CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijchen-West 2023_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 14 Waterhuishoudkundig plan

Raad openbaar Wijchen 22 mei 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 99396 beslisnota Wijchen-West; raadsvoorstel voor vaststelling bestemmingsplan Wijchen-West 202326.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Waterhuishoudkundig Plan deel 1 Wijchen West

projectnummer 0471193.100 definitief revisie 01C 24 november 2023

www.anteagroup.nl

Waterhuishoudkundig Plan deel 1 Wijchen West projectnummer 0471193.100 definitief revisie 01C 24 november 2023

Auteurs ES Valenzuela Velazquez

Opdrachtgever Van de Klok Wonen BV Postbus 40018 6504 AA Nijmegen

Gecontroleerd M. Stark J.R. den Hartog

datum 24 november 2023

beschrijving definitief

vrijgave R.H. van der Velden

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

3

1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Doel Geraadpleegde informatie Leeswijzer

5 5 6 6

2

Beschrijving plangebied

7

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4

(Geo-)hydrologie Maaiveld Bodemopbouw Grondwater Oppervlaktewater Natuur Stedelijk watersysteem Riolering Wateroverlast bij hevige neerslag Waterkeringen en waterveiligheid

7 7 8 10 13 16 17 17 17 18

3

Waterwetgeving- en beleid

19

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Rijksoverheid Provinciaal Beleid Beleid waterschap Rivierenland Beleid gemeente Wijchen Uitgangspunten en randvoorwaarden

19 21 21 23 24

4

Planvoornemen Wijchen West

25

5

Deelgebied de Groene Geest

26

5.1 5.2 5.2.1 5.3

Wateropgave Compensatieplan Aanvullende maatregelen Samenvatting

28 28 29 30

6

Deelgebied de Vormers

31

6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.3

Wateropgave Compensatieplan Verplaatsen A-watergang Groene berging Aanvullende maatregelen Samenvatting

33 33 34 35 35 35

7

Toetsing

37

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

Oppervlaktewater systeem Drooglegging Ontwateringsdiepte Afvalwaterbelasting Hemelwaterbelasting Waterkwaliteit

37 39 39 39 40 40

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

8

Waterparagraaf

42

8.1 8.2 8.3 8.4

Beschrijving plangebied (Geo-)hydrologie Stedelijk watersysteem Toetsing

42 42 44 46

Bijlage 1 Overzicht huidige situatie

47

Bijlage 2 Oppervlakteverdeling

48

Bijlage 3 Waterbalans

49

Bijlage 4 Berekening bergende maatregelen

50

Bijlage 5 Bodemonderzoek en locatie boringen

51

Bijlage 6 Infiltratie onderzoek

52

Bijlage 7 Grondwater- en oppervlaktewater monitoring

57

Bijlage 8 Analysecertificaten grondwater

63

Bijlage 9 Analysecertificaten oppervlaktewater

64

Bijlage 10 Tekeningen

65

blad 4 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Wijchen is samen met de Van de Klok BV voornemens om aan de westkant van de huidige bebouwingskern van Wijchen een woonwijk te ontwikkelen. In de toekomst worden in het plangebied in totaal ca. 1.300 woningen gebouwd. De ligging van het plangebied (rood kader) is weergegeven in figuur 1-1.

Figuur 1-1 Ligging plangebied ten opzichte van omgeving. Plangebied is aangegeven met rode kader (bron: Luchtfoto 2022, ©

CycloMedia Technologie B.V)

Het planvoornemen past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om deze reden wordt een bestemmingsplanwijziging doorgevoerd. Onderdeel van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is het doorlopen van de verplichte watertoetsprocedure. QuickScan Geohydrologie Wijchen-West Antea Group heeft een QuickScan Geohydrologie (d.d. 28 juni 2021) opgesteld. De QuickScan beschrijft welke ruimtelijke aspecten in de gebiedsontwikkeling van Wijchen-West er benut kunnen worden op basis van het geohydrologische systeem (de aanwezige bodemopbouw en het oppervlaktewatersysteem). De QuickScan beoordeelt of de waterelementen in de gebiedsvisie aansluiten bij het functioneren van het watersysteem. Daarnaast is door de gemeente Wijchen een “Functioneel Programma van Eisen Waterhuishouding” (2020) opgesteld. Deze notitie is een vervolg op de QuickScan en kan ook worden gezien als een watertoets.

1.2

Doel Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot de huidige waterwetgeving. In voorliggend rapport worden de randvoorwaarden voor waterhuishoudkundige aspecten beschreven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het rapport is als ‘watertoets’ bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd.

blad 5 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

De ‘watertoets’ is een instrument waarbij de waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders met elkaar in gesprek brengt in een vroeg stadium. De waterbeheerders voor de projectlocatie zijn waterschap Rivierenland, gemeente Wijchen en provincie Gelderland.

1.3

Geraadpleegde informatie Het voorliggend rapport is opgesteld op basis van onderstaande documenten: 1. Uitgangspuntennotitie water Wijchen West (Antea Group, d.d. 18 mei 2022) 2. Memo QuickScan (geo)hydrologie/ watersysteem Wijchen-West, (Antea Group, d.d. 28 juli 2021) 3. Proces watertoets 2022 (Werkorganisatie Druten Wijchen d.d. 06 mei 2022) 4. Strategische Waternota Wijchen 2019-2028 (Tauw, d.d. 5 september 2018) 5. Beleidsplan water en riolering Wijchen 2023-2027 (Tauw, d.d. september 2022)

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de huidige situatie beschreven met daarin onder andere de bodemopbouw, het watersysteem, waterkeringen en aanwezige riolering. Vervolgens is in hoofdstuk 3 ingegaan op de relevante wetgeving en het waterbeleid van de waterbeheerders. De randvoorwaarden en uitgangspunten zijn ook in hoofdstuk 3 uiteengezet In hoofdstuk 4 is de ontwikkeling van Wijchen west beschreven. In hoofdstuk 5 en 6 is de wateropgave en voorgestelde compensatieplan beschreven. In hoofdstuk 7 is aan de hand van het beleid, de randvoorwaarden en uitgangspunten de opzet van het toekomstige watersysteem beschreven en getoetst. Als laatste is in hoofdstuk 8 een concept-waterparagraaf opgenomen.

blad 6 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

2

Beschrijving plangebied In dit hoofdstuk is de huidige situatie van het plangebied en het watersysteem beschreven. Hierbij is ingegaan op de ligging, de maaiveldhoogte in het gebied en de aspecten bodemopbouw, grondwater, oppervlaktewater, vuil- en hemelwaterafvoer, aanwezige natuur en (eventuele) waterkeringen. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van de QuickScan Geohydrologie Wijchen-West (d.d. 28 juni 2021) Het plangebied ligt ten westen van Wijchen, in de gemeente Wijchen, en heeft een oppervlak van ca. 52 ha. Het plangebied wordt gescheiden in een noordelijk en zuidelijk deel door de spoorlijn Nijmegen - ‘s-Hertogenbosch, zie figuur 2-1. In het midden van het zuidelijke deel ligt de Vormerse Plas, een voormalige zandwinningsplas met een diepte van maximaal 20 meter en een wateroppervlak van ca. 9,1 ha (91.428 m2). De Vormerse plas vormt een icoon in het plangebied.

