CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Op weg naar een energieneutrale gemeentelijke organisatie Wijchen def

Raad openbaar Wijchen 24 mei 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 72380 Informatienota Motie energieneutrale gemeentelijke organisatie1.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Op weg naar een energieneutrale gemeentelijke organisatie

1. Aanleiding Directe aanleiding voor dit document is motie ‘Gemeentelijke organisatie energieneutraal’ van de gemeenteraad van Wijchen. Het college van burgemeester en wethouders wordt hierin opgeroepen om: -

de CO2-voetafdruk van de gemeentelijke organisatie te bepalen; en voorstellen te doen over hoe te komen tot een energieneutrale gemeentelijke organisatie.

De motie dateert reeds uit 2018 en heeft om twee redenen vertraging opgelopen. Ten eerste heeft de EED-audit langer op zich laten wachten dan voorzien en daarnaast bleek het tweede deel van de vraag lastig eenduidig te beantwoorden. Onderstaand worden deze 2 punten nader toegelicht. Vertraging rapportage EED-audit De gegevens die nodig zijn voor het berekenen van de CO2-voetafdruk bleken nagenoeg gelijk te zijn aan de gegevens die nodig zijn voor de wettelijk verplichte EED-audit (zie bijlage 2). Om die reden is ervoor gekozen om de CO2-voetafdruk te berekenen aan de hand van de data die tijdens de EED-audit verzameld zijn. Zodoende was de EED-audit leidend. Omdat per 1 juli 2019 de wetgeving rondom de EED energie auditplicht werd gewijzigd, is ervoor gekozen deze wijziging af te wachten en de audit daarna op te starten. Het uitvoeren van de EED-audit bleek een ingrijpend onderzoek en de Coronapandemie heeft dit proces verder bemoeilijkt, met als resultante dat de EED-audit rapportage pas op 31 maart 2021 is afgerond en ingediend is bij RVO. Vervolgens kon de CO2-voetafdruk van de gemeentelijke organisatie worden bepaald (zie bijlage 3), waarmee invulling is gegeven aan deel 1 van de motie.

Complexe vraag: wanneer ben je energieneutraal als organisatie en wat heb je daarvoor over? Met de data uit de EED-audit hebben we inzicht in het feitelijk energieverbruik van de organisatie en dus zou het theoretisch mogelijk moeten zijn om te bepalen welke ingrepen nodig zijn om te komen tot een energie-neutrale gemeentelijke organisatie. De beantwoording van deze vraag is echter verre van simpel en roept veel vragen op, zoals: -

-

Welke organisatieonderdelen, beleidsvelden en bezittingen vallen binnen de scope? Hoever gaan we? Telt bijvoorbeeld ook het woon-werkverkeer van de gemeentelijke ambtenaren mee? Welke energie(dragers) vallen binnen de definitie van energieneutraal? Wat neem je naast elektriciteit en aardgas allemaal mee? Mag gebruik van de ene energiedrager worden gecompenseerd door energiebesparing of opwekking van een andere energiedrager? Hoe ga je om met eigen energieproductie? Mag de gemeente bijvoorbeeld aan het net geleverde energie salderen met haar eigen verbruik? Mag energieneutraliteit worden bereikt door de aankoop van groencertificaten?

Om te voorkomen dat we verzanden in een eindeloze discussie, hebben we de term energieneutraliteit losgelaten en kiezen we ervoor de focus te leggen op energiebesparing en het terugdringen van de CO2-voetprint. Aan de hand van deze uitgangspunten beschrijven wij in hoofdstuk 3 de aanpak/visie om de gemeentelijke organisatie verder te verduurzamen. Eerst kijken we in hoofdstuk 2 naar de resultaten die reeds behaald zijn.

2. Stand van zaken verduurzaming gemeentelijke organisatie Hoewel de beantwoording van de motie verlaat is, wil dat niet zeggen dat de gemeente wat betreft verduurzaming heeft stil gezeten. In tegenstelling. Uit de EED-rapportage kunnen we opmaken dat de gemeente Wijchen structureel bezig is met verduurzamen. Dit blijkt onder andere uit: 

 

Het energielabel van het gemeentelijk vastgoed: 12 van de 20 geaudite vastgoedobjecten hebben label A en op één locatie na hebben de overige vestigingen minimaal label C (behoudens monumenten). Opwekking van duurzame energie door zonnepanelen: op 14 van de 20 geaudite vastgoedobjecten liggen zonnepanelen. Daarnaast zitten er nog diverse grootschalige PV-systemen in de pijplijn. Er is een pilot gestart met een energiecoördinator voor de begeleiding van gebruikers (huurders) van gemeentepanden voor energie-efficiënter gebouwbeheer. Een revolverend fonds is in het leven geroepen voor de financiering van energiebesparende maatregelen. In de Kadernota gemeentelijk vastgoed (vastgesteld februari 2020) zijn de uitgangspunten voor de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed vastgelegd. Naar deze uitgangspunten handelt de gemeente. Er wordt in samenwerking met de regio groene energie ingekocht.

3. Aanpak om verder te verduurzamen In de inleiding hebben we gezien dat de term energieneutraliteit zich lastig laat definiëren. Tegelijkertijd kunnen we stellen dat de opdracht uit de motie in de basis helder is: hoe kunnen we als gemeentelijke organisatie ons energieverbruik zo veel mogelijk beperken en onze CO2-voetafdruk verkleinen? De Trias Energetica is een veel gebruikte aanpak (zie figuur) en wij stellen voor dit uitgangspunt als leidraad te hanteren voor de verdere verduurzaming van de gemeentelijke organisatie.

