CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels BP Kasteellaantje 15 Hernen_vastgesteld.pdf

Raad openbaar Wijchen 20 december 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 74216 beslisnota bestemmingsplan 'Kasteellaantje 15 Hernen'20.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting en regels

Vastgesteld

Bestemmingsplan

Kasteellaantje 15 Hernen

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

6 6 6 8 9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Bestaande situatie 2.2 Planbeschrijving

10 10 16

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

18 18 19 21 22

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Milieuzonering 4.5 Externe veiligheid 4.6 Waterhuishouding 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie en cultuurhistorie 4.9 Leidingen 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Duurzaamheid 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

23 23 24 25 26 27 29 34 37 39 39 40 41

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels

42 42 42 42 44 44

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45 45

Bijlagen bij toelichting

47

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek 1994

48

Bijlage 2

Advies veiligheidsregio

49

Bijlage 3

AERIUS berekening stikstofdepositie

50

Bijlage 4

Digitale watertoets

51

2

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Regels

53

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

54 54 59

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Wonen - 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied

60 60 65 67

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels

69 69 69 69

Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

70 70 70

Bijlagen bij regels

72

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

73

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

4

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Toelichting

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De eigenaar van de percelen de Dreef 6, de Dreef 6A en Kasteellaantje 15 wenst, ter hoogte van het Kasteellaantje 15 te Hernen, zijn atelier in een bestaande monumentale Vlaamse schuur te veranderen van functie naar een levensloopbestendige seniorenwoning. Op 16 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om aan dit kleinschalige bouwinitiatief principe-medewerking te verlenen. Als voorwaarde aan de principemedewerking wordt gesteld dat geen extra bijgebouwen mogen worden gerealiseerd bij de Vlaamse schuur dan wel bij de naastgelegen bestaande woning. De Vlaamse schuur stamt uit de 19e eeuw en is benoemd tot een gemeentelijk monument. Nadat eerder in de negentiger jaren een grondige en kostbare renovatie plaats vond, bleef de vraag open hoe deze ruimte zinvol te gebruiken is om kosten en baten enigszins in balans te brengen. Nu zich, na zo'n 25 jaar na de renovatie, hoge onderhoudskosten gaan aandienen voorvloeiende uit vernieuwing van de rieten dakbedekking, komt de vraag naar het aspect functionaliteit weer aan de orde. Door de functie van de schuur te veranderen naar een levensloopbestendige woning, kan de toekomst van het gemeentelijk monument veilig gesteld worden. Om de functieverandering van de Vlaamse schuur naar een levensloopbestendige woning mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan het Kasteellaantje 15, in het buitengebied ten westen van de kern Hernen. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Wijchen, sectie E, nr. 553 en 554 (beiden deels) en heeft een oppervlakte van circa 4.800 m2. De globale begrenzing van het plangebied is:  Noordzijde: de zijdelingse perceelsgrens van de woning aan Kasteellaantje 11 en de perceelsgrens van de woning aan Kasteellaantje 7;  Oostzijde: grasland;  Zuidzijde: de Dreef;  Westzijde: het Kasteellaantje. Met de beoogde ontwikkeling wenst de initiatiefnemer het plangebied te splitsen in twee verschillende woonpercelen. Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied. Het blauwe kader geeft het beoogde, nieuwe woonperceel weer. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding:

6

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Globale ligging plangebied (rode stip, bron: maps.google.nl)

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering) en globale begrenzing beoogd, nieuwe woonperceel (blauwe omkadering)

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Buitengebied Wijchen', vastgesteld op 31 januari 2013 en de herziening 'Buitengebied, herziening 2014', vastgesteld op 16 oktober 2014. Ter plaatste geldt de bestemming 'Wonen - 1' zonder bouwvlak. Verder is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en is de huidige boerderijwoning aan de Dreef 6 - 6A aangeduid met een functieaanduiding 'cultuurhistorische waarden'. Aanvullend geldt voor het hele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied' uit het bestemmingsplan 'Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen', om de mogelijk aanwezige cultuurhistorische waarden te behouden, te beheren en te versterken.

