Spoorstraat-Herenstraat_Bijlagen bij Toelichting_Bijlage 17 Archeologisch bureau- en verkennend
Tekst van het document
Bureau voor Archeologie Rapport 1286 Spoorstraat-Herenstraat, Wijchen, gemeente Wijchen: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
2
Colofon titel:
Bureau voor Archeologie Rapport 1286. Spoorstraat-Herenstraat, Wijchen, gemeente Wijchen: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
auteur:
C. de Jong (junior prospector)
autorisatie:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
2 november 2023
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
3
Administratieve gegevens Projectnummer
2022120103
Provincie
Gelderland
Gemeente
Wijchen
Plaats
Wijchen
Toponiem
Spoorstraat-Herenstraat
Centrum locatie (m RD)
178.320; 424.550 (x; y)
Omvang plangebied
2.940 m2
Omvang onderzoeksgebied booronderzoek Gelijk aan plangebied Kadastrale gegevens
kadastrale gemeentenaam: Wijchen, sectie: H, nummer(s): 2180, 3011, 4140, 4561, 4659, 4660, 5088, 5365, 5366, 5367
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
5320803100 (ABU); 5320811100 (ABO)
Soort onderzoek
een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
Opdrachtgever
Buro BOOT
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie
Kaartblad
45F
(RO) kader onderzoek
Bestemmingsplanwijziging
Periode van uitvoering veldwerk
13 januari 2023
Bevoegde overheid
Gemeente Wijchen
Deskundige namens bevoegde overheid
Werkorganisatie Druten Wijchen, E. van der Linden
Versie van het rapport
2
Beheerder en plaats van documentatie
Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
4
Figuur 1: Het plangebied (rood; www.opentopo.nl).
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
5
Inhoudsopgave 1 2
3
4 5 6
Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.......................................................................................................9 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................9 Bureauonderzoek.......................................................................................11 2.1 Methode..............................................................................................11 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................11 2.3 Huidige situatie...................................................................................12 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................13 2.5 Historische situatie..............................................................................14 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................15 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................15 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................20 Booronderzoek..........................................................................................23 3.1
Inleiding..............................................................................................23 3.2 Methode..............................................................................................23 3.3 Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie...............24 3.4 Archeologische interpretatie................................................................25 3.5 Waardestelling en Selectieadvies.......................................................27 Conclusie...................................................................................................28 4.1 Conclusie Bureauonderzoek...............................................................28 4.2 Conclusie Booronderzoek...................................................................29 Advies........................................................................................................32 5.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid......................32 Literatuur...................................................................................................33 Figuren......................................................................................................35 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................59
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
6
Lijst met Figuren 1: Het plangebied (rood; www.opentopo.nl).................................................. 4 2: Luchtfoto actueel...................................................................................... 35 3: Topografische kaart.................................................................................. 36 4: Plangebied met onderzoeksgebied.......................................................... 37 5: Archeologische beleidskaart gemeente Wijchen (Goossens 2008).......... 38 6: Nieuwe situatie. De rode omlijnen weergeeft de omvang van de parkeerkelder........................................................................................... 39 7: Bouwjaren (Kadaster 2013)...................................................................... 40 8: Bestemmingsplan Centrum Wijchen 2013 (‘Ruimtelijkeplannen.nl’)......... 41 9: Schematische weergave van de ontstaansgeschiedenis in het oostelijke rivierengebied (Berendsen en Stouthamer 2001). De rode lijn is representatief voor het plangebied........................................................ 42 10: Beddinggordels Laat Glaciaal - Vroeg Holoceen...................................... 43 11: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018).................. 44 12: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018).
Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP...................................... 44 13: Bodemkaart (Alterra 2014)....................................................................... 45 14: Bodemkaart Land van Maas en Waal (Pons 1966).................................. 46 15: bodemprofielen uit het proefsleuvenonderzoek aan de Oude Klapstraat, 200 m ten westen van het plangebied (Bink 2010)................................... 47 16: Kaart van Bataafsch Brabant, 1794 (Verhees 1794). Het plangebied ligt ongeveer binnen de blauwe cirkel............................................................ 48 17: Kadastrale Minuut provincie Gelderland (‘HISGIS Gelderland’ 2019)....... 49 18: Topografisch militaire kaart 1850.............................................................. 50 19: 553-1871-RAVESTEIN-1868.................................................................... 50 20: 553-1872-RAVESTEIN-1894.................................................................... 51 21: 553-1875-RAVENSTEIN-1928................................................................. 51 22: RAF luchtfoto uit december 1944 (RAF 1940-1945)................................. 52 23: 45F-1955-Grave / Wijchen....................................................................... 52 24: 45F-1978-Grave / Wijchen.......................................................................
53 25: Topografisch kaart 2012........................................................................... 53 26: Archeologische terreinen, vondstlocaties en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021).......................................... 54 27: Vondsten uit het booronderzoek aan de Oude Klapstraat (Flokstra 2008)........................................................................................................ 55 28: Boorpuntenkaart....................................................................................... 56 29: Schematische weergave van de boorprofielen......................................... 57 30: Advieskaart.............................................................................................. 58
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
7
Lijst met Tabellen 1: Aardkundige waarden.............................................................................. 14 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties ongeveer 150 m van het plangebied........................................................................ 20
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
8
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de SpoorstraatHerenstraat te Wijchen. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied wordt een appartementencomplex gebouwd. Onder het complex is een parkeerkelder voorzien. De ingrepen reiken tot ongeveer 270 cm -mv. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op de noordflank van een rivierduin ligt. Onder de rivierduinafzettingen liggen Pleistocene afzettingen (Formatie van Kreftenheye en Laag van Wijchen). In de top van de rivierduinafzettingen heeft zich waarschijnlijk een podzolprofiel gevormd. Hierop ligt vermoedelijk een humeus (plaggen)dek en een ophogingspakket. Sinds het ontstaan van de rivierduinen in het Laat Paleolithicum is het gebied geschikt voor bewoning. In en rondom Wijchen en het plangebied zijn vindplaatsen bekend uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen en zijn vondsten gedaan die op zijn vroegst dateren uit de prehistorie.
