CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

t en r_Boskantse Broekstraat 3, Lunen_vastgesteld.pdf

Raad openbaar Wijchen 20 december 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 75143 beslisnota Vaststellen bestemmingsplan 'Boskantse Broekstraat 3, Lunen'.20.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Boskantse Broekstraat 3, Lunen Gemeente Wijchen

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Boskantse Broekstraat 3, Lunen NL.IMRO.0296.BGBBoskBrstr3-DFBP Vastgesteld 22 december 2022 56.90.36

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Dhr. F. Hofmans

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Dhr. E. Stevens Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl

2

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4

5 Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Duurzame stedenbouw Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen

7 7 7 8 9 9 10 12 14 14 16 17 18 22 22 27 33 34 34 36 37 37 37 39 39 39 39 39

Bijlagen bij de toelichting

41

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13

43 45 47 49 51 53 55 57 59 61 63 65 67

Schetsontwerp Stedenbouwkundige randvoorwaarden en beeldkwaliteit Natuurinclusief bouwen Schetsontwerp seniorenwoning Input informatiebord historie en plukfruit Berekening GO GO Versterkingsplan Verkennend bodemonderzoek Beoordeling bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Watertoets Quickscan Flora en Fauna Archeologisch onderzoek

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

3

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

69 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Natuur - 1 Wonen - 1 Leiding - Gas Waarde - Archeologie 2 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Overige regels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

71 71 75 77 77 80 85 86 88 88 88 88 88 89 89 89

Bijlagen bij de regels

91

Bijlage 1

93

4

Schetsontwerp

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Toelichting

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

5

6

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het bestemmingsplan

De initiatiefnemer is voornemens om ten oosten van de bestaande woning aan de Boskantse Broekstraat 3 te Lunen een seniorenwoning te realiseren. Het perceel is sinds 1987 in eigendom van de huidige eigenaren en door hen bewoond. Voorliggend initiatief maakt het mogelijk dat zij in de seniorenwoning gaan wonen en hun zoon de bestaande hoofdwoning betrekt. Naast dat er hiermee wordt voldaan aan de woonbehoefte van de betrokkenen, wordt er tevens met de ontwikkeling een kwaliteitsverbetering voor de omgeving gerealiseerd, door het terrein tussen de bestaande woning en de Graafseweg te herontwikkelen tot natuur met een openbare pluktuin voor de buurt. Deze ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Boskantse Broekstraat 3 te Lunen, tussen de kernen Lunen en Nederasselt. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Globale ligging planbied, rood omcirkeld (bron: openstreetmap.org)

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

7

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.

8

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Hoofdstuk 2

Het initiatief

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Wijchen, even ten zuiden van de kern Lunen. De locatie is gelegen in het oeverwallenlandschap nabij de grens met het maaskommenlandschap. Deze grens is gelegen op de Boskantse Broekstraat en is ook in het gebied duidelijk te zien. Ten noorden van de weg een meer besloten beeld, ten zuiden weidse zichten over het open landschap. In de huidige situatie is het aantal erven in Lunen gering. De erven zijn wel groter geworden dan vroeger waardoor het beeld tegenwoordig 'steniger' is geworden. Dit komt door de verdichting van bebouwing. Opgaande beplanting bestaat in de huidige situatie met name uit laanbeplanting en beperkt erfbeplanting. Nabij de kruising tussen de Graafseweg en de Zeedijkse Leigraaf bevinden zich een aantal bospercelen. In de directe nabijheid van de planlocatie bevinden zich naast een aantal woningen, een melkveehouderij (ten zuiden) en aan de overzijde van de Graafseweg een vleeswarenbedrijf.

Ligging plangebied in het buurtschap Lunen

Het perceel zelf bestaat uit een woongedeelte met de woning met bijgebouw en omliggende siertuin en een landelijk ingericht deel aan weerszijden daarvan waar hobbymatig herten worden gehouden. In tegenstelling tot eerdere bebouwing op deze locatie, presenteert de woning zich naar de Boskantse Broekstraat (i.p.v. voorheen de Graafseweg).

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

9

De woning en het bijgebouw zijn geen onderdeel van een voormalig erf waardoor een karakteristieke erfachtige opzet ontbreekt. Het architectuurbeeld en de royale siertuin onderstrepen dit. Het geïsoleerde bijgebouw verkeert in prima staat en wordt gebruikt voor o.a. stalling en hobby waardoor deze dient te worden behouden. Het bestaande groen op en rond het woonperceel bestaat uit de laanbeplanting (eiken) langs de Boskantse Broekstraat, enkele solitaire bomen (walnoot, rode beuken) en een bomenrij op de grens met het noordelijk gelegen perceel. Op navolgende afbeeldingen is de huidige situatie weergegeven.

Impressie van de huidige situatie met bestaand woonhuis, bijgebouw, siertuin en dierenweiden

2.2

Toekomstige situatie

De ontwikkeling is gericht op het realiseren van een kwaliteitsverbetering van het perceel en de omgeving. Het bestaat uit een aantal aspecten: bebouwing en duurzaamheid, landschappelijke inpassing en natuur en cultuurhistorie. Navolgende afbeelding geeft de toekomstige situatie weer, tevens opgenomen in bijlage 1.

