CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

WARMTEPLAN WIJCHEN DEF CONCEPT

Raad openbaar Wijchen 2 maart 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 101378 Beslisnota Vastellen Warmteplan en Transitievisie Warmte7.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WARMTEPLAN WIJCHEN Onze route naar een aardgasvrij Wijchen

Samenvatting Gemeenten zijn volgens het nationaal Klimaatakkoord de regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Zij moeten samen met lokale stakeholders, zoals woningcorporatie en netbeheerder, elke 5 jaar een Transitievisie warmte (TVW) opstellen, waarin staat welke mogelijke alternatieven er voor aardgas er zijn per wijk. De TVW voor Wijchen is in februari 2022 aan de gemeenteraad aangeboden. Dit warmteplan is een uitwerking van de eerder opgestelde Transitievisie Warmte. Een belangrijk onderdeel was het ophalen van input via een participatief proces met inwoners. Ook zijn we in gesprek gegaan met technische partners, raad en college. Deze input heeft ons geholpen bij het maken van keuzes en het leggen van de juiste accenten. In de Lokale Energie Strategie die in 2023 wordt opgesteld, wordt dit Warmteplan verder uitgewerkt in een uitvoeringsplan. De uitkomsten van deze gesprekken hebben geleid tot het opstellen van 8 actielijnen. In onderstaande figuur zijn de belangrijkste uitgangspunten uitgewerkt.

2

Inhoudsopgave Samenvatting ....................................................................................................... 2 Inhoudsopgave ..................................................................................................... 3 1. Inleiding ........................................................................................................... 4 1.1 Waarom dit plan? .......................................................................................... 4 1.2 Hoe dit warmteplan tot stand is gekomen ......................................................... 4 1.3 Opgave: CO2-uitstoot verminderen .................................................................. 5 1.4 Ontwikkelingen en ervaringen ......................................................................... 6 2. In gesprek over warmte ..................................................................................... 8 2.1 Bewoners willen vooral ontzorgd worden .......................................................... 8 2.2 In gesprek met partners ................................................................................ 9 2.3 In gesprek met raad en college ....................................................................... 9 2.4 Conclusies en vertaling naar uitgangspunten ...................................................10 3.

Technische mogelijkheden .................................................................................12 3.1 Beschikbare technische oplossingen ................................................................12 3.2 Warmtebronnen ...........................................................................................13 4. Van Visie naar uitvoering: 8 actielijnen ................................................................14 4.1 Focus op ontzorging .....................................................................................15 4.2 Isoleren en besparen stimuleren (gemeentebreed) ...........................................17 4.3 Programmatische gebiedsgerichte aanpak .......................................................17 4.4 Lokale initiatieven aanmoedigen.....................................................................18 4.5 Opgaven verbinden: samenwerken en koppelkansen benutten ...........................18 4.6 Verduurzaming bij bedrijven faciliteren ...........................................................19 4.7 Governance van warmtenetten uitwerken ........................................................19 4.8 Verduurzaming vergemakkelijken door gemeentelijke regelgeving .....................20 5.

Kaders bij uitvoering .........................................................................................21 5.1 Kosten en financiering ..................................................................................21 5.2 Uitvoeringsagenda Lokale Energie Strategie ....................................................21 5.3 Meedenken en meedoen: participatie ..............................................................22 Bijlagen ...............................................................................................................23 Bijlage 1: toelichting mogelijkheden voor financiering en subsidies ..........................23

3

1. Inleiding 1.1 Waarom dit plan? Het verbranden van aardgas (en andere fossiele brandstoffen) zorgt voor de uitstoot van broeikasgassen die op hun beurt een grote bijdrage leveren aan klimaatverandering. Gas uit Groningen is niet langer beschikbaar en we moeten veel meer aardgas uit andere landen importeren. Daarnaast heeft de oorlog met Oekraïne pijnlijk duidelijk gemaakt hoe afhankelijk we zijn van Russisch gas. De energieprijzen zijn enorm gestegen en de betaalbaarheid van ons energiesysteem komt erg onder druk te staan. Deze ontwikkelingen verhogen de noodzaak om uiterlijk in 2050 aardgasvrij te zijn. De gebouwde omgeving dient in 2030 3,4 megaton CO2 minder uit te stoten. Hiervoor is als tussendoel gesteld dat in 2030 landelijk 20% van alle gebouwen aardgasvrij moet zijn. Volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord staan gemeenten hiervoor aan de lat. De Rijksoverheid heeft elke gemeente gevraagd om aan de hand van dit landelijk streven een visie te ontwikkelen waarin ze aangeeft op welk moment, in welke wijk en buurt en met welke technieken gebouwen aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Dit doen gemeenten via de Transitievisie Warmte. De Transitievisie Warmte (TVW) voor Wijchen is opgesteld door Royal HaskoningDHV in de periode juni 2020/2021 en is in februari 2022 aan de gemeenteraad aangeboden.

De gemeenteraad heeft kennisgenomen van de TVW en het college met een raadsbreed amendement opgedragen om een ‘strategische visie op de warmtetransitie’ uit te werken en die ter besluitvorming voor te leggen aan de raad. De uitgangspunten die door de raad zijn vastgesteld, staan hiervoor aan de basis: - Ga aan de slag met energiebesparing en isolatie; - Samen kennis delen om de warmtetransitie te laten slagen; - Haalbaar en betaalbaar voor iedereen; - Beschikbaar, betrouwbaar en duurzaam richting de toekomst.

In 2019 is het Nederlandse Klimaatakkoord tot stand gekomen. Hierin zijn de afspraken van het Internationaal Klimaatakkoord van Parijs (2015) naar landelijk niveau vertaald. In het Klimaatakkoord heeft Nederland zich als doel gesteld om in 2030 de CO2-uitstoot met 49% te beperken ten opzichte van 1990. De doelstelling is vertaald naar verschillende sectoren; zo is er een aparte doelstelling voor de industrie, voor de opwek van duurzame elektriciteit en voor de gebouwde omgeving. Onder gebouwde omgeving worden alle gebouwen verstaan. Het gaat dus zowel om woningen, als bedrijfspanden en bijvoorbeeld instellingen. Voor bedrijfspanden geldt dat het alleen gaat om de ruimteverwarming, niet om de warmte die eventueel nodig is voor het productieproces, daar zijn aparte afspraken over gemaakt.

Dit warmteplan is een eerst concretisering van de eerder opgestelde Transitievisie Warmte. De concrete ambities voor Wijchen en de weg daar naartoe gaan we uitwerken in de Lokale Energie Strategie (LES) die in 2023 opgesteld wordt. In de LES gegeven we weer wat er precies moet gebeuren om de gewenst CO2-reductie te behalen en dus ook hoeveel gebouwen er wanneer van het aardgas af moeten zijn.

1.2 Hoe dit warmteplan tot stand is gekomen Om invulling te geven aan dit amendement hebben we gekozen om de TVW te vertalen naar een warmteplan. Een belangrijk onderdeel was het ophalen van input via een participatief proces met inwoners. Deze input helpt ons bij het maken van keuzes en de juiste accenten te leggen. In de Lokale Energie Strategie wordt dit warmteplan verder uitgewerkt in een uitvoeringsplan.