Uitsnede geldend bestemmingsplan met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) en globale begrenzing beoogd, nieuwe woonperceel (blauwe omkadering) Omdat binnen een bestemmingsvlak 'Wonen - 1' maximaal één woning is toegestaan, moet het bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied worden herzien om de nieuwe woning mogelijk te maken.

8

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.

Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Bestaande situatie

Het plangebied is gelegen op een perceel aan het Kasteellaantje in het buitengebied ten westen van de kern Hernen. Het Kasteellaantje is een zijweggetje van de ontsluitingsweg 'de Dreef' vlak voordat men de kern Hernen binnenrijdt. Aan dit laantje zijn enkele andere boerderijen gelegen met ruime, vrijstaande boerderijwoningen. In de bestaande situatie bevindt zich op het beoogde, nieuwe woonperceel de Vlaamse schuur "de Zandberg", die benoemd is tot een gemeentelijk monument. De schuur stamt uit de 19e eeuw en is een schuurtype met bakstenen wanden, zwart geteerd hout en een rieten dak. De schuur heeft in de bestaande situatie een culturele functie en is in gebruik als atelierruimte. Het gebruik hiervan stuit echter op enkele praktische bezwaren, zoals het ontbreken van een bezoekerstoilet. Naast de schuur is in het plangebied een historische T-boerderij gelegen, die op dit moment bewoond wordt door de initiatiefnemer. Deze historische boerderij heeft dezelfde bouwstijl als de Vlaamse schuur en is ook benoemd tot een gemeentelijk monument. De twee gebouwen staan ten opzichte van het Kasteellaantje naast elkaar gepositioneerd, in dezelfde rooilijn dicht op de weg. Ten opzichte van de Dreef is de schuur achter de grote T-boerderij gepositioneerd, waardoor duidelijk is dat de schuur binnen het bebouwingsensemble ondergeschikt is aan de T-boerderij.

De schuur is via een grindpad verbonden met de woonboerderij en omringd door een (moes)tuin met een gazon. Op het gazon staat een bijgebouw (met zonnepanelen) met een oppervlakte van circa 85 m2 . De Vlaamse schuur beschikt niet over een verharde inrit. In de bestaande situatie wordt er op de grasstrook geparkeerd aan de zijde van het Kasteellaantje (= privé eigendom). Op navolgende afbeeldingen is een impressie van het plangebied weergegeven:

Huidige situatie plangebied: zicht op de schuur en de moestuin vanaf de noordzijde

10

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Huidige situatie plangebied: zicht op de Schuur vanaf de voorzijde

Huidige situatie plangebied: zicht op de monumentale boerderij met daarachter de Vlaamse Schuur vanaf de Dreef

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Huidige situatie plangebied: bijgebouw met zonnepanelen

12

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Huidige situatie: parkeren op de groene strook aan de zijde van het Kasteellaantje

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Huidige situatie: ingang Vlaamse schuur aan de zuidzijde

14

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Huidige situatie: binnenkant van de Vlaamse schuur

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

2.2

Planbeschrijving

In de toekomstige situatie wordt de Vlaamse schuur omgebouwd tot een levensloopbestendige woning, waarbij het rieten dak en de cultuurhistorische elementen van de schuur behouden blijven. De woning wordt levensloopbestendig, door de aanbreng van een drempelvrije toegang en een traplift naar de verdieping. Zo zijn de primaire leefruimten toegankelijk voor bewoners in alle levensfases. Qua interieur beperken de ingrepen voor de woonfunctie zich tot een klein deel van de totale ruimte, waarbij de ruimtelijke beleving met de kap en dragende balkenconstructie grotendeels intact blijven. De bedoeling is dat de resterende ruimte gebruikt gaat worden voor privé-opslag (fungeert daarmee in de praktijk als bijgebouw) en kleinschalige maatschappelijke doeleinden, zoals een expositieruimte. Aan het exterieur van de Vlaamse schuur hoeft niets gewijzigd te worden, want er is sprake van voldoende lichtinval door de bestaande raamconstructie in het dak. Een optimale isolatie van het nieuwe woongedeelte zal zorgen voor een lage energiebehoefte en de woning zal aan de BENGeisen voldoen. De initiatiefnemer ziet zichzelf op termijn graag deze levensloopbestendige woonruimte betrekken, waardoor zijn huidige woning (de naastgelegen) T-boerderij door een meerpersoonsgezin gebruikt kan worden. De bestaande kippenschuur blijft bestemd als bijgebouw van de T-boerderij.

Verder zullen er geen extra bijgebouwen of bouwwerken in het plangebied gebouwd worden. Landschappelijke inpassing Vanwege de provinciale eis dat nieuwe ontwikkelingen in de groene ontwikkelingszone alleen zijn toegelaten als uit onderzoek blijkt dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat, is er op basis van de provinciale 'tabel versterking GO' bepaald welke versterking voor de beoogde ontwikkeling plaats moet vinden. Dit heeft geleid tot navolgende versterkingsmaatregelen:  Struweelhaag van gemengde inheemse soorten: 116 m²;  Kruiden- en faunarijk grasland: 52 m²'.

Naast de versterkingsmaatregelen zijn ook de (beoogde locaties van de) parkeerplaatsen op eigen terrein langs het Kasteellaantje weergegeven op voorgaande afbeelding.

16

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Op navolgende foto is te zien dat de initiatiefnemer langs het Kasteellaantje een afscheiding heeft gemaakt in de vorm van paaltjes met een draad. Aan de tuinzijde is de westelijke zijde van de struweelhaag van meidoorn voorzien.

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek In het Barro worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

18

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een bestaande Vlaamse schuur veranderd van atelier naar een woonruimte. Op basis van jurisprudentie is bij een toevoeging van 11 woningen geen sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend initiatief voorziet slechts in de realisatie van één woning. Zodoende is artikel 3.1.6, tweede lid Bro niet van toepassing. De ladder voor duurzame ontwikkeling hoeft niet doorlopen te worden.

3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal beleid

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten van Gelderland de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (december 2021)' hebben Provinciale Staten op 15 december 2021 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing.

Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen worden uitgebreid.

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt of gebruik gemaakt wordt van al bestaande bebouwing. Bovendien betreft het een woonruimte, die onder andere (levensloop)geschikt is voor ouderen om langer zelfstandig te wonen.

Hiermee wordt bijgedragen aan de provinciale ambitie om voor een ieder een passende woning te hebben. Daarnaast wordt ook aan de provinciale duurzaamheidsambities gedacht door de nieuwe woningen zonder aardgasaansluitingen en volgens de BENG-eisen te realiseren. De provincie wil graag verder kijken. Bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving – steden, dorpen, bedrijventerreinen – neemt de provincie de gevolgen van het veranderende klimaat mee en maken zij afspraken over hoe met de risico’s om te gaan. De provincie wenst daarom bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving – steden, dorpen, bedrijventerreinen – de gevolgen van het veranderende klimaat mee te wegen en afspraken te maken over hoe met deze risico’s wordt omgegaan. In paragraaf 4.11 van deze toelichting is beschreven welke klimaatadaptieve maatregelen in het voorliggende plangebied worden toegepast. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. De Omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling. De Omgevingsvisie vormt geen belemmering voor de nieuwe woonruimte.

3.2.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek In artikel 2.2 is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Op basis van de Woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020 - 2030 mogen er in de gemeente Wijchen 1.430 woningen worden gebouwd in de periode tot en met 2030, waarvan 70 % in de eerste vijf jaar moeten worden gerealiseerd (versnelling). Omdat niet alle woningplannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd bedraagt de benodigde planologische capaciteit zelfs circa 1.860 woningen (130 %). De woningnood is namelijk hoog.

Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van een levensloopbestendige woning in een bestaande Vlaamse Schuur. Dit aantal past binnen het contingent dat beschikbaar is en daarmee binnen het provinciale beleidskader. Zoals in subparagraaf 3.3.2 is beschreven, past de beoogde ontwikkeling ook binnen het gemeentelijke woningprogramma.

20

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Onderhavig plangebied valt binnen een Groene ontwikkelingszone in de Omgevingsverordening. Voor gronden gelegen binnen deze zone geldt dat een nieuwe ontwikkeling alleen toegelaten is als uit onderzoek blijkt dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. Voor het plangebied geldt de kernkwaliteit 'Rivierduinengordel Overasselt - Bergharen (deelgebied 50)'. Voorliggend initiatief leidt niet tot aantasting van deze kernkwaliteit, omdat de woonruimte binnen een bestaande schuur wordt gerealiseerd en er geen exterieure veranderingen plaatsvinden. Ook worden er geen extra bijgebouwen gerealiseerd. Omdat het sinds februari 2022 verplicht is om de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo en naar rato van de ingreep te versterken, is dit onderdeel verder uitgewerkt. In paragraaf 2.2 is onder de kop landschappelijk inpassing aangegeven welke versterkingsmaatregelen voorzien zijn. Deze maatregelen zijn via een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd (zie subparagraaf 3.4.2). Daarnaast is het plangebied, ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater voor de winning drinkwater, gelegen in een intrekgebied. De omgevingsverordening regelt in §3.33 dat een intrekgebied geen bestemming mag krijgen die de winning van fossiele energie mogelijk maakt. Hiervan is geen sprake.

Tot slot is het plangebied binnen de Omgevingsverordening aangeduid als een gebied met 'Water als verbinder' en 'Specifiek ecologische Doelstelling wateren'. Op verzoek kunnen onder voorwaarden bij de uitvoering van waterprojecten afwijkingen van de waterfuncties worden toegestaan. Voorliggend initiatief betreft een functiewijziging van een bestaande cultuurhistorisch waardevolle Vlaamse schuur naar een levensloopbestendige wooneenheid. Er is hiermee dus geen sprake van een waterproject en de waterfuncties van het plangebied worden niet aangetast. Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de Omgevingsverordening. Vandaar dat de Omgevingsverordening geen belemmering vormt voor de realisatie van het nieuwe woongebouw.

3.2.3

Conclusie

In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Wijchen

De gemeente Wijchen heeft een structuurvisie opgesteld in het kader van de Wro. De structuurvisie is grotendeels gebaseerd op de - in 2007 vastgestelde - strategische visie. De Structuurvisie Wijchen is op 9 juli 2009 vastgesteld. De structuurvisie geeft een overzicht van de verwachte ontwikkelingen binnen de gemeente Wijchen. De gemeente gaat uit van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. Specifiek over inbreidingslocaties staat in de structuurvisie het volgende: Geen nieuwe inbreiding als deze ten koste gaat van de groene en open structuur. Inbreiding enkel daar waar sprake is van herstructurering of transformatie van bestaand gebouwd gebied of daarmee samenhangende compensatie. Bovendien streeft de gemeente naar een meer vroegtijdige afstemming tussen de ruimtelijke planvorming en knelpunten die samenhangen met de verschillende milieufactoren zoals geluidhinder, luchtkwaliteit, geurhinder en risico's die samenhangen met de externe veiligheid. Derhalve is in het vervolg van dit bestemmingsplan per milieuaspect beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daaruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn die de beoogde ontwikkeling in de weg staan.

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Planspecifiek In het plangebied vindt een functiewijziging plaats van een bestaande cultuurhistorisch waardevolle Schuur naar een levensloopbestendige wooneenheid. De cultuurhistorische waarden van het pand blijven gewaarborgd en door de woonfunctie wordt ook de functionaliteit en de duurzaamheid van het pand veiliggesteld. Het bestemmingsplan en de beoogde ontwikkeling zijn derhalve in lijn met het gestelde in de gemeentelijke structuurvisie.

