t bijlage 6 aanvullend fauna onderzoek
Tekst van het document
OKTOBER 2019
AANVULLEND FAUNA ONDERZOEK WIJCHEN KASTEELLAAN 48 50
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
1
COLOFON Opdrachtgever Contactpersoon
Woondroom Mevrouw Offerein
Datum Status Projectnummer
22-10-2019 Definitief 19059
Auteur Controle
Tim Asbreuk, Babette Eijkelenkamp Elmar Prins
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
2
INHOUD 1
INLEIDING
4
2
PLANGEBIED EN VOORGENOMEN ONTWIKKELINGEN
5
3
METHODE
7
3.1 3.2 3.3
HUISMUSSEN STEENMARTER VLEERMUIZEN
7 7 8
4
RESULTATEN
9
4.1 4.2 4.3
HUISMUS STEENMARTER VLEERMUIZEN
9 9 9
5
CONCLUSIE EN ADVIES
10 12
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
3
1
INLEIDING
In 2019 heeft Buiting Advies in opdracht van Oosterhout Architecten in een plangebied aan de Kasteellaan 4850 te Wijchen aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de functie van het gebied voor de beschermde huismus (Wet natuurbescherming art. 3.1), steenmarter en vleermuizen (Wet natuurbescherming art 3.5). Het onderzoek was in het bijzonder gericht op het vaststellen van de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van de huismus en beschermde voortplantingsplaatsen- en rustplaatsen van vleermuizen en steenmarter. In deze rapportage worden de methodiek en resultaten van dit aanvullende onderzoek toegelicht. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven over de te nemen vervolgstappen. AANLEIDING Uit de quickscan van Buiting Advies (maart, 2019) kwam naar voren dat het plangebied in potentie geschikt is als nestplaats, voortplantingsplaats- of rustplaats van de beschermde huismus en vleermuizen. Om die reden werd aanvullend onderzoek naar deze soorten geadviseerd.
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
4
2
PLANGEBIED EN VOORGENOMEN ONTWIKKELINGEN
PLANGEBIED De locatie ligt in het oosten van de bebouwde kom van Wijchen (afbeelding 1) en bestaat uit een woning, schuren, tuin en een wei. Het perceel is ca. 2.100 m2 groot. Het terrein is beperkt verhard met straatklinkers, stoeptegels en een grindpad. Verder bestaat de tuin en het perceel achter de woning voor een groot deel uit gazon, enkele bomen en heesters. Het weiland aan de achterkant van het perceel wordt gebruikt als paardenwei.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied (rood)
Afbeelding 3,4: Woning en het bijbehorend perceel
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
5
VOORGENOMEN ONTWIKKELING De opdrachtgever is voornemens de woning in het plangebied te slopen. Aan de noordkant van het perceel komt een gebouw van ca. 14 x 30 meter. Met de gevellijn gelijk aan de bestaande situatie. Op het terrein achter wordt mogelijk in de toekomst ook gebouwd, maar vooralsnog wordt gedacht aan het plaatsen van ca. 120- tot 150 m2 port-a-cabins.
Afbeelding 5: Overzicht plangebied
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
6
3
METHODE
Het plangebied is nader onderzocht op gebruik door vleermuizen, steenmarter en huismussen. Voor elke soort(groep) is een specifieke gerichte onderzoeksmethode gebruikt. Deze worden hieronder beschreven.
3.1
HUISMUSSEN
Huismussen kunnen in het plangebied voorkomen in de gebouwen (voortplantings- of rustplaatsen) en in de groene delen in de omgeving (leefgebied). Het onderzoek naar huismussen is uitgevoerd conform de Soortinventarisatieprotocollen (juli 2017) van het Netwerk Groene Bureaus. Hierin staat onder andere dat de afwezigheid van huismussen kan worden aangetoond als middels twee bezoeken op een geschikt tijdstip en onder geschikte omstandigheden in de periode 1 april tot 20 juni geen huismussen worden aangetroffen. De veldbezoeken hebben plaatsgevonden volgens onderstaand schema (tabel 1). De weersomstandigheden van dat moment zijn hierin weergegeven. TABEL 1: VELDBEZOEKEN HUISMUS Ronde Datum Tijdvak 1 06-06-2019 ochtend 2 17-06-2018 avond
Onderzoeker LB TA
Weersomstandigheden 16°C, zonnig, 3 Bft 21°C, droog, 2 Bft
Ook tijdens de veldonderzoeken naar vleermuisverblijven zijn eventuele waarnemingen van huismussen bijgehouden. Tijdens alle veldbezoeken zijn de waargenomen huismussen en het gedrag van de vogels genoteerd.
