Zienswijzenota Boskant 127 (1)
Tekst van het document
Beantwoording zienswijzen in het kader van het bestemmingsplan in ontwerp “Buitengebied, Boskant 127, gemeente Wijchen” (NL.IMRO.0296.BGBBoskant127-OW01) 1) Schriftelijke zienswijze van de familie P.G.A. van Kuijk en W.C.G. van KuijkSmink, Boskant 129 Wijchen, 6603 KD Wijchen, ingekomen 5 juli 2022. De zienswijze is schriftelijk binnen de daarvoor gestelde termijn ingekomen. 1. De indiener van de zienswijze geeft aan dat er geen onderzoek gedaan is naar geluid afkomstig van het parkeerterrein. Het bestemmingsplan omvat 2 woningen met een parkeervraag van in totaal 6 parkeerplaatsen inclusief bezoekers. Het parkeren is binnen de hele bestemming Wonen mogelijk gemaakt. Het initiatief ziet op de realisatie van één extra (senioren)woning. De extra parkeerbehoefte is drie parkeerplaatsen. In het bestemmgsplan is voorzien in een onderbouwing ten aanzien van parkeren. In de regels is geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Parkeren is binnen de bestemming “Wonen” toegestaan. Ook binnen de huidige bestemming “Wonen” is parkeren toegestaan. Door het toevoegen van de extra (senioren)woning zou het aantal verkeersbewegingen op het terrein van Boskant 127 kunnen toenemen. Deze toename is echter zo gering dat dit geen negatief effect heeft op het woon- en leefklimaat op het adres van de indiener van de zienswijze. 2.
De indiener van de zienswijze stelt dat het bestemmingsplan via een omgevingsvergunning het exploiteren van een bed & breakfast voor maximaal 8 personen mogelijk maakt. De verkeerstoename op het perceel wat is geregeld in het bestemmingsplan zou hierdoor in grote mate toenemen, wat resulteert in een verstoring van de rust op het perceel van de indiener van de zienswijze. Voor de regels van het voorliggende bestemmingsplan is aangesloten bij de reguliere woonbestemming van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Dit zijn de vigerende regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en gelden ook voor de omliggende percelen. Een Bed & Breakfast wordt niet bij recht mogelijk gemaakt en is vergunningplichtig. In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ zijn in artikel 3.5.1 voorwaarden opgenomen waaraan moet worden voldaan om een Bed & Breakfast te kunnen realiseren. Eén van de voorwaarden is dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig mag worden aangetast. Ook zijn er voorwaarden opgenomen ten aanzien van de verkeersaantrekkende werking en het parkeren. Daarmee zijn de belangen van de indiener van de zienswijze voldoende geborgd. Daarnaast maakt de realisatie van een Bed & Breakfast geen onderdeel van het voorliggende plan. 3. De indiener van de zienswijze geeft aan dat bij het bestemmingsplan een onderzoek is uitgevoerd naar wegverkeerslawaai.
Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de Wet geluidhinder waarbij een voorkeurgrenswaarde voor nieuwe woningen is vastgesteld. Bij dit onderzoek is geen rekening gehouden met geluidsoverlast vanuit dichtslaande deuren van de geparkeerde auto’s. Er is geen onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van de verkeersbewegingen op het
terrein die zich nagenoeg concentreren rondom de achtertuin van de huidige bewoners. Daarbij valt te denken aan de verkeersbewegingen van de toekomstige bewoners maar ook aan de verkeersbewegingen van bezoekers en eventuele gasten van een (toekomstige) bed & breakfast. De indiener van de zienswijze verwachte alsmede door de ligging van de parkeerplaatsen veel overlast te ervaren wegens het dichtslaan van autodeuren. Het plan heeft volgens de indiener van de zienswijze directe invloed op het kavel van de indiener van de zienswijze gelet op de geprojecteerde ligging van de parkeerplaatsen op het perceel. In het bestemmingsplan zijn alle ruimtelijke, cultuurhistorische en milieutechnische aspecten beschreven die verband houden met het plan. Deze zijn vervolgens uitgewerkt in de planregels en op de verbeelding. De conclusie van de afweging van alle betrokken belangen is dat het project op een verantwoorde manier kan worden doorgezet. De beoogde inpassing van het voorliggende plan past in de ruimtelijke structuur van de omgeving. In de toelichting van het bestemmingsplan is onderbouwd dat wegverkeerslawaai geen belemmering vormt voor het beoogde initiatief. Een onderzoek acht de gemeente niet noodzakelijk omdat op voorhand is vast te stellen dat er sprake is van goed woon- en leefklimaat.
Voor de volledige onderbouwing verwijzen wij naar de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 4.12). Woonbestemmingen veroorzaken geen onevenredige hinder naar elkaar. Er geldt dan ook geen minimaal aan te houden afstand tussen burgerwoningen. Dichtslaande deuren van auto’s kan inderdaad voorkomen maar wordt niet gezien als bedrijfsmatige hinder waar in het kader van een goede ruimtelijke ordening rekening mee moet worden gehouden. Dat geldt voor zowel het geluid van het perceel van de indiener van de zienswijze als het geluid van het perceel van de initiatiefnemers. Er wordt geen Bed & Breakfast mogelijk gemaakt met het voorliggende bestemmingsplan. Tussen het perceel van de indiener van de zienswijze en de beoogde (senioren)woning staat een tuinmuur van 2 meter hoog. De parkeerplaatsen voor de nieuwe woning zijn voorzien aan de andere kant van de beoogde woning, zoals in het inrichtingsplan indicatief is aangegeven. De afstand tussen de parkeerplaatsen en het perceel van de indiener van de zienswijze bedraagt circa 15 meter, waarbij de beoogde woning ook als buffer dient. Er is geen sprake is van onevenredige aantasting van de privacy. De beoogde woning is een seniorenwoning, waarbij alle voorzieningen op de begane grond worden gerealiseerd. Gelet op de aanwezige tuinmuur van 2 meter hoog is er geen sprake van onevenredige aantasting van de privacy. 4.