10

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Uitsnede schetsontwerp Boskantse Broekstraat

Het doel is om de bestaande opzet van een woonhuis met landschappelijk groen aan weerszijden daarvan te behouden maar de invulling daarvan te verbeteren. Door gebiedseigen landschapselementen toe te passen wordt het voormalige beeld van Lunen met een afwisseling van bebouwing en fruitboomgaarden hersteld. Ook wordt hiermee een waardevolle bijdrage geleverd aan de beoogde een ecologische verbindingszone (EVZ) 'Overasseltse Vennen – Bergharen' (paragraaf 3.4.3). Nieuw te bouwen woning De nieuw te bouwen woning wordt op enige afstand van de bestaande woning gerealiseerd. Daar staat de nieuwe woning als veldschuur te midden van een aan te planten hoogstamfruitboomgaard. Een archetype en landschapselement die met name vroeger veel voor kwamen in dit gebied. Daarnaast heeft de milieucontour van de zuidelijk gelegen melkveehouderij de locatie van de nieuwe woning mede bepaald, ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat van de bewoners. Voor de nieuw te bouwen seniorenwoning wordt het archetype van veldschuur beoogd. Daarvoor zijn randvoorwaarden opgesteld ten aanzien van stedenbouw en beeldkwaliteit (zie bijlage 2). Binnen deze kaders is er vrijheid voor de initiatiefnemer om hun woonwensen nader uit te werken zonder afbreuk te doen aan het beoogde beeld.

Het beoogde ontwerp van de seniorenwoning kent een volledig woonprogramma op de begane grond en aanvullend logeer- en hobbyruimten op de verdieping. In bijlage 4 is een ontwerp opgenomen van de mogelijke uitwerking van de nieuwe woning. Navolgende afbeeldingen zijn referentiebeelden voor de nieuw te bouwen woning.

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

11

Referentiebeelden en inspiratie veldschuren als woning

Landschappelijke inpassing en natuurontwikkeling Het plangebied ligt op de rand van het donk van Lunnen. Een kleinschalige inrichting met heggen en bomen is daar gewenst om bij te dragen aan de herkenbaarheid van het donk. Daarvoor is ook belangrijk dat het hoogteverschil van het donk zichtbaar blijft. Een deel van de boomgaard wordt gecombineerd met de dierenweide, waardoor een deel van het bestaande hekwerk wordt verwijderd en een klein deel wordt verplaatst en minder prominent aanwezig is. Het overige deel van de boomgaard wordt voorzien van extensief beheerd bloemrijk gras. Aan de straatzijde wordt een sloot / greppel gerealiseerd die ruimte biedt aan het opvangen van hemelwater en een natuurlijke begrenzing vormt langs de weg. De dierenweide aan de westzijde van de bestaande woning wordt omgevormd tot openbare pluktuin met boom en struikvormers van gebiedseigen soorten. Zo wordt het zicht vanaf de Graafseweg op het bestaande bijgebouw ontnomen en presenteert de bestaande woning zich nog duidelijk naar de Boskantse Broekstraat. De prominente ligging maakt deze plek een geschikte bezoeklocatie voor voorbijgangers en een waardevolle verfraaiing van het buurtschap Lunen. Bij dit rustpunt zal ook een informatiebord worden geplaatst waarop kort de historie van Lunen en de relatie met plukfruit wordt toegelicht (zie bijlage 5).

De pluktuin met poel, fruitbomen, extensief beheerd gras en de sloot zijn waardevolle aanvullingen op het fourageergebied van de das zoals wordt beoogd in het LOP (zie paragraaf 3.4.3). Zie bijlage 3 voor een compleet overzicht van de maatregelen t.a.v. natuurinclusief bouwen.

2.3

Duurzame stedenbouw

In een duurzame leefomgeving wordt bewust omgegaan met energie, klimaat, grondstoffen, ruimte, water en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn een logisch moment om de verschillende aspecten van duurzame stedenbouw vanaf het begin in de planvorming mee te nemen. Bouwbesluit Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Voor woningen geldt sinds 2015 een Energie Prestatie Coëfficiënt van 0,4 op gebouwniveau. Vanaf 2020 wordt deze verlaagd richting een coëfficiënt dichter bij de nul. Vanaf 2020 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de BENG-eisen. Dit is rijksbeleid, waarbij BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen.

12

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Kansen Bij de herinrichting van een perceel en bij nieuwbouw liggen kansen om duurzaamheid te verbeteren. Het energieneutraal maken van een gebouw kan beter bij de bouw dan achteraf. Nieuwbouw biedt de kans om meteen voor een duurzame wijze van verwarming te kiezen, maar ook andere duurzaamheidsaspecten zijn bij nieuwbouw relatief eenvoudig te realiseren, zoals het opwekken van duurzame energie. Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Sinds 01-07-2018 moeten nieuwe woningen gasloos worden gebouwd. Daarnaast kan bij de inrichting van de buitenruimte rekening worden gehouden met water- en hittestress. Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Planspecifiek Het bestaande woonhuis is relatief jong en is door de jaren heen al verduurzaamd. Met de ontwikkeling zullen echter nog verdere duurzaamheidsmaatregelen worden genomen. Enkele maatregelen die zullen worden genomen zijn: 1. Aanbrengen van zonnepanelen 2. Installatie van een zonneboiler 3. Installatie van een hybride warmtepomp 4. HR++ beglazing 5.

