Perspectiefnota 2023 Wijchen
Tekst van het document
Perspectiefnota 2023
Pagina | 2| Perspectiefnota 2023
Voorwoord De Perspectiefnota 2023 is de eerste stap in het begrotingsproces. Deze stap wordt gevolgd door het opstellen van de Programmabegroting 2024, met het meerjarenperspectief t/m 2027. Deze Perspectiefnota wordt behandeld in de raad van 6 juli 2023. De Programmabegroting wordt op 9 november 2023 vastgesteld. Naast de vooruitblik op het meerjarenperspectief 2024-2027, stellen we ook over het lopende jaar 2023 een bijstelling voor middels een begrotingswijziging. Input voor deze begrotingswijziging komt uit de Programmarapportage mei en actualisatie van de onderwerpen in deze Perspectiefnota. Ook de meicirculaire is integraal verwerkt in deze nota. Samen verschil maken Vorig jaar heeft het college haar nieuwe coalitieakkoord gepresenteerd. In het akkoord met de titel “Samen verschil maken”, heeft het college haar ambities verwoord voor de periode 2022-2026. In de basis wil het college er zijn voor de inwoners, de koers vasthouden en een teamspeler in de regio zijn. Kort gezegd betekent dit dat Wijchen een financieel gezonde gemeente blijft met een hoog voorzieningenniveau tegen beperkte lasten. Dit alles vanuit een inclusieve visie waarbij inwoners, instellingen, bedrijven en partners in de regio worden uitgenodigd om samen ambities te realiseren.
De ambities uit het coalitieakkoord zijn, voor zover nog niet opgenomen in de Begroting 2023 verder uitgewerkt in deze Perspectiefnota. Begroting 2023-2027: financieel structureel sluitend t/m 2025 De doelstelling van het begrotingsproces is te komen tot een sluitend structureel perspectief. Dit niet alleen vanuit gezond financieel beleid en beheer, maar ook om onder repressief toezicht van de provincie te blijven. De eerste jaren van het meerjarenperspectief voorzien we een ruim sluitende structurele begroting. Vanaf 2026 zien we met de kennis van nu een tekort ontstaan. Dit heeft grotendeels te maken met de huidige doorrekening van de algemene uitkering van het Rijk, die in 2026 € 4 miljoen lager uitkomt dan in 2025. Onzekerheden Er liggen de komende jaren forse uitdagingen op het gebied van gemeentefinanciën. Het financiële perspectief voor de gemeenten is momenteel met veel onzekerheid omgeven. Onder meer de ontwikkeling van een nieuwe financieringssystematiek voor de medeoverheden, de ontwikkelingen in het Gemeentefonds (zoals de opschalingskorting en de volledige herverdeling na 2025) en de inflatie maken het niet eenvoudig om een structureel duurzaam financieel beleid te voeren. Maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden steeds het beleid en de financiën van gemeenten. Ook de oorlog in Oekraïne heeft invloed.
Denk aan de vluchtelingenstroom en de uitdaging voor gemeenten om voor voldoende opvang te zorgen. De oorlog heeft effect op de economie. Door gestegen energiekosten neemt de inflatie toe. Daarbij is er ook schaarste van materiaal, waardoor projecten vertraging oplopen. En laat de coronacrisis nog sporen na. Als laatste noemen we de krapte op de arbeidsmarkt. Die heeft invloed op de economie en vaak ook op onze eigen organisatie. Nieuw beleid We constateren dat de gestegen kosten i.v.m. prijsindexaties niet volledig worden gecompenseerd in het gemeentefonds. Dat legt druk op het structurele begrotingsresultaat vanaf 2026, waardoor we terughoudend moeten blijven met het aangaan van structurele verplichtingen. Het structureel nieuw beleid dat we in hoofdstuk 9 voorstellen komt voornamelijk voort uit voorstellen waar op inhoud eerder al positief op is besloten.
Pagina | 3| Perspectiefnota 2023
Daarnaast presenteren we in hoofdstuk 13 nieuwe beleidsvoornemens voor 2024 en verder. Daarbij hebben we de ambities uit het coalitieakkoord verder financieel vertaald. Deze voornemens zijn voor nu richting gevend en werken we verder uit. Bij de begrotingsbehandeling wegen we dat vervolgens integraal af tegen het financieel perspectief. Vervolgproces richting Begroting 2024 Bij de Begroting 2024 actualiseren we de meerjarenramingen. Daarbij betrekken we de uitkomsten van de septembercirculaire. Met de hiervoor beschreven onzekerheden, zijn we terughoudend bij het beoordelen van nieuw beleid. We gaan duurzaam om met de Wijchense middelen en zullen dan ook komen met bestedingsvoorstellen waarmee we een financieel robuuste gemeente blijven.
Namens het College van Burgemeester en Wethouders Wijchen, Geert Gerrits, Wethouder financiën
Pagina | 4| Perspectiefnota 2023
Inhoudsopgave
Voorwoord ...................................................................................................... 3 Uitgangspunten ............................................................................................... 6 Structureel meerjarenperspectief....................................................................... 7 3.01 3.02 3.03 3.04 3.05 3.06 3.07 3.08 3.09 3.10 3.11 3.12 3.13 3.14
Meicirculaire ............................................................................................. 8 BUIG ......................................................................................................11 Jeugd .....................................................................................................12 WMO ......................................................................................................14 Vluchtelingen, arbeidsmigranten en huisvesting ...........................................17 Bouwleges ...............................................................................................18 Gemeenschappelijke regelingen .................................................................18 Werkorganisatie Druten Wijchen ................................................................19 Munitax...................................................................................................19 OZB-inkomsten ........................................................................................20 Uitgangspunten tarieven en leges ...............................................................21 Kapitaallasten ..........................................................................................22 Prijscompensatie ......................................................................................22 Kostenuitzettingen
...................................................................................23
Incidenteel meerjarenperspectief ......................................................................24 MIO (Meerjaren Investerings Overzicht) ............................................................25 Bouwgrondexploitaties ................................................................................28 Totaalbeeld ....................................................................................................29 Provinciaal toezicht .........................................................................................30 Budgetmutaties structureel (bestaand beleid onontkoombaar / areaaluitbreiding/ budgetruimte) ......................................................................................................31 Nieuw beleid structureel ..................................................................................36 Effecten uit Programmarapportage mei ..........................................................38 Posten incidenteel .......................................................................................40 Incidenteel totaalbeeld .................................................................................47 Gewenst nieuw beleid (nog niet toegekend) ....................................................50 Samenvatting begrotingswijziging per programma...........................................55
Pagina | 5| Perspectiefnota 2023
Uitgangspunten Conform onze financiële verordening en het huidige coalitieakkoord gaan we uit van onderstaande uitgangspunten bij het opstellen van de Begroting 2024. We houden in onze structurele begroting minimaal € 250.000 als buffer aan voor onvoorziene kosten. Als we onze budgetten overschrijden moeten we dat binnen het programma zelf opvangen. Structurele tekorten vangen we op door blijvende maatregelen te treffen. Tekorten die eenmalig ontstaan vangen we op door incidentele maatregelen te treffen. Als we nieuwe beleidstaken en geld krijgen van de rijksoverheid, dan labelen we die één op één voor het beoogde doel. Wij streven ernaar om de uitvoering van de nieuwe taken te betalen met deze middelen. Met de gelabelde gelden worden ook de organisatie- en uitvoeringskosten binnen de Werkorganisatie Druten Wijchen structureel gedekt. We kunnen alleen structureel nieuw beleid starten als er structureel extra geld is, of als we oud beleid inruilen voor het nieuwe beleid. Als we de Perspectiefnota of Begroting bespreken, wegen we af welke extra uitgaven nuttig en nodig zijn en wat het belangrijkst is. Buiten deze beslissingsmomenten kan geen extra incidenteel of structureel geld uitgegeven worden. Behalve als de gemeenteraad daar akkoord voor geeft.
