Overzicht wijzigingen Verordening Wmo en Jeugdhulp gemeente Wijchen 2026
Tekst van het document
Overzicht van de inhoudelijke wijzigingen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Wijchen 2026 Naast inhoudelijke wijzigingen zijn artikelen of artikelleden vernummerd en tekstueel aangepast waar nodig. 1. In de aanhef van artikel 1 zijn de productenboeken/programma’s van eisen van het Regionaal Ondersteuningsbureau (ROB) toegevoegd Reden: hier staan de actuele bouwsteenomschrijvingen. 2. In artikel 1 lid 1 is aan de definitie van het begrip “aanbieder” toegevoegd dat het gaat om het leveren van een voorziening in opdracht van het college. Reden: verduidelijking. 3. In artikel 1 wordt een nieuw artikellid i toegevoegd. Reden: Dit begrip was nog niet omschreven. Oude tekst --
Nieuwe tekst i. Formele ondersteuning: ondersteuning geleverd door personen die: a. In loondienst zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) als zijnde beroepsmatig werkzaam op het terrein van de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning, die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet of hoofdstuk 3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en die beschikt over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; b. Aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en de beschikking hebben over een Beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) als zijnde beroepsmatig werkzaam op het terrein van de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning, voldoen aan de kwaliteitseisen opgenomen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet of hoofdstuk 3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en die beschikt over de
2 relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
4. Aan artikel 1 wordt artikellid sub l (oud artikel o) verder toegelicht. Reden: Dit begrip was nog niet duidelijk genoeg omschreven. Oude tekst
Nieuwe tekst
o. Informele hulp: hulp door het eigen netwerk van een cliënt;
l. Informele hulp: hulp die niet voldoet aan het gestelde onder i. van dit artikel of die geleverd wordt door iemand uit het sociaal netwerk, een vrijwilliger of een eerste- of tweedegraads bloedverwant.
5. Artikel 2 wordt gesplitst in 2a (melding Wmo) en 2b (aanvraag jeugdwet) Reden: Een melding is alleen van toepassing bij de Wmo. Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2. Melding hulpvraag
Artikel 2a Melding hulpvraag (Wmo) Artikel 2b Aanvraag (Jeugdwet) 6. Aan artikel 2a wordt een nieuw artikellid 5 toegevoegd. Reden: Dit was nog niet omschreven. Oude tekst --
Nieuwe tekst 5. Het college legt het verlenen dan wel afwijzen van een maatwerkvoorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 9.
7. Aan artikel 2b wordt een nieuw artikel 5, 6 en 7 toegevoegd Reden: artikel 5: geüpdatet aan de hand van landelijke norm zoals opgenomen in het 'standaardcontract' dat gemeenten voor jeugdhulp en Wmo-aanbieders moeten gebruiken; artikel 6: toegevoegd naar voorbeeld modelverordening VNG; Artikel 7: Juridisch kloppend gemaakt. Oude tekst
Nieuwe tekst 5. Voor zover de hulpvraag betrekking heeft op jeugdhulp, kan de hulpvraag ook worden gemeld bij een andere volgens de wet bevoegde verwijzer naar jeugdhulp. Deze beoordeelt vervolgens welke maatwerkvoorziening nodig is met een onderzoek. Dit onderzoek gaat op dezelfde manier zoals het college dit doet. In de beoordeling wordt de eigen kracht, het sociaal netwerk, algemene en algemeen
3 gebruikelijke voorzieningen, voorzieningen die vanuit andere wetten verkregen kunnen worden en de goedkoopst passende voorziening betrokken. 6. Voor zover de hulpvraag betrekking heeft op jeugdhulp, kan de huisarts, medisch specialist of jeugdarts de cliënt verwijzen naar jeugdhulp. Als de aanbieder niet gecontracteerd is door het college of geen subsidie ontvangt van het college, wordt er geen vergoeding voor deze hulp verstrekt. Dit geldt alleen wanneer het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieder 7. Het college legt het verlenen dan wel afwijzen van een maatwerk voorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 9.
8. In artikel 5 wordt artikellid 1 gewijzigd. Reden: Juridisch correct gemaakt en deels dubbel met artikel 7. Oude tekst
Nieuwe tekst
1. Het college onderzoekt voor zover nodig in samenspraak met de degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding:
1. Het college onderzoekt voor zover nodig in samenspraak met de degene die de hulpvraag kenbaar heeft gemaakt en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk:
9. In artikel 5 wordt artikellid 1 sub c gewijzigd. Reden: Het begrip ‘voorliggende voorziening’ is geschrapt uit de verordening. Hiervoor wordt nu het begrip andere voorziening gehanteerd. Dit begrip is al in artikel 1 gedefinieerd. Oude tekst
Nieuwe tekst
c. de mogelijkheden om zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang: - op eigen kracht, of - met gebruikelijke hulp, of - met een algemene voorziening, of - met een algemeen gebruikelijke voorziening, of - met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk, of - met een wettelijke voorliggende voorziening, of
c. de mogelijkheden om zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang: - op eigen kracht, of - met gebruikelijke hulp, of - met een algemene voorziening, of - met een algemeen gebruikelijke voorziening, of - met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk, of - met een andere voorziening, of - door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten;
4 -
door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten;
10. Aan artikel 5 wordt artikellid 6 toegevoegd. Reden: Dit was nog niet omschreven. Oude tekst --
Nieuwe tekst 6. Het college kan een deskundige instantie om een advies vragen als het college dit van belang acht voor het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag.
11. Aan artikel 5 wordt artikellid 7 toegevoegd. Reden: Dit volgt uit de jurisprudentie en was nog niet omschreven. Oude tekst --
Nieuwe tekst 7. Het college treft voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming op zorgvuldige wijze plaatsvindt, in het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers van) de aanbieder die de jeugdhulp uitvoert, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp en het daarop betrekking hebbende besluit neemt.
12. Artikel 7 lid 1 wordt gewijzigd. Reden: verduidelijken dat dit alleen betrekking heeft op de Wmo. Oude tekst
Nieuwe tekst
1. Een cliënt, zijn gemachtigde of zijn vertegenwoordiger kan een aanvraag voor een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college als het onderzoek niet binnen zes weken na de melding is afgerond.
1. Een cliënt, zijn gemachtigde of zijn vertegenwoordiger kan een Wmo aanvraag voor een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college als het onderzoek niet binnen zes weken na de melding is afgerond.
13. Bij artikel 7 is een nieuw lid 2 ingevoegd. De artikelleden die volgen worden doorgenummerd. Reden: juridisch kloppend gemaakt. Oude tekst
Nieuwe tekst
--
2. Voor jeugdhulp kan direct een aanvraag gedaan worden.
5 14. Aan artikel 7 wordt lid 5 toegevoegd. Reden: Verduidelijken wanneer er toestemming nodig is van een wettelijke vertegenwoordiger. Oude tekst --
Nieuwe tekst 1.
Heeft de aanvraag betrekking op: a. Een minderjarige die jonger is dan 12 jaar, dan is instemming van de minderjarige niet vereist, maar wel de toestemming van diens wettelijke vertegenwoordiger(s). b. Een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar, maar nog niet die van 16 jaar heeft bereikt, dan is zowel de toestemming van de minderjarige als van de wettelijke vertegenwoordiger(s) vereist. Is de minderjarige niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan is alleen de toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger(s) vereist. c. Een minderjarige die ouder is dan 16 jaar, dan is toestemming van de minderjarige vereist, mits de minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake en geen sprake is van jeugdhulp met verblijf. Het is essentieel ook met de wettelijk vertegenwoordiger(s) af te stemmen.
15. Bij artikel 8 lid 3 wordt sub d ingevoegd. Reden: Juridische aanscherping. Oude tekst
Nieuwe tekst d. Als de client de gevraagde hulp of voorziening zelf al heeft ingeroepen of ingekocht voordat een Wmo melding of Jeugdwet aanvraag is gedaan;
16. In artikel 8 lid 3 wordt sub h gewijzigd. Reden: verbeteren weigeringsgrond Oude tekst
Nieuwe tekst
h. Voor zover de voorziening naar objectieve maatstaven niet als goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt;
h. Voor zover de voorziening naar objectieve maatstaven niet als goedkoopst en/of adequate voorziening kan worden aangemerkt;
6
17. Aan artikel 8 lid 3 wordt sub j wordt toegevoegd. Reden: Grondslag bieden voor de inzet van van interventies waarvan bewezen of aannemelijk is dat het resultaat ermee bereiktkan worden. Oude tekst --
Nieuwe tekst j. Als de inzet van de voorziening niet doeltreffend geacht kan worden en/of niet aannemelijk is dat de inzet van de voorziening in voldoende mate zal bijdragen aan een oplossing voor de hulpvraag. Het college kan in nadere regels vaststellen welke voorzieningen aantoonbaar niet effectief zijn.
18. Aan artikel 8 lid 3 wordt sub k toegevoegd. Reden: Aanvullende afwijzingsgrond gecreëerd. Oude tekst --
Nieuwe tekst k. In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening.
19. Aan artikel 8 lid 3 wordt sub l toegevoegd. Reden: nieuwe regelgeving per 1 juli 2025. Oude tekst --
Nieuwe tekst l. Als het gaat om een scootmobiel of andere elektrische vervoersvoorziening en hiervoor geen brandveilige stallingsplek beschikbaar is.
20. In artikel 8 lid 6 wordt sub a gewijzigd. Reden: Uitbreiding van weigeringsgronden voor woonvoorzieningen. Oude tekst a. In het geval de beperkingen bij het normaal gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
Nieuwe tekst a. Als de inwoner zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen;
21. In artikel 8 lid 6 wordt sub a gewijzigd en vernummerd naar b. Reden: Aanscherping. Oude tekst a In het geval de beperkingen bij het normaal gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;
Nieuwe tekst b In het geval de aantoonbare beperkingen bij het normaal gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen en/of als de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud
7 aan de woning;
22. In artikel 8 lid 6 wordt sub c gewijzigd. Reden: Aanscherping. Oude tekst b. Ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen, ADL‐ clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;
Nieuwe tekst b. Ten behoeve van woonruimten die niet geschikt en/of bedoeld zijn voor permanente bewoning zoals hotels/pensions, trekkerswoonwagens, campers, kloosters, tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen, ADL‐ clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;
23. Aan artikel 8 lid 6 wordt sub d gewijzigd. Reden: verduidelijken dat de Wmo niet van toepassing is voor collectieve voorzieningen. Oude tekst d Voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte;
Nieuwe tekst d Voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft. In deze situatie is de eigenaar, verhuurder of Vereniging Voor Eigenaren verantwoordelijk voor de voorzieningen;
24. Aan artikel 8 lid 6 wordt sub e gewijzigd en gesplitst in sub e en sub f. Reden: verduidelijken dat de Wmo niet van toepassing is op het moment dat er voorzieningen nodig zijn in doelgroepengebouwen. Oude tekst e. Ten behoeve van specifiek op personen met beperkingen en/of ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij (nieuw)bouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen (hadden) kunnen worden;
Nieuwe tekst e. voor zover het voorzieningen in woongebouwen betreft die specifiek gericht zijn op ouderen of mensen met beperkingen;
8
25. Aan artikel 8 lid 6 wordt sub f toegevoegd. Reden: verduidelijken dat de Wmo niet van toepassing is op het moment dat er een voorziening nodig is bij nieuwbouw of een renovatie zonder dat dit noemenswaardige meerkosten zal opleveren. Oude tekst ---
Nieuwe tekst f voor zover het voorzieningen betreft die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden;
26. Aan artikel 8 lid 6 wordt sub g toegevoegd. Reden: verduidelijken dat de Wmo niet van toepassing op het moment dat een bewoner op de wachtlijst staat om naar een zorginstelling te verhuizen op grond van de Wlz. Oude tekst ---
Nieuwe tekst k. als de inwoner een Wlz-indicatie heeft en op de wachtlijst staat voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wlz.
27. Nieuw in te voegen ‘artikel 8a Beoordeling eigen kracht’. Het oude artikel 8a wordt verplaatst naar 8f Reden: Dit begrip is geschrapt uit de begrippenlijst en nog niet toegelicht in de verordening. De rechter heeft bepaald dat dit begrip uitgebreid toegelicht moet zijn in de verordening. Oude tekst Artikel 8a Wonen en zorg Het is niet toegestaan een overeenkomst af te sluiten met een aanbieder dan wel een derde (in geval van een pgb) waarin het bieden van de geïndiceerde ondersteuning mede afhankelijk is van de woonruimte die door de organisatie dan wel derde wordt geboden, tenzij het verblijf onderdeel is van de indicatie.
Nieuwe tekst Artikel 8a. Beoordeling eigen kracht 1. Ouders en jeugdigen zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het organiseren van passende ondersteuning bij opgroei- en opvoedvragen. Zij zetten daarvoor hun eigen kracht in. Pas als binnen het eigen gezin, sociaal netwerk en met gebruik van algemeen beschikbare voorzieningen geen toereikende oplossing mogelijk is, kan een beroep worden gedaan op een individuele voorziening. 2. Onder het benutten van eigen kracht wordt in ieder geval verstaan: a, gebruikelijke hulp door ouders, ook bij ziekte of beperking van de jeugdige; b, hulp van ouders die daar bovenuit gaat (bovengebruikelijke hulp), tenzij dat niet van hen gevergd kan worden;
9
3.
4.
5.
6.
7.
c. inzet van hulp uit het sociale netwerk, voor zover redelijkerwijs beschikbaar; d. het benutten van andere voorzieningen, zoals een aanvullende zorgverzekering. Gebruikelijke hulp is de hulp die in redelijkheid van ouders mag worden verwacht, en die past bij de leeftijd en ontwikkeling van de jeugdige. Om te bepalen wat gebruikelijk is, maakt het college gebruik van de richtlijnen van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), zoals opgenomen in het levensloopmodel van Opvoeden en Opgroeien . Gebruikelijke hulp en kortdurende bovengebruikelijke hulp geven ouders zelf. Als er uitzicht is op herstel wordt bovengebruikelijke hulp aangemerkt als kortdurend. Alleen bij (dreigende) overbelasting of aantoonbare belemmeringen kan het college een tijdelijke voorziening inzetten. De voorziening duurt niet langer dan nodig is om de verhouding tussen draagkracht en draaglast te herstellen. Bij langdurige of structurele hulpvragen beoordeelt het college of: o de inzet van bovengebruikelijke hulp de draagkracht van ouders overstijgt; o er sprake is van (dreigende) overbelasting; o er andere factoren spelen, zoals problematiek binnen het gezin of financiële gevolgen.
Van ouders wordt verwacht, dat zij ook als er geen uitzicht is op herstel voor een langere periode bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij de balans tussen draagkracht en draaglast in het gezin daardoor zo verstoord raakt, dat dit niet langer van de ouders kan worden verlangd. Dat kan het geval zijn als ouders niet langer beschikbaar en in staat zijn de hulp te leveren, zoals bij (dreigende) overbelasting, of als ouders door het bieden van bovengebruikelijke hulp financieel in de problemen raken. Kent het college een maatwerk voorziening toe, dan zorgen ouders ervoor dat zij binnen hun mogelijkheden meewerken aan het vergroten van de draagkracht van het gezin en het verminderen van belasting. Dit kan bijvoorbeeld door het aanpassen van werktijden,
10 dagstructuur of maatschappelijke activiteiten. 28. Artikel 8a Wonen en zorg’ is verplaatst naar artikel 8f en aangevuld Reden: verduidelijking. Oude tekst Het is niet toegestaan een overeenkomst af te sluiten met een aanbieder dan wel een derde (in geval van een pgb) waarin het bieden van de geïndiceerde ondersteuning mede afhankelijk is van de woonruimte die door de organisatie dan wel derde wordt geboden, tenzij het verblijf onderdeel is van de indicatie.
Nieuwe tekst Het is niet toegestaan een overeenkomst af te sluiten met een aanbieder dan wel een derde (in geval van een pgb) waarin het bieden van de geïndiceerde ondersteuning mede afhankelijk is van de woonruimte die door de organisatie dan wel derde wordt geboden, tenzij: a. Het verblijf onderdeel is van de indicatie. Dit is het geval bij de maatwerkvoorzieningen Beschermd Wonen intramuraal en Trainingshuis. b. Het verblijf onderdeel van tijdelijke verhuur is. De verhuur moet als doel hebben de cliënt in staat te stellen zelfstandig te wonen. Het college moet hier vooraf mee instemmen
29. Nieuw in te voegen ‘artikel 8b Gebruikelijke hulp’. Reden: Dit begrip is geschrapt uit de begrippenlijst en in dit artikel verder uitgewerkt. Oude tekst --
Nieuwe tekst Artikel 8b. Gebruikelijke hulp 1. Gebruikelijke hulp is de mate waarin de inwoner met gebruikelijke hulp het aanvaardbare niveau van zelfredzaamheid en participatie of het zich handhaven in de samenleving kan bereiken of behouden. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: a. Huisgenoten van een inwoner zijn altijd zelf als eerste verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden, de zelfredzaamheid en de participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving. b. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Het hoeft niet te betekenen dat de huisgenoten deze hulp zelf uitvoeren. De gebruikelijke hulp kan de inwoner ook door andere personen laten doen of met eigen geld inkopen. c. Bij uitval van een persoon wordt door huisgenoten, ook naast een fulltime (vrijwilligers)werk of opleiding, zorggedragen voor een herverdeling en
11 overname van de (huishoudelijke) taken, zorg- en begeleidingsactiviteiten. d. De bijdrage die van kinderen wordt gevraagd is afhankelijk van de leeftijd. Van kinderen onder de 18 jaar wordt verwacht dat zij helpen in het huishouden. Van iedere volwassene van 18 jaar of ouder wordt in ieder geval verwacht naast een volledige baan of opleiding een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Van iedere volwassene vanaf 23 jaar wordt in ieder geval verwacht een meerpersoonshuishouden te kunnen voeren. Het hebben van een fulltimebaan of het volgen van een voltijdsopleiding staat het leveren van gebruikelijke hulp dus niet in de weg. Het bieden van gebruikelijke hulp gaat verder ook voor op andere activiteiten van huisgenoten in het kader van hun maatschappelijke participatie. e. Fysieke afwezigheid van de huisgenoot belemmert het bieden van gebruikelijke hulp in principe niet. Van ieder (volwassen) mens wordt verwacht een volledige school- of werkweek (inclusief overwerk en reistijden) te kunnen combineren met huishoudelijke taken. Afwezigheid vanwege school- of arbeidsgerelateerde activiteiten kan er wel toe leiden dat de gebruikelijke hulpverlener de uitvoering van de taken moet plannen op momenten waarop hij/zij wel thuis is. f. Bij de beoordeling of en in welke mate er sprake is van gebruikelijke hulp worden in ieder geval de volgende aspecten gewogen: I.
De aard van de benodigde ondersteuning. II. De mate van planbaarheid en uitstelbaarheid van de benodigde ondersteuning. III. De frequentie en omvang van de benodigde ondersteuning. IV. De duur van de benodigde ondersteuning. Is er sprake van een kortdurende situatie met uitzicht op herstel of een langdurende (chronische) situatie waarin extra ondersteuning nodig is.
12 V. Gebruikelijke hulp geldt niet of minder als uit objectief onderzoek blijkt dat huisgenoten niet in staat zijn om (een aantal) taken over te nemen door: • langdurige fysieke afwezigheid • een aantoonbare beperking of een aantoonbaar beperkte leerbaarheid. • (dreigende) overbelasting, waarbij het evenwicht tussen draagkracht en draaglast onder spanning staat. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke hulp en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan het bieden van gebruikelijke hulp in principe niet in de weg staan. Bij (dreigende) overbelasting kan die indicatie van korte duur zijn om de huisgenoten de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen.
30. Nieuw in te voegen ‘artikel 8c Vervoer’. Reden: Uitwerking van dit begrip ontbrak nog in de verordening. Oude tekst ---
Nieuwe tekst Artikel 8c Vervoer (Jeugd) 1. Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. 2. Vervoer is alleen mogelijk als naar het oordeel van het college is aangetoond dat de jeugdige niet zelf of met behulp van het netwerk in vervoer kan voorzien. Er is geen passend vervoer aanwezig (bijv. inzet van vrijwilligers) en het vervoer niet valt onder de gebruikelijke zorg. 3. Inzet van vervoer in het kader van de Jeugdwet kan alleen in combinatie met de volgende producten:
13 - Voorschoolse dagbehandeling; - Naschoolse dagbehandeling; - Naschoolse dagbehandeling LVB+; - BSO+; - Onderwijs-toeleidende dagbesteding; - Logeeropvang; - specialistische GGZ. 4. Het college beschouwt een aantal keer per week zelf rijden in ieder geval als behorend tot de eigen mogelijkheden. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering hiervan. 5. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. 6. Het college beoordeelt in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor vervoer op zich te nemen. 7. Indien naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waardoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend.
31. Nieuw in te voegen ‘artikel 8d Kinderopvang en buitenschoolse opvang’. Reden: Dit begrip was nog niet toegelicht in de verordening. Oude tekst ---
Nieuwe tekst Artikel 8d Kinderopvang en buitenschoolse opvang 1. Reguliere kinderopvang en reguliere buitenschoolse opvang zijn geen vorm van jeugdhulp. 2. Voor vormen van opvang die wel onder de jeugdwet vallen is deels sprake van algemeen gebruikelijke kosten. Dit zijn kosten die ook een persoon zonder beperking heeft voor opvang. 3.Uitsluitend de meerkosten kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. De meerkosten zijn de bruto kosten van de reguliere kinderopvang of buitenschoolse opvang na aftrek van de kinderopvangtoeslag. 4. Het onder lid 2 en 3 bepaalde is niet van toepassing als het doel van de inzet van de voorziening uitsluitend voor de jeugdige
14 noodzakelijke zorg is die (alleen) middels deze voorziening geboden kan worden.
32. Nieuw in te voegen ‘artikel 8e Primaat van verhuizen’. Reden: Toelichting over wanneer het primaat van verhuizen voorrang heeft op een woningaanpassing. Oude tekst ---
Nieuwe tekst Artikel 8e Primaat van verhuizen 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner een maatwerkvoorziening kan krijgen als het normale gebruik van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is. 2. De gemeente beoordeelt of een woningaanpassing of een verhuizing de goedkoopste adequate oplossing is. Hierbij spelen de volgende factoren een rol: a. zijn er aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen? b. de kostenvergelijking tussen aanpassen en verhuizen. Als de woningaanpassing meer gaat kosten dan € 15.000,00 wordt verhuizen als de goedkoopste adequate oplossing gezien; c. volkshuisvestelijke afwegingen en noodzakelijke vergunningen; d. de woning moet binnen een medisch aanvaardbare termijn beschikbaar zijn; e. sociale omstandigheden; f. afstemming met andere voorzieningen; g. werksituatie; h. verandering in woonlasten; i. wooncomfort; j. is de inwoner huurder of eigenaar van de woning; k. de wil van de inwoner om te verhuizen; l. mantelzorg in de buurt; m. overige specifieke omstandigheden.
33. Nieuw in te voegen ‘artikel 8g Niet meewerken’. Reden: Toelichting over de medewerkingsplicht. Oude tekst ---
Nieuwe tekst Artikel 8g Niet meewerken
15 1.De ouder(s) en/of jeugdige zijn verplicht om, binnen hun mogelijkheden, mee te werken aan onderzoek gericht op de doelmatige inzet van jeugdhulp. 2.Als de ouder(s) en/of jeugdige naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerken, kan de noodzaak en/of de omvang van de benodigde ondersteuning niet worden vastgesteld en kan door het college worden besloten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken. 3. Lid 1 en 2 gelden ook voor cliënten en hun netwerk wanneer sprake is van een melding Wmo.
34. In artikel 10 lid 3 sub e is de berekeningswijze van een pgb voor dienstverlening (zowel formeel als informeel) gewijzigd. Reden: recente jurisprudentie en onderzoek in opdracht van de gemeente Nijmegen. Tevens is aan artikel 10 lid 11 een sub d toegevoegd. Reden: Benadrukken dat met terugwerkende kracht geen pgb wordt afgegeven. Oude tekst --
Nieuwe tekst e. voor dienstverlening geldt bij formele ondersteuning dat: a. Het formele tarief voor hulp bij het huishouden is gelijk aan 90% van het tarief zoals door het college afgesproken met gecontracteerde aanbieders; b. Het formele tarief voor begeleiding en verzorging, beschermd thuis en trainingshuis is gelijk aan 85% van het zorg in natura tarief; c. Het formele tarief voor behandeling (Jeugdwet) en dyslexiezorg is gelijk aan 90% van het zorg in natura tarief; d. Het formele tarief voor locatiegebonden zorg zoals dagbesteding, logeeropvang en (Jeugdwet) dagbehandeling is gelijk aan 90% van het zorg in natura tarief zoals; e. Het formele tarief voor beschermd wonen intramuraal licht, middel en zwaar is gelijk aan respectievelijk
16 55%, 62% en 66% van het zorg in natura tarief; f. Het formele tarief voor vervoer is gelijk aan het zorg in natura tarief; g. Het informele tarief voor jeugdhulp is gebaseerd op het minimumloon vermeerderd met vakantietoeslag en -uren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen wordt het budget met die lasten verhoogd. h. Het informele tarief voor Wmovoorzieningen is gebaseerd op het minimumloon vermeerderd met het vakantiegeld en -uren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen wordt het budget met die lasten verhoogd. i. De tarieven worden jaarlijks, per jaar, per 1 januari, door het college vastgesteld. d. de kosten zijn gemaakt voordat de melding (Wmo) of aanvraag (Jw) is gedaan.
35. Artikel 11 wordt tekstueel aangepast. Reden: Nieuw onderscheid wordt gemaakt tussen formele en informele ondersteuning in plaats van professionele ondersteuning. Formele ondersteuning dekt de lading beter. Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 11. Regels voor pgb professionele zorg 1. Dit artikel heeft betrekking op de professionele zorgaanbieder die middels een pgb wordt gefinancierd en een eventuele onderaannemer die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaamheden verricht.
Artikel 11. Regels voor pgb formele ondersteuning a. Dit artikel heeft betrekking op de formele zorgaanbieder die middels een pgb wordt gefinancierd en een eventuele onderaannemer die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaamheden verricht.
5. De zorgaanbieder die professionele zorg biedt moet voldoen aan alle wettelijke, bovenwettelijke en/of aanvullende gemeentelijke criteria en kwaliteitseisen zoals vastgelegd in bijlage 4.
5. De zorgaanbieder die formele ondersteuning biedt moet voldoen aan alle wettelijke, bovenwettelijke en/of aanvullende gemeentelijke criteria en kwaliteitseisen zoals vastgelegd in bijlage 4 en/of de productenboeken/programma’s van eisen van het Regionaal Ondersteuningsbureau (ROB).
17
36. De titel van artikel 12 wordt gewijzigd. Reden: Verduidelijken van onderscheid tussen informele en formele ondersteuning. Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 12. Regels voor pgb informele zorg (sociaal netwerk)
Artikel 12. Regels voor pgb informele zorg (sociaal netwerk en hulp die niet voldoet aan de eisen voor formele ondersteuning)
37. In artikel 12 wordt lid 4 tekstueel gewijzigd en een nieuw lid 6 sub d toegevoegd. Reden: - ‘professionals’ wordt gewijzigd naar formele ondersteuning. - mogelijk maken om het belang van het kind mee te laten wegen. Verwijzers zien soms dat het niet goed is voor een kind, omdat de afhankelijkheid groter is dan optimaal voor de ontwikkeling van het kind. Oude tekst
Nieuwe tekst
4. Als een pgb wordt verstrekt voor hulp die geboden wordt door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, krijgt deze persoon een lager tarief betaald voor zijn diensten dan het vastgestelde tarief voor professionals.
4. Als een pgb wordt verstrekt voor hulp die geboden wordt door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, krijgt deze persoon een lager tarief betaald voor zijn diensten dan het vastgestelde tarief voor formele ondersteuning. 6 d professionele afstand van de zorgverlener niet nodig is om de beoogde doelen te behalen
38. In artikel 13 wordt lid 2 gewijzigd. Reden: Verduidelijkt is dat vanuit een pgb budget geen bemiddelingskosten kunnen worden betaald. Oude tekst
Nieuwe tekst
18 2. Pgb-beheer kan plaatsvinden door iemand die tot het sociaal netwerk behoort of door een professional. Een professional is een vertegenwoordiger die zijn diensten tegen marktconform tarief levert. Het college of de andere organisatie kan vragen om een bewijs van betaling.
2. Pgb-beheer kan plaatsvinden door iemand die tot het sociaal netwerk behoort of door een professional met inachtneming van artikel 10 lid 4 van deze verordening.
39. In artikel 15 wordt lid 2 en 3 gewijzigd. Reden: actualisatie. Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van de eigen bijdrage voor de voorziening AVAN (GR BVO Dran). 2. De eigen bijdrage bestaat uit een opstaptarief en een bedrag per kilometer. Deze bijdrage valt niet onder het abonnementstarief. 3. De hoogte van het opstaptarief en het bedrag per kilometer kan ieder opvolgend jaar worden gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen ten aanzien van de gehanteerde prijsindex (NEA index en CPI index), en gewijzigde btw- en vervoerstarieven.
Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van de eigen bijdrage voor de voorziening AVAN (GR BVO Dran) € 0,19 per kilometer en een eenmalige bijdrage van € 1,08 per rit als opstaptarief. Deze bijdrage valt niet onder het abonnementstarief. De onder lid 1 vermelde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil 1-1-2024. Deze worden ieder opvolgend jaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen ten aanzien van de gehanteerde prijsindex (NEA index en CPI index), en gewijzigde btw- en vervoerstarieven.
2.
40. Nieuw in te voegen ‘Artikel 18b maatregelen bij wangedrag’ Reden: begrenzen wangedrag/ onzorgvuldig gebruik van voorzieningen. Oude tekst --
Nieuwe tekst Artikel 18b. Maatregelen bij wangedrag 1. Bij herhaald en/of ernstig wangedrag bij het ontvangen van diensten of bij herhaald onzorgvuldig gebruik van een (in bruikleen verstrekte) voorziening, treft het college – al dan niet tijdelijk – maatregelen jegens de cliënt ter bescherming van de (medewerker van) een zorgverlener of andere cliënten of ter voorkoming van (verdere) schade aan de (in bruikleen) verstrekte voorziening. 2. Bij een herhaling van ernstig wangedrag en/of het onzorgvuldig gebruik zal dit leiden tot schorsing of beëindiging van de verstrekte
19 maatwerkvoorziening of beëindiging van de toegang tot de algemene voorziening. 3. Het college kan nadere regels stellen. 41. Aan artikel 19 wordt een nieuw lid 2 toegevoegd. Reden: verduidelijking. Oude tekst
Nieuwe tekst 2. Het college kan bij nadere regeling bepalen in welke gevallen en vorm de waardering kan worden verstrekt.
42. In artikel 21 lid 3 worden sub a t/m d gewijzigd en sub e t/m h toegevoegd. Reden: Aangepast aan de huidige wet- en regelgeving. Oude tekst
Nieuwe tekst
3.Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. De kosten van de beroepskracht; b. Redelijke overheadkosten; c. Kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. Indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst;
3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. De aard en omvang van de te verrichten taken; b. De voor de sector toepasselijke Caoschalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. Een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. Een voor de sector reële mate van nonproductiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. De kosten voor bijscholing van het personeel; f. Cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; g. Cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; h. Kosten voor indexering.
43. Artikel 38 leden 1 t/m 4 worden gewijzigd. Reden: Jaartallen geactualiseerd. Oude tekst
Nieuwe tekst
In lid 1 t/m 4: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Wijchen 2021
In lid 1 t/m 4: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Wijchen 2024
44. Artikel 40 lid 2 wordt gewijzigd. Reden: Jaartal geactualiseerd. Oude tekst
Nieuwe tekst
20
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Wijchen 2024.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Wijchen 2026.
45. In bijlage 1 wordt onder het kopje ‘vormen van maatschappelijke ondersteuning’ de opsomming van algemene voorzieningen op grond van de Wmo aangevuld. Reden: uitbreiding van de beschikbare algemene voorzieningen Oude tekst
Nieuwe tekst
De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn op grond van de Wmo 2015 beschikbaar: - rolstoelpool - inloop- en ontmoeten - vrijwilligersververvoer OpStap - vrij toegankelijke dagbesteding
De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn op grond van de Wmo 2015 beschikbaar: - poolvoorzieningen - inloop- en ontmoeten - vrijwilligersvervoer OpStap - vrij toegankelijke dagbesteding - Wijk GGZ - hulp die door (netwerk) medewerkers van het Sociaal Team zelf wordt geleverd
46. In bijlage 1 wordt onder het kopje ‘vormen van jeugdhulp’ de opsomming van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen op grond van de Jeugdwet aangevuld. Reden: uitbreiding van de beschikbare algemene voorzieningen en actualisatie conform de aanbesteding 2025. Jeugdhulp op de Sint Maartensschool wordt inmiddels via lumpsum financiering geregeld. Oude tekst
Nieuwe tekst
De volgende vormen van algemene voorzieningen jeugdhulp zijn beschikbaar:
De volgende vormen van algemene voorzieningen jeugdhulp zijn beschikbaar:
-
-
-
Welzijnswerk/sociaal cultureel werk jeugd Schoolmaatschappelijk werk Opvoedondersteuning en opvoedadvies Jeugdhulp op de Sint Maartenschool
-
Welzijnswerk/sociaal cultureel werk jeugd Schoolmaatschappelijk werk Opvoedondersteuning en opvoedadvies hulp die door (netwerk) medewerkers van het Sociaal Team zelf wordt geleverd
De volgende vormen (bouwstenen) van maatwerkvoorzieningen jeugdhulp zijn beschikbaar:
De volgende vormen (bouwstenen) van maatwerkvoorzieningen jeugdhulp zijn beschikbaar:
Blok B Reguliere begeleiding en verzorging en begeleiding Specialistische begeleiding Dagbesteding (intersectoraal) Dagbehandeling (intersectoraal) Consultatie en advies** Vaktherapie
-
Reguliere begeleiding Specialistische begeleiding Persoonlijke verzorging Onderwijstoeleidende dagbesteding Voorschoolse- en naschoolse dagbehandeling Naschoolse dagbehandeling LVB+ BSO+
21 -
Kortdurend verblijf Casemanagement Vervoerdiensten GGZ (behandeling basis Jeugd GGZ, specialistische Jeugd GGZ (incl. observatie en diagnostiek) en dyslexie en Jeugd GGZbeschikbaarheidscomponent voor 24uurs crisiszorg)
Blok C Time out voorziening/ tussenvoorziening Pleegzorg Gezinshuis Beschermd wonen Behandelgroep 24uurs op terrein JeugdzorgPlus Klinische opname Spoedopvang in het kader van spoedeisende hulp Ambulant in C (ambulante behandeling J&O LVG, ambulante groepsgerichte behandeling J&O J-LVG, multisysteemtherapie, MDFT, ACRA / Craft, Gezin Centraal / IOG) Jeugdbescherming Jeugdreclassering Drang
-
-
Consultatie en advies** Vaktherapie Kortdurend verblijf (logeeropvang) Casemanagement Vervoer Orthopedagogische behandeling basis Orthopedagogische behandeling specialistisch Ambulante spoedhulp GGZ (behandeling basis Jeugd GGZ, specialistische Jeugd GGZ (incl. observatie en diagnostiek) en dyslexie en Jeugd GGZbeschikbaarheidscomponent voor 24uurs crisiszorg) Pleegzorg Gezinshuis Beschermd wonen jeugd Fasehuis Kamertraining Residentiële jeugdhulp met terreinvoorziening Residentiële jeugdhulp zonder terreinvoorziening Moederkindhuis Multi Systeem Therapie (MST) intersectorale InVerbindingsTeam ( IVT) met JIM Jeugdbescherming Jeugdreclassering Drang
47. In bijlage 2 wordt artikel 5 lid 1 gewijzigd. Reden: actualisatie. Oude tekst 1.
Het bedrag voor een maatwerkvoorziening voor huisvesting die in natura of als eenmalig pgb wordt verstrekt, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in een door het college geaccepteerde offerte die voldoet aan het programma van eisen.
Nieuwe tekst 1. Het pgb voor de aanschaf en indien van toepassing het onderhoud van een woonvoorziening wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura, dan wel het bedrag zoals vermeld in een door het college geaccepteerde offerte
22 die voldoet aan het programma van eisen.
48. In bijlage 2 wordt artikel 6 lid 1 gewijzigd. Reden: aanscherping. Oude tekst
Nieuwe tekst
2.
3.
De waardestijging van de woning die door het ontvangen van een woonvoorziening ontstaat, moet bij verkoop van de woning gedeeltelijk aan de gemeente Wijchen te worden betaald.
De waardestijging van de woning die door het ontvangen van een woonvoorziening ontstaat, moet bij verkoop van de woning of verhuizing van de cliënt gedeeltelijk aan de gemeente Wijchen te worden betaald.
49. In bijlage 2 wordt artikel 7 gewijzigd. Reden: actualisatie. Oude tekst
Nieuwe tekst
Het pgb voor een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate in natura en (indien van toepassing) WA-verzekering voor vergelijkbare rolstoelen.
a. Het pgb voor een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening inclusief onderhoud en reparatie in natura en (indien van toepassing) goedkoopste WA-verzekering voor vergelijkbare rolstoelen over een periode van 7 jaar (bij volwassenen) of 5 jaar (bij minderjarigen). b. Als onderhoud en reparatie niet beschikbaar zijn als onderdeel van een maatwerkvoorziening in natura, geldt voor een handbewogen rolstoel een vast bedrag van maximaal 5% van de aanschafwaarde per jaar en voor een elektrische rolstoel een bedrag van maximaal € 400, - per jaar. c. Het bedrag voor onderhoud en reparatie en (indien van toepassing) WA-verzekering wordt jaarlijks betaald nadat is aangetoond dat de kosten worden gemaakt.
50. In bijlage 2 wordt artikel 8 gewijzigd. Reden: actualisatie. Oude tekst Het pgb voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst
Nieuwe tekst a. Het pgb voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate
23 adequate maatwerkvoorziening in natura en (indien van toepassing) WAverzekering over een periode van 7 jaar.
maatwerkvoorziening (indien van toepassing) inclusief onderhoud en reparatie in natura en (indien van toepassing) goedkoopste WAverzekering over een periode van 7 jaar (bij volwassenen) of 5 jaar (bij minderjarigen). b. Als onderhoud en reparatie niet beschikbaar zijn als onderdeel van een maatwerkvoorziening in natura, geldt hiervoor een bedrag van maximaal € 400, per jaar. c. Het bedrag voor onderhoud en reparatie en (indien van toepassing) WA-verzekering wordt jaarlijks betaald nadat is aangetoond dat de kosten worden gemaakt.
51. In bijlage 2 worden in artikel 10 lid 2 en 3 gewijzigd. Reden: de oude tekst bleek niet (meer) correct. Daarnaast wordt aan lid 4 toegevoegd dat de hier genoemde bedragen (individuele vervoerskostenvergoedingen) jaarlijks worden geïndexeerd. Oude tekst
Nieuwe tekst
2
2
3
Bij een Wmo-vervoerspas voor AVAN betaalt de gemeente het verschil tussen het AVAN-tarief per kilometer en het reguliere OV-tarief per kilometer. De persoon met de Wmovervoerspas betaalt het OV tarief per kilometer aan de vervoerder. De persoon met een Wmo-vervoerspas kan per jaar maximaal 1500 kilometer reizen met AVAN op basis van het reguliere OV tarief.
3
Bij een Wmo-vervoerspas voor AVAN betaalt de gemeente het verschil tussen het AVAN-tarief per kilometer en het reguliere OV-tarief per kilometer. De persoon met de Wmo-vervoerspas betaalt een eigen bijdrage per kilometer aan de vervoerder. De persoon met een Wmo-vervoerspas kan per jaar maximaal 1500 kilometer reizen met AVAN.ac
52. In bijlage 2 wordt aan artikel 11 lid 2 toegevoegd dat het bedrag voor een (niet lichaamsgebonden) sportvoorziening jaarlijks wordt geïndexeerd. 53. In bijlage 2 artikel 12 wordt lid 2, 3, 5 en 6 tekstueel gewijzigd. Reden: actualisatie en professionele ondersteuning wordt gewijzigd naar formele ondersteuning. Oude tekst 2. De vaststelling van een pgb voor beschermd wonen of beschermd thuis vindt plaats op basis van vijf categorieën. De vorm van wonen (woongroep of individueel) en de intensiteit/ kwaliteit
Nieuwe tekst 2.De vaststelling van een pgb voor beschermd wonen (beschermd wonen intramuraal, trainingshuis of beschermd thuis) vindt plaats op basis van acht producten (tabel in lid 4). De hulpvraag
24 van de benodigde (groeps-)begeleiding bepalen welke categorie beschermd wonen of beschermd thuis wordt toegekend.
bepaalt welk product beschermd wonen wordt toegekend.
3. Binnen beschermd wonen en beschermd thuis wordt onderscheid gemaakt tussen de zorgverlening door professionals en nietprofessionals. Bij zorgverlening door professionals wordt een standaardtarief per dag gehanteerd. Voor niet-professionals wordt gerekend met een uurtarief. Onder niet-professionals wordt het sociaal netwerk van een cliënt verstaan. 5. In bepaalde gevallen wordt het pgb niet berekend op basis van dagtarieven maar op basis van uurtarieven. Het zal dan gaan om de volgende situaties: 1. De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van niet professionele zorg. 2. De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van een mix van niet professionele (informeel) en professionele zorg (formeel). Na uitsplitsing van het aantal formele en informele uren die de budgethouder nodig heeft, worden deze toegekend conform de uurtarieven in de tabel (bijlage 3). 6. Indien een cliënt met een pgb voor beschermd wonen zowel zorg inkoopt bij een professionele zorgverlener als bij een niet-professionele zorgverlener, dan leveren beide partijen ieder een deel van de totaal geïndiceerde hoeveelheid zorg. Het totaal aantal uren kan de uren in bovenstaande tabel niet overschrijden
3. Binnen beschermd wonen en beschermd thuis wordt onderscheid gemaakt tussen de zorgverlening door formele zorgverleners en informele zorgverleners. Bij formele zorgverleners wordt een standaardtarief per dag gehanteerd. Voor informele zorgverleners wordt gerekend met een uurtarief. 5. In bepaalde gevallen wordt het pgb niet berekend op basis van dagtarieven maar op basis van uurtarieven. Het zal dan gaan om de volgende situaties: 1. De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van informele ondersteuning. 2. De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van een mix van niet informele en formele ondersteuning. Na uitsplitsing van het aantal formele en informele uren die de budgethouder nodig heeft, worden deze toegekend conform de vastgestelde uurtarieven. 6. Indien een cliënt met een pgb voor beschermd wonen zowel zorg inkoopt bij een formele zorgverlener als bij een informele zorgverlener, dan leveren beide partijen ieder een deel van de totaal geïndiceerde hoeveelheid zorg. Het totaal aantal uren kan de uren in bovenstaande tabel niet overschrijden
54. In bijlage 2 wordt de tabel in artikel 12 geactualiseerd Reden: regionale afstemming. Oude tekst Categor ie
Bescher md
Nieuwe tekst Agogi sch klima at in uren per week 0
Begelei ding individ ueel uren per week 2,5
Totaal aantal uren begelei ding per week 2,5
Categorie
Aantal uren groepsbege leiding per week
Aantal uren Individ uele begelei ding per week
25 thuis licht Bescher md thuis groep licht Bescher md thuis groep middelz waar Bescher md wonen: groep zwaar Bescher md wonen: intensie f
3,5
7
10
12,5
2,5
2,5
2,5
2,5
6
9.5
12,5
15
Beschermd thuis: licht Beschermd thuis:middel Beschermd thuis zwaar Beschermd wonen intramuraal: licht Beschermd wonen intramuraal: middel Beschermd wonen: zwaar Trainingshui s licht Trainingshui s middel
0
2-3
0
4-6
0
6-9
7
4-6
7
7-9
7
10-14
7
2,5-4,5
7
5-7
Met het aantal in te zetten uren individuele en/of groepsbegeleiding mag worden gewisseld, waarbij we gebruikmaken van de omrekenfactor 1 op 6. Dat wil zeggen dat 6 groepsuren gelijk staan aan 1 individueel uur.
55. In bijlage 2 is artikel 16a lid 1 aangepast. Reden: voorkomen (onnodig) kapitaalverlies Oude tekst 1.
Wanneer een roerende voorziening dat met een eenmalig pgb is aangeschaft niet meer door de cliënt gebruikt wordt of kan worden moet de cliënt of zijn erfgenaam de restwaarde aan de gemeente vergoeden.
Nieuwe tekst 1. Wanneer een roerende voorziening of hulpmiddel dat die met een eenmalig pgb is aangeschaft niet meer door de cliënt gebruikt wordt of kan worden moet de cliënt of zijn erfgenaam de restwaarde aan de gemeente vergoeden.
56. In bijlage 2 wordt lid 1 gewijzigd. De mantelzorgwaardering wordt verlaagd van €150,- naar €50,- . Reden: hierover is reeds een keuze gemaakt.
57. In bijlage 2 komt artikel 22 te vervallen (Overlijden budgethouder
26 Bij overlijden van de budgethouder wordt de in vorm van pgb verstrekte maatwerkvoorziening na vier weken beëindigd.) Reden: Dit is niet meer mogelijk. Na overlijden van de budgethouder stopt het pgb bij de SVB. 58. Bijlage 4 wordt vernummerd naar bijlage 3. Reden: de tarieventabel wordt niet meer opgenomen in de verordening. Hierdoor wordt voorkomen dat de verordening na 1 jaar verouderde informatie bevat omdat het college de tarieven jaarlijks vaststelt. Daarnaast wordt in bijlage 3 de tabel “Wettelijke en bovenwettelijke kwaliteitseisen zorgaanbieders (uitgezonderd hulp bij het huishouden) vervangen door een link naar de aanbestedingsdocumenten van het ROB (Regionaal Ondersteuningsbureau) Reden: Voor de leesbaarheid en de meest actuele informatie is gekozen voor een verwijzing naar de website van het ROB. Oude tekst
Nieuwe tekst
div.
Voor de kwaliteitseisen wordt verwezen naar de aanbestedingsdocumenten: Documentatie & Downloads - ROB regio Nijmegen - Regionaal Ondersteuningsbureau Wmo & Jeugdhulp. https://robregionijmegen.nl/documentatiedownloads/
59. In de toelichting op de verordening wordt voorliggende voorziening gewijzigd onder het kopje ‘Algemeen’. Reden: Het begrip voorliggende voorziening wordt geschrapt uit de verordening. Voortaan wordt het begrip “andere voorziening” gehanteerd. Dit is juridisch beter passend. Oude tekst
Nieuwe tekst
Er dient telkens een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen te worden om de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste resultaten helder te krijgen, om te achterhalen wat de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met hulp van zijn sociaal netwerk dan wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of verbeteren, om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene voorziening kan worden volstaan, of dat een maatwerkvoorziening nodig is, en of sprake is van een voorliggende voorziening die niet onder de reikwijdte van de Wmo 2015 of de Jeugdwet
Er dient telkens een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen te worden om de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste resultaten helder te krijgen, om te achterhalen wat de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met hulp van zijn sociaal netwerk dan wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of verbeteren, om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene voorziening kan worden volstaan, of dat een maatwerkvoorziening nodig is, en of sprake is van een andere voorziening die niet onder de reikwijdte van de Wmo 2015 of de Jeugdwet valt. De Wmo
27 valt. De Wmo 2015 en deze verordening leggen deze toegangsprocedure daarom vast.
2015 en deze verordening leggen deze toegangsprocedure daarom vast.
60. In artikel 2 van de toelichting worden de artikelleden zoals deze zijn doorgenummerd in de verordening ook hier doorgenummerd. Toelichting van nieuwe leden 7 en 8 worden toegevoegd. Reden: Er zijn nieuwe artikelleden toegevoegd aan dit artikel en een tekstuele aanpassing omdat het doen van een melding niet hoort bij de werkwijze vanuit de Jeugdwet. Oude tekst
Nieuwe tekst
[1e alinea] Dit artikel is opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen en kan worden gezien als een uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2.1.3, eerste lid en tweede lid, onder a, van de Wmo 2015 en artikel 2.9, aanhef en onder a van de Jeugdwet. Daarbij is onder meer bepaald dat de gemeente bij verordening in ieder geval bepaalt op welke wijze een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. In artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015 wordt al bepaald dat als bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, het college deze melding onderzoekt. De opdracht aan het college in artikel 2.3, eerste lid van de Jeugdwet om voorzieningen op het gebied van jeugdhulp te treffen indien naar zijn oordeel een jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, betekent eveneens dat het college de melding van de behoefte aan jeugdhulp onderzoekt.
[1e alinea] Dit artikel is opgenomen om een zorgvuldige procedure te waarborgen en kan worden gezien als een uitwerking van de verplichte delegatiebepaling van artikel 2.1.3, eerste lid en tweede lid, onder a, van de Wmo 2015. Daarbij is onder meer bepaald dat de gemeente bij verordening in ieder geval bepaalt op welke wijze een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. In artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015 wordt al bepaald dat als bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, het college deze melding onderzoekt. De opdracht aan het college in artikel 2.3, eerste lid van de Jeugdwet om voorzieningen op het gebied van jeugdhulp te treffen indien naar zijn oordeel een jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, betekent dat het college de hulpvraag met betrekking tot de behoefte aan jeugdhulp onderzoekt.
--
--
In het zevende lid is overeenkomstig artikel 2.6, eerste lid, onderdeel d, van de Jeugdwet opgenomen dat, de toegang tot jeugdhulp ook via de rechter, OM of justitiële jeugdinrichting kan plaatsvinden in het kader van een strafrechtelijke maatregel. In het achtste lid is bepaald dat na het onderzoek de gemeente een formeel besluit moet nemen. Deze beschikking moet worden verstrekt aan de client of diens vertegenwoordiger en moet voldoen aan
28 eisen zoals een motivatie van het besluit, rechtsmiddelenverwijzing en vermelding van rechtsgronden en feiten. Dit zorgt voor rechtszekerheid voor de client en verplicht de gemeente tot transparantie en verantwoording.
61. In artikel 5 van de toelichting wordt een beschrijving van het nieuwe lid 7 toegevoegd. Reden: Toelichting op het nieuwe lid. Oude tekst ---
Nieuwe tekst In het zevende lid is overeenkomstig artikel 2.10 vanuit de Jeugdwet benadrukt dat in het kader van objectiviteit de partij die de hulp uitvoert, niet ook mag adviseren en beslissen over de toekenning daarvan.
62. In artikel 8 van de toelichting wordt een nieuwe toelichting toegevoegd inzake lid 3 sub j en l. Reden: toelichting op dit nieuwe lid. Oude tekst ---
Nieuwe tekst Het derde lid onder j: De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening of interventie wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en (waar beschikbaar) wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie. Het college kan hiervoor gebruik maken van de NJI Databank Effectieve jeugdinterventies, Richtlijnen Jeugdhulp en GGZ-standaarden. Het derde lid onder l: Sinds 1 juli 2025 is het hebben van een brandveilige stalling wettelijk verplicht.
63. Artikel 8a van de toelichting wordt veranderd van ‘Wonen en zorg’ naar ‘Beoordeling eigen kracht’. Artikel ‘Wonen en zorg’ wordt verplaatst naar artikel 8h in de toelichting. Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 8a Wonen en zorg
Artikel 8a Beoordeling eigen kracht Dit artikel benadrukt dat ouders en jeugdigen primair zelf verantwoordelijk zijn voor het oplossen van de problematiek. Pas als de eigen kracht of andere algemene voorzieningen niet toereikend zijn om dit zelf op te lossen kan er een beroep worden
29 gedaan op een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet of Wmo. Het vierde lid regelt dat bij dreigende overbelasting tijdelijke hulp ingezet kan worden. Deze kortdurende hulp is bedoeld om ouders en te ontlasten als de draaglast tijdelijk hoger is dan de draagkracht. Onder kortdurend wordt een periode van maximaal 6 maanden begrepen. Het vijfde lid stelt vast dat niet alle bovengebruikelijke hulp langdurig verwacht mag worden en er bij dergelijke hulpvragen gekeken moet worden of ouders structureel overbelast worden. 64. Nieuw in te voegen in toelichting ‘artikel 8b Gebruikelijke hulp’. Reden: Dit begrip is nog niet toegelicht in de verordening. Oude tekst --
Nieuwe tekst Artikel 8b Gebruikelijke hulp Dit artikel omschrijft wat wordt verstaan onder gebruikelijke hulp binnen een huishouden en welke verwachtingen daaruit voortvloeien. Van huisgenoten in een studentenhuis wordt uitsluitend gebruikelijk hulp verwacht ten aanzien van het functioneren van de huishouding.
65. Nieuw in te voegen in de toelichting ‘artikel 8c Vervoer’. Reden: Dit artikel is nieuw en nog niet toegelicht in de verordening. Oude tekst ---
Nieuwe tekst Artikel 8c Vervoer Dit artikel omschrijft de verantwoordelijkheid en de voorwaarden voor het vervoer van jeugdigen naar jeugdhulp. Hierin wordt benadrukt dat ouders primair zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer en er alleen als er een noodzaak is een vervoersvoorziening wordt toegekend.
66. Nieuw in te voegen in de toelichting ‘artikel 8d Kinderopvang en buitenschoolse opvang’. Reden: Dit artikel is nieuw en nog niet toegelicht in de verordening. Oude tekst ---
Nieuwe tekst Artikel 8d Kinderopvang en buitenschoolse opvang Dit artikel regelt dat reguliere kinderopvang en buitenschoolse opvang geen jeugdhulp zijn. De reguliere kosten bestaan doorgaans uit
30 een vast bedrag na aftrek van de kinderopvangtoeslag. 67. Nieuw in te voegen in de toelichting ‘artikel 8e Primaat van verhuizen’. Reden: Dit artikel is nieuw en nog niet toegelicht in de verordening. Oude tekst ---
Nieuwe tekst Artikel 8e Primaat van verhuizen Dit artikel regelt wanneer een verhuizing voorliggend is op een woningaanpassing voor mensen met een beperking. Deze keuze wordt gemaakt op basis van de goedkoopst adequate oplossing met meerdere factoren die hierin een rol spelen.
68. Nieuw in te voegen in de toelichting ‘artikel 8h Niet meewerken’. Reden: Dit artikel is nieuw en nog niet toegelicht in de verordening. Oude tekst ---
Nieuwe tekst Artikel 8h Niet meewerken Dit artikel regelt de verplichting van ouders, jeugdigen en clienten (en hun netwerk) om mee te werken aan het onderzoek dat nodig is voor het bepalen van de juiste jeugdhulp of ondersteuning vanuit de Wmo.
69. In artikel 10 van de toelichting wordt een wijziging doorgevoerd. Reden: Er wordt niet meer gesproken van fraude maar van oneigenlijk gebruik. Oude tekst [laatste zin van het artikel]
Nieuwe tekst [laatste zin van het artikel]
Lid 10 en 11 zijn opgenomen om fraude en misbruik tegen te gaan.
Lid 10 en 11 zijn opgenomen om oneigenlijk gebruik en misbruik tegen te gaan.
70. Titels van artikel 11 en 12 worden gewijzigd zoals in de verordening. ‘Professionele aanbieder’ wordt gewijzigd naar ‘formele ondersteuning’. Reden: Het begrip professionele zorg wordt geschrapt uit de verordening. Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 11. Regels voor pgb professionele zorg Als de budgethouder (cliënt) met zijn pgb een professionele zorgaanbieder inschakelt, is het in ieders belang dat deze aanbieder zich niet aan kwaliteitskaders kan onttrekken, omdat hij niet gecontracteerd is bij de gemeente. Ook via de pgb constructie dient de cliënt kwalitatief goede zorg en ondersteuning te ontvangen. Het college dient zich te vergewissen van die kwaliteit. Om die reden worden in de verordening kwaliteitseisen opgenomen voor de
Artikel 11. Regels voor pgb formele ondersteuning Als de budgethouder (cliënt) met zijn pgb een formele zorgaanbieder inschakelt, is het in ieders belang dat deze aanbieder zich niet aan kwaliteitskaders kan onttrekken, omdat hij niet gecontracteerd is bij de gemeente. Ook via de pgb constructie dient de cliënt kwalitatief goede zorg en ondersteuning te ontvangen. Het college dient zich te vergewissen van die kwaliteit. Om die reden worden in de verordening kwaliteitseisen
31 professionele aanbieder die via een pgb wordt ingeschakeld. Artikel 12. Regels voor pgb informele zorg (sociaal netwerk) Dit artikel ziet specifiek op de situatie waar hulp of ondersteuning wordt ingekocht bij het sociaal netwerk. Tot het sociale netwerk worden personen gerekend uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt. Bij deze laatste groep kan gedacht worden aan familieleden die niet in hetzelfde huis wonen, buren, vrienden, kennissen, etc. Daarbij is van belang dat in de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 34) de regering heeft aangegeven dat onder dit sociale netwerk ook mantelzorgers kunnen vallen.