CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Bijlage 5 Quickscan flora en fauna Ankeveensepad Nederhorst den BergV4

commissie Ruimte en Economie 10 november 2021, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Dammerweg 3 en 45.680 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna

Aveco de Bondt bezoekadres

Ankeveensepad, Nederhorst den Berg

postbus

2674

postcode

3800 GE Amersfoort

telefoon

(0)88 18 66 010

telefax

(0)343 52 31 96

e-mail

amersfoort@avecodebondt.nl

internet

projectnaam Ankeveensepad, Nederhorst den Berg projectnummer 141372 projectleider G.H. van Hooff referentie TKR/141372/01 opdrachtgever KWP Vechtstreek Postadres Straatweg 2a 3604 BB Maarssen contactpersoon Dhr. N. Nijenhuis status Definitief versie 04 aantal pagina's 24 datum 29 april 2015 auteur ir. T.F. Kroon

paraaf gecontroleerd ing. E.A.J. Bouwmeester

Podium 9

www.avecodebondt.nl

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

5

6

INLEIDING

3

1.1

Doel

3

1.2

Leeswijzer

4

WETTELIJK KADER

5

2.1

Soortenbescherming

5

2.2

Gebiedsbescherming

6

HET PROJECTGEBIED

7

3.1

Huidige situatie

7

3.2

Toekomstige situatie

8

ONDERZOEKSRESULTATEN EN EFFECTEN

9

4.1

Onderzoeksmethode

9

4.2

Beschermde soorten

9

4.3

Beschermde gebieden

15

CONCLUSIE

18

5.1

Beschermde soorten

18

5.2

Beschermde gebieden

19

5.3

Kapvergunning

20

5.4

Aanbevelingen

20

VERVOLGSTAPPEN

21

6.1

Onderzoek vleermuizen, broedvogels en vissen

21

6.2

Ontheffingsaanvraag

21

6.3

Mitigerende en compenserende maatregelen

21

BRONNEN 23 BIJLAGE 1. EFFECTENINDICATOR NATURA 2000-GEBIED OOSTELIJKE VECHTPLASSEN24

1

INLEIDING

In opdracht van KondorWessels Projecten bv, Forum Vastgoed bv en KCC beheer bv heeft de vakgroep Ecologie van Aveco de Bondt een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor de herinrichting van een terrein aan het Ankeveensepad in Nederhorst den Berg (provincie NoordHolland). Onderstaande afbeelding geeft de globale ligging van het projectgebied weer.

Afbeelding 1: Luchtfoto projectgebied en omgeving (bron: Google Earth, 2014).

De aanleiding van het onderzoek is het in voorbereiding zijnde ontwerp bestemmingsplan dat de herontwikkeling mogelijk maakt. In het kader van de bestemmingsplanprocedure dient te worden nagegaan of er in het projectgebied beschermde soorten voorkomen en/of leefgebieden van deze soorten worden aangetast. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar de eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving.

1.1

Doel

De quickscan flora en fauna heeft meerdere doelen: 

vaststellen van (mogelijk aanwezige) beschermde soorten flora en fauna;

vaststellen of er nader onderzoek uitgevoerd moet worden naar bepaalde soortgroepen;

bepalen wat de effecten zijn van het initiatief op beschermde flora en fauna;

indien negatieve effecten op beschermde flora en fauna te verwachten zijn, dient te worden bepaald of een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet nodig is;

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

3 van 24

vaststellen of er nader onderzoek gedaan moet worden naar de effecten op beschermde gebieden.

1.2

Leeswijzer

De quickscan flora en fauna bestaat uit 5 hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk beschrijft de inleiding en leeswijzer. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijke kader besproken en vormt de relevante regelgeving voor het beoordelingskader waarbinnen de effecten van de ruimtelijke ingreep op de mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna worden getoetst. Hoofdstuk 3 beschrijft het projectgebied met de huidige ligging en de toekomstige ingrepen. Hoofdstuk 4 bestaat uit de onderzoeksmethode en de effectenbeoordeling van het project. De conclusies zijn weergegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 zijn de vervolgstappen voor het project beschreven.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

4 van 24

2

WETTELIJK KADER

2.1

Soortenbescherming

Flora- en faunawet De Flora- en faunawet beoogt de bescherming van in het wild levende planten en dieren, alsmede hun directe leefomgeving. Dit gebeurt onder meer door middel van: 

een algemene zorgplicht;

enkele verbodsbepalingen.

