CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Spoorstraat-Herenstraat_Bijlagen bij Toelichting_Bijlage 11 Quickscan Flora & Fauna (1)

Raad openbaar Wijchen 26 juni 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: 147889 Beslisnota bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat Wijchen4.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

JUNI 2019

Quickscan flora en fauna

QUICKSCAN FLORA & FAUNA HERENSTRAAT 36 WIJCHEN

Buiting Advies BV

1

COLOFON Opdrachtgever

Q-PD B.V.

Datum Status Projectnummer

Juni 2019 Definitief 19063

Auteur Controle

Tim Asbreuk Elmar Prins

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

2

INHOUD 1

INLEIDING

4

2

PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN

5

3

WETGEVING EN NATUURBELEID

7

3.1 3.2 3.3

SOORTBESCHERMING NATURA 2000 NATUURNETWERK NEDERLAND

7 8 8

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

9

5

RESULTATEN

10

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.2 5.3

WET NATUURBESCHERMING FLORA VOGELS GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN VLEERMUIZEN REPTIELEN EN AMFIBIEËN VISSEN ONGEWERVELDEN NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000) NATUURNETWERK NEDERLAND

10 10 10 11 12 13 13 13 14 15

6

CONCLUSIE

16

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 IN GELDERLAND

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

3

1

INLEIDING

AANLEIDING In juni 2019 heeft Buiting Advies een quickscan flora en fauna uitgevoerd bij de woning aan de Herenstraat 36 te Wijchen. Men is voornemens in het plangebied de bestaande bebouwing te slopen en hier appartementen te bouwen. Doel van deze quickscan flora en fauna was te onderzoeken of er vanuit de Wet natuurbescherming beperkingen zijn voor de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkelingen op deze locatie. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 van dit rapport beschrijven wij de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen. Vervolgens volgt in hoofdstuk 3 een samenvatting van de achterliggende natuurwetgeving. In hoofdstuk 4 beschrijven we de onderzoeksmethode en in hoofdstuk 5 volgen de resultaten. Het rapport sluit af met de conclusies.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

4

2

PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN

PLANGEBIED Het plangebied ligt in het centrum van Wijchen en bestaat uit meerdere aan elkaar gebouwde panden (afbeelding 1). De gebouwen hebben meest een plat dak, maar enkele een puntdak met dakpannen (afbeelding 2). In het plangebied is geen beplanting aanwezig. Het plangebied wordt omgeven door andere bebouwing en verhardingen. Aan de andere kant van de weg ten oosten van het plangebied ligt een bosgebied dat onderdeel is van het daarachterliggende landgoed.

Afbeelding 1: de locatie van het plangebied (rood)

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

5

Afbeelding 2: Het plangebied bestaat uit diverse gebouwen, deels met pannendaken en deels met een plat dak. Tevens is een muur in het plangebied begroeid met klimop (linksonder)..

VOORGENOMEN ONTWIKKELING De opdrachtgever is voornemens de gebouwen op de kadastrale percelen 3782, 2180 en 3011 (afbeelding 1 en 2) te slopen en hier appartementen te bouwen.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

6

3

WETGEVING EN NATUURBELEID

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Via deze wet is onder andere de bescherming van de Nederlandse inheemse flora en fauna en Natura 2000 gebieden geregeld.

3.1

SOORTBESCHERMING

ZORGPLICHT In de Wet natuurbescherming is de algehele zorgplicht opgenomen. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Onderstaand zijn de relevante extra verbodsbepalingen weergegeven: ARTIKEL 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ARTIKEL 3.5 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De soorten beschermd onder artikel 3.5 zijn genoemd in bijlage 1 van dit rapport.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

7

ARTIKEL 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. PROVINCIALE VRIJSTELLINGEN Per provincie is in de huidige Wet natuurbescherming een algehele vrijstelling van kracht voor een aantal soorten uit artikel 3.10. Deze zijn opgenomen onder aan bijlage 2 van dit rapport.