Aan het begin van de 19e eeuw is bebouwing aanwezig in het plangebied. Mogelijk heeft deze bebouwing middeleeuwse voorlopers, mede gezien de aanwezigheid van het aangrenzende kasteelterrein waar al bebouwing heeft gestaan in de 14e eeuw. De 19e eeuwse bebouwing wordt rond 1900 gesloopt. De oudste huidige bebouwing dateert uit 1937 en 1938. Tijdens het booronderzoek zijn vijf boringen gezet met einddieptes tussen 320 en 450 cm -mv. Hieruit blijkt dat de bodem bestaat uit rivierduinafzettingen op rivierafzettingen (de Laag van Wijchen) en Pleistocene beddingafzettingen. In het midden en noorden van het plangebied is een humeus (plaggen)dek aanwezig met daaronder in één boring een B-horizont. Dit potentiële archeologische niveau ligt tussen 95 en 150 cm -mv (787 en 681 cm NAP). In het (noord)oosten van het plangebied is een dik omgewerkt pakket aanwezig dat kan worden gerelateerd aan een 19e eeuws erf en eventuele voorgangers daarvan. Bij twee boorpunten in het oosten van het plangebied is op de overgang van de rivierduinafzettingen naar de Laag van Wijchen een humeuze laag aanwezig die duidt op een beloopbaar niveau. Hierin kunnen resten uit het Paleolithicum aanwezig zijn. De top van dit niveau ligt tussen 240 en 300 cm -mv (653 en 548 cm NAP). Door de beoogde ingrepen kunnen eventuele archeologische resten vergraven worden.
Daarom wordt aanbevolen om eventuele archeologisch resten op te sporen (kartering) en te waarderen. Aanbevolen wordt in eerste instantie een combinatie van proefsleuvenonderzoek en booronderzoek uit te laten voeren. De werkwijze van het proefsleuvenonderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
9
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een booronderzoek uitgevoerd voor de bouw van een appartementencomplex op de hoek van de Spoorstraat en Herenstraat te Wijchen. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Tijdens de verkennende fase wordt de aard en intactheid van het bodemprofiel bepaald. Op basis daarvan kunnen kansarme zones worden uitgesloten en eventuele kansrijke zones kunnen worden geselecteerd voor eventueel vervolg onderzoek. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
1
https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
10 6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
Booronderzoek verkennende fase: 7.
Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?
8.
Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?
Eindoordeel: 9.
Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?
10.
Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
11
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Er is geen contact geweest met lokale amateurs en/of Heemkunde-kringen. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.
2.2
Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. Het plangebied ligt in de gemeente Wijchen in de gelijknamige plaats. Het plangebied ligt tussen de Spoorstraat in het zuiden en oosten en Herenstraat in het noorden (figuur 2 en 3). Aan de zuidwestzijde wordt het plangebied begrensd door bebouwing. Het plangebied is maximaal 70 m lang en 60 m breed en heeft een omvang van 2.940 m2. Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 150 m om de ontwikkeling heen (figuur 4). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid (figuur 5). Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2009 heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Het beleid is dat bij ingrepen van meer dan 60 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Tevens ligt het oosten van het plangebied in een 50 m brede aandachtszone rondom een AMK terrein. In deze zone is archeologisch onderzoek verplicht bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 30 m2. 2 3
SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
12 Ontwerp c.q. inrichtingsplan De bestaande bebouwing word gesloopt en hiervoor komt een appartementencomplex in de plaats (figuur 6). Onder het complex is een parkeerkelder voorzien. Aard en omvang van de toekomstige verstoring Het pand en kelder hebben een oppervlakte van ongeveer 2.300 m2. De onderkant van de kelder komt op ongeveer 5,6 m NAP (ongeveer 2,7 m -mv) te liggen. Milieutechnische condities In het plangebied is in 1987 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn echter niet beschikbaar. Voor zover bekend is geen sanering uitgevoerd. Op de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen ligt het plangebied in de zone ‘Wonen Wijchen’. In deze zone is de bodem mogelijk licht verontreinigd met PCB.4 Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied is niet bekend. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.
2.3
Huidige situatie Bebouwing, functie en bodemgebruik In het noorden van het plangebied staan twee gebouwen uit 1938 (figuur 7). In het zuiden staat een gebouw met een bouwjaar van 1939. Daarnaast zijn van west naar oost nog drie panden aanwezig met respectievelijk bouwjaren van 1973, 1991 en 1979.5 De onbebouwde delen van het plangebied zijn verhard met klinkers. Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan Centrum Wijchen 2013 (figuur 8). In het oosten van het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 1. Dit betekent dat bij ingrepen waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het westen van het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Dit betekent dat bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 120 m2 en waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. 4 5
Karels en Spronk 2020 Kadaster 2013
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
13
2.4
Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Lage Maasterrassen', in de landschapszone rivierduinen.6 Gedurende het Laat Glaciaal vindt een afwisseling plaats tussen warme en koude periodes. Tijdens de Oude Dryas, een relatief koude periode, worden grofzandige en grindige rivierafzettingen gevormd door vlechtende rivieren (Formatie van Kreftenheye-5). Deze periode wordt gevolgd door het warme Allerød, waarin de Maas verandert in een meanderde rivier. Op de overstromingsvlaktes wordt klei afgezet dat behoort tot de Laag van Wijchen. Er ontstaat een terras, het Laagterras (figuur 9). Tijdens de koude periode die volgt (Jonge Dryas) neemt de afvoer weer toe en worden opnieuw grofzandige en grindige rivierafzettingen gevormd door vlechtende rivieren die zich insnijden. De afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Kreftenheye-6. Er wordt een nieuw terras gevormd dat lager ligt dan het vorige. Dit nieuwe terras wordt ook wel Terras X genoemd (figuur 10). Gedurende de winters komt de rivier echter droog te liggen en kunnen de sedimenten verstuiven. Hierdoor ontstaan rivierduinen die de Formatie van Kreftenheye bedekken. Op deze rivierduinen, die vallen onder de Formatie van Boxtel en het Laagpakket van Delwijnen, is het dorp Wijchen ontstaan.
Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in bebouwd gebied. Op de hoogte-reliëfkaart zijn meerdere ruggen of koppen zichtbaar in het landschap (figuur 11). Dit zijn rivierduinen. Het plangebied ligt op de noord(oost)flank van een dergelijke rivierduin. Hierdoor neemt het straatniveau af van zuidwest naar noordoost (figuur 12). Het kasteelterrein direct naast het plangebied ligt in een laagte tussen twee rivierduinen. In deze laagte is in het verleden de ‘Kleine Elst’ gegraven, die dit gebied (en het gebied ten noordwesten ervan) ontwaterde. Het hoogste deel van het plangebied ligt op ongeveer 8,8 m NAP, het laagste deel op 8,2 m NAP. Op de bodemkaart ligt het plangebied in de bebouwde zone en staat dus geen bodemtype gekarteerd (figuur 13). Op de bodemkaart uit 1966 ligt het plangebied in een zone dat gekarteerd staat als ‘Terreinen voor burgerlijk gebruik’ (Bbh, figuur 14). Dit betekent dat het terrein waarschijnlijk sterk opgehoogd is. Rondom deze zone zijn voornamelijk lemige stuifzandgronden aanwezig (Zsm2). Ten noorden van de Herenstraat is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd.7 Ten oosten van de Pius XII straat, direct ten noorden van het plangebied, is het terrein lager en gescheiden van de rest van het gebied door een steilrand. Hier is de bodem verstoord tot in de Pleistocene beddingafzettingen als gevolg van afgraving.
De top van de beddingafzettingen ligt op deze locatie tussen ongeveer 6,7 en 6,9 m NAP. Naar het westen is de bodem meer intact en liggen op de beddingafzettingen oever- of komafzettingen van uiterst siltige klei, mogelijk van de Laag van Wijchen. Op deze kleilaag ligt een matig grof zandpakket. Dit betreft mogelijk stuifzand of rivierduinzand. In de top van dit zandpakket is een BC-horizont aanwezig. De top ligt op 130 cm -mv (7,8 m NAP). De bovenste 130 tot 140 cm is verstoord. Ten westen van de Pius XII straat is in enkele boringen een B-horizont aanwezig waarvan de top tussen 65 en 135 cm -mv ligt. Daaronder is een BC-horizont aanwezig, gevolgd door de C-horizont. De C-horizont bestaat uit rivierduinafzettingen. 6 7
Rensink e.a. 2015 Flokstra 2008
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
14 Ongeveer 200 m ten westen van het plangebied, aan de Oude Klapstraat, heeft een archeologisch proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden. Op deze locatie ligt onder een verstoord pakket een esdek (figuur 15). In twee werkputten ligt onder het esdek een B- of BC-horizont. De C-horizont bestaat uit rivierduinafzettingen. Op sommige plekken is onder de C-horizont een lichtgrijze zandlaag met veel houtskool aanwezig. Deze laag is geïnterpreteerd als de Laag van Usselo. De laag is beschreven als een E-horizont met daaronder een B-horizont. Onder de rivierduin is dus sprake van een begraven bodem. Het archeologische sporenniveau onder het esdek ligt tussen 7,75 en 7,25 m NAP. Bron
Situatie plangebied, omschrijving
Geologie (figuur 9 en 10)
Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:8 • Bx4: Laagpakket van Delwijnen; rivierduinzand (Bx4)
Geomorfologie
Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Bebouwing
AHN (figuur 11 en 12)
Het maaiveld neemt af van 8,8 m NAP in het zuidwesten naar 8,2 m NAP in het noordoosten.
Bodemkunde (figuur 13 en Bodemkaart 1 : 50 000: 14) • Bebouwing Bodemkaart Land van Maas en Waal, 1966: • Terreinen voor burgerlijk gebruik (sterk opghoogd, stadsuitbreiding, havenwerken, fabrieksterreinen, enz.)
Tabel 1: Aardkundige waarden.
2.5
Historische situatie Sinds het ontstaan van de rivierduinen in het Laat Paleolithicum is het gebied geschikt voor bewoning. De rivierduinen zijn droog en tegelijkertijd liggen ze dicht bij water. Vanaf het Neolithicum zijn deze gebieden ook geschikt voor landbouw. 350 m ten zuiden van het plangebied zijn onder andere archeologische resten uit het Neolithicum aangetroffen.9 Het duinencomplex van Wijchen kent een groot aantal archeologische vindplaatsen. Zo zijn er in het noorden en oosten van Wijchen een aantal urnenvelden uit de Late Bronstijd bekend.10 Het dorp Wijchen wordt voor het eerst in historische bronnen uit de 12e eeuw genoemd. De etymologische oorsprong van de naam is onbekend. Het kan in verband worden gebracht met een afleiding van het Germaanse woord wîh (heilig) of wîg (strijd).11 Vroege bebouwing zal zich langs het Wijchens Meer geconcentreerd hebben, dit is vooral ten westen van het plangebied. Het kasteel Wijchen, dat 150 m ten oosten van het plangebied ligt, wordt het eerst vermeldt in 1392. Mogelijk stond op deze locatie al vanaf de 11e eeuw een versterkte woontoren.12 De eerste kaarten waarop Wijchen met enig detail is afgebeeld, dateren uit het einde van de 18e eeuw en begin van de 19e eeuw. Op een kaart uit 1794 is 8 De Mulder 2003 9 Van Kampen 2014 10 Boshoven 2011 11 Van der Sijs 2010 12 De Boer 2019 Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
15 Wijchen figuratief afgebeeld (figuur 16). Naast de bebouwing, zijn tevens de kerk, het kasteel en een molen zichtbaar. De molen is mogelijk de Wijchense Molen, al is deze molen volgens het kadaster pas in 1799 gebouwd.13 De exacte ligging van het plangebied is op deze kaart niet af te leiden. Op de kadastrale minuut is meer detail beschikbaar (figuur 17). De Herenstraat en Spoorstraat zijn herkenbaar. In het oosten van het plangebied, aan de Spoorstraat, staan drie gebouwen behorende tot twee erven. De rest van het plangebied is in gebruik als tuin. Ten noorden van het plangebied is een beek zichtbaar die in verbinding lijkt te staan met de kasteelgracht. Deze beek wordt aangeduid als ‘de Kleine Elst’. Deze beek zorgt voor afwatering van het gebied tussen de rivierduinen. In de loop van de 19e eeuw lijkt weinig in het plangebied te veranderen (figuur 18 en 19). Aan het einde van de 19e eeuw zijn de twee noordelijke gebouwen gesloopt (figuur 20). Het zuidelijke grotere gebouw wordt in de jaren ‘30 van de 20e eeuw gesloopt of verbouwd. Volgens het Basisregister Adressen en gebouwen dateert de oudste huidige bebouwing in het noorden en zuiden uit 1938 en 1939 en de rest uit de jaren 70 of later. Op een luchtfoto uit 1944 lijkt echter meer bebouwing aanwezig te zijn (figuur 22). Dit kan betekenen dat later verbouwingen hebben plaatsgevonden.