4

We hebben Squarewise, een adviesbureau gericht op duurzame transities, in de arm genomen om ons te ondersteunen bij dit proces. Er is een proces doorlopen langs drie parallelle sporen, gericht op drie doelgroepen: 1. Inwoners 2. Professionele stakeholders (zoals netbeheerder en provincie) 3. college van B&W en gemeenteraad De inwoners zijn op basis van een steekproef uitgenodigd, aangevuld met mensen die zich actief hebben opgegeven. Op deze manier hoopten we een bredere groep mensen te bereiken dan de ‘usual suspects’, zijnde de actieve en betrokken inwoners die zich toch wel laten horen. In een eerste gespreksronde met elke doelgroep apart zijn vragen besproken zoals: Hoe gaan we individuele inwoners ondersteunen bij het isoleren van hun woningen? In welke wijken beginnen we met het onderzoek naar collectieve systemen? Wat gaan we doen in andere wijken? De opgehaalde input is verwerkt in dit warmteplan.

1.3 Opgave: CO2-uitstoot verminderen

Energieverbruik in Wijchen Aardgas is in onze gemeente – net als in de rest van Nederland – de belangrijkste bron van energie om gebouwen mee te verwarmen en van warm water te voorzien. Woningen verbruiken het meeste aardgas binnen de gebouwde omgeving van Wijchen. In onze gemeente staan ruim 18.000 woningen. Het totale aardgasverbruik van woningen in Wijchen bedroeg in 2021 23,9 miljoen kuub (m3) (bronnen: CBS, Klimaatmonitor). De afgelopen tien jaar is het aardgasgebruik in woningen bijna hetzelfde gebleven. De CO 2-uitstoot en het energieverbruik van woningen in Wijchen liggen ongeveer gelijk met het landelijke gemiddelde. Van het totale energiegebruik in Wijchen werd in 2020 48 TJ warmte hernieuwbaar opgewekt. Bijna alle hernieuwbare warmte in Wijchen is afkomstig van houtkachels (biomassa). De geproduceerde hernieuwbare warmte in Wijchen is 1.175 MJ per inwoner. Het landelijke gemiddelde is 4.065 MJ per inwoner (Klimaatmonitor, cijfers 2020). Ruim 87.000 ton CO2-uitstoot is afkomstig van de gebouwde omgeving en bijna 60.000 ton van woningen (Bron: Klimaatmonitor cijfers 2021).

In Wijchen willen we, in lijn met het Klimaatakkoord, onze CO2-uitstoot terugbrengen en op termijn energieneutraal worden. Met deze lokale warmtetransitie ondersteunen wij het landelijke Klimaatakkoord, het Gelders Energieakkoord (GEA) en helpen we om klimaatverandering te beperken. In lijn met het klimaatakkoord is het streven dat in 2030 20% van de gebouwen aardgasvrij is. Energieneutraal betekent dat in onze gemeente evenveel energie duurzaam wordt opgewekt, als dat er op jaarbasis wordt verbruikt. Wij willen dit bereiken met maatregelen om fossiel energieverbruik (aardgas, aardolie en kolen) terug te dringen en meer duurzame energie op te wekken. Richting 2050 willen we fossiele energie helemaal niet meer gebruiken. Dit betekent dus ook dat woningen en andere gebouwen de komende 30 jaar overgaan op duurzame warmteoplossingen. In dit stuk richten we ons alleen op de warmtetransitie. De benodigde elektriciteit komt hier niet aan bod.

5

Uit onderzoek van Royal HaskoningDHV naar het isolatiepotentieel in Wijchen blijkt dat de warmtevraag met zo’n 25% verminderd kan worden door het nemen van isolatiemaatregelen. Daarbij is gekeken naar zogenaamde ‘geen spijt’- maatregelen: maatregelen die, ongeacht welke warmtebron de woning in de toekomst krijgt, zinvol zijn. In sommige buurten is het isolatiepotentieel hoger dan in andere buurten. Vooral in Wijchen-Noord en in Valendries is veel besparing te behalen. Naast het besparingspotentieel is er ook gekeken naar de kosten. Het complete onderzoek staat in de bijlage.

Bron: onderzoek door RHDHV in opdracht van gemeente Wijchen (2022)

1.4 Ontwikkelingen en ervaringen We zien dat het vraagstuk rondom de energietransitie constant in beweging is en doelen gedurende de rit worden aangescherpt. Zo is in het coalitieakkoord van het huidige kabinet als doel opgenomen 55% CO2 reductie in 2030. Ook op Europees niveau is er veel aandacht voor de energietransitie en zijn er plannen opgesteld. Er wordt nog gewerkt aan verschillende wetten, zoals de Warmtewet, die effect hebben op het verloop van de warmtetransitie. Mogelijk worden hierin ook (hogere) ambities opgenomen. Voor de corporatiewoningen geldt dat zowel op landelijk als op gemeenteniveau afspraken zijn gemaakt om de verduurzaming te bevorderen. Talis en de Kernen hebben flink ingezet op verduurzaming en dat is ook terug te zien in de energie labels van hun bezit. Particuliere verhuurders zijn een ander verhaal, daar loopt de situatie sterk uiteen. Omdat het niet om een homogene groep gaat, is het lastig om hiermee afspraken te maken. Recent is aangekondigd dat particuliere verhuurders net als woningcorporaties vanaf 2030 geen woningen mogen verhuren met de labels E, F en G. Hiervoor is ook landelijke financiering beschikbaar. Landelijke proeftuinen laten zien dat het geheel aardgasloos maken van bestaande wijken behoorlijk ingewikkeld is. Daarom is de trend steeds meer richting aardgasvrij-ready, wat zoveel betekent dat

6

woningen klaar worden gemaakt om van het gas of te kunnen op termijn. Van deze voorbeelden leren we ook dat het bijna niet mogelijk is om een vooraf uitgestippeld pad te doorlopen om de warmtetransitie te realiseren. Het is een proces, dat om constant meebewegen en bijsturen vraagt. Het besef is gekomen dat dit vraagt om uitproberen, experimenteren en steeds blijven monitoren om te toetsen of we de goede dingen doen. Al doende leren en al lerende doen. Met deze kennis in ons achterhoofd is dit Warmteplan tot stand gekomen.

