CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Spoorstraat-Herenstraat_Bijlagen bij Toelichting_Bijlage 13 Quickscan Flora & Fauna (2)

Raad openbaar Wijchen 26 juni 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 147889 Beslisnota bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat Wijchen3.902 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

1

COLOFON Opdrachtgever

Qbusbouw B.V.

Datum Status Projectnummer

Januari 2021 Definitief 2020-176

Auteur Controle

Babette Eijkelenkamp Jeroen Willems

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

2

INHOUD 1

INLEIDING

4

2

PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN

5

3

WETGEVING EN NATUURBELEID

8

3.1 3.2 3.3

SOORTBESCHERMING NATURA 2000 NATUURNETWERK NEDERLAND

8 9 9

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

10

5

RESULTATEN

11

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.2 5.3

WET NATUURBESCHERMING VOGELS VLEERMUIZEN FLORA OVERIGE SOORTGROEPEN NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000) NATUURNETWERK NEDERLAND

11 11 13 13 13 14 15

6

CONCLUSIE

16

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 IN GELDERLAND

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

3

1

INLEIDING

AANLEIDING In januari 2021 heeft Buiting Advies in opdracht van Qbusbouw B.V. een quickscan flora en fauna uitgevoerd aan de Herenstraat 28, 30 en 32 te Wijchen. Men is voornemens de woningen te slopen teneinde hier een parkeerplaats te realiseren. Middels een quickscan flora en fauna dient vastgesteld te worden of er vanuit de Wet natuurbescherming beperkingen zijn voor de toekomstige werkzaamheden. Daarnaast wordt middels een quickscan onderzocht of een significant negatief effect te verwachten is op het functioneren van Natura-2000 gebieden, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone (onderdeel NNN). De onderzoeksmethode en resultaten zijn in deze rapportage opgenomen. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 van dit rapport beschrijven wij de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen. Vervolgens volgt in hoofdstuk 3 een samenvatting van de achterliggende natuurwetgeving. In hoofdstuk 4 beschrijven we de onderzoeksmethode en in hoofdstuk 5 volgen de resultaten. Het rapport sluit af met de conclusie.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

4

2

PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN

PLANGEBIED Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Wijchen en bestaat uit drie woningen (afbeelding 1). Deze liggen aan de Herenstraat. De woningen betreffen twee onder één kap woningen (nr 28, 30) en een vrijstaande woning. Om de woningen ligt een tuin met opgaand groen, gazon en bestrating. De directe omgeving bestaat voornamelijk uit bebouwing, verharding, bomenlanen en ander opgaand groen. Ongeveer 100 meter van het plangebied is een park met bos aanwezig van Kasteel Wijchen. Afbeelding 2 t/m 9 geven een impressie van het plangebied.

Afbeelding 1. Luchtfoto van het plangebied

VOORGENOMEN ONTWIKKELINGEN Men is voornemens om de woningen volledig te slopen teneinde hier parkeerplaatsen te realiseren. De beplanting zal hierbij ook verwijderd worden.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

5

Afbeelding 2. Voorkant twee-onder-één-kap

Afbeelding 3. Achterkant twee-onder-één-kap

Afbeelding 4. Achterkant vrijstaande woning

Afbeelding 5. Achterkant vrijstaande woning

Afbeelding 6. dakrand vrijstaande woning

Afbeelding 7. voorkant vrijstaande woning

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

6

Afbeelding 8. Aanwezige coniferen

Quickscan flora en fauna

Afbeelding 9. Achtertuin

Buiting Advies BV

7

3

WETGEVING EN NATUURBELEID

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Via deze wet is onder andere de bescherming van de Nederlandse inheemse flora en fauna en Natura 2000 gebieden geregeld.

3.1

SOORTBESCHERMING

ZORGPLICHT In de Wet natuurbescherming is de algehele zorgplicht opgenomen. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Onderstaand zijn de relevante extra verbodsbepalingen weergegeven: ARTIKEL 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ARTIKEL 3.5 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De soorten beschermd onder artikel 3.5 zijn genoemd in bijlage 1 van dit rapport.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

8

ARTIKEL 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. PROVINCIALE VRIJSTELLINGEN Per provincie is in de huidige Wet natuurbescherming een algehele vrijstelling van kracht voor een aantal soorten uit artikel 3.10. Deze zijn opgenomen onder aan bijlage 2 van dit rapport.

