14. Natuurtoets
Tekst van het document
Natuurtoets Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 Loosdrecht
J UN I 202 0
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
Colofon
Tekst
Dr. A.J.M. Schenkeveld
Productie
Bureau Schenkeveld Visstraat 1, 4101 AC Culemborg 0345 – 534 245 / 06 – 283 078 31 bramschenkeveld@ziggo.nl
Opdrachtgever
HILLBORGH, Wassenaar
Contactpersonen
ir. Joris Aanhane MRICS van HILLBORGH
Bureau Schenkeveld Culemborg 2
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
Inhoudsopgave
1.
Inleiding ........................................................................................................................... 4 1.1 Initiatief.................................................................................................................................................................. 4 1.2 Ligging .................................................................................................................................................................... 4 1.3 Planologisch kader ................................................................................................................................................ 4 1.4 Probleemstelling ................................................................................................................................................... 5
2 3 4
Methode .......................................................................................................................... 7 Gebiedsbeschrijving ........................................................................................................ 7 Flora en fauna.................................................................................................................. 8 4.1 Flora en vegetatie ................................................................................................................................................. 8 4.2 Vogels..................................................................................................................................................................... 9 4.3 Zoogdieren........................................................................................................................................................... 10 4.4 Vissen, amfibieën en reptielen ........................................................................................................................... 11 4.5 Ongewervelde dieren .........................................................................................................................................
11 4.6 Conclusie.............................................................................................................................................................. 11
5
Ingreep ........................................................................................................................... 11 5.1 Initiatief................................................................................................................................................................ 11 5.2 Effecten................................................................................................................................................................ 11
6
Conclusie........................................................................................................................ 12
Bureau Schenkeveld Culemborg 3
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
1. Inleiding 1.1 Initiatief HILLBORGH is van plan op de kavel van het oude politiebureau aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 een zorgcomplex met 26 wooneenheden te realiseren. Daartoe worden de aanbouwen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Het monumentale pand uit 1880 blijft staan, maar wordt wel gerestaureerd. 1.2 Ligging Het plangebied ligt op de driesprong Molenmeent, Nieuw en Oud-Loosdrechtsedijk iets ten westen van de bebouwde kom van Nieuw-Loosdrecht. De betreffende kavel ligt aan de oostzijde direct aan de rotonde, die de drie wegen verbindt en grenst aan de zuid- en westzijde aan een manege en aan de noordzijde aan een woonboerderij. Het plangebied is ca. 24 are groot.
Figuur 1: ligging plangebied aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk te Loosdrecht
1.3 Planologisch kader Ten behoeve van de woningbouw is geen herziening van het bestemmingsplan ‘Loosdrecht landelijk gebied noordoost 2012’ nodig, maar wel een omgevingsvergunning voor de sloop en nieuwbouw. Voor de aanvraag daarvan wordt door buRO, bureau voor ruimtelijke ordening en advies te Amersfoort een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Hierin is ook aandacht voor het aspect natuur. Volgens de huidige wetgeving moet elke ruimtelijke ingreep getoetst worden aan voorheen de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en overig relevant natuurbeleid. Sedert 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet. Bureau Schenkeveld Culemborg 4
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt sedert 1 januari 2017 de bescherming van waardevolle natuur. Ze vervangt de oude Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. In de wet zijn artikelen opgenomen ter bescherming van soorten (hoofdstuk 3), gebieden (hoofdstuk 2) en houtopstanden (hoofdstuk 4). Bij een ruimtelijke ingreep moet voor handelingen met schadelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of waarbij verbodsbepalingen worden overtreden betreffende soorten Vogelrichtlijn, soorten Habitatrichtlijn of andere nationaal beschermde planten- en diersoorten bij de provincie een ontheffing worden aangevraagd. De onderzoeksplicht rust bij de initiatiefnemer. Het is de gewoonte om voorafgaand aan een uitgebreide beoordeling te onderzoeken of er met betrekking tot het initiatief überhaupt broed- en wintervogels, andere planten-, diersoorten en habitattypen, waarvoor de nieuwe wet is bedoeld in het geding zijn. Dit verslag is de weergave van een dergelijk verkennend onderzoek ook wel quick scan of voortoets genoemd. Een dergelijke voortoets wordt ook uitgevoerd voor projecten, die buiten de eigenlijke begrenzing van een Natura 2000-gebied liggen, maar wier effecten zich mogelijk wel doen gelden op de verderop gelegen natuurwaarden (‘externe werking’).