7

2. In gesprek over warmte De warmtetransitie is een complex vraagstuk. Naast de technische uitdagingen die spelen, zijn de gemeenten verantwoordelijk gemaakt voor een opgave waarbij vooral woningeigenaren aan zet zijn. De beoogde veranderingen moeten immers voor een belangrijk deel ‘achter de voordeur’ plaats vinden. Woningen moeten worden geïsoleerd, gasketels moeten worden vervangen door warmtepompen of huizen moeten worden aangesloten op een collectief warmtesysteem. De gemeente kan vergemakkelijken, motiveren en financiële prikkels geven, maar niet besluiten over particulier bezit. Het proces van verduurzaming vraagt dan ook om een intensieve samenwerking tussen inwoners, stakeholders en de gemeente. We hebben met verschillende groepen gesproken over wat zij belangrijk vinden in de warmtetransitie:  Inwoners: ruim 100 bewoners hebben in 2 sessies aangegeven hoe zij staan tegenover de transitie naar aardgasvrij wonen. Ze hebben ideeën en wensen aangedragen die terugkomen in onze uitgangspunten en aandachtspunten en de manier waarop we met de warmtetransitie aan de slag gaan.  Technische partners, zoals Netbeheerder Liander en de provincie Gelderland hebben ons voorzien van de benodigde data en geholpen met het toetsen op haalbaarheid van onze plannen.  De gemeenteraad is middels een werksessie bevraagd op aantal dilemma’s met betrekking tot de warmtetransitie.

 Het college van B&W heeft haar visie en ideeën op de warmte transitie gedeeld.

2.1 Bewoners willen vooral ontzorgd worden Er zijn twee drukbezochte sessies geweest met een gelote groep inwoners. De inwoners geven aan dat ze van de gemeente een helpende hand verwachten. De warmtetransitie zien ze als een maatschappelijke opgave. Veel van hen begrijpen en accepteren dat er van hen veel verwacht wordt, maar ze hebben behoefte aan duidelijkheid en concrete voorstellen. Verschillende opvattingen Er zijn kwalitatieve gegevens verzameld bij de inwoners om na te gaan welke opvattingen leven en waar die op gebaseerd zijn. De belangrijkste opvattingen zijn hieronder weergegeven. - Als bewoners geen voorstander zijn van een warmtenet, is dat vooral vanwege de situatie dat je vast zou zitten aan één aanbieder. - Een warmtepomp als oplossing heeft enkele voorstanders en tegenstanders en er is een grote neutrale groep. - Men is het erover eens, dat zelf voor je eigen warmte zorgen (dus zonder gas) een mooi ideaal is. Bovenal willen mensen ontzorgd worden. Er is behoefte aan duidelijkheid en handelingsperspectief. Welke ingrepen zijn mogelijk en verstandig? Wat voor financieringsmogelijkheden zijn er? En waar vindt je betrouwbare uitvoerders? In veel gevallen kijken inwoners daarvoor naar de gemeente. We zien verschillende standpunten terug: 1. Zelf initiatief nemen Sommige mensen vinden het belangrijk om tot de beste oplossing te komen voor iedereen.

Deze mensen vinden zelf initiatief nemen en naar elkaar omkijken belangrijk. Het faciliteren van bottomup initiatieven en deze met een campagne aanmoedigen sluit hier goed bij aan. 2. Samen aan de slag Anderen vinden het belangrijk om snel van het gas af te gaan. Wat helpt is dat er de laatste tijd goede technologieën zijn ontwikkeld en dat de overheid te hulp schiet. Deze mensen willen ‘meedoen’. Het is belangrijk om elkaar te vertrouwen en ervoor te zorgen dat iedereen in de

8

toekomst op een duurzame manier kan verwarmen. Een campagne die aansluit op het gevoel samen aan de slag te gaan, past goed bij deze groep. 3. Eerlijke oplossing voor iedereen Er zijn ook mensen die vinden dat de transitie eerlijk moet gebeuren. De warmtetransitie moet eerlijk zijn en we moeten goed voor elkaar zorgen. Het verschil tussen arm en rijk mag niet groter worden. Van het gas af gaan is een lastige puzzel, dus laten we met de gemeente blijven praten om een eerlijke oplossing voor iedereen te krijgen. Ook hier past een campagne die de nadruk legt op het collectief. 4. Isoleren en besparen Volgens sommige inwoners zitten aan alle alternatieven voor aardgas veel nadelen. Liever wacht men tot de huidige leidingen gebruikt kunnen worden voor waterstof. Isoleren is volgens hen wel een goed idee. Voor deze mensen werkt een campagne gericht op isoleren en besparen goed.

2.2 In gesprek met partners Met verschillende zakelijke stakeholders zijn hun uitgangsposities en belangen in de warmtetransitie besproken. Hieruit kwamen de volgende punten naar voren:  

 

Vanwege netcongestie zijn individuele oplossingen niet overal op korte termijn haalbaar. Inzetten op collectieve oplossingen verdient mede daarom de voorkeur. Een commercieel warmtebedrijf opereert het efficiëntste met de gehele keten in eigendom. Maar de belangen van de bewoner zijn op die manier minder goed geborgd. Een tussenweg zou een constructie kunnen zijn, waarbij een overheid of een vertegenwoordiging van de bewoners (een deel van) de keten in eigendom heeft, maar wel maatregelen treft om het risico van het exploiterende warmtebedrijf te verkleinen. Of je volgt de volledig publieke route, waarvoor bepaalde specifieke kennis en kunde in huis moet zijn bij de gemeente/ of de provincie. De keuze voor individueel of collectief kan niet te lang uitgesteld worden. Op een bepaald moment is collectief dan namelijk gediskwalificeerd als optie omdat inwoners of onze maatschappelijke partners zelf gaan kiezen voor individuele oplossingen. Uitstellen is dus op den duur kiezen voor individuele oplossingen. Mensen zijn bereid om mee te doen aan een collectieve oplossing wanneer er een duidelijk en goed verhaal ligt, zowel vanuit de gemeente als vanuit eventuele betrokken marktpartijen. Collectieve oplossingen hebben de laagste maatschappelijke kosten. All-electric laat in de timing meer keuzevrijheid aan de bewoner, maar kost uiteindelijk meer.

Het beslag op de openbare ruimte is ook groter. Als het aandeel van all-electric erg groot wordt, stijgen de kosten disproportioneel doordat het net nog extra verzwaard moet worden.

2.3 In gesprek met raad en college Met de gemeenteraad en het college is afzonderlijk gesproken over de warmtransitie. De volgende vragen zijn voorgelegd: 1. Programmatisch of Bottom-up laten ontstaan? Deze vraag gaat over of de actie volgt vanuit een plan (programmatisch) of vanuit een (inwoners-) initiatief (bottom-up). Een programmatische aanpak kan uiteraard nog steeds met burgerbetrokkenheid gemaakt worden. 2. Actief stimuleren of Faciliteren? Wat is het gewenste tempo en de sturing daarop? Wordt de warmtetransitie actief gestimuleerd door de gemeente of faciliteren we inwoners om zelf actie te ondernemen? Bij het stimuleren heb je als gemeente meer sturing en bepaal je het tempo.