3.2
STEENMARTER
Steenmarters kunnen met name in de gebouwen (voortplantings- of rustplaatsen) in het plangebied voor komen. Steenmarters zijn schuwe dieren die veelal ’s nachts actief zijn. Tijdens de bezoeken bij daglicht is gericht gezocht naar sporen die kunnen wijzen op de eventuele verblijfplaats van een steenmarter. Tijdens de nachtbezoeken (zie tabel 3) is gekeken of zich steenmarters in of nabij de gebouwen liepen. TABEL 2: VELDBEZOEKEN STEENMARTERONDERZOEK BIJ DAGLICHT Ronde Datum Tijdvak Onderzoeker Weersomstandigheden 1 06-06-2019 ochtend LB 16°C, zonnig, 3 Bft 2 17-06-2018 avond TA 21°C, droog, 2 Bft
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
7
3.3
VLEERMUIZEN
Vleermuizen gebruiken gebouwen en bomen als vaste voortplantingsplaats- en rustplaats. Vleermuizen hebben verschillende soorten voortplantingsplaatsen en rustplaatsen. Het gebouw en de bomen binnen het plangebied kunnen één of meerdere functies vervullen. In dit geval zijn de functies van het gebouw als kraamverblijf, paarverblijf en zomerverblijf onderzocht. Om de functie van het plangebied voor vleermuizen vast te stellen is de voorgeschreven onderzoeksmethodiek uit het Vleermuisprotocol 2017 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2017) gevolgd. Dit houdt in dat de onderzoeken afhankelijk van de soort in de daarvoor geschikte perioden, tijdstippen, weersomstandigheden zijn uitgevoerd. Het vleermuisprotocol schrijft voor de soorten in dit onderzoek vijf veldbezoeken tijdens goede weersomstandigheden voor: • Voor de kraamverblijfplaatsen drie bezoeken in de periode van 15 mei t/m 15 juli, waarvan één nachtochtendonderzoek en twee avond-nachtonderzoeken. • Voor de zomerverblijfplaatsen twee bezoeken in de periode 15 mei t/m 15 augustus, waarvan één ochtendonderzoek en één tijdens de kraamperiode. • Voor de paarverblijfplaatsen in de periode van 15 augustus t/m 30 september twee avondbezoeken. Om het plangebied voldoende te kunnen overzien zijn bij bepaalde ronden meerdere onderzoekers ingezet.
Het vleermuisprotocol schrijft namelijk voor dat minimaal 75% van het plangebied te overzien is. Dit speelt met name bij avondbezoeken in de kraamperiode. Dan vliegen vleermuizen ’s avonds uit om elders te gaan foerageren. Bij ochtendbezoeken en onderzoeken in de paartijd zwermen vleermuizen nabij verblijfplaatsen of vliegen roepend vaste ronden, hierdoor zijn minder personen noodzakelijk om goed overzicht te hebben. Voor de veldbezoeken is het onderstaande schema gevolgd. De weersomstandigheden van dat moment zijn hierin weergegeven. TABEL 3: VELDBEZOEKEN VLEERMUIZEN Ronde Datum Tijdvak 1 06-06-2019 21.45 - 00.30 2 17-06-2019 22.00 - 00.15 3 11-07-2019 02.15 - 05.30 4 24-08-2019 20.45 - 23.45 5 18-09-2019 19.35 - 22.50
Onderzoeker LB, AdJ TA, EN JB JB EN
Weersomstandigheden 15 °C, droog, 2-3 Bft 20°C, droog, 2 Bft 13°C, droog, 2-3 Bft 25°C, droog, 1-3 Bft 12°C, droog, 1-2 Bft
Hierbij zijn de waargenomen vleermuizen en het gedrag dat kan wijzen op de aanwezigheid van een voortplantingsplaats of rustplaats genoteerd. GEBRUIKTE APPARATUUR Tijdens alle vleermuisonderzoeken hadden de onderzoekers de beschikking over een batdetector met timeexpansion en opname mogelijkheid. De gebruikte typen betreffen: Elekon Batlogger M, Petterson M500 of de Petterson D240X. Daarnaast beschikte elke onderzoeker over een goede zaklamp indien nodig te kunnen het gedrag van de vleermuizen beter te kunnen vaststellen.
