CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

16. Bijlage 11 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

commissie Ruimte en Economie 10 november 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Dammerweg 3 en 47.784 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg Concept Uitgave: september 2019

Watersnip-rapport 19A066

Colofon Titel

Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Status rapport

Concept

Projectnummer

19A066

Datum uitgave

september 2019

Samengesteld door

Brigit van Dam, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies

Foto’s

Watersnip Advies

Naam en adres opdrachtgever

Plannen-makers Abstederdijk 36 3582 BN Utrecht

Contactpersoon opdrachtgever

Dhr. C. Vaartjes

Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Inhoudsopgave

1

INLEIDING............................................................................................................................................................ 3

2

LOCATIEBESCHRIJVING ................................................................................................................................. 5 2.1 2.2

3

HUIDIGE SITUATIE............................................................................................................................................ 5 PLANNEN ......................................................................................................................................................... 5

TOETSINGSKADER ............................................................................................................................................ 7 3.1 EUROPESE RICHTLIJNEN ................................................................................................................................... 7 3.2 LANDELIJK NATUURBELEID- EN WETGEVING ................................................................................................... 7 3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .......................................................................................................... 7 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland......................................................................................................................... 11

4

RESULTATEN ONDERZOEK.......................................................................................................................... 13 4.1 METHODE ...................................................................................................................................................... 13 4.2 FLORA............................................................................................................................................................ 13 4.3 FAUNA ........................................................................................................................................................... 14 4.3.1 Vogels ....................................................................................................................................................... 14 4.3.2 Vissen ........................................................................................................................................................ 14 4.3.3 Amfibieën .................................................................................................................................................. 15 4.3.4 Reptielen ...................................................................................................................................................

16 4.3.5 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................................... 16 4.3.6 Vleermuizen .............................................................................................................................................. 17 4.3.7 Overige soorten ........................................................................................................................................ 19

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................... 21 5.1 5.2

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.................................................................................................................. 21 ALGEMENE ZORGPLICHT ............................................................................................................................... 23

ECOLOGISCH WERKPLAN ............................................................................................................................ 25 6.1 INLEIDING ...................................................................................................................................................... 25 6.2 MAATREGELEN OM SCHADE TE VOORKOMEN ................................................................................................ 25 6.3 NATUUR-INCLUSIEVE MAATREGELEN ............................................................................................................ 25 6.3.1 Vleermuisverblijven .................................................................................................................................. 25 6.3.2 Vleermuiskast ............................................................................................................................................ 26 6.3.3 Gierzwaluwkasten ..................................................................................................................................... 26

7

BRONNEN ........................................................................................................................................................... 27

Watersnip Advies

1

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Watersnip Advies

2

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

1 Inleiding Aan het Ankeveensepad te Nederhorst den Berg is men voornemens nieuwe woningen te realiseren nabij de dorpskern. Tevens zal het dak van de terplaatsen aanwezige horecagelegenheid, het Spieghelhuys, deels worden vervangen. In 2014 is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd door Aveco de Bondt. Naar aanleiding van de bevindingen van dit onderzoek is in 2015 aanvullend onderzoek uitgevoerd door adviesbureau ECOlogisch. Inventarisatiegegevens van beschermde soorten zijn drie tot vijf jaar geldig. De gegevens van deze onderzoeken zijn verouderd. Daarnaast hebben er enkele veranderingen plaatsgevonden binnen het plangebied. Actualisatie van het onderzoek is daarom noodzakelijk. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: - Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming). Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden.

Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; - Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (toetsing Wet Natuurbescherming); - Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Structuurvisie Noord-Holland). Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In september 2019 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een bouwkundige flora- en fauna inspectie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Hierbij is vooral gelet op mogelijkheden voor vogels met jaarrond beschermde nesten en op verblijven van vleermuizen. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten.

Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkomen van schade.

Watersnip Advies

3

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Watersnip Advies

4

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

2 Locatiebeschrijving 2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 131,475. Het plangebied ligt in de dorpskern van Nederhorst den Berg. Binnen het plangebied staat de horecagelegenheid, het Spieghelhuys. Het is een goed onderhouden bakstenen pand. Het westelijk deel van het gebouw heeft een schuin dak, met een vlakke dakpan. Het oostelijk deel heeft een plat dak. Het overige deel van het plangebied bestaat uit braakliggende grond. Het gebied ligt al enige tijd braak en is goed begroeid geraakt met kruiden en opslag van bomen en struiken. Aan de oostkant 132 van het plangebied staan enkele beeldbepalende, Figuur 1: Plangebied (blauw) grote bomen. Aan de noord,- oost- en zuidkant van het plangebied liggen smalle, ondiepe sloten. Het plangebied grenst aan de noordkant aan het terrein rond de katholieke kerk en de voormalige pastorie. Aan de oostkant vormt de aanwezige sloot de grens. De zuidkant grenst aan het Ankeveensepad en de westkant grenst aan de Dammerweg.

