijn ingediend in volgorde van ontvangst, waarbij aanvragen met dezelfde ontvangstdatum worden gerangschikt door loting voor zover op die datum het subsidieplafond wordt overschreden. 2. Als het subsidieplafond wordt overschreden, schuift de aanvraag die door loting niet wordt toegekend automatisch door naar het volgende jaar als eerst geplaatste aanvrager, mits de aanvraag ongewijzigd blijft. 3. Volgens de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor een renteloze lening in aanmerking.
2/9
4. Aanvragen die buiten de aanvraagtermijn van artikel 8 lid 1 en lid 2 van deze regeling worden gedaan zijn niet-ontvankelijk. 5.
Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.
6. Zo lang het subsidieplafond niet is bereikt, komen aanvragen in aanmerking voor de volledig gevraagde renteloze lening, mits niet hoger dan het maximum zoals in deze regeling is bepaald. 7. Als het subsidieplafond nog niet is bereikt, maar met honorering van een aanvraag overschreden zou worden, wordt een renteloze lening verleend voor het nog resterende bedrag mits aanvrager kan aantonen dat het project met het nog beschikbare bedrag ook conform de voorwaarden en verplichtingen uitgevoerd kan worden. 8. Als in bezwaar of beroep onherroepelijk vast komt te staan dat een geweigerde aanvraag verleend had moeten worden, dan wordt de alsnog verleende renteloze lening waar mogelijk ten laste gebracht van het(subsidiebudget van het kalenderjaar van dat moment.
Artikel 5. Werkingsgebied 1. Deze regeling is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Wijdemeren. 2. Alleen maatschappelijke instellingen en sportinstellingen die zowel gevestigd zijn in de gemeente als actief zijn in de gemeente komen in aanmerking voor een renteloze lening op grond van deze regeling. 3. De betreffende accommodatie of onroerende voorziening dient gelegen te zijn in het grondgebied van de gemeente. 4. Alleen projecten waarvan de uitvoering naar het oordeel van het college sober, maar doelmatig is, komen voor een renteloze lening in aanmerking. 5. Alleen projecten die naar het oordeel van het college voorzien in een lokale lange termijn behoefte, passend bij de afschrijvingstermijn, komen voor een renteloze lening in aanmerking. 6. De gemeente sluit bij de beoordeling van aanvragen aan bij landelijke genormeerde behoeftecapaciteitsplanningen en accommodatienormen die door de betreffende overkoepelende organisatie worden voorgeschreven. 7. Subsidiabele kosten zijn in ieder geval de bouw- en sloopkosten, het architectenhonorarium, kosten van adviseurs, niet verrekenbare btw-kosten, kosten voor vergunningen, leges en (in geval van erfpacht) notariskosten. 8. Niet-subsidiabele kosten zijn in ieder geval verhuis-, inrichtings- en/of herhuisvestingskosten, eventueel renteverlies en btw-kosten voor zover deze door de aanvrager verrekenbaar zijn.
3/9
Artikel 6. Voorwaarden en uitgangspunten bij subsidieverlening 1. Een instelling mag maximaal eenmaal per drie jaar een aanvraag op grond van deze regeling doen. 2. Bij iedere subsidieverlening geldt als voorwaarde dat in 1/3 van de totale subsidiabele kosten van het project door de aanvrager zelf dient te worden voorzien. 3. De hoogte van de renteloze lening op grond van deze regeling bedraag maximaal 2/3 van de totale subsidiabele kosten van het project. 4. De subsidie wordt verleend als renteloze lening, met een maximale terugbetaaltijd van 25 jaar. 5. Aanvrager is verantwoordelijk voor het verkrijgen van de vereiste vergunning(en) en/of toestemmingen. Indien voor het project nog vergunning moet worden verleend, geldt de subsidieverleningsbeschikking onder het voorbehoud van vergunningverlening. Subsidieverlening biedt geen garantie dat de vereiste vergunningen worden verleend. Als de aanvrager huurder is van de accommodatie of voorziening waarvoor de renteloze lening wordt aangevraagd, dan moet de verhuurder verklaren akkoord te zijn met het project. Deze verklaring dient schriftelijk te worden ingediend bij de aanvraag. Ook dient bewijs te worden overgelegd of de aflossingstermijn van het project overeenkomt met de periode dat het gehuurde nog gehuurd wordt door de aanvrager. 6. Binnen 6 maanden na datum van subsidieverlening dient het project te zijn aangevangen.
