CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels BP de Dreef 5 - 7 Hernen_vastgesteld_1.pdf

Raad openbaar Wijchen 29 september 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 74391 Beslisnota Vaststelling bestemmingsplan 'de Dreef 5 - 7 Hernen22.921 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit gebeurt door het in werking stellen van NL-Alert en het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Het grondgebied van de gemeente Wijchen valt grotendeels binnen de dekking van de sirenepalen. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.8

Waterhuishouding

Wettelijk kader Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, moet een watertoets worden uitgevoerd op basis van het Nationaal bestuursakkoord water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (artikel 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (artikel 3.1.1 Bro).

32

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In een ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met water en watervoorzieningen. Het beoogde ruimtegebruik mag immers geen negatieve gevolgen hebben voor de waterhuishoudkundige situatie en vice versa. Dit moet zijn onderzocht en onderbouwd in de waterparagraaf van bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Overigens betreft de watertoets niet alleen het belang van de waterbeheerder, maar ook het gemeentelijk waterbelang. Voor onderhavig plan is de watertoets uitgevoerd en als bijlage 4 bij de toelichting gevoegd. Omdat het functieverandering van een voormalige fietsenwinkel met werkplaats en bedrijfswoning betreft, komt uit de watertoets naar voren dat het waterschap geen belang heeft bij de procedure. Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. Indien aan de orde is tevens het advies van het waterschap (of resultaat van de digitale watertoets) in de waterparagraaf verwerkt. Onderdelen van de waterparagraaf zijn: beschrijving beleidsuitgangspunten, waterhuiswaterhuishoudkundige situatie (oude en nieuwe situatie), motivering van meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan.

Huidig watersysteem Geomorfologie Het maaiveld van het plangebied bevindt zich ter hoogte van de voormalige fietsenwinkel met werkplaats en bedrijfswoning volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 7,4 m +NAP. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodem tot circa 2,5 m -mv uit siltige zeer tot matig fijn, zwak siltig en/of zwak humeus zand. Lokaal is van 0,4 m -mv tot 0,5 m -mv sterk zandige klei waargenomen. Vanaf circa 2,5 m -mv tot de maximaal geboorde diepte van circa 3,0 m mv bestaat de bodem hoofdzakelijk uit zwak siltige of sterk zandige klei. Uit het bodemonderzoek blijkt dat de grondwaterstand op circa 1,65 m -mv is gelegen. De gemiddelde hoogste grondwaterstand GHG bedraagt circa 1,2 m -mv. Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of -beschermingsgebied. Oppervlakte- en afvalwatersysteem In of nabij het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het plangebied ligt in het peilgebied Bloemers met een zomer- en winterpeil van 5,75 m +NAP respectievelijk 5,45 m +NAP. In de huidige situatie stroomt het afvalwater via aansluitleidingen af naar een pompput, die zich ten noorden van de voormalige fietsenwinkel binnen het perceel van De Dreef 5 bevindt. Vanaf daar wordt het water opgepompt naar het vrijvervalriool, een inspectieput ter hoogte van de Kerk van Hernen (Dorpsstraat).

Ecosysteem Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (Gelders Natuurnetwerk) en ook niet in een beschermingszone voor natte natuur. Wel maakt het plangebied onderdeel uit van de Groene Ontwikkelingszone. Zie verder subparagraaf 3.2.3. Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer Waterbeleid In de Strategische waternota van de gemeente Wijchen zijn de thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Deze zijn ook onder punt 3 samengevat. In het kader van de watertoets moet een vertaalslag worden gemaakt naar de concrete plansituatie. Tevens beschikt de gemeente over een Gemeentelijk rioleringsplan GRP, waarin de gemeente invulling geeft aan haar zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. Het gemeentelijk waterbeleid is vooral gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid.