De topografische kaart uit 1955 bevestigt dat meer bebouwing aanwezig is (figuur 23). Grote delen van het plangebied zijn in deze periode bebouwd. In de periode hierna vinden nog enkele verbouwingen plaats (figuren 7, 24 en 25).
2.6
Mogelijke verstoringen Een groot deel van het plangebied is bebouwd en alle bebouwing dateert uit de 20e eeuw. Bouwtekeningen zijn niet beschikbaar, maar de verwachting is dat ter hoogte van de bebouwing de bodem tot minimaal 80 cm -mv of tot in de top van het schone zand verstoord is.
2.7
Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische terreinen, vondstlocaties en onderzoeken staan weergegeven in figuur 26 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Rioolwerkzaamheden aan de Herenstraat zijn in 2009 archeologisch begeleid (zaak 2.199.226.100 en vondstlocaties 1.036.401 en 1.089.569). Hierbij zijn archeologische sporen en vondsten uit de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe tijd aangetroffen. De sporen bevinden zich in de top van het gele zand, tussen ongeveer 1,0 en 1,3 m -mv. Rondom het zuidelijke deel van de Herenstraat (ongeveer 150 ten zuidwesten van het plangebied) moet rekening gehouden worden met nederzettingsresten uit de Romeinse tijd. Het merendeel van de vondsten dateert uit de 7e tot 12e eeuw. Mogelijk doorsnijdt de Herenstraat een nederzettingsterrein uit deze periode. Na deze periode lijkt bewoning langs de Herenstraat af te nemen.
13 Kadaster 2013 Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
16 Ten noorden van de Herenstraat is een archeologische booronderzoek uitgevoerd (zaak 2.160.791.100).14 De bodem is voor een groot deel verstoord, met name in het oosten van het onderzochte gebied. In de delen die nog (deels) intact zijn, zijn archeologisch indicatoren uit de prehistorie tot en met de Late Middeleeuwen. Vondstniveaus zijn aanwezig in de B- of BC-horizont en de top van de C-horizont. In het westen van het gebied zijn een begraven A- en AEhorizont aanwezig waarin prehistorische archeologische resten zijn aangetroffen. Voor de intacte delen van het onderzochte gebied, zoals langs de Pius XII straat, wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. In het westen van het onderzochte gebied is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zaak 2.235.684.100).15 In alle werkputten zijn bewoningssporen aangetroffen die gedateerd kunnen worden in de Laat Romeinse tijd tot en met de Volle Middeleeuwen. Tussen 20 en 200 m ten oosten van het plangebied ligt het AMK terrein 13.186. 20 m ten zuiden daarvan ligt AMK terrein 4.235. Op AMK terrein 4.235 zijn sporen van een grafveld uit de Vroege Middeleeuwen aanwezig. Meerdere onderzoeken en graafwerkzaamheden hebben nog meer sporen van graven blootgelegd. 15 tot 200 m ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich het terrein van kasteel Wijchen.
Het kasteel is een rijksmonument.16 Hier liggen sporen van de voorganger van het huidige kasteel dat gedateerd wordt op midden 14e eeuw. Bij een archeologische begeleiding op het terrein in 2020 zijn funderingen van vroegere fasen van het kasteel aangetroffen (zaak 4.737.207.100). Op het voorterrein van het kasteel is in 2021 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zaak 5.125.220.100). Hoewel het rapport nog niet beschikbaar is, is in de eerste bevindingen wel een beschrijving gegeven van de bodemopbouw. De bodemopbouw bestaat uit ophogingspakketten op geul en komafzettingen van de voormalige afwateringsgeul ‘de Kleine Elst’. Tussen de komafzettingen zijn veenlagen aanwezig. De ophogingslagen zijn waarschijnlijk in de Late Middeleeuwen opgeworpen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn muurresten en een waterput aangetroffen. Aan de Baron d’Osystraat, 150 m ten noordoosten van het plangebied, is een opgraving uitgevoerd (zaak 2.044.280.100).17 Hierbij zijn resten van nederzettingen en graf- en urnenvelden aangetroffen. De resten dateren uit het Laat Neolithicum tot en met de IJzertijd. Ongeveer 150 m ten zuidoosten van het plangebied, aan de Markt 3, is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd (zaak 2.460.645.100).18 De bodem bleek hier te bestaan uit een ophogingspakket op rivierduinafzettingen. De top van de rivierduin is verbruind (B-horizont) en mogelijk deels intact.
Mogelijk zijn funderingsresten aangetroffen. Daarom in een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding geadviseerd. Bij de begeleiding (zaak 2.462.484.100) zijn in het 1,15 m dikke ophogingspakket resten uit de 17e en 18e eeuw aangetroffen.19 Archeologische sporen of resten van 19e eeuwse bebouwing zijn niet aangetroffen.
14 Flokstra 2008 15 Bink 2010 16 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 17 Hendriks en Magnee-Nentjes 2008 18 Pape 2014 19 Hakvoort 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
17 Archeologische terreinen 4.235 - Wijchen – Centrum; Kasteellaan - Terrein van archeologische waarde Terrein, gelegen op een stuifzandrug, met sporen van een grafveld uit de Vroege Middeleeuwen (5de-7de eeuw). Op het oude zandoppervlak hebben sinds de middeleeuwen egalisaties en esvorming plaatsgevonden. De in 2001 onderzochte locatie Marktpad ligt ten zuidwesten van overstoven, lager gelegen kleigronden, die een laat-pleistocene geul markeren. Op het terrein zijn vondsten gedaan uit de 5de tot 7de eeuw. De diepte waarop de vondsten zijn gedaan varieert van 250-360 cm. In 2001 zijn acht boringen gezet in het westelijke deel van het grafveld (Locatie Marktpad), voorafgaand aan de funderingswerkzaamheden voor een winkelpui. Vanaf het maaiveld tot gemiddeld 70 centimeter daaronder bestaat de bodem uit een pakket donkerbruingrijs zand. Hierin zijn veel brokken recent puin en mortel aangetroffen (egalisatielaag). Vanaf gemiddeld 120 cm -Mv is het bodemprofiel niet recentelijk verstoord. Hier begint een laag met houtskool, brokjes verbrande leem en fragmentjes aardewerk. Aangezien bij de boringen en graafwerkzaamheden sporen van (nog meer) graven (bekistingsresten en verbrand bot) zijn aangetroffen, is deze plaats toegevoegd aan het reeds bestaande terrein (januari 2003).