2.2 Plannen Binnen het plangebied worden op het braakliggende gedeelte woningen gerealiseerd. Het Spieghelhuys blijft staan. Hier vindt alleen aan de westkant een verandering van het dak plaats. Er worden geen bomen gekapt voor de nieuwbouwplannen. Er zijn reeds nieuwe, jonge bomen aangeplant aan de noordkant van het plangebied. De sloten aan de noord- en oostkant blijven behouden. De sloot aan de zuidkant zal worden gedempt.

Figuur 2: Overzicht van het plangebied (bron: www.google.com/maps) Watersnip Advies

5

475

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Figuur 3 en 4: Impressie van het braakliggende terrein

Watersnip Advies

6

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

3 Toetsingskader 3.1 Europese richtlijnen Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. Deze richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017.

3.2 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving 3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort.

In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten “Vogelrichtlijn (wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn” (wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime “andere soorten” (wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die

Watersnip Advies

7

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 5). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.

Figuur 5: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)

In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn

Watersnip Advies

8

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer.

Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is de ‘Oostelijke Vechtplassen’ op 135 meter ten oosten van het plangebied (zie figuur 6). Andere nabij gelegen Natura2000-gebieden zijn ‘Naardermeer’ op 4,1 km en het ‘Eenmeer & Gooimeer Zuidoever’ op 9,1 km ten noordoosten van het plangebied. Het ‘Markermeer & IJmeer’ ligt op 8,2 km ten noorden van het plangebied en het ‘Botshol’ (provincie Utrecht) ligt 7,7 km ten westen van het plangebied. Uit de effectenindicatie van het ministerie blijkt dat er meerdere stikstofgevoelige habitattypen aanwezig zijn in de genoemde Natura2000-gebieden. Hierbij gaat het vooral op verzuring en vermesting door stikstofdepositie. In het Eenmeer & Gooimeer zijn geen habitattypen aangewezen. Stikstofgevoelige habitattypen Kranswierwateren Vochtige heiden Blauwgraslanden Overgangs- en trilvenen Zwakgebufferde vennen

Oostelijke vechtplassen X X X X

Naardermeer

Markermeer & IJmeer

Botshol

X X X X X

X

X

X

Tabel 1: Overzicht van stikstofgevoelige habitattypen

Watersnip Advies

9

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Bij de bouw van woningen komt stikstof vrij door o.m. transport van bouwmateriaal en werkverkeer. Ook bij het gebruik van de woningen zal stikstof vrijkomen, met name door energieverbruik, maar ook een toename van het aantal verkeersbewegingen. Omdat het plangebied nu braak ligt en er dus geen stikstof vrijkomt door gebruik van het plangebied zal er sprake zijn van een toename van de stikstofdepositie. Een berekening van de stikstofdepositie doormiddel van het programma Aerius zal moeten uitwijzen of extra maatregelen t.a.v. de vermindering van stikstof noodzakelijk zijn. Doelsoorten van het Natura2000-gebied Oostelijke Vechtplassen zijn, Zeggekorfslak, Gevlekte witsnuitlibel, Gestreepte waterroofkever, Bittervoorn, Grote modderkruiper, Kleine modderkruiper, Rivierdonderpad, Meervleermuis, Noordse woelmuis, Groenknolorchis, Platte schijfhoren, Roerdomp, Woudaap, Purperreiger, Nonnetje, Porseleinhoen, Zwarte stern, IJsvogel, Aalscholver, Kolgans, Grauwe gans, Smient, Krakeend, Slobeend, Tafeleend, Snor Rietzanger en Grote karekiet. Doelsoorten van het Naardermeer zijn, Zeggekorfslak, Gestreepte waterroofkever, Bittervoorn, Kleine modderkruiper, Groenknolorchis en Platte schijfhoren. Doelsoort van het Eenmeer & Gooimeer Zuidoever is Visdief. Doelsoorten van het Markermeer & IJmeer zijn, Kleine modderkruiper, Rivierdonderpad en Meervleermuis.

De doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Botshol’ zijn: Meervleermuis en Kleine modderkruiper. Het plangebied ligt binnen de actieradius van een deel van deze soorten, bijv. de vogels. Het plangebied is echter niet geschikt als foerageergebied voor deze soorten, omdat het midden in bebouwd gebied ligt. Er zijn geen brede watergangen en open graslanden of rietkragen en verlandingszones aanwezig die essentieel zijn voor deze soorten om te kunnen foerageren. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde.