Figuur 2-1 Ligging plangebied ten opzichte van omgeving. Plangebied is aangegeven met rode kader (bron: Luchtfoto 2022, © CycloMedia Technologie B.V)

2.1

(Geo-)hydrologie 2.1.1

Maaiveld

De maaiveldhoogte is bepaald op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN 3 DTM). De hoogtekaart is weergeven in figuur 2-2. De maaiveldhoogte ter plaatse van het noordelijke deel varieert tussen NAP + 6,6 m tot NAP +6,8 m. De gemiddelde maaiveldhoogte in de zuidelijke deel is NAP +6,8 m. Dit deelgebied is grotendeels vlak met een zichtbaar reliëf langs de spoorlijn. Hier bevindt het maaiveld zich op NAP +8,5 m. Daarnaast ligt de maaiveldhoogte langs de Ravensteinseweg op ca. NAP + 8,0 m.

blad 7 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

NAP+6,7m

NAP+7,2m NAP+6,6m

NAP+6,8m

NAP+6,7m NAP+8,5m NAP+6,8m

NAP+6,8m

NAP+6,8m

NAP+8,0m

Ravensteinseweg Figuur 2-2: Terreinhoogte Brongegevens: Algemeen Hoogtebestand Nederland 3 (AHN3, DSM), ruw.

2.1.2

Bodemopbouw

In figuur 2-3 is de bodemopbouw ter plaatse van het plangebied visueel gepresenteerd. Het betreft hierbij een doorsnede van het REGIS II-ondergrondmodel. De eerste 2 meter van de bodem bestaat ter plaatse van het plangebied uit een Holocene deklaag (HLc). Ten aanzien van de Holocene deklaag zijn in REGIS geen gegevens bekend van de weerstand, doorlatendheid en doorlatend vermogen, omdat de Holocene deklaag afwisselend uit zand-, klei- en veenlagen bestaat. Het eerste watervoerende pakket (WVP) bestaat uit zandlagen van de Formaties Kreftenheye, Formatie van Beegde, Formatie van Peize en Formatie van Waalre en heeft een dikte van ca. 38 m. Volgens het REGIS IImodel wordt de horizontale doorlatendheid (kh) geschat tussen de 25 en 100 m/d. Onder het eerste watervoerende pakket is een kleiafzettingen van de Formatie van Waalre aanwezig met een dikte van ca. 4 m. De slecht doorlatende laag heeft een weerstand tussen de 500 en 1.000 dagen.

blad 8 van 66

hoogte in meters t.o.v. NAP

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

afstand in kilometers

Figuur 2-3. Geohydrologische bodemopbouw (Bron: www.dinoloket.nl)

Lokale bodemopbouw In oktober 2022 is door Antea Group een infiltratieonderzoek uitgevoerd. Naast het uitvoeren van doorlatendheidsmetingen zijn op 20 locaties boringen tot maximaal 4,5 m-mv uitgevoerd om de diepere bodemopbouw in beeld te brengen. De locaties van de boringen en infiltratieproeven zijn weergegeven in figuur 2-4.

Figuur 2-4. Locatie boringen en infiltratieproeven

blad 9 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Over het algemeen bestaat de bodem vanaf maaiveld tot 2 m-mv voornamelijk uit klei met matig tot sterk zandige bijmengingen. Hieronder ligt tot de maximale verkende diepte van 4,5 m -mv. een matig tot zeer grove zandlaag. Bij een aantal boringen zijn storende lagen (klei) waargenomen. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage 5. Doorlatendheid In totaal zijn op 20 locaties doorlatendheidsmetingen in duplo uitgevoerd. Uit het infiltratieonderzoek is te zien dat de onverzadigde zone tot een diepte van 1 m-mv een doorlatendheid tussen 0,1 m/dag en 8,3 m/dag heeft. De doorlatendheid van het zand vanaf een diepte van 1,0 m-mv tot 2,0 m-mv (of net boven grondwaterstanden) varieert tussen 0,6 m/dag en 4,5 m/dag heeft. Op basis van de metingen wordt de onverzadigde bodem geclassificeerd als ‘matig tot goed’ doorlatend. De resultaten van het infiltratieonderzoek zijn in bijlage 6 opgenomen.

2.1.3

Grondwater

Grondwaterdynamiek (GXG) Om de grondwaterstand in het plangebied te kunnen analyseren zijn peilbuizen uit DINOloket geraadpleegd. Nabij het plangebied is één relevante peilbuis aanwezig. Deze peilbuis bevindt zich ten noorden van het plangebied, in een ander peilvak (CIT010 streefpeil 5,2 m NAP). De meetreeks van peilbuis B45F0651 omvat de periode 1980 – 2020. Door onderbreking langer dan twee maanden per jaar in de waarnemingen is het niet mogelijk om een betrouwbare GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) en GLG (Gemiddeld Laagste Grondwaterstand) te bepalen. Regionaal grondwatermodel MORIA Om inzicht te krijgen in het freatische grondwater in Wijchen West is het regionaal grondwatermodel MORIA geraadpleegd. Vanuit het MORIA-model zijn overzichtskaarten beschikbaar van de GHG en de GLG voor de periode 2005 -2016. De GHG is opgenomen in figuur 2-5 en de GLG in figuur 2-6. Op basis van het MORIA-model is te zien dat GHG op minimaal 0,6 m-mv ligt. De GLG ligt binnen Wijchen-West op minimaal 1,2 m-mv.

blad 10 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Figuur 2-5 Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ((bron: regionaal grondwatermodel MORIA)

Figuur 2-6 Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) (bron: regionaal grondwatermodel MORIA)

blad 11 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Grondwatermonitoring Binnen het plangebied is een lange termijnmonitoring ingericht met zes peilbuizen die zijn voorzien van automatische waarnemingen middels ‘divers’. De monitoring is op 1 november 2022 begonnen. De meest recente uitlezing van de divers heeft op 15 november 2023 plaatsgevonden. Derhalve hebben de beschikbare gegevens alleen betrekking op de periode van 1 jaar. De locatie van de peilbuizen zijn in figuur 2-4 opgenomen. Op basis van de huidige monitoringsperiode is het niet mogelijk om een betrouwbare GHG en GLG te bepalen. In dit geval zijn de GHG en de GLG gedefinieerd als het gemiddelde van de drie hoogste (GHG) of de drie laagste (GLG) waarnemingen in een jaar, uitgaande van de traditionele meetfrequentie van 2x per maand over een aaneengesloten periode van minimaal 8 jaar. Om inzicht te krijgen in de grondwaterdynamiek is een statistische analyse uitgevoerd (zie tabel 2-1). Hiermee kan een eerste inzicht gegeven worden in: • Gemiddelde grondwaterstand; • Standaarddeviatie; • Grondwaterstand op de dag met de natste (hoogste) waarnemingen; • Grondwaterstand op de dag met de droogste (laagste) waarnemingen; • P90, de waarde die in 10% van de tijd wordt overschreden; • P10, de waarde die in 10% van de tijd wordt onderschreden. Tabel 2-1 Overzicht van de statistische analyse periode nov’22 tot augustus’23 (grondwaterstanden t.o.v.