9

3. Eigenaarschap Publiek of Privaat? Dit vraagstuk speelt met betrekking tot de infrastructuur van een collectief warmtesysteem. Is de infrastructuur in publieke en/of maatschappelijke handen, of is deze in bezit van een private marktpartij? Inmiddels wordt op Rijksniveau hard gewerkt aan duidelijke uitgangspunten hierover. Nog steeds blijven er dan verschillende constructies mogelijk, ook met het oog op zeggenschap en economisch belang. Denkrichting gemeenteraad 1. Bottom-up pilots en programmatische uitvoering lijken de voorkeur te genieten van het grootste deel van de raadsleden. 2. Raadsleden waren op gebied van faciliteren vs stimuleren wat verdeeld op basis van politieke standpunten. Faciliteren leek bij de meesten wel de voorkeur te hebben. Vanwege het aanwezige gevoel van urgentie door de energiecrisis, heerst het beeld dat de overheid niet te actief hoeft te stimuleren. 3. Er leek zich een voorkeur voor publiek eigendom af te tekenen. Maar men gaf ook aan dit vraagstuk erg juridisch en technisch complex te vinden. Dat vraagt om meer kennis en achtergrond. Denkrichting college van B&W 1. Binnen het college is er voorkeur voor een programmatische aanpak, aangevuld met initiatieven van inwoners. Goede voorbeelden zijn nodig om de warmtetransitie te laten slagen. Dat houdt ook in dat we nieuwe dingen moeten uitproberen, die niet altijd succesvol zullen zijn.

Het heeft de voorkeur om waar mogelijk, werk met werk te maken en de aanleg van collectieve systemen aan te laten sluiten bij bestaande ontwikkelingen. 2. Bewustwording creëren en het faciliteren van inwoners zijn de belangrijkste rollen van gemeente in de warmtetransitie. De vrijblijvendheid moet eraf, iedereen moet meedoen. 3. Op het gebied van eigenaarschap wil het college de landelijke lijn aanhouden.

2.4 Conclusies en vertaling naar uitgangspunten We hebben de opgehaalde input van de verschillende groepen vertaald naar de uitgangspunten die de raad ons eerder heeft meegeven. Onze ambitie is om zoveel mogelijk te bereiken in samenspraak met inwoners en partners, zonder dwingende maatregelen op te leggen. Dit leidt tot de volgende conclusies: 1. o o o o

o o

Ga aan de slag met energiebesparing en isolatie Het in één keer aardgasloos maken van bestaande wijken is lastig. Er is nog een flinke energiebesparing te behalen is door ‘geen spijt’ maatregelen, zoals isoleren. Door te starten met isoleren en andere vormen van energiebesparing, vragen we inwoners om niet om in 1 keer van het gas af te gaan, maar stap-voor-stap toe te werken naar het doel. Zeker op plekken waar een individuele oplossing het meest voor de hand ligt, is het wenselijk om woningeigenaren de ruimte te geven om hun eigen tempo te bepalen. Ook voor de netbeheerder is dat prettiger. Belangrijk hierbij is wel dat mensen handelingsperspectief hebben en ontzorgd worden. Inwoners hebben behoefte aan duidelijkheid en verwachten een helpende hand vanuit de gemeente.

2. Samen kennis delen om de warmtetransitie te laten slagen o Partners willen graag samenwerken om de warmtetransitie tot een succes te maken en dit is ook nodig om problemen zoals netcongestie te voorkomen.

10

o o o

o o

De gemeente heeft hierbij de regie. Er moet niet te lang gewacht worden met het ontwikkelen van collectieve oplossingen, omdat de kans van slagen anders kleiner wordt. Bij collectieve oplossingen gaan we uit van een integrale benadering, waarbij we op projectniveau en in buurten verbinding zoeken tussen de warmtetransitie en andere opgaven. Bijvoorbeeld de woningbouwopgave, het verbeteren van de leefomgeving in de buurt of armoedebestrijding. Kennisdeling met inwoners is van belang in het kader van het faciliteren en stimuleren van individuele inwoners. Ook lokale initiatieven die vanuit inwoners ontstaan, worden ondersteund met kennis vanuit de gemeente en eventueel andere partijen.

3. Haalbaar en betaalbaar voor iedereen o De warmtetransitie moet voor zowel onze inwoners en ondernemers, de maatschappij als de gemeente betaalbaar zijn. o Daarbij hoort een eerlijke verdeling van lusten en lasten, voor woningeigenaar, overheid, bedrijfsleven en samenleving als geheel. o Oog houden voor de mate waarin iedereen mee kan doen, ook bijvoorbeeld voor inwoners met een minder grote beurs en ouderen, is belangrijk. o Ook voor huurders hebben we aandacht. Veel maatregelen zijn gericht op woningeigenaren, maar het is ook belangrijk om huurders mee te nemen in de warmtetransitie. o Met haalbaarheid bedoelen we dat het technisch, ruimtelijk en praktisch uitvoerbaar moet zijn. o We moeten vaart maken. Wachten op wellicht betere alternatieven die zich in de toekomst mogelijk aandienen is geen optie. 4. Beschikbaar, betrouwbaar en duurzaam richting de toekomst o Door goede samenwerking met onze partners kunnen we werk met werk maken en kansen aangrijpen wanneer deze zich voordoen. o Dit gaat ook over het eigendom van warmtenetten. In de raad en het college lijkt zich een voorkeur af te tekenen voor warmtenetten die in ieder geval deels publiek zijn. o Publiek eigendom geeft ons de mogelijkheid om meer te sturen op beschikbare, betrouwbare en duurzame warmte voor iedereen. o De betrokkenheid van het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB) kan hier een belangrijke rol spelen.

o Met de warmtetransitie streven we ernaar om onze CO2-uitstoot zoveel mogelijk om omlaag te brengen zodat we onze bijdrage leveren aan de landelijke klimaatdoelstellingen. o Betrouwbaarheid is met name voor warmtenetten een relevante voorwaarde: de warmtebron moet beschikbaar zijn, de levering van warmte moet te allen tijde geborgd zijn.

11

3. Technische mogelijkheden In dit hoofdstuk beschrijven we kort welke technische mogelijkheden en warmtebronnen er zijn om invulling te geven aan de opgave. De uitgebreide informatie is te vinden in de TVW (zie bijlage).

3.1 Beschikbare technische oplossingen De WAT-kaart uit de TVW laat zien dat in een groot gedeelte van de gemeente Wijchen individuele oplossingen het meest kansrijk zijn. Denk hierbij aan all electric oplossingen, zoals het installeren van een elektrische warmtepomp. Een warmtenet lijkt in het landelijk gebied en de kleinere dorpen geen geschikte oplossing. Het gebied is te klein en de gebouwen staan verder uit elkaar. Dit maakt een warmtenetwerk duurder dan een individuele aanpak.

Individuele oplossingen Voor all-electric oplossingen moeten gebouwen goed geïsoleerd zijn. Gebouwen hebben minimaal energielabel B nodig. Als veel gebouwen overstappen op elektrische warmteoplossingen, dan moet het elektriciteitsnetwerk verzwaard worden. Dit is, gezien de problemen rond netcongestie, een belangrijk onderwerp in de bebouwde kom van Wijchen. Hybride warmtepompen zijn ook mogelijk. Er is daarbij minder isolatie nodig dan bij all electric. Ook hoeft het net minder snel te worden verzwaard. Wel blijft hierbij gas nodig. De verwachting is dat de komende vijftien jaar het gasnet overal nog blijft liggen. Een hybride warmtepomp is een logische tussen-oplossing. Zo kan in korte tijd de uitstoot van CO2 al flink dalen. Op een later moment kan dan verder verduurzaamd worden. Bijvoorbeeld door helemaal over te stappen naar all electric.