Figuur 6: Ligging plangebied (rode contour) t.o.v. Natura2000-gebieden Watersnip Advies

10

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Nederhorst den Berg. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland in de wet benoemd als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven verkleind wordt. De NNN bestaat uit: - Natura 2000 gebieden; - bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; - gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; - grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN.

Figuur 7: Ligging plangebied t.o.v. NNN-gebieden en weidevogelleefgebied (bron: https://noord-holland-extern.terceraro.nl/MapViewer/) Watersnip Advies

11

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van NNN-gebied (zie figuur 7). Het dichtstbijzijnde NNNgebied is het Natura2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de bouw van de woningen zullen vanwege de ligging van het plangebied in de kern van Nederhorst den Berg geen schade veroorzaken aan de NNN. Omgevingsvisie NH2050 en Provinciale Ruimtelijke Verordening In november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. In deze visie staat de fysieke leefomgeving beschreven. De onderliggende Omgevingsverordening is op het moment van schrijven nog in ontwikkeling. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening is vastgelegd waaraan ruimtelijke plannen in NoordHolland moeten voldoen. Deze PRV zal onder de Omgevingsverordening komen te hangen. De PRV is in juni 2019 opnieuw vastgesteld.

In de Provinciale Ruimtelijke Verordening wordt aangegeven dat voor een aantal gebieden mitigatie en compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn;  de Ecologische Hoofdstructuur (NNN);  de weidevogelleefgebieden. Toetsing Provinciale Ruimtelijke Verordening De Ecologische Hoofdstructuur of NNN-gebieden zijn reeds besproken in paragraaf 3.2.2. Ten westen van Nederhorst den Berg is een gebied aangewezen als weidevogelleefgebied. Dit gebied ligt op ongeveer 500 meter afstand en wordt van het plangebied gescheiden door de bebouwing van Nederhorst den Berg. Het plangebied zelf is door de afwezigheid van uitgestrekte graslanden niet geschikt als leefgebied voor weidevogels. Hierdoor zullen de geplande werkzaamheden geen schade veroorzaken aan het weidevogelleefgebied.

Watersnip Advies

12

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

4

Resultaten onderzoek

4.1 Methode Voordat begonnen wordt met het veldbezoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke vogel- en vleermuissoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Daarnaast zijn de onderzoeksresultaten uit de rapportages van Aveco de Bondt en ECOlogisch bestudeerd. Op dinsdag 3 september 2019 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een veldinventarisatie uitgevoerd in het plangebied. Hierbij is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten en de geschiktheid van de aanwezige biotopen. Tevens is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen.

4.2 Flora Het braakliggende terrein heeft een ruige vegetatie met veel kruiden, zoals bijv. Grote weegbree, Bijvoet, Grote teunisbloem, Melkdistel, Ridderzuring, Rode klaver, Varkensgras, Kleine klaver, Koninginnekruid, en Canadese fijnstraal. Er is veel opslag van bomen, zoals Esdoorn, Es, Els en Acacia. Tevens groeit er een Karmozijnbes. Aan de oostkant van het plangebied staan een aantal beeldbepalende, grote bomen, waaronder Zomereik, Paardenkastanje en Zwarte els. Aan de noordkant van het plangebied zijn jonge bomen aangeplant. Langs de steile oevers van de sloten groeit, Figuur 8: Karmozijnbes o.m. Liesgras, Grote lisdodde, Munt, Hangende zegge, Grote kattenstaart en Kalmoes. Het water van de sloten heeft een grauwe, grijze kleur. Er ligt veel blad in de sloten. Er zijn geen (ondergedoken) waterplanten aangetroffen in de sloten. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat de Groenknolorchis (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Groenknolorchis komt vooral voor in de duinen bij de zee.

Tevens is het een doelsoort van het nabijgelegen Natura2000-gebied, Oostelijke Vechtplassen. Deze plant heeft een voorkeur voor natte, voedsel- en stikstofarme Watersnip Advies

13

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

gronden die zwak zuur tot kalkhoudend zijn. Ze komen o.a. voor in duinvalleien, trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en in de randen van rietlanden. Binnen het plangebied zijn geen geschikte biotopen aanwezig voor deze soort. De aanwezigheid van de Groenknolorchis kan worden uitgesloten.