3.2

NATURA 2000

Binnen de Wet natuurbescherming zijn een aantal gebieden met internationale verplichtingen opgenomen. Deze Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van gebieden die de deelnemende lidstaten hebben aangewezen als speciale beschermingszone op basis van het voorkomen van habitats en soorten die extra bescherming nodig hebben. De Nederlandse overheid heeft zich verplicht om voor de aangewezen gebieden specifieke instandhoudingdoelen op te stellen met betrekking tot de habitats en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ontwikkelingen die een significant negatieve invloed op deze instandhoudingsdoelen kunnen hebben, zijn in principe niet mogelijk. Daarbij geldt dat ook ontwikkelingen die buiten Natura 2000-gebied zelf plaatsvinden geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied mogen hebben (via externe werking). Naast gebiedsbescherming kent Natura 2000 ook een strikt soortenbeschermingsbeleid. Een aantal daarvoor aangewezen dier- en plantensoorten (Habitatrichtlijn Bijlage IV) en alle vogels zijn strikt beschermd in heel Europa. De bescherming van deze soorten is in Nederland overgenomen in Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5).

3.3

NATUURNETWERK NEDERLAND

Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden en kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Door natuurgebieden te verbinden binnen de NNN wordt voorkomen dat gebieden geïsoleerd (komen te) liggen en dat plant- en diersoorten daarbinnen verdwijnen. De algemene grenzen zijn in 1995 globaal aangegeven door de Rijksoverheid, in het Structuurschema Groene Ruimte en zijn nader begrensd weergegeven in de Nota Ruimte uit 2004. De precieze begrenzing wordt uiteindelijk bepaald door de provincies. GELDERS NATUURNETWERK In Gelderland wordt het Natuurnetwerk Nederland uitgevoerd binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Voor ontwikkelingen binnen de GNN geldt het “nee, tenzij-principe”, wat inhoudt dat ontwikkelingen die een significant negatieve invloed hebben op wezenlijke kenmerken en waarden, in beginsel niet zijn toegestaan. Wel bestaat in dat geval nog een mogelijkheid om ontwikkelingen toch te realiseren door gebruikmaking van de instrumenten “herbegrenzing ” (bij relatief kleine ruimtelijke ontwikkelingen) of “Saldobenadering ” (bij grote integrale gebiedsontwikkelingen). GROENE ONTWIKKELINGSZONE Binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden partijen uitgenodigd om te helpen met de realisatie van groene doelen. In dit gebied is ontwikkelingsruimte voorhanden.

Afhankelijk van de ontwikkeling vraagt de provincie een bijdrage te leveren aan de GO.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

9

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

De onderzoeksmethode die bij de uitvoering van de quickscan is gevolgd, bestaat uit de volgende drie onderdelen: BUREAUSTUDIE Tijdens de bureaustudie is in diverse beschikbare bronnen onderzocht wat bekend is over de aanwezigheid van via de Wet natuurbescherming beschermde soorten binnen het plangebied en in de omgeving daarvan. Hierbij vormt de NDFF de belangrijkste bron aangevuld met eventuele andere verspreidingsinformatie over soorten. Tevens wordt gekeken of de ontwikkelingen binnen het plangebied invloed kunnen hebben op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden en of deze nader onderzocht dienen te worden. Daarnaast wordt gekeken of de ontwikkelingen negatieve effecten hebben op het functioneren van het Gelders Natuurnetwerk en de wezenlijke kenmerken en waarden van de Groene Ontwikkelingszone. VELDBEZOEK Op 20 januari 2021 is het plangebied bezocht. Doel van dit bezoek is een beeld krijgen van het plangebied, zodat bepaald kan worden voor welke beschermde soorten het gebied mogelijk geschikt leefgebied vormt. Bij het bezoek is het plangebied inclusief de directe omgeving onderzocht, waarbij ook is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten of sporen daarvan.