3.2

NATURA 2000

Binnen de Wet natuurbescherming zijn een aantal gebieden met internationale verplichtingen opgenomen. Deze Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van gebieden die de deelnemende lidstaten hebben aangewezen als speciale beschermingszone op basis van het voorkomen van habitats en soorten die extra bescherming nodig hebben. De Nederlandse overheid heeft zich verplicht om voor de aangewezen gebieden specifieke instandhoudingdoelen op te stellen met betrekking tot de habitats en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ontwikkelingen die een significant negatieve invloed op deze instandhoudingsdoelen kunnen hebben, zijn in principe niet mogelijk. Daarbij geldt dat ook ontwikkelingen die buiten Natura 2000-gebied zelf plaatsvinden geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied mogen hebben (via externe werking). Naast gebiedsbescherming kent Natura 2000 ook een strikt soortenbeschermingsbeleid. Een aantal daarvoor aangewezen dier- en plantensoorten (Habitatrichtlijn Bijlage IV) en alle vogels zijn strikt beschermd in heel Europa. De bescherming van deze soorten is in Nederland overgenomen in Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5).

3.3

NATUURNETWERK NEDERLAND

Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden en kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Door natuurgebieden te verbinden binnen de NNN wordt voorkomen dat gebieden geïsoleerd (komen te) liggen en dat plant- en diersoorten daarbinnen verdwijnen. De algemene grenzen zijn in 1995 globaal aangegeven door de Rijksoverheid, in het Structuurschema Groene Ruimte en zijn nader begrensd weergegeven in de Nota Ruimte uit 2004. De precieze begrenzing wordt uiteindelijk bepaald door de provincies. GELDERS NATUURNETWERK In Gelderland wordt het Natuurnetwerk Nederland uitgevoerd binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Voor ontwikkelingen binnen de GNN geldt het “nee, tenzij-principe”, wat inhoudt dat ontwikkelingen die een significant negatieve invloed hebben op wezenlijke kenmerken en waarden, in beginsel niet zijn toegestaan. Wel bestaat in dat geval nog een mogelijkheid om ontwikkelingen toch te realiseren door gebruikmaking van de instrumenten “herbegrenzing ” (bij relatief kleine ruimtelijke ontwikkelingen) of “Saldobenadering ” (bij grote integrale gebiedsontwikkelingen). GROENE ONTWIKKELINGSZONE Binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden partijen uitgenodigd om te helpen met de realisatie van groene doelen. In dit gebied is ontwikkelingsruimte voorhanden.

Afhankelijk van de ontwikkeling vraagt de provincie een bijdrage te leveren aan de GO.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

8

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

De onderzoeksmethode die bij de uitvoering van de quickscan is gevolgd, bestond uit de volgende drie onderdelen: BUREAUSTUDIE Tijdens de bureaustudie is in diverse beschikbare bronnen onderzocht wat bekend is over de aanwezigheid van via de Wet natuurbescherming beschermde soorten binnen het plangebied en in de omgeving daarvan. Hierbij vormt de NDFF de belangrijkste bron aangevuld met eventuele andere verspreidingsinformatie over soorten. Tevens wordt gekeken of de ontwikkelingen binnen het plangebied invloed kunnen hebben op de Natura 2000-gebieden in de omgeving en of er ontwikkelingen plaatsvinden binnen het Natuurnetwerk Nederland. VELDBEZOEK Op 13 juni 2019 is het plangebied bezocht. Doel van dit bezoek was een beeld krijgen van het plangebied, zodat bepaald kan worden voor welke beschermde soorten het gebied mogelijk geschikt leefgebied vormt. Bij het bezoek is het plangebied inclusief de directe omgeving onderzocht, waarbij goed is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten of sporen daarvan. ANALYSE EN CONCLUSIE Door het combineren van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek, is ingeschat of de voorgenomen werkzaamheden zouden kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming.

Daarbij is zowel rekening gehouden met de gevolgen van een veranderende leefomgeving als met verstoringseffecten die worden veroorzaakt tijdens de uitvoering van werkzaamheden.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

9

5

RESULTATEN

5.1

WET NATUURBESCHERMING

Onderstaand wordt per soortgroep aangegeven welke beschermde of bedreigde soorten in het plangebied voor (kunnen) komen. De resultaten zijn gebaseerd op de combinatie van bureaustudie en het veldbezoek. Ook wordt, indien aan de orde, aangegeven welk effect de voorgenomen ontwikkelingen op deze soorten kunnen hebben en of de ontwikkelingen en bijbehorende maatregelen zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming.

5.1.1

FLORA

Het plangebied bestaat enkel uit gebouwen en wordt omringd door verharding en andere gebouwen. In het plangebied zijn vrijwel geen planten aanwezig, op enkele planten tussen de voegen van de bestrating na. Beschermde plantensoorten kwamen niet uit het bureauonderzoek of veldonderzoek naar voren. Beschermde plantensoorten worden gezien de groeiplaatsomstandigheden binnen het plangebied niet verwacht.