4.3 Fauna 4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Houtduif, Spreeuw, Boerenzwaluw en Grote bonte specht. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Tijdens het veldbezoek, buiten het broedseizoen, zijn geen broedende vogels aangetroffen. Het plangebied met zijn ruige vegetatie is geschikt als broedlocatie voor verschillende algemene vogelsoorten. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Uit het onderzoek van ECOlogisch in 2015 is gebleken dat er geen nestlocaties van Huismus en Gierzwaluw aanwezig zijn binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen. De Gierzwaluw was gezien het tijdstip van de inventarisatie niet meer aanwezig. Huismus en Gierzwaluw zijn zeer plaats trouw en gebruiken jaarlijks dezelfde nestlocatie. Er hebben aan het Spieghelhuys Figuur 9: Het Spieghelhuys sinds 2015 geen veranderingen plaatsgevonden die de locatie geschikt maken als nestlocatie voor deze vogels. Het gehele pand is netjes onderhouden er zijn geen invliegopeningen of nieuwe ruimtes door scheefliggende dakpannen ontstaan.

Hierdoor is het dak van het Spieghelhuys nog steeds ongeschikt als nestlocatie voor de Huismus en Gierzwaluw. De aanwezigheid van nesten van deze vogelsoorten kan worden uitgesloten. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor uilen en/of roofvogels aangetroffen. Het plangebied is het kleinschalig om als leefgebied voor deze vogelsoorten te kunnen dienen. Jaarrond beschermde nesten van uilen en/of roofvogels worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde vissoort Kwabaal (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘ernstig bedreigd’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De eisen aan het leefgebied van de Kwabaal is zeer specifiek. De temperatuur van het water mag niet te hoog zijn. Voor zijn voortplanting is water met een temperatuur van rond de 4˚C belangrijk. Hij verblijft vooral in koele, zuurstofrijke meren en plassen en in de grote rivieren. De sloten rond het plangebied voldoen niet aan deze specifieke eisen. Het ondiepe water in de sloten is gedurende de zomerperiode te warm om geschikt te zijn als Watersnip Advies

14

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

voortplantingslocatie. Hierdoor zijn de sloten niet geschikt als leefgebied voor de Kwabaal. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Er worden binnen het plangebied geen andere beschermde vissoorten verwacht. 4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Er kan aangenomen worden dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander en Meerkikker (allen wnb-andere soorten) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Noord-Holland. Uit de bureaustudie is gebleken dat de beschermde Poelkikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De beschermde Heikikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Poelkikker heeft een voorkeur voor voedselarm, schoon water, bijv. zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden of vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden. De oevers moeten goed begroeid zijn, zodat de Poelkikker kan foerageren en schuilen. Het water in de sloten is niet voedselarm en schoon.

Door de aanwezigheid van veel bladmateriaal is de sloot voedselrijk. Hierdoor is het plangebied niet geschikt als leefgebied voor de Poelkikker. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. Op dit moment zijn er geen geschikte voortplantingswateren en/of overwinteringslocaties aanwezig. De troebele, grijze sloten zijn niet geschikt als voortplantingswater. Er zijn geen hoekjes met stenen of takken en geen zandhopen aanwezig binnen het huidige plangebied.

Figuur 10 en 11: Aanwezige sloten binnen het plangebied met zeer matige waterkwaliteit

Watersnip Advies

15

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Op het moment dat er binnen het plangebied hopen zand, zoals voorbelasting, voor langere tijd braak komen te liggen en regenwater kan stagneren, wordt het gebied wel aantrekkelijk als voortplantings- en overwinteringsgebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie. De Heikikker komt voor in o.a. vochtige heidegebieden en hoog- en laagveengebieden. Deze soort komt voor in de Oostelijke Vechtplassen. Hij geeft de voorkeur aan schrale omstandigheden. Voor de voortplanting is hij afhankelijk van ondiep zuur (pH 4 – 5,5) water met oevervegetatie. Verder moet er voldoende ruige en structuurrijke vegetatie aanwezig zijn waar deze kikker kan schuilen tegen predators. Binnen het plangebied is met de vele, ruige vegetatie geen sprake van schrale omstandigheden. Hierdoor is het plangebied niet geschikt als leefgebied voor de Heikikker en kan de aanwezigheid van deze soort worden uitgesloten. 4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de beschermde Ringslang (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De beschermde Hazelworm (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km).