Pagina | 6| Perspectiefnota 2023
Structureel meerjarenperspectief Met het vaststellen van de Begroting 2023 heeft de raad de startpositie bepaald voor de meerjarenbegroting 2024-2027. Eventuele raadsbesluiten die van invloed zijn op het begrotingssaldo nemen we mee in onderstaande tabel. Vervolgens ziet u een samenvatting van de financiële effecten per thema uit hoofdstuk 3. De startpositie 2023 t/m 2027 geeft het structurele begrotingsresultaat per jaarschijf weer van de actuele begroting. In de kolom ‘omvang’ presenteren we per thema de totale omvang van het budget in de begroting 2023. Vervolgens nemen we onder de jaartallen 2023 t/m 2027 per jaarschijf de mutaties op t.o.v. de huidige begroting. Dat leidt opgeteld tot een nieuw structureel resultaat. 1)
Structureel perspectief (x € 1.000)
Omvang Hfst. Structureel perspectief
2023
Begroting 2023
2023
2024
2025
2026
2027
1.892
4.551
5.980
-1.287
-1.202
70
26
24
21
19
110.529
1.962
4.577
6.004
-1.266
-1.183
Decembercirculaire 2022 Startpositie 2023 t/m 2027
Mutatie t.o.v. Begroting 2023
3.01
Meicirculaire incidenteel --> structureel
75.964
0
0
0
1.963
0
3.01
Meicirculaire
75.964
1.151
1.349
2.160
1.821
3.635
3.02
BUIG
10.784
-284
-236
-240
-246
-246
3.03
Jeugd hoeveelheidseffect
14.698
-161
74
-180
-177
-158
3.03
Jeugd prijseffect
14.698
-123
-125
-128
-131
-133
3.04
WMO hoeveelheidseffect
9.174
161
165
169
17
21
3.04
WMO prijseffect
9.174
-230
-244
-282
-392
-528
3.06
Bouwleges
801
198
216
216
216
215
3.07
Gemeenschappelijke regelingen
43.895
-2.072
-2.957
-2.671
-2.348
-2.750
3.10
OZB-inkomsten
9.984
377
429
463
564
647
3.12
Kapitaallasten
5.142
241
266
714
175
177
3.13
Prijsindexatie vrijval stelpost
750
750
750
750
3.13
Prijsindexatie conform meicirculaire
0
-52
-221
-346
-436
3.14
Overige mutaties bestaand beleid
6
-330
-368
-246
-184
1.226
3.882
6.386
353
-173
-192
-572
-572
-604
-604
1.034
3.310
5.814
-251
-777
Saldo structureel bestaand beleid 9
Nieuw beleid Structureel saldo incl. nieuw beleid
Pagina | 7| Perspectiefnota 2023
950 24.820
3.01 Meicirculaire Jaarlijks verschijnen meestal drie circulaires. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de Miljoenennota en december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De meicirculaire bevat informatie over compensatie voor de prijsstijgingen, een extra structurele rijksbijdrage van € 1 miljard vanaf 2027, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek en een aantal taakmutaties. Accres (compensatie prijsstijgingen) Sinds de meicirculaire 2022 is het accres (groei van het gemeentefonds) gesplitst in een volume- en een nominaal deel, waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. In de meicirculaire 2023 zijn de loon en prijs accressen voor de jaren 2023 tot en met 2027 bijgewerkt en is sprake van een opwaartse bijstelling voor alle jaren. De index voor loon-prijsontwikkeling geschiedt op basis van de CPB-raming van de loonvoet sector overheid, index materiele overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen. Hierbij wordt een verdeling van 60% loonontwikkeling, 20% consumptie en 20% investeringen aangehouden. Voor Wijchen betekent dit een toename van de uitkering van € 0,5 miljoen extra in 2023, oplopend tot ruim € 2 miljoen in 2027.
Structurele rijksbijdrage vanaf 2027 Vooruitlopend op een nieuwe financieringssystematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 in 2026 eenmalig € 1 miljard beschikbaar gesteld. Dit bedrag is in de meicirculaire 2023 vanaf 2027 structureel opgenomen. Voor Wijchen betekent dit een extra bijdrage van ongeveer € 2 miljoen. Het kabinet heeft besloten om het gemeentefonds voor de volumeontwikkeling vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. De nieuwe financieringssystematiek houdt in dat de volumeontwikkeling van het gemeentefonds vanaf 2027 wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). In de meicirculaire 2023 is de volume ontwikkeling nog niet verwerkt. Jeugdzorg Het Rijk en de VNG hebben op 18 april dit jaar een financieel principeakkoord bereikt voor de Hervormingsagenda Jeugd. In de meicirculaire 2023 wordt voor jeugdzorg, onder voorbehoud van omzetting naar een definitief akkoord op de Hervormingsagenda, voor 2024 € 1.454 miljoen en voor 2025 € 954 miljoen beschikbaar gesteld. Van de extra middelen wordt een deel vanuit de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ingezet voor de investeringen en uitvoeringskosten van de Hervormingsagenda. Voor 2024 gaat het om een bedrag van € 91 miljoen en voor 2025 € 95 miljoen.
Per saldo wordt hierdoor voor 2024 € 1.363 miljoen en voor 2025 € 859 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Voor de jaren 2026 en verder blijven de middelen gereserveerd en zal toevoeging aan de algemene uitkering plaatsvinden na het advies van de deskundigencommissie en besluitvorming daarover. Verder is één van de financiële afspraken in het principeakkoord dat de huidige besparingsreeks van € 374 miljoen voor 2023, € 463 voor 2024, € 570 voor 2025 voor die jaren bevroren is op het niveau van € 374 miljoen. Voor 2026 staat de besparing, zoals voorzien, op € 961 miljoen en loopt op tot iets meer dan € 1 miljard voor 2027. Ook zijn afspraken gemaakt over de aanvullende besparing van € 100 miljoen voor 2024, waarbij de Rijksoverheid de verantwoordelijkheid heeft om deze besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen. Voor 2024 geldt dat de geraamde extra besparing van € 100 miljoen vanwege een vertraging in de totstandkoming van de Hervormingsagenda Jeugd is vervallen. Het vervallen van de extra korting voor 2024 heeft geen budgettair effect. Het verloopt budgettair neutraal, omdat Wijchen in de begroting voor Jeugdzorg rekening heeft gehouden met de voorgenomen besparing en een lagere raming voor de uitgaven.
Pagina | 8| Perspectiefnota 2023
Energietoeslag 2023 Voor 2023 is besloten om in 2023 nogmaals € 1300 aan de mensen met een laag inkomen uit te keren om hen te ondersteunen bij het voldoen van de energierekening. Om huishoudens in 2022 nog beter te ondersteunen, heeft het kabinet gemeenten de mogelijkheid gegeven om € 500 miljoen hiervan al in 2022 uit te keren. De resterende € 875 miljoen zal in de septembercirculaire 2023 worden verdeeld. Taakmutaties In de circulaire zijn diverse taakmutaties opgenomen. Dit houdt in dat het Rijk voor specifieke taken meer, of minder geld beschikbaar stelt. In onderstaande tabel laten we zien welke onderwerpen dit betreft en waar we de mutaties op de specifieke budgetten labelen. 2) Verloop Algemene Uitkering
(x € 1.000) Stand decembercirculaire 2022 Stand meicirculaire 2023 Saldo
2023 75.964 77.254 1.290
2024 80.378 82.255 1.877
2025 83.279 86.179 2.900
2026 80.512 82.361 1.850
2027 80.083 83.889 3.807
0
0
0
0
-156
-8
-9
-9
-9
-9
-10
-1
-1
-1
-1
-72
0
0
0
0
0
0
-233
-230
-233
0 0
0 -207
0 4
484 2
490 2
0
-200
-200
0
0
-4 -12 0 194 -35 -32
-2 -13 0 194 0 0
-2 -15 -210 194 0 0
-2 0 -208 194 0 0
-2 0 -211 194 0 0
Taakmutaties BTW compensatiefonds Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag Verdeling structurele middelen Wet goed Verhuurderschap Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Integraal Zorgakkoord (WMO abonnementstarief) Herinvoering eigen bijdrage WMO Jeugdzorg korting 2023 vervalt Jeugdzorg lokale opgave hervormingsagenda jeugd Voorschoolse educatie Loon/prijsbijstelling Participatie Eigen bijdrage huishoudelijke hulp Brede impuls combinatiefuncties Leerlingenvervoer Oekraïne Taal voor ontheemden uit Oekraïne Maatschappelijke begeleiding statushouders Einde lening Inburgeringsplicht (ELIP) Wet sociale werkvoorziening
-9
0
0
0
0
-4 -276
0 -290
0 -268
0 -259
0 -246
- /- Totaal taakmutaties
-268
-528
-740
-29
-172
1.349
2.160
1.821*
3.635
Afrekening oude jaren Mutatie vrij besteedbaar
129 1.151
* In de begroting 2023 was de incidentele ophoging van € 1.963k in 2026 uit de septembercirculaire, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek, opgenomen in het incidentele perspectief. Nu het Rijk deze extra middelen structureel toekent, kunnen we dit bedrag omzetten naar het structurele perspectief. Toelichting op de grootste taakmutaties BTW compensatiefonds Bij de septembercirculaire 2022 is aanvullend eenmalig € 1 miljard voor gemeenten beschikbaar gesteld voor 2026, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek. Dit
Pagina | 9| Perspectiefnota 2023
bedrag komt vanaf 2027 structureel beschikbaar. Aangekondigd is dat in september 2023 een deel van dit bedrag wordt afgestort in het BTW-compensatiefonds. In deze regel is het ingeschatte deel opgenomen dat, analoog aan de later dit jaar te ontvangen septembercirculaire 2023, gestort zal worden in het BTW-compensatiefonds. Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Voor de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet in 2023 in totaal € 118 miljoen beschikbaar gesteld. Van deze middelen wordt € 40 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld als investering in betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden. Gemeenten kunnen deze middelen inzetten om aan de slag te gaan met de prioriteiten van de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden, zoals het verdubbelen van het gebruik van de schuldhulpverlening en het tegengaan van kinderarmoede. Integraal Zorgakkoord (WMO abonnementstarief) Het kabinet stelt structureel extra middelen (€ 110 miljoen) beschikbaar aan gemeenten samenhangend met het Integraal Zorgakkoord, ter compensatie van gemeenten voor gestegen kosten als gevolg van de invoering van het abonnementstarief Wmo.