ANALYSE EN CONCLUSIE Door het combineren van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek is ingeschat of de voorgenomen werkzaamheden zouden kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Daarbij is zowel rekening gehouden met de gevolgen van een veranderende leefomgeving van beschermde soorten als met verstoringseffecten die worden veroorzaakt tijdens de uitvoering van werkzaamheden.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

10

5

RESULTATEN

5.1

WET NATUURBESCHERMING

Onderstaand wordt per soortgroep aangegeven welke beschermde soorten in het plangebied voor (kunnen) komen. De resultaten zijn gebaseerd op de combinatie van de bureaustudie en het veldbezoek. Ook wordt, indien aan de orde, aangegeven welk effect de voorgenomen ontwikkelingen op deze soorten kunnen hebben en of de ontwikkelingen en bijbehorende maatregelen zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Daarnaast wordt aangegeven of aanvullend onderzoek noodzakelijk is om de aan- of afwezigheid van een beschermde soort aan te tonen.

5.1.1

VOGELS

Tijdens het veldbezoek zijn onder andere houtduif en pimpelmees waargenomen in het plangebied. De werkzaamheden mogen nimmer leiden tot verstoring van een broedgeval of beschadiging van een in gebruik zijnd nest. Alle broedende (inheemse) vogels zijn namelijk in Nederland beschermd onder de wet Natuurbescherming. Het plangebied bestaat uit woningen met tuinen met bomen en opgaand groen. Er zijn geschikte bomen en heesters aanwezig voor vogels om in te broeden, waaronder een aantal coniferen. Het is niet van te voren uit te sluiten dat vogels gaan broeden. De werkzaamheden die bestaan uit vellen van bomen en struiken of andere werkzaamheden die tot verstoring kunnen leiden van broedende vogels dienen buiten de indicatieve broedtijd (1 maart - 31 juli) uitgevoerd te worden. Echter is het ook buiten de indicatieve broedperiode is nog mogelijk dat vogels broeden. Daarnaast zijn coniferen jaarrond groen, waardoor een visuele inspectie lastig is. Vooraf dient dan ook een check door een ecoloog op in gebruik zijnde nesten gedaan te worden. JAARROND BESCHERMDE NESTEN EN VERBLIJFPLAATSEN Van een beperkt aantal soorten is de broedplek/het nest jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Dit houdt in dat het nest ook beschermd is als er geen sprake is van een broedsel op het betreffend moment.

Tevens is leefgebied (zoals foerageergebied) dat essentieel is voor de functionaliteit van een broedplek/nest van een dergelijke soort beschermd. Jaarrond beschermde nesten kunnen voorkomen in gebouwen of bomen. Bomen Uit de bureaustudie blijkt dat de in bomen broedende boomvalk, buizerd, ransuil, roek, sperwer, steenuil en wespendief in de omgeving van het plangebied voorkomen. Deze soorten hebben een jaarrond beschermde nestplaats In het plangebied zijn enkele bomen aanwezig, waaronder een aantal grote coniferen. Deze bomen en de bomen die in de buurt staan van het plangebied zijn geen geschikte nesten aangetroffen voor soorten met een jaarrond beschermde nestplaats. Gebouwen: huismus Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde huismus (wet natuurbescherming 3.1) in de omgeving van het plangebied voorkomt. De voortplantings- en rustplaatsen van de huismus zijn jaarrond beschermd. Huismussen broeden onder dakpannen, gaten en kieren in gebouwen. Het is mogelijk dat er mussen nestelen onder de dakpannen van de woning van nummer 32, zie Afbeelding 6. Derhalve kan niet worden uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten op de huismus of voortplantings- en rustplaatsen heeft. Aanvullend onderzoek zal de aanwezigheid hiervan moeten aantonen of uitsluiten.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

11

Naast de voortplantings- of rustplaatsen is ook het essentiële leefgebied voor het functioneren van deze plekken beschermd. Huismussen maken onder andere gebruik van opgaand groen om in te schuilen en te foerageren. Geschikt opgaand groen is aanwezig in het plangebied. Effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op het functioneren van het essentieel leefgebied in de vorm van foerageerhabitat van de huismus kan dan ook niet worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek zal de aanwezigheid hiervan moeten aantonen of uitsluiten. Gebouwen: gierzwaluw Bureaustudie toont aan dat de jaarrond beschermde gierzwaluw (Wet natuurbescherming 3.1) in de omgeving van het plangebied voorkomt. Van de gierzwaluw zijn de voortplantings- en rustplaatsen jaarrond beschermd. Gierzwaluwen broeden onder andere onder dakpannen. Het gebouw met nummer 32 is matig geschikt voor gierzwaluwen doordat toegang tot geschikte nestplaatsen met voldoende valhoogte weinig aanwezig lijkt. Gebouwen 28 en 30 zijn ongeschikt voor gierzwaluwen aangezien er geen ruimte onder de dakpannen aanwezig is en/of voldoende valhoogte ontbreekt. Deze valhoogte hebben de gierzwaluwen nodig om de nestplaats te verlaten. Door zich te laten vallen, kunnen ze opstijgen. Gierzwaluwen foerageren in de lucht, tot tientallen kilometers van hun broedplek, van een essentieel onderdeel van het leefgebied is dan ook geen sprake.