5.1.2

VOGELS

Bij het veldbezoek werden in de omgeving van het plangebied houtduif, merel en de koolmees waargenomen. Deze en andere soorten broeden mogelijk in (de omgeving van) het plangebied. Alle broedende vogels zijn bij wet beschermd. In de omgeving van de planlocatie komen wel bomen, hagen en opslag voor die geschikt zijn als broedplaats voor vogels. In het plangebied zijn echter geen bomen, struiken of andere vormen van beplanting aanwezig. Wel kunnen zich broedvogels bevinden op het platte dak of elders in/op het gebouw als scholeksters, zwarte roodstaart of spreeuwen. Indien werkzaamheden plaatsvinden binnen het indicatieve broedseizoen (15 maart-15 juli) mogen deze niet leiden tot verstoring van eventuele broedgevallen in deze gebouwen of de directe omgeving. Ook buiten de indicatieve broedperiode zijn eventueel broedende vogels beschermd, maar de kans op broedende vogels is veel kleiner. Geadviseerd wordt sloopwerkzaamheden ruim buiten de indicatieve broedperiode uit te voeren. JAARROND BESCHERMDE NESTEN EN VERBLIJFPLAATSEN Van een beperkt aantal soorten is de broedplek/het nest jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Dit houdt in dat het nest ook beschermd is als er geen sprake is van een broedsel op het betreffend moment. Tevens is leefgebied (zoals foerageergebied) dat essentieel is voor de functionaliteit van een broedplek/nest van een dergelijke soort beschermd.

Uit de bureaustudie blijkt dat de huismus en gierzwaluw in de omgeving van het plangebied voorkomen. Deze soorten hebben een jaarrond beschermde nestplaats en broeden in gebouwen. Huismus Uit de bureaustudie blijkt dat de jaarrond beschermde huismus (Wet natuurbescherming 3.1) in de omgeving van het plangebied voorkomt. Van de huismus zijn de nest- en rustplaatsen jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Huismussen broeden met name onder dakpannen, maar ook in nissen en andere openingen van gebouwen, klimop en dichte hagen. Het pannendak en de met klimop begroeide muur in het plangebied zijn geschikt als nestplaats voor de huismus (afbeelding 2 en 3). Onder de dakpannen bevinden zich op meerdere locaties geschikte openingen voor de huismus. Via deze openingen kunnen de huismussen de ruimte tussen het dakbeschot en de pannen bereiken om hier vervolgens te nestelen. Het is op basis van deze quickscan niet vast te stellen of er daadwerkelijk nesten aanwezig zijn van deze soort en om hoeveel nesten het gaat. Naast de voortplantings- of rustplaatsen is ook het essentiële leefgebied voor het functioneren van deze plekken beschermd. Huismussen maken onder andere gebruik van het opgaande groen om in te schuilen en te foerageren. In de omgeving is ruim voldoende alternatief leefgebied voorhanden.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

10

In het plangebied is geen groen aanwezig dat eventueel kan functioneren als essentieel leefgebied (m.u.v. eventuele broedgevallen in de in de klimop). Effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op het functioneren van het essentieel leefgebied in de vorm van foerageerhabitat van de huismus worden dan ook niet verwacht. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of door de voorgenomen sloopwerkzaamheden een beschermde nest- of rustplaats wordt vernield. Gierzwaluw Uit de bureaustudie kwamen waarnemingen van gierzwaluwen naar voren. Van de gierzwaluw zijn de nest- en rustplaatsen jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming 3.1). Het gebouw bezit enkele geschikte invliegopeningen voor gierzwaluwen (afbeelding 3) waarbij tevens voldoende valhoogte aanwezig is. Broedende gierzwaluwen kunnen derhalve niet worden uitgesloten in het plangebied. Gierzwaluwen foerageren in de lucht, tot tientallen kilometers van hun broedplek, van een essentieel onderdeel van het leefgebied is binnen het plangebied dan ook geen sprake. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of door de voorgenomen sloopwerkzaamheden een beschermde nest- of rustplaats worden vernield.

Van overige jaarrond beschermde soorten die in gebouwen broeden zijn hooguit incidentele waarnemingen bekend, er zijn geen aanwijzingen voor een nestplaats binnen het plangebied en er vinden geen werkzaamheden of ontwikkelingen plaats waarvan te verwachten is dat ze kunnen leiden tot beschadiging of vernieling van een nestplaats- of rustplaats of aantasting van de functionaliteit daarvan..