NAP) Peilbuis Locatie Maaiveld Filterstelling STDEV Gem. Max. Min. [m NAP] [m-mv] [m NAP] [m NAP] [m NAP] Zuid** PB02 +6,70 2,6 - 3,6 0,22 +5,44 +6,12 +5,07

PB03A PB03B* PB06 PB07

Zuid Zuid Noord Noord

+7,10 +6,95 +7,30 +6,75

2,5 - 3,5 3,6 - 4,6 2,7 - 3,7 2,5 - 3,5

0,24 0,22 0,19 0,15

+5,78 +5,76 +5,70 +5,83

+6,37 +6,24 +6,10 +6,11

+5,37 +5,39 +5,36 +5,47

90-perc [m NAP]

10-perc [m NAP]

+5,70 +6,09 +6,05 +5,95 +5,98

+5,18 +5,44 +5,45 +5,42 +5,61

*stijghoogte **Peilbuis ligt buiten plangebied langs de Ravensteinseweg Op basis van peilbuis PB03A, gelegen in het deelgebied de Groene Geest, ligt de 90-percentiel (ook wel GHG genoemd) op ca. NAP +6,09 m (ca. 1,0 m-mv.). De 10-percentiel (ook wel GLG genoemd) ligt op NAP +5,44 m (ca. 1,7 m -mv.). Op basis van peilbuis PB06, gelegen in het deelgebied de Vormers, ligt de GHG op ca. NAP +5,95 m (ca. 1,4 mmv.). De GLG ligt op NAP +5,42 m (ca. 1,9 m -mv.). Het is belangrijk te vermelden dat deze statistieken worden berekend op basis van een monitoring van één jaar. Het verdient aanbeveling de monitoring voort te zetten om meer inzicht te krijgen in de verdere grondwaterdynamiek. Stijghoogten Om een regionaal beeld te krijgen, zijn isohypsen bepaald voor het watervoerend pakket met behulp van grondwatertools (zie figuur 2-7). De gemiddelde stijghoogte in dit watervoerende pakket varieert op deze locatie tussen NAP +5,8 m tot NAP +5,3 m. De stijghoogten lopen zowel richting de Maas als in noordwesten richting af. Op basis van peilbuis PB03B, gelegen in het deelgebied de Vormers, ligt de GHS op ca. NAP +6,05 m (ca. 0,9 m- mv.). De GLS ligt op NAP +5,45 m (ca. 1,5 m -mv.).

blad 12 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Figuur 2-7. Isohypsenpatroon in het gebied op basis van stijghoogtes en NHI (m NAP) (bron: Grondwatertools.nl, geraadpleegd op 19-07-2023)

Kwel De kwelkaarten van het regionale MORIA-model zijn niet beschikbaar in de NHI data portaal en daarom is de Landelijk Hydrologische Model (LHM) versie 4.1 geraadpleegd. De kwel in het gebied is geanalyseerd door de gemiddelde berekende kwel tussen 2011 en 2018. De kwel is berekend voor laag 1 van het model (Holocene afzettingen). In het gebied is er gemiddeld gezien voornamelijk sprake van inzijging. De kwel komt voor op voornamelijk in de omgeving van de plas.

2.1.4

Oppervlaktewater

Peilgebied Door waterschap Rivierenland zijn peilbesluiten opgesteld waarin het peil is vastgelegd. Het plangebied valt onder peilbesluit Citters I. Het betreffende peilgebied is Citters I, onderdeel van stroomgebied van het Land van Maas en Waal. In het stroomgebied Citters is sprake van relatief hooggelegen zandgronden die, afhankelijk van rivierwaterstanden, via grote weteringen (Balgooijse Wetering, Nieuwe Wetering) en twee gemalen vrij afwateren op de Maas. In dit gebied is geen wateraanvoer mogelijk. Dit gebied kent in droge perioden soms droogval van watergangen (Ruim baan voor vis in Rivierenland. Vismigratieplan Waterschap Rivierenland, TAUW2009).

blad 13 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

In figuur 2-8 zijn de primaire watergangen in de peilvakken weergegeven. De toekomstige ontwikkeling Wijchen- West valt onder peilvak CIT009 met een streefpeil van NAP +5,5 m.

Figuur 2-8: Peilbesluit Citters, zwart kader is plangebied (Bron: Witteveen+Bos, 2022)

Status watergangen Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Figuur 2-9 geeft het watersysteem weer op basis van de legger van het waterschap. De watergangen betreffen wateren van de categorie primair (A-wateren), secundair (B-wateren) en tertiair (C-wateren). De waterlopen in het noordelijke deelgebied, ten noorden van het spoor, zijn hoofdzakelijk kleinere C- watergangen. Alleen evenwijdig aan het spoor ligt een A-watergang. Er is geen wateraanvoer op deze waterlopen van buiten het plangebied. In droge zomers zakt het waterpeil hier. Uit figuur 2-9 kan verder worden opgemaakt dat het noordelijke deelgebied (ten noorden van het spoor) binnen het plangebied niet in verbinding staat met de watergangen van het zuidelijke deel. Op korte afstand westelijk van het plangebied komen de waterlopen uit het zuidelijke deelgebied en het noordelijke deelgebied wel samen. In het zuidelijke deelgebied loopt een A-watergang van oost naar west. Deze A-watergang stroomt vanaf het Wijchse Meer in westelijke richting om de Vormerse Plas heen. De watergang is breder aan de oostzijde van de plas. De watergang is in het verleden uitgebreid om te toename verharding van een nabijgelegen project te compenseren (asielzoekerscentrum). Inmiddels is het verharde oppervlak verwijderd, maar de oppervlaktewaterberging is behouden gebleven.

Er zijn ook enkele C-watergangen aanwezig die dienstdoen voor de afwatering van de landbouwgronden. Daarnaast ligt in het midden van het plangebied de Vormerse Plas die een C-status heeft. De Vormerse Plas staat niet in open verbinding met de A-watergang en maakt dus geen onderdeel uit van het oppervlaktewatersysteem.

blad 14 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Uitgebreid deel van de watergang

W 095612

Figuur 2-9 Uitsnede legger oppervlakte waterlichamen. Plangebied is aangegeven met rode kader (bron: legger

oppervlaktewater, waterschap Rivierenland)

De primaire watergangen stromen vanuit Wijchen bovenlangs de Vormerse Plas en kruist de N845 (Drutenseweg) middels een duiker richting de Wetering. Deze Wetering komt samen met de primaire watergang uit het noordelijke deel (boven het spoor) van het plangebied. In het plangebied bevinden zich enkele duikers welke de watergangen aan weerszijden van (regionale) wegen met elkaar verbinden. Er zijn geen stuwen, sluizen of gemalen in het plangebied aanwezig. In het Regionaal waterprogramma 2021-2027 van provincie Gelderland zijn de waterhuishoudkundige functies voor wateren en watersystemen vastgelegd. De A-watergangen met code 095612, die ten zuidwesten van het plangebied ligt, is aangewezen als waterbergingsgebieden om regionale wateroverlast te verminderen zodat de normen uit het NBW gehaald worden. Dit betekent dat deze watergangen verbreed worden om meer waterberging in het systeem te creëren (‘stromende berging’). HEN- en/of SED-water De HEN-wateren (Hoogst Ecologisch Niveau) en SED-wateren (Specifiek Ecologische Doelstelling) zijn aangewezen in het derde Waterhuishoudingsplan van de provincie Gelderland 2021-2027. Dit zijn wateren met een bijzondere actuele of potentiële aquatische natuurwaarde. Het waterschap heeft per water de doelstellingen in de vorm van een streefbeeld uitgewerkt.