Tijdens de uiteindelijke (winkel)bouwwerkzaamheden is rekening gehouden met de maximaal toelaatbare diepte van de bodemingrepen. 13.186 - Wijchen - Kasteellaan - Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van een oudere voorganger van het huidige kasteel. Oudste vermelding 1392, eerste bouw vermoedelijk midden 14e eeuw. Het huidige uiterlijk is 16e eeuws. In 1906 is het kasteel afgebrand en hierna weer gerestaureerd. Onderzoeken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 2.023.544.100: Wijchen, Sterrebosweg, opgraving Het rapport is niet beschikbaar. 2.044.280.100: Wijchen, Baron d'Osystraat, Molenberg, opgraving De vroegste bewoningssporen die zijn aangetroffen, dateren tussen circa 2.500 en 1.800 voor Christus. Het betreft enkele fragmenten van potbeker- en wikkeldraadaardewerk die wijzen op bewoningsactiviteiten in het Laat Neolthicum en/of in de Vroege Bronstijd. Tevens zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een urnenveld. De datering wordt geschat in de Late Bronstijd tot Midden IJzertijd. Op het terrein zijn ook sporen van bewoning uit de Midden en Late IJzertijd aangetroffen. De sporen behoren tot de randzone van een nederzetting. Het is niet duidelijk waar de nederzetting exact ligt. Uit de Romeinse tijd is een grafveld aangetroffen.
De flanken van rivierduin zijn in en rondom Wijchen vaker gebruikt voor grafvelden.20 2.160.791.100: Wijchen, Oude Klapstraat, Plangebied Westflank , boring Bij deze zaak is vondstlocatie 1.085.383 geregistreerd. Het plangebied Westflank (circa 4,4 ha) ligt direct ten noordwesten van het centrum van Wijchen. Het totale plangebied omvat het gebied tussen de Oude Klapstraat, de Herenstraat, de Stationslaan en de Hogeweg. Het plangebied valt uiteen in drie deelgebieden: 21 1. Het gebied rondom bibliotheek en postkantoor (circa 1,4 ha): In deelgebied 1 zijn veel vondsten en interessante waarnemingen gedaan. Er is een opvallende hoeveelheid aardewerk uit diverse perioden aangetroffen. De periode IJzertijdVroege Middeleeuwen vormt een belangrijke component binnen het vondstenspectrum. In het algemeen kan gesteld worden dat de vindplaats redelijk tot goed geconserveerd zal zijn, mede door de dikke, afdekkende ophogingslagen en esdekpakketten. 2. Het gebied ten noorden van deelgebied 1 tot aan de Pius XII straat (circa 2 ha), inclusief mogelijke grafheuvel: In deelgebied 2 zijn grootschalige en diepe verstoringen vastgesteld in de omgeving van de huidige bebouwing. Ondanks de intensieve en diepe verstoringen in het gebied zijn er intacte en deels intacte profielen vastgesteld.
Met name in de omgeving van De Piushof en op het grasveld bij de kruising Herenstraat-Pius XII straat zijn minder intensieve verstoringen vastgesteld. Tijdens het inventariserend veldonderzoek is hier onder andere prehistorisch aardewerk aangetroffen. Wat betreft de mogelijke grafheuvel in dit deel van het plangebied, kan op basis van de opbouw van het heuvellichaam met indicatoren, en de aanwezigheid van een onderliggend verbruiningshorizont of esdek, gesteld worden dat het hier geen grafheuvel betreft. 3. Het gebied ten noordoosten van de Pius XII straat (circa 1 ha): In deelgebied 3 is geen intacte bodem meer aangetroffen in het lage deel van het gebied. 20 Hendriks en Magnee-Nentjes 2008 21 Flokstra 2008 Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
18 De aangetroffen bodemprofielen zijn diep verstoord tot aan natuurlijke beddingafzettingen. Langs de steilrand aan de zuidoostzijde van het deelgebied zijn puntjes houtskool waargenomen in de top van sterk siltige oeverafzettingen, met hierboven een verstoord pakket. Mogelijk zijn deze indicatoren te interpreteren als prehistorische activiteit langs de aangetroffen pleistocene laagte. Indien besloten wordt dat de vindplaatsen in deelgebied 1, 2 en 3 niet behouden kunnen worden, is het wenselijk zo snel mogelijk een vervolgonderzoek door middel van proefsleuven uit te laten voeren. 2.199.226.100: Wijchen, Herenstraat, Rioolvernieuwing, begeleiding Bij deze zaak is vondstlocatie 1.089.569 geregistreerd. Tijdens de aanleg van het nieuwe riool in de Herenstraat zijn de werkzaamheden begeleid. Voorgangers van de huidige Herenstraat zijn tijdens het onderzoek niet waargenomen. Tijdens de waarneming zijn 23 sporen gedocumenteerd. Slechts een spoor is in de Romeinse tijd te dateren, vermoedelijk in de laat-Romeinse tijd. De weinige gevonden scherven uit die tijd geven aan dat we met een nederzetting rekening moeten houden in de directe omgeving van het meest zuidelijke deel van de Herenstraat. Het merendeel van de sporen, waaronder verschillende waterputten is in de periode te plaatsen die dateert van de vroege tot en met de volle middeleeuwen, globaal genomen de 7e - 12e eeuw.
De aanwezige waterputten laten vermoeden dat het riooltracé dwars door een nederzettingsterrein uit die periode gaat. Vooral de vroege middeleeuwen zijn in het vondstmateriaal goed vertegenwoordigd. Na de volle middeleeuwen lijkt de bewoning rond de Herenstraat op te houden. Vermoedelijk verplaatst deze zich dan meer naar de oude kern van Wijchen. Wel geven enkele metaalvondsten aan dat de Herenstraat vanaf de 17e - 18e eeuw mogelijk al als zodanig heeft gefunctioneerd. Enkele waargenomen stukken muurwerk behoren tot de jongste vondsten. Zij kunnen in de 19e of de 20e eeuw gedateerd worden. 22 2.235.684.100: Wijchen, Oude Klapstraat, Westflank deelgebied 1, proefputten\proefsleuven Op het terrein zijn twee relevante archeologische bodemlagen aangetroffen. Op het bovenste niveau zijn resten uit de Romeinse tijd tot en met de volle middeleeuwen aangetroffen. Op het onderste niveau zijn geen resten aangetroffen. Het onderste niveau betreft een bodem die is gevormd tijdens het Allerød interstadiaal. Archeologische sporen zijn in alle werkputten aangetroffen. Het betreft nederzettingssporen uit de periode (laat)Romeinse tijd tot en met de volle middeleeuwen. In werkput 2 bevinden zich mogelijk midden Romeinse sporen, maar in ieder geval laat-Romeinse/vroeg Merovingische sporen. In werkputten 3 en 4 zijn vermoedelijk (vroeg) Merovingische sporen aangetroffen.