De Ringslang is een watergebonden soort. Deze soort heeft rijk begroeide oevers nodig om in te jagen en om zich te kunnen verschuilen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van broeihopen van takken, stro en bladeren. Deze soort komt voor in het nabijgelegen Natura2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Er zijn binnen het plangebied geen broeihopen van takken- en bladafval aangetroffen die de Ringslang kan gebruiken voor de voortplanting. De sloten zijn door de slechte kwaliteit en de steile oevers niet geschikt als leefgebied voor de Ringslang. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Hazelworm is een pootloze hagedis. Hij leeft bij voorkeur in bossen, bosranden, houtwallen, heidegebieden en weg- en spoorbermen. In mei is de grootste kans om ze zonnend waar te nemen. Ze verschuilen zich de rest van het jaar ondergronds, onder heidestruiken of in bladlagen. Het plangebied voldoet niet aan de specifieke eisen die de Hazelworm stelt aan zijn leefgebied. Er zijn geen bossen, houtwallen of heidegebieden aanwezig binnen het kleinschalige plangebied. De cultuurdruk is hoog, wat voor verstoring van zonnende hazelwormen zorgt. De aanwezigheid van de Hazelworm binnen het plangebied kan worden uitgesloten.

4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere zoogdiersoorten voorkomen in de directe omgeving van het plangebied, zoals Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Ree, Rosse woelmuis, Veldmuis, Vos en Wezel (allen wnb-andere soorten) (01km). Dwergspitsmuis, en Konijn (allen wnb-andere soorten) komen voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming in de provincie Noord-Holland. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Das (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’), Eekhoorn (wnb- andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’), Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’), Noordse

Watersnip Advies

16

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

woelmuis (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) en Otter (wnb-hrl / Rode lijst status ‘verdwenen uit NL’) voorkomen in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Das en Eekhoorn komen voor in een bosrijke omgeving. Binnen het plangebied en in de directe omgeving ervan is geen sprake van bosrijk gebied. Hierdoor voldoet het plangebied niet aan de specifieke eisen die de Das en Eekhoorn stellen aan hun leefgebied. De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Waterspitsmuis komt voor langs schone sloten die niet te voedselrijk zijn. De sloten dienen een goede watervegetatie te hebben en ruige oevers. De Waterspitsmuis is zeer schuw en kan zich letterlijk doodschrikken van een hard geluid.De sloten binnen het plangebied hebben geen goede waterkwaliteit. Watervegetatie ontbreekt Figuur 12: Beeldbepalende bomen aan de oostkant van in de sloten. Hierdoor zijn deze sloten het plangebied niet geschikt als leefgebied voor de Waterspitsmuis. De cultuurdruk in de directe omgeving van het plangebied is hoog. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Noordse woelmuis is een doelsoort van het nabijgelegen Natura2000-gebied en leeft in gebieden met hoge vegetatie en vooral grasachtige planten.

Hij geeft de voorkeur aan natte terreinen, zoals rietland, moeras, zeer extensief gebruikte weilanden, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen. Binnen het plangebied zijn geen drassige omstandigheden aangetroffen. Er is geen sprake van rietland of moeras. De cultuurdruk in de directe omgeving van het plangebied is hoog. Het plangebied is niet geschikt als leefgebied voor deze soort. De aanwezigheid van de Noordse woelmuis binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Otter leeft in oevers met voldoende oevervegetatie om te schuilen en te rusten. Hij komt o.a. voor in meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Hij heeft de voorkeur voor schoon, zoet water. De Oostelijke Vechtplassen, nabij het plangebied, zijn geschikt als leefgebied voor de Otter. Het plangebied zelf is te kleinschalig en de cultuurdruk is hoog. Er is onvoldoende ruige rietvegetatie voor deze soort om te schuilen en jagen. Het plangebied is niet geschikt als leefgebied voor de Otter. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. 4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (wnb-hrl).

Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Baardvleermuis, Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis, Tweekleurige vleermuis, Watervleermuis (0-1km) en Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, en Meervleermuis (1-5km).

Watersnip Advies

17

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. In 2015 is de aanwezigheid van een paarverblijf van de Gewone dwergvleermuis vastgesteld aan de oostkant van het Spieghelhuys. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of de omstandigheden in het plangebied nog geschikt zijn voor het functioneren van het paarverblijf. Binnen het braakliggende plangebied zijn geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten. Het paarverblijf aan de oostkant van het plangebied is niet veranderd de afgelopen jaren. Aangenomen kan worden dat dit paarverblijf nog steeds functioneel is. Vleermuizen zijn zeer plaats trouw en Figuur 13: Locatie vleermuisverblijf keren jaarlijks terug naar dezelfde locatie(s). De eigenaar van het Spiegelhuys is voornemens enkele werkzaamheden uit te voeren aan het dak van het gebouw. De werkzaamheden concentreren zich op de westkant van het dak. Het dak aan de oostkant zal niet veranderen, waardoor het paarverblijf behouden blijft.

