CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE_Bijlage 8_Nader onderzoek_Flora-en fauna

Raad openbaar Wijchen 31 maart 2026, gemeente wijchenBij agendapunt: 113631 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan 'Hoeve het Vormer’5.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

26-10-2022

Nader onderzoek vleermuizen en de steenmarter Vormerseweg 12, Wijchen

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Ecologisch onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust-, voortplantings- en verblijfplaatsen van vleermuizen en de steenmarter in de te verbouwen bebouwing op de locatie: Vormerseweg 12, Wijchen

BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl

Projectlocatie:

Vormerseweg 12 6602 AH Wijchen

Status: Versie: Datum: Veldwerk: Auteur:

definitief 22061.NOZ 26-10-2022 Ing. R.J.L. Bijvelds & dhr. M. Napier Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)

© copyright BNL advies 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Opgesteld door:

1

Colofon:

Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.

Inleiding .............................................................................................3

2.

Wettelijk kader .....................................................................................4

3.

Omschrijving plangebied ..........................................................................9

4.

5.

3.1

Algemeen.......................................................................................9

3.2

Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................9

3.3

Beschrijving onderzoeksgebied ........................................................... 10

3.4

Onderzochte beschermde soorten ........................................................ 11

3.4.1

Vleermuizen ............................................................................ 11

3.4.2

Steenmarter ............................................................................ 11

Methode nader onderzoek ...................................................................... 12 4.1

Vleermuizen ................................................................................. 12

4.2

Steenmarter ................................................................................. 13

Veldonderzoek .................................................................................... 14 5.1 Resultaten en conclusies veldonderzoek .................................................... 14 5.1.1

Vleermuizen ............................................................................ 14

5.1.2

Steenmarter ............................................................................ 14

5.2

6.

5.2.1

Verblijfplaatsen / zwermgedrag vleermuizen ..................................... 15

5.2.2

Verblijfplaatsen steenmarter ........................................................ 16

Effectanalyse en maatregelen .................................................................. 17 6.1

Effectanalyse vleermuizen ................................................................ 17

6.1.1

Toetsing Wet natuurbescherming/staat van instandhouding ................... 17

6.1.2

Aanbevelingen ......................................................................... 17

6.2 7.

Gebiedsfunctie .............................................................................. 15

Effectanalyse steenmarter ................................................................ 17

Conclusie .......................................................................................... 18

Geraadpleegde bronnen: ............................................................................. 19

Pagina

2

Bijlage 1: Verbeelding aangetroffen vleermuizen ................................................ 20

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van de initiatiefnemer is een nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen op de locatie: Vormerseweg 12, Wijchen. Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de quickscan flora en fauna welke is uitgevoerd door BNL advies, rapportnummer: 21220.QFF, Maart 2022. De initiatiefnemer wil op deze locatie een deel van de bestaande bebouwing verbouwen. Het betreft een woning en bijgebouw (voormalig bakhuis). Tijdens de quickscan flora en fauna zijn vermoedens naar boven gekomen van de aanwezigheid van vleermuizen en de steenmarter in de te verbouwen bebouwing. Het nader onderzoek naar deze soort moet uitwijzen of deze soort ook daadwerkelijk het plangebied gebruikt als vaste rust-, voortplantings- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied. Doel De doelstelling voor het nader onderzoek is geformuleerd in onderstaande onderzoeksvragen: 1. Maken vleermuizen en steenmarters gebruik van het plangebied? 2. Welke functie heeft het plangebied voor de aangetroffen soort(en)? 3. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de beschermde soort(en) die gebruikmaken van het plangebied? 4. Welke mitigerende en compenserende maatregelen dienen te worden uitgevoerd? 5. Is het noodzakelijk een ontheffing op de Wet natuurbescherming aan te vragen?

Pagina

3

Indien compenserende maatregelen noodzakelijk zijn om de schade aan beschermde soorten te compenseren, dient (ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag) een activiteitenplan te worden opgesteld. In dit activiteitenplan worden de compenserende maatregelen nauwkeurig beschreven.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2. Wettelijk kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2017 wettelijk vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. Onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming De provincies zijn sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en dus ook voor ontheffingsaanvragen. Om een ontheffingsaanvraag in behandeling te nemen, dient het onderzoek aan goedgekeurde voorwaarden (o.a. ten aanzien van methode, intensiteit, periode, tijd tussen onderzoeksmomenten) te voldoen. Slechts als het onderzoek volgens deze voorwaarden uitgevoerd is, kan volgens de wetgever een goed onderbouwde uitspraak gedaan worden over; -

de aanwezigheid van beschermde soorten; de functie van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor deze soorten; het belang van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor aanwezige beschermde soorten; de effecten van plannen op deze soorten; de keuze voor te nemen (mitigerende- en/of compenserende) maatregelen.