Algemene zorgplicht De Flora- en faunawet gaat uit van de ‘algemene zorgplicht’ (artikel 2). Deze zorgplicht bestaat uit bewust omgaan met soorten en een onderzoeksplicht. Verbodsbepalingen Op grond van de Flora- en faunawet (artikelen 8 tot en met 12)1 is het verboden planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te beschadigen. Beschermde inheemse dieren mogen niet worden gedood, verstoord, verwond, gevangen en bemachtigd. Op 23 februari 2005 is het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet in werking getreden. De beschermde flora en fauna is onderverdeeld in drie tabellen overeenkomstig de brochure “Buiten aan het werk” van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (nu Economische Zaken of EZ). “Tabel 1“ soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer. “Tabel 2” soorten zijn niet zondermeer vrijgesteld en voor “tabel 3” soorten is een uitgebreide toets nodig als overtreding van artikel 8 tot en met 12 niet kan worden voorkomen. Vogels Vogelsoorten zijn niet in de tabellen opgenomen. Alle broedvogels in Nederland zijn beschermd.

  

datum

1

Artikel 8. Het is verboden planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen. Artikel 9. Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen. Artikel 10. Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten. Artikel 11. Het is verboden nesten, holen of andere voortplanting- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. Artikel 12. Het is verboden eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen.

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

5 van 24

Nesten van vogels en de directe omgeving zijn tijdens het broedseizoen beschermd. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond, dus ook buiten het broedseizoen, beschermd.

2.2

Gebiedsbescherming

Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998 (NB-wet). Hierin zijn de reeds bestaande Staatsnatuurmonumenten (Beschermde natuurmonumenten) ook opgenomen. Op grond van deze wet is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitattypen en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Een andere vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van een gebied als Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot aantasting van de natuurdoelen. Anders dan bij gebieds- en soortbescherming is de status als EHS niet verankerd in de natuurwetgeving, maar dient het belang in de planologische afweging een rol te spelen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

6 van 24

3

HET PROJECTGEBIED

3.1

Huidige situatie

Het projectgebied ligt in de bebouwde kom van Nederhorst den Berg (provincie Noord-Holland) en wordt begrensd door het Ankeveensepad in het zuiden, de Dammerweg in het westen en een watergang in het oosten. Onderstaande afbeelding geeft een indruk van de huidige situatie van het projectgebied.

Afbeelding 2: indruk huidige situatie projectgebied (foto: Aveco de Bondt, 2014).

Het projectgebied bestaat grotendeels uit tuin, inclusief waterpartijen, struiken en grote bomen. In het noorden van het projectgebied bevindt zich een leegstaande woning. Deze woning is via een grindpad toegankelijk vanaf de Dammerweg. In het uiterste zuidwesten, op de hoek van de Dammerweg en het Ankeveensepad, is een horecagelegenheid aanwezig (spiegelhuis). Verder is binnen het projectgebied nog een kleine, half open kapschuur en een klein houten tuinhuisje aanwezig. Direct ten noorden van het projectgebied is een pastorie en een grote kerk gelegen. De pastorie woning is tegen de leegstaande woning in het projectgebied aangebouwd. Langs het Ankeveensepad is een watergang gelegen, die grotendeels overschaduwd is door bomen die op de oevers staan. Deze sloot staat in verbinding met een watergang ten oosten van het plangebied en de nabij gelegen Spiegel- en Blijkpolderplas. De waterpartij in de tuin staat niet in verbinding met de watergang langs het Ankeveensepad.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

7 van 24

3.2

Toekomstige situatie

Het beoogde plan voorziet in de bouw van circa tien woningen in het projectgebied. De leegstaande woning in het noorden van het plangebied blijft in de huidige staat behouden. Aan deze woning zijn geen werkzaamheden voorzien. Een deel van het spiegelhuis, dat voorzien is van een plat dak, zal worden gesloopt. Aan het overige deel van dit pand zijn geen werkzaamheden gepland. De kapschuur en het tuinhuisje zullen met zekerheid worden verwijderd. Om ruimte te creëren voor de nieuwe woningen, zal de bestaande waterpartij mogelijk worden vergraven. De watergang langs het Ankeveensepad wordt gedempt. In het kader van de herinrichting worden er zeer waarschijnlijk ook enkele bomen en/of struiken in het plangebied verwijderd. Er is nog geen definitief ontwerp van de nieuwe situatie beschikbaar.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