Karolingische sporen zijn aangetroffen in proefsleuf 1 terwijl middeleeuwse sporen vooral in het westelijke deel van het terrein (proefsleuf 1) zijn te verwachten. De (laat)Romeinse sporen zijn vermoedelijk een voortzetting van de op de Tienakker aangetroffen nederzettingen. De vroegmiddeleeuwse bewoning is mogelijk de directe opvolger hiervan. Over de relatie tot de overige vroegmiddeleeuwse sporen uit Wijchen is, bij gebrek aan publicaties hiervan voorlopig geen uitspraak te doen. De middeleeuwse bewoning is mogelijk de voorganger van de aan de Herenstraat aangetroffen bewoning. Onder het archeologische niveau bevindt zich nog een bodem. In deze bodem zijn geen archeologische vondsten aangetroffen. De bodem is geïnterpreteerd als een Allerød-bodem. Hier is de zogenaamde ‘laag van Usselo’ aangetroffen. In een dergelijke bodem kunnen resten uit het jong paleolithicum worden aangetroffen. Tijdens het onderzoek is nog verspreid neolithisch materiaal aangetroffen, op welk niveau eventuele neolithische sporen aangetroffen kunnen worden is onduidelijk. Het bovenste sporenniveau varieert tussen 7,75 en 7,25 +NAP. De diepte onder het maaiveld varieert van 60 tot 180 cm. Het onderste sporenniveau varieert tussen 7,25 en 7,75 cm +NAP. Waar het bovenste sporenniveau op 7,25 is aangetroffen is het onderste niveau niveau vermoedelijk op een dieper niveau aanwezig.
23 2.460.645.100: Wijchen, Markt 3, boring Uit het vooronderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied bestaat uit een ophoogpakket uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd, dat is opgebracht op het onderliggende Pleistocene rivierduin (gekenmerkt door het deels verbruinde zand). De top hiervan is door later gebruik van het plangebied aangetast (ook eventueel aanwezig stuifzand is verdwenen), maar er bestaat nog steeds een kans op het aantreffen van dieper ingegraven sporen in het resterende deel van de oude bodem. Enkele boringen zijn gestuit op wat mogelijk funderingsresten zijn uit minimaal de vroege 19e eeuw. In het plangebied resteert een hoge verwachting op het aantreffen van (nederzettings)resten uit de periode Neolithicum – Nieuwe Tijd B. Ook kunnen sporen van begraving worden aangetroffen, gezien de aanwezigheid van een vroegmiddeleeuws grafveld in de directe nabijheid van het plangebied. Voor de periode Paleolithicum – Mesolithicum geldt een lage verwachting. Gezien de resultaten van het vooronderzoek wordt geadviseerd om archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in het plangebied. Gezien de beperkte omvang en toegankelijkheid van het plangebied wordt aanbevolen om dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een 22 Van Enckevort en Wildenberg 2009 23 Bink 2010 Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
19 Archeologische Begeleiding.24 2.462.484.100: Wijchen, Markt 3, begeleiding Uit het bureauonderzoek bleek het plangebied op een rivierduin te liggen, waarop in de directe omgeving diverse archeologische waarden zijn aangetroffen. Het sediment behorend bij dit rivierduin werd tijdens veldonderzoek door middel van boringen aangetroffen op een diepte van circa 1,4 m mv. Het werd afgedekt door een dik ophogingspakket. Op een diepte van 95 cm -mv werd op twee plaatsen een ondoordringbare laag met (bak)steen aangetroffen. Het vermoeden bestond dat hier funderingsresten van oudere bewoning nog aanwezig kon zijn in de ondergrond (zaak 2.460.645.100). Hierop werd door de gemeente Wijchen besloten dat de graafwerkzaamheden in het plangebied archeologisch begeleid dienden te worden. Bij de begeleiding zijn ophogingspakketten tot een diepte van 1,15 m -mv waargenomen. In het ophogingspakket is een beperkt aantal vondsten verzameld, bestaande uit aardewerk en glas, met een datering vanaf het einde van de 17e eeuw. Anders dan de ophogingslagen zijn geen archeologische sporen herkend. Wél zijn in het ophogingspakket sporen van een subrecente riolering aangetroffen. Concluderend zijn geen behoudenswaardige archeologische resten in het plangebied aangetroffen.
Hiermee is dan ook de noodzaak voor verder archeologisch onderzoek komen te vervallen.25 4.668.269.100: Wijchen, Kasteellaan 9, bureauonderzoek In het plangebied zelf bevindt zich het omgrachte kasteel van Wijchen. Hier bevond zich in ieder geval vanaf het midden van de 14e eeuw een kasteel, maar vermoedelijk was hier al vanaf de 11 e eeuw een versterkte woontoren aanwezig. Het kasteel is in de 14 e, begin 15e eeuw en het einde van de 16e, begin 17e eeuw sterk verbouwd, waardoor in het kasteel (en derhalve in de funderingen) verschillende bouwfasen en bebouwingsonderdelen (waaronder een waterkelder) aanwezig zijn. Bij een verbouwing in 1995 is de vloer van het zuidwestelijke deel van het souterrain, en daarmee een deel van de daar aanwezige archeologische (en bouwhistorische) waarden, verwijderd. Elders is de verwachting dat de archeologische waarden uit met name de late middeleeuwen B – Nieuwe tijd nog grotendeels aanwezig zullen zijn. Derhalve geldt voor het plangebied een zeer hoge archeologische verwachting voor archeologische waarden (funderingen, vloeren, muren, afvallagen e.d.) uit de late middeleeuwen B (mogelijk al late middeleeuwen A) en nieuwe tijd. Deze waarden bestaan uit het huidige gebouw en het onder de huidige keldervloer gelegen niveau. De aanwezigheid van oudere resten kan evenmin worden uitgesloten.