Er vinden geen activiteiten plaats die tot schade leiden, mits er in een bepaalde periode wordt gewerkt om verstoring van de nabije omgeving van de paarplaats te voorkomen (zie hoofdstuk 6). De aanwezige vegetatie is niet geschikt als verblijfplaats van boombewonende Figuur 14: Nieuw aangeplante bomen (rechts) vleermuissoorten. De opslag van bomen en struiken is niet geschikt als verblijfplaats. De aanwezige bomen aan de westkant van het plangebied kunnen gezien hun omvang wel geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Deze bomen blijven in de huidige plannen behouden. Deze beeldbepalende bomen (zie figuur 12), de nieuwe aanplant en de jonge opslag van bomen en struiken zijn geschikt als foerageergebied. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. De nieuwe bomen zijn aangeplant om ervoor te zorgen dat er ook in de toekomst voldoende foerageergebied aanwezig blijft binnen het plangebied. Daarnaast is in de directe omgeving van het plangebied voldoende alternatief aanwezig, zoals aan de achterkant van de kerk en de voormalige pastorie en langs het Ankeveensepad. Hierdoor zal er geen schade ontstaan aan gunstige staat van instandhouding van de aanwezige populaties vleermuizen.

Watersnip Advies

18

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

4.3.7 Overige soorten Tijdens het veldbezoek zijn enkele Schaatsenrijders waargenomen op het water van de sloten. Tevens zijn enkele algemeen voorkomende Koolwitjes waargenomen. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde waterslak Platte schijfhoren (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De Gestreepte waterroofkever (wnb-hrl), Gevlekte witsnuitlibel (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) en Groene glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) komen voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). De Platte schijfhoren leeft in water met een goed ontwikkelde watervegetatie en een goede waterkwaliteit. In de aanwezige sloten binnen het plangebied is geen (ondergedoken) watervegetatie waargenomen. De waterkwaliteit van het water is niet goed. Er is veel bladafval aanwezig. Hierdoor voldoen de sloten niet aan de specifieke eisen die de Platte schijfhoren stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Gestreepte waterroofkever komt met name voor in sloten en kanalen met een breedte tussen de 1,5 en 20 meter. Het heldere water is ongeveer 50 -150cm diep en er is weinig watervegetatie aanwezig met vooral drijvende en ondergedoken waterplanten. De smalle, ondiepe sloten voldoen niet aan de eisen die de Gestreepte waterroofkever stelt aan zijn leefgebied.

De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel bestaat uit verlandingszones van laagveenmoerassen, bosplassen, hoogveen- en heide vennen en op de hoge zandgronden en randzones van hoogveen. Ook in de duinen komt deze soort voor. De wateren waarin deze soort leeft zijn helder, ondiep, matig voedselrijk en beschut met een matig tot rijke (oever)vegetatie. Binnen het plangebied is geen sprake van verlandingszones. De aanwezige sloten zijn niet helder en voedselrijk door het aanwezige bladafval. Hierdoor voldoet het plangebied niet aan de specifieke eisen die de Gevlekte witsnuitlibel stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten. De Groene glazenmaker is voor zijn voortplanting afhankelijk van de waterplant Krabbenscheer. In de sloten is geen Krabbenscheer aangetroffen. Hierdoor is het plangebied niet geschikt als leefgebied voor de Groene glazenmaker en kan de aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied worden uitgesloten.

Watersnip Advies

19

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Watersnip Advies

20

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied.

5.1 Conclusies en aanbevelingen 

In de omgeving van het plangebied liggen de volgende Natura2000-gebieden; Oostelijke Vechtplassen, Naardermeer, Eenmeer & Gooimeer Zuidoever, Markermeer & IJmeer en Botshol. In vier van deze Natura2000-gebieden liggen habitattypen die gevoelig zijn voor stikstof. Door de bouw en het gebruik van de woningen zal extra stikstof vrijkomen, omdat er nu sprake is van een braakliggend terrein. Een berekening van de stikstofdepositie doormiddel van het programma Aerius zal moeten uitwijzen of extra maatregelen t.a.v. de vermindering van stikstof noodzakelijk zijn.

Het plangebied is, door de afwezigheid van geschikt leefgebied niet geschikt als foerageergebied voor de doelsoorten van de nabij gelegen Natura2000-gebieden. Schade aan Natura2000-doelsoorten is derhalve niet aan de orde.

Voor een deel van de beschermde soorten (Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander en Meerkikker, Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Ree, Rosse woelmuis, Veldmuis, Vos, Wezel, Dwergspitsmuis, en Konijn) geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Noord-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden.

Tijdens het veldbezoek, buiten het broedseizoen, zijn geen broedende vogels aangetroffen. De aanwezige bomen en struiken zijn wel geschikt als broedlocatie voor verschillende algemeen voorkomende vogelsoorten. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.