5.1.3

GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN

Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen. Mogelijk doorkruizen in Gelderland vrijgestelde soorten het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde bever (Wet natuurbescherming 3.5), eekhoorn en steenmarter (Wet natuurbescherming 3.10) voorkomen in de omgeving van het plangebied. BEVER Uit het bureauonderzoek blijkt dat de beschermde bever (Wet natuurbescherming 3.5) in de omgeving van het plangebied voorkomt. Van deze soort zijn alle vaste voortplantings- en rustplaatsen en het bijbehorende essentiële leefgebied beschermd. Bevers verblijven in beverburchten die worden gebouwd met takken en modder, maar ook in holen in de oever. Wilgenbossen langs watergangen zijn erg belangrijk als foerageergebied voor bevers. Tijdens het veldbezoek zijn geen voortplantings- of rustplaatsen van de bever aangetroffen. Door het ontbreken van water in het plangebied worden deze ook niet verwacht. Ook is binnen het plangebied geen sprake van een essentieel leefgebied (o.a. wilgenbos) van de bever. Er worden geen negatieve effecten op de bever of het functioneren van hun voortplantings- of rustplaatsen verwacht. EEKHOORN Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde eekhoorn (Wet natuurbescherming 3.10) op enkele locaties rondom het plangebied is waargenomen.

Tijdens het veldbezoek zijn geen eekhoorns of sporen van eekhoorns aangetroffen. Verblijfplaatsen van eekhoorns bevinden zich in bomen. Er zijn geen bomen aanwezig in het plangebied. Er worden derhalve geen negatieve effecten op eekhoorns of het functioneren van hun voortplantings- of rustplaatsen verwacht. STEENMARTER Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde steenmarter (Wet natuurbescherming 3.10) op enkele locaties rondom het plangebied is waargenomen. Steenmarters maken gebruik van veel verschillende verblijfplaatsen waaronder gebouwen, dichte struwelen en boomholtes. Ook kunnen steenmarters verblijven onder de dakpannen van het gebouw binnen het plangebied. Er zijn geen directe aanwijzingen aangetroffen voor de Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

11

aanwezigheid van een steenmarterverblijfplaats in het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van de steenmarter. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of door de voorgenomen werkzaamheden een beschermde voortplantings- of rustplaats wordt vernield. Dit onderzoek kan worden gecombineerd met de overige onderzoeken.

5.1.4

VLEERMUIZEN

Voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en de daarbij behorende essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen zijn beschermd via de Wet natuurbescherming (artikel 3.5). In de literatuur worden diverse gebouwbewonende vleermuizen als de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger uit de omgeving van het plangebied gemeld. Ook komen boombewonende soorten als ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en mogelijk andere soorten in de omgeving voor. In het deel van het gebouw met het pannendak zijn diverse geschikte invliegopeningen (afbeelding 3) voor vleermuizen aangetroffen die mogelijk toegang bieden tot voortplantings- en/of rustplaatsen voor vleermuizen. Het slopen van het gebouw kan leiden tot aantasting van mogelijke beschermde voortplantingsen rustplaatsen van vleermuizen. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of het gebouw door vleermuizen wordt gebruikt. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig. Effecten op boombewonende soorten worden dan ook niet verwacht. Door het ontbreken van bomen en open water is het plangebied vrijwel ongeschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Het plangebied vormt derhalve geen essentieel onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

12

Afbeelding 3: geschikte invliegopeningen voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen zijn bij het pannendak rondom aanwezig. In het modernere deel (foto rechtsonder) worden geen beschermde soorten verwacht.

5.1.5

REPTIELEN EN AMFIBIEËN

Uit de bureaustudie blijkt dat vrijgestelde soorten als bruine kikker en de gewone pad voorkomen in de omgeving van het plangebied. Mogelijk doorkruizen deze en andere in Gelderland vrijgestelde soorten het plangebied. Beschermde amfibieën en reptielen, waarvoor geen vrijstelling geldt (Wet natuurbescherming 3.5 en 3.10) worden niet verwacht op basis van de bekende verspreiding en de (a)biotische omstandigheden binnen het plangebied. Uit de literatuur kwam één melding naar voren van een vuursalamander (Wet natuurbescherming 3.10). Deze soort komt van nature alleen voor in Zuid-Limburg, aangenomen wordt dan ook dat het een foute determinatie of een uit gevangenschap ontsnapt exemplaar betreft. Het plangebied is tevens ongeschikt als leefgebied voor de vuursalamander. De kans dat zich vuursalamanders in het plangebied bevinden is op voorhand uit te sluiten. Er kwamen geen overige meldingen van beschermde reptielen en amfibieën in de omgeving van het plangebied naar voren. Er worden derhalve geen negatieve effecten op reptielen en amfibieën of het functioneren van hun voortplantings- of rustplaatsen verwacht.

