Spoorstraat-Herenstraat_Bijlagen bij Toelichting_Bijlage 23 Weging van het waterbelang
Tekst van het document
Weging van het waterbelang Spoorstraat/Herenstraat Wijchen Pouderoyen B.V.
1
WEGING VAN HET WATERBELANG SPOORSTRAAT/HERENSTRAAT WIJCHEN
Pouderoyen B.V.
Project
Projectnr.(-doc)
Datum
Opgesteld door
Spoorstraat/Herenstraat
P22-1290(-003)
5 september Roos Lindemulder 2024
Gecontroleerd door Arjan Averink
2
01 INLEIDING 1.1. Aanleiding In de kern Wijchen (gemeente Wijchen) is het voornemen bestaande bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren. Het plangebied is gelegen naast de kruising van de Spoorstraat en Herenstraat. Voor de omgevingsplanplanprocedure heeft Pouderoyen B.V. BOOT verzocht een weging van het waterbelang (voorheen: watertoets) op te stellen. In figuur 1-1 is het plangebied (rood kader) weergegeven en heeft een oppervlak van circa 0,3 ha.
1.2. Doel Deze weging van het waterbelang wordt opgesteld om zo de belangen van het watersysteem in de planvorming te borgen en invulling te geven aan een duurzame waterhuishouding.
1.3. Leeswijzer In voorliggende uitwerking wordt allereerst de huidige situatie binnen het plangebied in beeld gebracht. Hierbij worden de verharde oppervlakken in de huidige en toekomstige situatie bepaald. Daarnaast worden ook de (geo)hydrologische eigenschappen van het plangebied toegelicht. In hoofdstuk 3 volgt een toelichting op het geldende beleid op nationaal-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijk niveau. Hierop volgt een hoofdstuk waarin de toekomstige waterhuishouding in beeld wordt gebracht waarbij aangesloten wordt op het geldende beleid. Hierin worden onder andere de watercompensatie en de wijze van afwatering uitgewerkt.
Wijchen, Spoorstraat - Herenstraat
Figuur 1-1: Locatie plangebied (bron: Cyclomedia)
3
02 BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1. Inrichting In de huidige situatie is het plangebied grotendeels bebouw en deels in gebruik als tuin, zie figuur 1-1. De bijbehorende oppervlakken zijn opgenomen in tabel 2-1. Tabel 2-1: Overzicht oppervlakken huidige situatie
TYPE OPPERVLAK Bebouwing Tuin Subtotaal Totaal
% AFVLOEIEND 100 80 -
AFVLOEIEND
ONVERHARD
OPPERVLAK
OPPERVLAK
[M²] 1.305 785 2.090
[M²] 195 195 2.285
OPPERVLAK [%] 57 43 100
Met de ontwikkelingen binnen het plangebied wijzigt de inrichting van het plangebied.Een overzicht van de inrichting in de toekomstige situatie is weergegeven in figuur 2-1. Een overzicht van de bijbehorende oppervlakken is weergegeven in tabel 2-2. De begane grond wordt boven op een parkeergarage gerealiseerd. De parkeergarage betreft circa 90% van het plangebied. Uitgangspunt is dat het gehele plangebied tot afstroming komt in de toekomstige situatie. Tabel 2-2: Overzicht oppervlakken toekomstige situatie
TYPE OPPERVLAK Bebouwing Groen Voetpad Subtotaal Totaal
% AFVLOEIEND 100 100 100
AFVLOEIEND
ONVERHARD
OPPERVLAK
OPPERVLAK
[M²] 1.515 400 370 2.285
[M²] -
Wijchen, Spoorstraat - Herenstraat
2.285
OPPERVLAK [%] 50 28 21
Figuur 2-1: Overzicht oppervlakken toekomstige situatie
Op basis van de huidige en toekomstige oppervlakken, neemt met de ontwikkelingen binnen het plangebied het afvloeiend oppervlak met 195 m² toe tot 2.285 m².
100
4
2.2. Bestaande (geo-)hydrologische gesteldheid
Tabel 2-4: Globale bodemopbouw plangebied
Door Pouderoyen is de (geo-)hydrologische gesteldheid in kaart gebracht. Onderstaand de conclusies uit de analyse. Maaiveldhoogte Het plangebied is gelegen in het centrum van de kern Wijchen. Het maaiveld varieert qua hoogte, maar ligt tussen NAP +8,0 m tot NAP +8,8 m. Bodemopbouw De regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie ter plaatse van het plangebied zijn samengevat in onderstaande tabel. Tabel 2-2: Schematische voorstelling van de (hydro)geologische situatie (DINOloket, boring B45F0082).