Herinvoering eigen bijdrage WMO Het abonnementstarief in de WMO nieuw wordt afgeschaft en in plaats daarvan wordt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo nieuw heringevoerd (geraamde opbrengst € 225 miljoen vanaf 2026). Daarbij is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de vormgeving zoals die voorheen was met oog voor inkomenseffecten en het beroep dat wordt gedaan op de WMO. Jeugdzorg korting 2023 vervalt Betreft aanvullende taakstelling van het Rijk. De gemeenten ontvangen in 2024 middelen van het Rijk, omdat het Rijk zelf ook nog niet is gestart met hervormen. Deze bezuiniging is een expliciete verantwoordelijkheid Rijk. Jeugdzorg lokale opgave hervormingsagenda jeugd Stelpost voor lokale aanpak hervormingsagenda Jeugd. Betreft ook frictie en investeringskosten. Eigenbijdrage huishoudelijke hulp Terugdraaien eigen bijdrage huishoudelijke hulp WMO: Het abonnementstarief in de Wmo nieuw wordt afgeschaft (geraamde opbrengst € 95 miljoen vanaf 2025) en in plaats daarvan wordt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo nieuw heringevoerd. Brede impuls combinatiefuncties Op 8 februari 2023 is de Regeling specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en sociale basis 2023-2026 (SPUK-SGCS, ook wel ‘brede SPUK”) gepubliceerd.
Voor de bestaande Brede Regeling Combinatiefuncties betekent dit een wijziging van het type uitkering van een decentralisatie uitkering naar een specifieke uitkering. Vanwege deze wijziging hebben we in de meicirculaire 2023 maatstaf 71 Brede impuls combinatiefuncties met ingang van uitkeringsjaar 2023 en verder laten vervallen. De inkomensoverdracht vindt tenslotte niet meer plaats via het gemeentefonds, maar zal via de specifieke uitkering plaatsvinden. Wet sociale werkvoorziening Mutaties in de integratie-uitkering ten behoeve van de wet sociale werkvoorziening, compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen.
Pagina | 10| Perspectiefnota 2023
3.02 BUIG De wet BUIG bestaat uit een aantal regelingen, waarvan de bijstand (uitkeringen participatiewet) het grootste deel beslaat. Hiervoor ontvangen we van het rijk het budget BUIG. Dit budget wordt berekend via een objectief verdeelmodel. Het Rijk hanteert het uitgangspunt dat voor alle gemeenten samen een toereikend macrobudget wordt vastgesteld. Voor deze begroting gaan we uit van het laatst voorlopig macrobudget en verhogen dat meerjarig met dezelfde groei die we inschatten voor de aantallen cliënten aan de kostenkant. We gaan er ook vanuit dat de 10% stijging van de uitkeringen vertaald worden in een evenredige stijging van de Rijksuitkering. 3)
Tabel: Aantallen bijstandsontvangers.
Stand 1 januari Reguliere in/uitstroom Stand 31 december
2023 700 -8 692
2024 692 3 695
2025 695 3 699
2026 699 3 702
2027 702 4 706
Procentuele groei
-1,1%
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
We zijn gestart in 2023 met 700 bijstandsgerechtigden. In het eerste kwartaal is er een daling in het bestand opgetreden. Ondanks de coronacrisis en de sterk oplopende inflatie is de groei van het bijstandsvolume uit gebleven. De middellange termijn prognose kent veel onzekerheden door nationale en internationale onzekerheden. Hierdoor verwachten wij op termijn weer een lichte groei van de werkloosheid en dus van het bijstandsvolume. 4)
Tabel: Resultaat BUIG, exclusief effect gemeentefonds.
x € 1.000
2023
2024
2025
2026
2027
Begrotingssaldo BUIG actueel
-548
-553
-571
-598
-630
Opbrengsten BUIG Perspectiefnota
11.248
11.308
11.369
11.425
11.481
Kosten BUIG perspectiefnota
12.080
12.098
12.180
12.268
12.357
-832
-789
-811
-844
-876
-284
-236
-240
-246
-246
-236
-240
-246
-246
Saldo BUIG Perspectiefnota 2023 Mutatie Structureel t.o.v. Begroting 2023 Inzet reserve BUIG (incidenteel) Saldo na inzet reserves
184 -100
Hoewel de aantallen bijstandscliënten vanaf 1 januari 2023 wat afnemen, ligt het gemiddelde aantal iets hoger dan aangenomen in de begroting 2023. Daarnaast stijgen de gemiddelde kosten per bijstandsgerechtigde. Daarmee wordt het resultaat op de begroting BUIG ook naar beneden bijgesteld. We laten we de meerjarig verwachte Rijksinkomsten met hetzelfde groeipercentage meegroeien als de aantallen cliënten. Wanneer de groei van de aantallen cliënten daalt, dalen zowel de kosten als de inkomsten. In september maakt het ministerie de definitieve hoogte van de BUIG uitkering 2023 en het voorlopige budget 2024 aan gemeenten bekend. Het verloop van de aantallen bijstandscliënten wordt maandelijks gevolgd. In de gebruikelijke rapportages wordt hiervan verslag gemaakt. Het saldo van de reserve BUIG bedroeg per 1-1-2023 € 184k. Het voor 2023 verwachte tekort dekken we grotendeels af door een onttrekking aan de reserve BUIG. Daarmee is de reserve aan het einde van 2023 nihil.
Pagina | 11| Perspectiefnota 2023
3.03 Jeugd Dit thema behandelt het geactualiseerd meerjarenperspectief van het onderdeel Jeugd in de begroting 2023 van de gemeente Wijchen. Dit geactualiseerde meerjarenperspectief vloeit voort uit de Nulmeting 2023. Grip en sturing Met de jaarlijkse Nulmeting verkrijgen we vroegtijdig integraal inzicht in de actuele zorgpopulatie, te verwachten trends in zorggebruik en de daaraan gerelateerde kosten. Naast de duiding van het jaarbeeld 2022, nemen we hier ook de definitieve tarieven 2023 in mee, maken we cliënt- specifieke prognoses en verdiepende analyses. Middels de Programmarapportage mei 2023, het monitorverslag en de informatieavond Jeugd en WMO in juni nemen wij u mee in de resultaten van de Nulmeting 2023 en het effect hiervan op de budgetten. Door het periodiek monitoren en analyseren van het zorggebruik hebben we grip. Doordat we de gebruikersvragen kennen, kunnen we een passend vrij toegankelijk aanbod beschikbaar hebben of ontwikkelen. Waar mogelijk verminderen of voorkomen we de vraag naar individueel maatwerk. Op deze wijze beïnvloeden we het zorggebruik. Beinvloedbaarheid zorggebruik Er is een onderscheid tussen te beïnvloeden zorggebruik en zorggebruik waar we als gemeente nauwelijks tot geen invloed op hebben.
