TOE_Bijlage 7_Quickscan_Flora_Flora-en fauna
Tekst van het document
31-3-2022
QuickScan flora en fauna Vormerseweg 12, Wijchen
R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl –
Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, op de locatie: Vormerseweg 12, Wijchen
BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Projectlocatie:
Vormerseweg 12 6602 AH Wijchen
Status: Versie: Datum: Auteur:
definitief 21220.QFF 31-3-2022 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)
© copyright BNL advies 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
Pagina
Opgesteld door:
1
Colofon:
Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.
Inleiding .............................................................................................4
2.
Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1 Wet natuurbescherming .........................................................................5 2.1.1 Bescherming van gebieden .................................................................5 2.1.2 Bescherming van soorten ...................................................................5 2.1.3 Bescherming van houtopstanden ..........................................................5 2.2 Verordening ruimte ..............................................................................5
3.
Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1
Algemeen.......................................................................................7
3.2
Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................7
3.2.1 Woonhuis en bijgebouwen .................................................................8 3.2.4 Directe omgeving en beplantingen .......................................................8 3.3 4.
Vooronderzoek ................................................................................9
Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 10 4.1
Algemeen..................................................................................... 10
4.2
Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 10
4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 10 4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ....................... 11 4.2.3 Algemene broedvogels ................................................................... 11 4.2.4 Werken binnen het broedseizoen ....................................................... 11 4.3 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 12 4.3.1 Vleermuizen ................................................................................ 12 4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten ........................................................ 13 4.4 Nationaal beschermde soorten ............................................................... 13 4.4.1 Amfibieën en reptielen .................................................................. 13 4.4.2 Libellen ..................................................................................... 14 4.4.3 Dagvlinders ................................................................................. 14 4.4.4 Vaatplanten ................................................................................ 14
Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 15 5.1 Soorten Vogelrichtlijn ......................................................................... 15 BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
Pagina
5.
2
4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing ........................................................... 14
5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 15 5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ....................... 15 5.1.3 Algemene broedvogels .................................................................... 15 5.2 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 15 5.2.1 Vleermuizen ................................................................................ 15 5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten ......................................................... 16 5.2.3 Nationaal beschermde soorten .......................................................... 16 5.3 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ................................................... 16
3
Conclusie .......................................................................................... 17
Pagina
6.
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
1. Inleiding Aanleiding. Op verzoek van de initiatiefnemer, is op woensdag 23 maart 2022, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel. Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Vormerseweg 12 te Wijchen. De werkzaamheden de verbouwing van de bestaande woning en voormalig bakhuis. Bij werkzaamheden worden daken verwijderd en vind na-isolatie plaats. In- en nabij de bestaande bebouwingen en in aangrenzende beplantingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.
Pagina
4
De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen.
2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
2.2 Verordening ruimte
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
Pagina
Naast het Gelders Natuurnetwerk, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
5
In de Verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Gelderland het ‘Gelders Natuurnetwerk’ genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het Gelders Natuurnetwerk kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’.
Pagina
6
Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied ligt ten zuidwesten van het centrum van Wijchen, in de gemeente Wijchen, liggende in de provincie Gelderland (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1: De projectlocatie ten zuidwesten van het centrum van Wijchen, is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 31-03-2022
3.2 Voorgenomen ontwikkeling
Pagina
7
De werkzaamheden de verbouwing van de bestaande woning en voormalig bakhuis. Bij werkzaamheden worden daken verwijderd en vind na-isolatie plaats. In- en nabij de bestaande bebouwingen en in aangrenzende beplantingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Het plangebied / de onderzochte omliggende gronden, zijn in afbeelding 2 weergegeven.
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
Afbeelding 2: De kavel met kavelnummer: 2521 met daarbinnen de te verbouwen bebouwing en aangrenzende beplantingen welke bezocht en onderzocht zijn op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, zijn weergegeven binnen het rood kader. Bron: Kadviewer, datum: 31-03-2022
3.2.1 Woonhuis en bijgebouwen De bestaande woning met aanpandig bijgebouw gaat verbouwd worden. Het dak van de woning gaat na-geïsoleerd worden en intern gaan verbouwingen plaats vinden in het aanpandig bijgebouw. Hierbij wordt onder andere het dak tijdelijk verwijderd en worden in de stal aangrenzend aan de woning een multifunctionele ruime en vakantiewoningen gerealiseerd. Het voormalige bakhuis gaat verbouwd worden tot twee vakantiewoningen. In de bestaande bebouwing kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen zoals vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Maar ook andere vogelsoorten kunnen de bebouwing gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen.
Aangrenzend aan de bebouwing zijn zowel ten noorden, oosten als ten zuiden van de bebouwing bomen aanwezig. Tijdens de rondgang dienen de bomen nabij de te verbouwen BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
Pagina
3.2.4 Directe omgeving en beplantingen
8
Afbeelding 3 en 4: de te verbouwen bebouwing. Bron: BNL advies, datum: 23-03-2022
bebouwing goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavel. Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.
3.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 176-423. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.
Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF Datum: 22-03-2022 BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
Pagina
9
Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op woensdag 23 maart 2022 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -
Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in de bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder daken of achter gevelbekleding. Beschermde plantsoorten op- en rondom de bebouwing Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te verbouwen bebouwingen) is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus. Voor de huismus zijn geen mogelijk geschikte verblijfplaatsen in de te verbouwen bebouwing aanwezig. Dit door het ontbreken van mogelijk geschikte verblijfslocaties bijvoorbeeld onder daken. Er is in een deel van de bebouwing geen dakbeschot aanwezig, en de dakpannen zijn dermate plat, dat geschikte ruimten onder daken niet ontstaan. Overige mogelijke vaste rust en verblijfplaatsen van huismussen zijn niet aangetroffen. Ook waren er tijdens het veldbezoek geen huismussen hoor- en zichtbaar aanwezig rondom de bebouwing. Nader onderzoek naar huismussen wordt niet nodig geacht. Gierzwaluw. Voor gierzwaluwen is het projectgebied zelf mogelijk geschikt. Gierzwaluwen komen vooral voor in dorpen en steden met (hoge) lintbebouwing. De gierzwaluw is binnen het projectgebied niet aanwezig, door het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar mogelijke voortplantings- en verblijfplaatsen. Nader onderzoek naar gierzwaluwen wordt niet nodig geacht. Uilen. De aanwezigheid van steenuil en kerkuil kan redelijkerwijs worden uitgesloten wegens het ontbreken van invliegopeningen naar afgesloten donkere zolders van de te verbouwen bebouwingen.
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
Pagina
Belangrijk is om de werkzaamheden aan de bebouwingen uit te voeren buiten het broedseizoen om zo de uilen zo min mogelijk te storen. De kerkuil woont tegen de bewoonde bebouwing aan waar diverse dagelijkse werkzaamheden uitgevoerd worden. Ervan uitgegaan kan worden dat de verstoring voor deze soort minimaal is, aangezien hij hier door toedoen van de mens is komen wonen.
10
Wel is in de schuur ten westen van de woning een bewoonde kerkuilkast aanwezig (zie afbeelding 5 en 6) en in de kleine veldschuur ten noorden van de te verbouwen bebouwing, centraal op de akker woont een steenuil. Voor deze steenuil is ook een steenuilenkast opgehangen door de stadsecloog, aangezien de veldschuur in slechte staat is.
Afbeelding 5 en 6: geplaatste (bewoonde) kerkuilkast in het aangrenzende bijgebouw. Bron: BNL advies.
Overige soorten. Binnen en rondom het projectgebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid. Ook voor soorten als de boomvalk en ransuil, zijn geen mogelijke nestlocaties aangetroffen. Deze soorten gebruiken vaak oude kraaien- en eksternesten om te nestelen, deze zijn in de directe omgeving van het plangebied niet aangetroffen.
4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen en nestkasten en bomenholten, zoals spreeuw, koolmees en pimpelmees. Wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (het verbouwen van bebouwingen), kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.3 Algemene broedvogels De bomen en beplantingen nabij het plangebied zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Dit betreft soorten als merel, zanglijster, houten tortelduif. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze in geen enkele vorm een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (het verbouwen van bebouwingen). Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.4 Werken binnen het broedseizoen
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
Pagina
Voorafgaand aan de werkzaamheden kunnen eventuele aanwezige ongebruikte nesten worden verwijderd door een ecoloog. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd of uitgesteld op aanwijzingen van de ecoloog.
11
Werken binnen- én buiten het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er sloopwerkzaamheden plaats gaan vinden is voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van bezette nesten noodzakelijk.
4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen De bebouwing in het plangebied, is gezien het bureauonderzoek, potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Te denken valt dan aan de laatvlieger, de ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en in mindere mate de gewone grootoorvleermuis. Uit de verspreidingsatlas (NDFF) kwam naar voren dat enkele van deze soorten ook eerder gezien zijn in de directe omgeving. De woning met aanpandig bijgebouw De bebouwing is gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van vleermuizen. In de zuidgevel is openstaande boeiboord aanwezig (zie afbeelding 7 en 8). Hier kunnen vleermuizen mogelijk het pand binnen komen, of andere geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen vinden.
Afbeelding 7 en 8: openstaande overstek waar vleermuizen achter kunnen verblijven of in de bebouwing kunnen komen. Bron: BNL advies, datum: 23-03-2022
In het achterhuis van de woning zijn sporen van vleermuizen aangetroffen in de vorm van uitwerpselen en afgebeten vlindervleugels. Mogelijk zijn deze sporen van gewone grootoorvleermuizen. Er zal dan ook nader onderzoek naar vleermuizen in de te verbouwen bebouwing uitgevoerd moeten worden.
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
Pagina
Voormalig bakhuis. In het voormalig zijn geen sporen/ potentiele verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Wel kan tijdens het nader onderzoek vleermuizen de locatie meegenomen worden in het onderzoek.
