05. Quick Scan Ecologie NLD 178
Tekst van het document
Quick scan ecologie Nieuw-Loosdrechtsedijk 178 te Loosdrecht
12 november 2021
Pagina 1
Samenvatting Voor de planlocatie NieuwLoosdrechtsedijk 178 te Loosdrecht worden ontwikkelingen voorbereid. Een deel van de bebouwing wordt gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw van woningen. Hierbij blijft het huidige woonhuis met tuin behouden. Op de overige percelen binnen de planlocatie wordt een plan gemaakt voor natuurontwikkeling.
Inhoud
Inleiding
2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Waarnemingen 8 – Analyse 10– Advies & Bronnen
Gebleken is dat voor de bedrijfspanden en de woning vleermuizen, huismus en gierzwaluw niet zijn uit te sluiten. Voor het perceel zijn marterachtigen, rugstreeppad en op het niet bebouwde of verharde deel de heikikker niet uit te sluiten.
Voor de planlocatie Nieuw-Loosdrechtsedijk 178 te Loosdrecht worden werkzaamheden voorbereid. De plannen betreffen de sloop van een deel van de bebouwing en verwijderen van overig opstal binnen het perceel om plaats te maken voor nieuwbouw van woningen. Hierbij blijft het woonhuis met tuin behouden in de nieuwe ontwikkeling. Op de overige percelen binnen de planlocatie wordt een plan gemaakt voor natuurontwikkeling. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de de aanwezige elementen en activiteit op het perceel. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 10 november 2021 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn.
De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.
Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is nodig als een effect op deze soorten niet is te vermijden.
Ligging van de planlocatie Rood: locatie nieuwbouw. Blauw: locatie natuurontwikkeling.
De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie is nodig gezien de aard van de werkzaamheden.
Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
Dutchplanners 21.392 12 november 2021 M. Nieuwhof P.J.H. van der linden concept
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl
Pagina 2
H02
Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De planlocatie betreft een perceel met bebouwing in de vorm van een woonhuis, bedrijfspanden, opslag faciliteiten, een paardrijbak en veenweides aan Nieuw-Loosdrechtsedijk 178 in Nieuw- Loosdrecht van de gemeente Wijdemeren. De omgeving betreft soortgelijke percelen met vrijstaande woningen, (agrarische) bedrijven en veenweidegebieden. De Natura 2000-gebieden liggen op korte afstand. Aan de noordzijde grenst de planlocatie direct aan het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op enkele meters afstand van de planlocatie. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten. Ligging van de Natura 2000-gebieden (rood).
Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd. Weidevogelleefgebied De belangrijke gebieden voor weidevogels zijn in Noord-Holland beschermd. Binnen de gebieden gelden strikte regels, de weidevogels mogen niet verstoord worden. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking. De weidevogelleefgebieden liggen op grote afstand van het onderzoeksgebied.
Ligging van de Natuurnetwerk Nederland (rood). Weidevogelleefgebieden (raster).
Pagina 3
H03
Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locatie wordt beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).
Om een goed oordeel te kunnen geven is op 10 november 2021 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocatie. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken. Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocatie en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten.
Tijdens het veldbezoek op 10 november 2021 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoeken betrof bewolkt, droog weer met een temperatuur van 8 ºC en windkracht 2 Bft uit het zuiden.
Pagina 4
Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Waarnemingen van vleermuizen bekend in het dorp Loosdrecht ten noordoosten van de locatie. Van marters zijn er waarneming van bunzing (Mustela putorius) bekend aan Regenboog ten noordoosten. Waarnemingen van huismussen (Passer domesticus) en gierzwaluwen (Apus apus) worden gemeld de Nieuw-Loosdrechtsedijk ten oosten en westen van de locatie. Van buizerd (Buteo buteo) worden waarnemingen gemeld aan de. Er zijn meldingen bekend van rugstreeppad (Epidalea calamita), heikikker (Rana arvalis) en ringslang (Natrix helvetica) in de omgeving. Er zijn geen waarnemingen bekend van overige strikt beschermde soorten in de omgeving van de locatie. Vegetatie en planten Op het perceel zijn diverse bomen aanwezig zoals es (Fraxinus excelsior), schietwilg (Salix alba), populier (Populus spec.), zwarte els (Alnus glutinosa) en coniferen. Op een aantal plaatsen aan de randen van de verhard en de weilanden is gewone braam (Rubus fruticosus), hop (Humulus lupulus) en klimop (Hedera helix) aanwezig. Tussen de bestrating en langs de bebouwing is Bezemkruiskruid (Senecio inaequidens), grote teunisbloem (Oenothera glazioviana), melkdistel (Sonchus oleraceus), Canadese fijnstraal (Erigeron canadensis) aangetroffen.