De voorwaarden waaraan onderzoek moet voldoen, staan beschreven in de kennisdocumenten die in opdracht van de wetgever door BIJ12 opgesteld zijn en de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus. Onderzoeken die niet volgens deze voorwaarden uitgevoerd zijn, kunnen volgens het bevoegd gezag geen basis en onderbouwing vormen van ontheffingsaanvragen en aanvragen zullen om die reden afgewezen worden. BNL advies werkt volgens bovengenoemde kennisdocumenten en inventarisatieprotocollen. Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de Wnb een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen (zie tabel 1).

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

• Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; • Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; • Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren.

4

De verbodsbepalingen uit de artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de Wnb kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. Ook bij het opstellen of herzien van het aanvullend onderzoek vleermuizen, zijn de bepalingen uit de Wnb van belang. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de Wnb plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten:

Tabel 1: artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

5

De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten die ook terug te vinden zijn in de artikelen met verbodsbepalingen: alle vogels uit de Europese Vogelrichtlijn (artikel 3.1), alle soorten die in de Europese Habitatrichtlijn vermeld worden (artikel 3.5) en “overige soorten” (artikel 3.10) die alleen op nationaal niveau beschermd worden. Provincies mogen afwijken van de lijst met “overige soorten” door vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Hierdoor kan deze lijst per provincie verschillen.

Soorten Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.1 en/of artikel 3.5 Wnb overtreden worden door de voorgenomen activiteit, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; • Zij is nodig: a) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of c) In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang b “dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk.

Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken of, in het geval van een compensatieplan, te compenseren. Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. De ontheffing kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten.

Pagina

6

Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Wet Natuurbescherming plaats via Europese Natura 2000 -gebieden. De Wet Natuurbescherming regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). Voor deze beschermde gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld waarin beschreven staat voor welke (natuurlijke) habitats en dier- en plantensoorten het gebied aangewezen is. Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten, plannen en andere handelingen die nadelige effecten hebben op één of meerdere instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, zijn vergunningplichtig of moeten de goedkeuring, een “bestuurlijk oordeel”, van het bevoegd gezag hebben (in veel gevallen zijn dit Gedeputeerde Staten en in andere gevallen is dit de minister van Economische Zaken). Zij oordelen dan dat een vergunning niet nodig is. Of deze goedkeuring wordt gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van de zogenaamde habitattoets. Uit de habitattoets kunnen drie mogelijkheden volgen: • Er is zeker geen nadelig effect.

In dit geval is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; • Er is sprake van een nadelig effect in de vorm van verstoring, maar dit is niet significant en er is geen sprake van verslechtering van aangewezen habitats. Hieruit volgt dat een vergunningaanvraag niet aan de orde is. Wel is een bestuurlijk oordeel van het bevoegd gezag nodig; Aanvullend onderzoek Huismus Oosteinde te Scherpenzeel 15 • Er is sprake van een mogelijk significant nadelig effect in de vorm van verstoring en/of er is sprake van verslechtering van aangewezen habitats. In dit geval dient een passende beoordeling opgesteld te worden en is een vergunning nodig. Een ‘passende beoordeling’ is een rapport waarin (de zo exact mogelijke omvang van) de effecten, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, van een plan, project of handeling op een Natura 2000-gebied beschreven staan. Deze nadelige effecten worden in relatie tot de instandhoudingsdoelen bepaald. Indien uit de passende beoordeling volgt dat er significant nadelige gevolgen op zullen treden, moeten de plannen getoetst worden aan de zogenaamde ADC-criteria; 1. Zijn er Alternatieven? 2. Is er sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang? 3. Zijn er Compenserende maatregelen voorzien?

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De bescherming van het natuurnetwerk is opgenomen in de Verordening Ruimte van de desbetreffende provincie en valt hiermee buiten de Wet Natuurbescherming.

