CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting

Raad openbaar Wijchen 25 mei 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 75776 Beslisnota vaststellen bestemmingsplan Molenweg 28 Bergharen12.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken wordt voorkomen door toepassing van nietuitlogende materialen, zoals omschreven in de Dubo-bepalingen, en door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Klimaatbuien De grond direct rond de woningen wordt ten behoeve van de fundering opgehoogd, hiermee wordt ook voorkomen dat het water bij hevige neerslag in de bebouwing terecht komt. Het overige deel van het perceel wordt niet verhoogd. Door de groene inrichting van de percelen en bovengenoemde infiltratievoorzieningen wordt voorkomen dat het hemelwater afstroomt naar buurpercelen of de openbare weg.

pagina 32

Verharding Het plangebied heeft in de bestaande situatie een relatief groot oppervlak aan verharding, dit komt door de schuur en met name het grote deel erfverharding. In de nieuwe situatie is minder verharding aanwezig omdat slechts een deel van het erf verhard wordt. Extra parkeerplaatsen die nodig zijn op grond van het parkeerbeleid van de gemeente zullen worden aangelegd met zgn. graskeien waardoor infiltratie daar mogelijk is. De verharding neemt in totaliteit beperkt af ten opzichte van de bestaande situatie. Klimaatadaptief bouwen In het kader van klimaatadaptief bouwen wordt voor tenminste een deel van de parkeerplaatsen grasbeton toegepast, dit is waterdoorlatende verharding. De bijgebouwen worden voorzien van een groendak. Om te voorkomen dat bij een klimaatbui het regen in de woning terecht komt of afstroomt naar buiten het plangebied wordt het peil van de woning hoger gelegd dan het erf ter plekke. Digitale watertoets De digitale watertoets is het proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een zo vroeg mogelijk stadium met de waterbeheerder afstemt. In de waterparagraaf legt de initiatiefnemer verantwoording af over de manier waarop is omgegaan met de inbreng van de waterbeheerder (gemeente en waterschap). De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl).

Voor het bestemmingsplan 'Bergharen, Molenweg 28' is de watertoets uitgevoerd en bijgevoegd als bijlage 3 bij deze toelichting. Uit de ingevoerde gegevens volgt dat de korte watertoetsprocedure doorlopen kan worden. Uit de ingevoerde gegevens volgt dat er sprake is van een ruimtelijk plan dat een geringe invloed heeft op de taken en belangen van het waterschap. In deze fase van de planvorming (bestemmingsplan) kan volgens het waterschap worden volstaan met dit automatisch gegenereerd wateradvies. Afstemming met de waterbeheerder De watertoets is een wettelijk voorgeschreven proces (Bro) van vroegtijdig informermen, adviseren afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Het gaat hierbij om alle wateren: zout en zoet water, grond- en oppervlaktewater, afval- en hemelwater. De gevolgen (veiligheid en wateroverlast, waterkwaliteite, verdroging e.d.) moet in beeld worden gebracht. De waterbeheerder (gemeente, waterschap, provincie, rijk) beoordeelt het plan of het besluit en geeft advies over de waterhuishoudkundige aspecten. De initiatiefnemer betrekt dit advies in de belangenafweging. Voor bestemmingsplannen moeten de resultaten van de watertoets zijn verwerkt. De gemeente adviseert onder voorwaarden positief.

Het waterschap heeft aangegeven dat ingestemd kan worden met de korte procedure van toesting, omdat er geen/gering waterbelang is in dit plan.