De categorieën zorg waar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente minimaal zijn, betreft met name jeugdhulp met verblijf, landelijke transitie arrangementen en opgelegde zorg. In deze categorieën zorgt een kleine groep jeugdigen met zware zorg voor een groot deel van de totale kosten van Jeugd. Als we naar de top 20 duurste jeugdigen kijken zien we dat zij in 2022 zorgen voor 22% van de jeugdzorgkosten in Wijchen. Deze top 20 is goed voor € 3,1 miljoen. Totaal zijn de jeugdzorgkosten 2022 in Wijchen € 14,2 miljoen. Geactualiseerd meerjarenperspectief In onderstaande tabel ziet u de totaalbudgetten 2023 en de meerjarige bijstelling van de Jeugd- budgetten (bedragen x € 1.000): 5)
Tabel: Begroting jeugd
Jeugd Dagbehandeling Verblijf Ambulant GGZ zorg Bescherming/reclassering PGB Overig Totaal
2023 primitief 2023 begroot Actualisatie Mutatie 2023 Mutatie 2024 Mutatie 2025 Mutatie 2026 Mutatie 2027 954 960 -6 -6 -6 -6 -6 3.876 3.766 110 423 297 303 310 3.849 4.343 -494 -506 -519 -531 -542 3.448 3.417 31 -36 -157 -154 -135 1.129 1.022 107 110 113 115 118 241 150 91 93 95 97 99 1.201 1.324 -123 -128 -131 -132 -135 14.698 14.982 -283 -51 -308 -307 -292 Waarvan prijseffect Waarvan hoeveelheidseffect Totaal
-123 -161 -283
-125 74 -51
-128 -180 -308
-131 -177 -307
-133 -158 -292
Op totaalniveau betreft dit een negatieve bijstelling. Het prijseffect speelt hier een belangrijke rol. De regionale indexering is na de vaststelling van de begroting 2023 opgehoogd van +4,6% naar +6%. Het hoeveelheidseffect, de bijstelling van de eenheden zorggebruik, is tevens meerjarig negatief (m.u.v. 2024). Het verwachte negatieve resultaat 2023 egaliseren we via de programmarapportage mei 2023 met de reserve Jeugd. Deze reserve is bedoeld voor het egaliseren van (verwachte) jaarresultaten Jeugd.
Pagina | 12| Perspectiefnota 2023
Meerjarenperspectief per categorie In het thema Jeugd van de Programmarapportage mei 2023 en het eerste monitorverslag van 2023 is per onderdeel uitvoerig toegelicht hoe het zorggebruik zich in 2023 ontwikkelt en wat het effect daarvan is op de kosten. In deze paragraaf zoomen we nog even extra in op het meerjarig beeld. Bij de categorie dagbehandeling is de bijstelling minimaal en zijn er geen bijzonderheden in het meerjarenperspectief. Bij verblijf zien we een positief meerjarenperspectief. Hier heeft mede het nieuwe woonplaatsbeginsel effect in de vorm van uitstroom naar een andere financieel verantwoordelijke gemeente. Hiervoor in de plaats zijn we financieel verantwoordelijk geworden voor jeugdigen met andere zware verblijfszorg met of zonder behandeling. De beïnvloedbaarheid hierin is klein. Er is een product bijgekomen, kleinschalig wonen, wat past binnen de opdracht om instellingsgroepen te verkleinen en gesloten jeugdzorg af te bouwen en nieuwe specifieke behandel zorg op te starten voor jeugdige met een psychische kwetsbaarheid. We merken dat de zorg aan kinderen in verblijf steeds complexer wordt, waardoor de vraag naar maatwerk en zware zorg toeneemt. In 2024 is de aanname opgenomen dat een dure cliënt uitstroomt naar de Wet langdurige zorg. Pleegzorg neemt iets af door matchingsproblemen tussen jeugdigen en gezin.
En omdat de problematiek van de jeugdigen te zwaar is of niet past binnen de setting van een pleeggezin. Bij de categorie ambulant zien we een stijging. Deze stijging wordt veroorzaakt door drie producten: reguliere begeleiding, specialistische begeleiding en ambulante behandeling. De zorg wordt zwaarder, er worden meer eenheden per jeugdige ingezet. Ook wordt ambulante jeugdhulp ingezet als toevoeging van zorg (stapeling) binnen woonarrangementen. Ter indicatie: de top 5 duurste jeugdigen ontvangt voor ruim 3 ton aan ambulante zorg. Het zorggebruik GGZ zonder verblijf lijkt te stabiliseren. Dit wordt mede veroorzaakt door de inzet van de specialistische ondersteuning huisartsen (SOJ), extra inzet schoolmaatschappelijk werk en de aanvulling van het vrij toegankelijk aanbod. De inzet van basis GGZ stijgt, terwijl de inzet van de specialistische GGZ daalt. In de begroting waren we er vanuit gegaan dat deze stabilisatie na corona eerder plaats zou vinden (en tot een lager niveau). Dit verklaart het oplopend nadeel vanaf 2025. Op het onderdeel GGZ met verblijf, dit zijn de klinische bedden, zien we een toename. Bij Jeugdbescherming / reclassering melden we een structureel voordeel. In 2022 is bij jeugdreclassering een daling ingezet. Bij jeugdbescherming zien we een stijging. Deze stijging zien we vooral bij het product ‘OTS minder dan 1 jaar’ (OTS = onder toezichtstelling).
Terwijl ‘OTS meer dan 1 jaar’ daalt. Bij het preventie justitieel kader treedt een voordeel op. In totaal zien we een daling van gebruik binnen de gehele categorie. De daling van inzet PGB zet zich voort. Deels is dit een verschuiving naar zorg in natura. Dit levert op dit onderdeel structureel een voordeel op. Het nadeel bij de categorie Overig wordt veroorzaakt door een toename van LTA (Landelijk transitie arrangement). Deze zeer specialistische zorg bevindt zich op het hoogste niveau van de afgelopen vijf jaar. Ook neemt het aantal crisis- plaatsingen toe als gevolg van een verzwaring van de problematiek, gecombineerd met de wachtlijsten. De persoonlijke verzorging valt ook onder de categorie overig. Hier zien we een daling. De ZBO (zorg binnen onderwijs) commissie draagt hier aan bij, doordat er meer controle is op de instroom en doorstroom en uitstroom.
Pagina | 13| Perspectiefnota 2023
Principeakkoord financiën Rijk en VNG Hervormingsagenda Jeugd (bron: Kamerbrief 18 april ’23) ‘’Gemeenten en Rijk zijn het eens geworden over een passend financieel kader dat hoort bij het pakket aan inhoudelijke maatregelen die worden neergelegd in de Hervormingsagenda. De benodigde hervormingen zijn hard nodig om jeugdigen en hun gezinnen die dat nodig hebben passende zorg te bieden. Tegelijkertijd moet het hele jeugdzorgstelsel financieel houdbaar worden. De (concept) Hervormingsagenda jeugd 2023-2028 beschrijft de aanpak van een grote transitie die we de komende jaren met elkaar moeten maken. De agenda bestaat uit een groot pakket inhoudelijke maatregelen die moeten leiden tot betere en beter passende zorg voor kinderen en gezinnen binnen een stelsel dat houdbaar is voor de toekomst (zowel financieel als in menskracht).’’ Onderdeel van de nu gemaakte afspraken is een verzachting van het ingroeipad van de eerder bepaalde besparingen. In het landelijk coalitieakkoord staat een aanvullende besparingsopgave op de jeugdzorg waar het Rijk zelf expliciet de verantwoordelijkheid voor heeft genomen. Ook deze besparingsopgave kent vertraging, omdat de mogelijke invulling hiervan afhankelijk is van de inhoud van de Hervormingsagenda. Voor ontwikkelingen over de inkomsten vanuit het Rijk op dit onderdeel verwijzen we u naar 3.01, thema meicirculaire.