7

Wanneer er een alternatief bestaat voor de voorgenomen plannen dat niet tot significant nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen leidt, moet dit alternatief gekozen worden. De ecologische belangen hebben in dit geval voorrang op economische belangen. Wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en/of er voldoende compenserende maatregelen getroffen worden, kan vergunning voor de voorgenomen plannen verleend worden.

Pagina

8

Natuurwaarden van het NNN worden afgemeten aan doelsoorten. Het is belangrijk dat verlies van en winst aan belangrijke natuurwaarden hieraan worden afgemeten. Ruimtelijke ingrepen moeten vooraf worden getoetst op hun effect op het areaal, de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Ingrepen die geen significant negatief effect op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hebben, kunnen in principe doorgang vinden. Als echter het tegenovergestelde geldt, hangt doorgang van de plannen onder meer af van het belang van de plannen en van de mogelijkheden voor mitigatie en compensatie. Hierbij geldt het 'Nee, tenzij-regime'. Per saldo dient de kwaliteit en/of kwantiteit van het NNN te verbeteren. Waar Natura 2000 -gebieden met het NNN overlappen, blijft ook het NNN-regime gelden.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is zuidweselijk gelegen van de kern van het dorp Wijchen (zie afbeelding 1). De bestaande kavel is momenteel in gebruik als woonkavel met woning en bijgebouwen (zie afbeelding 2). Het overige deel van de kavel fungeert als tuin met daarin diverse beplantingen.

Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied. De locatie, Vormerseweg 12, ten zuidwesten van de kern Wijchen, wordt globaal aangeduid met de rode cirkel. Bron: Kadviewer.map5.nl, 31-032022

3.2 Voorgenomen ontwikkeling De voornemens zijn om de bestaande woning en bijgebouw (voormalig bakhuis) te verbouwen, waarbij zowel werkzaamheden aan daken als aan gevels uitgevoerd gaan worden.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Het onderzoek wordt uitgevoerd a.d.h.v.: - Vleermuisprotocol 2021 - Handreiking kleine marters en expert judgement

9

Voortkomend uit de eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna, dienen de te verbouwen bebouwingen en aangrenzende bebouwingen en beplantingen beoordeeld te worden op de aanwezigheid van vleermuizen (Habitatrichtlijn) en de steenmarter (Beschermingsregime ‘andere soorten’).

Afbeelding 2: het plangebied met de beoordelen bebouwingen. Bron: Kadviewer.map5.nl, 31-03-2022

3.3 Beschrijving onderzoeksgebied Het plangebied ligt ten zuidwesten van Wijchen, tussen het dorp en de N845. Het plangebied bestaat uit een woning met voormalige stal en een voormalig bakhuis. Daarnaast bevindt zich in het plangebied een waterbassin (ten zuiden van de bebouwing), half-verharding, een tuin behorende bij de woning, weide en overige bos/vegetatie. Vogels en zoogdieren De woning en voormalig bakhuis (1 en 2 in afbeelding 2) bevatten een pannendak zonder dakbeschot (bij de woning wel riet) en zonder spouwmuren. Vogelschroot is onder de dakpannen afwezig, maar de ruimte is dermate klein dat het niet geschikt is voor o.a. de huismus en de steenuil.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Gedurende de quickscan zijn (oude) sporen van vleermuizen aangetroffen in het achterhuis (voormalige stal) in de vorm van uitwerpselen < 10 stuks en vlindervleugels < 5 stuks. Het kan dus zijn dat vleermuizen (gewone grootoorvleermuis) de te verbouwen woning gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats. Een nader onderzoek naar vleermuizen dient uitgevoerd te worden.

10

Doordat er geen koeien meer aanwezig zijn die worden gevoerd (met bijvoorbeeld maïs), vervalt deze voedselbron voor huismussen of andere vogels. Huismussen en hun roepjes werden tijdens het veldbezoek dan ook niet in- of om het plangebied waargenomen; Daarnaast zijn er geen vogelnesten waargenomen. Huismus- en steenuilennesten zijn hier dus afwezig.

In het voormalig bakhuis zijn enkele sporen van de steenmarter aangetroffen in de vorm van uitwerpselen. Verder zijn er geen sporen van prooidieren, wat kan wijzen op een kraamverblijf.

