Verslag informatiebijeenkomst openbare verlichting 19-09-2024
Tekst van het document
Verslag
van de openbare informatiebijeenkomst van de gemeente Wijchen over de informatienota Evaluatie pilot “Licht waar nodig, donker waar mogelijk" gehouden op 19 september 2024 om 19.30 uur in het Huis van de gemeente te Wijchen
Voorzitter
Mevr. C.E. Hoogteijling
Namens het college voor dit onderwerp
Wethouder de heer A.A.A.M. van Bronkhorst
Ambtelijk
Extern adviseur
Dhr. F. Dreuning Dhr. R. Vinke Mevr. B. van Zoggel Mevr. H. Lieftink
Verslaglegging
Extern notulistenbureau
1. Opening De voorzitter, mevrouw Hoogteijling, opent de bijeenkomst en heet de aanwezigen welkom. Ze brengt de spelregels en het reglement van orde onder de aandacht en licht toe dat deze openbare informatiebijeenkomst is bedoeld om raads- en commissieleden te informeren over twee onderwerpen: de evaluatie van de pilot voor openbare verlichting en de voortgang van de routekaart Hart van Zuid. 2.
244650
Informatienota Evaluatie pilot “Licht waar nodig, donker waar mogelijk"
Inleiding De voorzitter licht toe dat de gemeenteraad tijdens de raadsvergadering van 22 juni 2023 het beleids- en beheerplan openbare verlichting heeft vastgesteld. Vervolgens is in het najaar van 2023 een start gemaakt met de voorbereiding van een pilot. De wijken Saltshof, Veenhof en Hof van Hagevoort zijn gekozen om de pilot “Licht waar nodig, donker waar mogelijk” uit te voeren. Deze pilot liep in het eerste kwartaal van 2024. Het college heeft de pilot geëvalueerd en informeert de raad via de voorliggende informatienota. De voorzitter licht toe dat de heer Vinke, teammanager ruimtelijk beheer binnen de Werkorganisatie Druten Wijchen (WDW), een presentatie geeft, waarna gelegenheid is voor vragen. Voor de beantwoording van de vragen zijn ook adviseurs vanuit de WDW aanwezig, te weten de heer Dreuning als beheerder openbare verlichting, mevrouw Lieftink als extern adviseur openbare verlichting, en mevrouw Van Zoggel als communicatieadviseur. De voorzitter geeft wethouder Van Bronkhorst de gelegenheid om het onderwerp in te leiden. Presentatie Wethouder Van Bronkhorst dankt de aanwezigen voor hun komst en licht toe dat tijdens de presentatie wordt ingegaan op het verloop van het proces en het vervolg in Woezik en Hof van Hagevoort, alsook de uitgevoerde en nog uit te voeren acties. We nemen u vanavond mee vanaf het begin van het proces.
Een proces dat zeker niet geheel vlekkeloos is verlopen. Daarnaast worden de aanwezigen geïnformeerd over de inrichting van de ervaringsstraten en de inwonersparticipatie daaromheen. De wethouder geeft aan achter de geformuleerde uitgangspunten te staan, te weten energiebesparing, het tegengaan van lichtvervuiling, de bescherming van flora en fauna, en de (verkeers)veiligheid van inwoners.
Verslag openbare informatiebijeenkomst d.d. 19 september 2024
pagina 1 van 6
De heer Vinke licht de koerswijziging met betrekking tot het verlichten van de openbare ruimte toe. Na jaren van verlichten van de openbare ruimte volgens richtlijnen en keurmerken, heeft de Raad in juni 2023 in navolging van diverse gemeentes besloten om ook in Wijchen op een andere wijze om te gaan met het verlichten van de openbare ruimte. Daarmee zet de gemeente een forse koerswijziging in. Waar eerst werd uitgegaan van een gelijkmatige lichtverdeling, ligt de focus nu op zaken als duurzaamheid en op energie- en kostenbesparing en het terugdringen van lichthinder. Er wordt gestreefd naar licht op maat, oftewel alleen licht waar het nodig is èn op de momenten dat het echt nodig is. En dat is meteen de reden dat we ook niet kiezen om alleen maar te “verledden”. Want dan blijft de lamp nog steeds branden, ook op het moment dat die niet nodig is. Maar bij alles wat wij doen is ons uitgangspunt, het mag niet ten koste gaan van de verkeersveiligheid. Vanwege de leeftijd van het areaal en de vervangingsopgave daarvan is gekozen om de pilot in Woezik en Hof van Hagevoort uit te voeren. De lampen in de Woezik zijn aan vervanging toe en de verlichting in Hof van Hagevoort is indertijd onder politiekeurmerk aangelegd, waardoor er erg veel lampen staan. Uit ervaring blijkt dat inwoners erg betrokken zijn bij de openbare verlichting in hun wijk.