Overige ontwikkelingen In de Programmarapportage mei 2023 rapporteerden we al over de volgende ontwikkelingen die in 2023 effect (kunnen) hebben op het zorggebruik Jeugd: verzwaring van de problematiek, verwachte toename in zorg voor vluchtelingen en asielzoekers en de toenemende druk op de bevolking door het duurder worden van o.a. energiekosten en levensmiddelen. 3.04 WMO Dit thema behandelt het geactualiseerd meerjarenperspectief van het onderdeel WMO in de begroting 2023 van de gemeente Wijchen. Dit geactualiseerde meerjarenperspectief vloeit voort uit de Nulmeting 2023. Grip en sturing Met de jaarlijkse Nulmeting verkrijgen we vroegtijdig integraal inzicht in de actuele zorgpopulatie, te verwachten trends in zorggebruik en de daaraan gerelateerde kosten. Naast de duiding van het jaarbeeld 2022, nemen we hier ook de definitieve tarieven 2023 in mee en maken we verdiepende analyses. Middels de Programmarapportage mei 2023, het monitorverslag en de informatieavond Jeugd en WMO in juni nemen wij u mee in de resultaten van de Nulmeting 2023 en het effect hiervan op de budgetten. Door het periodiek monitoren en analyseren van het zorggebruik hebben we grip. Doordat we de gebruikersvragen kennen, zorgen we voor een vrij toegankelijk aanbod, waardoor we individueel maatwerk verminderen of voorkomen. Op deze wijze sturen we het zorggebruik.
Zorggebruik Er is een onderscheid tussen te beïnvloeden zorggebruik en zorggebruik waar we als gemeente nauwelijks tot geen invloed op hebben. Bij Wmo zien we dat er sprake is van vergrijzing, langer thuis blijven wonen en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Op deze onderdelen hebben we geen invloed op het aantal zorggebruikers, maar kunnen we wel sturen op de juiste grondslag en doorverwijzen naar de Wet langdurige zorg als dit voorliggend is. Geactualiseerd meerjarenperspectief In onderstaande tabel ziet u de totaalbudgetten 2023 en de meerjarige bijstelling van de WMO- budgetten (bedragen x € 1.000):
Pagina | 14| Perspectiefnota 2023
6)
Tabel: Begroting WMO 2023 primitief WMO begroot Huishoudelijke verzorging 3.573 Begeleiding 2.703 Hulpmiddelen 976 Dagbesteding 817 Woonvoorzieningen 387 PGB 409 Overig 239 Totaal 9.105
2023 Actualisatie Mutatie 2023 Mutatie 2024 Mutatie 2025 Mutatie 2026 Mutatie 2027 3.904 -331 -387 -392 -630 -735 2.401 302 310 318 325 333 976 0 50 24 2 -21 883 -65 -66 -67 -68 -69 387 0 -9 -19 -28 -37 364 46 46 46 46 46 259 -20 -21 -22 -23 -24 9.174 -69 -79 -113 -375 -507
Waarvan prijseffect Waarvan hoeveelheidseffect Totaal
-230 161 -69
-244 165 -79
-282 169 -113
-392 17 -375
Op totaalniveau betreft dit een negatieve bijstelling. Het prijseffect speelt hier een belangrijke rol. Allereerst is de regionale indexering na de vaststelling van de begroting 2023 opgehoogd van +4,6% naar +6%. Daarnaast is het definitieve tarief huishoudelijke hulp 2023 bekend (+12,7% t.o.v. tarief 2022). Het hoeveelheidseffect, de bijstelling van de eenheden zorggebruik, is daarentegen meerjarig positief. Het verwachte negatieve resultaat 2023 egaliseren we via de programmarapportage mei 2023 met de reserve WMO. Deze reserve is bedoeld voor het egaliseren van (verwachte) jaarresultaten WMO. Meerjarenperspectief per categorie In het thema WMO van de Programmarapportage mei 2023 en het eerste monitorverslag van 2023 is per onderdeel uitvoering toegelicht hoe het zorggebruik zich in 2023 ontwikkelt en wat het effect daarvan is op de kosten. In deze paragraaf zoomen we nog even extra in op het meerjarig beeld. Bij de huishoudelijke verzorging speelt het nieuwe tarief 2023 een belangrijke rol in de negatieve bijstelling. Dit tarief is +12,7% hoger dan het tarief 2022. Kijken we puur naar de eenheden zorggebruik, dan zien we (vooralsnog) een positief effect. Als gevolg van de vergrijzing zien we het aantal klanten wel stijgen (in 2022 een toename van 100 klanten).
Echter doordat onze aanbieders kampen met personeelstekort, zijn er wachttijden en wordt niet (alle) hulp tijdig geleverd. Dit drukt vooralsnog de kosten. In de jaren 2026 en 2027 stellen we de eenheden naar boven bij, lineair met de jaren ervoor, omdat deze anders geen reëel niveau hebben. Daarnaast vindt er een verschuiving plaats van de bouwsteen praktische begeleiding van ‘Begeleiding’ naar ‘Huishoudelijk verzorging’. Voor het totale thema WMO verloopt dit budgetneutraal. Bij begeleiding constateren we een voordeel, met name op reguliere begeleiding. De gemiddelde inzet per klant neemt af. Ook verwachten we dat de inzet van het wijkteam GGZ preventief werkt en op onderdelen zwaardere zorg kan voorkomen. We constateren een afname van de producten ZG (zintuigelijk gehandicapten). Bij de categorie hulpmiddelen hebben we het aantal eenheden ongewijzigd gelaten. De mutatie vanaf 2024 betreft het gelijktrekken van de meerjarige indexering met de andere producten WMO (i.v.m. consistentie). In 2023 willen we deze categorie verder analyseren. Daarnaast spelen er diverse ontwikkelingen. Deze beschrijven we bij het kopje ‘Overige ontwikkelingen’. We zien bij de dagbesteding volwassenen en ouderen een toename van het gebruik. Daarom hebben wij het aantal dagdelen structureel verhoogd. Daarnaast geven we een impuls aan het thema Inloop en ontmoeten.
Pagina | 15| Perspectiefnota 2023
-528 21 -507
Bij de categorie woonvoorzieningen hebben we het aantal eenheden ongewijzigd gelaten. Dit onderdeel is een openeindfinanciering en afhankelijk van het daadwerkelijk aantal aanvragen en het aantal dure woningaanpassingen in een betreffend jaar. De mutatie vanaf 2024 betreft het gelijktrekken van de meerjarige indexering met de andere producten WMO (i.v.m. consistentie). We zien een lichte daling van het aantal klanten met een PGB en dan met name bij Hulp in het huishouden. Er is een verschuiving naar hulp bij het huishouden die als zorg in natura wordt geleverd. Het nadeel bij overig is tweeledig. Een hogere regionale bijdrage aan tijdelijk verblijf LVB en een aframing van het budget persoonlijke verzorging WMO. Overige ontwikkelingen - Hulpmiddelen: We zitten in een sterfhuisconstructie met Medipoint. In juni 2024 zullen alle dan nog uitstaande hulpmiddelen van Medipoint worden overgedragen aan Welzorg. We hebben het voornemen uitgesproken om het contract met Welzorg te verlengen. - Inloop en ontmoeten: We willen, in samenwerking met de ouderenbonden en andere maatschappelijke organisaties, de laagdrempelige inloop en ontmoeten van onze inwoners stimuleren.
De ontmoetingsplekken zijn erop gericht om inwoners op een laagdrempelige manier elkaar te laten ontmoeten, informatie te delen, hobby's uit te oefenen, cursussen te organiseren en te volgen, vrijwilligerswerk te doen en deel te nemen aan de maaltijdvoorziening. In dit kader willen wij de eerder ingezette ondersteuning van ’t Kompas en het seniorenontmoetingscentrum de Villa continueren. De gemeenten Druten en Wijchen hebben onderzoek gedaan naar ‘Zinvolle dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie’. Samen met aanbieders en belanghebbenden is een Plan van Aanpak ontwikkeld om het aanbod van dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie te versterken. - Indicatievrije dagbesteding ouderen: Vanaf 1 mei 2023 is bij de dagbegeleiding ‘t Achterom en de Oase geen indicatie meer nodig van het Sociaal Wijk Team om deel te nemen. In een pilot, die tot eind van het jaar duurt, gaan we ervaringen opdoen. De medewerkers van MeerVoormekaar kijken samen met de deelnemer, mantelzorger of verwijzer of deelname aan de dagbegeleiding passend en helpend is. In november 2023 evalueren wij de pilot. - MantelzorgNL heeft een breed onderzoek in Wijchen uitgevoerd om de behoefte van mantelzorgers aan ondersteuning in beeld te brengen. Op basis van dit rapport zijn 8 doelstellingen geformuleerd, zoals het werven van een mantelzorgmakelaar.