De wateren in en nabij de toekomstige ontwikkeling Wijchen West maken geen deel van de HEN- en SED-wateren. KRW-oppervlakte waterlichaam Op basis van de legger Kwaliteit per KRW-waterlichaam van Waterschap Rivierenland blijkt dat de A-waterwang (onderdeel van Beekrestanten Citters) die door het zuidelijke deel van het plangebied gaat, behoort tot het KRW-net. De watergang voldoet niet aan de fysisch-chemische parameters en is daarom geclassificeerd als slecht.

blad 15 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Figuur 2-10 KRW-oppervlaktewaterlichaam. Plangebied is indicatief weergegeven (bron: Factsheet Beekrestanten Citters)

2.2

Natuur Aan de hand van de Natuurbeheerplan van provincie Gelderland blijkt dat er NNN-gebieden (Natuur Netwerk Nederland, voorheen EHS) aanwezig zijn binnen het plangebied (zie figuur 2-11). De NNN-gebieden hebben natuurbeheertype N14.03 (haagbeuken- en essenbos) N16.03 (droog bos met productie) en N16.04 (vochtig bos met productie).

Figuur 2-11 Overzicht van de NNN-gebieden in de omgeving van het plangebied (bron: Provincie Gelderland)

De Vormerse plas is niet verbonden in het oppervlaktewatersysteem en heeft een status van C-water. Het staat ook niet gemarkeerd als zwemwater. Wel is het een duikspot.

blad 16 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

2.3

Stedelijk watersysteem 2.3.1

Riolering

In de bestaande situatie bevindt zich de volgende openbare riolering in het plangebied: • Langs de zuidzijde van de Groenestraat ligt een drukriolering met een diameter van 63 mm en 75 mm voor de aanliggende woningen (Groenestraat 7,9 13, 15 en 17). Deze drukriolering loost op de vrijvervalriolering van Kraaijenberg; • In de A-watergang noordelijk van de spoorlijn (nr. 330251 op de legger) bevindt zich het lozingspunt van de overstort Kraaijenberg 92e straat van de gemengde vrijvervalriolering van Kraaijenberg; • Ten zuiden van het spoor en langs de noordzijde van de Beemd ligt de persleiding o 110 mm van het rioolstelsel van kern Niftrik met een capaciteit van 52 m3/h. De persleiding sluit aan op de vrijvervalriolering in de Stationslaan; • De woningen aan de Ravensteinseweg (nrs. 296, 298, 300, 302, 304 en 306) zijn onder vrijverval aangesloten op de gemengde vrijvervalriolering in de Blauwe Hof 60e straat; • Voor het woonwagenkamp aan de Ravensteinseweg (nrs. 320, 322, 324, 326, 328, 330, 332, 334, 336, 338, 340, 342, 344, 346, 348 en 350) is er een afzonderlijk gemengd rioolstelseltje o 500 mm met een overstort op de A-watergang (nr. 213095 op de legger). De overstortdrempel ligt op 7,33 m+NAP en is 1,00 m breed. Het rioolstelseltje loost via een gemaaltje met een capaciteit van 4 m3/h op de gemengde vrijvervalriolering in de Blauwe Hof 60e straat.

In bijlage 10 is de tekeningen van het huidige rioolstel opgenomen (KLIC-melding van mei 2022).

2.3.2

Wateroverlast bij hevige neerslag

In de klimaateffectatlas is onder andere de stedelijke wateroverlast in beeld gebracht op basis van een extreme bui van 70 mm in 2 uur. Figuur 2-12 toont de resultaten van computersimulaties en geeft een indicatie van de maximale waterdiepte die op een bepaalde plek kan optreden als gevolg van hevige neerslag. Zoals te zien is in figuur 2-12, kan het water in delen van het plangebied een waterdiepte tussen 5 en 15 cm bereiken. Een locatie die op de kaart is aangemerkt als ‘droog’, kan in werkelijkheid nog steeds onder water komen te staan. Ook kan een locatie met een indicatieve waterdiepte in werkelijkheid droog blijven, bijvoorbeeld vanwege genomen maatregelen.

Figuur 2-12 Waterdiepte bij extreme neerslag - maatgevende bui welke 1 keer in de 100 jaar voorkomt (Bron: klimaateffectatlas.nl)

blad 17 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Daarnaast blijkt uit de klimaateffectatlas Rijk van Maas en Waal1 dat het plangebied niet gevoelig is voor inundatie bij een bui welke 1 keer per 10 jaar voorkomt.

2.4

Waterkeringen en waterveiligheid Wijchen ligt in het land van Maas en Waal. Op een afstand van ca. 300 vanaf het zuidelijkste deel van het plangebied ligt de beschermingszone van een primaire waterkering, zie figuur 2-13. De normering (signaleringsparameter) van de dijk is 1:3.000. Er liggen geen regionale waterkeringen in de omgeving van het plangebied.

plangebied

Primaire waterkering Maas rivier

Figuur 2-13: Primaire waterkering en beschermingszones in de omgeving van Wijchen West (bron: waterschap Rivierenland)

1

https://wsrivierenland.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=311d8bb5d95e45539dbdb4a1e03c 99b6

blad 18 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

3

Waterwetgeving- en beleid

3.1

Rijksoverheid Omgevingswet per 1 januari 2024 De Omgevingswet, die per 1 januari 2024 van kracht wordt, vervangt de bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot ruimtelijke ordening. De Omgevingswet brengt belangrijke veranderingen met zich mee voor het thema water en de bijbehorende regelgeving. In deze nieuwe wet wordt gestreefd naar een meer integrale benadering van waterbeheer, waarbij verschillende aspecten zoals waterkwaliteit, waterkwantiteit en waterveiligheid in samenhang worden bekeken. Dit moet leiden tot een betere afstemming van maatregelen en een efficiënter gebruik van waterbronnen. Een van de opvallende veranderingen is de introductie van nieuwe instrumenten en activiteiten met betrekking tot waterbeheer. Dit kan variëren van het vaststellen van normen voor waterkwaliteit tot het opstellen van waterbeheerplannen. Deze nieuwe instrumenten en activiteiten zullen een rol spelen bij het reguleren en beheren van water in de leefomgeving. Een belangrijke verandering in de wetgeving betreft de verschuiving van de regulering van bedrijfsactiviteiten. In plaats van te kijken naar de fysieke locatie van activiteiten (binnen of buiten een bedrijf), is de Omgevingswet gericht op regulering per activiteit.

Dit betekent dat het niet meer uitmaakt waar en hoe lang een bepaalde watergerelateerde activiteit plaatsvindt; de regelgeving is van toepassing op de activiteit zelf. Deze aanpak kan gevolgen hebben voor de manier waarop vergunningen worden verleend en watergerelateerde activiteiten worden gereguleerd. De Omgevingswet heeft tot doel de wet- en regelgeving met betrekking tot waterbeheer te vereenvoudigen en te stroomlijnen, zodat deze beter aansluit bij de actuele maatschappelijke en ecologische uitdagingen. Dit zou moeten resulteren in flexibeler en efficiënter waterbeheer in de leefomgeving, terwijl tegelijkertijd de kwaliteit, kwantiteit en veiligheid van waterbronnen worden gewaarborgd. Waterwet In 2009 is de Waterwet in werking getreden en per 1 januari 2024 wordt deze wetgeving opgenomen in de Omgevingswet. De Waterwet regelt het beheer van grond- en oppervlaktewater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet vormt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld.

Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet. In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor:  Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater;  Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is sinds 2003 wettelijk verplicht (en blijft bestaan onder de Omgevingswet als waterbelang). Met de watertoets wordt geborgd dat in ruimtelijke plannen (waaronder omgevingsplannen) het waterbelang geborgd is. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder.

blad 19 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

In de watertoetsprocedure stemt de initiatiefnemer de afwegingen in het plan ten aanzien van water af met de waterbeheerders. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het Nationaal Water Programma bevat:  Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water;  Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Kamerbrief 'Water en bodem sturend’ In een brief aan de Tweede Kamer in november 2022 hebben minister Harbers en staatsecretaris Heijnen principes en structurerende keuzes geformuleerd over de rol van water en bodem in de ruimtelijke ordening. De brief presenteert principes waarbij water en bodem een leidende rol spelen bij toekomstige besluitvorming.

De veranderende klimatologische omstandigheden zorgen voor toenemende uitdagingen op het gebied van water en bodem. De zeespiegel stijgt en er zijn periodes van extreme droogte en wateroverlast. Het grond- en oppervlaktewater raakt verzilt en de waterkwaliteit laat te wensen over. Om deze problemen aan te pakken werkt de overheid vanuit voorwaarden in programma’s zoals Ruimte voor de Rivier, Integraal Rivier Management en de Programmatische Aanpak Grote Wateren. Het doel is om deze aanpak standaard te maken bij nieuwe ontwikkelingen, zodat alle betrokken partijen rekening kunnen houden met deze aanpak. Relevante artikelen met betrekking tot water en bodem gerelateerd aan het voorliggende plan zijn: 7. We creëren ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in onze ruimtelijke inrichting, landgebruik en landbeheer. Hiermee vergroten we de veerkracht van zowel het hoofdwatersysteem als regionale watersystemen. Dit wordt vanaf heden door het Rijk, de waterschappen, provincies en gemeenten uitgewerkt en in de gebiedsprogramma’s opgenomen. 13. We reserveren de 5% tot 10% van diepe polders voor waterberging, bij voorkeur de diepste delen. We voorkomen hiermee wateroverlast als gevolg van aanhoudende regenval of piekbuien. Hier is geen nieuwe bebouwing toegestaan, tenzij het niet ten koste gaat van het waterbergend vermogen. 15.

We versterken de regie op de inrichting van de ondergrond. Daarmee bereiken we een efficiënte inrichting ervan, zodat ontwikkelingen als woningbouw en energietransitie mogelijk worden gemaakt zonder de bodem aan te tasten. Rijk en gemeenten ontwikkelen hiervoor een gezamenlijk instrument. 16. We streven bij verstedelijking en infrastructuur naar zo efficiënt mogelijk gebruik van ruimte, dekken de bodem zo min mogelijk af en herstellen de bodem waar mogelijk. Zo behouden we waardevolle organisch rijke landbouw- en natuurbodems en blijft de sponswerking van de bodem behouden. Samen met gemeenten en provincies zetten we in op beperking van onnodig landgebruik. 19. We gaan bodemverstoring door ontgraving tegen en hergebruiken grond hoogwaardig. Daarmee behouden we gezonde en vitale bodems. Samen met provincies en waterschappen start het Rijk hier als opdrachtgever zelf pilots voor. 21. We maken de risico’s van overstromingen, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid sturend bij de locatiekeuze en inrichting van woningbouw. Hiermee voorkomen we dat we nieuwbouw gaan realiseren op locaties waar we later spijt van gaan krijgen. Provincies nemen in hun ruimtelijke arrangementen het (concept) richtinggevend kader mee. 23. We passen de maatlat voor een klimaatadaptieve en natuurinclusieve bebouwde omgeving toe. Daarmee ontwikkelen we gebieden klimaatbestendiger.

We sturen als overheden op zo min mogelijk afdekking van de bodem.2

2 Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving - Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl)

blad 20 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

24. We sturen als overheden op zo min mogelijk afdekking van de bodem. Daarmee behouden we buiten het bebouwd gebied goede landbouwgrond, reduceren we hittestress en bevorderen we waterinfiltratie binnen het bebouwd gebied. We werken dit samen met provincies en gemeenten uit en zetten in de ladder duurzame verstedelijking in op minder netto landgebruik. Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRWwaterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal de stand-still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen.

3.2

Provinciaal Beleid Regionaal Waterprogramma Gelderland 2021-2027 Het Regionaal Waterprogramma (RWP) 2021-2027 is op 15 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma's van de waterschappen. Het RWP bevat de ambities en doelen voor het waterbeheer, een duurzaam en veerkrachtig watersysteem met een goede waterkwaliteit binnen de Provincie Gelderland. Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Het doel is niet alleen meer wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland bevat de ambities van trends en ontwikkelingen, met hun kernopgaven, geformuleerd. De ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan Deze ambities zijn onder meer: Klimaatadaptatie, een klimaatbestendig en CO2-neutraal Gelderland; Vestigingsklimaat, en won- en leefomgeving, uitstekend wonen, werken en leven in Gelderland

3.3

Beleid waterschap Rivierenland Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rivierenland heeft het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld, met als titel Versterken, verbinden en vergroenen. Met dit waterbeheerprogramma zijn de opgaves vastgesteld en is aangegeven hoe dit bereikt kan worden. Met dit waterbeheerplan wordt geen nieuw beleid geschreven maar wordt de gewenste uitvoering beschreven. Vanuit de Visie 2050 zijn principes opgesteld hoe dit toekomstbeeld bereikt kan worden. De principes bestaan uit het volgende; 1. De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor ons werk. 2. Water is bepalend voor de inrichting van het gebied. 3. We zijn zuinig op water en grondstoffen. 4. Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus. 5. We pakken uitdagingen op binnen deze generatie en wentelen niet af. 6. Waterbeheer van de toekomst: we maken maatschappelijk verantwoorde keuzes. 7. Met elkaar zorgen we voor een toekomstbestendig rivierengebied. De keur en leggers De Keur Waterschap Rivierenland 2014 (waterschapsverordening) bevat de verplichtingen, onderhoud en uitvoeringsregels van de waterstaatswerken en zorgplicht, waterkeringen, wateren (zoals sloten en beken) wateroverlast en zorgplicht om watertekort, wateroverlast en vervuiling te voorkomen.

De keur bevat beleidsen uitvoeringsregels aangaande wateren in het beheergebied van het waterschap. Het doel van beleidsregels aangaande wateren is de functie van oppervlaktewaterlichamen te beschermen. Het gaat er daarbij om dat de water aan- en afvoer, de waterberging en het profiel van het oppervlaktewaterlichamen minstens hetzelfde blijven. Ook moet het mogelijk blijven om zonder belemmeringen doelmatig onderhoud en inspecties van oppervlaktewaterlichamen uit te kunnen voeren.

blad 21 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Beleid versneld afvoeren van nieuw verhard oppervlakte In artikel 3.4 van de Keur is een verbod op versnelde afvoer door nieuw verhard oppervlak opgenomen. Voor nieuw verhard oppervlak geldt een compensatieplicht. Indien het te verharden oppervlak niet meer dan 500 m2 in stedelijk gebied bedraagt, geldt hiervoor een vrijsteling. Stedelijk gebied ligt binnen de bebouwde kom en landelijk gebied daarbuiten. De lozing op zich is op grond van de Keur wel vergunningplichtig. Indien er geen andere vergunningplichtig activiteiten worden ondernomen dan het maken van nieuw verhard oppervlak, is er voor de van compensatieplicht vrijgestelde oppervlaktes een algemene regel (WT 5). Beleidsregel 5.16 Nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlakte in de Beleidsregels behorende bij de Keur, zijn de toetsingscriteria opgenomen. Het hanteren van de vuistregels is beperkt tot kleine ontwikkelingen (< 5 ha). De maximale afvoer van water uit het plangebied mag niet meer zijn dan 1,5 l/s/ha (landelijke afvoernorm). Daarnaast moet er voldoende berging zijn bij extreme omstandigheden. Er wordt gerekend met twee ontwerpbuien:  De T=10 + 10% neerslag: Daarbij mag het peil niet meer dan 30 cm stijgen. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha nieuwe verhard oppervlak.

Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatverandering (T=10+10%) moet er voor het straatpeil nog een drooglegging van 1,00 m zijn ten opzichte van zomerpeil;  De T=100 + 10% neerslag: Hierbij is een peilstijging toegestaan tot de laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak. Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag vanwege de klimaatverandering (T=100+10%) mag er geen inundatie optreden Om de toename verhard oppervlakte te compenseren moet de aanvrager voorzieningen treffen om de landelijke afvoer te realiseren door middel van:  Hergebruik en/of vasthouden: Hierbij wordt het hemelwater binnen het plangebied verzameld en komt niet (direct) in het oppervlaktewater terecht;  Bergen: Onder bergen verstaan we de opvang van hemelwater in het oppervlaktewater. o Het creëren van extra waterberging op het eigen terrein door middel van het graven of vergroten van een oppervlaktewaterlichaam, en/of; o Het creëren van extra retentie in het oppervlaktewaterlichaam waarop wordt geloosd door vergroten van het profiel van het oppervlaktewaterlichaam, en/of; o Het graven van nieuw oppervlaktewaterlichaam binnen hetzelfde peilgebied en aangesloten op bestaande A- of B-wateren, en/of;  Afvoeren Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering.

Waterhuishoudkundige eisen Waterschap Rivierenland Voor plannen met meer dan 5 hectare nieuwe verharding wordt een aanvullende modelberekening gevraagd. Hierbij worden, onder meer, de volgende berekeningsuitgangspunten gehanteerd:  De maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s/ha. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen. Een afvoer van 1,5 l/s/ha komt overeen met 13 mm/dag;  Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag vanwege de klimaatsverandering mag er geen inundatie optreden (NBW-norm);  Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatsverandering moet er voor het straatpeil nog een drooglegging van 0,7 m zijn ten opzichte van zomerpeil (norm Waterschap Rivierenland). Verder hanteert het waterschap de volgende droogleggingseisen:  Vloerpeil begane grond ≥ 1,30 m boven zomerpeil (streefpeil)  Straatpeil ≥ 1,00 m boven zomerpeil (streefpeil)  Peil groenvoorzieningen ≥ 0,70 m boven zomerpeil (streefpeil) Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen.

blad 22 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”.

Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die ervoor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd.

3.4

Beleid gemeente Wijchen In het Beleidsplan water en Riolering 2023-2027 wordt invulling gegeven aan de zorgplicht voor (stedelijk) afvalwater, hemelwater en grondwater. Tevens is er gefocust op een toekomstgericht en klimaatbestendig watersysteem. De algemene uitgangspunten voor hemelwater is ‘De perceeleigenaar is in principe verantwoordelijk voor de verwerking van het regenwater op eigen terrein’. Voor de uitgangspunten en randvoorwaarden van de gemeente Wijchen verwijzen naar het document WDW proces watertoets (versie 6 mei 2022). Verder de belangrijkste uitgangspunten en randvoorwaarden hieruit in deze alinea benoemen:  Ontwateringsdiepte (GHG) ≥ 1,00 m onder vloerpeil begane grond; ≥ 0,70 m beneden straatpeil en ≥ 0,50 m beneden groenvoorzieningen  Afvoer hemelwater openbare ruimte over oppervlak (zichtbaar) naar openbare infiltratievoorziening (wadi) en daar vanaf maaiveld infiltreren  Geen hemelwater vanaf openbare ruimte op particulier terrein bij T=10+10% (Buishand & Velds)  Geen hemelwater vanaf openbare ruimte in gebouwen bij T=100+10% (Buishand & Velds)  Bodempeil infiltratievoorziening (wadi) ≥ 0,50 m boven GHG  Diepte wadi ≤ 0,50 m  Talud wadi ≤ 1:3  Talud stedelijk oppervlaktewater ≤ 1:3  Afvoer afvalwater naar riolering ≤ 10 liter/inwoner per uur gedurende 12 uur  Diameter openbare vrijverval riolering ≥ 250 mm  Bodemverhang openbare vrijverval

riolering 1: diameter in mm  Obstakelvrije zone ≥ 4,00 m boven openbare vrijverval riolering, ≥ 2,00 m boven openbare persleiding  Gronddekking op openbare vrijverval riolering ≥ 1,10 m en openbare persleiding ≥ 1,00 m

blad 23 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

3.5

Uitgangspunten en randvoorwaarden Overleg d.d. 21 juni 2023 Tijdens het teamoverleg van 21-06-2023 zijn drie methoden besproken voor het berekenen van de wateropgave. De drie methoden zijn:  Door middel van de vuistregels van Waterschap Rivierenland;  Door het opstellen van een waterbalans;  Door een hydraulisch model. Er is afgesproken dat ten behoeve van het bestemmingsplan (waterparagraaf) volstaan kan worden met het opstellen van een waterbalans. Voor de nadere uitwerking en de aanvraag watervergunning is, gezien de omvang en complexiteit van het plangebied, een hydraulisch model nodig. Met een hydraulisch model wordt het mogelijk om de (eventuele) effecten van extreme neerslag in het gebied beter in te schatten en de mogelijke negatieve effecten te mitigeren. Overleg d.d. 30 augustus 2023 Tijdens het overleg van 30-08-2023 heeft het waterschap aangegeven dat de maximale diepte voor de wadi's 50 cm bedraagt, maar de waterberging bij een T10+10% slechts 40 cm is (met 10 cm waking). Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar kan voorkomen met 10% opslag door klimaatverandering moet er voor het staatpeil nog een drooglegging van 0,7 m zijn ten opzichte van zomerpeil. Daarnaast kan de peilstijging bij een regenbui T100+10% tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau.

Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag door klimaatverandering mag er geen inundatie optreden vanaf het oppervlaktewater. Voor de berekening van de oppervlakteverdeling van de privéruimte is ervoor gekozen om de hoeveelheid verharding te berekenen op basis van de volgende percentages:  Appartementen: 90% verharding.  Rijwoningen: 90% verharding  2-onder één kap woningen: 80% verharding  Vrijstaande woningen: 70% verharding Voor de compensatieopgave van het plangebied is een duidelijk antwoord verkregen dat de KRW-status van de bestaande watergang (deelgebied De Vormers) hierin niet beperkend is voor de berging, zolang de waterkwaliteit niet wordt aangetast. Wel dient de First-Flush goed afgevangen te worden, voordat wordt geloosd op het oppervlaktewaterlichaam. Dit kan door middel van een zuiveringsinstallatie (of filter) in de vorm van de voorgenomen wadi’s die in de plannen zijn opgenomen. In het overleg van 30 augustus 2023 heeft de gemeente aangegeven dat conform Waterwet artikel 3.5 en Beleidsplan water en riolering Wijchen 2023-2027 dat het hemelwater zowel mogelijk op eigen terrein verwerkt (geborgen en/or geïnfiltreerd) moet worden. Overleg d.d. 15 november 2023 Tijdens het overleg werd aangegeven dat de watertoets voldoende inzicht geeft in de wateropgave voor de ontwikkeling Wijchen West.