12

Collectieve oplossingen (warmtenetten) In een deel van de bebouwde kom van Wijchen is een warmtenet ook een mogelijkheid. De maatschappelijke kosten van een warmtenet en een individuele oplossing verschillen in onze wijken namelijk niet zoveel. Dat wil zeggen dat warmtenetten en ook individuele oplossingen mogelijk zijn. Verder onderzoek is nodig om te zien welke van deze oplossingen het meest haalbaar en gewenst is. Voor de ontwikkeling van een warmtenet is een hoge bebouwingsdichtheid en een zekere schaalgrootte nodig. Hiermee bedoelen we dat er veel gebouwen bij elkaar moeten staan en het gebied een bepaalde grootte moet hebben. In Wijchen wordt daaraan voldaan. Het warmtenet moet dan wel gebruik kunnen maken van warmtebronnen die in de buurt aanwezig zijn.

3.2 Warmtebronnen In Wijchen zijn duurzame warmtebronnen beperkt beschikbaar. In de Transitievisie Warmte worden de volgende opties benoemd: 1. Warmte uit water (aquathermie) Er kan warmte gehaald worden uit het water van het Wijchens Meer, de Vormerse Plas en de Loonse Waard (aquathermie). Deze warmte heeft een lage temperatuur en is vooral tijdens de zomer beschikbaar. Daarom wordt aquathermie in de meeste gevallen gecombineerd met elektrische warmtepompen en seizoensopslag (WarmteKoude Opslag of WKO). Zo wordt de temperatuur verhoogd en is deze warmte beschikbaar om in de winter gebouwen te verwarmen. Uit onderzoek blijkt dat de bodem in Wijchen hier in veel gevallen niet geschikt voor is. Er wordt nog onderzocht welke haalbare alternatieven er nog zijn. 2. Restwarmte van de ARN In Weurt (gemeente Beuningen) staat afvalverwerkingscentrale ARN. Bij de verbranding van afval komt veel warmte vrij, dit kan eventueel als warmtebron in de omgeving worden gebruikt. Dit is geen duurzame vorm van energie, maar wel efficiënt gebruik van beschikbare warmte. In regionaal verband is onderzocht waar kansen er zijn om deze warmte te gebruiken. Samen met Beuningen en Malden komt Wijchen hieruit naar voren als een kansrijk gebied. Als de warmte van de ARN beschikbaar komt, dan kan dit een warmtenet voeden voor een nader te bepalen deel van de bebouwde kom van Wijchen.

We willen als gemeente Wijchen zo snel mogelijk duidelijkheid hebben over deze mogelijkheden. Daarom starten we een onderzoek in samenwerking met de gemeente Beuningen en de ARN of en zo ja, hoe de warmte van de ARN het beste ingezet kan worden. Verder is het aanbod van warmtebronnen in Wijchen beperkt. Voor zover nu bekend is diepe geothermie (aardwarmte) niet kansrijk. Dit betekent dat er voor grote delen van onze gemeente op dit moment geen mogelijkheden zijn voor een warmtenet op basis van externe bronnen. Door het beperkte aanbod van warmtebronnen zijn er voor enkele delen binnen de bebouwde kom van Wijchen voorlopig geen kansen voor warmtenetten. Het gaat om:  De westkant van Wijchen (Aalsburg, Blauwe Hof, Heilige Stoel);  De zuidoostelijke buurten (De Ververt, De Meren, Diemewei en Huurlingsedam); Aan de westkant van Wijchen zijn weinig duurzame warmtebronnen beschikbaar. In de andere buurten speelt ook mee dat de bebouwingsdichtheid lager is en dat de gebouwen voor een groot deel al goed geïsoleerd zijn. Dit maakt een warmtenet duurder.

13

4. Van Visie naar uitvoering: 8 actielijnen In de voorgaande hoofdstukken hebben we inzichtelijk gemaakt wat de belangen zijn van onze inwoners en partners en welke uitgangspunten belangrijk zijn. De opgave vertelt ons wat ons te doen staat en de technische analyse geeft inzicht in wat er technisch mogelijk is. Gezamenlijk vormt dit het kader van waaruit we onze aanpak voor de warmtetransitie hebben gedefinieerd. Het geheel van keuzes over hoe we aan de slag gaan via 8 actielijnen is schematisch weergegeven in onderstaande figuur. De actielijnen wordt in dit hoofdstuk nader uitgewerkt.

14

4.1 Focus op ontzorging Zoals eerder beschreven hebben inwoners behoefte aan duidelijk handelingsperspectief en ontzorging. In deze paragraaf beschrijven we wat we op dit gebied al doen en hoe we dat willen versterken. Dat laatste zal voor een belangrijk deel uitgewerkt worden via het Nationale isolatieprogramma en de Lokale Energie Strategie. Ontzorging is opgenomen in het Klimaatakkoord. In de uitvoering heeft het ministerie van BZK een opdracht en concessie in de markt gezet. De opdracht betrof het (door)ontwikkelen van een 3D-tool om inwoners in staat te stellen te ontdekken wat gecombineerde maatregelen met hun woning doen, zowel in termen van maandlasten als in termen van CO₂-reductie. De concessie hield in dat de inschrijvende partij de adviezen mag doorvertalen naar offertes. In veel gemeenten, ook in Wijchen, is het energieloket hier de praktische invulling van. Energieloket Wat doen we al? Samen met regiogemeenten hebben we een energieloket dat zowel digitaal als (beperkt) fysiek beschikbaar is voor inwoners. Zij kunnen hier terecht voor vragen over de verduurzaming van hun woning. Sinds kort hebben we ook een digitaal loket voor bedrijven. Op korte termijn wordt er vanuit de Groene Metropoolregio een energie-adviesteam opgestart dat MKBers zal ondersteunen.

Hoe kunnen we dit versterken? Uit steeds meer evaluaties en ervaringen in het land wordt duidelijk dat de energietransitie vooral succesvol is als inwoners in beweging komen, en er vanuit de samenleving zelf mensen opstaan. Van, door en met inwoners. Om die reden willen we nauwer gaan samenwerken met een partner, bijvoorbeeld een energie coöperatie, die een groot deel van de uitvoering voor zijn rekening neemt, waaronder de bemensing van het energieloket, de energiecoaches en het leveren van maatwerkadviezen. We zijn aan het verkennen met ECL wat er mogelijk is en hoe we deze samenwerking vorm kunnen geven. Energiecoaches Wat doen we al? Sinds een aantal jaren werken we in Wijchen met energiecoaches. Energiecoaches zijn vrijwilligers uit de gemeente. Zij krijgen een korte opleiding om inwoners te adviseren hoe zij hun energieverbruik kunnen verlagen. Op dit moment heeft Meervoormekaar een ondersteunende rol in de aansturing van de coaches. We zijn daarom met een wervingscampagne die zijn eerste vruchten afwerpt: er hebben zich 20 Hoe kunnen we ditgestart versterken? onderzoeken we de mogelijkheden we dit kunnen Denieuwe laatste coaches maandenaangemeld. is de vraag Daarnaast voor een afspraak met energiecoaches enorm hoe toegenomen. professionaliseren.

Maatwerk advies Wat doen we al? Via WinstuitjeWoning loopt een pilot met het aanbieden van maatwerkadviezen aan woningeigenaren. Er komt een adviseur aan huis, die inzichtelijk maakt welke ingrepen mogelijk zijn, een offerte opstelt en het mogelijk maakt mee te doen aan een collectieve inkoopactie.

15

Hoe kunnen we dit versterken? Inwoners hebben aangegeven behoefte te hebben aan onafhankelijk en betrouwbaar advies over de ingrepen die mogelijk zijn aan hun woning. In de toekomst willen we maatwerkadviezen breder inzetten, bij voorkeur met meer lokale verankering en in samenwerking met lokale leveranciers. Het energieloket kan hier mogelijk een rol in spelen. Het subsidiëren van maatwerkadvisering aan huis sluit aan de bij de wens van bewoners om onafhankelijk advies te krijgen over hun persoonlijke situatie.

Hulp op maat bij subsidie en financiering Hulp op maat bij subsidie en financiering wordt door bewoners als heel logisch gezien. Uit het gesprek met bewoners blijkt dat zij best van het gas af willen, maar ze hebben er weinig verstand van en vinden ook niet dat ze er expert in zouden moeten worden. Investeren en daarvoor bijvoorbeeld moeten lenen is voor veel mensen een drempel. Wat doen we al? Er zijn verschillende vormen van financiering en subsidies beschikbaar. In bijlage 1 is een nadere toelichting te vinden.

Regeling

Soort

Toekomstbestendig wonen Nationaal Warmtefonds

Lening

ISDE

subsidie

SEEH

subsidie

Lening

Doelgroep

Van

Particuliere Provincie+ woningeigenaren Gemeente Woningeigenaren en VvE’s Rijk met weinig leenruimte Particulieren woningeigenaren VVE’s

Rijk Rijk

Hoe kunnen we dit versterken? Hoewel de energiesubsidiewijzer op verbeterjehuis.nl deze mogelijkheden helder weergeeft, blijkt het aanvragen van subsidie en/of financiering toch iets waar veel mensen tegenop zien. Hulp op maat bij subsidie en financiering kan helpen om mensen daadwerkelijk stappen te laten zetten. De gemeente kan hierbij samenwerken met een ontzorgende (markt)partij. Door de kosten voor haar rekening te nemen als de bewoners toch afzien van verduurzaming, blijft de drempel laag. We gaan in kaart brengen hoe we concreet invulling kunnen geven aan hulp op maat bij subsidieaanvragen en financiering.

16

4.2 Isoleren en besparen stimuleren (gemeentebreed) Wat je niet verbruikt hoef je ook niet op te wekken. Daarom willen we heel Wijchen aanzetten tot besparen en isoleren. Zoals het eerder aangehaalde onderzoek naar het isolatiepotentieel van Wijchen al heeft laten zien, valt er nog heel wat te besparen met ‘geen spijt’ isolatie maatregelen, zowel financieel als qua energieverbruik. Deze programmatische gemeentebrede aanpak is onderdeel van het ontzorgen; we willen bewoners bewust maken en tot actie aanzetten. In de vorige paragraaf staan al verschillende instrumenten benoemd voor het creëren van handelingsperspectief. We willen deze instrumenten versterken, zorgen voor een groter bereik en meer samenhangend aanbieden. Om te zorgen dat de campagne effectief is, is het uiteraard goed om rekening te houden met de opvattingen van de inwoners. Hierin zijn verschillende standpunten te herkennen, zoal we eerder al geconstateerd hebben in paragraaf 2.1. In verschillende uitwerkingen van de centrale boodschap kunnen we inwoners gericht aanspreken. We gaan een campagne opzetten met een duidelijke eigen ‘smoel’ met als boodschap: Wijchen isoleert! De gemeente stimuleert Wijchenaren om zelf stappen te zetten richting een toekomst die aardgasvrij is. De gemeente helpt, staat klaar, en faciliteert; inwoners en verhuurders moeten het zelf doen.

Er is tijd, maar hoe eerder je begint, hoe sneller je profiteert van de besparingen op je energierekening. Deze campagne wordt via de eigen media van de gemeente en online uitingen, steeds opnieuw geladen met frisse uitwerkingen van deze centrale gedachte, bijvoorbeeld door Wijchenaren te portretteren die initiatieven nemen.

4.3 Programmatische gebiedsgerichte aanpak In de wijken waar volgens de Transitievisie Warmte technische kansen liggen voor een collectief warmtenet gaan we aan de slag met een gebiedsgerichte aanpak. Daarbij proberen we werk met werk te maken door de warmtetransitie te koppelen aan andere opgaven in het gebied. 1. In Wijchen-Zuid richten we ons op het gebied rondom Hart van Zuid. Hier is al een eerste verkenning gestart naar een kansrijk warmtetracé in opdracht van de gemeente. Woningcorporatie Talis is aangesloten en de verbinding wordt gelegd met het wijkproces rondom Hart van Zuid. De volgende stap is nu een participatietraject inrichten met bewoners en verder te gaan ontdekken of een warmtenet kansrijk is en hoe dat er dan uit zou zien. We gaan hierbij gebruik maken van de kennis en ervaring die is opgedaan bij andere gemeenten en platforms, zoals Wijk van de Toekomst. 2. Voor het centrumgebied is in 2020 in het kader van de ontwikkeling van TKWM onderzocht of een collectief warmtenet op basis van warmte uit het Wijchens Meer kansrijk was. Daaruit is gebleken dat de planning van TKWM niet te verenigen was met de ontwikkeling van een collectief systeem. Tegelijkertijd werd duidelijk dat er wel kansen liggen voor een warmtenet op basis van aquathermie voor het winkelcentrum en de omliggende bestaande bebouwing en fase 2 en 3 van de nieuwbouw van TKWM.

Hiervoor wordt een nadere verkenning uitgewerkt in 2023.

Gebiedsgerichte aanpak Stap 1: verkennende onderzoeken op initiatief vanuit gemeente naar mogelijkheden/kosten; Stap 2: Waar mogelijk samenwerking zoeken met woningcorporatie en/of andere grote vastgoedeigenaren zoals VvE’s. Stap 3: Op basis van een uitgewerkt voorstel enthousiasme peilen onder inwoners voor een collectieve oplossing; Stap 4: Samen met bewoners en partners een beheervorm inrichten. 17

3. Een quickscan naar de doelmatige inzet van restwarmte van de ARN-centrale in de MARNgemeenten heeft laten zien dat er kansen liggen voor een warmtenet richting Wijchen. De wijken in Noord-Oost Wijchen lijken hiervoor het meest aanmerking te komen, naast mogelijk ook de bedrijven op Bijsterhuizen en bedrijventerrein Oost. We starten samen met gemeente Beuningen en de ARN in 2023 een onderzoek om de mogelijkheden van een warmtenet van de ARN richting Wijchen verder te verkennen.