4.9 Ecologie In Nederland is de bescherming van natuurwaarden per 1 januari 2017 in de nieuwe Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie wetten verenigd, de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor de natuurwaarden mogen niet plaats vinden zonder vergunning. Verder is iedereen verplicht zorgvuldig om te gaan met natuurgebieden, de zogenaamde zorgplicht. De Wet natuurbescherming beschermt een groot aantal in het wild levende planten- en diersoorten, ook buiten beschermde natuurgebieden. Op grond van de wet is het verboden beschermde planten pagina 33

te vernielen of te beschadigen, beschermde dieren te verstoren, verwonden of te doden. Daarnaast is het verboden rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten te beschadigen, weg te nemen of te vernielen. Ontheffing van deze regels is onder voorwaarde mogelijk. Naast de wettelijke verbodsbepalingen is er altijd sprake van een algemene zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor dieren, planten en hun leefomgeving. Dit houdt onder andere in dat handelingen worden nagelaten die negatieve gevolgen hebben voor soorten of dat maatregelen worden getroffen om negatieve gevolgen te voorkomen.

4.9.1 Soortenbescherming en gebiedsbescherming

Voor het initiatief is in eerste instantie een quickscan flora en fauna uitgevoerd, zie bijlage 4. Het doel van een quickscan is om te onderzoeken of er vanuit de Wet natuurbescherming beperkingen zijn voor de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkelingen op deze locatie. Tevens wordt middels de quickscan onderzocht of er een significant effect op het functioneren van Natura-2000 gebieden, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone is te verwachten. Soortenbescherming Tijdens het veldbezoek zijn diverse vogels waargenomen in en rond het plangebied. In het plangebied zelf zijn geen bomen aanwezig, in de bomen in de omgeving van het plangebied zijn geen geschikte nesten aangetroffen voor soorten van jaarrond beschermde soorten. De woning kan mogelijk worden gebruikt als broedplaats voor vogels, hiervoor moet aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. Voor vleermuizen zijn geschikte invliegopeningen aangeroffen aan de dakrand. Ook de schuur is een geschikte voortplantings- en rustplaats. Het is niet uit te sluiten dat vleermuizen gebruik maken van de woning en de schuur. Aanvullend onderzoek moet het gebruik door vleermuizen aantonen of uitsluiten. Er worden geen negatieve effecten door het plan op andere beschermde soorten verwacht. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Rijntakken', dit is nabij op circa 3,5km ten noorden van het plangebied. Voor de effecten van de stikstofdepositie als gevolg van dit plan op dit gebied wordt verwezen naar paragraaf 4.9.2 hieronder.

pagina 34

ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (groen), bron:

Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk of in de Groene Ontwikkelingszone. Effecten door het plan op het GNN of de GO worden niet verwacht.

ligging van het plangbeid ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (groen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen), bron: quickscan flora en fauna, zie bijlage 4

Conclusie Als gevolg van de ontwikkeling dient nader onderzoek te worden gedaan naar het mogelijke gebruik door huismussen of vleermuizen van het plangebied, voorafgaand aan het slopen van de opstallen. Er worden geen negatieve effecten verwacht op overige soorten van beschermde flora en fauna. Ook ligt het gebied niet in het GNN of de GO, effecten op deze gebieden worden ook niet verwacht als gevolg van dit plan. pagina 35

4.9.2 Gebiedsbescherming – stikstof

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) werd als basis gebruikt voor de onderbouwing van effecten van stikstofuitstoot op beschermde natuurgebieden als gevolg van nieuwe activiteiten. Op 29 mei 2019 is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak gedaan dat de PAS niet mag worden gebruikt als basis voor toestemming van activiteiten, uitspraken ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604. Dit naar aanleiding van een oordeel van het Europese Hof van november 2018 dat de positieve gevolgen van maatregelen op vooraf moeten vaststaan. De PAS voldoet niet aan deze voorwaarde. Op grond van deze uitspraken dient in te worden gegaan op de effecten op relevante natuurgebieden als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Vooruitlopend op nadere regelgeving dient te worden aangetoond dat er geen sprake is van stikstof effecten op beschermde natuurgebieden. Voor het plan is een berekening gemaakt van de stikstofdepositie, zie bijlage 5. Het natuurgebied Rijntakken op ca. 3,5km afstand hemelsbreed is het meest nabije Natura-2000gebied. Er is een Aeriuscalculatie gemaakt van de aanlegfase (bouw van de woning) en de gebruiksfase wanneer de woning gereed is en wordt bewoond. Voor de aanleg en de gebruiksfase is geen sprake van stikstofemissie op het Natura-2000gebied. De nieuwe stikstofwet ‘Stikstofreductie en natuurverbetering’ is sinds 1 juli 2021 van kracht.

Deze wet regelt een gedeeltelijke vrijstelling van de Natura-2000 vergunningsplicht. Deze vrijstelling geldt voor bouwactiviteiten in de aanlegfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Deze vrijstelling geldt alleen voor de bouwfase van het project en alleen voor de gevolgen van de stikstofdepositie. Dit betekent dat in de vergunningverlening van bijvoorbeeld een woningbouwproject alleen nog gekeken wordt naar de structurele stikstofemissies en -depositie tijdens de gebruiksfase, de vrijstelling geldt niet voor projecten in de gebruiksfase. Conclusie Voor de aanlegfase wordt gerefereerd aan de Wet stikstofreductie en natuurverbetering, waarin een partiële vrijstelling voor de bouwsector is opgenomen. Voor de aanlegfase en de gebruiksfase is geen sprake van stikstofemissie op het meest nabijgelegen Natura-2000gebied Rijntakken. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor het plan.

4.10

Cultuurhistorie & archeologie

4.10.1 Cultuurhistorie De gemeente Wijchen heeft een paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie Wijchen vastgesteld op 3 mei 2017. Het plangebied valt juist binnen een zone waaraan de dubbelbestemming cultuurhistorisch waardevol gebied is toegekend.

pagina 36

verbeelding ter plekke van het plangebied van het parapluplan Cultuurhistorie Wijchen, bron: ruimtelijkeplannen.nl

Op de cultuurhistorische waarderingskaart van de gemeente Wijchen is het plangebied opgenomen met de waardering ‘middelmatig’:

Op de cultuurhistorische inventarisatiekaart is aangegeven dat het plangebied ligt in een gebied aangeduid als ‘droge kampontginningen op rivierduin of dekzandrug’:

pagina 37

cultuurhistorische inventarisatiekaart, bron: ‘tussen stad en and, tussen Maas en Waal’, Raap, cultuurhistorische inventarisatie in opdracht an gemeente Wijchen

De Molenweg is aangeduid als een weg, ontstaan voor 1832. Oostelijk is de molenbiotoop zichtbaar als cirkel op bovenstaand kaartfragment en westelijk zijn enkele historische nederzettinglocaties aangegeven. Op het plangebied zelf is geen bebouwing aanwezig met cultuurhistorische waarde. De bestaande woning is gebouwd in de jaren 60 van de vorige eeuw en kent een eenvoudige hoofdopzet. Het er is geen sprake van een bijzondere beeldkwaliteit. De grote schuur op het erf kan qua beeldkwaliteit als ontsierend worden aangemerkt. Conclusie cultuurhistorie In het plangebied zelf zijn geen waardevolle cultuurhistorische waarden aanwezig. Dit aspect vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10.2 Archeologie Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. Mede op grond hiervan is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd op de locatie, zie bijlage 6 bij deze toelichting. Het verkennend archeologische onderzoek bestond uit een bureauonderzoek en een booronderzoek. Op grond van het bureauonderzoek werd geconcludeerd dat het plangebied in potentie een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit alle perioden (Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd). Deze hoge verwachting was gerelateerd aan de landschappelijke situatie. Het plangebied is gelegen op een hoger in het landschap liggende rivierduin in de buurt van water. Tijdens het booronderzoek is deze verwachting bevestigd. De archeologische lagen komen vanaf 40cm onder maaiveld voor. Ter plaatse van de bestaande bebouwing is de bodem gedeeltelijk verstoord. Tijdens het booronderzoek zijn enkele fragmenten aangetroffen uit de IJzertijd, de vroege Middeleeuwen en de late Middeleeuwen. Op grond van de resultaten van het booronderzoek wordt vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. pagina 38

Proefsleuvenonderzoek is hiervoor de meest geschikte methode met een voorafgaand Programma van Eisen voor dit vervolgonderzoek. Afhankelijk van de locatie van de nieuwe noordelijke woning en de diepte van de fundering is mogelijk geen vervolgonderzoek nodig voor deze woning.

schema vondsten tijdens het booronderzoek en foto’s van de aangetroffen fragmenten, bron: verkennend archeologisch onderzoek, Hamaland, zie bijlage 6

Conclusie archeologie Door de gemeente is een selectiebesluit genomen ten aanzien van het archeologische onderzoek, dit selectiebesluit is toegevoegd aan bijlage 6 van deze toelichting. Er dient vervolgonderzoek te worden gedaan naar het aspect archeologie, voorafgaand aan de sloop van de huidige opstallen en de bouw van de nieuwe woningen. In afwachting van dit vervolgonderzoek wordt de archeologische dubbelbestemming op de verbeelding en in de regels gehandhaafd ter bescherming van de archeologische waarden.

pagina 39

4.11

Verkeer en parkeren

Verkeer Als gevolg van de toevoeging van een extra woonhuis zal het aantal verkeersbewegingen ter plekke van het plangebied toenemen. Dit is beperkt, de verwachting van de verkeerstoename zal gemiddeld maximaal 10 verkeersbewegingen per etmaal zijn. Per saldo gaat het om geringe wijzigingen en zal het niet wezenlijk van invloed zijn op de verkeersbelastingen en verkeerssituatie ter plekke. Toegang De bestaande inrit aan de Molenweg verdwijnt. Er komt een nieuwe inrit aan de westzijde aan de Burgemeester van Elkstraat op grond van stedenbouwkundige overwegingen. Dit heeft geen wezenlijk effect op de verkeerssituatie ter plekke. Parkeren In het Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen, gelden vanaf 11 april 2020 zijn normen voor het parkeren opgenomen. In dit beleid is aangegeven dat voor het bepalen van de benodigde parkeerplaatsen aangesloten wordt bij de door het CROW opgestelde landelijke parkeerkencijfers en hanteert daarbij de maximale parkeernormen. Parkeren dient te worden gefaciliteerd op eigen terrein, waarbij bezoekersparkeren eventueel in de openbare ruimte kan worden gedaan. De bebouwde kom van Bergharen is voor de verstedelijkingsgraad als ‘weinig stedelijk’ aangemerkt en qua ligging als ‘rest bebouwde kom’. Het plan voorziet in sloop van de bestaande vrijstaande woning en bouw van 2 nieuwe woningen.

De CROW norm voor vrijstaande woningen rest bebouwde kom/weinig stedelijk is minmaal 1,9 tot maximaal 2,7 – waarvan 0,3 bezoekersparkeren per woning. De gemeente Wijchen gaat in haar beleid uit van de maximale norm. Voor 2 woningen zijn is de maximale norm 5,4 parkeerplaatsen (2x 2,7) waarvan 0,6 voor bezoekersparkeren. Daarmee dient op eigen terrein te worden voorzien in tenminste 6 parkeerplaatsen. In het inirichtingsplan zijn deze parkeerplaatsen aangegeven. Bij de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen dient deze invulling ook te worden aangegeven. In de regels van dit bestemmingsplan is dit geborgd, zie artikel 7 van de regels.