3.4 Onderzochte beschermde soorten 3.4.1 Vleermuizen In het kader van de Wet natuurbescherming is er aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van gebouw- en boombewonende vleermuizen en het gebruik van het plangebied als functionele leefomgeving door vleermuizen. In totaal zijn er 5 bezoeken uitgevoerd (zie tabel 2).

3.4.2 Steenmarter

Pagina

11

In het kader van de Wet natuurbescherming is er aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van de steenmarter in het te verbouwen bakhuis en het gebruik van het plangebied als functionele leefomgeving door de steenmarter. In totaal zijn er 3 bezoeken uitgevoerd, waarbij drie wildcamera’s zijn geplaatst, in de meest geschikt periode, om de aan- of aanwezigheid aan te tonen (zie tabel 2).

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

4. Methode nader onderzoek 4.1 Vleermuizen Tijdens het vleermuisonderzoek is onderzocht welke soorten en aantallen vleermuizen in het gebied voorkomen, en welke functie(s) het plangebied heeft voor vleermuizen (verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes). Dit is essentieel om uitspraken te doen over de effecten op populaties van de beschermde soorten en de eventueel te nemen maatregelen. Ook geeft het duidelijkheid op de vraag of het indienen van een ontheffingsaanvraag noodzakelijk is. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd aan de hand van het landelijk vastgestelde protocol voor vleermuisonderzoek (versie 2021). Dit is een door het bevoegd gezag en het Netwerk Groene Bureaus (NGB) goedgekeurde methodiek. Het vleermuisprotocol geeft aan dat meerdere onderzoeksronden nodig zijn om de verschillende functies van het gebied voor vleermuizen in kaart te brengen. De bezoekronden moeten worden uitgevoerd in de vleermuisactieve periode tussen half mei en eind september. Met behulp van twee batdetectors van het type Anabat Walkabout, Pulsar helion 2 XP50 PRO en een FLIR scion OTM366 nachtkijker met opnamefunctie en zichtwaarnemingen kunnen verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen worden vastgesteld. Een batdetector zet de voor mensen onhoorbare geluiden om in hoorbare geluiden.

Aan de hand van frequentie en ritme van de geluiden is het mogelijk om de vleermuissoorten te onderscheiden. Het vleermuisonderzoek in de voorjaarsperiode is met het oog op de grootte van het plangebied uitgevoerd door twee personen. Voor het vleermuisonderzoek in het najaar is één persoon ingezet; dit aangezien de vleermuizen veelal vanaf een vaste locatie (paar)roepen en derhalve eenvoudiger waargenomen worden. De rondes zijn als volgt uitgevoerd: 

Een ochtendbezoek (voor zonsopkomst) én twee avondbezoeken (na zonsondergang) in de periode 15 mei t/m 15 juli om kraam- en zomerverblijfplaatsen en foerageergebieden te onderzoeken; Twee avondbezoeken (na zonsondergang) in de periode 15 augustus tot 1 oktober om paar- en winterverblijfplaatsen en foerageergebieden te onderzoeken.

De onderzoeken naar foerageer-, kraam- en zomerverblijfplaatsen zijn uitgevoerd op 18 mei, 29 juni en 5 juli 2022. De onderzoeken naar winter- en paarverblijven zijn uitgevoerd op 8 september en 29 september 2022 (zie tabel 2). Tijdens de bezoeken zijn de te slopen bebouwingen ook van binnen tevens nog visueel geïnspecteerd op aanwezigheid van vleermuizen (als extra controle). Aangezien het onderzoek geheel conform het landelijk vastgestelde vleermuisprotocol is uitgevoerd, zijn de resultaten betrouwbaar. Onderzoeker(s) Temperatuur Weersomstandigheden Windkracht Begintijd Eindtijd R. Bijvelds & M. Napier 26 graden celcius Droog 0-1 bft, zuid 21.28 00.05 R.Bijvelds & M. Napier 25 graden celcius Droog 1 bft, zuidwest 22.00 00.30 R. Bijvelds 11 graden celcius Droog 1 bft, west 01.59 05.29 R. Bijvelds 19 graden celcius Droog 1 bft, oost 22.00 01.00 R. Bijvelds 7 graden celcius Droog 1 bft, zuidoost 22.00 01.00

