01. Nota van beantwoording zienswijze parkeerplaatsen Fort Spion anoniem
Tekst van het document
Bijlage: beantwoording zienswijze ZIENSWIJZE De hier beschreven zienswijze is een samenvatting van zoals deze door de indiener is verwoord. Zienswijze indiener A 1. Indiener stelt dat de gevraagde omgevingsvergunning nog niet kan worden verleend, omdat in de ruimtelijke onderbouwing noch het revisiedocument de exploitatie van het Fort ontbreekt of niet duidelijk is, terwijl de ontwikkeling al in 2018/2019 was voorzien. Men dringt erop aan de gevraagde vergunning pas te verlenen nadat een exploitant gevonden is. Omdat de exploitant niet zeker is moet de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen op zich worden beschouwd en is er door de verkeersaantrekkende en natuur- en landschapsverstorende ontwikkeling geen sprake van een ontwikkeling die voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Indiener dringt aan om de planafwijking pas in procedure te brengen als de exploitatie bekend is. 2. De aanbevelingen uit de Natuurtoets ontbreken in de voorschriften van de omgevingsvergunning. Volgens de natuurtoets zijn deze noodzakelijk om overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb te voorkomen. Met name is nu een controle vooraf op het voorkomen van potentiële vleermuisverblijfplaatsen niet verzekerd. 3. Er is geen zekerheid over werken buiten de broedseizoenen van de relevante vogel- en vleermuissoorten 4.
Het is niet duidelijk welke maatregelen worden getroffen om onnodige betreding van het bosperceel te voorkomen. Reactie college: 1. Fort Spion is een Rijksmonument dat onderdeel uitmaakt van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en is aangewezen als UNESCO werelderfgoed. Het fort heeft volgens het bestemmingsplan ‘Plassengebied Loosdrecht 2013’ de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ met de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ (artikel 15). Deze gronden zijn bestemd voor: - verblijfsrecreatie in de vorm van recreatiewoningen, stacaravans en chalets, die bedrijfsmatig geëxploiteerd worden (artikel 15.1 onder a); - ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': één bedrijfswoning (artikel 15.1 onder b); - het bedrijfsmatig exploiteren van een ondergeschikt horecabedrijf, in categorie 1 en 2 als bedoeld in de Staat van Horeca-activiteiten, met uitzondering van een hotel, opgenomen in Bijlage 2 van deze regels (artikel 15.1 onder f); - ondergeschikte dienstverlening (artikel 15.1 onder g); - steigers en golfbrekers (artikel 15.1 onder h); - bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en erftoegangswegen (artikel 15.1 onder i).
Classificatie: Intern
Zoals in het revisiedocument (als bijlage aan de vergunning toegevoegd) en in de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven werd het fort destijds door Waternet verpacht aan de Stichting Wandel en Fietsforten. Deze stichting beheert een aantal forten met het doel om wandelaars en fietsers de mogelijk te bieden om te rusten en te overnachten. Inmiddels is de pacht overgegaan op de beheerder van het fort, woonachtig in de bedrijfswoning op het fort. Op dit moment wordt het fort enkel nog gebruikt als eenvoudige camping die plaats biedt aan kleine tenten en is een deel van het fort ingericht voor overnachtingen en als vergaderruimte. Op dit moment zijn er slechts vier parkeerplaatsen aanwezig, die voor 75% moeten worden toegekend aan de bewoners van de bedrijfswoning (parkeernorm volgens ‘Parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019’ voor landelijk gebied parkeerbeleid 2,6 pp/woning). Er is dus slechts één parkeerplaats beschikbaar voor de recreatieve functie van het fort. Het fort ligt bovendien aan de provinciale weg (N403), waarlangs parkeren niet is toegestaan. Andere parkeergelegenheid is in de omgeving van het fort niet aanwezig. Een optimale exploitatie van dit cultureel erfgoed binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt is vanwege het grote tekort aan parkeerplaatsen dus niet mogelijk.
Optimalisatie van het gebruik kan pas plaatsvinden op het moment dat de gevraagde parkeervoorziening is gerealiseerd en zal daarom ook pas na verlening van de vergunning worden voortgezet. Nut en noodzaak zijn naar de mening van het college dan ook in voldoende mate aangetoond. Bovendien is er een exploitant van het fort aanwezig. Zienswijze ongegrond. 2. Aanvrager heeft een tweetal aanvullende vleermuisonderzoeken, onder aansturing van de ecoloog van Waternet uitgevoerd. Deze twee onderzoeken hebben wij in onze ontwerpvvgb betrokken. Deze onderzoeken zijn conform het vleermuisprotocol uitgevoerd. Uit dit onderzoek is één verblijfplaatsboom naar voren gekomen; deze boom blijft staan (de boom is overigens dood; de kans op omvallen is aanwezig bij storm of harde wind). Hij wordt echter in ieder geval niet gekapt. Hiermee zijn wij van oordeel dat de gevraagde controle vooraf op verblijfplaatsen voldoende heeft plaatsgevonden. Zienswijze ongegrond. 3. In de voorschriften is opgenomen dat overdag en zonder kunstlicht dient te worden gewerkt. Indien dit gebeurt in de gebruiksfase en er wordt geen kunstlicht toegevoegd (lantarens), dan is volgens het aanvullend vleermuisonderzoek er geen sprake van overtredingen van art. 3.1, 3.5 en 3.10 Wnb. Deze conclusie geldt voor vleermuizen.
In het OLO-formulier met kenmerk OLO.3676649 staat dat in de herfst/winter wordt gewerkt, zodat er dan qua broedgevallen van vogels/voortplantingsperiode van dieren geen sprake is van een overtreding. Een ontheffing, waaraan voorschriften kunnen worden verbonden, kan alleen worden verleend als sprake is van het overtreden van de verboden van art. 3.1 , 3.5 en/of 3.10 Wnb. Nu er door aanvrager is aangegeven dat gewerkt wordt in de herfst/winter en er geen sprake is van een overtreding, is er ook geen grond om een ontheffing (i.c. een vvgb die ziet op soortenbescherming) af te geven met daarin een voorschrift dat gewerkt moet worden buiten het broedseizoen. Dit hebben wij overigens in de ontwerp-vvgb reeds uitgelegd. Hoewel het jaar van uitvoering is opgeschoven, gaan wij er nog steeds vanuit dat er in de herfst/winter wordt gewerkt. Als blijkt dat wel wordt gewerkt in het broedseizoen, dan zal op dat moment beoordeeld moeten worden of er sprake is van een overtreding van de Wnb en of er dan sprake is van een handhavingskwestie. Zienswijze ongegrond.
Classificatie: Intern
4. De aanvraag ziet op het aanleggen en in gebruik hebben van een parkeerterrein en niet op het terrein dat daarbuiten ligt. Er komt een wandelpaadje van het parkeerterrein richting het fort, waarvoor volgens de bij de aanvraag ingediende tekening een (nieuwe) erfafscheiding wordt geplaatst en betreding van het achterliggende terrein wordt voorkomen. Voor het overige komen er geen (wandel)paden in het restant van het bosperceel. Gezien het voorgaande ligt overmatige betreding, ook gezien de locatie van het project, niet voor de hand. Overigens geeft de indiener van de zienswijze niet aan wat met overmatige betreding wordt bedoeld en wat dan de overtreding van de Wnb is. Indien er geen sprake is van een overtreding van de Wnb, dan geldt ook hiervoor dat geen voorschrift omtrent de soortenbescherming kan worden opgelegd. Zienswijze ongegrond.
Classificatie: Intern