5.1.6

VISSEN

Binnen het plangebied is geen permanent natuurlijk open water aanwezig. Daarmee ontbreekt geschikt habitat voor beschermde vissoorten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10). Er worden geen negatieve effecten op beschermde vissen verwacht.

5.1.7

ONGEWERVELDEN

Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor de in Wet natuurbescherming (3.5, 3.10) beschermde ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, etc.). Uit de bureaustudie kwam echter een melding van de iepenpage naar voeren in de omgeving van het plangebied. IEPENPAGE Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde iepenpage (Wet natuurbescherming 3.10) in de omgeving van het plangebied voorkomt. De vlinder komt voor in en rondom iepen. De eitjes worden afgezet op de iep waarna de rups van de bladeren van de iep eet. Iepen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Het plangebied is hierdoor ongeschikt als leefgebied voor de iepenpage. Effecten van het op de iepenpage of het functioneren van hun vaste voortplantings- of rustplaatsen worden niet verwacht. Er kwamen geen overige meldingen van beschermde ongewervelden in de omgeving van het plangebied naar voren. Er worden als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen en werkzaamheden geen negatieve effecten verwacht op beschermde soorten uit andere soortgroepen (dagvlinders, libellen, kevers etc.).

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

13

5.2

NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000)

Het plangebied ligt op ongeveer 8 km van het Natura 2000-gebieden ‘Rijntakken’ (afbeelding 6). Natura 2000gebied ‘Veluwe’ en overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het plangebied. Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden, worden geen nadelige invloeden op de beschermingsdoelen van de Natura 2000-gebieden verwacht. Het uitvoeren van verdere toetsing of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Vogel- of Habitatrichtlijn is niet noodzakelijk.

Afbeelding 6: de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden ‘de Rijntakken’, de Veluwe, De Bruuk en de Sint Jansberg.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

14

5.3

NATUURNETWERK NEDERLAND

Het plangebied ligt niet binnen het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingszone (afbeelding 7). Er vindt geen ruimtebeslag op het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone plaats. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone worden voor, na of tijdens de werkzaamheden niet (significant) aangetast. Een verdere toetsing is niet noodzakelijk.

Afbeelding 7: de ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen).

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

15

6

CONCLUSIE

Door de voorgenomen sloop worden mogelijk geschikte voortplantings- en/of rustplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, steenmarters en vleermuizen aangetast. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of er voortplantings- en/of rustplaatsen van deze soorten aanwezig zijn. Voor deze soorten zijn meerdere onderzoeken in de periode maart-oktober noodzakelijk. Broedseizoen In gebruik zijnde nesten van vogels mogen nooit worden beschadigd of vernield. Het is aan te raden werkzaamheden die daartoe kunnen leiden, ruim buiten de indicatieve broedtijd van vogels (15 maart-15 juli) uit te voeren. Op overige beschermde flora en fauna worden geen effecten verwacht. Wel wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden de algehele zorgplicht in acht te nemen. NATURA 2000 EN NATUURNETWERK Het uitvoeren van verdere toetsing of het aanvragen van een ontheffing in het kader van Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland is niet noodzakelijk.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

16

BIJLAGEN BIJLAGE 1: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 BESCHERMDE DIERSOORTEN UIT DE HABITATRICHTLIJN geel schorpioenmos juchtleerkever tonghaarmuts vermiljoenkever kleine vlotvaren bronslibel liggende raket gaffellibel drijvende waterweegbree gevlekte witsnuitlibel groenknolorchis groene glazenmaker kruipend moerasscherm noordse winterjuffer zomerschroeforchis oostelijke witsnuitlibel moerasparelmoervlinder rivierrombout oeveraas sierlijke witsnuitlibel mercuurwaterjuffer teunisbloempijlstaart walrus gladde slang dikkopschildpad muurhagedis kemp's zeeschildpad zandhagedis lederschildpad steur soepschildpad hamster bultrug otter gewone vinvis baardvleermuis boomkikker bechsteins vleermuis geelbuikvuurpad bosvleermuis heikikker brandts vleermuis kamsalamander franjestaart knoflookpad gewone grootoorvleermuis rugstreeppad grijze grootoorvleermuis vroedmeesterpad grote hoefijzerneus apollovlinder grote rosse vleermuis boszandoog ingekorven vleermuis donker pimpernelblauwtje kleine dwergvleermuis grote vuurvlinder kleine hoefijzerneus pimpernelblauwtje laatvlieger tijmblauwtje meervleermuis zilverstreephooibeestje mopsvleermuis brede geelrandwaterroofkever noordse vleermuis gestreepte waterroofkever rosse vleermuis