Tabel 2: Data en weersomstandigheden onderzoek vleermuizen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Locatie 18-5-2022 Vormerseweg 12, Wijchen 29-6-2022 Vormerseweg 12, Wijchen 5-7-2022 Vormerseweg 12, Wijchen 8-9-2022 Vormerseweg 12, Wijchen 29-9-2022 Vormerseweg 12, Wijchen

12

Onderzoekmomenten Datum

4.2 Steenmarter Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen ‘Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming, provincie Noord- Brabant 2017,’ en de Stichting Kleine marters en expert judgement. Om verblijfsfuncties voor steenmarter vast te stellen zijn drie wildcamera’s (cameravallen) opgesteld op de zolder van het bakhuis waar uitwerpselen zijn aangetroffen en op kansrijke plekken op het erf tussen het bakhuis en bestaand bosgebied. De camera’s zijn geplaatst op 18-5-2022 en verwijderd op 5-7-2022.

Pagina

13

Afbeelding 3: locaties geplaatste wildcamera’s

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

5. Veldonderzoek 5.1 Resultaten en conclusies veldonderzoek De resultaten van de uitgevoerde veldbezoeken zijn hieronder in chronologische volgorde beschreven. In bijlage 1 zijn de foerageerlocaties/ routes en vliegroutes van aangetroffen vleermuissoorten weergegeven.

5.1.1 Vleermuizen Tijdens de rondes zijn zes soorten vleermuizen waargenomen; de gewone dwergvleermuis (Pippistrellus pippistrellus ppip) tijdens alle rondes, de ruige dwergvleermuis (Pippistrellus nathussi pnat) tijdens alle rondes, de gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus paur) tijdens de eerste, tweede, vierde en vijfde ronde, de watervleermuis (Myotis daubentonii mdau), tijdens de tweede, derde en vierde ronde, de laatvlieger (Eptesicus serotinus, eps) alle rondes en de rosse vleermuis (Nyctalus noctula nyn) alle rondes. De eerste ronde was er weinig activiteit op en rond het plangebied, een aantal ppip en pnat foerageerde rondom de woning en bijgebouw en nabij het water ten zuiden van het plangebied. De paur is tegen het einde van de rond waargenomen ten zuiden van de te verbouwen woning en ten noorden van het te behouden bijgebouw ten westen van de woning. Vier maal vloog een eps en nyn over in noord-zuidelijke richting. Er is geen indicatie geweest voor verblijfplaatsen in het plangebied. Tijdens de tweede ronde zijn rondom de bebouwing de ppip, pnat, paur foeragerend aangetroffen. Twee maal vloog een eps en nyn over in noord-zuidelijke richting. Ook was deze ronde de mdau foeragerend actief boven de waterpartij ten zuiden van de bebouwing (zie afbeelding 4). Er is geen indicatie geweest voor verblijfplaatsen in de te verbouwen bebouwing.

De derde ronde zijn de ppip, pnat en de mdau foeragerend aangetroffen rondom de te verbouwen bebouwing en boven de waterpartij (zie afbeelding 5). Twee maal vloog een eps en nyn over in noord-zuidelijke richting. Geen verblijfplaatsen vastgesteld in te verbouwen bebouwing. Tijdens de vierde ronde zijn de zes eerder aangetroffen soorten foeragerend waargenomen rondom de te behouden bebouwing. De paur is maar eenmaal gezien ten noorden van het bijgebouw ten westen van de woning. Er zijn baltsroepen waargenomen nabij het water, ten oosten en zuiden van de waterpartij nabij de bomen van de ppip en pnat. Er zijn geen verblijfplaatsen (paar, winter, overige) waargenomen. Tijdens de vijfde ronde zijn foeragerende vleermuizen waargenomen rondom de te verbouwen woning en boven- en nabij de waterpartij. Hierbij ging het om de soorten ppip, pnat, paur. Eenmaal zijn zowel de nyn als de eps overvliegend waargenomen. Er zijn geen verblijfplaatsen (paar, winter, overige) waargenomen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Gedurende het onderzoek naar de steenmarter is éénmaal de steenmarter waargenomen op zolder van het bakhuis (zie afbeelding 7) en meerdere malen ten zuiden van het bakhuis (zie afbeelding 6). Hij migreerde vanuit het bosperceel in de richting van het bakhuis. In tegengestelde richting is de steenmarter niet waargenomen. Waarschijnlijk is de camera geplaatst een in vaste foerageerroute. Aangezien er geen veranderingen aan deze route uitgevoerd gaan worden, worden nadelige gevolgen niet verwacht.