3.3.2

Woonvisie 'Thuis in Wijchen'

Om de woningvoorraad duurzaam en gevarieerd te houden wil de gemeente flexibel om kunnen gaan met nieuwe initiatieven. In de beoordeling van nieuwe aanvragen voor woningen zal de gemeente onder meer beoordelen of het initiatief meerwaarde heeft voor de leefbaarheid. Belangrijke relevante aandachtspunten daarbij zijn o.a.:  De (lokale) behoefte is leidend. Plannen moeten kwantitatief en kwalitatief aansluiten bij de behoefte.  Nieuwbouw moet bijdragen aan de identiteit van een wijk of dorp. Daarbij gaat het zowel om de ruimtelijke als de sociale kwaliteit.  Vervanging en verbetering van bestaande bebouwing, gaat vóór uitbreiding.  Waar mogelijk tenminste energieneutraal en gasloos. De gemeente Wijchen heeft de ambitie uitgesproken om de 'mismatch' tussen vraag en aanbod weg te nemen. In de woonvisie 'Thuis in Wijchen' wordt de wens uitgesproken om alle woningen zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de kwalitatieve eisen en wensen van bewoners. Het gaat daarbij niet alleen om de huidige bewoners van een woning, maar zeker ook de toekomstige bewoners. De gemeente Wijchen streeft naar een duurzame en meer flexibele woningvoorraad, zodat geanticipeerd kan worden op huidige en toekomstige behoeften en woonwensen.

Planspecifiek In het plangebied is sprake van een functiewijziging van een bestaande cultuurhistorisch waardevolle schuur naar een levensloopbestendige wooneenheid voor de initiatiefnemer. Voorliggend plan voorziet hiermee in de lokale woningbehoefte en zorgt voor een verbetering en verduurzaming van bestaande bebouwing. Het uitgangspunt is de realisatie van een (aard)gasloze woning in aansluiting op de BENG-normen zoals die per 1 januari 2021 van kracht zijn geworden.

3.3.3

Conclusie

De voorliggende ontwikkeling is passend binnen het gemeentelijke beleid.

3.4

Conclusie

De beoogde ontwikkeling is passend binnen het beleid van de verschillende overheden.

22

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Hoofdstuk 4 4.1

Bodem

4.1.1

Regelgeving

Milieu- en omgevingsaspecten

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden of de bodemkwaliteit een belemmering op kan leveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt.

4.1.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Voorliggend initiatief voorziet in functiewijziging van een bestaand atelier in een cultuurhistorisch waardevolle schuur naar een wooneenheid. Er vindt geen extra bebouwing plaats. De huidige bodemkwaliteit is voldoende voor de beoogde functie, omdat de schuur zich al bevindt op een woonperceel en er in feite alleen sprake is van een interne verbouwing. Bovendien heeft er in 1994 al een bodemonderzoek plaatsgevonden (zie bijlage 1), dat in het kader van een bouwvergunning voor het huidige atelier is uitgevoerd en dat nu (in het kader van deze bestemmingsplanherziening) de bestemming wonen zal krijgen. Bij dit onderzoek zijn destijds geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen die een belemmering van de bouw van het atelier vormden. Aangezien er in de tussenliggende periode geen verandering in het gbruik heeft plaatsgevonden, en ook het resterende deel van het plangebied (tuin + woonhuis) niet verdacht is van bodemverontreiniging, wordt aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht en kan er vrijstelling van bodemonderzoek worden verleend.

4.1.3

Conclusie

Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

4.2

Geluid

4.2.1

Regelgeving

Wegverkeer Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in art. 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor:  de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh - het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012);  de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg;  functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat, indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen.

Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Railverkeer Langs landelijke spoorwegen liggen referentiepunten, waarvoor is vastgelegd hoeveel geluid de spoorlijn mag produceren, zogenaamde geluidsproductieplafonds (GPP’s). De hoogte van de geluidsproductieplafonds is vastgelegd in het geluidsregister. De grootte van de zone van een spoorweg is afhankelijk van het geluidsproductieplafond en is vastgelegd in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder (Bgh). De zone van een spoorweg ligt aan beide zijden van de spoorweg en wordt gemeten van de buitenste spoorstaaf. De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidsbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister.

4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Wegverkeer Het plangebied is gelegen net buiten de kern Hernen aan het Kasteellaantje: een zijstraatje van de ontsluitingsweg 'de Dreef'. Voor het Kasteellaantje geldt een laag snelheidsregime van 30 km/u met een lage verkeersintensiviteit. Voor de 'Dreef' geldt een snelheidsregime van 30 km/u tot 140 m afstand ten westen van het plangebied. Daarna gaat het snelheidsregime omhoog naar 60 km/u. Hiermee valt het plangebied binnen de bijbehorende geluidszone van 200 m. Echter, gegeven dat de weg vanaf 140 m afstand pas overgaat in een 60 km/u weg, uit de gemeentelijke verkeerskaart blijkt dat de etmaalintensiteit ter op de Dreef ter hoogte van het plangebied slechts 600 motorvoertuigen per etmaal bedraagt (zie navolgende afbeelding) en de schuur grotendeels van de Dreef wordt afgeschermd door de bestaande T-boerderij die daarvoor is gelegen, kan worden gesteld dat er sprake is van een goed woonklimaat. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerlawaai is derhalve niet benodigd.

24

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Overzicht etmaalintensiteiten de Dreef Railverkeer Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een landelijke spoorweg. Akoestisch onderzoek naar railverkeerlawaai is derhalve niet benodigd. Industrielawaai De woning is niet gelegen binnen de zone van een geluidgezoneerd industrieterrein. Akoestisch onderzoek naar industrielawaai is derhalve niet benodigd.

4.2.3

Conclusie

Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Regelgeving

In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit van 15 november 2007 - inmiddels opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) - gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Projecten dienen te worden beoordeeld op basis van de voormalige Wet luchtkwaliteit c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor vergunningverlening als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

  

een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

4.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt de realisatie van maximaal 1 woning mogelijk en valt dus binnen de NIBM-regeling. Daarom is onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald ter hoogte van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool en de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten (GCN en GDN) zijn de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 bepaald. Daaruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO 2, PM10 en PM2,5 respectievelijk circa 11 µg/m3, 15,5 µg/m3 en 9,1 µg/m3 bedragen in 2020. Daarmee worden de jaargemiddelde grenswaarden van 40 µg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 µg/m3 (voor PM2,5) niet overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten.

4.3.3

Conclusie

Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.4

Milieuzonering

4.4.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken.

26

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNGhandreiking ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

Tabel: richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is aanvullend onderzoek noodzakelijk.

4.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

De directe omgeving van het plangebied is op basis van de VNG-brochure, vanwege de omliggende woonpercelen en de ligging buiten de kern van Hernen, aan te merken als een 'rustig buitengebied'. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen met een hindercontour die een overlap kent met het plangebied. 4.4.3

Conclusie

Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.5

Externe veiligheid

4.5.1

Regelgeving

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico's langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. Het Bevt verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

4.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen:

Uitsnede risicokaart met globale aanduiding plangebied (blauwe stip) Inrichtingen c.q. bedrijven Uit de gegevens vanuit de provinciale risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van een inrichting.

28

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Vervoer van gevaarlijke stoffen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A50. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroute, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en buiten de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 m zones). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor:  de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute en  de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. Dit advies is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft aangegeven dat in dit geval sprake is van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) "zeer kwetsbaar gebouw", bestemd voor verminderd zelfredzame personen.

Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een hogedruk aardgastransportleidingen. De dichtstbijzijnde aardgastransportleiding ligt circa 1 km ten noorden van het plangebied. Gelet op de relatief grote afstand bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A50.

Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voor het plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroute. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan hoeven te worden gesteld in het kader van het aspect externe veiligheid.

4.5.3

Conclusie

Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.6

Waterhuishouding

Wettelijk kader Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, moet een watertoets worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (artikel 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (artikel 3.1.1 Bro).

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en -opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt. Beschrijving watersysteem Geomorfologie en geohydrologie In het plangebied staat een Vlaamse schuur met een oppervlakte van circa 200 m 2 , een T-boerderij met een oppervlakte van circa 300 m2 en een bijgebouw met een oppervlakte van circa 85 m 2 . De oppervlakte van de bestaande bebouwing gaat in de beoogde ontwikkeling niet veranderen en er komt ook geen extra bebouwing bij. Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwater- beschermingsgebied. Oppervlakte- en afvalwatersysteem In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

De Vlaamse schuur is in de bestaande situatie al aangesloten op de drukriolering onder de Dreef, waarnaar het afvalwater kan worden afgevoerd. Ecosysteem Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (Gelders Natuurnetwerk) en ook niet in een beschermingszone voor natte natuur. Het plangebied wordt binnen de Omgevingsverordening aangeduid als een gebied met 'Water als verbinder' en 'Specifiek ecologische Doelstelling wateren'. Op verzoek kunnen onder voorwaarden bij de uitvoering van waterprojecten afwijkingen van de waterfuncties worden toegestaan. Met de beoogde ontwikkeling wordt geen extra bebouwing gerealiseerd, omdat er in dit plan enkel sprake is van een functiewijziging van een bestaande Vlaamse schuur. Ook worden er geen verharde parkeerplekken aangelegd. Er is hiermee dus geen sprake van een waterproject en de waterfuncties van het plangebied worden niet aangetast. Waterbeleid en waterbeheer Gemeentelijk waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater.

In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie. Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens artikel 7 en 10 en Activiteitenbesluit artikel 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater. De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm artikel 10.33). Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater. Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet artikel 3.5).

30

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. Als dit niet mogelijk is treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet artikel 3.6). Zorgplicht oppervlaktewater (waterschap) De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Voor lozing op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet artikel 6.2). Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt. Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van A-watergangen. Voor ingrepen of activiteiten in of nabij watergangen danwel in of nabij een waterkering heeft een perceeleigenaar een Keur-ontheffing van het waterschap nodig. Leefomgeving en ruimtegebruik Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa.

De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik. Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie. Gevolgen van/voor het plan Zoals hiervoor aangegeven wordt in de beoogde ontwikkeling geen extra bebouwing gerealiseerd, omdat er in dit plan enkel sprake is van een functiewijziging van een bestaande Vlaamse schuur. De ruimtelijke ontwikkeling heeft daarmee geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en vice versa. Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater alleen lozen via een zuiverende voorziening.

De kwaliteit van oppervlaktewater zo mogelijk verbeteren door aanleg van natuurvriendelijke oevers en verbetering van de doorstroming. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden behouden of verder ontwikkelen door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichtbaar (bovengronds) afvoeren. Gevolgen van/voor het plan Er bevindt zich geen oppervlaktewater in het plangebied. De afstroming van het hemelwater van het verhard oppervlak in het plangebied naar de omliggende tuin (op eigen terrein) wordt niet expliciet beleefbaar gemaakt. De schuur is omringd door een al bestaande grindbak waar het hemelwater direct in stroomt vanaf het dak. Daar wordt het water opgevangen en doorgeleid naar een dichtbijgelegen sloot. Dit is een bestaand systeem, dat al jaren als zodanig in werking is. Daarmee is de 'belevingswaarde' verder niet van toepassing op het plangebied. Klimaatadaptatie

bestemmingsplan "Kasteellaantje 15 Hernen" (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Kasteellaantje 15 Hernen

Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Komen tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Voorkomen dat water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdwid=47d0f177-9931-44b2-aaa9-94b2cf8d140d