In 2015 zijn er geen nestlocaties van Huismus en Gierzwaluw aangetroffen. De omstandigheden aan het Spieghelhuys zijn sindsdien niet veranderd, waardoor er geen geschikte locaties zijn ontstaan. De aanwezigheid van nestlocatie van de Huismus en Gierzwaluw kunnen worden uitgesloten. Vogelnesten van uilen en/of roofvogels die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied.

Watersnip Advies

21

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde vissoort Kwabaal (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘ernstig bedreigd’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Het plangebied voldoet echter niet aan de specifieke eisen die de Kwabaal stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten.

Uit de bureaustudie is gebleken dat de beschermde Poelkikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De beschermde Heikikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Het plangebied is niet geschikt als leefgebied voor de Poelkikker en Heikikker. De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Het huidige plangebied is niet geschikt als leefgebied voor de Rugstreeppad. Er zijn geen voortplantings- en overwinteringslocaties aanwezig. Op het moment dat er werkzaamheden gaan plaatsvinden kan het plangebied mogelijk wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied. Geadviseerd wordt te voorkomen dat er gedurende de voortplantingsperiode (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.

Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de beschermde Ringslang (wnbandere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). De beschermde Hazelworm (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Het plangebied voldoet niet aan de specifieke eisen die de Ringslang en Hazelworm stellen aan hun leefgebied. De aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied kan worden uitgesloten.

Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Das (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’), Eekhoorn (wnb- andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’), Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’), Noordse woelmuis (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) en Otter (wnb-hrl / Rode lijst status ‘verdwenen uit NL’) voorkomen in de omgeving van het plangebied (15km). Het plangebied met zijn hoge cultuurdruk voldoet niet aan de eisen die deze soorten stellen aan hun leefgebied. De aanwezigheid van de Das, Eekhoorn Waterspitsmuis, Noordse woelmuis en Otter binnen het plangebied kan worden uitgesloten.

Uit de bureaustudie blijkt dat verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Baardvleermuis, Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis, Tweekleurige vleermuis, Watervleermuis (0-1km) en Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, en Meervleermuis (1-5km). Binnen het braakliggend terrein zijn geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten. Vleermuizen zijn zeer plaatsgetrouw. Er wordt daarom vanuit gegaan dat het paarverblijf van de Gewone dwergvleermuis dat in 2015 is geconstateerd nog functioneert. Er zal geen schade ontstaan mits in de juiste periode wordt gewerkt. Enkele maatregelen hiervoor zijn opgenomen in hoofdstuk 6. Gezien de aanwezige bomen aan de westkant van het plangebied en de opslag van bomen en struiken is het plangebied geschikt als

Watersnip Advies

22

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

foerageergebied voor verschillende vleermuissoorten. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Binnen het plangebied zijn reeds nieuwe bomen aangeplant om ook in de toekomst het foerageergebied in stand te houden. Daarnaast zijn voldoende alternatieven aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Hierdoor zal er geen schade ontstaan aan de gunstige staat van instandhouding van de verschillende populaties vleermuizen. 

Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde waterslak Platte schijfhoren (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied (01km). De Gestreepte waterroofkever (wnb-hrl), Gevlekte witsnuitlibel (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) en Groene glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) komen voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Het plangebied voldoet niet aan de specifieke eisen die deze soorten stellen aan hun leefgebied. De aanwezigheid van Platte schijfhoren, Gestreepte waterroofkever, Gevlekte witsnuitlibel en Groene glazenmaker kan binnen het plangebied worden uitgesloten.

5.2 Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.

Watersnip Advies

23

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

Watersnip Advies

24

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

6 Ecologisch werkplan 6.1 Inleiding Aan het Ankeveensepad in Nederhorst den Berg is men voornemens nieuwbouw te realiseren. Aan de westkant van het plangebied staat de horecagelegenheid het Spieghelhuys. Aan dit gebouw zullen veranderingen aan het westelijk deel van het dak plaatsvinden. Aan de oostkant van het gebouw bevindt zich een paarverblijf van een Gewone dwergvleermuis. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming en mogen niet worden vernietigd of verstoord. De geplande werkzaamheden zullen geen schade veroorzaken aan het aanwezige paarverblijf, mits er aan enkele voorwaarden wordt voldaan. In dit ecologisch werkplan worden aangegeven aan welke voorwaarden er moet worden voldaan. Het plangebied en zijn directe omgeving zijn geschikt als foerageer- en leefgebied voor verschillende soorten vleermuizen. Het is daarom van belang dat in het nieuwbouwplan voldoende rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van deze diersoort en dat er natuur-inclusief gebouwd wordt. Ook daarvoor worden in dit werkplan enkele maatregelen genoemd.