8 van 24

4

ONDERZOEKSRESULTATEN EN EFFECTEN

4.1

Onderzoeksmethode

Bij het opstellen van de quickscan flora en fauna is gebruik gemaakt van bestaande archiefgegevens zoals de Atlas van de Nederlandse vleermuizen (Limpens, 1997), verspreidingsatlas van de zoogdieren van Noord-Holland, verspreidingsgegevens van RAVON (www.ravon.nl) en www.waarneming.nl. In de bijlage zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Op basis van deze archiefgegevens is een indicatie verkregen van de mogelijk voorkomende beschermde soorten in de omgeving van het projectgebied. De aanwezigheid van de mogelijk in de omgeving voorkomende soorten is door middel van een eenmalig veldbezoek op locatie onderzocht. Op 1 oktober 2014 heeft een ecoloog van Aveco de Bondt het projectgebied en de directe omgeving verkend. Doel van deze veldverkenning was om een indruk te krijgen van de ecologische kwaliteit ter plaatse en de geschiktheid ervan voor de mogelijk voorkomende beschermde soorten te beoordelen. De watergangen en vijvers in het projectgebied zijn steekproefsgewijs bemonsterd met behulp van een schepnet. Het eenmalige veldbezoek heeft niet de status van een volledige veldinventarisatie. Niet alle soortgroepen zijn gedurende het hele jaar actief of aanwezig. Bovendien zijn meerdere veldbezoeken noodzakelijk voor een volledig onderzoek naar bepaalde soortgroepen, zoals vleermuizen.

De quickscan is de eerste stap in het proces om de haalbaarheid van het plan op het gebied van flora en fauna te onderzoeken. Onderhavige activiteit valt volgens de Flora- en faunawet in de categorie ruimtelijke ontwikkeling/ ingrepen. Om die reden wordt in dit hoofdstuk een beoordeling gemaakt van soorten uit tabel 2 en 3 van de Flora- en faunawet. Voor soorten uit tabel 1 geldt namelijk een algehele vrijstelling, waarbij wel rekening gehouden dient te worden met de zorgplicht.

4.2

4.2.1

Beschermde soorten

Flora

Op grond van de bestudeerde archiefgegevens komen in de omgeving van het projectgebied geen strikt beschermde soorten planten voor. Tijdens het veldbezoek zijn bovendien geen beschermde plantensoorten aangetroffen in het projectgebied. De biotoop bestaat grotendeels uit tuin met gecultiveerde en aangeplante soorten, zoals hortensia, klimop en Japanse duizendknoop. Strikt beschermde plantensoorten worden niet verwacht op basis van de biotoop en aangetroffen soorten. Een ontheffing of nader onderzoek ten aanzien van beschermde planten wordt niet noodzakelijk geacht.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

9 van 24

4.2.2

Grondgebonden zoogdieren

Volgens verspreidingsgegevens komen in de directe omgeving van het projectgebied geen strikt beschermde grondgebonden zoogdieren voor (Hoogeboom, 2011). Het voorkomen van strikt beschermde soorten grondgebonden zoogdieren in het projectgebied is onwaarschijnlijk. Het projectgebied ligt in de bebouwde kom en de tuinen zijn tot kort geleden intensief in gebruik geweest. Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor soorten zoals waterspitsmuis of noordse woelmuis. Voorstaande maakt dat het projectgebied ongeschikt is al vaste rust- en verblijfplaats voor strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. De herinrichting van het terrein leidt niet tot aantasting van verblijfplaatsen van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.2.3

Vleermuizen

Volgens verspreidingsgegeven komen in de omgeving van het projectgebied de vleermuissoorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis voor. Vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen in gebouwen en in bomen. Gebouwbewonende vleermuizen worden aangetroffen in spouwmuren, achter gevelbetimmering, achter dakbeschot, op zolders, enz. De leegstaande woning in het projectgebied is opgetrokken uit een stenen muur met zeer waarschijnlijk spouwmuren. De muren van de woning zijn vrijwel volledig begroeid met klimop, waardoor eventuele open stootvoegen niet zichtbaar en toegankelijk zijn. Wel zijn er een paar plekken aanwezig waar vleermuizen achter gevelbetimmering/dakbeschot kunnen kruipen. Het spiegelhuis in het zuidwesten van het terrein beschikt over toegankelijke gevelbetimmering. Het is op basis van voorstaande niet uit te sluiten dat vleermuizen deze gebouwen gebruiken als verblijfplaats. De leegstaande woning blijft in de huidige staat behouden. Een deel van het spiegelhuis wordt echter gesloopt, waardoor negatieve effecten op eventuele vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in dit pand niet zijn uit te sluiten. Op de vloer van de kapschuur, die direct ten oosten van het spiegelhuis aan het Ankeveensepad ligt, zijn uitwerpselen van vleermuizen aangetroffen.