EHS of NNN Inmiddels is de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland (EHS) zo goed als afgerond. Na de herijking in 2011 en de naamsverandering in 2014 in Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt het in de bedoeling alle begrensde kavels voor 2027 te verwerven en in te richten en te beheren als beschermd natuurgebied. De verwerving gebeurt vooralsnog op vrijwillige basis. Voor gebieden in de EHS geldt het nee, tenzij...principe. Ingrepen hierin kunnen alleen doorgang vinden, als er geen alternatieven zijn en het initiatief van groot openbaar belang is. Het nee, tenzij-beleid is een getrapte benadering. De basis voor deze stappenbenadering is een goede beschrijving van de in het gebied voorkomende wezenlijke kenmerken en waarden. Uit onderzoek moet vervolgens blijken of deze wezenlijke waarden en kenmerken significante schade ondervinden door de ingreep.
De kavel is geen onderdeel van de ecologische hoofdstructuur van Nederland / Natuurnetwerk Nederland (EHS/NNN). Het grasland ten westen is dat wel. Het betreft bestaande natuur onderdeel van het NNN, aangewezen als Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) (zie figuur 2). Het plangebied grenst ook direct aan Natura 2000, het Europees netwerk van natuurgebieden (zie figuur 3). De graslanden van de Ster vallen alleen onder de Vogelrichtlijn en zijn vooral belangrijk voor wintervogels. 1.4 Probleemstelling In deze notitie wordt onderzocht in hoeverre de sloop en nieuwbouw en de verandering van het gebruik (van politiebureau naar zorgcomplex) in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming en of er dientengevolge ontheffing van de verbodsbepalingen of een Vvgb (volgens de WABO) voor de omgevingsvergunning (handelingen met gevolgen voor beschermde gebieden, planten en dieren) moet worden aangevraagd. De ingreep wordt niet alleen getoetst aan wetgeving op het gebied van soortbescherming (artikel 3.1-3.41), maar ook aan die op het gebied van gebiedsbescherming (artikelen 2.1-2.11). Dit betekent dat de effecten van de nieuwbouw en het andere gebruik op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen worden beoordeeld.
Toetsing aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening Noord-Holland 2018 is mogelijk ook relevant, omdat het dichtstbijzijnde bestaande natuurgebied binnen de begrenzing van de EHS of NNN direct grenst aan het plangebied en er door de ingreep mogelijkerwijs wezenlijke waarden en kenmerken worden aangetast. De natuurtoets is onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning.
Bureau Schenkeveld Culemborg 5
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
Titel Sub titel Legenda Ambitie-beheertype N01.01 Zee en wad N01.02 Duin- en kwelderlandschap N01.03 Rivier- en moeraslandschap N02.01 Rivier N03.01 Beek en Bron N04.01 Kranswierwater N04.02 Zoete Plas N04.03 Brak water N04.04 Afgesloten zeearm N05.01 Moeras N05.02 Gemaaid rietland N06.01 Veenmosrietland en moerasheide N06.02 Trilveen N06.04 Vochtige heide N06.05 Zwakgebufferd ven N06.06 Zuur ven en hoogveenven N07.01 Droge heide N07.02 Zandverstuiving N08.01 Strand en embryonaal duin N08.02 Open duin N08.03 Vochtige duinvallei N08.04 Duinheide N09.01 Schor of kwelder N10.01 Nat schraalland N10.02 Vochtig schraalland N11.01 Droog schraalgrasland N12.01 Bloemdijk N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland N12.03 Glanshaverhooiland N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland N12.05 Kruiden- of faunarijke akker N12.06 Ruigteveld N13.01 Vochtig weidevogelgrasland N13.02 Wintergastenweide N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos N14.02 Hoog- en laagveenbos N14.03 Haagbeuken- en essenbos N15.01 Duinbos N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos N16.03 Droog bos met productie N16.04 Vochtig bos met productie N17.02 Droog hakhout N17.03 Park- of stinzenbos N17.04 Eendenkooi N17.06 Vochtig en hellinghakhout L01.01 Poel en kleine historische wateren L01.07 Laan L01.09 Hoogstamboomgaard