6.2 Maatregelen om schade te voorkomen    

De paarperiode van de Gewone dwergvleermuis is van 15 augustus tot 1 oktober. In deze periode mogen er geen werkzaamheden aan het Spieghelhuys plaatsvinden; De locatie van het paarverblijf mag in deze periode niet worden geblokkeerd door bouwmateriaal of steigers; De toegang tot het paarverblijf mag niet worden afgesloten of worden geblokkeerd; Gedurende de bouwwerkzaamheden mag er geen bouwverlichting op de oostelijke gevel van het Spieghelhuys gericht worden, om verstoring door licht te voorkomen.

6.3 Natuur-inclusieve maatregelen 6.3.1 Vleermuisverblijven In de nieuw te bouwen woningen worden permanente voorzieningen voor vleermuizen gerealiseerd. Per woning wordt er een verblijfplaats gemaakt. Ieder typen verblijfplaats heeft zijn eigen voorwaarden. Een kraamverblijf heeft bijvoorbeeld meer uren bezonning nodig dan een winterverblijf. De verblijfplaatsen worden daarom op verschillende locaties in de woningen aangebracht. Een verblijfplaats kan gerealiseerd worden door het aanbrengen van; a. Een ingebouwde vleermuiskast; b. Ruimte in de spouwmuur, die toegankelijk is door een open stootvoeg. Bij het plaatsen van een verblijfplaats dient met het volgende rekening gehouden te worden;  De invliegopening is 1,5 tot 2cm breed;  De invliegopening zit op een minimale hoogte van 3 meter;  De ruimte in de spouwmuur heeft een breedte van minimaal 3 cm. Bij een smallere ruimte kan een vleermuis zich niet goed bewegen;  De grootte van de verblijfplaats is minimaal 50 bij 80cm;

Watersnip Advies

25

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

 

De binnenzijde van de verblijfplaats wordt ruw gemaakt, bijv. door het plaatsen van kunststofgaas met een maaswijdte van 3 tot 10mm of houtwolcement; Op de gevels wordt geen gevelverlichting geplaatst.

6.3.2 Vleermuiskast 

 

Aan de gevel van het Spieghelhuys worden twee vleermuiskasten opgehangen, zodat ook hier meer gelegenheid voor vleermuizen gerealiseerd wordt. De beste locaties voor een vleermuiskast zijn aan de zuidkant van het gebouw en in de nok van het dak aan de noordkant (zie foto’s). Deze laatste kast wordt pas opgehangen na afronding van de werkzaamheden aan het dak; De vleermuiskasten worden opgehangen op een minimale hoogte van 3 meter; De kasten mogen niet worden beschenen met gevelverlichting.

6.3.3 Gierzwaluwkasten Uit het onderzoek van ECOlogisch is gebleken dat er gierzwaluwen broeden in de kerktoren. Als extra voorziening voor deze vogels kan ervoor gekozen worden enkele gierzwaluwkasten in te bouwen in de nieuwbouwwoningen. Deze kasten dienen aan de volgende voorwaarden te voldoen:  Gierzwaluwen zijn koloniebroeders. Daarom wordt geadviseerd enkele kasten geclusterd op te hangen aan de oostkant van de woningen;  De kasten worden minimaal 3 meter hoog geplaatst;  Bij het uitvliegen is er geen hinder van balkons, goten, balustrades of gevelverlichting;  De kasten mogen niet op de zuidgevel, in de volle zon. Hier kunnen de jongen sterven door te hoge temperaturen.

Figuur 14: Potentiele locatie vleermuiskast zuidgevel

Watersnip Advies

Figuur 15: Potentiele locatie vleermuiskast noordgevel

26

19A066 Ecologisch onderzoek Ankeveensepad Nederhorst den Berg

7 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. ANWB, Topografische Atlas Nederland 1:50.000, 2011 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 4 oktober 2016 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2013. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. 6. Provincie Noord-Holland, Provinciale Ruimtelijke Verordening Noord-Holland, juni 2019 7. ‘NDFF – quickscanhulp.nl 03-09-2019 13:44:01’ 8. Kapteyn K., Vleermuizen in het landschap, 1995 9. BIJ12, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, Pipistrellus Pipistrellus, versie 1.0, juli 2017 Geraadpleegde internetsites: 10. www.rijksoverheid.nl 11. www.rvo.nl 12. www.ravon.nl 13. www.vleermuis.net 14. www.zuid-holland.nl 15. www.zoogdiervereniging.nl 16. https://noord-holland.tercera-ro.nl/MapViewer/ 17. https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Structuurvisie_en_PRV 18. waarneming.nl 19. https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=n2k&groep= 0

Watersnip Advies

27

Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10680003/1