Natuurinclusief bouwen door het aanbrengen van nestmogelijkheden voor vogels en vleermuizen De nieuwe schuurwoning zal worden gebouwd volgens de moderne duurzame richtlijnen (BENG). In aanvulling daarop worden echter extra maatregelen genomen. Het streven is om een energiepositieve woning te realiseren en zowel in bouw als gebruik zo weinig mogelijk co² uit te stoten. Enkele duurzame toepassingen waaraan wordt gedacht zijn: 1. Schil ten minste volgens de duurzaamheidseisen (EPC=0,0 ofwel nul-op-de-meter) of meer waar mogelijk om energiepositief te worden 2. Houtskeletbouw 3. Aanbrengen van zonnepanelen 4. Aanbrengen warmtepompinstallatie 5. Lage temperatuurverwarming 6. Duurzame warmte- en koudeopslag installatie 7. Gebruik maken van zonnewarmte in de winter en goede zonwering in de zomer 8. Gebruik van een (zelflerende) smart thermostaat 9. Toepassen van zoveel mogelijk co²-neutrale materialen / herbruikbare materialen 10. Hemelwater zal worden opgevangen en zo mogelijk worden hergebruikt (bijvoorbeeld voor toilet) 11. Natuurinclusief bouwen door het aanbrengen van nestmogelijkheden voor vogels en vleermuizen 12. Vrijkomende grond bij het graven van de watergang en de bouw van de woning wordt niet afgevoerd maar op eigen terrein hergebruikt Welke van bovenstaande maatregelen worden toegepast wordt in de uitwerking bepaald.

Doel is meer te doen dan de BENG-eisen en een energiepositieve woning te realiseren. Onder duurzaamheid valt ook het stimuleren van biodiversiteit. Hier is in het bijzonder rekening mee gehouden met de te nemen maatregelen in zowel de gebouwen als het terrein. Op het terrein worden een pluktuin met poel en een hoogstamfruitboomgaard met bloemrijk gras en sloot gerealiseerd waardoor aandacht wordt geschonken aan vlinders, (solitaire) bijen, kleine reptielen, vogels en de das. Voor een compleet overzicht van de maatregelen ten aanzien van natuurinclusief bouwen zie bijlage 3.

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

13

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied.

Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

14

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Planspecifiek Gebiedsgericht Een klein deel van het plangebied ligt in een van de aangewezen gebieden van de SVIR en het Barro, namelijk in het besluitsubvlak gebiedsreservering voor de lange termijn Maas. Zie navolgende afbeelding.

Uitsnede Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (geconsolideerde versie)

Besluitsubvlak gebiedsreservering voor de lange termijn Maas In de toelichting (2.4.6) wordt onder 'Gebiedsreserveringen voor de lange termijn' het volgende verstaan: 'Dit zijn binnendijkse gebieden die naar verwachting op de lange termijn aan het rivierbed zullen worden toegevoegd om ruimte te scheppen voor de rivier en waarvoor daarom op grond van het Nationaal Waterplan en de voormalige pkb Ruimte voor de rivier een ruimtelijke reservering geldt'. Voor dit gebied geldt artikel 2.4.6 en 2.4.7 van het Barro. Op basis hiervan wordt het volgende bepaald: 'Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op reservering van een gebied voor de lange termijn bevat geen wijziging van de bestemming die ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan kan leiden tot grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen die het treffen van rivierverruimende maatregelen kunnen belemmeren'. Conclusie Ten plaatse van het besluitvlak is een klein gedeelte van een boomgaard en de toegangsweg tot het perceel voorzien. Dit zijn geen grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen, wat geen belemmering vormt voor voorliggend initiatief. Ladder duurzame verstedelijking Voorliggend initiatief voorziet in het mogelijk maken van één extra woning binnen het plangebied.

Uit jurisprudentie blijkt dat pas van een stedelijke ontwikkeling sprake is als woningbouwprojecten voorzien in 11 nieuwe woningen of meer. Voorliggend plan blijft hier qua aantal onder, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en een verdere toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Voorliggend initiatief past binnen het rijksbeleid.

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

15

3.2

Provinciaal beleid

Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;  Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;  Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;  Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.

De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Planspecifiek Artikel 2.2 van de omgevingsverordening stelt dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk kan maken indien deze passen in een vastgestelde regionale woonagenda. De huidige woonagenda voor Wijchen is de 'Woonagenda subregio Nijmegen 2020-2030'. Uit paragraaf 3.3 blijkt dat het plan past binnen de woonagenda. Groene Ontwikkelingszone Ter plaatse van het plangebied is het gebied aangeduid als Groene Ontwikkelingszone (GO) en is een ecologische verbindingszone (EVZ) gelegen. In artikel 2.52 van de omgevingsverordening is bepaald dat een nieuwe activiteit of ontwikkeling binnen de GO alleen toe is gestaan als uit onderzoek blijkt dat: a. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b. de samenhang niet verloren gaat.