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

33

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Zorgplichten De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wet milieubeheer artikel 10.33). Hemelwater moet door perceeleigenaren op eigen terrein worden verwerkt, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd en ook niet op het oppervlaktewater kan worden geloosd. Is dat laatste het geval, dan treedt de gemeentelijke zorgplicht voor inzameling en verwerking van overtollig hemelwater in werking (Waterwet artikel 3.5). Wat betreft grondwater heeft de gemeente een zorgplicht bij het treffen van maatregelen in openbaar gebied om structurele gevolgen van grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen danwel beperken, tenzij dit niet doelmatig is of een verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet artikel 3.6). Waterschap De gemeente Wijchen valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Het Waterschap geeft in het kader van de Waterwet een vergunning af voor lozing van afvalwater op oppervlaktewater (Waterwet artikel 6.2) en in het kader van de Keur een ontheffing voor ingrepen in/nabij watergangen en waterkeringen. Daarnaast verzorgt de waterbeheerder het onderhoud van A-watergangen.

Wateroverlast en volksgezondheid Beleidsuitgangspunten Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundige systeem op de locatie moet zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en het voorkomen van schade aan de volksgezondheid door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten, stilstaand water en onveilige oevers. Gevolgen voor het plan Omdat de beoogde ontwikkeling functieverandering van een voormalige fietsenwinkel met werkplaats en bedrijfswoning naar twee twee-aaneen gebouwde woningen betreft, blijft het vloerpeil voor het bestaande hoofdgebouw ongewijzigd ten opzichte van de bestaande situatie. Het vloerpeil van de huidige winkelaanbouw ligt nagenoeg gelijk met het straatpeil ±2 cm. Doordat de winkelaanbouw wordt gesloopt en opnieuw wordt opgebouwd kan dit vloerpeil gelijk worden getrokken met het te renoveren 'achterdeel. Het bestaande 'achterdeel' en toekomstige vloerpeil van de gehele woning ligt hiermee op ca 15 cm (13 cm) hoger dan het straatpeil. Aangezien het hier om renovatie gaat zijn we gebonden aan dit bouwpeil en verbeteren we het vloerpeil t.o.v. de bestaande situatie. Om klimaatbestendig te zijn leggen de initiatiefnemers een greppel aan tussen de woning en de openbare weg. Het afschot van de aan te leggen verharding rondom beide woningen zal van de woningen af zijn.

Het vloerpeil van beide woningen moet volgens de ontwateringseisen van het waterschap overigens minimaal 1,0 boven de GHG liggen. De gemiddelde hoogste grondwaterstand GHG ligt op circa 1,2 m -mv. Op grond van de hierboven genoemde grondwaterstanden in combinatie met de maaiveldpeilen kan worden geconcludeerd dat in het plangebied kan worden voldaan aan de vereiste ontwateringsdiepte. Er is voldoende drooglegging aanwezig, gezien het zomer- en winterpeil in relatie tot de hoogte van het maaiveld.

Afkoppeling en waterberging Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Hemelwater wordt zoveel mogelijk afgekoppeld van het rioleringsstelsel met de voorkeursvolgorde: 1. Benutting, 2. Bodeminfiltratie, 3. Vertraagde afvoer naar en berging in oppervlaktewater, 4. Afvoeren via rioolstelsel. Uitgangspunt bij nieuwbouw is aanleg van gescheiden hemelwater- en droogweerafvoer (HWA- en DWA-afvoer).

34

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Hemelwater moet in beginsel op eigen perceel worden verwerkt. Wanneer hemelwaterberging niet op eigen perceel kan plaatsvinden en direct of indirect op het oppervlaktewater wordt geloosd, dan is het plan compensatieplichtig op grond van het waterschapsbeleid. De compensatieplicht houdt in dat de toename van verharding in het ruimtelijk plan moet worden gecompenseerd door aanleg van extra waterberging. Dit met een eenmalige uitzondering van 500 m² (stedelijk gebied) en 1.500 m² (landelijk gebied) voor particulieren en kleine bedrijven. In alle gevallen moet het adequaat functioneren van de infiltratie- of bergingsvoorziening voor hemelwater zijn gewaarborgd. Gevolgen voor het plan Ten behoeve van de toename van het verhard oppervlak moet watercompensatie gevonden worden binnen het plan. In onderstaande tabel is de toekomstige oppervlakte aan verharding afgezet tegen het bestaande verharde oppervlak op het voormalige bedrijfsperceel (de Dreef 5). Op het perceel de Dreef 7 vinden namelijk geen veranderingen plaats: Bestaande situatie