Artikel 7. Maximaal bedrag van de renteloze lening Per aanvraag / project wordt een renteloze lening verstrekt van maximaal € 150.000.
Artikel 8. Aanvraag 1. In afwijking van artikel 8 van de ASV 2021 kan vanaf 1 januari tot en met 30 juni een aanvraag worden ingediend voor het beschikbare budget van dat kalenderjaar. 2. Voor 2021 geldt, in afwijking van artikel 8 van de ASV 2021 en lid 1 van dit artikel, dat een aanvraag kan worden ingediend vanaf 12 juli tot en met 1 oktober 2021 voor het beschikbare budget van 2021. 3. De aanvrager doet een aanvraag door indiening van een door of namens het college vastgesteld aanvraagformulier. 4. In afwijking van artikel 7 ASV worden bij de aanvraag de volgende gegevens overgelegd: a. een beschrijving van het project waarvoor de renteloze lening wordt aangevraagd; b. een gespecificeerde begroting van de kosten; c.
de planning van de werkzaamheden;
d. een situatietekening;
4/9
e. foto's van de bestaande accommodatie of onroerende voorziening (indien het een bestaande accommodatie of voorziening betreft); f.
een jaarrekening met de balans van voorgaand jaar met de stand van de algemene reserve;
g. als de aanvrager voor het eerst subsidie aanvraagt, voegt hij een afschrift van de oprichtingsakte, de geldende statuten en reglementen en het jaarverslag van het voorgaande jaar als bijlage toe; h. de meerjarenbegroting van de aanvrager met betrekking tot de financiële consequenties tot en met drie jaar na de investering, inclusief een liquiditeitsplanning; (zullen organisaties allemaal een meerjarenbegroting hebben) i.
een verklaring én bewijs waaruit volgt dat de aanvrager zelf voorziet in minimaal 1/3 van de totale investering;
j.
indien de aanvrager huurder is, een schriftelijk akkoord van de verhuurder en een bewijs dat de aflossingsstermijn van het project overeenkomt met de periode dat het gehuurde nog gehuurd wordt door de aanvrager.
k.
Indien de aanvrager eigenaar is, een bewijs van eigendom.
5. Het college kan ook andere dan de in lid 4 genoemde gegevens verlangen, als die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag naar zijn oordeel nodig zijn.
Artikel 9. Behandeling aanvraag 1. Het college bevestigt de ontvangst van een aanvraag binnen twee weken. 2. Indien de aanvraag niet alle gegevens bevat die het college voor het nemen van een beslissing noodzakelijk acht, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een termijn van vier weken te completeren. De datum van indiening van een volledige aanvraag wordt als de datum van binnenkomst beschouwd ten behoeve van het bepalen van de rangorde. 3. Indien de aanvraag niet binnen de aangegeven termijn is gecompleteerd, kan het college de aanvraag niet ontvankelijk verklaren. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. 4. Het college handelt aanvragen in volgorde van binnenkomst af. 5. Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, althans het compleet worden daarvan, een beslissing en deelt dit door middel van een beschikking mee aan de aanvrager. 6. De termijn, genoemd in het vijfde lid, kan door het college eenmalig verlengd worden met vier weken. 7. Uit overschrijding van de in het vijfde en het zesde lid bedoelde termijnen kan de aanvrager niet afleiden dat zijn aanvraag is of wordt gehonoreerd.