Naast dat het matig geschikt is, is er tijdens het aanvullend onderzoek voor hetzelfde project van de naastgelegen panden aan de Herenstraat 36 en 40 geen gierzwaluwen waargenomen die dicht in de buurt van de planlocaties nestindicerend gedrag vertoonden. Gierzwaluwen komen dan alvorens ze invliegen op de hoogte van de gebouwen langsvliegen en maken daarbij kenmerkend geluid (gieren). Dit gedrag is niet waargenomen en was zeker opgevallen indien er een nest bij nummer 32 aanwezig zou zijn. Negatieve effecten op de gierzwaluw of het functioneren van hun jaarrond beschermde nestplaatsen als gevolg van de voorgenomen ingrepen worden daarom niet verwacht. Gebouwen: overige vogelsoorten Uit de bureaustudie zijn de kerkuil, ooievaar en grote gele kwikstaart naar voren gekomen. De gebouwen zijn ongeschikt als broedplaats voor deze drie soorten. Negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen worden daarom niet verwacht op deze soorten.

5.1.2

GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN

Uit de bureaustudie komen waarnemingen naar voren van de beschermde bever Wet natuurbescherming 3.5, bunzing en eekhoorn (Wet natuurbescherming 3.10) in de omgeving van het plangebied. Voor de bever is geen geschikt habitat aanwezig gezien het plangebied enkel bestaat uit tuinen en woningen. EEKHOORN Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde eekhoorn (Wet natuurbescherming 3.10) op enkele locaties rondom het plangebied is waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen eekhoorns of sporen van de eekhoorn aangetroffen. Verblijfplaatsen van eekhoorns zijn nesten ter grootte van een voetbal, de nesten bevinden zich vaak dicht tegen de stam van de boom. Coniferen zijn geen geschikte bomen voor eekhoorns. Een negatief effect door de voorgenomen ontwikkeling op eekhoorns wordt daarom niet verwacht. BUNZING Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde bunzing (Wet natuurbescherming 3.10) in de omgeving van het plangebied voorkomt. Deze marterachtige verblijven vaak in oude holen van konijnen, mollen of andere zoogdieren maar ook objecten als takkenhopen, balen hooi, stapels stenen, schuurtjes en andere objecten waarin zij zich schuil kunnen houden. Begroeiingen met voldoende dekking als rommelhoekjes achter

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

12

boerderijen, houtwallen, hagen, rietkragen, ruige slootkanten etc. worden gebruikt om te jagen op muizen, (woel)ratten en andere kleine zoogdieren, vogels en kikkers (met name door de bunzing). Dergelijke elementen zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Ook is er geen bunzing of sporen van de soort aangetroffen. Negatieve effecten door de voorgenomen werkzaamheden op de bunzing worden niet verwacht. STEENMARTER Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde steenmarter (Wet natuurbescherming 3.10) op enkele locaties rondom het plangebied is waargenomen. Steenmarters maken gebruik van veel verschillende verblijfplaatsen waaronder gebouwen, dichte struwelen en boomholtes. Ook kunnen steenmarters verblijven onder de dakpannen van het gebouw binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van de steenmarter. Gebruik van de woningen door de steenmarter voor voortplantings- of rustplaats kan echter niet worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of door de voorgenomen werkzaamheden een beschermde voortplantings- of rustplaats wordt vernield.

5.1.3 VLEERMUIZEN Voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en de daarbij behorende essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen zijn beschermd via de Wet natuurbescherming (artikel 3.5). Uit de bureaustudie komen waarnemingen naar voren van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. Vleermuizen leven zowel in gebouwen als bomen. In het plangebied bevatten de aanwezige bomen geen holtes of loszittende schorsplaten. Negatieve effecten op boombewonende soorten, zoals rosse vleermuis worden dan ook niet verwacht. Aan alle gebouwen zijn op verschillende plaatsen geschikte invliegopeningen en mogelijk geschikte verblijfplaatsen aangetroffen. Mogelijke verblijfplaatsen zullen door de voorgenomen werkzaamheden worden aangetast. Negatieve effecten op vleermuizen en hun vaste voortplantings- en/of rustplaatsen kunnen niet worden uitgesloten. Aanvullend onderzoek is nodig om vast te stellen of gebouwbewonende vleermuizen zoals gewone dwerg, ruige dwergvleermuis en laatvlieger gebruik maken van het gebouw als voortplantings- en/of rustplaats. Het plangebied heeft geen kenmerken die overeenkomen met vliegroutes of foerageergebied dat essentieel is voor het functioneren van een voortplantings- of rustplaats van vleermuizen. Effecten hierop worden dan ook niet verwacht.

5.1.4

FLORA

Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde kartuizer anjer (Wet natuurbescherming 3.10) op één locatie rondom het plangebied is waargenomen. Kartuizer anjer groeit in schrale en kalkrijke graslanden. Dergelijk habitat is tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De kartuizer anjer wordt niet in het plangebied verwacht.

5.1.5

OVERIGE SOORTGROEPEN

Door het ontbreken van geschikt habitat worden negatieve effecten op beschermde soorten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10) uit andere soortgroepen niet verwacht.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

13

5.2

NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000)

Het plangebied ligt op circa 6 kilometer van het Natura-2000 gebied ‘Rijntakken’ (Afbeelding 10). Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het plangebied. Gezien de kleinschalige aard van de werkzaamheden, worden negatieve effecten op het Natura-2000 gebied ‘Rijntakken’ niet verwacht.

Afbeelding 10. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ (blauwgroen)

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

14

5.3

NATUURNETWERK NEDERLAND

Het plangebied ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk of in de Groene Ontwikkelingszone (Afbeelding 11). Effecten van de voorgenomen ingrepen op het functioneren van het Gelders Natuurnetwerk en de wezenlijke kenmerken en waarden van de Groene Ontwikkelingszone worden niet verwacht

Afbeelding 11. Ligging van het plangebied (grijs) ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

15

6

CONCLUSIE

Negatieve effecten op huismussen, vleermuizen en steenmarters kunnen als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden niet worden uitgesloten. Voor deze soortgroepen is aanvullend onderzoek noodzakelijk om vast te stellen of deze soorten gebruik maken van het gebouw. Broedseizoen In gebruik zijnde nesten van vogels mogen nooit worden beschadigd of vernield. De werkzaamheden die daartoe kunnen leiden met name het verwijderen van het opgaand groen, dienen daarom, ruim buiten de indicatieve broedtijd van vogels (1 maart-31 juli) uitgevoerd te worden. Om uit te sluiten dat er gebroed wordt dient een check uitgevoerd te worden door een ecoloog of er geen in gebruik zijnd nest aanwezig is, maximaal drie dagen voordat de werkzaamheden van start gaan. Op overige beschermde flora en fauna worden geen effecten verwacht. Wel wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden de algehele zorgplicht in acht te nemen. NATURA 2000, NATUURNETWERK EN GROENE ONTWIKKELINGSZONE Negatieve effecten op het Natura-2000 gebied ‘Rijntakken’, het natuurnetwerk Nederland en de groene ontwikkelingszone worden niet verwacht, een verdere toetsing is niet nodig.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

16

BIJLAGEN BIJLAGE 1: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 BESCHERMDE SOORTEN UIT DE HABITATRICHTLIJN geel schorpioenmos juchtleerkever tonghaarmuts vermiljoenkever kleine vlotvaren bronslibel liggende raket gaffellibel drijvende waterweegbree gevlekte witsnuitlibel groenknolorchis groene glazenmaker kruipend moerasscherm noordse winterjuffer zomerschroeforchis oostelijke witsnuitlibel moerasparelmoervlinder rivierrombout oeveraas sierlijke witsnuitlibel mercuurwaterjuffer teunisbloempijlstaart walrus gladde slang dikkopschildpad muurhagedis kemp's zeeschildpad zandhagedis lederschildpad steur soepschildpad hamster bultrug otter gewone vinvis baardvleermuis boomkikker bechsteins vleermuis geelbuikvuurpad bosvleermuis heikikker brandts vleermuis kamsalamander franjestaart knoflookpad gewone grootoorvleermuis rugstreeppad grijze grootoorvleermuis vroedmeesterpad grote hoefijzerneus apollovlinder grote rosse vleermuis boszandoog ingekorven vleermuis donker pimpernelblauwtje kleine dwergvleermuis grote vuurvlinder kleine hoefijzerneus pimpernelblauwtje laatvlieger tijmblauwtje meervleermuis zilverstreephooibeestje mopsvleermuis brede geelrandwaterroofkever noordse vleermuis gestreepte waterroofkever rosse vleermuis