4.4 Lokale initiatieven aanmoedigen We zien steeds meer initiatieven vanuit inwoners ontstaan. De gemeente staat hiervoor open en moedigt dit aan. Een voorbeeld hiervan is een bewonersinitiatief uit Batenburg waarin een groep inwoners het voortouw heeft genomen om te onderzoeken hoe de (veelal monumentale) gebouwen in Batenburg, aardgasvrij kunnen worden. In Bergharen en Hernen zijn leefbaarheidsgroepen actief. Mogelijk kunnen energie coöperaties hier ook een rol in spelen. We gaan inwoners actief stimuleren om met eigen initiatieven te komen, bijvoorbeeld via een prijsvraag. Denk dan aan straten of buurten die gezamenlijk stappen willen zetten om isolerende maatregelen te treffen of samen hybride warmtepompen in te kopen. We ondersteunen deze initiatieven met kennis en middelen indien gewenst.

4.5 Opgaven verbinden: samenwerken en koppelkansen benutten Goede samenwerking is van groot belang voor een succesvolle warmtetransitie. Dit besef leeft bij alle partijen waar we de afgelopen periode mee hebben gesproken. Gelukkig is er in het proces om te komen tot dit Warmteplan gebleken dat er een grote bereidheid is om elkaar te helpen. In veel gevallen zal de ondergrondse infrastructuur in het kader van de warmtetransitie aangepast moeten worden. Zo zal het elektriciteitsnet verzwaard moeten worden, buizen voor warmtenetten moeten aangelegd worden en de verwachting is dat het oude gasnet op den duur verwijderd moet worden. Vanwege de kosten en de overlast ligt het voor de hand om te proberen deze werkzaamheden te combineren met andere ingrepen in de ondergrondse infrastructuur, zoals rioolvervanging of de aanleg van glasvezel. In de praktijk blijkt dit echter lastig. Dit heeft de volgende oorzaken:  Verschillen in timing en tempo; soms vertraagt het ene werk het andere, waardoor er gewacht moet worden en de kosten alleen maar stijgen.  Verschillen in geografische begrenzingen; waar een gebied begint en ophoudt, is voor elke klus bepaald en dit kan het koppelen bemoeilijken.  Bestuurlijke obstakels, zoals de regel dat netbeheerders niet proactief mogen investeren.

Daarnaast blijkt dat ook dat sociale vraagstukken die in een wijk spelen, invloed kunnen hebben op de voortgang van de warmtetransitie, denk bijvoorbeeld aan (energie)armoede. We gaan structureel in overleg met alle partijen om te blijven inventariseren welke opgaven op het gebied van ondergrondse infrastructuur en in het sociale domein zich lenen om te verbinden met de realisatie van de warmtetransitie.

18

4.6 Verduurzaming bij bedrijven faciliteren Bedrijfspanden behoren ook tot de gebouwde omgeving en vallen daarmee ook onder de warmtetransitie. Het gaat daarbij alleen om ruimteverwarming niet om de warmte die nodig is voor de bedrijfsprocessen. Daarover zijn aparte afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord. Ontzorgen: energieloket + leningen Begin 2023 hebben we een digitaal energieloket voor bedrijven. Ook wordt er op korte termijn vanuit de Groene Metropoolregio een energie-adviesteam opgestart dat MKBers zal ondersteunen. Ook onderzoeken we of we bedrijven een lening kan worden geboden via SVn en het BNG Verduurzamingsfonds. Kansen voor warmte- en koude uitwisseling Bedrijventerrein Bijsterhuizen en industrieterrein Wijchen-Oost liggen geografisch tussen de ARN en Wijchen in. Met het onderzoek naar de mogelijkheid van een warmtenet op basis van restwarmte van de ARN, zal ook onderzocht worden welke mogelijkheden er zijn om bedrijven van het industrieterrein aan de sluiten op een warmtenet. Mogelijk zijn er bedrijven die ook warmte kunnen leveren aan het net. Voor de bedrijven met een ‘doorsnee’ energieprofiel (ruimteverwarming, verlichting en stroom voor de aandrijving van apparaten) is het interessant de optie van energie-uitwisseling te verkennen. Opwek, opslag in batterijen, onderling delen en inkoop/verkoop met het net biedt grote kansen op interessante besparing.

De netbeheerder is blij met het verslimmen van elektriciteitsvraag en – aanbod. We gaan de verduurzaming van bedrijven en warmtetransitie nader uitwerken en in samenspraak met team Economische Zaken middelen en fte alloceren. Daarnaast gaan we kijken hoe we de participatie van bedrijven in het vervolg kunnen vormgeven.

4.7 Governance van warmtenetten uitwerken Bij de ontwikkeling van een collectief warmtenet speelt de vraag wie welke rol gaat nemen een belangrijk onderdeel. Indien de gemeente kiest voor de aanleg van een collectief energiesysteem, is (de oprichting van) een warmtebedrijf noodzakelijk . Hiervoor zijn verschillende modellen denkbaar, waarin de gemeente (al dan niet risicodragend) kan participeren. In Nederland zijn inmiddels meerdere voorbeelden van publieke, private en hybride warmtebedrijven bekend. Wat vinden bewoners? In het participatietraject met de bewoners hebben we gemerkt dat zij keuzevrijheid belangrijk vinden. Er is solidariteit en animo om dingen samen te doen; ook het sentiment dat de energietransitie eerlijk moet verlopen kwam sterk door. Maar niemand wil vastzitten aan een commerciële exploitant die rekent wat hij mag rekenen van de ACM. Eigenaarschap bij de bewoners laten door middel van een coöperatie kan hier een oplossing voor zijn. Landelijke ontwikkelingen Op landelijk niveau is op dit gebied veel gaande. Er is een nieuwe wet collectieve warmte (WCW) in de maak en minister Jetten heeft aangegeven dat private warmtebedrijven in de nieuwe wet geen meerderheidsbelang meer hebben in nieuwe warmte-infrastructuur. Binnenkort zal het dus zo worden geregeld dat de infrastructuur van de warmtenetten in handen is van publieke partijen.

Dit is al zo geregeld bij elektriciteits- en gasnetten, maar dat gaat dan ook voor warmtenetten gelden. Warmtebedrijven blijven een belangrijke rol vervullen, aldus de signalen. In de nieuwe situatie

19

zouden warmtebedrijven namelijk joint ventures kunnen aangaan met publieke eigenaren van warmtenetten. Wat gaan we doen? We gaan concreet invulling geven aan de governancevraagstuk door een integrale werkgroep starten die de governance en samenwerking met de markt in meer detail uitwerkt. Een belangrijk onderdeel is het in kaart brengen van de verschillende rollen die de gemeente Wijchen wil en kan spelen bij de oprichting van een warmtebedrijf. In het kader van het onderzoek naar een warmtenet voor TKWM is hiermee reeds een eerste start gemaakt. Een mogelijke samenwerking met het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB), dat opgericht is door de Provincie, is onderdeel van dit traject.