Toekomstige situatie

Verschil

2.215 m²

2.585 m²

+370 m2

Terreinverharding

770

400 m2

- 370 m2

Dakoppervlak

480

480 m2

Onverhard

Totaal

3.465 m

2

3.465 m

2

Uit de tabel blijkt dat de verharding in de toekomstige situatie afneemt met circa 370 m 2. Er is geen sprake meer van een bergingsopgave. De situatie verbetert waterhuishoudkundig juist. Ondanks dat er geen bergingsopgave is, zal het hemelwater afkomstig van de daken en verharde oppervlakte worden vastgehouden, geborgen en geïnfiltreerd binnen het perceel. Dit gaan de initiatiefnemers als volgt realiseren: 1. Vasthouden – toepassen regenton; 2. Bergen – zakgreppels/wadi, groen, indien noodzakelijk ondergrondse bergingsvoorziening toepassen; 3. Infiltreren – bestaande ondergrond is zand en heeft een goede infiltratiewaarde (K-waarde). Hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken, zoals daken, terreinen en wegen, wordt daarom binnen het plangebied geïnfiltreerd in de bodem. Waterkwaliteit Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt direct afgevoerd naar bodem of oppervlaktewater. Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken wordt primair voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen, zoals omschreven in de Dubo-bepalingen, maar ook door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc.

Verontreinigd hemelwater afkomstig van daken en andere verharde oppervlakken wordt alleen afgevoerd via een zuiverende voorziening, zoals een bodempassage. Afvalwater wordt op doelmatige wijze afgevoerd via de riolering. Gevolgen voor het plan Door het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen bij de bouw van de woningen wordt voorkomen dat het hemelwater wordt vervuild. Bovendien is in de bestaande situatie al sprake van afkoppeling van hemelwater. Het afvalwater van de nieuwe woning wordt afgevoerd naar de openbare riolering (drukriolering). Natte natuurwaarden Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar behoud van natuurwaarden en biodiversiteit. Natuurlijke grondwaterstanden worden behouden; de (natte) natuurwaarden sluiten hierop aan. Het bouwplan en

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

35

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

het toekomstige beheer van het plangebied geven geen verstoring van de vereiste (grond)waterkwaliteit en -kwantiteit. Bij aanleg van open water moet worden gestreefd naar aanleg van natuurvriendelijke (en veilige) oevers. Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Gevolgen voor het plan Het plangebied bevindt zich niet in een beschermingszone voor natte natuur. Het beleidsuitgangspunt is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied. Drinkwaterbesparing Beleidsuitgangspunten Drinkwaterverspilling moet worden voorkomen. Gebruik van hoogwaardig drinkwater moet zoveel mogelijk worden beperkt tot hoogwaardige toepassingen. Zo mogelijk wordt hemelwater gebruikt voor laagwaardige toepassingen. Gevolgen voor het plan Dit punt wordt nader uitgewerkt in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen. In ieder geval zal er een regenton worden toegepast voor het bewateren van de tuin bij de nieuw te realiseren burgerwoningen. Beleving van water Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water. Cultuurhistorisch waardevolle watergebonden elementen zijn herkenbaar in het landschap aanwezig. Water en watergebonden elementen worden zo mogelijk gevisualiseerd. Gevolgen voor het plan Er bevindt zich geen oppervlaktewater in het plangebied.

Er zal een regenton worden toegepast voor het bewateren van de tuin bij de nieuw te realiseren burgerwoningen. Overweging & conclusie In het plangebied vindt een afname van het verhard oppervlak plaats. Het is daarom niet noodzakelijk om compenserende waterberging te realiseren. Waterschap en gemeente adviseren positief over de beoogde ontwikkeling. Zoals eerder al aangegeven in deze paragraaf geeft het waterschap via de digitale watertoets aan (zie bijlage 4) dat zij geen belang heeft bij onderhavige ruimtelijke procedure omdat het functieverandering van bestaande bebouwing betreft. Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.9

Ecologie

4.9.1

Regelgeving

In 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien moet voor de start van die werkzaamheden ontheffing worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan moet duidelijk zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen.

36

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl. Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd.

Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden dieren opzettelijk te verstoren. Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: a. er geen andere bevredigende oplossing is, en b. geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en c. sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen:  de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of  de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: a.

er geen andere bevredigende oplossing is, en b. indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In Wijchen is de provincie Gelderland het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden.