Datum:
29-05-2020
Schaal:
1:24.000
L01.16 Bossingel L02.02©Historisch bouwwerk en erf Copyright 2018 Provincie Noord-Holland L02.03 Historische tuin
Figuur 2: situering plangebied (rood omcirkeld) in relatie tot de beheertypen-ambitie binnen het NNN (Natuurbeheerplan 2020) Bureau Schenkeveld Culemborg 6
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
Figuur 3: situering plangebied (rood omcirkeld) in relatie tot Natura 2000 Vogelrichtlijngebied (blauw) en Habitatrichtlijngebied (groen)
2
Methode
Op 20 mei 2020 is het terrein bezocht om de beschermde planten en dieren, die het plangebied en directe omgeving bewonen en gebruiken te inventariseren. Daarnaast is in de literatuur en via internet gezocht naar gegevens over de verspreiding van bijzondere soorten in de (wijde) omgeving. Voorafgaand aan het veldbezoek is een lijst van potentieel in het gebied aanwezige bijzondere soorten opgesteld aan de hand van de diverse atlassen. Deze bronnen worden vermeld onder de diverse soortengroepen. Deze lijst is dus in het veld getoetst aan de hand van de directe waarnemingen, aangetroffen sporen en de gebiedskenmerken.
3
Gebiedsbeschrijving
De Nieuw-Loosdrechtsedijk is de zuidelijke bedijking van het moerasgebied De Ster, dat na de ontginning in de dertiende eeuw in gebruik werd genomen als landbouwgebied. Ten gevolge van de bodemdaling is men vanaf de zestiende eeuw het gebied gaan vervenen, eerst in het droge, maar vanaf de zeventiende eeuw in het natte. Door overexploitatie werden de smalle legakkers bij storm weggevaagd en ontstonden de grote open watervlaktes van de Eerste en Tweede Plas. Ter hoogte van het plangebied is het veenpakket (Westland Formatie) nooit dik geweest en ligt op dit moment de bovenkant van de pleistocene afzettingen gewoon aan de oppervlakte. Het bodemtype betreft een kamppodzolgrond met grondwatertrap III naar het westen overgaand in een meerveengrond met grondwatertrap II. Ter plekke van het plangebied staat al begin negentiende eeuw bebouwing. Het pand zelf is gebouwd in 1880 als gemeentehuis. Tot voor kort was het in gebruik als politiebureau. Op dit moment wordt het plangebied aan de voorzijde in beslag genomen door het monumentale oorspronkelijke gemeentehuis. Het gebouw telt twee etages en een zolder onder een platte kap. De bovenzijde hiervan is bedekt met bitumen, de zijkanten met keramische zwarte pannen. ‘tuile du nord’. De gevels zijn gemetselde steens Bureau Schenkeveld Culemborg 7
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
muren, waarin aan de voorzijde grote omlijste raampartijen zitten. De aanbouwen zijn in de zeventiger jaren van de vorige eeuw opgericht. Deze hebben gemetselde spouwmuren, slechts 1 verdieping en een met bitumen bedekt plat dak. Onder deze bijgebouwen zit een grote kelder ooit gebouwd om het gemeentearchief te bewaren.
Monumentale voorzijde plangebied.
Uitzicht over de achterzijde van het plangebied
De buitenruimte is grotendeels verhard met betonsteen. Aan de westzijde staat op de kavelgrens een gemetselde muur. De zuid- en oostzijde is omsloten met hekwerk met daarachter een hoge cipressenhaag. Aan de voorzijde staan achter een lage haag 4 boltrompetbomen en meer opzij 3 bolesdoorns. Achter de aanbouw aan de oostzijde staat een groot exemplaar Kaukasische vleugelnoot.
Buitenruimte aan de westzijde
4
en aan de zuidzijde
Flora en fauna
4.1 Flora en vegetatie Tussen de stenen staan veel spontaan gevestigde plantensoorten. Dit betreft meestal kortlevende kruidachtige als Bezemkruiskruid, Bijvoet, Canadese fijnstraal, Gewone hoornbloem, Gewone melkdistel, Heermoes, Klein streepzaad, Koningskaars, Kruipertje, Middelste teunisbloem, Paarse dovenetel, Paardenbloem, Perzikkruid, Vertakte leeuwentand, maar ook soorten die kenmerkend zijn voor nitrofiele zomen als Duinriet, Gewone vlier, Grote brandnetel, Klimop, Koninginnekruid, Oosterse karmozijnbes, Stinkende gouwe, Wilgenroosje.