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
8
4
RESULTATEN
In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. Alle onderzoeken zijn uitgevoerd volgens het
4.1
HUISMUS
Tijdens de uitgevoerde huismusronden zijn geen huismussen aangetroffen. Ook de overige bezoeken hebben niet geleidt tot waarnemingen van huismussen die gebruik maakten van het gebouw binnen het plangebied.
4.2
STEENMARTER
Tijdens de uitgevoerde steenmarteronderzoeken zijn geen (sporen) van steenmarters aangetroffen. Ook de overige bezoeken hebben niet geleidt tot waarnemingen van steenmarters of steenmartersporen in het plangebied of de directe omgeving.
4.3
VLEERMUIZEN
KRAAMVERBLIJFPLAATSEN, ZOMERVERBLIJFPLAATSEN EN PAARVERBLIJFPLAATSEN Tijdens de onderzoeksronden zijn geen vleermuizen aangetroffen die gedrag vertoonden welke wijzen op binding met het gebouw. Ze vlogen er niet vlak in de buurt en raakten het gebouw niet aan. Ook zijn er geen vleermuizen waargenomen die het gebouw in of uitvlogen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een kraamverblijfplaats, zomerverblijf en paarverblijf. Ook tijdens de laatste twee onderzoeksronden zijn geen vleermuizen aangetroffen die binding met het gebouw toonden. FOERAGERENDE EN LANGSVLIEGENDE VLEERMUIZEN Er zijn in de laatste twee rondes (onderzoek paarverblijfplaatsen) met name op het grasveld voor bij het huis vleermuizen waargenomen. Het veldbezoek in september waren enkele gewone dwergvleermuizen die ongeveer 2 uur hebben gefoerageerd met in het laatste uur regelmatig sociale roepen. Ze foerageerden voor het huis en vlogen naar achter weg om vervolgens weer terug te komen. Er zijn daarnaast enkele ruige dwergvleermuizen waargenomen. Het bezoek in augustus werden er ook foeragerende dwergvleermuizen waargenomen, ze stootten daarbij geen sociale roepen uit. Ook zijn andere soorten overvliegend waargenomen zoals rosse vleermuis met sociale roep en een gewone grootoor en mogelijk de kleine dwergvleermuis.
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
9
5
CONCLUSIE EN ADVIES
HUISMUS Tijdens het onderzoek, dat uitgevoerd is volgens de richtlijnen van de soortinventarisatieprotocollen 2017 van het Netwerk Groene Bureaus, is geen nestplaats van de huismus vastgesteld. De werkzaamheden leiden vrijwel zeker niet tot vernieling of beschadiging van een voortplantingsplaats of rustplaats van de huismus en niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de betreffende soort. STEENMARTER Tijdens het onderzoek is geen voortplantings- of rustplaats van de steenmarter vastgesteld. Er wordt daarom niet verwacht dat er een steenmarter verblijf zal worden beschadigd bij het slopen van de woning en zodoende zal leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. VLEERMUIZEN Gedurende het onderzoek zijn geen het gebouw in- of uitvliegende vleermuizen vastgesteld. Wel zijn enkele foeragerende vleermuizen vastgesteld en in augustus werden ook dwergvleermuizen waargenomen met sociale roep. Deze wijzen waarschijnlijk op een paarverblijf. Bij gewone dwergvleermuizen worden deze roepjes tijdens het vliegen uitgestoten, waardoor veelal geen exacte locatie van het paarverblijf kan worden vastgesteld. Dat kan in de directe omgeving in allerlei gebouwen het geval zijn. Er zijn geen in- of uitvliegende dieren gezien. Tijdens het onderzoek conform vleermuisprotocol is geen voortplantingsplaats of rustplaats van vleermuizen vastgesteld.
Het plangebied omvat geen foerageergebied of vliegroute die essentieel is voor de functionaliteit van een voortplantingsplaats of rustplaats. Daarvoor is ruim alternatief in de directe omgeving aanwezig in de vorm van tuinen etc. Wel vormt het plangebied onderdeel van het leefgebied van vleermuizen als foerageergebied of vliegroute. Wel raden wij aan tijdens de werkzaamheden rekening te houden met mogelijke lichtverstoring door bouwlampen door het gebruik hiervan na zonsondergang te minimaliseren buiten de winterslaapperiode (november tot en met februari).
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
10
LITERATUUR Buiting Advies. Maart 2019. Quickscan flora & fauna Kasteellaan 48-50 Wijchen Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging. 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. (versie maart 2017)
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
11
Aanvullend onderzoek gebouwbewonende soorten
Buiting Advies BV
12