Ook moet gelet worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. Gebiedsbescherming De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' moet worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets moeten worden beoordeeld door het

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

37

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

bevoegd gezag. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (Wsn) in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop- en eenmalige aanlegactiviteiten, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen, in het kort de bouwvrijstelling. Er is een knip gemaakt tussen de bouw en het gebruik van een bouwwerk. De milieubelasting tijdens de bouw is tijdelijk, terwijl het gebruik een permanent karakter heeft. Vanwege de vrijstelling is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies te toetsen op stikstof. Dit betekent dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt.

De vrijstelling geldt expliciet alleen voor stikstof en niet voor andere negatieve effecten die tijdens de bouwfase als gevolg van geluid, licht en trillingen op Natura 2000-gebieden kunnen optreden.

4.9.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In het kader van de sloop en herbestemming is een quickscan naar de aanwezige flora en fauna uitgevoerd. De resultaten zijn hieronder beknopt weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage 5 bij de toelichting opgenomen. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden en op ruime afstand tot deze gebieden. Het Natura 2000-gebied Rijntakken ligt het dichtst bij het plangebied. De meeste, directe invloeden worden door de afstand van ruim 6,2 km geabsorbeerd. Stikstof die vrijkomt tijdens zowel de aanlegals de gebruiksfase is gezien de kleinschaligheid van de beoogde ontwikkeling niet van invloed op het plangebied. Wel is het plangebied gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland van de provincie (zie verder subparagraaf 3.2.3). In paragraaf 2.2 is nader ingegaan op het landschappelijk inrichtingsplan. In dat plan zijn de volgende versterkingen meegenomen ten aanzien van de kernkwaliteiten van het gebied:  doortrekken beukenhaag;  aanplanten inheemse beplanting;  aanplanten bloemenweide met inheemse soorten voor versterken biotoop voor vlinders;  plaatsen insectenhotel;  handhaven uilenkast;  plaatsen vleermuis en huismuskasten;  behouden fruitbomen. Soortenbescherming Wat betreft de soortenbescherming volgen de volgende conclusies uit het onderzoek:

38

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Gezien voorgaande conclusies is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 6 bij de toelichting gevoegd. Het onderzoek wijst uit dat er één zomerverblijf van de gewone dwergvleermuis in de te verbouwen woning aanwezig is. Dit verblijf is bij de dakkapel aan de zuidzijde gesitueerd. Kraam, paar- of winterverblijven zijn niet aangetroffen. Er zijn geen vliegroutes vastgesteld nabij de woning. Vleermuizen passeerden de locatie wel, vooral rosse vleermuizen, maar deze soort volgt geen speciale route en vloog hoog over. De bosvleermuis kwam aanvliegen uit de richting van het kasteel en was waarschijnlijk bezig met een jachtronde. Bij de onderzoeken zijn geen essentiële foerageergebieden van vleermuizen vastgesteld. Bij het onderzoek zijn foeragerende gewone dwergvleermuizen en rosse vleermuizen aangetroffen. De rosse vleermuis heeft geen binding met de locatie en jaagt boven de omringende open gebieden. Bij de verbouwing van de woning blijven de beplantingen grotendeels intact. Hierdoor gaat er geen essentieel foerageergebied verloren. De aanwezige soorten kunnen normaal blijven foerageren. De Wet natuurbescherming wordt bij de renovatie van de woning alleen wat betreft een verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis overtreden. Daarom is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Voor de gewone dwergvleermuis moeten maatregelen worden getroffen om effecten te voorkomen. Gezien de voorgaande onderzoeken en het nog op te stellen projectplan is er geen reden om aan te nemen dat de benodigde ontheffing(en) niet verkregen zouden kunnen worden. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

39

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

4.10

Archeologie en cultuurhistorie

4.10.1 Regelgeving Erfgoedwet De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen golden, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling. Waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende zaken:  Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten.  Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie.  Bescherming van stads- en dorpsgezichten.

Beleidsnota cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is een bepaling opgenomen, op grond waarvan het gemeentebestuur bij het opstellen van een bestemmingsplan moet aangeven op welke wijze zij rekening heeft gehouden met de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Ter onderbouwing van deze afweging hebben de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten gezamenlijk de beleidsnota cultuurhistorie 'Samen in verscheidenheid' opgesteld. Borging van de geïnventariseerde cultuurhistorische waarden vindt plaats door middel van het 'Parapluplan Cultuurhistorie'.