De mantelzorgmakelaar maakt onderdeel uit van het Sociaal Wijkteam. Na een jaar gaan we deze pilot evalueren. Herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo: Dit wordt landelijk voorbereid met 2026 als verwacht ingangsjaar. Het huidige abonnementstarief in de Wmo heeft een aanzuigende werking en leidt tot meerkosten. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om het abonnementstarief af te schaffen en in plaats daarvan weer de inkomensafhankelijke eigen bijdragen in te voeren. Deze bijdrage zou dan gaan gelden voor alle Wmo-voorzieningen waarop het abonnementstarief ook van toepassing is. De middelen die het rijk in verband met de aanzuigende werking toevoegt aan het Gemeentefonds vervallen grotendeels vanaf de inwerkingtreding van het wetsontwerp.
Pagina | 16| Perspectiefnota 2023
3.05 Vluchtelingen, arbeidsmigranten en huisvesting In 2022 is een opvang gerealiseerd met 180 plaatsen voor Oekraïense ontheemden. Begin 2023 is dit uitgebreid van 180 naar 200 en sinds april naar 220 plaatsen. Het voormalige kantoorgebouw, waar de opvang is gerealiseerd, behoeft extra beveiliging en brandwachten, omdat het geen gebouw is om in te wonen. Het team dat hiervoor is ingehuurd wordt aangestuurd door twee locatieleiders. Daarnaast worden er zowel professionals als vrijwilligers van MeerVoormekaar ingezet om de voorziening goed te laten functioneren. De locatie blijft operationeel tot eind augustus, waarna de Oekraïense ontheemden verhuizen naar de nieuwe locatie op de Oude Klapstraat. Door gebrek aan perspectief op het einde van de oorlog en al opgelopen trauma’s neemt de vraag naar zorg en ondersteuning toe. Dit heeft impact op het gebruik van Wmo en jeugdzorg. Door het inhuren van zorg coördinatoren, via Sterker, worden zorg gerelateerde problemen vroegtijdig geconstateerd en worden de betreffende personen doorverwezen naar de juiste ondersteuning of zorg. Voor de opvang van Oekraïense ontheemden ontvangen we vanuit het rijk een normvergoeding. De middelen die wij ontvangen vanuit het Rijk zijn voldoende om de verwachte werkelijke kosten te vergoeden.
Voor de totstandkoming van de opvangplekken ontvangen we een transitievergoeding ter dekking van de gemaakte kosten. We gaan er vanuit dat dit voor Wijchen budget neutraal uitpakt. Asielopgave Wij gaan een AZC vestigen voor 300 asielzoekers voor de duur van 5 jaar met een mogelijke verlenging van 5 jaar. Het AZC voorziet in de taakstelling voor zowel de gemeente Druten als Wijchen. Het project bevindt zich in de voorbereidende fase waarin er gesprekken plaatsvinden met omwonende en andere belanghebbenden. Het traject voor de vergunning wordt opgestart voor een omgevingsvergunning en het wijzigen van het bestemmingsplan. Daarnaast gaan we in gesprek met de projectontwikkelaar over de eisen van het gebouw voor de doelgroep. Verder gaan we in gesprek met het COA om een bestuursakkoord voor te bereiden. De opgave hiervoor is urgent en vraagt directe inzet. De verwachting is dat het AZC over een jaar operationeel is, waarna het COA het beheer en exploitatie overneemt. Een verdere financiële en personele uitwerking volgt in een volgende rapportage. Flex-wijken bedoeld voor sociale huur Om de druk op sociale huur aan te kunnen zijn we aan het kijken of we een flex-wijk kunnen inrichten met flex-woningen bedoeld voor sociale huur. Dit zullen we doen in nauw overleg met de woningcorporatie. Een verdere financiële en personele uitwerking volgt in een volgende rapportage.
Arbeidsmigranten Er is een wet aangenomen waardoor arbeidsmigranten recht hebben op fatsoenlijk onderdak. In de praktijk verblijven arbeidsmigranten vaak op plaatsen met te veel personen in een te kleine ruimte. Hoewel de gemeente niet voor huisvesting zorgt, kan de gemeente het in beleid wel mogelijk maken dat werkgevers en projectontwikkelaars voorzieningen creëren die voldoen aan de wettelijke eisen. We stellen eerst een beleid vast, zodat er handhaving kan plaatsvinden conform beleid. Tevens is de bedoeling dat het AZC in Wijchen na de periode van opvang van asiel mede beschikbaar wordt voor deze doelgroep als voor andere doelgroepen met een tijdelijke woonbehoefte. Een verdere financiële en personele uitwerking volgt in een volgende rapportage.
Pagina | 17| Perspectiefnota 2023
3.06 Bouwleges In onderstaande tabel zijn de geprognosticeerde inkomsten bouwleges in beeld gebracht. 7)
Tabel: opbrengsten bouwleges
x € 1.000
2023
2024
2025
2026
2027
Begroting 2023
801
801
801
802
825
Verhoging opbrengst bouwleges Verlaging opbrengst leges door WKB Perspectiefnota
198 0 999
560 -344
560 -344
560 -344
560 -344
1.017
1.017
1.018
1.040
Mutatie structureel
198
216
216
216
215
Uitgangspunt is dat de geraamde kosten en legesinkomsten elkaar vrijwel in evenwicht houden. Er is daarmee geen sprake van overdekking van legesopbrengsten. We hebben de planningslijst woningbouw geactualiseerd, daaruit blijkt dat er aanzienlijk meer woningen worden gebouwd dan eerder in deze calculatie was opgenomen. Daar staat tegenover dat de verwachte effecten van de Wet kwaliteitsborging (WKB) resulteren in een negatief effect op de opbrengsten van de bouwleges. Vanwege de WKB kunnen we minder activiteiten in de vorm van leges verhalen. Voor alle bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 0 en 1 (Onder gevolgklasse 0 vallen de vergunningsvrije bouwwerken en bij gevolgklasse 1 gaat het om bouwwerken in de laagste risicoklassen) zal gelden dat de gemeentelijke toetsing aan de bouwtechnische voorschriften en toezicht op de bouw komt te vervallen. Voor deze bouwwerken vervalt de wettelijke grondslag voor het heffen van leges. 3.07 Gemeenschappelijke regelingen In onderstaande tabel is de impact van de ingediende Begrotingen 2024 van de gemeenschappelijke regelingen in beeld gebracht. De impact is gebaseerd op de zienswijzen zoals het college die heeft vastgesteld, welke in juni 2023 in de raad behandeld worden. Voor de toelichting op onderstaande mutaties verwijzen we naar de betreffende stukken. 8)
Tabel: Totaalbeeld gemeenschappelijke regelingen conform gemeentelijke zienswijze.