Mede daarom heeft de raad bij de vaststelling van het beleidsplan aangegeven dat bij de uitrol wordt gestart met een pilotwijk, zodat inwoners kunnen worden meegenomen en zodat er ervaring kan worden opgedaan. Op 4 oktober 2023 is in een vergadering met de leefbaarheidsgroepen het plan toegelicht. Achteraf bleek dat de leefbaarheidsgroep Woezik zich voor dit overleg had afgemeld. Dat hebben wij ons bij de planvorming onvoldoende gerealiseerd. Bovendien is de presentatie ook niet naar de leefbaarheidsgroep toegestuurd. De leefbaarheidsgroep had daarmee dus een informatieachterstand. Na het voorbereiden van de pilot en het ontwikkelen van plannen, is in het eerste kwartaal van 2024 de pilot van start gegaan. De pilotwijken zijn gekozen vanwege de leeftijd van de lampen en de vervangingsopgave. Tijdens de pilot zijn bewoners via een bewonersbrief geïnformeerd over de pilot en het doel daarvan. De uitgezette masten zijn voorzien van stickers, zodat bewoners kunnen zien dat ze in het kader van de pilot zijn uitgezet. Tijdens de pilot zijn masten soms ook weer aangezet. De heer Vinke vindt dat in de afgelopen maanden veel werk is verzet. Toch is het een en ander niet goed gegaan. Zo was er tijdens de pilot een netwerkstoring in de Woezik die enkele weken heeft geduurd, voordat deze was verholpen. Hierdoor hebben meer masten uitgestaan dan de bedoeling was, soms ook op kruisingen.
Achteraf gezien hadden inwoners hierover beter moeten worden geïnformeerd. Daarnaast was de leefbaarheidsgroep (LBG) van Woezik niet goed geïnformeerd over de plannen, wat bij hen leidde tot een informatieachterstand. Ook was er een automatische ontvangstbevestiging ingesteld bij de meldingsformulieren die zei dat snel contact zou worden opgenomen met melders. Het team was hiervan niet op de hoogte en dit leidde tot onrust en boze reacties van melders. Bovendien werd de mailbox voor meldingen slechts door één persoon beheerd, wat problematisch werd toen deze persoon langdurig ziek werd. De heer Vinke benadrukt dat er organisatorische en communicatieve fouten zijn gemaakt en dat hiervan geleerd moet worden. De heer Vinke licht de verrichte communicatie-inspanningen ten behoeve van de pilot toe, zoals updates op de gemeentelijke website, huis-aan-huisbrieven, alsook berichten door de lokale en regionale pers, op sociale media en een uitzending door EenVandaag. De heer Vinke noemt dat er aanpassingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van bewonersreacties, zoals het aanzetten van lampen bij bochten, kruisingen en hondenuitlaatplaatsen. Dankzij de input van de bewoners en leefbaarheidsgroep is een beter inzicht verkregen in de effecten en gevolgen van de maatregelen.
Uit de pilot blijkt dat inwoners zich betrokken voelen bij de openbare verlichting en dat maatregelen soms Verslag openbare informatiebijeenkomst d.d. 19 september 2024
pagina 2 van 6
heftige emoties hebben opgeroepen. Dit betekent dat nog beter moet worden geluisterd en uitgelegd waarom bepaalde maatregelen worden ingezet. De heer Vinke is van mening dat de pilot niet mislukt is en dat de doelstelling om lichthinder te verminderen haalbaar is. Het is goed mogelijk de openbare ruimte veilig te verlichten met minder masten en met de toepassing van sensoren. De heer Vinke geeft aan dat een projectmatige aanpak noodzakelijk is voor de vervolgtrajecten en dat op advies van de LBG ervaringsstraten worden ingericht om bewoners de nieuwe situatie te laten ervaren. Alle reacties worden beoordeeld en kunnen aanleiding geven tot bijstelling van het plan. De LBG wordt uitgenodigd mee te denken over deze reacties. Ook worden deze reacties en daaruit volgende aanpassingen aan inwoners teruggekoppeld. De heer Vinke geeft aan dat het voornemen is in november 2024 te starten met de uitrol van het verlichtingsplan. Vragen Er wordt gevraagd of de opgedane kennis en ervaring tijdens de bustour van de raad, zoals dat ogen moeten wennen aan het donker, wordt meegenomen in het uiteindelijke plan. Mevrouw Lieftink bevestigt dat de ervaringen van de bustour worden meegenomen en dat rekening wordt gehouden met de verschillende snelheid van voetgangers en automobilisten met betrekking tot hun zicht.