5/9
Artikel 10. Weigeringsgronden 1. Het college kan de aangevraagde renteloze lening weigeren op de in de Algemene wet bestuursrecht en de in artikel 10 ASV 2021 genoemde gronden. 2. Het college zal de aangevraagde renteloze lening weigeren, indien het budget niet toereikend (meer) is om de aanvraag te honoreren doordat één van de in artikel 3 van deze regeling opgenomen subsidieplafonds is bereikt. 3. Daarnaast kan het college de aangevraagde renteloze lening weigeren, indien: a. de aanvraag is ingediend ná uitvoering van het project; b. de instelling naar het oordeel van het college onvoldoende heeft aangetoond gevestigd te zijn in de gemeente én actief te zijn in de gemeente; c.
naar het oordeel van het college geen sprake is van een project waarvan de uitvoering sober, maar doelmatig is;
d. naar het oordeel van het college geen sprake is van een project dat voorziet in een lokale lange termijn behoefte, passend bij de afschrijvingstermijn; e. naar het oordeel van het college aangenomen kan worden of vaststaat dat niet voldaan wordt of zal worden aan één van de voorwaarden of uitgangspunten van deze regeling; f.
(de uitvoering van) het project niet aansluit bij de landelijke genormeerde behoeftecapaciteitsplanningen en accommodatienormen die door de betreffende overkoepelende organisatie worden voorgeschreven;
g. geen uitvoeringsovereenkomst tot stand komt.
Artikel 11. Inhoud van de beschikking tot subsidieverlening 1. De beschikking vermeldt in ieder geval: a. de hoogte en voorwaarden van de te verlenen renteloze lening (uitgangspunt is betaling in een voorschot van 90% en het eventuele restant bij finale verrekening); b. een omschrijving van het project; c.
op welke datum het project uiterlijk moeten zijn aangevangen (uitgangspunt is binnen 6 maanden na de datum van de verleningsbeschikking);
d. de nadere voorschriften en verplichtingen die het college aan de renteloze lening verbindt; e. de wijze en het moment waarop de verantwoording over het project plaats moet vinden. 2. Het college kan verplichtingen verbinden aan de subsidieverlening, onder andere over de voorwaarden en terugbetaling van de renteloze lening. 3. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat de aanvrager meewerkt aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst, waarin afspraken worden vastgelegd over de voorwaarden en terugbetaling van de renteloze lening.
6/9
4. Subsidieverlening is pas definitief na ondertekening van de uitvoeringsovereenkomst door zowel het college als de aanvrager.
Artikel 12. Uitvoeringsovereenkomst 1. De verplichtingen en voorwaarden die het college oplegt voor (de terugbetaling van) de renteloze lening worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst. 2. In de uitvoeringsovereenkomst worden onder meer bepalingen vastgelegd over: a. onmiddellijke opeisbaarheid van de lening, bijvoorbeeld in geval van achterwege blijven van de termijnbetalingen, faillissement of opheffing of liquidatie van de aanvrager; b. de verplichting voor de aanvrager om onmiddellijk in overleg te treden met de gemeente zodra sprake is van tijdelijke financiële problemen van de aanvrager; c.
dat bij niet tijdig betalen de over een te komen rente in rekening gebracht wordt;
d. specifieke afspraken over huur, eventuele zekerheden; e. termijnbetalingen en looptijd van de lening.