4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie Volgens de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Wijchen ligt het plangebied in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Voor gronden met een middelmatige archeologische verwachtingswaarde geldt dat voor bodemingrepen groter dan 120 m 2 of die dieper reiken dan 0,3 m archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Bovendien is het plangebied gelegen ter plaatse van een zone die op de kaart is aangeduid als een gemeentelijke vindplaats. Net ten zuiden van het plangebied zijn in het verleden archeologische onderzoeken uitgevoerd, die tot resultaten hebben geleid. Omdat de beoogde ontwikkeling bestaat uit functieverandering van een bestaand bedrijfs- c.q. winkelpand met bedrijfswoning naar twee twee-aaneen gebouwde woningen, en er in die zin geen nieuwe bodem geroerd wordt, hoeft er geen nader archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Cultuurhistorie Op de waarderingskaart, behorende bij de beleidsnota, is het plangebied aangewezen als cultuurhistorisch waardevol gebied. Dit zijn gebieden waarvan de cultuurlandschappelijke waardering zeer hoog, hoog of middelhoog is.

In hoeverre een ruimtelijke ontwikkeling afbreuk kan doen aan de cultuurhistorische waarden in een gebied is afhankelijk van:  De aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling;  De cultuurhistorische waarden in een gebied.

40

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Omdat de beoogde ontwikkeling bestaat uit functieverandering van een bestaand bedrijfs- c.q. winkelpand met bedrijfswoning naar twee twee-aaneen gebouwde woningen veranderen de cultuurhistorische gebiedswaarden eigenlijk nauwelijks. Net ten noorden van het plangebied bevindt zich wel het rijksmonumentale kasteel Hernen. Echter, omdat ruimtelijke ontwikkeling beperkt is tot de functieverandering van al bestaande bebouwing op het perceel, en er een ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaatsvindt, doet de ontwikkeling geen afbreuk aan de 'biotoop' rondom het kasteel. Er zal zelfs sprake zijn van een lichte verbetering, maar dat zit hem dan voornamelijk in het verdwijnen van de bedrijfsmatige functie ter plaatse, het afnemen van de oppervlakte aan terreinverharding en het vergroenen van het perceel aan de straatzijde. Tevens is het hoofdgebouw op de waarderingskaart aangeduid als karakteristiek/ beeldbepalend gebouw. Het betreft hier een vrij gaaf agrarisch complex met winkel, waarbij het hoofdgebouw in de stijl van de Delftse School is gerealiseerd. De in latere jaren aangebouwde winkel aan de voorzijde, doet echter afbreuk aan de cultuurhistorische waarde. Deze uitbouw aan de straatzijde wordt daarom vervangen door een meer passende uitbouw aan de voorzijde in de vorm van een kilkeper.

Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.11

Leidingen

4.11.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen moeten worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.11.2 Doorvertaling bestemmingsplan In (de directe omgeving) van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones moeten worden opgenomen. Het aspect 'leidingen' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.12

Duurzaamheid

De gemeente Wijchen heeft de ambitie om energieneutraal te zijn in 2040. Beide twee-aaneen gebouwde woningen in het bestaande hoofdgebouw worden duurzaam en energiezuinig. Het verduurzamen vindt op de volgende wijze plaats:

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

41

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Isoleren woning  De ‘winkelaanbouw’ wordt minstens geïsoleerd met een Rc-waarde volgens bouwbesluit 2012 nieuwbouw;  Het bestaande hoofdgebouw wordt als volgt geïsoleerd: 1. Het (schuine) dak wordt voorzien van isolatiedakplaten. 2. De spouwmuren worden geïsoleerd via spouwmuurisolatie aangevuld met geïsoleerde voorzetwanden (hierdoor blijft de karakteristieke buitengevel behouden). 3. De bestaande niet geïsoleerde betonvloeren worden vervangen door een geïsoleerde betonvloer met daarop een afwerkvloer waarin een laagtemperatuurvloerverwarming is opgenomen. Vervangen ramen  In het hoofdgebouw worden alle bestaande ramen met enkel glas vervangen door minimaal HR++glas.  Waar mogelijk blijven de bestaande houten kozijnen behouden en worden de sponningen aangepast op isolerende beglazing; Aanbrengen warmtepomp  Beide woningen in het hoofdgebouw worden voorzien van een warmtepomp. Behouden draagstructuur  De draagstructuur en buitengevels van het hoofdgebouw worden gehandhaafd. Aanbrengen zonnepanelen  Het dak wordt voorzien van zonnepanelen aan de zuidzijde minimaal 25 stuks (gezamenlijk) van minimaal 320 WP/st; Vervangen verlichting  Bestaande verlichting is veelal nog gloeilampen en tl-buizen deze worden vervangen door Ledlampen.