12
Afbeelding 9 en 10: sporen van vleermuizen in het achterhuis van de woning. Bron: BNL advies, datum: 23-03-2022
Beplantingen en directe omgeving. In de beplantingen en bomen direct grenzend aan het plangebied zijn geen geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren aangetroffen welke de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken, welke nadelige effecten zouden ondervinden van de geplande werkzaamheden. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in de bomen wordt dan ook niet nodig geacht.
4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied zelf (de te verbouwen bebouwingen) is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn, door de afwezigheid van een geschikt habitat. Wel is de amfibieënpoel mogelijk geschikt voor de kamsalamander. Aangezien de geplande werkzaamheden geen negatief effect hebben op de poel of een landhabitat, wordt nader onderzoek naar deze soort niet nodig geacht.
4.4 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Gelderland geen vrijstelling geldt zoals de steenmarter. Potentiële verblijfplaatsen zoals een oude hooizolder en openingen naar de vlieringen en overige mogelijke verblijfplaatsen zijn voor de steenmarter aanwezig. Ook zijn er sporen in de vorm van uitwerpselen en prooidieren aangetroffen. Nader onderzoek naar de steenmarter wordt dan ook nodig geacht. Het plangebied is mogelijk geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten (spits)muizen waarvoor in Gelderland een provinciale vrijstelling geldt.
Afbeelding 11 en 12: uitwerpselen steenmarter in voormalig bakhuis. Bron: BNL advies, datum: 23-03-2022
4.4.1 Amfibieën en reptielen
Pagina
Wel is de aangrenzende amfibieënpoel geschikt voor soorten amfibieën zoals bijvoorbeeld de bruine- en groene kikker, padden en alpenwatersalamander. De stadsecoloog gaat nader onderzoek doen naar de aanwezigheid van amfibieën in de poel, maar hier hebben de geplande werkzaamheden geen negatief effect op.
13
Het plangebied (de te verbouwen bebouwingen) zelf is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën en reptielen waarvoor in de provincie Gelderland geen vrijstelling geldt, door de afwezigheid van geschikt habitat nabij de te verbouwen bebouwingen. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
4.4.2 Libellen Het plangebied zelf is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders. Het bronnen- en het veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig.
4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt zoals verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
Pagina
14
Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen.
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten De te verbouwen gebouwen zijn niet geschikt bevonden voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, namelijk de huismus, gierzwaluw, steen- en kerkuil. Naderonderzoek naar het voorkomen/ gebied gebruiksfuncties van deze soorten wordt niet nodig geacht, wanneer gewerkt wordt buiten het broedseizoen (i.v.m. aanwezigheid steen- en kerkuil in de omgeving van het plangebied).
5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten, waaronder spreeuw, koolmees, pimpelmees. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord.
Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle uit te voeren op aanwezige nesten. Wanneer bewoonde nesten aanwezig zijn, dan dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden, tot de jonge vogels uitgevlogen zijn.
5.1.3 Algemene broedvogels De bomen en beplantingen nabij het plangebied zijn geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle uit te voeren op aanwezige nesten. Wanneer bewoonde nesten aanwezig zijn, dan dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden, tot de jonge vogels uitgevlogen zijn.
5.2 Soorten Habitatrichtlijn
Het onderzoek moet uitgevoerd worden aan de hand van het vleermuisprotocol 2021 van Netwerk Groene Bureaus. BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
Pagina
De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Een nader onderzoek naar vleermuizen moet uitsluitsel geven of- en hoe vleermuizen de bebouwing binnen het plangebied gebruiken. Dit onderzoek moet gebeuren voor werkzaamheden aan bebouwingen uitgevoerd mogen worden.
15
5.2.1 Vleermuizen
5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikt habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
5.2.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn sporen van de steenmarter aangetroffen waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Deze soort zal nader onderzocht moeten worden, en mogelijk moeten hier mitigerende maatregelen voor toegepast worden. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt zoals (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effecten op (spits)muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
5.3 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor- en na de bouw/ verbouw. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe)soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen, en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen de westgevel van de bebouwing. Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivara.nl of www.waveka.nl.
Pagina
16
Voor de vleermuizen kunnen ook ruimtes open gelaten worden in de overstek welke toegang bieden tot de spouw, zodat ze zich in de spouw kunnen schuilhouden en voortplanten. Het is ook mogelijk nestkasten voor huismussen en vleermuizen in te metselen in de spouw. Dit heeft geen negatief effect op de isolatiewaarde maar wel een positief effect op de aanwezige soorten in de omgeving.
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl
6. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, dient een aanvullend flora- of faunaonderzoek uitgevoerd te worden, voorafgaand aan de geplande werkzaamheden, naar de aanwezigheid van: -
Vleermuizen Steenmarter
Belangrijk is om gedurende de ontwikkeling (verbouwen van bebouwing) de punten uit hoofdstuk 5.3 mee te nemen in het ontwerp. Dit zou voor (beschermde) soorten in de directe omgeving een welkome aanvulling zijn. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.
Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies
Pagina
17
31-03-2022
BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl