1. Toelichting GR 2022 nr. 21.0005146
Tekst van het document
Toelichting Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek 2022 21.0005146 Algemeen Deze actualisering beperkt zich tot enkele strikt noodzakelijke wijzigingen en verduidelijkingen waarover op verzoek van het algemeen bestuur op onderdelen na de zomer van 2021 advies is uitgebracht door de Werkgroep governance Regio en de regionale werkgroep BJZ. Op advies van de Regionale werkgroep governance zijn de verwerkingen in de regeling van de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen en het advies over verduidelijking van de verhouding tussen het algemeen bestuur en de portefeuillehoudersoverleggen aangemerkt voor nader overleg met en tussen de gemeenteraden en met de colleges. Dit houdt in dat pas na deze verdiepingsslag en gesprekken door het algemeen bestuur gekomen kan worden tot een uitwerking in concrete tekstvoorstellen. De gewijzigde Wet biedt een overgangstermijn van twee jaar om het regionaal maatwerk te leveren. De technische actualisering betreft de volgende onderdelen : Uittreding van de gemeente Weesp Eind 2020 is het besluit tot uittreding van de gemeente Weesp binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen.
In 2021 is uitwerking gegeven aan de personele en financiële gevolgen en een gefaseerde overdracht van de volgende dienstverlening die worden in het register van dienstverleningstaken: De afvalinzameling GAD wordt tijdelijk voortgezet in de vorm van dienstverlening op grond van deze regeling; Het Wmo doelgroepenvervoer wordt voortgezet tot 1 augustus 2022 in de vorm van dienstverlening op grond van deze regeling; Taken op het gebied van inkoop en contractbeheer voor individuele voorzieningen binnen het sociaal domein worden tijdelijk als overgang voortgezet tot en met 31 december 2022 in de vorm van dienstverlening op grond van deze regeling; Taken op het gebied van Veilig Thuis voor het uitvoeren en monitoren van dossiers die vòòr 1 januari 2021 zijn opgestart, worden tijdelijk voortgezet tot en met 31 december 2022 in de vorm van dienstverlening op grond van deze regeling. Geen verdubbeling aantal AB leden bij uittreden: In de bestaande regeling is in artikel 10 lid 1 en lid 2 een tweede volzin opgenomen dat bij uittreding van een gemeente het aantal leden in het algemeen bestuur verdubbelt. De aanleiding voor deze aanpassing in eerdere wijzigingen van de GR is dat het dagelijks bestuur volgens artikel 14 lid 3 van de Wet gemeenschappelijke regelingen geen meerderheid (in stemverhouding) mag uitmaken van het algemeen bestuur.
Dit artikel is opgesteld in een periode waarin sprake was van gewogen stemmen. In 2018 is overgeschakeld op het systeem dat ieder bestuurslid 1 stem heeft, met uitzondering van de voorzitter die geen stem heeft. Onderzoek naar het nut en de noodzaak van dit deel van het artikel levert op dat door het uittreden van Weesp geen strijdigheid is met de Wet in de stemverhouding tussen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. De tweede volzin in het eerste lid en de verwijzing in het tweede lid zijn ter voorkoming van onnodige bestuurlijke drukte uit artikel 10 geschrapt. De Werkgroep governance Regio heeft - gehoord het advies van de Regionale werkgroep
BJZ - desgevraagd het algemeen bestuur kenbaar gemaakt het schrappen van die onderdelen aan te merken als een logisch te volgen afweging. Schrappen van artikel 7 tussentijdse aanpassing in bestaande collegetaken en bevoegdheden Het huidige artikel 7 is ooit opgenomen om tussen twee reguliere actualiseringen van de regeling wijzigingen te kunnen aanbrengen in bestaande overgedragen collegetaken en bevoegdheden. Dit artikel 7 heeft geleid tot verwarring bij aanvang van het proces rond de regionale overdracht van het doelgroepenvervoer. Het artikel blijkt nooit te zijn gebruikt en wordt aangemerkt als onwenselijk. De Werkgroep governance Regio heeft desgevraagd - gehoord het advies van de regionale werkgroep BJZ - geadviseerd dit artikel te schrappen. In de slotbepalingen is nu expliciet opgenomen een tweejaarlijks onderhoud van de regeling waardoor aanpassingen snel verwerkt kunnen worden via de daarvoor geëigende wijzigingsprocedure via de raden en de colleges. Artikelsgewijze toelichting op de actualisering Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen In de lijst met definities zijn enkele definities ter volledigheid toegevoegd. Hoofdstuk 3 Regio Gooi en Vechtstreek Artikel 4 Afstemming en coördinatie In dit artikel zijn de taken beschreven die de Regio voor de gemeenten desgevraagd kan uitvoeren.
Aan deze taken is ter volledigheid aansluitend op de samenwerkingspraktijk toegevoegd de taak subsidieverlening. In samenwerking is hiervan enkele jaren geleden gebruik gemaakt bij de subsidieregeling ‘ Schoon Thuis’. In de taakopdracht van gemeenten is het instrument inkoop niet in alle gevallen passend als het gaat om inzet van publieke middelen voor doelen die op non-profit basis of in een nog experimentele fase worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn bevordering van het bereiken van doelstellingen op terrein van gezondheid, zorg, welzijn en duurzaamheid. Subsidieverlening kan via een mandaat door de Regio namens de gemeenten worden uitgevoerd of indien sprake is van een regionaal overgedragen taak via artikel 5 (onderdeel taken en bevoegdheden). De verordenende bevoegdheid ligt bij gemeenteraden. Een gemeenschappelijke regeling die mede is aangegaan door de gemeenteraden biedt de juridische mogelijkheid tot overdracht van een deel van de verordenende bevoegdheid om samen in te zetten bij de realisatie van een regionaal overgedragen taak. De regionale afvalstoffenverordening geldt regionaal ter ondersteuning van de afvalinzameling. Artikel 5 Overgedragen taken en bevoegdheden I Ambulancezorg Geactualiseerde verwijzing naar de nieuwe Wet ambulancezorgvoorzieningen die per 1 januari 2021 in werking is getreden.
III Publieke gezondheid Redactionele verbetering en ordening van de huidige tekst.
Artikel 7 Wijzigingen overgedragen taken en -bevoegdheden Is als overbodig en als politiek omstreden geschrapt. Regelmatige actualisering van de regeling die is opgenomen in de slotbepalingen maakt dit artikel overbodig. In spoedeisende gevallen kan door de colleges een delegatiebesluit genomen worden die met de toestemming van de raad van kracht wordt om vervolgens mee te nemen bij een eerstvolgende actualisering van de regeling. Artikel 7 (hernummerd) Regionale samenwerkingsagenda Het betreft de gecodificeerde samenwerkingspraktijk. Overeenkomstig de samenwerkingspraktijk vindt de vaststelling van de RSA plaats door de gemeenteraden. Dit is nu met zoveel woorden in de regeling opgenomen. De Regionale samenwerkingsagenda (RSA) is een instrument voor gemeenteraden om focus aan te brengen in de regionale samenwerking. In de samenwerkingspraktijk wordt bij aanvang van een nieuwe zittingsperiode door het algemeen bestuur, met de inhoudelijke inbreng vanuit de portefeuillehoudersoverleggen, de RSA voorbereid. Vanwege een rommelig verloop in het begin van de zittingsperiode 2018-2022 is door de werkgroep governance Regio de aanbeveling gedaan om vooraan in het proces in de vorm van startnotitie nauwkeurig af te stemmen met de gemeenteraden. Het algemeen bestuur voert in het regionale proces de regie en stelt ook de startnotitie vast.
Griffiers worden gevraagd het algemeen bestuur te adviseren over de onderlinge afstemming van de te volgen raadsprocessen en procedures. Regiopodia worden ingezet voor de dialoog tussen de gemeenteraadsleden van de verschillende gemeenten en met de regionaal bestuurlijk trekkers. De inzet van Regiopodia (als middel) is niet opgenomen in dit artikel, omdat dit onderdeel uitmaakt van het proces dat in de startnotitie wordt beschreven. Op basis van een eerste ontwerp RSA wordt na de inhoudelijke afstemming en het advies van de portefeuillehouders een zienswijzeprocedure via de gemeenteraden doorlopen. Het algemeen bestuur geeft na afstemming met en advies van de portefeuillehoudersoverleggen een gemotiveerd oordeel over de zienswijze en de verwerking daarvan in een definitief ontwerp RSA. De gemeenteraden worden daarna door het algemeen bestuur in de gelegenheid gesteld om op regionaal niveau te komen tot onderlinge afstemming ter voorbereiding van de fase van besluitvorming. Het doel van die afstemming tussen de gemeenteraden is om de RSA in de verschillende gemeenteraden eenduidig vast te stellen. Artikel 9 (hernummerd) Samenstelling algemeen bestuur De tweede volzin van leden 1 en 2 van dit artikel komt voort uit de periode waarin werd gewerkt met gewogen stemverhoudingen. De Wet bepaalt dat het dagelijks bestuur geen meerderheid mag uitmaken van het algemeen bestuur.
Vanaf 2018 is overgeschakeld op een systeem van 1 stem per vertegenwoordiger in het algemeen bestuur. Als Weesp per 1 januari 2022 uittreedt vormt het dagelijks bestuur geen meerderheid in het algemeen bestuur. In het dagelijks bestuur zitten 3 stemhebbende leden. De voorzitter heeft geen stem. Er is om die reden geen wettelijke noodzaak om het aantal leden van het algemeen bestuur te verdubbelen.Ter voorkoming van onnodige bestuurlijk drukte worden de tweede volzinnen in lid 1 en lid 2 geschrapt. Artikel 23 (hernummerd) Portefeuillehoudersoverleggen Onder artikel 23 (hernummerd) is in lid 2 verduidelijking aangebracht in de regionale taakverdeling tussen het algemeen bestuur en de portefeuillehoudersoverleggen. Tevens is ook hier de geldende
praktijk opgenomen dat de gemeenteraden de regionale samenwerkingsagenda vaststellen. Het algemeen bestuur voert regionaal de regie in het proces dat leidt tot het opstellen en het vaststellen van de regionale samenwerkingsagenda. De portefeuillehoudersoverleggen zijn van de inhoud en adviseren (namens de colleges) het algemeen bestuur over de inhoud en verwerking van de zienswijzen van de gemeenteraden in het ontwerp van de regionale samenwerkingsagenda. Artikel 44 (hernummerd) Actualisering en evaluatie. In samenhang met het schrappen van artikel 7 (oud) en mede met het oog op de gewijzigde Wet dient in een regeling die is aangegaan voor onbepaalde termijn een evaluatie bepaling te zijn opgenomen. Uitgegaan wordt van een tweejaarlijkse actualisering die goed aansluit op de bestaande praktijk. Voor de brede evaluatie van de regeling sluit een frequentie van 10 jaar aan bij de perioden waarop de samenwerking afgelopen decennia fundamenteel ter discussie kwam en werd onderworpen aan een proces van herijking. Het vijfde lid biedt de mogelijkheid deze termijnen - naar behoefte van de deelnemende gemeenten - te vervroegen of te verplaatsen naar een ander vast te stellen tijdstip.