De definitieve opgave en de daarbij behorende oplossingen gaan echter in het Waterhuishoudkundig Plan deel 2 worden bepaald samen met de realisatie van een hydraulisch model. De uitwerking en randvoorwaarden dat er een door de waterbeheerders goedgekeurd WHP-plan (deel 2) moet liggen en dat eventuele oplossingen binnen het plan gebied moeten worden opgelost (stedenbouwkundige opgave) moeten dit faciliteren. In deze fase wordt de klimaatrobuustheid verder uitgewerkt en doorgerekend door bijvoorbeeld het watersysteem te testen volgens de HKV-buien en de toets buien voor een SSW.

blad 24 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

4

Planvoornemen Wijchen West De gemeente Wijchen is samen met de Van de Klok BV voornemens om aan de westkant van de huidige bebouwingskern van Wijchen een woonwijk te ontwikkelen. In oktober 2023 is het Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (VOSP) door de gemeenteraad vastgesteld. In de toekomst worden in het plangebied in totaal ca. 1.300 woningen ontwikkeld. Daarnaast zal de wijk plaats moeten bieden aan één basisschool. De ontwikkeling Wijchen West is opgedeeld in twee delen: deelgebied noord (De Groene Geest) en deelgebied zuid (De Vormers). De twee gebieden worden gescheiden door de spoorlijn Nijmegen-Oss/’s-Hertogenbosch. De totale oppervlakte van Wijchen West bedraagt ca. 52 ha. Gelegen in het zuidelijk deel heeft de Vormers Plas een oppervlakte van ca. 9,1 ha. In het kader van duurzaam en klimaatadaptief bouwen wordt geen hemelwater op het riool geloosd, maar binnen de plangrenzen verwerkt (geborgen en geïnfiltreerd). Infiltreren en vasthouden van hemelwater vormt het uitgangspunt. Een schetsontwerp van de voorgenomen plannen is in figuur 4-1 opgenomen. In bijlage 10 zijn principe doorsnedes van de toekomstige watersysteem en bovenaanzichten ook weergegeven.

De Groene Geest

De Vormers

Figuur 4-1 Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (VOSP) (bron: Buro Waalbrug, d.d. 22 september 2023)

blad 25 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

5

Deelgebied de Groene Geest Het deelgebied de Groene Geest beslaat in totaal ca. 22,4 ha (223.517 m2). Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels onbebouwd. Het plangebied is voor een groot gedeelte agrarisch met uitzondering van een aantal woonkavels. Het woningbouwprogramma wordt verdeeld over het aantal woonvelden: Het Laar, de Erven en de Velden (zie figuur 5-1). Deze woonvelden verschillen van elkaar door een specifieke inrichting en de differentiatie in het woningbouwprogramma. De Groene Geest krijgt een meer landelijke uitstraling, afgeleid van de bestaande erven aan de Groenestraat, het huidige agrarische gebruik en de bestaande kavelstructuur en afwatering.

Figuur 5-1 Overzicht woonvelden

Om inzicht te krijgen in de toename verharding, als gevolg van de ontwikkeling, is een oppervlaktebalans opgesteld per deelgebied. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een verhard oppervlak van ca. 1 ha (10.000 m2) (4% van het totale plangebied). De verdere verdeling van verhard en onverhard is in figuur 5-2 weergegeven. In de nieuwe situatie bestaat het plangebied uit een verhard oppervlak van ca. 14,4 ha (64% van het totale plangebied). De verdere verdeling van verhard en onverhard is in tabel 5-1 en figuur 5-3 weergegeven. In bijlage 2 zijn de tekeningen en berekening per woonveld van de toekomstige situatie opgenomen. Tabel 5-1. Oppervlaktebalans toekomstige situatie Plangebied Verhard* [m2] [m2] De Erven 50.452 31.307 Het laar 27.449 24.783 De Velden 87.263 73.602 School 7.000 6.848 Openbare ruimte 51.353 7.575 Totaal 223.517 144.115 100% 64%

Onverhard [m2] 19.145 2.666 13.661 153 43.778 79.402 36%

* Inclusief 80% van de parkeerplaatsen

blad 26 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Figuur 5-2 Oppervlakteverdeling huidige situatie deelgebied de Groene Geest. De bestaande verhard oppervlak wordt aangegeven met een bruin arcering. Het te dempen watergang is met een rood arcering aangegeven.

Figuur 5-3 Oppervlakteverdeling toekomstige situatie deelgebied de Groene Geest

blad 27 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

5.1

Wateropgave Ruimtelijke plannen waarbij het verhard oppervlak uitbreidt, hebben tot gevolg dat het hemelwater van dit oppervlak versneld tot afvoer komt. Het oppervlaktewatersysteem wordt hierdoor zwaarder belast, met mogelijk wateroverlast als gevolg. Om de waterhuishouding niet te verslechteren geldt een waterbergingsopgave. Conform de keur van het waterschap is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak een waterbergingsopgave van toepasing. Voor plannen met meer dan 5 ha nieuwe verharding geldt een maatwerkberekening door middel van een model. In overleg met en met goedkeuring van het waterschap en de gemeente is de wateropgave ten behoeve van het bestemmingsplan vooralsnog op basis van een waterbalans berekend. Voor de vergunningsfase is een hydraulisch model nodig (zie ook paragraaf 3.5) Bij de berekening van de waterbehoefte wordt ervan uitgegaan dat ten minste 20% van het half-verharding oppervlak infiltratie toelaat. De toename van de verharde oppervlakte bedraagt dus ca. 13,4 ha (134.115 m2). Voor het deelgebied de Groene Geest geldt de volgende berging (zie ook bijlage 3):  Voor scenario T=10+10% is de benodigde waterberging 5.775 m3 (ca. 56 mm per m2)  Voor scenario T=100+10% is de benodigde waterberging 8.739 m3 (ca. 83 mm per m2)

5.2

Compensatieplan Om de versnelde afvoer als gevolg van de toename van verharde oppervlakten te verminderen, is binnen het deelgebied ruimte gereserveerd voor een aantal waterbergingsmaatregelen zoals het uitbreiden van het bestaande watersysteem en de aanleg van wadi’s/groene bergingen. In figuur 5-4 is een eerste impressie te vinden van de toekomstige waterhuishouding uit de VOSP-tekeningen van Buro Waalbrug (tekening met datum 07-09-2023). De bijbehorende profielen zijn in bijlage 10 weergegeven.

Figuur 5-4 Toekomstige waterhuishouding deelgebied de Groene Geest. (bron: Buro Waalbrug) (tekening met datum 07-09-2023)

blad 28 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

In de bestaande situatie zijn er in het plangebied meerdere C-watergangen die gedempt worden, ca. 3.630 m2. Het oppervlak is berekend van insteek tot insteek. Voor veranderingen in het oppervlaktewatersysteem wordt uitgegaan van het zogenaamde “stand-still” principe. Bij iedere demping dient de afname van de hoeveelheid open waterberging in principe dan ook minimaal te worden gecompenseerd binnen hetzelfde peilgebied en zo dicht mogelijk bij de ingreep. Zoals te zien is in figuur 5-4 wordt de bestaande A- watergang langs de spoor en de greppel langs de Drutenseweg uitgebreid. In totaal wordt er ca. 16.383 m2 water gegraven. Het oppervlak is berekend van insteek tot insteek. Daarnaast omvat het ontwerp van deelgebied de Groene Geest het realiseren van enkele wadi’s/groene berging met een oppervlak van ca. 9.795 m2. De wadi’s hebben een diepte van 0,5 m t.o.v. het maaiveld en een waterdiepte van 0,4 m (T10+10%). In tabel 5-2 is een samenvatting van de potentiële bergingscapaciteit en afmetingen van de bergende maatregelen weergegeven. In figuur 5-4 zijn alle voorzieningen genummerd. Met de voorgestelde maatregelen is het mogelijk om ca. 7.433 m3 water te bergen (T10+10%). Tabel 5-2 Potentieel waterberging (peilstijging van 40 cm)

GG1** 2,0

GG2 3,8

GG3 2,6 /12 103 0,4 3,5

GG4 2,8 /12 106 0,4 3,5

GG5 6,0

GG6 6,0

GG7 6,0

GG8 17,4

GG9 7,0

GG10 5,8

GG11 5,8

GG12 5,8

GG13** 6,5

Breedte [m] Lengte [m] 440 104 89 135 170 25 574 267 174 144 625 Waterhoogte [m] 0,3 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4 0,3 Oppervlak doorsnede 0,9 2,0 4,0 4,0 4,0 7,7 3,3 2,8 2,8 2,8 1,5 [m2]* Bergingscapaciteit (m3) 396 205 355 366 356 539 680 193 1.865 738 483 399 860 Totaal (m3) 7.433 * Het maximale oppervlak dat gebruikt kan worden voor waterberging is berekend op basis van de tekeningen (VO-fase).

** Oppervlaktewater Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag door de klimaatverandering (T=100+10%) kan het peil stijgen tot de laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Deze verhoging wordt alleen in aanmerking genomen voor de wadi's/groene voorzieningen. De gemeente stelt vast dat de groene berging een maximaal waterdiepte van 0,5 m-mv kan hebben. Bij een bui T100+10% wordt gedacht aan een extra berging van ca. 1.708 m3 (7.886 + 396 (GG1) + 860 (GG13) - 7.433). In totaal is het mogelijk om ca. 9.141 m3 water te bergen (T100+10%). Tabel 5-3 Potentiële berging (peilstijging van 50 cm)

GG2 3,8

GG3 2,6 / 12 103 0,5 4,4 454

GG4 2,8 -/12 106 0,5 4,4 469

GG5 6,0

GG6 6,0

GG7 6,0

GG8 17,4

GG9 7,0

GG10 5,8

GG11 5,8

GG12 5,8

Breedte [m] Lengte [m] 104 89 135 170 25 574 267 174 144 Waterhoogte [m] 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 Oppervlak doorsnede [m2]* 2,6 5,2 5,2 5,2 5,2 4,2 3,6 3,6 3,6 Bergingscapaciteit (m3) 270 463 700 884 130 2.410 959 627 518 Totaal (m3) 7.886 * Het maximale oppervlak dat gebruikt kan worden voor waterberging is berekend op basis van de tekeningen (VO-fase).

5.2.1

Aanvullende maatregelen

Vermindering van verharde oppervlak Onderdeel van de water en klimaatstrategie van Wijchen-West is zo min mogelijk verhard oppervlak aan te leggen. Er wordt aangenomen dat de parkeerplaatsen (inclusief fietsparkeerplaatsen) kunnen worden aangelegd met grasbeton (half-verharding). Er wordt echter ook aangenomen dat slechts een deel van dit gebied infiltratie toestaat. In overleg met en met goedkeuring van het waterschap en de gemeente wordt bij

blad 29 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

toepassing van half-verharding een reductie van het verhard oppervlak van 20% aangehouden. M.a.w. half- verharding worden als 80% verhard aangemerkt.

5.3

Samenvatting Met de ontwikkeling van deelgebied De Groene Geest neemt de verharde oppervlakte toe met ca. 134.115 m2. Op basis van een waterbalans moet het deelgebied tijdelijk 8.739 m3 water (bij een bui T100+10%). Daarnaast geld voor de gedempte watergangen een compensatie regel van 1 op 1. Het ontwerp omvat het dempen van 3.630 m2 van C-wateren. Met het uitbreiden van het bestaande watersysteem en de aanleg van groene berging is het mogelijk ca. 7.433 m3 water tijdelijk geborgen bij een bui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag door klimaatverandering (T10+10%). De voorgenomen voorzieningen kunnen ca. 9.141 m3 water bergen tijdens een bui met een herhalingskans van eens in de 100 jaar bij 10% berging als gevolg van klimaatverandering (T=100+10%). Een uiteenzetting van de verschillende bergingsvormen is in tabel 5-5 weergegeven. Tabel 5-4 Bergingscapaciteit verschillende bergingsvormen

Bergingsvorm

Hoeveelheid (m3) Hoeveelheid (m3) (T10+10%) (T100+10%) Groene berging 7.433 9.141 * Bij deze berekening is geen verdere peilverhoging in aanmerking genomen.

In bovenstaande tabel is per waterbergende functie de potentiële waterberging uiteengezet. Dit zijn indicatieve waarden. De exacte werking van het watersysteem wordt nader uitgewerkt in het Waterhuishoudkundig Plan deel 2.

blad 30 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

6

Deelgebied de Vormers Het deelgebied de Vormers heeft een totaal oppervlak van 227.928 m2. Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels onbebouwd. Binnen het plangebied ligt de Vormerse plas met een wateroppervlak van 9,1 ha (91.428 m2). In de omgeving zijn een aantal woonkavels aanwezig. Het woningbouwprogramma wordt verdeeld over het aantal woonvelden: de Weides, de Kamers en de Oeverkant (zie figuur 6-1).

Figuur 6-1 Overzicht woonvelden

Om inzicht te krijgen in de toename verharding, als gevolg van de ontwikkeling, is een oppervlaktebalans opgesteld per deelgebied. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een verhard oppervlak van ca. 6.000 m2 (2% van het totale plangebied). De verdere verdeling van verhard en onverhard is in figuur 6-2 weergegeven. In de nieuwe situatie bestaat het plangebied uit een verhard oppervlak van ca. 9,8 ha (35% van het totale plangebied). De verdere verdeling van verhard en onverhard is in tabel 6-1 en figuur 6-3 weergegeven. In bijlage 2 zijn de tekeningen en berekeningen per woonveld van de toekomstige situatie opgenomen. Tabel 6-1. Oppervlaktebalans in de huidige en toekomstige situatie Plangebied Verhard Onverhard [m2] [m2] [m2] De Weides 44.970 38.468 6.502 De Kamers 43.320 36.201 7.119 De Oeverkant 7.958 7.267 691 Openbare ruimte 181.680 15.653 166.027 Totaal 277.928 97.589 180.339 100% 35% 65% * Inclusief 80% van de parkeerplaatsen

blad 31 van 66

datum 24 november 2023 projectnummer 0471193.100 betreft Waterhuishoudkundig Plan deel 1

Figuur 6-2 Oppervlakteverdeling huidige situatie deelgebied de Vormers. De bestaande verhard oppervlak wordt aangegeven met een bruin arcering. Het te dempen watergang is met een rood arcering aangegeven.

Figuur 6-3 Oppervlakteverdeling toekomstige situatie deelgebied de Vormers

blad 32 van 66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=ba90a239-469c-4330-a718-9d6db973f5e1