Quickscan flora en fauna

ruige dwergvleermuis tweekleurige vleermuis vale vleermuis watervleermuis bruinvis dwergpotvis gestreepte dolfijn gewone dolfijn gewone spitsdolfijn grijze dolfijn kleine zwaardwalvis narwal orca tuimelaar witflankdolfijn witsnuitdolfijn noordse vinvis potvis poelkikker houting bataafse stroommossel platte schijfhoren bever hazelmuis lynx noordse woelmuis wilde kat wolf gewone dwergvleermuis butskop dwergvinvis griend spitsdolfijn van gray witte dolfijn

Buiting Advies BV

17

BIJLAGE 2: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 BESCHERMDE DIERSOORTEN (BIJLAGE A) alpenwatersalamander vinpootsalamander vuursalamander aardbeivlinder bosparelmoervlinder bruin dikkopje bruine eikenpage duinparelmoervlinder gentiaanblauwtje grote parelmoervlinder grote vos grote weerschijnvlinder iepenpage kleine heivlinder kleine ijsvogelvlinder kommavlinder sleedoornpage spiegeldikkopje veenbesblauwtje veenbesparelmoervlinder veenhooibeestje veldparelmoervlinder zilveren maan vliegend hert beekrombout bosbeekjuffer donkere waterjuffer gevlekte glanslibel gewone bronlibel hoogveenglanslibel kempense heidelibel speerwaterjuffer europese rivierkreeft adder hazelworm levendbarende hagedis

Quickscan flora en fauna

ringslang beekdonderpad beekprik elrits gestippelde alver grote modderkruiper kwabaal boommarter damhert das edelhert eekhoorn eikelmuis grote bosmuis molmuis veldspitsmuis waterspitsmuis gewone zeehond grijze zeehond meerkikker aardmuis bunzing dwergmuis dwergspitsmuis gewone bosspitsmuis hermelijn huisspitsmuis ondergrondse woelmuis rosse woelmuis steenmarter tweekleurige bosspitsmuis veldmuis vos wezel woelrat

Buiting Advies BV

18

BESCHERMDE PLANTENSOORTEN (BIJLAGE B) blaasvaren kleine wolfsmelk groensteel kluwenklokje schubvaren knollathyrus akkerboterbloem knolspirea akkerdoornzaad korensla akkerogentroost kranskarwij beklierde ogentroost kruiptijm berggamander lange zonnedauw bergnachtorchis liggende ereprijs blauw guichelheil moerasgamander bokkenorchis muurbloem bosboterbloem naakte lathyrus bosdravik naaldenkervel brave hendrik pijlscheefkelk brede wolfsmelk roggelelie breed wollegras rood peperboompje bruinrode wespenorchis rozenkransje dennenorchis ruw parelzaad dreps scherpkruid echte gamander schubzegge franjegentiaan smalle raai geelgroene wespenorchis spits havikskruid geplooide vrouwenmantel steenbraam getande veldsla stijve wolfsmelk gevlekt zonneroosje stofzaad glad biggenkruid tengere distel gladde zegge tengere veldmuur groene nachtorchis trosgamander groot spiegelklokje veenbloembies grote bosaardbei vliegenorchis grote leeuwenklauw vroege ereprijs honingorchis wilde averuit kalkboterbloem wilde ridderspoor kalketrip wilde weit karthuizeranjer wolfskers karwijselie zandwolfsmelk kleine ereprijs zinkviooltje kleine schorseneer zweedse kornoelje

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

19

VRIJSTELLING BINNEN DE PROVINCIE GELDERLAND Voor de onderstaande soorten geldt een vrijstelling in de provincie Gelderland bij ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstelling geldt voor de volgende soorten: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, bastaard kikker, aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

20

OKTOBER Quickscan flora2018 en fauna

Buiting Advies BV

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=f631a5f5-5e9f-44bd-9135-513d077136c9