Op de onverharde delen binnen de planlocatie grassen aanwezig met op meerdere plaatsen grote brandnetel (Urtica dioica), speerdistel (Cirsium vulgare), veldzuring (Rumex acetosa) en smalle weegbree (Plantago lanceolata) aanwezig. Binnen de locatie is een grote poel aanwezig. Langs in het water direct langs de oever is klein kroos (Lemna minor) blaartrekkende boterbloem (Ranunculus sceleratus), grote lisdode (Typha latifolia) en riet (Phragmites australis) aangetroffen. Op de oevers is opslag van zwarte els, veldzuring, blaartrekkende boterbloem (Ranunculus sceleratus), grote brandnetel, gewone braam en gras aanwezig. In de weilanden achter de planlocatie is gras aanwezig met daar in op meerdere plaatsen rode klaver (Trifolium pratense), grote brandnetel, veldkers (Cardamine hirsuta), scherpe boterbloem (Ranunculus acris) en veldzuring. Langs de oevers in de oevers is op een aantal plaatsen riet, grote lisdode en oeverzegge (Carex riparia) aangetroffen. In de tuin van de woning zijn algemene tuinplanten en struiken aan te treffen. Tijdens het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden.
Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn. De planlocaties en de directe omge-
Pagina 5
ving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. De planlocatie betreft een perceel met bebouwing. Op het perceel is een klein bedrijfspand aanwezig. Dit pand heeft metalen daken. De dakgoot is van kunststof. Deze vertoond enkele kieren langs de gevel. De gevel is van opgemetseld steen. Deze beschikken over meerdere open voegen. De gevels op de eerste verdieping zijn bekleed met houtenplanken die gepotdekselt zijn. Deze vertonen geen zichtbaar brede kieren.
De open voegen in de gevels en de kieren langs de goot bieden mogelijkheid voor vleermuizen om zich op te houden in het pand. Het grote bedrijfspand heeft platte daken met schuine delen bekleed met golfplaten van ruw materiaal. Op een aantal plaatsen vertonen de dakplaten kieren en openingen. Deze zijn ook aanwezig rond de dakramen. De dakgoten zijn van kunststof. Deze vertonen geen zichtbare kieren langs de gevels. De gevels zijn deels gemetseld en deels van beton bekleed met gepotdekselde kunststofplanken en metalen gevel platen. Deze vertonen geen zichtbare openingen. De kozijnen en deurposten zijn van kunststof, metaal en hout. Deze vertonen geen zichtbare openingen. De openingen in de ruwe golfplaten bieden mogelijkheid voor vleermuizen zo zich op te houden onder het dak. Aan de noordzijde van de panden op het perceel is een opslag terrein aanwezig met metalen containers en een houten chalet en een kantoorunit. De chalet en kantoorunit beschikken niet over zichtbare openingen die geschikt zouden kunnen zijn voor vleermuizen. Deze zijn ook niet te verwachten in deze bebouwing. De woning op het perceel in de directe omgeving van de planlocatie heeft schuine daken met pannen. Deze vertonen op een aantal plaatsen kieren en openingen op de daken ronde de dakkapellen en de dakranden. De dakranden en goten zijn van hout. Deze vertonen geen zichtbare kieren langs de gevels.
De gevels zijn gemetseld en voorzien van een stuclaag. Deze vertonen geen zichtbare openingen. De gevels zijn voor een deel bekleed met houten planken. Deze vertonen geen zichtbare openingen. De kozijnen en deurposten zijn van hout zonder zichtbare openingen. De openingen in de daken bieden mogelijkheid voor vleermuizen om zich op te houden onder het
Pagina 6
dak van de woning. In de huidige plannen blijft de woning met tuin op de huidige wijzen behouden op het perceel. Er zijn geen vleermuizen of sporen van vleermuizen aangetroffen binnen of in de omgeving van de planlocatie. In bomen binnen en in de omgeving van het perceel zijn geen zichtbare holtes aangetroffen die geschikt zijn voor vleermuizen om zich hier in op te kunnen houden. Potentiële vliegroutes en foerageergebieden De kans op een jachtgebieden in de omgeving van de planlocatie zijn aanwezig. Potentiële vliegroutes in de directe omgeving zijn aanwezig. Vervolgstappen voor vliegroutes van vleermuizen zijn niet noodzakelijk gezien de plannen op locatie.. Laag beschermde zoogdieren Binnen de planlocatie is kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals egel (Eurinaceus europaeus), spitsmuizen en muizen. De kans op aanwezigheid van marters is niet uit te sluiten. Binnen en in de directe omgeving van de locatie is veel dekking aanwezig in de vorm van bomen, struiken en losse materialen op het opslag terrein. Aan de noordzijde van het opslagterrein is aan de rand van de ruigte aan deze zijde een holte aangetroffen in de bodem. Ook zijn er door de ruigte mogelijke wissels aangetroffen. Het is niet uitgesloten dat deze sporen van marter afkomstig zijn.
Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. Er is geschikt habitat aanwezig voor huismussen. Binnen de planlocatie is er mogelijkheid voor huismussen om zich te vestigen. De kieren onder de ruwe golfplaten van het grote bedrijfspand beiden mogelijkheid voor huismussen om zich te vestigen onder het dak. Ook onder het pannendak van de woning is het mogelijk voor huismussen om zich te vestigen. Ook voor gierzwaluwen is het mogelijk om zich te vestigen onder het dak van deze panden via de zelfde openingen. Er zijn geen nesten of sporen van roofvogels of uilen aangetroffen. Algemene broedvogels Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. Op en in de directe omgeving van de planlocatie is er mogelijkheid voor algemeen voorkomende broedvogels om te nestelen in de aanwezige bomen, struiken en oevervegetatie in de sloten en poel. Binnen de planlocatie is tijdens onderzoek een nest van ekster(Pica pica) aangetroffen in een conifeer aan de zuidoostzijde van het opslagterrein. Herpetofauna en vissen Aanwezigheid van rugstreeppad en heikikker is niet uit te sluiten. Binnen de planloca-
Pagina 7
tie is een grote poel aanwezig aan de oostzijde van het grote bedrijfspand. Deze poel is geschikt als voorplantingswater van deze soorten. Ook aanwezigheid van deze soorten in de weilanden aan de noordzijde is niet uitgesloten. Verder is er mogelijkheid op het aantreffen van deze soorten onder de losse materialen op het opslagterrein als schuilplaats en overwinteringsplek. Aanwezigheid van ringslang is mogelijk langs de oevers van de poel, en de sloten. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen het perceel. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocaties voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocatie.
Pagina 8
H05
Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen.
Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 10 november 2021 is gebleken dat in de bedrijfspanden en de woning geschikte openingen zitten voor vleermuizen huismus en gierzwaluw. Als deze niet vrij of behouden kunnen blijven tijdens en na de werkzaamheden wordt een onderzoek naar vleermuizen geadviseerd. De woning blijft behouden, daarvoor is dus geen onderzoek nodig. Aanwezigheid van marters, rugstreeppad, heikikker en ringslang binnen en in de directe omgeving van de planlocatie is niet uit te sluiten. Voor het slopen van de gebouwen is een onderzoek naar vleermuizen, huismus, gierzwaluw en in mindere mate marters en rugstreeppad nodig. Als de vijver/poel gedempt wordt is een onderzoek naar rugstreeppad, heikikker en ringslang nodig. Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren.
In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te
Pagina 9
laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen. Met de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels op en in de directe omgeving van de planlocatie. Dit is mogelijk in de aanwezige bomen, struiken, oevervegetatie en op de daken van de panden. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. In de nieuwe Omgevingswet zijn enkele wijzigingen opgenomen die zijn weerslag hebben op het ecologisch onderzoek. De belangrijkste wijziging is de doorlooptijd c.q. houdbaarheid van een rapport dat is gesteld op 2 jaar voor alle onderzoeken. Verder is de zorgplicht aangescherpt. Het zal zich nog moeten uitkristaliseren, maar het lijkt er op dat ook algemene soorten geïnventariseerd moeten worden (het simpel vaststellen dat ze niet zijn uit te sluiten is niet genoeg). Niet duidelijk is hoe intensief dat onderzoek moet zijn. Vooralsnog zullen we in een aanvullend onderzoek ook nadrukkelijk deze soorten benoemen. Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied grenst aan de noordzijde van de planlocatie. De plannen op locatie betreft sloop van de huidige bebouwing en nieuwbouw van woningen. De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig.
Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is nodig gezien de aard van de werkzaamheden. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op enkele meters van de planlocatie en de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht.
Pagina 10
H06
Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor de planlocatie Nieuw-Loosdrechtsedijk 178 te Loosdrecht worden werkzaamheden voorbereid. De plannen betreffen de sloop van een deel van de bebouwing en verwijderen van overig opstal binnen het perceel om plaats te maken voor nieuwbouw van woningen. Hierbij blijft het woonhuis met tuin behouden in de nieuwe ontwikkeling. Op de overige percelen binnen de planlocatie wordt een plan gemaakt voor natuurontwikkeling. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 10 november 2021 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 10 november 2021 is gebleken dat in de bedrijfspanden en de woning geschikte openingen zitten voor vleermuizen huismus en gierzwaluw. Als deze niet vrij of behouden kunnen blijven tijdens en na de werkzaamheden wordt een onderzoek naar vleermuizen geadviseerd. De woning blijft behouden, daarvoor is dus geen onderzoek nodig. Aanwezigheid van marters, rugstreeppad, heikikker en ringslang binnen en in de directe omgeving van de planlocatie is niet uit te sluiten.
Voor het slopen van de gebouwen is een onderzoek naar vleermuizen, huismus, gierzwaluw en in mindere mate marters en rugstreeppad nodig. Als de vijver/poel gedempt wordt is een onderzoek naar rugstreeppad, heikikker en ringslang nodig.
– – – –
Anonymus (2017). Kennisdocument huismus, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (2014) Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. NOZOS, Landschap Noord-Holland. – Riet, B. van, H. van der Goes, Th. Baas, C. van den Tempel, W. Menkveld & F. Visbeen (2014) Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland. – Scharringa, C.J.G., W. Ruiterbeek & P.J. Zomerdijk (2010) Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. SVN, Landschap Noord-Holland. – provincienoordholland.nl – waarneming.nl
Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland De kans dat er een significante wijziging in de emissie is, is aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie is nodig gezien de aard van de werkzaamheden. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en/of het Natuurnetwerk Nederland zijn uit te sluiten.
Pagina 11