Doordat het plangebied gelegen is binnen de bebouwde centrumomgeving van Wijchen is de oorspronkelijke bodemsoort geroerd. Op basis van bodemkaarten blijkt dat de gronden rondom het centrum van Wijchen voornamelijk bestaat uit grof zand. Uit de beoordeling van globale bodemeigenschappen per te onderschrijden bodemlaag van een bemonstering binnen het plangebied valt ook op dat de grond voornamelijk als zandig omschreven kan worden.
Wijchen, Spoorstraat - Herenstraat
Grondwater Het freatische grondwater in de omgeving van het plangebied heeft een niveau van circa NAP +5,7 m (Bron: Bodemonderzoek Bijlage 5). Het grondwater stroomt, indien het niet wordt beïnvloed door lokale factoren zoals ligging van sloten, putten, de aanwezigheid van kabels en leidingen of funderingen e.d., in westelijke richting, waarbij mogelijk invloed van de Maas kan worden verwacht. Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het peilvak CIT008. In of nabij het plangebied zijn echter geen A-, B-, of C-watergangen gelegen. Op circa 120 m ten noorden van het plangebied ligt een B-watergang langs het spoor. Op circa 400 m van het plangebied bevindt zich het Wijchens Meer dat gekenmerkt is als Awatergang. Riolering Hemelwater wordt in de huidige situatie afgevoerd naar het bestaande gemengde rioolsysteem, evenals het afvalwater. Op basis van Streetsmart (Cyclomedia) lijkt in de omliggende straten enkel een gemengd rioolstelsel aanwezig.
5
03 BELEID Het algemeen waterbeleid dat van toepassing is binnen het plangebied staat beschreven in het Nationaal waterplan, in het Waterbeleid in de 21e eeuw (WB21) en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van de Rijksoverheid. Daarnaast geldt de ‘‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ (d.d. 19 december 2018) en de Watervisie 2050 van het waterschap Rivierenland & het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het waterschap en het Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027 van de gemeente Wijchen. Op Europees-, nationaal- en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën die zijn vastgelegd in de Nota Ruimte (2006):
Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren) Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren) De trits voor waterkwantiteit betekent dat neerslag bij voorkeur wordt vastgehouden op de plaats waar het valt. Indien vasthouden niet mogelijk is, wordt neerslag geborgen in oppervlaktewater. De trits voor waterkwaliteit houdt in dat gestreefd moet worden naar het voorkomen van verontreinigingen. Indien schoonhouden niet mogelijk is, worden schone en vervuilende bronnen gescheiden. De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, onderdeel van het Deltaprogramma 2015, schrijft voor dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimtelijke omgeving moeten opnemen in het beleid. Doel van de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is het sturen van het veranderingsproces om het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland een vanzelfsprekend onderdeel te maken van ruimtelijke (her)ontwikkeling. Hierbij wordt het uitgangspunt
gehanteerd dat bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers mag ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Vanaf 17 november 2021 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap Rivierenland van kracht. In het beheerplan beschrijft het waterschap wat ze in de planperiode willen bereiken en hoe ze dat wil doen. Verder beschikt waterschap Rivierenland over een verordening: Keur Waterschap Rivierenland 2014. Hierin staan de geboden en verboden voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, ondersteunende kunstwerken en grondwater. Van alle verboden werken en/of werkzaamheden die niet voldoen aan de criteria van de algemene regels, kan een vergunning worden aangevraagd. Compensatie verhard oppervlak – Waterschap Rivierenland Het is zonder vergunning van het waterschap verboden om water, afkomstig van een uitbreiding van verhard oppervlak, te lozen op watergangen. Wanneer nog niet eerder gebruik is gemaakt van een vrijstelling van 500 m², mag dit gebruikt worden. Wanneer sprake is van nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak dan mag dit geen nadelig effect hebben op het ontvangende watersysteem. Hier wordt in ieder geval aan voldaan wanneer er niet meer dan het plaatselijk geldende landelijke afvoer (1,5 l/s/ha van het bruto oppervlak) vanuit het plangebied geloosd wordt.
Daarnaast worden eisen gesteld aan de te realiseren waterberging. Voor plangebieden kleiner dan 5 ha geldt:
Bij berging in oppervlaktewater dient een T=10+10% (vuistregel
436 m³/ha) geborgen te kunnen worden met een maximale peilstijging van 0,30 m. Bij een T=100+10% mag het waterpeil tot de insteek stijgen; Bij berging in een alternatieve voorziening dient een T=100+10% (vuistregel 664 m³/ha) in de voorziening geborgen te worden.