x € 1.000
2023
2024
2025
2026
2027
Mutatie MGR Werkbedrijf (4717)* Mutatie IRvN (4717) Mutatie ODRN (4759) Mutatie GGD (4714) Mutatie VRGZ (4723) Mutatie GR Munitax** Mutatie MARN (4755) Mutatie BVO DRAN (4751) Mutatie Groene Metropoolregio (4726) Dekking Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Mutatie WDW (3.07)
-327 -111 -89 -124 -202 -672 40 16 0
-612 -169 -71 -191 -266 -618 -13 -25 -24
-612 -182 -25 -191 -277 -76 -14 -2 -24
-612 -195 -14 -191 -288 -76 -15 -9 -14
-612 -209 -3 -191 -299 -76 -16 -89 -9
0 -1.199
24 -1.534
24 -1.292
0 -934
0 -1.246
Totaal mutatie GR’en structureel Totaal mutatie GR’en incidenteel
-2.072 -596
-2.957 -542
-2.671 0
-2.348 0
-2.750 0
* In 2023 wordt de verdeelsleutel van de kosten MGR geëvalueerd. Tot op heden is de bijdrage gebaseerd op de hoogte van de algemene uitkering voor dit onderdeel. Met de herverdeling van het gemeentefonds, valt niet meer specifiek op te maken hoe hoog de bijdrage voor het Werkbedrijf is. Er wordt een nieuw verdeelmodel voorbereid voor de
Pagina | 18| Perspectiefnota 2023
begroting 2025, waarbij het risico bestaat dat de gemeente Wijchen een hogere bijdrage moet gaan betalen. ** De extra kosten vanwege de explosieve groei van het aantal bezwaarschriften ramen we incidenteel voor 2023 en 2024, in de verwachting dat er vervolgens een oplossing komt. 3.08 Werkorganisatie Druten Wijchen Eind 2022 heeft het bestuur van de WDW, na een zorgvuldig doorlopen proces met de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, het Integraal plan vastgesteld. Met het Integraal plan is een injectie gedaan in de begroting van de WDW, waarmee de capaciteit in balans is gebracht met de bestaande workload van dat moment. De ontwerpbegroting 2024 borduurt hier op voort. Ondertussen staat de tijd niet stil en komen er nieuwe ontwikkelingen op ons pad en worden onderwerpen verder uitgewerkt die in het Integraal plan zijn benoemd. Zo komen er onder andere evaluaties op taken waarvoor incidentele gelden beschikbaar zijn gesteld. Hier komt de WDW bij de Begroting 2024 van Wijchen op terug. De ontwerpbegroting 2024 van de WDW laat een uitzetting zien van bijna € 4 miljoen vanwege de gevolgen van de CAO en indexatie van overige budgetten. In deze uitzetting is geen nieuw beleid opgenomen. Vooral vanwege de nieuwe CAO voor gemeenten moeten we de begroting bijstellen over 2023.
Op 5 april is de nieuwe CAO Gemeenten definitief vastgesteld en van toepassing verklaard vanaf 2 januari 2023. Allereerst is er een stijging van € 240 doorgevoerd en vervolgens een stijging van 2% op de lonen. Gemiddeld komt dit uit op een stijging van bijna 9%, waar we in de begroting rekening hadden gehouden met 2,3%. Verder zien we in de uitputting van de budgetten in 2023 op dit moment geen aanleiding om de begroting voor het lopende jaar bij te stellen. Het bedrijfsvoeringsbudget actualiseren we voor de zomervakantie nogmaals om tijdig te kunnen bijsturen. Op het vlak van ICT lopen momenteel discussies over prijsindexatie van bestaande contracten. Dit werken we richting de rapportage in het najaar verder uit. 3.09 Munitax In 2022 heeft Munitax extra personeel moeten inzetten om het toenemende aantal bezwaarschriften te kunnen behandelen. Aan het einde van het jaar was een derde van de bezwaarschriften nog niet afgewikkeld. In 2023 is het aantal bezwaarschriften meer dan verdubbeld ten opzichte van vorig jaar. Dat leidt tot een capaciteitsvraagstuk binnen Munitax. Het in behandeling nemen van dit grote aantal bezwaren leidt onvermijdelijk tot extra kosten. Het is namelijk een wettelijk plicht om binnen het kalenderjaar alle bezwaren afgewikkeld te hebben.
Voor Wijchen betekent dit naar verwachting € 672k voor extra inhuur, maar ook voor de gevolgen van de CAO ontwikkeling, hogere ICT kosten en proceskostenvergoedingen. Voor 2024 nemen we hiervoor incidenteel € 542k op. Overigens is deze trend landelijk zichtbaar en werkt het ministerie aan een structurele oplossing. De wethouders financiën hebben als bestuurlijk opdrachtgever verzocht om een benchmark op zowel financiën als kwaliteit. Dit wordt door Munitax bij een extern bureau weggezet en in de loop van dit jaar uitgevoerd. In de oplossingensfeer t.a.v. de no-cure-no-pay bureaus wordt verder gedacht aan: Zelfbezwaarmaken.nl Het gebruik van dit platform draagt bij aan een vermindering van bezwaarschriften via no cure no pay-bureaus. Het platform biedt inwoners de mogelijkheid om heel eenvoudig bezwaar te maken. Geen ingewikkelde procedures, moeilijke vragen, DigiD of andere belemmeringen om laagdrempelig bezwaar in te dienen. Met één formulier waarop alle informatie kan worden ingevuld. Dit formulier voldoet aan alle eisen.
Pagina | 19| Perspectiefnota 2023
Gemakkelijker bezwaar maken In 2023 maakt de inwoner op de nieuwe website op een eenvoudige manier bezwaar. De website biedt hiertoe een duidelijke instructie. Deze oplossing zit nog wel achter DigiD, wat een extra drempel is in vergelijking met het bezwaar maken via een no cure no paybureau. Munitax bekijkt hoe het maken van een bezwaarschrift nog makkelijker gemaakt kan worden. Verder onderzoekt Munitax de mogelijkheid van een ‘QR-code’ op het aanslagbiljet die direct verwijst naar de juiste plek om zelf bezwaar te maken. Ook kan een app voor het eenvoudig meesturen van foto’s van de woning bij het bezwaar een bijdrage leveren. Een inpandige opname van een taxateur is dan niet nodig. Robotisering Een mogelijkheid om de werklast aan de achterkant te verlagen is robotisering. Een robot die helpt bij het inboeken van bezwaarschriften is software die zelfstandig bezwaarschriften kan beoordelen en inboeken. De robot haalt zelf de ‘grieven’ uit een bezwaarschrift zodat er geen of weinig handwerk nodig is in het inboekproces. 3.10 OZB-inkomsten In deze nota gaan we uit van de opgelegde belastingaanslag in 2023. De opbrengsten OZB worden jaarlijks gecorrigeerd met de bijgestelde prijscompensatie en we nemen een toename van jaarlijks 240 woningen mee, wat per jaar € 62k extra oplevert. We gaan verder uit van de index percentages uit de meicirculaire. 9)
Tabel: Meerjarenperspectief inkomsten OZB.
x € 1.000
index %
Totaal Begroting 2023 Basis 2023 (opgaaf Munitax) Opbrengst OZB door Toename woningen Index 2024 Index 2025 Index 2026 Index 2027 Perspectiefnota
2023
2024
2025
2026
2027
9.984
10.305
10.635
10.899
11.169
10.361
10.361
10.361
10.361
10.361
62
125
190
257
311
311 301
311 301 300
10.361
10.734
11.098
11.462
311 301 300 287 11.816
377
429
463
564
647
3,00% 2,80% 2,70% 2,50%
Mutatie
De mutatie leidt vanaf 2023 tot een voordeel voor het meerjarenperspectief. De reden voor de stijging in opbrengsten 2023 vinden we in het feit dat de WOZ-waardes harder zijn gestegen dan vooraf werd ingeschat. Daarnaast heeft de nieuwbouw voor 2023 een grote invloed op de stijgingen van de WOZ-waardes. Als we alle objecten inclusief nieuwbouw meenemen in de grondslag is de WOZ-waarde gemiddeld met 7,049% gestegen. Als we kijken naar de stijgingen, en de objecten buiten beschouwing laten met een bouwjaar van 2020 of later, dan is de stijging van de grondslag de helft (3,58%). Er is dus relatief meer nieuwbouw gereed gekomen in 2022 wat Munitax niet had voorzien ten tijde van de tariefberekening. We voorzien hiermee voor 2023 ruim 3% meer opbrengst binnen te halen dan begroot, waar we in de begroting al rekening hielden met een opbrengst stijging van 3%. Kijkend ook naar het indexpercentage in 2023 van het bruto binnenlands product in de meicirculaire (6,2%) en het feit dat de hogere WOZ waarden aan de inkomstenkant leiden tot een korting op de hoogte van de algemene uitkering, kiezen we ervoor met deze basis door te rekenen richting 2024 en verder.