16

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Hiervoor is een versterkingsplan opgesteld, welke is opgenomen in bijlage 7. Uit dit versterkingsplan en bijbehorende berekening GO (zie bijlage 6) blijkt dat er sprake is van een versterking van de Groene Ontwikkelingszone. De omvang van de extra woonbestemming bedraagt circa 1650 m². Hiervoor wordt als compensatie een woonbestemming met een omvang van circa 2100 m² getransformeerd naar Natuur. De nog te realiseren natuur ter plaatse bestaat uit een ecologische pluktuin met poel, omzoomd door singelbeplanting bestaande uit boomvormers en heesters. Daarnaast wordt een singel aangelegd teneinde de oost-west verbinding door het plangebied te versterken. De singel loopt achter de bestaande woning en maakt verbinding met een grote nieuw aan te leggen hoogstamfruitboomgaard. De singel loopt ook door aan de noordzijde van de nieuwe hoogstamfruitboomgaard. Met deze natuurlijke inrichting wordt de landhabitat van de kamsalamander en de corridorfunctie voor de das versterkt. Met de invulling van de hoogstamboomgaard en singels wordt daarnaast specifiek het potentieel leefgebied van de steenuil versterkt. Deze invulling is in de GO rekenmodellen ingevoerd (zie bijlage 6). Vanuit de ontwikkeling is het noodzakelijk minimaal 215 versterkingspunten te realiseren, met de ontwikkeling worden 1042 punten gerealiseerd. Hiermee ontstaat een positieve balans van 827,5 punten.

Uit bovenstaande blijkt dat met de beoogde ontwikkeling een kwalitatieve en kwantitatieve meerwaarde aan de Gelderse Ontwikkelingszone wordt geleverd. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen het provinciale beleid.

3.3

Regionaal beleid

Woonagenda subregio Nijmegen 2020-2030 Met de woonagenda leggen de samenwerkende gemeenten in de subregio Nijmegen (Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen) een gezamenlijke koers vast om tegemoet te komen aan de wonen opgaven voor de jaren 2020-2030. Het centrale doel is het zorgen voor een blijvend goed woon- en leefklimaat voor alle huidge en toekomstige inwoners van de subregio, met voldoende woningen, kwantitatief en kwalitatief voor iedereen die dat nodig heeft. De kernkwaliteiten van de subregio Nijmegen bestaan uit, een diversiteit aan woonmilieus en woningtypen voor een diversiteit aan huishoudens in een groene omgeving met veel voorzieningen en met goede verbindingen met de rest van Nederland. De gemeenten proberen gezamenlijk de kracht van de subregio en de regio te versterken door verbeteringen te realiseren op de gebieden wonen en leefbaarheid, duurzaamheid, zorg en welzijn en werk, innovatie en onderwijs. De diversiteit aan woonmilieus is een van de sterke punten die wordt behouden en verder uitgebouwd. Deze woonagenda levert daaraan een bijdrage. Thema's van de woonagenda Voortbordurend op de thema's uit de vorige woonagenda, de Woondeal Regio Arnhem Nijmegen en de actualiteit pakken we in de Woonagenda subregio Nijmegen e.o. 2020-2030 de volgende thema's op:  Verantwoord versnellen: programmeren en afstemmen.

 Bestaande woningvoorraad en betaalbaarheid.  Duurzaam en toekomstbestendig.  Huisvesting specifieke doelgroepen. De woningbouwopgave voor Wijchen tot 2030 bedraagt 1.430 woningen. Conclusie Binnen de woonagenda heeft de gemeente Wijchen de ruimte gekregen om 1.430 nieuwe woningen te realiseren. Hierbinnen is voldoende ruimte voor de extra woning in dit plan. Het plan past binnen deze woonagenda.

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

17

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Strategische visie en Structuurvisie Wijchen In maart 2007 is de Strategische Visie Wijchen 2025 vastgesteld. In deze visie wordt een doorkijk gegeven naar de gewenste ontwikkeling van de gemeente Wijchen tot het jaar 2025. De visie richt zich op een viertal leidende thema's, te weten: bedrijvig Wijchen, sociaal sterk, duurzaam groen en de Wijchense identiteit. Duurzaam en kwalitatief zijn ook sleutelwoorden voor de ontwikkeling van het buitengebied en de kleine kernen. De grote rijkdom aan natuur- en landschapswaarden vormt het uitgangspunt voor verdere ontwikkeling. Wijchen zet in op een beheerste groei van recreatie, verbrede landbouw, ontwikkeling van groene en blauwe diensten en vitale kernen. Er wordt een groene relatie tussen het stedelijk gebied met het buitengebied nagestreefd met zo weinig mogelijk barrières. De groen-blauwe relatie tussen de kern Wijchen en het omringende buitengebied wordt verbeterd teneinde groen en water tot in de kern te laten doorlopen. In de Strategische visie 2025 zijn de belangrijkste 'groene' ambities als volgt verwoord: 1. verdere ontwikkeling alleen met respect voor landschap, cultuurhistorie en natuur; 2. meer ruimte voor water; 3. duurzame inrichting; 4. nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan hun bijdrage aan het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit.