Op basis van de aangetroffen uitwerpselen is het waarschijnlijk dat deze schuur gebruikt wordt als verblijfplaats door vleermuizen. Deze kapschuur is half open, opgebouwd uit hout en heeft een pannendak (afbeelding 3). Op basis van de constructie wordt uitgesloten dat er kraamverblijfplaatsen en/of winterverblijfplaatsen in deze schuur aanwezig zijn. De kapschuur wordt waarschijnlijk als zomer- en/of paarverblijfplaats gebruikt. Ten tijde van het veldbezoek was onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen niet mogelijk. Vandaar dat in de actieve periode van vleermuizen vervolgonderzoek naar verblijfplaatsen wordt uitgevoerd (zie paragraaf 5.1). In bomen kunnen vleermuizen worden aangetroffen achter loshangende schors en in boomholten. De bomen in het projectgebied zijn geïnspecteerd, waarbij enkele grote bomen met holten en/of loshangende schors zijn aangetroffen.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

10 van 24

Op basis van de quickscan kan niet worden uitgesloten dat er vaste rust- en verblijfplaatsen van boom bewonende vleermuizen aanwezig zijn in desbetreffende bomen. Ten tijde van het veldbezoek was onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen niet mogelijk. Indien er bomen met holtes gekapt worden, wordt geadviseerd om in de periode mei t/m september soortgericht onderzoek uit te voeren om vast te stellen of er verblijfplaatsen in deze bomen aanwezig zijn (zie paragraaf 5.1). Mogelijk dat de opgaande beplanting in het projectgebied gebruikt wordt als vliegroute en/of foerageergebied door vleermuizen. Wanneer grote delen van de aanwezige beplanting verwijderd worden, gaat er mogelijk een vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen verloren. Het onderzoek naar verblijfplaatsen in mei t/m september maakt ook duidelijk of het gebied als vliegroute en/of foerageergebied wordt gebruikt.

Afbeelding 3: open kapschuur nabij het Ankeveensepad (foto: Aveco de Bondt, 2014).

4.2.4

Broedvogels

Tijdens het veldbezoek zijn de volgende vogelsoorten aangetroffen: pimpelmees en houtduif. Deze en andere algemene vogelsoorten kunnen mogelijk broeden in het projectgebied. Nestlocaties van vogels met jaarrond beschermde nesten die in bomen nestelen, zoals uilen en roofvogels, zijn niet aangetroffen. Verder zijn geen sporen (braakballen, veren) van deze soorten waargenomen.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

11 van 24

Ook zijn er geen recente waarnemingen bekend van dergelijke soorten uit de directe omgeving van het plangebied. Jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht in de opgaande begroeiing in het projectgebied. Gebouw bewonende jaarrond beschermde vogelsoorten, zoals huismus en gierzwaluw, broeden onder dakpannen of in ruimten achter dakgoten. De leegstaande woning beschikt over een pannendak, waarbij meerdere mogelijkheden voor vogels aanwezig zijn om onder de dakpannen te kruipen. Het is daardoor mogelijk dat huismus en gierzwaluw nestlocaties hebben in het projectgebied. Omdat deze bebouwing niet wordt gesloopt of verbouwd, zijn negatieve effecten op eventuele nestlocaties van huismus en gierzwaluw uitgesloten. In de open kapschuur zijn geen sporen of nestmateriaal aangetroffen van vogels. Bovendien is de kapschuur, als gevolg van de constructie, nauwelijks geschikt als nestlocatie voor huismus en/of gierzwaluw. Nestlocaties van deze soorten worden niet verwacht in de kapschuur. Nestlocaties van gierzwaluw en/of huismus zijn in het spiegelhuis niet uit te sluiten in het deel met kap, vanwege het pannendak. In het deel met plat dak zijn geen nesten van gierzwaluw en huismus te verwachten. Nader onderzoek naar jaarrond beschermde vogelsoorten is niet noodzakelijk als gevolg van de plannen. Alle vogelsoorten zijn tijdens het broeden strikt beschermd.

De werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot verstoring van broedgevallen van bijvoorbeeld merel, houtduif, ekster en mezen. Omdat alle vogels tijdens het broeden beschermd zijn, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Flora- en faunawet. Geadviseerd wordt de werkzaamheden uit te voeren of te starten buiten het broedseizoen. Er wordt geen standaardperiode voor het broedseizoen gehanteerd; ongeacht het seizoen mogen nesten van vogels die actief in gebruik zijn, niet worden aangetast of verstoord. Het broedseizoen loopt van globaal medio maart – medio juli, maar is afhankelijk van de betreffende soort en buitentemperatuur.

4.2.5

Amfibieën en vissen

Volgens verspreidingsgegevens komt van de in Nederland aanwezige amfibieën de strikt beschermde soort rugstreeppad in de omgeving van het projectgebied voor (RAVON; www.waarneming.nl). Wat betreft vissen komen volgens RAVON de strikt beschermde soorten kleine modderkruiper, rivierdonderpad en bittervoorn voor in de omgeving van Nederhorst den Berg. Amfibieën De rugstreeppad is vooral een soort van dynamische milieus, met name gebieden met vergraafbaar zand en een natuurlijk of door de mens veroorzaakt pionierskarakter, zoals (rivier)duinen, uiterwaarden, afgravingen en bouwterreinen. Dergelijke elementen zijn in de huidige situatie niet aanwezig in het projectgebied; het is geheel begroeid, verhard en bebouwd en vergraafbare delen ontbreken. Tijdens het veldbezoek zijn bovendien geen amfibieën aangetroffen.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

12 van 24

In het projectgebied zijn vijvers en watergangen aanwezig. De watergangen zijn grotendeels beschaduwd als gevolg van een grote hoeveelheid bomen en struiken op de oevers. Hierdoor zijn de watergangen geen optimaal voortplantingswater voor amfibieën. De vijvers zijn deels met een dikke laag kroos bedekt. Op basis van voorstaande is het onwaarschijnlijk dat strikt beschermde amfibieën aanwezig zijn in het projectgebied. De herontwikkeling van het projectgebied leidt niet tot aantasting van verblijfplaatsen van strikt beschermde amfibieën. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vissen De bittervoorn komt voor in stilstaand en langzaam stromend water met een goed ontwikkelde vegetatie en aanwezigheid van zoetwatermosselen. De rivierdonderpad komt vaak voor in oevers van meren en plassen waar stenen of andere schuilplaatsen aanwezig zijn. De kleine modderkruiper komt voor in een breed scala aan watertypen. De vijvers in de tuin staan in verbinding met de watergang langs het Ankeveensepad, maar deze verbinding was tijdens het veldbezoek niet watervoerend. Er zijn geen vissen aangetroffen in de vijvers. De aanwezigheid van beschermde vissoorten in de vijver wordt niet verwacht. De watergang langs het Ankeveensepad heeft weinig tot geen (onder)watervegetatie. De biotoop van deze watergang is niet geschikt voor de strikt beschermde bittervoorn en de rivierdonderpad.

Tijdens het veldbezoek zijn in deze watergang geen vissen aangetroffen. Er kan echter niet worden uitgesloten dat de kleine modderkruiper voorkomt in deze watergang. De watergang aan de oostkant van het terrein staat in directe verbinding met de Spiegel- en Blijkpolderplas. Op basis van de biotoop kan de kleine modderkruiper ook in deze watergang niet worden uitgesloten. Aangezien de watergang langs het Ankeveensepad gedempt wordt, is hiermee mogelijk sprake van aantasting van leefgebied van de kleine modderkruiper. De kleine modderkruiper is opgenomen in tabel 2 van de Flora- en faunawet. Voorafgaand aan de demping van de sloot dient nader onderzoek uitgevoerd te worden om te bepalen of de kleine modderkruiper daadwerkelijk voorkomt in de watergang. Een andere mogelijkheid is om de demping uit te voeren conform een goedgekeurde gedragscode, zoals de gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen (Unie van Waterschappen, 2012). Indien gewerkt wordt volgens een goedgekeurde gedragscode is geen ontheffing van de Flora- en faunawet vereist voor de demping van deze watergang.

4.2.6

Reptielen

Uit de archiefgegevens (ravon.nl; waarneming.nl) blijkt dat in de omgeving van Nederhorst den Berg de strikt beschermde ringslang voorkomt. Deze watergebonden slang komt in de omgeving vooral voor in de oeverzones van de Spiegel- en Blijkpolderplas. Het projectgebied is nauwelijks geschikt als leefgebied voor reptielen, gezien de intensief beheerde situatie. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van de ringslang waargenomen, zoals een broeihoop. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat in het projectgebied reptielen voorkomen. De plannen leiden niet tot aantasting van het leefgebied van reptielen.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

13 van 24

4.2.7

Vlinders en libellen

Het projectgebied is voedselrijk van karakter en waardplanten van strikt beschermde vlinders en libellen ontbreken in het projectgebied. Het is daardoor niet te verwachten dat strikt beschermde vlinders en libellen voorkomen in het projectgebied. De plannen leiden niet tot aantasting van leefgebieden van strikt beschermde vlinders en libellen.

4.2.8

Overige soorten

Soorten zoals beschermde insecten, slakken en weekdieren worden gezien de biotoop niet verwacht. Ondergedoken watervegetatie en zeggevegetaties zijn niet aanwezig in de watergangen. De strikt beschermde platte schijfhoren is in zijn voorkomen afhankelijk van deze onderwatervegetatie en de zeggekorfslak is gebonden aan zeggevegetaties. Gezien het ontbreken van geschikt habitat is het onwaarschijnlijk dat strikt beschermde ongewervelden voorkomen in de watergangen in het projectgebied. De plannen leiden niet tot aantasting van leefgebieden van strikt beschermde ongewervelde soorten.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

14 van 24

4.3

Beschermde gebieden

Het projectgebied ligt niet in een gebied beschermd in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 of de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De beschermde natuurgebieden liggen ten oosten en zuidwesten van het projectgebied. Natuurbeschermingswet 1998 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Oostelijke Vechtplassen. Dit Natura 2000-gebied ligt op ongeveer 100 meter afstand ten oosten van het projectgebied (afbeelding 4).