Bureau Schenkeveld Culemborg 8
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
Duinriet tegen hekwerk en haag
Koninginnekruid en Bezemkruiskruid tegen westgevel
Er komen in het plangebied geen plantensoorten van de Rode lijst (2015), bijlage IV van de Habitatrichtlijn of genoemd in de bijlage behorend bij artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming voor. Het aangrenzende deel van De Ster is niet belangrijk voor de kwalificerende plantensoorten en habitattypen1. 4.2 Vogels Tijdens het veldbezoek d.d. 20 mei 2020 zijn de volgende soorten gehoord of gezien: Ekster, Houtduif, Huismus, Huiszwaluw, Kauw, Koolmees, Merel, Spreeuw, Tuinfluiter, Zanglijster. Hiervan broedt alleen Huiszwaluw in het plangebied. Er vlogen d.d. 20 mei circa 10 exemplaren rond het gebouw, die op zoek leken naar geschikte nestgelegenheid. Er werd ook gerust op de draden van de bliksemafleiding op het dak van het monumentale deel. Uiteindelijk is onder de overstekende gootombouw maar 1 nest gevonden en wel op de meest oostelijke hoek. Dit betrof een nest met jongen. Op andere plekken onder de goot zitten wel mestsporen, maar geen nesten meer. Huiszwaluw heeft jaarrond beschermde nesten (categorie 5). De categorie 5-nesten zijn van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar ze het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Huismus broedt wel op de daken van de woningen in de directe omgeving. Huismus heeft jaarrond beschermde nesten (categorie 2).
Huismus en Huiszwaluw staan ook op de rode lijst van in Nederland bedreigde broedvogelsoorten (categorie gevoelig). In het exemplaar Kaukasische vleugelnoot broedt Houtduif. Alle broedvogels zijn op eieren en met jongen beschermd.
1
Atlas Natura 2000-gebied Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen Actualisatie, 2019; provincie Noord-Holland, Haarlem.
Bureau Schenkeveld Culemborg 9
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
Nestplek huiszwaluw
Draad bliksemafleiding
Bij de beoordeling van de mogelijk in het plangebied broedende soorten is gebruik gemaakt van de laatste atlasgegevens van SOVON2. In uurhok 135-465 broeden de volgende vogelsoorten met categorie 1-4 jaarrond beschermde nesten: Buizerd, Gierzwaluw, Havik, Huismus, Kerkuil, Ooievaar, Ransuil, Sperwer, Wespendief. Geen van deze vogels heeft een nest in het plangebied Het plangebied en wijde omgeving (bebouwing Nieuw-Loosdrecht, oostelijk deel De Ster) is van alle vogelsoorten, waarvoor de Oostelijke Vechtplassen zijn aangewezen als Natura 2000-gebied alleen belangrijk als foerageergebied voor Purperreiger. Het oostelijk deel van De Ster is door de provincie Noord-Holland niet aangewezen als weidevogelleefgebied3. Er zijn weidevogelgegevens gevonden, maar de kwaliteit is waarschijnlijk niet hoog. 4.3 Zoogdieren Er zijn in het plangebied en omgeving alleen sporen gezien van Bruine rat. Deze soort is niet beschermd. Vleermuizen zijn streng beschermd (Habitatrichtlijn). Er zijn van de omgeving, waarnemingsgebied De Ster, geen recente (< 3 jaar) waarnemingen van vleermuizen bekend4. In het betreffende uurhok (135-465) zijn sedert 1990 de volgende soorten waargenomen: Baardvleermuis, Bosvleermuis, Franjestaart, Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige vleermuis, Watervleermuis5.