De groene ambities zijn nader vorm gegeven in het gemeentelijke Groenstructuurplan kleine kernen (april 2004) en het Landschapsontwikkelingsplan (december 2006). Structuurvisie Wijchen De Structuurvisie Wijchen, die door de gemeenteraad op 9 juli 2009 is vastgesteld, betreft een doorvertaling van de strategische opgaven die zijn geformuleerd in de strategische visie Wijchen 2025. Uitgegaan wordt van een compacte groei en het benutten van de potenties van bestaand stedelijk gebied zonder daarbij de bestaande kwaliteit aan te tasten, in combinatie met een vitaal platteland en sterke kleine kernen. De gemeente wil de komende 10 jaar onder meer: 1. herstel hydrologie kwelgebieden in Oost Wijchen; 2. ontwikkeling en versterking van de EVZ Heumen – Horssen; 3. aanleg van landschapselementen en (erf)beplantingen, die passen bij het gebied; 4. versterken van cultuurhistorische landschapselementen en patronen; 5. nieuwe woningen in het buitengebied alleen in geval van functieverandering of landgoederen in het kader van de Natuurschoonwet; 6. kleinschalige bedrijvigheid in het kader van verbreding van de landbouw in het buitengebied; 7. ruimte voor versterking en ontwikkeling agrarische sector; 8. behoud en versterking bestaande recreatie terreinen; 9. extensieve recreatie in het landelijk gebied door een goede en aantrekkelijke ontsluiting; 10.

behoud en versterking van een goede woon- en leefomgeving. Bij de vaststelling van een wijzigingsplan of projectbesluit dienen de uitgangspunten uit de structuurvisie in acht genomen te worden. Planspecifiek Op de kaart 'Wonen' uit de structuurvisie Wijchen ligt het plangebied in het buitengebied waar het 'Behoud en ontwikkeling landschap en natuur'. Wat betreft de ontwikkeling van nieuwe “woningen in het groen” is de gemeente terughoudend. Voorliggend initiatief omvat het realiseren van een hoogstamfruitboomgaard en een pluktuin als beeldbepalende landschappelijke elementen. Daarnaast wordt een seniorenwoning gebouwd in de vorm van veldschuur als onderdeel van de fruitboomgaard. Door de ontwikkeling van het landschap en natuur en het natuurinclusief bouwen past de ontwikkeling past binnen de visie. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.4.3. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de Strategische visie en de Structuurvisie Wijchen.

18

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

3.4.2 Woonvisie Wijchen 2025 De Woonvisie Wijchen zet de koers van het gemeentelijk woonbeleid uit naar de toekomst. Hierin wordt omschreven waar moet worden bijgestuurd, afgeremd of versneld om de doelen van het woonbeleid te bereiken. De woonvisie heeft twee uitgangspunten: het thuisgevoel versterken en verder kijken dan de trends van nu. Om het woningaanbod in balans te krijgen wordt in de woonvisie gesproken over meer mogelijkheden voor starters, jonge gezinnen, (vitale) senioren en mensen met een zorgvraag. Het is de bedoeling dat starters en jonge gezinnen in de gemeente kunnen blijven of komen wonen. Dit kan onder andere door mogelijkheden te bieden voor splitsing van bestaande woningen, waardoor een koopwoning binnen het financiële bereik van starters kan komen. Daarnaast is blijven mensen met een zorgvraag langer thuis wonen. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan een meer divers woningaanbod, met woonvormen die nu nog niet of onvoldoende beschikbaar zijn, zoals verschillende generaties onder één dak en het toevoegen van woningen waarbij de eindgebruiker een centrale rol bij de ontwikkeling van de woning speelt. Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van één seniorenwoning.

De nieuw te realiseren woning zal bewoond worden door de huidige bewoners van de naastgelegen bestaande woning aan de Boskantse Broekstraat 3, omdat zij graag met het oog op de toekomst kleiner en gelijkvloers willen gaan wonen. Het plan speelt hiermee direct in op een actuele behoefte binnen de gemeente. Daarnaast zal de zoon van de nieuwe bewoners het huis van zijn ouders overnemen. Door op deze plek te kunnen blijven wonen kan hij daar een bijdrage blijven leveren aan de leefbaarheid en de sociale cohesie binnen het buurtschap gezien zijn betrokkenheid bij diverse verenigingen in het buurtschap. Daarnaast laat hij daarmee een starterswoning achter in de kern van Wijchen waar momenteel veel vraag naar is. Geconcludeerd wordt dat het plan hiermee direct inspeelt op een actuele behoefte binnen de gemeente. Het initiatief past hiermee binnen de Woonvisie. 3.4.3 Landschapsontwikkelingsplan Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) geeft inzicht in de ontwikkelingsmogelijkheden en keuzen in het landschap voor de komende 10 jaar. Het doel van het LOP is in te zetten op actieve landschaps- en natuurontwikkeling, waarbij behoud en ontwikkeling van samenhang en identiteit van landschapstypen centraal staan.