42

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Afkoppelen hemelwater  Het hemelwater afkomstig van de daken en verharde oppervlakte zal worden vastgehouden, geborgen en geïnfiltreerd binnen het perceel. Dit gaan de initiatiefnemers als volgt realiseren: 1. Vasthouden – toepassen regenton; 2. Bergen – zakgreppels/wadi, groen, indien noodzakelijk ondergrondse bergingsvoorziening toepassen; 3. Infiltreren – bestaande ondergrond is zand en heeft een goede infiltratiewaarde (K-waarde). Verhardingen verwijderen  De grote oppervlakte aan verharding aan de voorzijde van de woning (voormalige parkeerterrein) wordt vervangen door groen. Dit heeft een positief effect op de infiltratie van water en stimuleert biodiversiteit. Natuurinclusief bouwen Op het gebied van natuurinclusief bouwen worden de volgende maatregelen toegepast:  Aanbrengen beukenhaag als hop over langs doorgaande weg. Deze natuurlijke barrière zorgt ervoor dat o.a. de laagvliegende steenuilen minder snel worden aangereden door het verkeer;  Inzaaien kruidenmengsel. Dit stimuleert de biodiversiteit, te denken valt aan bestuivende insecten als vlinders, bijen en zweefvliegen. Ook voorzien de initiatiefnemers hiermee de steenuil van extra voedsel, deze vangt immers grote insecten;  Nestkasten ophangen voor huismus;  Behouden imkerij. Momenteel is een imker actief op het woonperceel aan de Dreef 7.

De imker kan deze plek blijven gebruiken voor de diverse bijenvolken;  Behouden diverse fruitbomen. Dit draagt bij aan de voedselvoorraad voor diverse insecten en vogels waaronder de steenuil;  Aanplanten van seizoen wisselende beplanting. Hierdoor is de voedselvoorraad het grootste deel van het jaar gewaarborgd;  Handhaven huidige steenuilenkast;  Ophangen minimaal 5 vleermuiskasten binnen het perceel;  Maken en plaatsen van insectenhotel van vrijkomende materialen (dakpannen, riet, bakstenen, etc.).

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.13.1 Regelgeving Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

43

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

4.13.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Aangezien het aantal woningen in de toekomstige situatie met maximaal één wooneenheid toeneemt (2 nieuwe burgerwoningen minus 1 bestaande bedrijfswoning), is er geen m.e.r.-beoordeling conform het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

44

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd moeten worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere (recente) bestemmingsplannen van de gemeente. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen.

5.2

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1

Opbouw bestemmingen

Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving.

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

45

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.

5.3.2

Bestemmingen

In deze paragraaf zijn de feitelijk in het plan voorkomende bestemmingen beschreven. Per bestemming is kort toegelicht welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Artikel 3 Wonen - 1 De gronden met de bestemming 'Wonen - 1' zijn bestemd voor wonen en de uitoefening van een beroep aan huis. Voor de bebouwingsmogelijkheden binnen deze bestemming wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning, bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde.  Hoofdgebouwen: de hoofdregel is dat binnen een bestemmingsvlak maximaal 1 woning is toegestaan. In het bouwvlak in dit bestemmingsplan is in afwijking hiervan een twee-aaneen gebouwde woning mogelijk.  Bijgebouwen: vrijstaande of aangebouwde bijgebouwen mogen binnen het bestemmingsvlak worden gerealiseerd. De maximum oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 120 m2 per woning. Onder de bestemming valt op grond van jurisprudentie ook het aan huis verbonden beroep. De maat van het beroepsgedeelte is ten hoogste 40 % van de totale vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en/of de bijgebouwen, met een maximum van 80 m². (Niet verkeersaantrekkende) aan huis verbonden beroepen zijn vrij, voor zover de woonfunctie volledig gehandhaafd blijft en de woning als zodanig herkenbaar blijft. Er mogen geen nadelige effecten optreden voor het woonmilieu en de parkeerbalans in de omgeving.