Derhalve geldt voor het mesolithicum tot en met de vroege middeleeuwen een middelhoge verwachting. Gezien de ligging in een laagte, zal het vermoedelijk gaan om aan natte context gerelateerde archeologische waarden, zoals voordes, beschoeiingen, steigers, resten van visvangst, rituele deposities, afvaldumps e.d. Op basis van deze resultaten wordt geadviseerd om de geplande werkzaamheden archeologisch te laten begeleiden. 26 4.737.207.100: Wijchen, Kasteel Wijchen, begeleiding Dit onderzoek is een vervolg op zaak 4.668.269.100. Het veldwerk is uitgevoerd in 2020. Het rapport is nog niet beschikbaar. De eerste bevindingen melden dat tijdens de begeleiding meerdere funderingen van vroegere fasen van het kasteel zijn aangetroffen. Tevens is een vloer uit de Nieuwe tijd aangetroffen. 5.125.220.100: Wijchen, voorterrein Kasteel Wijchen, proefputten\proefsleuven Het veldwerk is uitgevoerd in 2021. Het rapport is nog niet beschikbaar. De eerste bevindingen zijn: “Het gefaseerde archeologische onderzoek is gestart met een metaaldetectie onderzoek nadat de bovenste 30 cm van het voorterrein was verwijderd. Hierna vond een magnetometrisch onderzoek plaats, waarbij kabels en leidingen, maar ook puinhoudende kuilen zichtbaar werden. Hierna kon gericht de ligging van de proefsleuven worden bepaald.
De archeologische begeleiding heeft interessante informatie opgeleverd over de natuurlijke- en antropogene bodemopbouw van het voorterrein van kasteel Wijchen. De natuurlijke diepere ondergrond bestaat uit een sterk gelaagde afzetting van de voormalige Elst (komafwateringsgeul) met daaronder komafzettingen met veenlagen. In de gelaagde afzetting van de Elst is aardewerk en houtskool aangetroffen (Paffrath, Pingsdorf). Opvallend waren de afwisselende duikende lagen in oostelijke- en zuidelijke richting. De puinrijke antropogene paketten bevatten veel baksteenpuin, mortel en daklei. Deze donkerbruingrijze en sterk gevlekte bodemlagen zijn waarschijnlijk in de Late Middeleeuwen opgeworpen. Diepe puinkuilen zijn ingegraven in de 17 e – 18e eeuw. Tijdens het aanvullende proefsleuvenonderzoek, in totaal 6 proefsleuven/putten, zijn muurresten opgetekend van een kelderfundering, bestaande uit een enkele laag kloostermoppen. Ook werd een waterput (16 e eeuw?) aangetroffen met een ingegraven diepte van bijna 4 m -mv. De vele kabels- en/of leidingen aan de oostzijde van het voorterrein beperkten sterk de waarnemingsmogelijkheid.” Vondstlocaties los
24 Pape 2014 25 Hakvoort 2014 26 De Boer 2019 Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
20 1.036.401: Wijchen, Hoek Herenstraat - Burchtstraat, opgraving Op deze locatie is in een bouwput een waterput gevonden. In de put zijn scherven aangetroffen die tot in de 13e eeuw gedateerd kunnen worden. Tevens zijn aardewerkfragmenten uit de Romeinse tijd aangetroffen. 1.037.700: Wijchen, Kasteel, Niet-archeologisch Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, handgevormd, Late IJzertijd - Romeinse Tijd: 'Vaatwerk inheems' • Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd: 'Vaatwerk Romeinse tijd' 1.042.731: Wijchen, De Poort, Niet-archeologisch: graafwerk Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • Onbekend aantal, glas, armband - La Tene:5-ribbig, Late IJzertijd • Onbekend aantal, keramiek, aardewerk, handgevormd, Vroege IJzertijd - Midden IJzertijd • Onbekend aantal, ijzer, slak, Vroege IJzertijd - Late IJzertijd • Onbekend aantal, brons, ring, Vroege IJzertijd - Late IJzertijd • Onbekend aantal, brons, halsring - getordeerd, Vroege IJzertijd - Late IJzertijd 1.071.093: Wijchen, Sterrebosweg 11-23, opgraving Op deze locatie zijn drie kuilen aangetroffen met materiaal uit de 12 e eeuw. De resten behoren vermoedelijk tot een boerderij.
Tabel 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties ongeveer 150 m van het plangebied. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.27
2.8
Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt op de noordflank van een rivierduin. Onder de rivierduinafzettingen liggen Pleistocene afzettingen (Formatie van Kreftenheye en Laag van Wijchen). In de top van de rivierduinafzettingen heeft waarschijnlijk verbruining plaatsgevonden en heeft zich een B-horizont gevormd. Hierop ligt vermoedelijk een humeus (plaggen)dek. Mogelijk ligt hier weer een ophogingspakket op. Een oude bodemkaart geeft aan dat het terrein sterk is opgehoogd. De dikte van het ophogingspakket is onbekend. Sinds het ontstaan van de rivierduinen in het Laat Paleolithicum is het gebied geschikt voor bewoning. Vanaf het Neolithicum zijn deze gebieden ook geschikt voor landbouw. In en rondom Wijchen en het plangebied zijn vindplaatsen bekend uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen en zijn vondsten gedaan die op zijn vroegst dateren uit de prehistorie. Aan het begin van de 19e eeuw is bebouwing aanwezig in het plangebied. Oudere bebouwing kan dus niet uitgesloten worden. De 19e eeuwse bebouwing wordt rond 1900 na Christus gesloopt. De oudste huidige bebouwing dateert uit 1938 en 1938. In de periode hierna vinden mogelijk nog enkele verbouwingen plaats. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.
Datering
In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit alle archeologische perioden. 27 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
21 2.
Complextype
Er moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars, landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. In het oosten van het plangebied kunnen resten van 19e eeuwse bebouwing en eventuele voorgangers daarvan aanwezig zijn. 3.
Omvang
Archeologische resten gerelateerd aan bewoning kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.
Diepteligging
Op basis van nabijgelegen onderzoek wordt de top van het bovenste archeologische sporenniveau in de top van de rivierduinafzettingen verwacht tussen circa 65 en 135 cm -mv. Het archeologische niveau ligt waarschijnlijk onder een humeuze laag en opgebracht pakket. Ook in de rivierduinafzettingen kunnen overstoven bodems en archeologische niveaus aanwezig zijn. Ten noorden van het plangebied zijn Pleistocene beddingafzettingen vanaf 6,7 tot 6,9 m NAP (ongeveer 200 cm -mv) aangetroffen. Boven dit niveau kunnen dus nog begraven niveaus aanwezig zijn. 5.
Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)
Onder het stuifzand van de rivierduin kunnen archeologische resten goed geconserveerd zijn. Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn niet meer gegevens bekend. 6.
Locatie
In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. 7.
Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):
Uiterlijke kenmerken: Archeologische resten van jager-verzamelaars bestaan hoofdzakelijk uit ondiepe sporen (haardkuilen) en strooiingen van vuursteen. Daarnaast kunnen resten zonder bodemkundige context zoals vuurstenen werktuigen (pijlpunten, bijlen) en wildvallen aanwezig zijn. Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van beer- en/of waterputten of afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten en inhumaties aanwezig zijn. Fragmenten hiervan kunnen door ploegwerkzaamheden ook in de bouwvoor of (als deze aanwezig is) bouwlanddek aanwezig zijn. Archeologische resten van staatssamenlevingen hebben vergelijkbare uiterlijke kenmerken, daarnaast moet (rekening gehouden worden met resten van steenbouw (fragmenten baksteen, uitbraaksleuven, metselwerk). Prospectiekenmerken: Archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum kenmerken zich door een spreiding van artefacten, hierbij wordt voornamelijk vuursteen en houtskool verwacht. Eventueel kunnen sporen aanwezig zijn in de vorm van haardkuilen, paalsporen en begravingen.
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
22 Archeologische resten uit de periode Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd kenmerken zich door de aanwezigheid van een sporenniveau. 8.
Mogelijke verstoringen
Door bouw- en sloopactiviteiten in de 20e eeuw kunnen archeologische resten zijn vergraven. De exacte diepte van de funderingen en daarmee de verstoringen zijn niet bekend.
Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
23
3
Booronderzoek
3.1
Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,28 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is hetzelfde als het plangebied. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de gegevens van de verkenning wordt de aard en intactheid van de bodemopbouw gecontroleerd en kan de verwachting worden verfijnd. Tevens wordt zo inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd.
Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden.
3.2
Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:
7 cm Edelmanboor, 4 cm zuigerboor en 3 cm guts.
Aantal boringen:
Vijf.
Boordiepte:
De boringen zijn gezet tot in de Pleistocene beddingafzettingen en hebben einddieptes tussen 320 en 450 cm -mv.
Grid:
De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst.
Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. Relevante lagen zijn gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat 28 SIKB 2018 Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
24 NEN 5104.29 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald ten opzichte van de lokale topografie. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.30 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 13 januari 2023 door A. de Boer (KNA Senior Prospector) en C. de Jong (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.
3.3
Resultaten met bodemkundige en geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in figuur 28 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in figuur 29. In alle boorprofielen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. De archeologische indicatoren bestaan uit baksteenfragmenten en -spikkels. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater stond tijdens het onderzoek tussen 150 en 250 cm -mv. Alle natuurlijke afzettingen zijn kalkloos. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden, van boven naar onder: Pakket 1: opgebracht of omgewerkt Dit is een heterogeen pakket dat bestaat uit zwak tot matig siltig zand en kleiig zand. Het pakket is humusloos tot sterk humeus en gevlekt en bevat klei- en zandbrokken. In alle boorprofielen zijn in dit pakket rode baksteenfragmenten en -spikkels aanwezig. Tevens is kalkmortel en vensterglas aangetroffen. In boorprofielen 2, 3 en 5 is het pakket 40 tot 58 cm dik. In het westen (boorprofiel 1) is het pakket 140 cm dik, in het oosten 220 cm (boorprofiel 4). De overgang met de onderliggende pakketten is over het algemeen scherp. De top van het pakket ligt aan het maaiveld of onder klinkers (886 en 831 cm NAP).
Door het gebrek aan archeologische indicatoren, met name dieper in het pakket, kan niet met zekerheid gezegd worden of hier sprake is van een oud ophogingspakket. Gelet op de stratigrafische ligging, het aangetroffen vensterglas en de bebouwingsgeschiedenis lijkt het aannemelijk dat dit een 19e of 20e eeuws pakket is dat is ontstaan door bouw- en/of sloopwerkzaamheden. Echter, bij boorpunt 4 kan de aanwezigheid van dit pakket worden gerelateerd aan de historische bebouwing op deze plaats (Zie figuur 17). Pakket 2: A- en AC-horizont Dit pakket bestaat uit sterk humeus, matig siltig, matig grof zand en heeft een donker bruingrijze kleur. In het pakket zijn enkele rode baksteenfragmenten aangetroffen. Het pakket is aanwezig in het midden en noorden van het 29 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 30 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1286
Wijchen Spoorstraat-Herenstraat
25 plangebied in boorprofielen 2 en 3. Het pakket is 45 tot 110 cm dik. De top van het pakket ligt tussen 40 en 50 cm -mv (832 en 791 cm NAP). Op basis van het humusgehalte is het pakket geïnterpreteerd als een A-horizont. In boorprofiel 3 is het pakket onderin zwak humeus en vermoedelijk betreft het hier een overgangslaag naar de C-horizont (AC-horizont). Pakket 3: rivierduinafzettingen (B-horizont) Dit pakket bestaat uit zwak humeus zwak siltig, zeer grof zand en heeft een bruine kleur. Het pakket is 25 dik en gaat geleidelijk over naar het onderliggende pakket. Het pakket is aanwezig in boorprofiel 2. De top van het pakket ligt op 95 cm -mv (787 cm NAP). Pakket 4: rivierduinafzettingen (C-horizont) Dit pakket bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer grof, geel zand. In boorprofiel 3 zijn de afzettingen grijs gekleurd. Het pakket is 80 tot 180 cm dik. Het pakket is in alle boorprofielen aanwezig. In boorprofielen 1, 2, 3 en 5 ligt de top van het pakket tussen 65 en 150 cm -mv (828 en 681 cm NAP). In boorprofiel 4, waar de bodem diep verstoord is, ligt de top van het pakket op 220 cm -mv (628 cm NAP). Op de overgang van de rivierduinafzettingen naar de Laag van Wijchen (pakket 5) is in boorprofielen 4 en 5 een donkere humeuze laag aanwezig dat wordt geïnterpreteerd als een vegetatielaag.