Quickscan flora en fauna

ruige dwergvleermuis tweekleurige vleermuis vale vleermuis watervleermuis bruinvis dwergpotvis gestreepte dolfijn gewone dolfijn gewone spitsdolfijn grijze dolfijn kleine zwaardwalvis narwal orca tuimelaar witflankdolfijn witsnuitdolfijn noordse vinvis potvis poelkikker houting bataafse stroommossel platte schijfhoren bever hazelmuis lynx noordse woelmuis wilde kat wolf gewone dwergvleermuis butskop dwergvinvis griend spitsdolfijn van gray witte dolfijn

Buiting Advies BV

17

BIJLAGE 2: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 BESCHERMDE DIERSOORTEN (BIJLAGE A) alpenwatersalamander vinpootsalamander vuursalamander aardbeivlinder bosparelmoervlinder bruin dikkopje bruine eikenpage duinparelmoervlinder gentiaanblauwtje grote parelmoervlinder grote vos grote weerschijnvlinder iepenpage kleine heivlinder kleine ijsvogelvlinder kommavlinder sleedoornpage spiegeldikkopje veenbesblauwtje veenbesparelmoervlinder veenhooibeestje veldparelmoervlinder zilveren maan vliegend hert beekrombout bosbeekjuffer donkere waterjuffer gevlekte glanslibel gewone bronlibel hoogveenglanslibel kempense heidelibel speerwaterjuffer europese rivierkreeft adder hazelworm levendbarende hagedis

Quickscan flora en fauna

ringslang beekdonderpad beekprik elrits gestippelde alver grote modderkruiper kwabaal boommarter damhert das edelhert eekhoorn eikelmuis grote bosmuis molmuis veldspitsmuis waterspitsmuis gewone zeehond grijze zeehond meerkikker aardmuis bunzing dwergmuis dwergspitsmuis gewone bosspitsmuis hermelijn huisspitsmuis ondergrondse woelmuis rosse woelmuis steenmarter tweekleurige bosspitsmuis veldmuis vos wezel woelrat

Buiting Advies BV

18

BESCHERMDE PLANTENSOORTEN (BIJLAGE B) blaasvaren kleine wolfsmelk groensteel kluwenklokje schubvaren knollathyrus akkerboterbloem knolspirea akkerdoornzaad korensla akkerogentroost kranskarwij beklierde ogentroost kruiptijm berggamander lange zonnedauw bergnachtorchis liggende ereprijs blauw guichelheil moerasgamander bokkenorchis muurbloem bosboterbloem naakte lathyrus bosdravik naaldenkervel brave hendrik pijlscheefkelk brede wolfsmelk roggelelie breed wollegras rood peperboompje bruinrode wespenorchis rozenkransje dennenorchis ruw parelzaad dreps scherpkruid echte gamander schubzegge franjegentiaan smalle raai geelgroene wespenorchis spits havikskruid geplooide vrouwenmantel steenbraam getande veldsla stijve wolfsmelk gevlekt zonneroosje stofzaad glad biggenkruid tengere distel gladde zegge tengere veldmuur groene nachtorchis trosgamander groot spiegelklokje veenbloembies grote bosaardbei vliegenorchis grote leeuwenklauw vroege ereprijs honingorchis wilde averuit kalkboterbloem wilde ridderspoor kalketrip wilde weit karthuizeranjer wolfskers karwijselie zandwolfsmelk kleine ereprijs zinkviooltje kleine schorseneer zweedse kornoelje

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

19

VRIJSTELLING BINNEN DE PROVINCIE GELDERLAND Voor de onderstaande soorten geldt een vrijstelling in de provincie Gelderland bij ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstelling geldt voor de volgende soorten: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, bastaard kikker, aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

20

OKTOBER Quickscan flora2018 en fauna

Buiting Advies BV

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=3c37c29b-9270-462b-8df0-bda08b5246d4