Wijchen-West 2023_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 11 Selectiebesluit archeologie
Tekst van het document
SELECTIEBESLUIT ARCHEOLOGIE Locatie: Wijchen-West Uitgevoerd onderzoek: bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Datum selectiebesluit: 20-11-2023 Deskundige namens bevoegd gezag: Ester van der Linden (beleidsadviseur archeologie) Uitgevoerd archeologisch onderzoek: In verband met de ontwikkeling van Wijchen-West is opdracht gegeven voor het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen. Dit is in 2021 en 2022 uitgevoerd door Antea Group. Het is vastgelegd in het volgende rapport: E. Hoven/R.L Fens/I. Fleuren, 2022: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, plangebied Wijchen-West, gemeente Wijchen, provincie Gelderland (Antea Group Archeologie 2022/123), definitieve versie (revisie 01) d.d. 26 oktober 2022. Selectie-advies onderzoeksbureau: Voor het grootste deel van het plangebied geldt een verwachting, maar in de mate van verwachting kan een differentiatie worden aangebracht, waarbij een hoge verwachting geldt voor hoog opgeslibde beddingen van het Wijchens Maasje, de brede overwegend zandige oeverwallen (i.t.t. kleiige oeverwallen) en de rivierduinafzettingen met restanten van vuile laag of bodemvorming (onvergraven). Voor veronderstelde fase 1 van het riviersysteem is een hoge verwachting uitgesproken voor die plaatsen waar een vegetatiehorizont aanwezig is.
Een middelmatige verwachting geldt ten slotte voor de vermoedelijke crevasse (eind fase 1 of begin fase 2 van het systeem) en de erratische laag op de overgang van rivierduin naar terras (mogelijk Laag van Wijchen). Antea Group heeft in revisie 00 van dit rapport geadviseerd om een karterend proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uit te voeren voor de gebieden met een hoge verwachting en hiertoe een drietal omvangrijke zones in het plangebied geselecteerd die het meest kansrijk werden geacht en waar steeds meerdere van de genoemde verwachtingen samenvallen. Op basis van de resultaten van dat proefsleuvenonderzoek zou nader bepaald kunnen worden of uitbreiding van het onderzoek buiten de drie zones alsnog noodzakelijk is (i.e. selectie zonder vrijgave).
www.wijchen.nl
2 Er werd echter ook geconcludeerd dat er ondanks het uitgevoerde onderzoek nog zoveel onbekend is omtrent de landschappelijke vorming van het plangebied en dat met het uitvoeren van het proefsleuvenonderzoek meer inzicht kan worden verkregen in de vroegere bewoonbaarheid van dit landschap. In overleg met de adviseur van de bevoegde overheid is overeengekomen dat het laatste punt voorrang dient te krijgen en het proefsleuvenonderzoek dus gefaseerd moet worden uitgevoerd. Het vervolgonderzoek werkt daarmee van buiten naar binnen: met landschappelijke proefsleuvenonderzoek (i.t.t. karterend proefsleuvenonderzoek) nadere kennis van het vroegere landschap krijgen en van daaruit (i.c.m. resultaten van dit booronderzoek) de meest geschikte locaties binnen dat landschap uitzoeken om vindplaatsen op te gaan sporen (karterend proefsleuvenonderzoek). Het meest informatief voor dit doel zijn lange dwarsdoorsnedes. Voor het zuidelijk deel, ten noorden van het woonwagenkamp, betreft dat een sleuf haaks op de voormalig rivierduin: dit om de overgang van rivierduinerosiepakketten naar eventuele oeverwal en de verhaking hiervan te onderscheiden.