Pagina | 20| Perspectiefnota 2023
3.11
Uitgangspunten tarieven en leges
Reinigingsheffing We verkennen de mogelijkheden om te komen tot de Vang-doelstellingen. Het taakveld afval is altijd een dynamisch dossier. Wij hebben nog steeds het motto “de vervuiler betaalt” hoog in het vaandel en willen dit verder verankeren in de toekomst. Het Diftar-systeem zetten we in 2024 worden voort, waarbij we de huidige grondslagen van de tarieven in stand houden. Dit betekent dat de systematiek van toerekenen van kosten naar vaste en variabele heffing gehandhaafd blijft, evenals het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. In de jaarrekening 2022 hadden we een positief resultaat op het taakveld afval, bij het onderdeel nieuw beleid in deze PPN stellen we voor om deze middelen in te zetten voor de uitbreiding van de luierinzameling en de campagne weet wat je achterlaat. Vooralsnog gaan we er vanuit dat de zomerinzameling van GFT in 2024 weer plaats kan vinden. De tariefsverhoging voor 2024 op basis van bestaand beleid bedraagt voor het vastrecht € 7,62 per aansluiting. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor water er riolering. De Raad heeft besloten om de rioolheffing 100% kostendekkend te maken, inclusief de btwcomponent. Voor de rioolheffing houden we de huidige heffingsgrondslag in stand (WOZwaarde van een perceel).
Het in 2022 vastgestelde Beleidsplan water en riolering 20232027 met bijbehorende Rioolbeheerplan 2023-2027 vormen de basis van de geraamde kosten en daarmee ook voor de hoogte van de rioolheffing. Hondenbelasting De hondenbelasting in Wijchen is kostendekkend, dit principe willen we handhaven. In 2016 is de beleidsnota hondenbeleid vastgesteld. Het saldo van de egalisatiereserve hondenbelasting is nihil. Dat betekent dan de tarieven in 2024 bepaald zullen worden op basis van de geraamde kosten en het aantal honden, zonder egalisatie vanuit de reserve. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Heffing van de toeristenbelasting geschiedt op basis van aangifte. Conform de Beslisnota Toeristenbelasting uit 2021 is in het financiële meerjarenperspectief vanaf 2024 rekening gehouden met een extra verhoging van deze tarieven naar respectievelijk € 2,00 en € 1,00. Dit onder voorbehoud van een afweging daarvan door de gemeenteraad bij de behandeling van de begroting 2024. We verlenen een vrijstelling voor overnachtingen van scouts die op een scoutingterrein overnachten. Het afgeronde tarief wordt in rekening gebracht. 10) Tabel: Tarieven toeristenbelasting.
x € 1,Tarief per overnachting Tarief per overnachting op campings / vaste standplaats
2023
2024
2025
2026
2027
€ 1,50
€ 2,00
€ 2,00
€ 2,00
€ 2,00
€ 0,75
€ 1,00
€ 1,00
€ 1,00
€ 1,00
Marktgelden In december 2023 stelt de raad de verordening Marktgelden vast. Als leidraad voor de calculaties gaan we uit van een prijsindex conform meicirculaire van 3,0%, tenzij dit percentage bij de septembercirculaire significant wordt bijgesteld. Daarnaast houden we rekening met de mate waarin de marktgelden kostendekkendheid zijn. Reclamebelasting In Wijchen heffen we reclamebelasting voor het centrumgebied en de bedrijventerreinen Bijsterhuizen en Wijchen-Oost. De reclamebelasting dient ter dekking van specifieke
Pagina | 21| Perspectiefnota 2023
activiteiten van de afgebakende gebieden, welke we via subsidie aan de stichtingen verstrekken. In december 2023 stelt de raad de Belastingverordening vast. We houden bij de vaststelling van de tarieven rekening met verrekeningen over vorige boekjaren. Overige legestarieven In december 2023 stelt de raad de Legesverordening vast. Als leidraad voor de calculaties gaan we uit van een prijsindex conform meicirculaire van 3,0%, tenzij dit percentage bij de septembercirculaire significant wordt bijgesteld. 3.12 Kapitaallasten In onderstaande tabel is op te maken dat de kapitaallasten in 2023 behoorlijk lager uitvallen dan voorzien in de Programmabegroting 2023. Vanwege het later afronden van een aantal geplande investeringen, zoals de renovatie van het verduurzaming Mozaïek, IBOR investeringen en afronding ver/ nieuwbouw PRO college, vallen afschrijvingskosten vrij. Voor jaarschijf 2025 heeft vooral de verwachte afronding MFA Hart van Zuid en de Westwijzer invloed op de lagere kapitaallasten. We gaan er nu vanuit dat kapitaallasten voor deze investeringen niet voor 2026 gaan plaatsvinden. 11) Tabel: Effect kapitaallasten inclusief rente.
x € 1.000 Begroting 2023 Perspectiefnota Saldo Effect Riool- en afvalstoffenheffing
Mutatie toerekenbare rente Mutatie structureel
2023
2024
2025
2026
2027
5.142 4.744 398
5.429 5.067 363
6.165 5.053 1.111
6.391 6.151 240
6.375 6.133 242
-62 -95 241
-30 -66 266
-69 -329 714
-72 6 175
-71 5 177
Bovenstaande mutatie betekent een verbetering voor het gehele meerjarenperspectief. 3.13 Prijscompensatie In de meicirculaire 2023 zijn de indexen aangepast ten opzichte van de septembercirculaire 2022. We hanteren deze index zowel aan de opbrengstkant (algemene uitkering en leges), als de kostenkant. De mutatie van het index percentage betekent aan de kostenkant een nadeel voor het meerjarenperspectief. Het effect op de batenkant is meegenomen in 3.01 meicirculaire. We passen de budgetten vanaf het komende jaar conform regulier beleid aan. Daarnaast laten we de stelpost voor loon- en prijsontwikkeling vrijvallen. Dit is feitelijk ingevuld met de uitzettingen binnen deze Perspectiefnota, zoals de hogere kosten voor de gemeenschappelijke regelingen, prijseffect sociaal domein en aanbestedingen. 12) Tabel: Effect prijs indexatie t.o.v. septembercirculaire 2022.
x € 1.000
2024
2025
2026
2027
Contractindex Begroting 2023 Loonindex begroting 2023
2,50% 4,20%
2,50% 4,10%
2,20% 3,90%
2,20% 3,90%
Contractindex Meicirculaire 2023 Loonindex Meicirculaire 2023
3,00% 5,20%
2,80% 5,80%
2,70% 4,80%
2,50% 4,20%
-52 750
-220 750
-344 750
-433 750
Mutatie structureel Vrijval stelpost loon- en prijsindex
Bovenstaande betekent per saldo een verbetering van het meerjarenperspectief.
Pagina | 22| Perspectiefnota 2023
3.14 Kostenuitzettingen In hoofdstuk 8 zijn de structurele uitzettingen en inkrimpingen ten opzichte van de Begroting 2023 opgenomen op bestaand beleid. Dit betreffen uitzettingen die onontkoombaar zijn, of door areaaluitbreidingen worden veroorzaakt. Daarnaast nemen we een aantal extra opbrengsten op die we structureel verwachten binnen te halen en ramen we budgetruimte af. In hoofdstuk 9 geven we een overzicht van nieuw beleid binnen deze Perspectiefnota en daarnaast presenteren we in hoofdstuk 13 een overzicht van gewenst nieuw beleid, dat we bij de Begroting 2024 integraal willen afwegen. 13) Tabel: Structurele mutaties.
Hfst. 8 9
x € 1.000 Budgetmutaties structureel Nieuw beleid structureel
2023 6 -192
2024 -330 -572
2025 -368 -572
2026 -246 -604
2027 -184 -604
Bovenstaande mutatie betekent een verslechtering van het gehele meerjarenperspectief.
Pagina | 23| Perspectiefnota 2023
Incidenteel meerjarenperspectief In onderstaande tabel is het incidenteel meerjarenperspectief weergeven vanaf de begroting 2023. Voor een nadere onderbouwing van de mutaties, verwijzen we u naar hoofdstuk 10 en 11. In hoofdstuk 12 geven we een totaaloverzicht van alle incidentele posten, inclusief de eerder vastgestelde onderwerpen. In hoofdstuk 13 nemen we gewenst nieuw beleid op, waarover we een afweging willen maken bij de Begroting 2024. 14) Tabel: Incidenteel perspectief.