De indiener van de zienswijze stelt dat er geen rekening gehouden is met de privacy. De omringende percelen van het plan bestaan vrijwel allemaal uit vrijstaande woningen op grotere percelen met veel privacy. Zo ook het kavel van de indiener van de zienswijze. Vastgesteld moet worden dat het geprojecteerde bouwplan op geen enkele wijze past in deze omgeving. Door de toevoeging van een extra woning wordt het vrijstaande karakter van de omgeving teniet gedaan. Er is sprake van een aanzet tot een stedelijke ontwikkeling, die niet passend is in dit deel van het buitengebied. In de toelichting of regels wordt geen rekening gehouden met privacy van de bewoners rondom het plan, waaronder die van de indiener van de zienswijze. Het toevoegen van een extra woning op het perceel gaat ten koste van de privacy van de indiener van de zienswijze. Hieraan is in het geheel geen aandacht besteed. Hiermee handelt u in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel stelt de indiener van de zienswijze. Het is nog steeds een uniek gebied en de indiener van de zienswijze woont daar voor de rust en de privacy in de omgeving. Het thans in ontwerp liggende bestemmingsplan ontbeert een deugdelijke onderbouwing en daarmee ook een goede ruimtelijke ordening. Van een deugdelijke belangenafweging is evenmin sprake.
Dit is evident in strijd met het bepaalde in artikel 3.1 Wro en de artikelen 3:46 en 3:47 Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In het bestemmingsplan zijn alle ruimtelijke, cultuurhistorische en milieutechnische aspecten beschreven die verband houden met het plan. Deze zijn vervolgens uitgewerkt in de planregels en op de verbeelding. De conclusie van de afweging van alle betrokken belangen is dat het project op een verantwoorde manier kan worden doorgezet. De inpassing van het voorliggende plan past in de ruimtelijke structuur van de omgeving. De beoogde woning is een schuurwoning en blijft de uitstraling van een schuurwoning behouden. Tevens is er sprake van één erf met één ontsluiting. De toevoeging van een extra woning in de vorm van een schuurwoning is (volgens jurisprudentie) geen stedelijke ontwikkeling. Er is juist rekening gehouden met de kwaliteiten van het gebied en worden verder versterkt door de beoogde landschappelijke inpassing. Daarnaast maakt de indiener van de zienswijze niet inzichtelijk op welke wijze de privacy onevenredig wordt aangetast. Gelet op de tuinmuur van 2 meter hoog en het beoogde initiatief, de realisatie van een seniorenwoning, zal er geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de privacy. In het bestemmingsplan is onderbouwd dat het initiatief past in de omgeving en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Het bestemmingsplan is zorgvuldig voorbereid, voldoet aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur en in is lijn is met wet- en regelgeving zoals de Wet ruimtelijke ordening. De ontwikkeling is daarmee niet in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. 5. De indiener van de zienswijze stelt dat bij het ontwerpbestemmingsplan een landschappelijk inpassingsplan als bijlage bij de regels is bijgevoegd. Dit plan behoort te worden uitgevoerd en vervolgens in stand te worden gehouden. Het landschappelijk inpassingsplan dat als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen is volgens de indiener van de zienswijze niet zorgvuldig opgesteld. Bij de landschappelijke inpassing ontbreekt de maatvoering van de bomen, hagen en andere beplantingen. Door het ontbreken van een cruciaal aspect van de landschappelijke inpassing kan niet met zekerheid worden gesteld dat er een invulling wordt gegeven aan een goede ruimtelijke ordening. In het bestemmingsplan is in artikel 3.4.2 juridisch geborgd dat de beoogde landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd en in stand moet worden gehouden. De landschappelijke inpassing is zorgvuldig opgesteld. De beoogde landschappelijke inpassing is passend in de omgeving en versterkt de landschappelijke kwaliteiten zoals de kleinschaligheid. Daarnaast vormt de landschappelijke inpassing ook ecologisch een meerwaarde.
Er worden knip- en scheerheggen (min. 1m hoog en min. 0,80m breed) aangeplant en ook natuurlijke hagen (min. 2m hoog en min. 2m breed). De keuze hangt af van de plek en de ruimte die beschikbaar is. De opgenomen soorten, type beplanting en de opgenomen voorwaardelijke verplichting bieden voldoende zekerheid tot de realisatie van een kwalitatieve landschappelijke inpassing. 8. De indiener van de zienswijze stelt dat aan het ontwerpbestemmingsplan een stikstofberekening ontbreekt waaruit blijkt of e sprake is van significante gevolgen voor nabijgelegen Natura2000-gebied (art. 2.7 lid 1 Wet natuurbescherming).Daardoor is het onduidelijk of het ontwerpbestemmingsplan zoals deze ter inzage ligt voor vaststelling gereed is. Een stikstofberekening is niet noodzakelijk. In het bestemmingsplan is onderbouwd dat het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is gelegen op 8,78 kilometer. Gelet op de afstand en het beoogde initiatief kan worden gesteld dat er zonder aanvullend onderzoek kan worden vastgesteld dat er geen significante gevolgen zijn voor het
Natura 2000 gebied. Voor de volledige onderbouwing verwijzen wij naar de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 4.10).