Ook voor een bedrijf aan huis geldt een maximum vloeroppervlakte van 80 m2. Artikel 4 Waarde - Archeologie 2 De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. Voor bodemingrepen met een diepte van meer dan 0,3 m beneden maaiveld in gebieden die vallen binnen deze dubbelbestemming wordt bij een omvang van meer dan 120 m2 nader archeologisch onderzoek verplicht gesteld. Artikel 5 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied Middels deze dubbelbestemming worden cultuurlandschappen met een middelhoge, hoge en zeer hoge waarde beschermd via een nadere eisenregeling en een vergunningplicht voor bepaalde werkzaamheden. De nadere eisenregeling behelst een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om in het kader van een aanvraag voor een vergunning voor het bouwen van een bouwwerk een nadere eis te stellen in verband met de situering, de oppervlakte en hoogte van een gebouw. Deze nadere eis ziet met name op de situatie dat de aanvraag om vergunning betrekking heeft op een gebouw binnen een oud bebouwingslint, een ensemble of een gebouw langs een (historische) doorgaande weg die als cultuurhistorisch waardevol zijn aangeduid.

De werkzaamheden die niet zonder vergunning mogen worden uitgevoerd betreffen:  het aanbrengen van (half-)verhardingen;  het rooien of vellen van houtgewas;  afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem;  graven of dempen van sloten;  verwijderen van perceelsrandbeplanting;  aanleggen van wegen of paden;  wijzigen van perceels- of kavelgrenzen;  het aanbrengen van hoogopgaande beplanting anders dan het herplanten van gerooide / gevelde houtopstanden;  het verwijderen van wegen of paden. De vergunning voor het uitvoeren van deze werkzaamheden wordt verleend indien (uit de aanvraag om vergunning) in voldoende mate is gebleken dat de cultuurhistorische waarden van een gebied waarbinnen de werkzaamheden plaatsvinden, niet op een onevenredige wijze worden aangetast.

46

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Artikel 6 Waarde - Cultuurhistorisch waardevol pand Deze dubbelbestemming is opgenomen voor de panden die vanwege hun cultuurhistorische waarde bescherming behoeven. Deze panden zijn niet in het kader van de beleidsnota geïnventariseerd maar in het kader van een 'quickscan Architectuur en stedenbouw wederopbouw' en in het 'monumenten inventarisatie programma (MIP)'. De bescherming van de cultuurhistorisch waardevolle panden heeft vorm gekregen door een vergunningplicht voor het geheel of gedeeltelijk slopen van bebouwing.

5.4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergeschikte bouwdelen, bestaande afstanden en maten en parkeren. Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan.

5.5

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

47

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

6.1.1

Exploitatieverplichting

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander moet worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, moet een exploitatieplan worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.

6.1.2

Conclusie

Alle kosten die gemaakt moet worden voor het opstellen van een bestemmingplan zijn voor rekening van de initiatiefnemers. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten, waarin ook de afwikkeling van eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade is geregeld. Daarmee zijn de kosten voor de planontwikkeling anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg

Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het voorliggende bestemmingsplan toegezonden aan diverse overlegpartijen. Er zijn geen vooroverlegreacties ingediend.

6.2.2

Ontwerpfase

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf donderdag 23 juni 2022 tot en met woensdag 3 augustus 2022 (gedurende zes weken) ter visie gelegen. Er zijn tijdens deze periode geen zienswijzen ingediend.

6.2.3

Vaststellingsfase

Na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.