4.12

Vormvrije MER-beoordeling

MER is een procedure met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling vna plannen en besluiten. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is bedoeld om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan een m.e.r.(beoordelings)procedure moet worden doorlopen, dit besluit is in werking getreden op 1 april 2011. Een belangrijke onderdeel betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige pagina 40

milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

Planspecifiek In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Onder activiteit D11.2 is opgenomen ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer 2. een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het plangebied ligt in de verkeerskundige bebouwde kom van Bergharen. De oppervlakte van het plangebied is 763m2 en de toevoeging van 1 woning. Dit ligt ver onder de norm voor m.e.r.beoordelingsplichtig. De voorgenomen activiteiten in het plan liggen ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Gelet hierop kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.beoordeling. Daarbij wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

pagina 41

Hoofdstuk 5

Juridische opzet

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan reguleert het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatings-planologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat: - de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en -

de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang).

Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden’ (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve: - het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: - het bebouwen van de gronden; - het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de Bouwverordening zijn ook van belang voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.

5.2 Algemene opbouw van de regels De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1: Inleidende regels bevat een artikel met begripsbepalingen. Daarnaast zijn in een apart artikel enkele bepalingen opgenomen omtrent de “wijze van meten”. Die bepalingen zijn van belang voor een juiste interpretatie van de bouwregels. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn artikelsgewijs de regels behorende bij de specifieke bestemming neergelegd. De artikelen zijn in alfabetische volgorde opgezet volgens een vast stramien, voor zover deze relevant zijn voor het betreffende artikel: 

Bestemmingsomschrijving hierin is bepaald voor welke doeleinden de gronden bestemd zijn (m.a.w. voor welk gebruik de gronden zijn gereserveerd);

pagina 42

Bouwregels in deze bepaling is aangegeven aan welke maatvoeringseisen de bebouwing binnen de betreffende bestemming moet voldoen; Afwijken van de bouwregels in deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels Specifieke gebruiksregels in de bestemmingsregelingen is in bepaalde situaties expliciet aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd wordt geacht met de aan de gronden gegeven bestemming. Een dergelijk gebruiksverbod is een nadere invulling van het algemeen gebruiksverbod zoals opgenomen in artikel 2.1 van de Wabo; Afwijken van de gebruiksregels deze bepaling bevat afwijkingsbevoegdheden van gebruiksregels

Hoofdstuk 3: Algemene regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op het gehele plangebied. Naast de anti-dubbeltelregel zijn de volgende bepalingen opgenomen:  Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen die de bouwhoogte, dan wel het bouwvlak overschrijden. In de algemene bouwregels is tevens een regeling opgenomen voor gebouwen en bouwwerken die legaal zijn (of kunnen worden) gebouwd maar afwijken van de bouwregels van het bestemmingsplan. Deze zijn in de bestaande maatvoering toegestaan.  Verplichting Voor een bestemmingsplan kunnen specifieke verplichtingen worden gesteld, deze worden in dit artikel opgenomen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel bevat bepalingen die min of meer losstaan van de bestemmingsplanbepalingen, en worden om die reden in een apart hoofdstuk opgenomen. Hierin staan opgenomen:  Overgangsrecht In dit artikel is onder meer aangegeven dat de bestaande bouwwerken dan wel vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze af van het onderhavige bestemmingsplan. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel te vernieuwen. Evenmin is het toegestaan om het bouwwerk geleidelijk aan helemaal te vernieuwen.

In het geval het bouwwerk door een calamiteit verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van 2 jaren na de calamiteit is aangevraagd. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en bepalen dat bestaande afwijkingen mogen worden vergroot voor een uitbreiding van de bebouwing met maximaal 10%. Illegale bouwwerken zijn expliciet uitgesloten van het overgangsrecht. Voor het gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het gebruik dat strijdig is met het onderhavige plan, mag worden gecontinueerd. Verandering van het gebruik is niet toegestaan, tenzij de afwijking naar haar aard en omvang wordt verkleind. Indien gebruik voor een periode van langer dan 1 jaar wordt onderbroken, mag dit gebruik niet meer worden hervat. Een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik dat pagina 43

reeds strijdig was met het voor het onderhavige bestemmingsplan ter plekke van kracht zijnde plan. Het overgangsrecht is op deze situaties niet van toepassing.  Slotregel In deze bepaling is de officiële benaming van het plan vastgelegd.

5.3 Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit wijzigingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het wijzigingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het wijzigingsplan. Wonen (artikel 3) De bestemming wordt door dit bestemmingsplan niet gewijzigd, dit blijft wonen. Wel wordt de bouw van een extra woonhuis mogelijk gemaakt door de toevoeging een tweede bouwvlak in het plangebied. De nokhoogte van de woningen is maximaal 5m en de bouwhoogte 8m. Maximaal 50m2 aan vrijstaande bijgebouwen is toegestaan. Waarde - Archeologie 2 (artikel 4) Voor de bescherming van de aanwezige archeologische waarden in het gebied is over het hele plangebied de dubbelbestemming ‘waarde archeologie 2’ opgenomen.

pagina 44

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid De percelen zijn eigendom van de initiatiefnemer, alle plankosten en de onderzoeken zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De procedurele kosten komen voor rekening van de gemeente, deze zijn via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer doorberekend. Voor de gemeente zijn geen andere kosten verbonden aan dit plan, waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. Met de initiatiefnemer wordt een planschade overeenkomst gesloten waarin wordt verklaard dat de mogelijke planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Uitgangspunt voor de toekenning van planschade ex artikel 6.1 Wro is dat uitgegaan moet worden van een vergelijking van de huidig planologische mogelijkheden versus de nieuw te ontstane planologische mogelijkheden. De kans dat planschade optreedt is klein. Hiervoor kan worden aangevoerd dat op het perceel nu ook een woonbestemming rust, dit wordt niet gewijzigd. De in de bestaande situatie aanwezige grote schuur is legaal. In de nieuwe situatie wordt een extra woning toegevoegd, deze komt in de rooilijn van de aanwezige bebouwing. De wijziging van de bestemming belemmert geen bedrijven in de omgeving. Voor de zekerheid heeft de gemeente met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst afgesloten, zodat de economische uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding kan komen.

De economische uitvoerbaarheid is hiermee aangetoond.

6.2 Overleg en inspraak Omwonenden zijn geïnformeerd over het plan door de initiatiefnemers. Het ontwerp bestemmingsplan ‘Bergharen, Molenweg 28’ is conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende 6 weken van 19 januari tot en met 1 maart 2023 voor een ieder ter visie gelegd. Gedurende deze periode zijn geen reacties worden ingediend.

6.3 Wijzigingen

Het plan wordt gewijzigd vastgesteld ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. De wijziging betreft uitsluitend de verbeelding. In het ontwerp bestemmingsplan was het zuidelijke bouwvlak aan de Burgemeester van Elkstraat abuisevelijk beperkt noordwaarts verschoven. Dit is in de verbeelding van het vastgestelde bestemmingsplan hersteld. Het zuidelijke bouwvlak is ca. 1,25m in zuidwaartse richting verschoven. Voor de overige onderdelen is het bestemmingsplan ongewijzigd.

pagina 45

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 – inrichtingsplan

Pieter Oosterhout Buro voor Architektuur BNA b.v., nr. 19087 d.d. 23 november 2022

Bijlage 2 – milieukundig bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek, Ortageo, nr. 214254/R01, d.d. 6 september 2021

Bijlage 3 – digitale watertoets

Waterschap Rivierenland, d.d. 15 februari 2022

Bijlage 4 – quickscan flora en fauna

Buiting Advies, nr. 2021-138, d.d. september 2021

Bijlage 5 – stikstofdepositie

Aerius calculatie aanleg- en gebruiksfase + toelichting, d.d. 16 februari 2022

Bijlage 6 – verkennend archeologisch onderzoek

Hamaland, projectnummer 213234, d.d. 5 januari 2022

Bijlage 7 – beoordeling milieukundig bodemonderzoek Odrn, zaaknummer W.Z22.103394.01, d.d. 4 mei 2022

pagina 46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=d8bb1055-6a39-450a-8d2a-cbc6840ead0c