Afbeelding 4: Ligging projectgebied (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen (geel).

Tussen het projectgebied en de Oostelijke Vechtplassen zijn enkele percelen en woningen gelegen. De Oostelijke vechtplassen bestaat uit een aantal laagveengebieden tussen de Vecht en de westrand van de Utrechtse Heuvelrug. In dit gebied bevinden zich meren en plassen, ontstaan door turfwinning. Dit Natura 2000-gebied is aangewezen voor diverse (niet-) broedvogelsoorten en een aantal watergebonden habitatsoorten, zoals gestreepte waterroofkever, meervleermuis en bittervoorn. In bijlage 1 is de effectenindicator opgenomen van de Oostelijke Vechtplassen. Deze effectenindicator is opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken. In de effectenindicator zijn alle habitats, habitatsoorten en vogelsoorten opgenomen waarvoor het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen is aangewezen.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

15 van 24

Bovendien is in de effectenindicator de gevoeligheid van de verschillende aangewezen habitats en soorten opgenomen voor verstorende factoren die op kunnen treden als gevolg van een (ruimtelijke) ingreep. De beoogde herontwikkeling van het projectgebied heeft geen directe aantasting van aangewezen habitattypen of leefgebied van aangewezen vogelsoorten of habitatsoorten tot gevolg. Omdat het projectgebied niet binnen de begrenzing van Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen ligt, zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen als gevolg van oppervlakteverlies en versnippering van leefgebied van soorten of habitattypen uit te sluiten. Een ingreep buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied kan ook effect hebben op de instandhoudingsdoelen als gevolg van externe werking. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan effecten als gevolg van verstoring door licht, geluid en trillingen. Werkzaamheden die trillingen veroorzaken of werkzaamheden met een hoge geluidsbelasting, zoals heien, kunnen reiken tot in het Natura 2000-gebied. Gezien de afstand van 100 meter tussen het projectgebied en Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen, zullen heiwerkzaamheden tot negatieve effecten kunnen leiden op instandhoudingsdoelen van dit gebied. Heiwerkzaamheden dienen te worden voorkomen om negatieve effecten op Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen uit te sluiten.

Dit geldt ook voor andere verstorende werkzaamheden, waarvan de effecten op meer dan 100 meter afstand van het projectgebied merkbaar zijn. Ecologische Hoofdstructuur De EHS ligt op ongeveer 150 meter afstand ten zuidwesten van het projectgebied en op ongeveer 250 meter ten oosten van het projectgebied. Het betreft het landgoed van kasteel Nederhorst en de Oostelijke Vechtplassen. Afbeelding 5 geeft de ligging van het projectgebied ten opzichte van de EHS weer. Voor toetsing van ontwikkelingen aan de EHS in de provincie Noord-Holland wordt externe werking buiten beschouwing gelaten. Aantasting van de EHS als gevolg van de geplande ontwikkeling is niet aan de orde, aangezien het projectgebied niet binnen de begrenzing van de EHS ligt. Een ‘nee-tenzij’ toets in het kader van de EHS is niet nodig.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

16 van 24

Afbeelding 5: Ligging projectgebied (rood) ten opzichte van de EHS (groen).

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

17 van 24

5

CONCLUSIE

In Nederhorst den Berg (provincie Noord-Holland) zijn KondorWessels Projecten bv, Fortum Vastgoed bv en KCC beheer bv van plan om een terrein aan het Ankeveensepad te her ontwikkelen en daarbij circa 10 nieuwe woningen te realiseren. Om dit mogelijk te maken worden bestaande vijvers vergraven, een open kapschuur en een deel van het spiegelhuis worden gesloopt, een watergang gedempt en bomen en/of struiken verwijderd. Om vast te stellen of met deze activiteiten leefgebieden van beschermde soorten (Flora- en faunawet) of natuurwaarden in beschermde gebieden (Natuurbeschermingswet 1998 en Ecologische Hoofdstructuur) worden aangetast, is als eerste stap een quickscan flora en fauna uitgevoerd.