De hoofddoelstellingen van het LOP zijn:  Versterken van de identiteit van het fraaie rivierenlandschap, welke zich uit in de landschappelijke en ecologische samenhang binnen en tussen de acht landschapstypen en hun overgangen en tegengaan van versnippering van het landschap;  Behouden en versterken van de bijzondere waarden (aardkundig, archeologisch, cultuurhistorisch, ecologisch en landschappelijk);  Ruimte bieden aan culturele vernieuwing en inspiratie putten uit de historie. Planspecifiek De locatie is gelegen in het oeverwallenlandschap nabij de grens met het maaskommenlandschap. Deze grens is gelegen op de Boskantse Broekstraat en is ook in het gebied duidelijk te zien. Ten noorden van de weg een meer besloten beeld, ten zuiden weidse zichten over het open landschap. In het Landschapsontwikkelingsplan voor Beuningen, Druten en Wijchen worden ontwikkelingspunten voor de verschillende gebieden benoemd. Ook staat daarin vermeld dat de locatie is gelegen in een ecologische verbindingszone (EVZ) 'Overasseltse Vennen – Bergharen' en wordt een wensbeeld geschetst met verschillende landschappelijke elementen die het leefgebied van de das verbeteren. Dit wensbeeld bestaat uit hagen, houtwallen, bosjes en singels waarlangs dieren zich kunnen verplaatsen en waarin ze kunnen schuilen.

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

19

Uitsnede landschapstypenkaart LOP

Uitsnede EVZ LOP

Met het realiseren van zowel de hoogstamfruitboomgaard als de pluktuin worden beeldbepalende landschappelijke elementen uit de historie van Lunen hersteld en duurzaam geborgd. Door de bouw van de seniorenwoning in de vorm van een veldschuur als onderdeel van de fruitboomgaard, blijft het bestaande woonhuis (dat ook nooit een boerenerf is geweest) behouden. De schuurwoning wordt op enige afstand van de weg gesitueerd om voldoende afstand tot het tegenoverliggende agrarische bedrijf te houden, maar ook vanwege de beoogde bescheiden presentatie van de woning als fruitschuur en het realiseren van groen langs de Boskantse Broekstraat. Met de landschappelijke inpassing en de natuurontwikkeling wordt een waardevolle stap gezet naar de vergroting van biodiversiteit en is dit een verrijking in het monotone agrarische gebied. De begraasde weiden worden zo ingeruild voor waardevolle onderdelen in de EVZ uit het LOP en Groene ontwikkelingszone uit de omgevingsvisie Gelderland (EVZ 'Overasseltse Vennen - Bergharen'). 3.4.4 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014' van de gemeente Wijchen, vastgesteld op 23 februari 2015. Het perceel heeft de enkelbestemming 'Wonen-1' en 'Agrarisch met waarden - 2'. Daarnaast geldt voor het perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'.

Aan de westzijde van het perceel is naast de Graafseweg een gasleiding gelegen. Onderstaand een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ter plaatse dit perceel. In het plangebied geldt tevens het "Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen", vastgesteld op 3 mei 2017. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.5 Cultuurhistorie en archeologie.

20

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Uitsnede bestemmingsplan 'Geconsolideerde versie Buitengebied en herziening 2014', plangebied in rood (bron: gemeente Wijchen)

Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - 2' is wonen niet toegestaan. Het bouwen van een nieuwe woning binnen dit gedeelte van het plangebied en het gebruiken van het perceel als zodanig is daarom strijdig met het geldende bestemmingsplan.

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

21

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

4.1

Milieu

4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek In het kader van voorliggende ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de uitbreiding van de woonbestemming en de nieuwe woning. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 8. Hierin is geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoende is voor het toekomstige gebruik en dat nader onderzoek daarom niet nodig is. Door de omgevingsdienst is het onderzoek beoordeeld en akkoord bevonden (zie bijlage 9). Op het gebied van bodem is het plan uitvoerbaar. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit.

Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5(fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.

Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt.

22

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het meest nabij gelegen rekenpunt 15562290 (aan de Graafseweg ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:

Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)

NO2 (stikstofdioxide) 14,9 µg/m3

PM10 (fijnstof) 6,0 µg/m3

PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 9,1 µg/m3

40 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3

De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (realiseren van één woning) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd:  woningen;  geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven;  geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen.

Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek In het kader van voorliggende ontwikkeling wordt momenteel een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport zal worden opgenomen in bijlage 12.

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

23

4.1.4 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaald in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. Planspecifiek In de omgeving bevinden zich meerdere (intensieve) veehouderijen. De dichtstbijzijnde veehouderij betreft de melkveehouderij aan de Boskantse Broekstraat 2 ten zuiden van het plangebied. De milieucirkel van dit bedrijf betreft 50 m (in gemengd gebied, zie ook paragraaf 4.1.5) en valt over een gedeelte van het plangebied.