Met het plaatsen van hogere masten in de ervaringsstraten kan een betere verdeling van het licht worden gerealiseerd zonder meer masten te plaatsen. Er wordt gevraagd hoe deze input wordt meegenomen in het nieuwe plan. De heer Vinke antwoordt dat veel reacties tijdens de pilot over verkeersveiligheid gingen en dat er aandacht moet zijn voor het gevoel van onveiligheid. Toch is dat gevoel niet voor iedereen hetzelfde, dus hierin moet een goede modus worden gevonden. Hij benadrukt dat ook wordt gestreefd naar energiebezuiniging en minder lichtvervuiling, en dat er meer aandacht moet zijn voor de klachten van inwoners. Naar aanleiding van telefoongesprekken die hij recent heeft gevoerd met inwoners, heeft hij het gevoel dat zij daar ook baat bij hebben gehad en dat veel klachten op deze manier kunnen worden opgelost. De vraag is wat de reden is dat in beginsel 40% van de verlichting is uitgezet en hoeveel dat nu nog is. De heer Vinke legt uit dat de verlichting op basis van de plaatselijke kennis en situatie is aangepast. Er is dus niet vooraf gekeken dat in een bepaalde wijk een bepaald percentage moet worden uitgezet. De percentages kunnen per wijk verschillen, omdat wijken in het verleden zonder of met andere richtlijnen zijn aangelegd.
De originele verlichtingsdichtheid verschilt daardoor per wijk, waardoor het percentage masten dat verantwoord kan worden uitgezet automatisch hoger of lager is. Gevraagd wordt of de grote afstanden tussen masten, en daarmee donkere plekken, in het aangepaste plan blijven bestaan. De heer Dreuning bevestigt dat er nog donkere plekken zullen zijn, voornamelijk op rechte stukken. Op de vervolgvraag of er draagvlak is bij de bewoners voor de donkere plekken geeft hij aan dat het moeilijk is draagvlak te meten, omdat het met emoties te maken heeft. Hiermee wordt wel zoveel mogelijk rekening gehouden. Mevrouw Van Zoggel vult aan dat met communicatie veel mogelijk is voor het creëren van draagvlak. Gevraagd wordt in hoeverre openbare werken, bomen zoals eikenbomen, meenemen in het plan. Door de bomen in zijn straat is het donker en zijn gevallen eikels minder goed zichtbaar met alle risico’s van dien. De heer Dreuning geeft aan dat rekening wordt gehouden met de diversiteit in bomen (bijvoorbeeld de hoogte en de dichtheid van het Verslag openbare informatiebijeenkomst d.d. 19 september 2024
pagina 3 van 6
bladerdak) en dat er samen met wijkbeheer naar oplossingen wordt gekeken. De heer Vinke vult aan dat openbare verlichting bedoeld is om straten te verlichten en niet om specifiek te voorkomen dat iemand een scheve tegel over het hoofd ziet. Het veilig houden van een straat of stoep is de verantwoordelijkheid van andere afdelingen. De vraag is hoe in het plan en de manier van lichtverspreiding omgegaan wordt met donkere plekken veroorzaakt door bomen. Mevrouw Lieftink legt uit dat er ervaringsstraten zijn om deze situaties te bekijken en te ervaren en dat snoeien een mogelijke oplossing is. Vraagsteller vraagt waarom de fietsroutes niet verlicht zijn zoals eerder is beloofd. De heer Vinke legt uit dat er afspraken zijn gemaakt om de fietsroutes te verlichten, maar dat sommige lampen nog moeten worden aangezet. Vragensteller klaagt over de slechte communicatie en vraagt waarom de communicatielijnen met de Leefbaarheidsgroep zijn doorgeknipt. De heer Vinke legt uit dat er afspraken zijn gemaakt met de Leefbaarheidsgroep Woezik, maar dat deze groep met betrekking tot de laatste afspraak op het laatste moment besloot niet in gesprek te gaan met de gemeente. (Hierop wordt gereageerd uit de zaal.) De voorzitter vraagt of de communicatie met de Leefbaarheidsgroep hersteld kan worden. De heer Vinke bevestigt dat de communicatie wordt hersteld.