6
Deze vuistregels kunnen voor een eerste uitwerking toegepast worden voor het opstellen van de waterballans voor plangebieden groter dan 5 ha. Voor plangebieden groter dan 5 ha dient in een later stadium het oppervlaktewatersysteem gemodelleerd te worden in samenspraak met het waterschap. Overige uitgangspunten – Waterschap Rivierenland
Gedempt oppervlaktewater dient 1 op 1 teruggebracht te worden A-watergangen:
Taluds: niet steiler van 1:2 Bodembreedte: minimaal 0,70 m Bodemhoogte: 1,0 m beneden zomerpeil/ streefpeil Breedte beschermingszone (vanaf insteek): minimaal 4,0 m Breedte schouwstrook bij eenzijdig onderhoud: minimaal 1,5 m o Minimale diameter duiker: ▪ Waterlijn niet breder van 4,0 m op zomerpeil: ø800 mm ▪ Waterlijn breder van 4,0 m op zomerpeil: ø1.000 mm B-watergangen: o Taluds: niet steiler van 1:1,5 o Bodembreedte: minimaal 0,50 m o Bodemhoogte: 0,50 m beneden zomerpeil/ streefpeil o Breedte beschermingszone (vanaf insteek aan beide zijden): minimaal 1,0 m o Minimale diameter duiker (in stedelijk gebied): ø800 mm C-watergangen: o Minimale diameter duiker: ø500 mm Bij eenzijdig onderhoud van een watergang, maximale bovenbreedte (van insteek tot insteek): 8,0 m Bij tweezijdig onderhoud van een watergang, maximale bovenbreedte (van insteek tot insteek): 16,0 m Bij een bovenbreedte van een watergang (van insteek tot insteek) breder dan 16,0 m is varend onderhoud noodzakelijk Binnen de beschermingszone langs watergangen mogen geen obstakels worden geplaatst. o o o o o
Wijchen, Spoorstraat - Herenstraat
Vanuit
het waterschap gelden de onderstaande droogleggingseisen: o Vloerpeil gebouwen minimaal 1,3 m boven zomerpeil; o Straatpeil minimaal 1,0 m boven zomerpeil; o Groenvoorzieningen minimaal 0,7 m boven zomerpeil.
Compensatie verhard oppervlak – Gemeente Wijchen Binnen het Beleidsplan Water en Riolering van de gemeente Wijchen, wordt genoemd dat de terreineigenaar verantwoordelijk is voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. De gemeente Wijchen hanteert de volgende ontwerpcriteria voor hemelwater in de openbare ruimte.
T=2 (bui 08 Leidraad Riolering RIONED) voor rioolstelsels. Hierbij
mag het water in het riool niet hoger stijgen dan 0,20 m (0,10-0,30 m) onder kruin weg (waakhoogte). De te hanteren piekbui betreft 20 mm. T=10+10% Buishand & Velds voor klimaatbestendigheid. Hierbij mag het hemelwater vanaf de openbare ruimte niet op particulier terrein komen te staan. De te hanteren piekbui betreft 35 mm. T=100+10% Buishand & Velds voor klimaatbestendigheid. Hierbij mag er geen hemelwater vanaf de openbare ruimte in gebouwen komen te staan. De te hanteren piekbui betreft 70 mm. Voor particulieren percelen geldt dat particulieren verantwoordelijk zijn voor het inzamelen en verwerken van regenwater dat op hun terrein valt. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling van hemelwater van particulieren wanneer particulieren het hemelwater niet op eigen terrein kunnen verwerken (bergen en infiltreren), mits doelmatig. Daarnaast zijn er vanuit de gemeenterichtlijnen betreffende ontwateringsdiepte bij (her)ontwikkelingen. Hiervoor geldt:
Vloerpeil begane grond minimaal 1,0 m boven GHG; Straatpeil minimaal 0,7 m boven GHG; Peil groenvoorzieningen minimaal 0,5 m boven GHG.
7
de
04 HEMELWATER EN RIOLERING 4.1. Wateropgave Om de huidige afvoersituatie ter plaatse van het plangebied te verbeteren dient over de toekomstige verharding watercompensatie gerealiseerd te worden. Vanuit het waterschap Rivierland geldt dat over de toename van verhard oppervlak (195 m²) berging gerealiseerd dient te worden. Vanuit de gemeente Wijchen dient over het totaal toekomstig verhard oppervlak binnen het plangebied (2.285m²) berging gerealiseerd te worden.
m (NAP 8,8 m – 0,6 m – NAP 5,7 m). Uitgaande van gestapelde infiltratiekratten met een totaal hoogte van 1,5 m over een totaal oppervlak van 115 m² en een netto bergingscapaciteit van 95% voor infiltratiekratten is de beschikbare berging 163 m³ (1,5 m * 115 m² * 95%). Hiermee wordt voldaan aan de bergingseis van 160 m³.
Op basis hiervan is onderstaande berging benodigd voor de ontwikkelingen binnen het plangebied. De opgave vanuit de gemeente Wijchen is voor deze ontwikkeling maatgevend.