4.8 Verduurzaming vergemakkelijken door gemeentelijke regelgeving

Eén van de meest voor de hand liggende mogelijkheden om verduurzamen te stimuleren, is het invoeren van ‘groene leges’. Hier mee wordt bedoeld het verminderen van leges op vergunningverlening en afwijkingsprocedures ten behoeve van het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Naast het wegnemen van een financiële drempel, heeft dit ook een belangrijk psychologisch effect. De VNG heeft hier een model voor ontwikkeld, met aan de positieve zijde een genuanceerd en rechtvaardig beeld. Misbruik wordt voorkomen door de regeling in te richten als teruggaaf achteraf. In samenspraak met de teams van vergunningen en juridische zaken gaan we de mogelijkheden van een ‘groene leges’ en consequenties van deze acties in kaart brengen.

20

5. Kaders bij uitvoering In dit hoofdstuk gaan we nader in op een aantal kaders die van toepassing zijn bij de uitvoering van de actielijnen.

5.1 Kosten en financiering Het Rijk heeft recent bekend gemaakt veel geld beschikbaar te stellen voor de energietransitie. Een deel hiervan vloeit rechtstreeks naar bewoners door middel van bijvoorbeeld een lagere energiebelasting of via subsidies. Daarnaast ontvangen ook gemeenten en woningcorporaties extra geld. Gemeente Wijchen ontving voor de uitvoering van het Klimaatakkoord middels een Brede Doel Uitkering in 2022 ca €280.000,-. Op basis van VNG stukken (ALV 29 juni 2022) mogen we voor de uitvoering van de energietransitie verder rekenen op de volgende middelen in de komende jaren:

Jaar

Bedrag

2023

ca. € 750.000

2024

ca. € 1,1 miljoen

2025

ca. € 1,7 miljoen

2026 en verder

€ 1,8 miljoen/jaar

Het geld is bestemd voor personeel en bijbehorende materiële kosten. Gemeenten kunnen het naar eigen inzicht inzetten voor de uitvoeringskosten van klimaat- en energiebeleid uit het Klimaatakkoord en het beleidsprogramma Klimaat. Hoewel deze middelen voor een breder doel bestemd zijn dan alleen de warmtetransitie, kunnen we stellen dat het beschikbare budget geen belemmering vormt om de diverse plannen voor de warmtetransitie te bekostigen. Voldoende menskracht, zowel in projectleiding als in de uitvoering, zal naar een verwachting een grotere bottleneck vormen. In de uitvoeringsagenda Lokale Energie Strategie zullen we de kosten en wijze van financiering nader uitwerken.

5.2 Uitvoeringsagenda Lokale Energie Strategie We concretiseren onze visie op de warmtetransitie in de Lokale Energie Strategie. De Lokale Energie Strategie voor Wijchen wordt in 2023 opgesteld en bevat in ieder geval: - Een visie op de energietransitie in Wijchen in het algemeen - Duidelijke doelen met bijbehorende onderbouwing - Een uitvoeringprogramma om de doelen te behalen - Inzicht in de benodigde uitvoeringscapaciteit - Een monitoringsystematiek Uiteraard is de Lokale Energie Strategie niet het eindpunt. Zeker omdat het om een langdurig proces gaat zal het programma continue bijgesteld moeten worden. Omdat ook de inzichten en technieken veranderen kan het zijn dat er op basis van de kennis van nu beslissingen worden genomen waar later andere keuzes gemaakt zouden worden.

21

5.3 Meedenken en meedoen: participatie Met dit Warmteplan presenteren wij onze visie en aanpak op de warmtetransitie. Deze strategie is tot stand gekomen met input van verschillende partijen. De komende jaren hebben we allemaal een rol in de uitvoering van dit plan. We betrekken onze partners middels afspraken in onze uitvoeringsagenda en bereiken huurders samen met de woningcorporaties. Het gesprek met bewoners heeft tot waardevolle inzichten geleid. We willen in de toekomst op regelmatige basis blijven toetsen of we op de goede weg zijn. Zowel tijdens bijeenkomsten als via andere (digitale) wegen gaan we eens in de zoveel tijd bij inwoners peilen hoe zij tegen de uitvoeringsplannen aankijken en of we onze plannen moeten herijken. Dit doen we zowel bij de inwoners die nu meegedacht hebben als bij anderen wiens stem we mogelijk nog niet gehoord hebben.

22

Bijlagen Bijlage 1: toelichting mogelijkheden voor financiering en subsidies Mogelijkheden voor financiering De provincie Gelderland maakt de bestaande deelname van Wijchen aan de financiering van SVn met de naam Toekomstbestendig Wonen mogelijk. Dit is een consumptief krediet met een lage rente. Voor woningeigenaren en vve’s met minder financieringsvermogen is er het Nationaal Warmtefonds (voorheen Nationale Energiebespaarlening). De leenmogelijkheden voor woningeigenaren bij het Nationaal Warmtefonds zijn recent verruimd. Sinds juni 2022 is het minimum leenbedrag verlaagd tot € 1000,- en is het mogelijk 100% financiering te ontvangen voor zonnepanelen. Huishoudens zonder leenruimte of met verzamelinkomen tot € 45.014 op jaarbasis kunnen vanaf 1 november 2022 tegen 0% rente lenen voor verduurzamingsmaatregelen. Vanaf dezelfde datum verstrekt het Warmtefonds ook leningen aan kleinere VvE’s (tot acht leden). Subsidieregelingen Op dit moment zijn verschillende subsidieregelingen beschikbaar voor woningeigenaren en VVE’s. Voor woningeigenaren: - via ISDE is subsidie mogelijk voor isolatie, opwek (zonneboilers, warmtepompen) en aansluiting op een warmtenet. Deze bedraagt 15% bij een enkele maatregel en 30% bij twee maatregelen. Voor hybride warmtepompen geldt de 30% subsidiëring, ook wanneer er geen andere maatregelen worden getroffen.

Verenigingen van Eigenaren (VVE): - kunnen ISDE aanvragen voor zonneboilers (tot €2.691), warmtepompen (tot €13.200), centrale aansluiting op het warmtenet (tot €21.906), zonnepanelen (€125 per kW piekvermogen) en kleine windturbines (€66 per m2 rotoroppervlak). - kunnen subsidie krijgen voor isolatie via de SEEH. Worden de woningen bijna of geheel energieneutraal gemaakt, dan is per woning € 4.000 extra beschikbaar. Ook advisering en procesbegeleiding wordt gesubsidieerd voor VVE’s. Deze subsidie bedraagt 75% tot een maximum van €4.020 (voor een VvE van 30 of meer woningen).

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=99823272-be30-4b31-91cd-6021c926dae2