Aangezien in de huidige situatie reeds sprake is van een bestaande woning binnen het perceel (op kortere afstand tot de melkveehouderij) moet in de huidige situatie sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Door de nieuwe woning te positioneren buiten de 50 m zone (zie schetsontwerp in bijlage 1) kan er worden aangenomen dat er ter plaatse van de nieuwe woning zeker sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast is er geen sprake van extra hinder ten aanzien van de ontwikkelmogelijkheden van dit bedrijf gezien de bestaande woning zich op kortere afstand bevindt van de veehouderij dan de nieuwe woning. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur. 4.1.5 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen).

Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'.

24

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Planspecifiek Voorliggend initiatief betreft de realisatie van een nieuwe woning, waarmee één gevoelig object wordt toegevoegd aan het plangebied. In paragraaf 4.1.4 is het aspect geur reeds behandeld. De omgeving van het plangebied kent een menging van functies (agrarische bedrijven, woningen en andere bedrijven) waardoor de locatie kan worden beschouwd als een 'gemengd gebied'. In een dergelijk gebied mogen de richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies (zoals woningen) met één stap worden verkleind. De afstand van de nieuwe woning tot functies in de omgeving bedraagt: Adres Functie Milieucategorie Boskantse Broekstraat 2

Melkveehouderij

3.2

Graafseweg 35

Installateursbedrijf van sanitair, verwarming en zonnepanelen Groothandel in vlees en vleeswaren Thuiszorg Uitleenbureaus Arbeidsbemiddeling Laad-, los- en overslagactiviteiten en kantoor

2

Graafseweg 37a Graafseweg 88

Graafseweg 84

3.1

Richtafstand (in gemengd gebied) 10 m voor stof en geluid 10 m voor geluid

Afstand 71 m 153 m

1

50 m voor gevaar en 160 m 10 m voor geluid 0m 125 m

2

10 m voor geluid

130 m

Gelet op de afstand tussen de planlocatie en de omliggende bedrijfslocaties kan hinder op voorhand worden uitgesloten. Geconcludeerd kan worden dat binnen het plangebied er vanuit milieuzonering sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat omliggende bedrijven door dit plan niet worden gehinderd in hun bedrijfsvoering. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit milieuzonering. 4.1.6 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.

Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, kampeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn.

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

25

Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Planspecifiek Voorliggend plan voorziet in het toevoegen van een kwetsbaar object (één woning) waardoor het van belang is om te kijken naar de mogelijke effecten vanuit externe veiligheid. Via de website risicokaart.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn. Bijgevoegd een screenshot van die website.

Uitsnede risicokaart (plangebied blauw omcirkeld)

Uit de uitsnede van de risicokaart is op te maken dat de dichtstbijzijnde buisleiding is gelegen op circa 1 km afstand. Deze aardgasleiding ligt ver buiten deze bijbehorende zones ten aanzien van het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. Plaatsgebonden risico Ten aanzien van het plaatsgebonden risico liggen de woningen in het plangebied buiten deze 10 -6-contour van deze buisleiding (de plaatsgebonden risicocontour ligt binnen de belemmeringsstrook van 5 m).

26

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Groepsrisico Omdat er als gevolg de toename met 2,4 personen (kengetal voor personendichtheid 1 woning) niet zal leiden tot een significante stijging van het groepsrisico zal naar verwachting geen overschrijding van de oriëntatiewaarde zijn en geen rekentechnische toename van het groepsrisico. Om die reden kan een risicoberekening achter wege worden gelaten. Vanwege de afstand tot de leiding en de beperkte toename van het aantal personen, dient het groepsrisico beperkt verantwoord te worden. Op grond van artikel 7 van het Bevt moet voor de (spoor-)wegen, gezien de ligging, worden ingegaan op de mogelijkheden voor:  de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute en  de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. In dit geval is sprake van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) "bijzonder kwetsbare object", bestemd voor verminderd zelfredzame personen.

Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit, waarbij toxische vloeistoffen of gassen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische vloeistoffen of gassen vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. Er zijn voldoende mogelijkheden om dit advies tijdig op te volgen.

4.2

Water

Wettelijke kader Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten en omgevingsvergunningen afwijking bestemmingsplan. Voor overige plannen, zoals een structuurvisie, dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de plantoelichting (art 3.1.6 Bro) en het vooroverleg met de waterbeheerder (art 3.1.1 Bro). Watertoets De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen en besluiten meer waterbestendig te maken, doordat waterbelangen van gemeente, waterschap en eventueel andere waterbeheerders vroegtijdig en expliciet worden meegewogen. In het ruimtelijk plan moet voldoende rekening zijn gehouden met de waterhuishouding en -voorzieningen.