14

5.1.2 Steenmarter

Afbeelding 4 en 5: Foeragerende vleermuizen boeven waterpartij. Bron: BNL advies

Afbeelding 6 en 7: Steenmarter buiten- (ten zuiden van het voormalige bakhuis) en eenmaal binnen het voormalige bakhuis. Bron: BNL advies

5.2 Gebiedsfunctie 5.2.1 Verblijfplaatsen / zwermgedrag vleermuizen Tijdens de paarperiode (augustus-september) werden er baltsende gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen waargenomen nabij de waterpartij en het bosperceel ten zuiden van de woning. Zwermgedrag is niet waargenomen. Tijdens de veldbezoeken in de zomermaanden zijn er in het plangebied geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen in de te verbouwen bebouwingen. Op basis van de verrichte onderzoeksinspanning kan het voorkomen van verblijfplaatsen in de te verbouwen bebouwingen binnen het plangebied voor vleermuizen worden uitgesloten. De aangetroffen sporen zijn mogelijk dermate oud, dat vleermuizen al enkele jaren het pand niet meer kunnen bezoeken. Ook zijn er geen geschikte openingen in de bebouwing aangetroffen waar vleermuizen naar binnen kunnen komen. Mogelijk zijn vleermuizen in het verleden het pand een enkele keer (gezien het geringe aantal sporen) binnen kunnen komen door het luik aan de zuidzijde van de bebouwing, welke nu afgesloten is.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Vliegroutes M.b.t. de foeragerende ppip, mdau, paur en pnat binnen het plangebied, is het niet duidelijk waar de vaste rust- en verblijfplaatsen zijn.

15

Rust-, voortplantings- en verblijfplaatsen Er zijn tijdens het nader onderzoek geen vaste rust- en verblijfplaatsen binnen het plangebied aangetroffen in de verbouwen en behouden bebouwing.

Wel dienen de bebouwingen en beplantingen als vaste vliegroute voor deze soorten om het plangebied binnen te komen en uit te gaan. Aangezien hier niets aan veranderd, worden nadelige effecten niet verwacht. De andere soorten (nyn en eps) zijn zo weinig waargenomen en passeerde dermate hoog, dat het plangebied ook voor hen geen functie als beschermde vliegroute heeft. Foerageergebied Tijdens het veldbezoek zijn op bepaalde momenten grote aantallen foeragerende gewoneen ruige dwergvleermuizen, watervleermuizen en gewone grootoorvleermuizen binnen- en nabij het plangebied waargenomen, enkele keren rondom de verbouwen bebouwing en vooral boven- en nabij de waterpartij. Het plangebied zelf vormt geen essentieel (beschermd) foerageergebied van vleermuizen, gezien de voldoende vergelijkbare / betere structuren in de directe omgeving (de waterpartij met aangrenzende beplantingen behoord zeker wel tot het essentieel leefgebied (vliegroute en foerageergebied) van diverse soorten vleermuizen. Voor de geplande werkzaamheden is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor vleermuizen niet nodig. Paarverblijven Tijdens de bezoeken in september zijn er baltsende vleermuizen (ppip en pnat) waargenomen ten oosten en zuiden van de waterpartij. Paarverblijfplaatsen binnen het plangebied zijn uitgesloten.

Winterverblijven De te verbouwen gebouwen zijn ongeschikt als massawinterverblijfplaats. De afwezigheid van zwermactiviteiten tijdens het najaarsonderzoek bevestigd dit. De aanwezigheid van paarverblijfplaatsen is voor de gewone dwergvleermuis vaak een indicatie dat gebouwen ook geschikt zijn als winterverblijfplaats voor een kleine groep of solitair overwinterende gewone dwergvleermuizen. Afhankelijk van het type bebouwing zijn deze winterverblijfplaatsen alleen geschikt in milde winters of ook tijdens strenge vorst. Omdat er geen zomer- of paarverblijfplaatsen zijn vastgesteld in de te verbouwen gebouwen is het onwaarschijnlijk dat er kleine winterverblijfplaatsen van solitair overwinterende vleermuizen in de te verbouwen bebouwing aanwezig zijn.

5.2.2 Verblijfplaatsen steenmarter Gezien het eenmalige bezoek van de steenmarter aan het bakhuis, de minimale hoeveelheid uitwerpselen en het feit dat het alleen uitwerpselen van volwassen dieren betrof, gaat het hier niet om een vaste rust- en verblijfplaats van de steenmarter.

Pagina

16

Wel is de steenmarter vaker ten zuiden van het voormalige bakhuis waargenomen. Het plangebied dient dus wel als foerageergebied van de steenmarter.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

6. Effectanalyse en maatregelen 6.1 Effectanalyse vleermuizen Door het ontbreken van verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van vleermuizen binnen het plangebied (in- en direct grenzend aan de te verbouwen bebouwingen) zijn effecten op deze beschermde onderdelen van het leefgebied van vleermuizen uitgesloten. Er worden ten aanzien van de verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van vleermuizen zodoende geen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden.

6.1.1 Toetsing Wet natuurbescherming/staat van instandhouding De voorgenomen ontwikkelingen zullen geen invloed hebben op de in het plangebied voorkomende vleermuizen. Er worden geen verblijfplaatsen aangetast. Ook worden geen essentiële vliegroutes of essentieel foerageergebied aangetast. Daarmee kan gesteld worden dat de duurzame instandhouding van de aangetroffen vleermuissoorten niet in gevaar komt. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van de plannen is daarmee niet nodig. Daarnaast kan de verbouwing natuurinclusief ontworpen en uitgevoerd worden. Dit houdt in dat er definitieve verblijfplaatsen en een geschikte leefomgeving voor gebouw bewonende soorten zoals vleermuizen en huismussen worden gerealiseerd in en om de bebouwing.

6.1.2 Aanbevelingen -

-

-

Geadviseerd wordt om de werkzaamheden bij daglicht uit te voeren. Vleermuizen kunnen zelf geen verblijfplaatsen maken en zijn dus afhankelijk van bestaande verblijfplaatsen. Er zijn onderhoudsvrije vleermuiskasten te koop welke kunnen worden ingemetseld of die eenvoudig te bevestigen zijn aan muren aan bestaande en te renoveren bebouwing. Deze positieve maatregelen zijn veelal eenvoudig en met geringe meerkosten in of bij (nieuw)bouw toe te passen. De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Verder kunnen vogels broeden in de omgeving van het plangebied. Werkzaamheden die een verstorend effect op broedende vogels veroorzaken dienen daarom plaats te vinden buiten het broedseizoen (broedseizoen loopt van globaal half maart tot half augustus). Bij onvoorziene omstandigheden dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

6.2 Effectanalyse steenmarter

Pagina

17

Bij de werkzaamheden kunnen geen vaste voortplantings- of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren (zoals de steenmarter) en amfibieën worden aangetast of vernietigd. Individuen kunnen hierbij niet worden verwond of gedood.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

7. Conclusie Gezien de conclusie uit het nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen en de steenmarter en hun essentieel leefgebied binnen het plangebied, worden nadelige effecten niet verwacht. Er is in het kader van de Wet natuurbescherming dus geen ontheffing nodig om de geplande werkzaamheden uit te mogen voeren. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient altijd een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.

Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies

Pagina

18

26-10-2022

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Geraadpleegde bronnen: -

Vleermuisprotocol 2021 https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/vleermuisprotocol

-

Kennisdocument gewone dwergvleermuis https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf

-

Kennisdocument rosse vleermuis https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-016Kennisdocument-Rosse-vleermuis-1.0.pdf Kennisdocument watervleermuis https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-020Kennisdocument-Watervleermuis-1.0.pdf

-

Kennisdocument ruige dwergvleermuis https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-018Kennisdocument-Ruige-dwergvleermuis-1.0.pdf

-

Kennisdocument gewone grootoorvleermuis https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-005Kennisdocument-Gewone-grootoorvleermuis-1.0.pdf

-

Handreiking kleine marters https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/imce/nieuwesite/0verigen/downloa ds/15908%20Handreiking%20kleine%20Marters%20DIGITAAL.pdf

-

De laatvlieger https://www.stichtingdelaatvlieger.nl/444415244

-

Dietz C., Kiefer A., 2017, Veldgids Vleermuizen van Europa

-

Waarnemingen - Waarneming.nl

Pagina

19

-

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

20

Bijlage 1: Verbeelding aangetroffen vleermuizen

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=67559e6f-59f5-48c8-9681-702a94d4e681