Desgevraagd legt de heer Vinke uit dat ervoor zover hem bekend geen relatie is tussen hittestress en verlichting. Het plan is bedoeld om lichthinder tegen te gaan, maar is ook gericht op betere duurzaamheid en ecologisch bermbeheer. Een inwoner meldt dat de verlichting van de brandgangen bij hem nog steeds uitstaat, terwijl in de Wegwijs stond dat deze weer zouden worden aangezet. De heer Dreuning zegt dat dit bij hem gemeld kan worden, zodat het wordt geregeld. Gevraagd wordt of de gemeente zomaar kan afwijken van de richtlijnen voor lichtsterkte en zo niet, of in het huidige pilotgebied nog steeds aan de minimale richtlijnen wordt voldaan. Mevrouw Lieftink legt uit dat de gemeente de richtlijnen mag loslaten als dit is vastgelegd in het beleidsplan, wat in 2023 is gedaan. In Nederland is het daarnaast niet verplicht om te verlichten en de richtlijnen geven alleen advies over de hoeveelheid licht. In de pilot worden deze richtlijnen losgelaten, zodat per situatie kan worden gekeken welke oplossingen mogelijk zijn voor het realiseren van onder andere minder lichtvervuiling. Gevraagd wordt hoe de gemeente omgaat met aansprakelijkheid bij ongelukken door slechte verlichting, bijvoorbeeld door in het donker te struikelen over een loszittende stoeptegel.
De heer Dreuning legt uit dat de gemeente niet aansprakelijk is als er ongelukken gebeuren door slechte verlichting, omdat de gemeente tijd en gelegenheid moet krijgen om meldingen te repareren. Het is voor een gemeente onwerkbaar alle straten telkens na te lopen, dus het is van belang dat zulke zaken bekend worden gemaakt aan de gemeente. Melding maken kan via de website van de gemeente. Op de vraag of slechte verlichting kan leiden tot onveiligheid legt mevrouw Lieftink uit dat er geen direct verband is tussen verlichting en veiligheid, maar dat verlichting wel van invloed kan zijn op de verkeersveiligheid en sociale veiligheid.
Verslag openbare informatiebijeenkomst d.d. 19 september 2024
pagina 4 van 6
Op de vraag hoe de juridische aansprakelijkheid van de gemeente wordt beïnvloed door het afwijken van richtlijnen, legt de heer Dreuning uit dat de gemeente niet verplicht is om aan de richtlijnen te voldoen en daarom niet aansprakelijk is. Een vraagsteller ondervindt donkere plekken in de verlichting en vraagt of er een verband is met de naar zijn idee toenemende criminaliteit en de verlichting. De heer Dreuning geeft aan dat studies en opgevraagde cijfers van de politie geen toename van inbraken laten zien. Tot nu toe zijn er zelfs minder inbraken geweest. Gevraagd wordt waarom is gekozen voor het dure telemanagementsysteem met een 5G-dataverzamelsysteem, in plaats van ledverlichting. Mevrouw Lieftink legt uit dat een dergelijk systeem nodig is voor het aanpassen van lichtniveaus en het ontvangen van meldingen. Het systeem biedt meer mogelijkheden voor het snel opsporen en verhelpen van een (netwerk)storing en het levert energiebesparing op. Daarnaast leert de ervaring elders in het land dat het kapotgaan van ledverlichting nog steeds veel voorkomt. Gevraagd wordt wanneer verlichting een groeps- of wijkbeleving wordt in plaats van een persoonlijke beleving. De heer Vinke antwoordt dat zijn ervaring is dat licht persoonlijk door bewoners wordt beleefd. De een voelt zich bij een bepaald lichtniveau veiliger dan de ander.