5.1

Beschermde soorten

Het merendeel van de soorten die in het projectgebied kunnen voorkomen, zijn beschermd volgens het lichte beschermingsregime van de Flora- en faunawet (tabel 1). Het gaat hier om soorten zoals de bruine kikker, gewone pad, egel, (spits)muizen, konijn en mol. Voor deze soorten geldt dat als het plan leidt tot aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen en leefgebieden er geen ontheffing noodzakelijk is. Aantasting van verblijfplaatsen en leefgebieden van deze soorten is mogelijk op basis van een vrijstelling, zonder dat er sprake is van procedurele consequenties. Wel is het noodzakelijk dat men rekening houdt met de zorgplicht; dit betekent onder andere zo veel mogelijk werken buiten het kwetsbare seizoen en gefaseerd werken zodat dieren de kans krijgen te vluchten. Een aantal van de soorten die in de omgeving voorkomen is strikter beschermd (tabel 2 en 3). Voor deze soorten geldt dat als de activiteit leidt tot aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen, er in sommige gevallen een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet noodzakelijk is en/of dat er mitigerende en compenserende maatregelen genomen moeten worden. In de kapschuur zijn uitwerpselen van vleermuizen aangetroffen. Op basis van de aangetroffen uitwerpselen is het waarschijnlijk dat deze schuur gebruikt wordt als zomer- en/of paarverblijfplaats door vleermuizen.

Vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn in het spiegelhuis ook niet uit te sluiten. Ook zijn er bomen aanwezig in het projectgebied met holten die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. Bij kap van bomen en de sloop van de kapschuur en spiegelhuis, is mogelijk sprake van aantasting van verblijfplaatsen van vleermuizen. Geadviseerd wordt om soortgericht onderzoek te doen naar vleermuizen in de periode van globaal mei – medio juli (kraam- en zomerverblijven) én van medio augustus – eind september (paarverblijven) om het gebruik van het plangebied door vleermuizen in kaart te brengen. Alle vogelsoorten zijn tijdens het broeden strikt beschermd. De werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot verstoring van broedgevallen van algemene soorten zoals pimpelmees, houtduif, merel, enz.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

18 van 24

Omdat alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Flora- en faunawet. Geadviseerd wordt de werkzaamheden uit te voeren of te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen loopt van globaal medio maart – medio juli, maar is afhankelijk van de soort en temperatuur. Bomen in het projectgebied zonder holtes kunnen buiten het broedseizoen worden gekapt. Met de voorgenomen plannen worden geen nestlocaties aangetast van jaarrond beschermde vogelsoorten, zoals gierzwaluw, huismus en uilen. In het deel van het spiegelhuis met kap zijn nestlocaties van gierzwaluw en huismus echter niet uit te sluiten. Op basis van de biotoop kan de kleine modderkruiper in de watergangen langs het Ankeveensepad en ten oosten van het plangebied niet worden uitgesloten. Aangezien de watergang langs het Ankeveensepad wordt gedempt, is hiermee mogelijk sprake van aantasting van leefgebied van de kleine modderkruiper. Voorafgaand aan de demping van de sloot dient nader onderzoek uitgevoerd te worden om te bepalen of de kleine modderkruiper daadwerkelijk voorkomt in de watergang. Een andere mogelijkheid is om de demping uit te voeren conform een goedgekeurde gedragscode, zoals de gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen (Unie van Waterschappen, 2012).

Indien gewerkt wordt volgens een goedgekeurde gedragscode, is geen ontheffing van de Flora- en faunawet vereist voor de demping van deze watergang. Leefgebieden van andere strikt beschermde soorten worden niet verwacht in het projectgebied.

5.2

Beschermde gebieden

In het kader van gebiedsbescherming is gekeken of de toekomstige ontwikkelingen leiden tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Er is gekeken naar de effecten op gebieden beschermd middels de Natuurbeschermingswet 1998 (NB-wet) en de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het projectgebied ligt niet in een gebied beschermd in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 of de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Oostelijke Vechtplassen. Dit Natura 2000-gebied ligt op ongeveer 100 meter afstand ten oosten van het projectgebied. De beoogde herontwikkeling van het projectgebied heeft geen directe aantasting van aangewezen habitattypen of leefgebied van aangewezen vogelsoorten of habitatsoorten tot gevolg. Om negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van dit Natura 2000-gebied als gevolg van externe werking uit te sluiten, dienen werkzaamheden met een verstoringszone van meer dan 100 meter te worden voorkomen. Er mogen bijvoorbeeld geen heiwerkzaamheden worden uitgevoerd, aangezien de effecten van heien verder reiken dan 100 meter. De EHS ligt op ongeveer 150 meter afstand ten zuidwesten van het projectgebied en op ongeveer 250 meter ten oosten van het projectgebied. Aantasting van de EHS als gevolg van de geplande ontwikkeling is niet aan de orde, aangezien het projectgebied niet binnen de begrenzing van de EHS ligt.