Van deze soorten kan het plangebied functioneel (vliegroute, verblijfplaats, foerageergebied) zijn voor algemene, minder verstoringsgevoelige soorten als Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger, Ruige dwergvleermuis en Tweekleurige vleermuis. Deze vleermuizen zijn gebouwbewonend, maar kunnen ook (individuele) verblijfplaatsen hebben in boomholtes en -spleten. Ze hebben kraamkolonies op zolders, in spouwmuren en achter boeiborden. Ze verblijven soms tijdelijk achter luiken en onder scheef liggende pannen. De gebouwen zijn daarom afgezocht op aanwezigheid van sporen van vleermuizen, met name keutels langs de gevel en op de raamkozijnen. Ook zijn alle potentiële verblijfplaatsen voor zover toegankelijk bekeken. Er zijn geen sporen gevonden. Er zijn ook weinig geschikte plekken. De zolder van het monumentale pand is omgebouwd tot kantoorruimte en daarmee ongeschikt. Er is plaatselijk wel ruimte onder een losse dakpan, die door een enkel dier als tijdelijke verblijfplaats gebruikt kan worden. De gevel van de lage aanbouw heeft wel open stootvoegen, maar deze zijn te smal en zitten te laag om geschikt te zijn als toegang naar de spouw. Voor zover bekend is het plangebied niet belangrijk als foerageergebied voor de Meervleermuis6. Er zijn van De Ster alleen waarnemingen van Noordse woelmuis in het westelijk deel gedaan7.
2
http://www.vogelatlas.nl/
3 https://maps.noord-holland.nl/kaartenportaal/apps/webappviewer/index.html?id=fd6a3bfefe9c4b4fabfd8099bbb14d00
4
www.waarneming.nl https://www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren 6 Haarsma, A-J, 2011: De Meervleermuis in Nederland; Zoogdiervereniging, Nijmegen. 7 Atlas Natura 2000-gebied Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen Actualisatie, 2019; provincie Noord-Holland, Haarlem. 5
Bureau Schenkeveld Culemborg 10
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
Beide habitatrichtlijnsoorten kwalificeren het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. 4.4 Vissen, amfibieën en reptielen In het kader van deze natuurtoets is er geen veldonderzoek gedaan naar deze soortengroep. Er is geen water in het plangebied. De wateren van De Ster zijn niet bekend als zijnde belangrijk voor de kwalificerende vissoorten Bittervoorn, Kleine en Grote modderkruiper, Rivierdonderpad8. Het voorkomen van Kleine modderkruiper is wel aangetoond in de sloten van kilometerhok 137, 468. In De Ster werd in het verleden (< 2017) regelmatig Ringslang waargenomen (zie www.waarneming.nl). Deze soort is nationaal beschermd en staat op de rode lijst van in Nederland bedreigde reptielsoorten (categorie kwetsbaar) 2009. Het plangebied is vanwege de afwezigheid van water ongeschikt als leefgebied. 4.5 Ongewervelde dieren Tijdens het veldbezoek d.d. 20 mei 2020 zijn de volgende ongewervelde dieren waargenomen: Atalanta, Klein koolwitje. In het westelijk deel van De Ster zijn waarnemingen gedaan van de volgende kwalificerende ongewervelde habitatrichtlijnsoorten: Gestreepte waterroofkever en Zeggekorfslak. 4.6 Conclusie Het plangebied heeft zelf nauwelijks natuurwaarde, maar grenst wel direct aan Natura 2000-gebied. Het oostelijk deel van De Ster valt alleen onder de Vogelrichtlijn en lijkt alleen belangrijk als foerageergebied voor Purperreiger.
De dichtstbijzijnde broedkolonie ligt in de Tienhovensche Plassen. Er ligt geen belangrijk leefgebied van een van de kwalificerende soorten en habitattypen van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen binnen een afstand van 500 m vanaf het plangebied. De belangrijkste natuurwaarde van het plangebied zelf betreft de aanwezigheid van een kleine groep huiszwaluwen, waarvan voorlopig 1 plek met reproductie is vastgesteld.
5
Ingreep
5.1 Initiatief De ruimtelijke ingreep betreft de sloop van de recentere aanbouw, de restauratie en verbouwing tot zorgcomplex van het monumentale deel en de nieuwbouw van 26 zorgstudio’s ongeveer op de plek van de oorspronkelijke aanbouw, maar wel met een extra verdieping. Van het groen worden in ieder geval de vleugelnoot en de cipreshaag gespaard. 5.2 Effecten De belangrijkste ecologische gevolgen van het initiatief hangen samen met het opruimen van de beplanting (1), de sloop van de bebouwing (2), het grondverzet (3), de nieuwbouw (4), de herinrichting van de buitenruimte (5) en de verandering van het gebruik (6). Ad 1)
In de te verwijderen bomen en struiken nestelen in het voorjaar vogels. De beplanting moet daarom buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden weggehaald of in het broedseizoen eerst gecontroleerd worden op de aanwezigheid van nestelende vogels. Overigens blijft het groen waarin de vogels nu nestelen zoals de haag en de vleugelnoot staan.
Ad 2)
In de te slopen gebouwen zijn geen jaarrond beschermde nesten of verblijfplaatsen van nationaal of communautair beschermde diersoorten vastgesteld. Hun aanwezigheid kan ook zo goed als worden uitgesloten. Het is wel belangrijk dat bij de restauratie van de buitenkant van het monumentale deel de zwaluwnesten worden gespaard en de vogels niet worden verstoord tijdens het broedseizoen (1 april tot
8
idem
Bureau Schenkeveld Culemborg 11
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
15 september). Verder wordt voorgesteld voor de zekerheid nog eenmaal deze voorzomer (voor 15 juli) en eenmaal in de nazomer (tussen 15 augustus en 1 oktober) vleermuizen te inventariseren. Ad 3)
Bij het grondverzet voor het bouwrijp maken verdwijnen er geen groeiplaatsen van beschermde plantensoorten en worden er ook geen verblijfplaatsen van (inter)nationaal beschermde diersoorten vernietigd.
Ad 4)
Tijdens de bouw van de huizen treedt door lawaai, bouwlampen, trilling, bewegingen verstoring van de natuur in de omgeving op. Er komen echter binnen een straal van 500 m geen kwalificerende soorten en habitattypen, die extra gevoelig zijn voor deze storingsfactoren (13-16, zie figuur 4). Tijdens de bouw treedt ook stikstofuitstoot op. De doorrekening van het effect hiervan op de stikstofdepositie op hiervoor gevoelige habitattypen is doorgerekend door Wim Noom van buRO. Uit de AERIUS-berekening (kenmerk RPRsoFMvnCpP) blijkt dat er in de aanlegfase van het project op het perceel Nieuw-Loosdrechtsedijk 2 geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.
Ad 5)
De inrichting van de buitenruimte heeft waarschijnlijk een stenig karakter. Alleen aan de randen is enige ruimte voor groen. Aanbevolen wordt parkbossoorten en stinzenplanten te kiezen.
Ad 6)
Het nieuwe woonzorggebruik betekent een lichte vermindering van de verstoring door geluid, licht, trilling en (auto)bewegingen op de aangrenzende natuur dan in de situatie als politiebureau. Zoals hierboven beschreven is het ambitieniveau van de direct aangrenzende natuur niet hoog (natuurdoeltype kruiden- en faunarijk grasland), zodat de omvorming van dit weiland van agrarisch naar natuur zeker niet gefrustreerd zal worden door deze ontwikkeling. Het nieuwe gebruik en de daarmee verbonden hoeveelheid autobewegingen betekent geen toename van de stikstofuitstoot. Een en ander is ook doorgerekend door Wim Noom van buRO. De uitgevoerde berekening (kenmerk RPDprSZNohdu) met de rekentool Aerius Calculator geeft als resultaat dat er geen depositie zal plaatsvinden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.
6
Conclusie
De omvorming van het complex van politiebureau naar woonzorgcentrum en de daarmee gepaard gaande sloop en nieuwbouw heeft geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Door de omvorming worden geen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming op het gebied van soortbescherming (artikel 3.1-3.41) overtreden. Hiervoor geldt wel als voorwaarden, dat: - De bomen en struiken buiten het broedseizoen (15 maart tot 15 juli) verwijderd worden of eerst gecontroleerd op aanwezigheid van nestelende vogels. - Bij de restauratie van het monumentale deel de nesten Huiszwaluw gespaard blijven.
Bureau Schenkeveld Culemborg 12
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
Figuur 4: effectenindicator Natura 2000-gebied 'Oostelijke Vechtplassen' en activiteit 'Woningbouw'.
Bureau Schenkeveld Culemborg 13
Nieuw-Loosdrechtsedijk 2, Natuurtoets
Bureau Schenkeveld Culemborg 14