48

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

49

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Bijlagen bij toelichting

50

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

51

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Bijlage 2

52

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Bijlage 3

Advies brandweer externe veiligheid

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

53

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Bijlage 4

54

Digitale watertoets

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Bijlage 5

Quickscan Natuuronderzoek

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

55

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Bijlage 6

56

Nader Natuuronderzoek

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

57

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Regels

58

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen met identificatienummer NL.IMRO.0296.BGBBPDreef5en7-VG01 van de gemeente Wijchen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan huis verbonden bedrijfsactiviteit het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke/kunstzinnige - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarvan de omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.6 aan huis verbonden beroep een beroep, waarvan de activiteiten niet publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 1.7 afhankelijke woonruimte een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding,

zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht; 1.8 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van landbouwdieren en andere dieren ten behoeve van de agrarische producten zoals (sier)vissen, wormen en bijen; onder agrarische bedrijven worden tevens begrepen boomteeltbedrijven, sierteeltbedrijven en paardenhouderijen; 1.9 archeologische waarden waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11 bebouwingspercentage een in de regels of op de kaart aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein (bouwperceel, bestemmingsvlak etc.) aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd; 1.12 bed & breakfast een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, met een absoluut maximum van zeven overnachtingen, ter plaatse verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.13 bedrijfsactiviteiten handelingen

en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf;

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

59

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

1.14 bestaand  t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;  t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;  t.a.v. werken of werkzaamheden: zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel toegestaan krachtens omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.15 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bevoegd gezag het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.18 bijgebouw een vrijstaand of aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw, dat hetzij functioneel hetzij door zijn situering of afmeting ondergeschikt is aan het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, zoals een garage, berging of hobbyruimte; 1.19 bos elk terrein waarop al dan niet bedrijfsmatig activiteiten worden uitgevoerd gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur,

houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en extensieve recreatie; 1.20 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen en/of het vergroten van een bouwwerk; 1.21 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.22 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.23 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.24 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.25 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

60

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

1.26 bouwwijze de wijze van bouwen van een woning, waarbij: a. onder aaneengebouwd wordt verstaan een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; b. onder gestapeld wordt een gebouw verstaan, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd; c. onder twee-aaneen wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-een-kap); d. onder vrijstaand wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd.

1.27 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur; 1.28 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.29 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; 1.30 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31

hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken, inclusief daarbij behorende aan- en uitbouwen; 1.32 huishouden persoon of groep personen die een gemeenschappelijke huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.33 kleine windturbine windturbine bedoeld voor het leveren van stroom aan de/het ter plaatse aanwezige woning/bedrijf, waarbij reststroom aan het net doorgezet kan worden. De windturbine heeft een ashoogte van niet meer dan 15,0 m en een tiphoogte van niet meer dan 20,0 m; 1.34 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur; 1.35 omgevingsvergunning vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.36 ondergeschikte functie een functie die in ruimtelijke en/of bedrijfseconomische zin ondergeschikt is aan de hoofdfunctie binnen een bestemming;

bestemmingsplan "de Dreef 5 - 7 Hernen" (vastgesteld)

61

bestemmingsplan de Dreef 5 - 7 Hernen

1.37 overkapping/ carport een dakconstructie, vrijstaand met maximaal één wand, dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.38 paardenbak een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining; 1.39 permanente bewoning bewoning van een bouwwerk waarbij sprake is van gebruik van het object als hoofdverblijf zoals bedoeld in de wet GBA en/of er geen sprake is van een hoofdverblijf elders; 1.40 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.41 teeltondersteunende voorzieningen ondersteunende voorzieningen ten behoeve van vollegronds groente-, fruit-, bloemen, en boomteelt; te onderscheiden in de volgende categorieën:  laag/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m, uitsluitend nodig zolang de teelt het vereist zoals insectengaas, afdekfolies, acryldoek, lage tunnels;  laag/ permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m en met een permanent karakter zoals een containerveld;  hoog/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van minimaal 1,5 m, uitsluitend nodig zolang de teelt het vereist, zoals menstoegankelijke wandelkappen, schaduwhallen en hagelnetten (tijdelijk voor zover dat het gebruik van hagelnetten betreft; de bij de hagelnetten behorende constructiepalen zijn permanent);  hoog/ permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van minimaal 1,5 m met een permanent karakter, zoals stellingenteelt en regenkappen; 1.42 voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die:  gelijk is aan de in de regels

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=4db145d8-5ad2-489b-8fca-598252dceab3