Waterschap Rivierenland: Gemeente Wijchen:
195 m² * 66,4 m³/ha = 13 m³ 2.285 m² * 70 mm = 160 m³
4.2. Watercompensatie De benodigde waterberging wordt vormgegeven met infiltratiekratten. In figuur 4-1 is een schetsontwerp opgenomen voor de beschikbare ruimte voor ondergrondse waterberging. Aan de zuidelijke rand van het plangebied wordt geen parkeergarage gerealiseerd waardoor hier ruimte beschikbaar is voor het realiseren van een bergings-/infiltratievoorziening. Infiltratiekratten hebben een holle ruimte van 95%. In het schetsontwerp is een oppervlak van circa 115 m² beschikbaar voor ondergrondse maatregelen. Hierbij rekening gehouden met een afstand van 1,0 m vanaf de erfgrens. De maatgevende grondwaterstand is ingeschat op NAP +5,7 m. Met een gemiddeld maaiveldhoogte van NAP +8,8 m ter plaatse van de infiltratiekratten en een dekking van 0,6 m is de beschikbare ruimte circa 2,5
Figuur 4-1: Schetsontwerp beschikbare ruimte infiltratiekratten
De infiltratiekratten zullen in verband met de parkeergarage richting het zuiden infiltreren. Het beschikbare infiltrerende oppervlak is 55 m² (55 m * 1,5 * 2/3). Uitgaande van een k-waarde van 2 m/dag is de infiltratiecapaciteit
8
4,6 m³/uur (55 m² * 2 m/dag / 24 uur). De infiltratiekratten hebben bij volledige vulling een leeglooptijd van circa 35 uur (163 m³ / 4,6 m³/uur)
4.3. Wijze van afwatering Binnen het plangebied wordt het hemelwater verzameld en komt tot afstroming richting de infiltratiekratten aan de zuidrand van het plangebied. In verband met de garage onder de onverharde oppervlakken zullen ook deze oppervlakken tot afstroming komen. Aanbevolen is om ter plaatse van de Emmastraat een overstort richting de openbare ruimte te realiseren. In extreme neerslagsituaties bij een neerslagsom groter dan 70 mm voorkomt dit wateroverlast in het plangebied.
4.4. Meekoppelkansen in het gehele plangebied Om binnen het plangebied klimaatadaptieve kansen te benutten op het gebied van verkoeling en biodiversiteit kunnen onderstaande meekoppelkansen toegepast worden:
Biodiverse beplanting toepassen in de groenstroken; Realiseren van flora- en faunavoorzieningen; Realiseren van schaduw door het mogelijk aan planten van bomen
het niveau van de rijbaan naar minimaal circa NAP +6,4 m te gaan. Het maaiveld binnen het plangebied is gelegen op NAP +8,0 m à NAP +8,8 m. Met de huidige maaiveldhoogte wordt dus ruimschots de ontwateringsdiepte behaald.
4.7. Vuilwater Uitgaande van een toename van 51 appartementen, met een gemiddelde bezetting van 2,5 personen die gedurende 10 uur 12 l/ uur per inwoner aanbieden, bedraagt de hoeveelheid vuilwater die aangeboden wordt vanuit het plangebied:
Toekomstige afvoer VWA: 51 x 2,5 x 12 l/uur = 1.530 l/uur = 1,53 m³/uur = 0,42 l/s. Het vuilwater van het plangebied dient aangesloten te worden op de gemeentelijke riolering.
4.8. Oppervlaktewater Door de compensatie van het toekomstig verhard oppervlak komt minder water tot afstroming richting het gemengde rioolstelsel. Hierdoor zal de overstort van rioolstelsel minder vaak in werking treden wat een positief effect heeft op de kwaliteit van het oppervlaktewater.
of het plaatsen van schaduwdoeken.
4.5. Overige randvoorwaarden Om vervuiling van het hemelwater te beperken, wordt geadviseerd het gebruik van uitlogende bouwmaterialen te voorkomen conform het beleid van de gemeente en het waterschap.
4.9. Waterveiligheid Het plangebied ligt niet binnen een kern- of beschermingszone van een primaire waterkering.
4.6. Grondwater Vanuit het beleidsplan water en riolering van de gemeente Wijchen zijn er richtlijnen betreft het omgaan met water bij ontwikkelingen. Op basis hiervan dient voldoende ontwateringsdiepte aanwezig te zijn. De GHG binnen het plangebied ligt op circa NAP +5,7 m. Op basis van de ontwateringseisen dient
Wijchen, Spoorstraat - Herenstraat
9
SAMENWERKEN AAN EEN TOEKOMSTBESTENDIGE LEEFOMGEVING