Een exact kantelpunt van persoonlijke of gezamenlijke beleving is dan ook moeilijk te bepalen, maar als over een bepaalde situatie in verhouding relatief veel meldingen binnenkomen, dan moet daar zeker naar worden gekeken. Daarom is het van belang in gesprek te gaan met bewoners, zodat bijvoorbeeld goed kan worden uitgelegd waarom voor een bepaald lichtniveau is gekozen, of het lichtniveau wordt aangepast, zoals bij de hondenuitlaatplaatsen. De vraag wordt voorgelegd of de veiligheidssituatie bij de pilotverlichting door een onafhankelijke partij wordt getoetst. Mevrouw Lieftink antwoordt dat er gesprekken met de politie zijn geweest en dat cijfers worden gemonitord. Zoals is gezegd, komt hieruit naar voren dat de pilotverlichting tot nu toe niet heeft geleid tot meer inbraken of ongelukken. Een vraagsteller geeft aan recent meer vandalisme te hebben ervaren in zijn buurt en vraagt of dit een verband heeft met de pilotverlichting. Mevrouw Lieftink geeft aan dat tussen beide geen duidelijk verband is aangetoond. Desgevraagd geeft ze aan dat de omgevingsfactoren in grootstedelijke gebieden vaak anders zijn dan in Wijchen. Vandalisme wordt in ieder geval gemonitord en besproken met de politie. Gevraagd wordt waarom de adviesrichtlijnen omtrent verlichting zijn losgelaten, terwijl dit een stukje zekerheid kan bieden.
Mevrouw Lieftink legt uit dat deze zijn losgelaten, omdat het een gemiddelde betreft voor het hele land, terwijl iedere gemeente er anders uitziet. Bovendien kijken gemeenten tegenwoordig bewuster naar de noodzaak van verlichting. Gevraagd wordt waarom er niet te voet door de wijken is gelopen om problemen zoals losliggende tegels en laadkabels op stoepen te zien, in plaats van met de bus. De heer Dreuning antwoordt dat meldingen via het meldingsformulier kunnen worden gedaan en dat de gemeente deze zal oppakken. Zelf is hij meerdere malen met de auto naar de wijken gereden en is hij diverse keren uitgestapt. Ook heeft hij met de leefbaarheidsgroep rondgereden op de fiets. Hij is niet overal geweest, maar heeft niks bijzonders gezien.
Verslag openbare informatiebijeenkomst d.d. 19 september 2024
pagina 5 van 6
Gevraagd wordt of er bij de definitieve uitrol van de verlichting extra maatregelen zoals reflectoren worden genomen. De heer Dreuning bevestigt dat er afhankelijk van de proefresultaten reflectoren en andere maatregelen worden genomen. Desgevraagd bevestigt mevrouw Lieftink dat er 's avonds is gekeken naar de verlichting. Een inwoner vraagt waarom in de informatienota staat dat er geen donkere plekken zijn geconstateerd, terwijl metingen, die hij met een lichtsterktemeter heeft gedaan, aantonen dat op sommige plekken sprake is van nul lux. De heer Dreuning antwoordt dat er mogelijk plekken zijn waar het donker is, maar dat er rondgekeken is en dat het acceptabel werd bevonden. Gevraagd wordt of het technisch mogelijk is om de verlichting weer volgens de adviesrichtlijnen uit te voeren. De heer Dreuning bevestigt dat dit mogelijk is, maar dat er dan een ander plan met een ander prijskaartje moet komen. Gevraagd wordt of bewoners kunnen aangeven welke ervaringsstraten zij het meest veilig en prettig vinden. Mevrouw Lieftink bevestigt dat bewoners inspraak hebben over de ervaringsstraten, maar legt uit dat elke straat anders is. Een inwoner vraagt of het licht op de hondenuitlaatplaatsen kan worden aangepast, omdat niet alleen honden daar loslopen, maar ook mensen niet op de paden blijven. Een uniforme regeling voor elke uitlaatplaats werkt in zijn ogen niet.
Mevrouw Lieftink legt uit dat de verlichting van de veldjes, en de tijdsduur daarvan, op afstand kan worden ingesteld. Ze geeft aan dat sensoren niet reageren op honden van kleine of normale grootte, maar afgesteld zijn op mensen. Een inwoner vraagt of de raad nog nader toelichting krijgt op de definitieve invulling van het beleidsplan en beheersplan. De voorzitter antwoordt dat raadsleden zich goed laten informeren en vragen kunnen blijven stellen. Inwoners kunnen zich met hun zorgen en vragen melden bij de raadsleden of deze doorgeven via de website van de gemeente. De voorzitter dankt de ambtelijke adviseurs voor de presentatie en het beantwoorden van de vragen, alsook de aanwezigen voor hun vragen en belangstelling en sluit dit agendapunt af.
Verslag openbare informatiebijeenkomst d.d. 19 september 2024
pagina 6 van 6