Een ‘nee-tenzij’ toets in het kader van de EHS is niet nodig.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

19 van 24

5.3

Kapvergunning

Volgens de bomenverordening van de gemeente Wijdemeren is er geen kapvergunning noodzakelijk voor te kappen bomen binnen het plangebied. In het plangebied zijn namelijk geen bomen aanwezig die op de ‘’groene kaart’’ van de gemeente Wijdemeren staan vermeld.

5.4

Aanbevelingen

Naast de conclusies die voortkomen uit deze quickscan zijn ook een aantal vrijblijvende aanbevelingen te doen. Deze worden hieronder verwoord: -

De nieuwbouw kan geschikt gemaakt worden voor vleermuizen door openingen en ruimte in de spouwmuur te creëren, kasten in te metselen of ruimte achter gevelbetimmering te laten;

-

Indien in de nieuwe situatie struiken en bomen worden aangeplant, wordt geadviseerd om inheemse soorten aan te planten, zoals onder andere vuilboom, gelderse roos, kornoelje en kardinaalsmuts. Inheemse beplanting is over het algemeen aantrekkelijker voor insecten en vogels.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

20 van 24

6

6.1

VERVOLGSTAPPEN

Onderzoek vleermuizen, broedvogels en vissen

In de periode april t/m september 2015 wordt het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen, nestlocaties van gierzwaluw en huismus en de kleine modderkruiper. Het onderzoek naar vleermuizen wordt uitgevoerd op basis van het Protocol Vleermuisonderzoek van het Netwerk Groene Bureaus (2013). Het onderzoek bestaat uit 4 of 5 veldbezoeken in de periode 15 mei t/m 30 september. De aanwezigheid van broedlocaties van huismus en gierzwaluw zal worden onderzocht middels een inventarisatie welke gebaseerd is op de soortenstandaarden van het Ministerie van EZ. Voor huismus worden in de periode 1 april t/m 15 mei 2 veldbezoeken uitgevoerd. Nestlocaties van gierzwaluw worden door middel van 3 veldbezoeken in de periode 1 juni t/m 15 juli vastgesteld. Onderzoek naar de kleine modderkuiper bestaat uit een eenmalige inventarisatie met behulp van een schepnet in de periode april t/m september. Deze werkwijze is conform de soortenstandaard van kleine modderkruiper van het Ministerie van EZ.

6.2

Ontheffingsaanvraag

Uit het soortgericht onderzoek blijkt of er vliegroutes en/of verblijfplaatsen van vleermuizen, of nestlocaties van gierzwaluw of huismus aanwezig zijn in het plangebied. Wanneer deze als gevolg van de geplande ontwikkeling worden aangetast, zal een ontheffing van de Flora- en faunawet worden aangevraagd. De onderbouwing van de ontheffingsaanvraag wordt beschreven in een activiteitenplan. De kleine modderkruiper is opgenomen in tabel 2 van de Flora- en faunawet. Indien de soort tijdens het onderzoek wordt aangetroffen, is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk, mits de werkzaamheden worden uitgevoerd conform een goedgekeurde gedragscode.

6.3

Mitigerende en compenserende maatregelen

Om een ontheffing van de Flora- en faunawet te verkrijgen, is het noodzakelijk om mitigerende en compenserende maatregelen te treffen. Deze maatregelen zullen in een activiteitenplan worden beschreven. De te nemen maatregelen zijn soort- en functieafhankelijk en worden bepaald op basis van de uitkomsten van het onderzoek. Voorbeelden van toe te passen maatregelen zijn onder andere:

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

21 van 24

-

het creëren van alternatieve verblijfplaatsen in de vorm van nestkasten voorafgaand aan de ingreep. Zowel voor vleermuizen, als voor broedvogels zijn kasten op de markt beschikbaar die als alternatieve verblijfplaats kunnen dienen;

-

het werken buiten de kwetsbare periode van soorten. Kwetsbare periodes zijn soortafhankelijk en afhankelijk van het type verblijfplaats. Bij vleermuizen wordt onderscheid gemaakt in zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen;

-

het ongeschikt maken van bestaande verblijfplaatsen buiten het kwetsbare seizoen om te voorkomen dat soorten nog aanwezig zijn tijdens de ingreep.

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

22 van 24

BRONNEN

Literatuurlijst Hoogeboom, D. 2011. Verspreidingsatlas van de zoogdieren van Noord-Holland. Landschap NoordHolland. Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W. 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, uitgeverij KNNV, Utrecht. Unie van Waterschappen. 2012. Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen. Goedgekeurd door het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie op 6 februari 2012.

Websites www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.vlinderstichting.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 www.wijdemeren.nl

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

23 van 24

BIJLAGE 1. EFFECTENINDICATOR NATURA 2000-GEBIED OOSTELIJKE VECHTPLASSEN

datum

29 april 2015

referentie

TKR/141372/01

pagina

24 van 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10679998/1