Artikel 13. Gereedmelding en verzoek om vaststelling 1. De aanvrager meldt aan het college dat het project is voltooid via een door het college beschikbaar gesteld gereedmeldingformulier. 2. Deze melding is ook een aanvraag om definitieve vaststelling van de subsidie 3. De aanvrager kan de gereedmelding direct na afloop van de werkzaamheden doen, maar moet dit uiterlijk doen binnen achttien (18) maanden na het ontvangen van de subsidieverleningsbeschikking. 4. Bij de gereedmelding moeten de volgende documenten worden aangeleverd: a. een totale financiële verantwoording; b. alle facturen voor het project met specificatie; c.
een kopie van de betaalbewijzen waaruit blijkt dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd en door de aanvrager zijn betaald;
d. foto's van het gerealiseerde gebouw of de voorziening; e. bewijs dat het project is uitgevoerd overeenkomstig de aan de subsidieverlening verbonden voorschriften en verplichtingen; f.
de bescheiden zoals omschreven in het artikel 18, 19 of 20 van de ASV 2021.
5. Het college kan afwijken van de in lid 3 genoemde termijn van 18 maanden als de aanvrager hiervoor een gemotiveerde aanvraag indient. 6. Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de gereedmelding / het verzoek om vaststelling.
7/9
Artikel 14. Vaststelling 1. Het college kan bepalen dat ook andere dan de in artikel 13 bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd. 2. Het college stelt binnen acht weken na gereedmelding / het verzoek om vaststelling, dan wel na het compleet worden daarvan, de subsidie vast en deelt dit door middel van een beschikking mee aan de aanvrager. 3. De termijn, genoemd in het tweede lid, kan door het college eenmalig verlengd worden met vier weken. 4. Als de gereedmelding / het verzoek om vaststelling niet tijdig (volledig) wordt gedaan kan het college ingevolge artikel 4:44 lid 4 Awb de subsidie ambtshalve (lager of op nihil) vaststellen. 5. Een door de gemeente teruggevorderd subsidiebedrag dient binnen zes weken te worden terugbetaald. 6. De vaststelling laat onverlaat de afspraken, onder meer over terugbetaling van de renteloze lening, die zijn gemaakt in de subsidieverleningsbeschikking en de uitvoeringsovereenkomst. Bij gewijzigde vaststelling kunnen deze afspraken worden gewijzigd, bijvoorbeeld middels een addendum bij uitvoeringsovereenkomst.
Artikel 15. Intrekking, wijziging of lagere vaststelling 1. Het college kan renteloze lening intrekken, wijziging of lager vaststellen in de in de Algemene wet bestuursrecht en de ASV 2021 genoemde gevallen. 2. Daarnaast kan het college de renteloze lening wijzigen, intrekken of lager vaststellen indien: a. aanvrager zonder voorafgaande schriftelijke toestemming afwijkt van de aan de subsidieverleningsbeschikking ten grondslag liggende aanvraag en de daarbij behorende stukken; b. de werkzaamheden niet binnen de gestelde termijn zijn aangevangen (binnen 6 maanden na verlening) of uitgevoerd (binnen 18 maanden na verlening); c.
niet wordt voldaan aan enige voorwaarde of vereiste opgenomen in de subsidieverleningsbeschikking, de uitvoeringsovereenkomst of deze regeling;
d. de aanvrager niet langer gevestigd én actief is in de gemeente; e. de aanvrager die huurder is, niet langer de beschikking heeft over het gehuurde; f.
in het geval dat de activiteit waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel heeft plaatsgevonden.
Artikel 16. Hardheidsclausule 1. In de gevallen waarin de toepassing van de regeling naar het oordeel van het college zou leiden tot een niet gerechtvaardigde uitkomst en/of tot een ondoelmatige besteding van gelden, kan het college afwijken van het bepaalde in deze regeling. 8/9
2. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.
Artikel 17. Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel 1. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking. 2. Deze regeling heeft een looptijd tot en met 31 december 2025. 3. De Accomodatieregeling 2011 wordt bij inwerkingtreding van deze regeling ingetrokken. 4. Deze regeling wordt aangehaald als 'Accomodatieregeling'.
Ondertekening Aldus besloten door de raad van de gemeente Wijdemeren in zijn openbare vergadering van 08 juli 2021,
de griffier, mevrouw E. Hörchner
de voorzitter, mevrouw C.R. Larson
9/9