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

27

Waterparagraaf De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening is gehouden met de eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding en vice versa. Onderdeel hiervan is een beschrijving van beleidsuitgangspunten en regelgeving, waterhuishoudkundige situatie en –opgaven, meest geschikte oplossingen (motiveren) en de ruimtelijke consequenties daarvan. In de waterparagraaf is tevens het advies van de waterbeheerder verwerkt. 4.2.1 Beschrijving watersysteem Geomorfologie en geohydrologie Het plangebied ligt in het buitengebied van Wijchen, op een hoogte van circa 7,96 m +NAP (bron: AHN). De bodem ter plaatse bestaat uit zand, tot circa 0,2 meter, daarnaa bestaat de bodem uit zanderige klei tot een diepte van 4,9 meter, hierna vindt men zand uit de grove categorie. Op ongeveer 200 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich een peilbuis (nr: B45F0076). Volgens deze peilbuis heeft de grondwaterstand in de periode september 1950 t/m november 2020 niet hoger gestaan dan 7,00 m +NAP en niet lager dan 5,00 m +NAP. De gemiddelde hoogste grondwaterstand in deze peilbuis ligt op 5,75 m +NAP. Voor het plangebied betekent dat dat naar verwachting deze grondwaterstand ongeveer 0,10 m hoger staat, dus niet hoger dan 7,10 m +NAP en niet lager dan 5,10 m +NAP en het gemiddelde op 5,85 m +NAP.

Bij het uitgevoerde bodemonderzoek (zie bijlage 8) is het grondwater vastgesteld op 1,5 meter -mv. Ter plaatse van de desbetreffende peilbuis bedraagt het maaiveld 7,96 m +NAP. Hiermee valt de gemeten grondwaterstand van 6,46 m +NAP binnen de hiervoor genoemde grondwaterrange. Oppervlakte- en afvalwatersysteem In de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere watergangen te vinden. Aan de overzijde van de Boskantse Broekstraat ligt een C-watergang (id: 095038). Daarnaast zijn in de nabijheid, voornamelijk in oostelijke richting, van het plangebied meerdere B- en C-watergangen aanwezig. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Peilbesluit Citters (2011). Hierin het winterpeil bepaald op 5,75 m +NAP en het zomerpeil op 5,75 m +NAP. In de huidige situatie loost de woning aan de Boskantse Broekstraat 3 het afvalwater op de openbare drukriolering in de berm langs de oostzijde van de Graafseweg. Langs de zuidzijde van de Boskantse Broekstraat bevindt zich eveneens een openbare drukriolering. Het drukrioolsysteem loost op het gemengde vrijerval rioolstelsel van Nederasselt.

Ecosysteem Het plangebied ligt niet binnen het Gelders natuurnetwerk of een beschermingszone voor natte natuur. 4.2.2 Gemeentelijk waterbeleid en waterbeheer Gemeentelijk waterbeleid Het gemeentelijk waterbeleid is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. In de Strategische waternota Wijchen zijn thema's en uitgangspunten voor duurzaam waterbeheer omschreven. Het Gemeentelijk rioleringsplan beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. In het kader van de watertoets wordt een vertaalslag gemaakt naar de concrete plansituatie.

28

Boskantse Broekstraat 3, Lunen

Zorgplicht afvalwater Een perceeleigenaar moet het huishoudelijk afvalwater of het bedrijfsafvalwater op de openbare riolering lozen (Besluit lozing afvalwater huishoudens art. 7 en 10 en Activiteitenbesluit art. 2.1 en 2.2). Als dit niet mogelijk (doelmatig) is, zorgt de perceeleigenaar voor een zo milieuvriendelijk mogelijke manier van verwerking of verwijdering van het afvalwater. De gemeente heeft voor zover doelmatig een zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat binnen de gemeente vrijkomt (zie Wm art 10.33). Zorgplicht hemelwater Een perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater op het eigen terrein of voor het eventueel lozen van hemelwater op oppervlaktewater. Als dit niet mogelijk is zorgt de gemeente voor het inzamelen, transporteren en verwerken van het hemelwater, mits doelmatig (Waterwet art. 3.5). Zorgplicht grondwater Een perceeleigenaren is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om structurele nadelige gevolgen van grondwater voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of beperken. Als dit niet mogelijk is treft de gemeente maatregelen in openbaar gebied, voor zover doelmatig en geen verantwoordelijkheid van provincie of waterschap (Waterwet art 3.6).

Zorgplicht oppervlaktewater (waterschap) De gemeente valt binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Voor lozing op oppervlaktewater (A-, B- en C-water) heeft de perceeleigenaar een vergunning van het waterschap nodig (Waterwet art. 6.2). Een perceeleigenaar (of aanliggende perceeleigenaar) is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater (B- en C-water volgens de legger van het waterschap) dat op eigen terrein ligt. Het waterschap draagt zorg voor het onderhoud van A-watergangen. Voor ingrepen of activiteiten in of nabij watergangen danwel in of nabij een waterkering heeft een perceeleigenaar een Keur-ontheffing van het waterschap nodig. 4.2.3 Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan Deze paragraaf beschrijft en motiveert de wijze waarop op de planlocatie rekening is gehouden met het watersysteem, gelet op de waterhuishoudkundige situatie, beleid en regelgeving. 4.2.3.1 Leefomgeving algemeen Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik.

Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie. Gevolgen van/voor het plan Voorliggend initiatief heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding. Zo worden de woningen hydrologisch neutraal gebouwd en zal hemelwater op eigen terrein worden opgevangen en hergebruikt. Onder punt 4.2.3.2 en met 4.2.3.5 is in meer detail weergegeven welke concrete invulling aan het aspect water is gegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdwid=489f39d4-e1b8-4c44-b862-bbd46b98d215