In het noordelijk deel kan een lange noord-zuid gerichte proefsleuf worden aangelegd van de Groeneweg richting het spoor met een lange haakse proefsleuf dwars over de zuidelijke (brede zandige) oeverwal van de nevengeul, met medeneming van het zandpakket (hoge bedding van die geul). De zuid- en westrand van het noordelijk deel kan in lage dichtheid worden onderzocht, daar zijn hier en daar versnipperde resten van oeverwallen aanwezig en een crevasseachtig pakket. In het uiterste noordwesten van het plangebied, tegen de Groeneweg aan, kan de dichtheid wel iets hoger zijn vanwege de ligging in de nabijheid van de hoofdgeul van het Wijchens Maasje, met gerijpte oeverwallen en in de ondergrond een aaneengesloten zone met vegetatieniveau. Een uitzondering betreft de verwachting op intacte rivierduinafzettingen (met op dieper niveau mogelijke resten van Laag van Wijchen). Dit betreft een zone die voldoende is afgebakend met het booronderzoek en voor wat betreft de top van het rivierduin een zeer hoge verwachting heeft op archeologische complexen uit het midden-neolithicum tot vroege middeleeuwen. Nadere details van het voorgestelde gefaseerde proefsleuvenonderzoek (fase 1: landschappelijk; fase 2: karterend), waaronder gewenste dichtheid en omvang e.d., worden geformuleerd in een namens de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen.
Selectiebesluit gemeente Wijchen (bevoegd gezag): Het archeologisch rapport is beoordeeld en goedgekeurd door het bevoegd gezag. Het selectieadvies wordt overgenomen. Er moet vervolgonderzoek worden uitgevoerd in de vorm van proefsleuvenonderzoek. Dit vervolgonderzoek werkt van buiten naar binnen: met landschappelijke proefsleuvenonderzoek (i.t.t. karterend proefsleuvenonderzoek) nadere kennis van het vroegere landschap krijgen en van daaruit (i.c.m. resultaten van dit booronderzoek) de meest geschikte locaties binnen dat landschap uitzoeken om vindplaatsen op te gaan sporen (karterend proefsleuvenonderzoek). Het meest informatief voor dit doel zijn lange dwarsdoorsnedes. Voor het zuidelijk deel, ten noorden van het woonwagenkamp, betreft dat een sleuf haaks op de voormalig rivierduin, om zodoende de overgang van rivierduinerosiepakketten naar eventuele oeverwal en de verhaking hiervan te onderscheiden. In het noordelijk deel wordt een lange noord-zuid gerichte proefsleuf aangelegd van de Groeneweg richting het spoor met een lange haakse proefsleuf dwars over de zuidelijke (brede zandige) oeverwal van de nevengeul, met medeneming van het zandpakket (hoge bedding van die geul). De zuid- en westrand van het noordelijk deel kan in lage dichtheid worden onderzocht, daar zijn hier en daar versnipperde resten van oeverwallen aanwezig en een crevasseachtig pakket.
In het uiterste noordwesten van het plangebied, tegen de Groeneweg aan, kan de dichtheid wel iets hoger zijn vanwege de ligging in de nabijheid van de hoofdgeul van het Wijchens Maasje, met gerijpte oeverwallen en in de ondergrond een aaneengesloten zone met vegetatieniveau.
3
Een uitzondering betreft de verwachting op intacte rivierduinafzettingen (met op dieper niveau mogelijke resten van Laag van Wijchen). Dit betreft een zone die voldoende is afgebakend met het booronderzoek en voor wat betreft de top van het rivierduin een zeer hoge verwachting heeft op archeologische complexen uit het midden-neolithicum tot vroege middeleeuwen. Deze zone hoeft niet meegenomen te worden in het landschappelijke proefsleuvenonderzoek. Als hier sprake is van bodemverstorende activiteiten moet deze zone uiteraard wel meegenomen worden in het karterende/waarderende proefsleuvenonderzoek. Als uit (fase 1 en 2 van) het uitgevoerd proefsleuvenonderzoek blijkt dat er sprake is van een of meer behoudenswaardige archeologische vindplaatsen, dan moeten die in de bodem (in situ) beschermd worden door beschermende maatregelen, ofwel d.m.v. een archeologische opgraving (definitief onderzoek) ex situ beschermd worden. Voor proefsleuvenonderzoek en voor definitief onderzoek is een Programma van Eisen vereist, dat goedgekeurd moet zijn door de gemeente Wijchen als bevoegd gezag. Ieder uitgevoerd onderzoek moet vastgelegd worden in een archeologisch rapport dat eveneens moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag.
www.wijchen.nl