1. Beperk de energievraag

2. Gebruik duurzame energie

3. Indien nodig, gebruik fossielen brandstoffen zo efficiënt en milieuvriendelijk mogelijk

Trias Energetica

3.1

Stap 1: Energie besparen

De Trias Energetica leert ons dat het verstandig is te starten met het beperken van de energievraag. De meest duurzame energie is immers bespaarde energie. Met de EEDaudit uit 2020/2021 hebben we een benchmark. Afhankelijk van de energiedrager hebben we een beeld van het energiegebruik in 2019 of 2020. Dit zou een vertrekpunt kunnen vormen voor besparingsprojecten. In de EED-audit worden diverse maatregelen en projecten beschreven die bijdragen aan een verdere afname van het energieverbruik. Het geschetste besparingspotentieel bedraagt 13%. In veel gevallen is het doorvoeren van deze maatregelen vooral een kwestie van tijd: in de regel moet men hiervoor wachten op het vervangingsmoment in het MJOP (meerjarenonderhoudsplan) van vastgoed, of de afschrijvingstermijn van voertuigen, straatverlichting en elektromotoren voor rioolgemalen. Op natuurlijke vervangingsmomenten kan dan gekozen worden voor de meest duurzame keuze en wordt tevens een energiebesparing gerealiseerd. Als er meer investeringsruimte komt én er wordt gekozen voor energie-efficiëntere oplossingen, dan wordt eerder begonnen met zowel energie als kosten besparen. Om versnelde energiebesparing mogelijk te maken, zijn dus financiële middelen nodig. De omvang van het benodigde budget vraagt om een nadere verdieping.

3.2

Stap 2: Energie duurzaam opwekken

Nadat de energiebesparing is gerealiseerd, is het in lijn met de Trias Energetica vervolgens zaak om voor de resterende energiebehoefte duurzame energie in te zetten in plaats van eindige fossiele brandstoffen. Theoretisch vermindert hierdoor het energiegebruik niet, maar wel de CO2-impact. Bovendien kan duurzame

energieopwekking (bijvoorbeeld door middel van zonnepanelen op gemeentelijke daken) eraan bijdragen dat er minder afname is van elektriciteit van het net. Minder netafname betekent dat elektriciteitscentrales minder (fossiele) brandstoffen hoeven te gebruiken voor elektriciteitsproductie. In het geval van groenestroominkoop, zoals bij de gemeente Wijchen, betekent minder netafname, dat er meer groene stroom voor andere afnemers beschikbaar is. De gemeente heeft dan zelf immers minder groene stroom nodig én kan onbenodigd geproduceerde groene stroom terug leveren aan het net, waardoor het voor anderen beschikbaar komt. Op deze manier draagt de gemeente op een positieve manier bij aan de energietransitie. Op dit moment zijn er diverse daken van gemeentelijke gebouwen voorzien van zonnepanelen en streven we ernaar het aantal zonnedaken te vergroten. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van inkoop van groen gas en duurzaam opgewerkt elektriciteit. Een volgende stap zou kunnen zijn om te participeren in lokale projecten voor duurzameenergieopwekking op andere locaties binnen de gemeentegrens. Denk bijvoorbeeld aan de windturbines op Bijsterhuizen die gerealiseerd worden of de geplande zonneparken. Bij dit soort projecten zullen andere partijen dan de gemeentelijke organisatie het voortouw nemen, bijvoorbeeld een plaatselijke energiecoöperatie.

Participatie kan door rechtstreeks (geheel of gedeeltelijk) eigenaar te worden van het project. Er ontstaat dan een duidelijke koppeling tussen de duurzame energieopbrengst en de energiebehoefte van de gemeentelijke organisatie. Een andere uitvoeringsvorm is dat de energieleverancier van de gemeente gevraagd wordt te investeren in het lokale duurzame-energieopwekkingsproject binnen de gemeente. Door afname van groene energie bij die energieleverancier, ontstaat er een koppeling tussen het groene project en de energiebehoefte vanuit de gemeentelijke organisatie. In hoeverre we als gemeente bereid zijn actief te participeren in ‘groene’ projecten vraagt om verdieping in mogelijkheden en risico’s. 3.3

Stap 3: Zo efficiënt mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen

Als het onvermijdelijk is om fossiele brandstoffen in te zetten, gebruiken we deze zo efficiënt en milieuvriendelijk mogelijk. Vooral bij vervoer en de activiteiten bij en vanuit de gemeentewerf is dit een aandachtspunt. Vooralsnog is de situatie zo dat de wagens van Openbare werken aangewezen zijn op de fossiele brandstoffen benzine en diesel. Functionele eisen aan de voertuigen liggen hieraan ten grondslag. Zo moeten diverse voertuigen ook geschikt zijn om winterdienst te kunnen draaien. Op korte termijn is het niet haalbaar om hier verandering in te brengen.

Samengevat -

-

-

-

Het EED-project 2020/2021 heeft geleid tot een totaaloverzicht ten aanzien van het energieverbruik van de gemeente Wijchen. Deze meting kan gezien worden als nulmeting, aan de hand waarvan de komende jaren gemonitord kan worden welke resultaten behaald worden wat betreft energiebesparing. Op het gebied van energiebesparing en verduurzamen zijn al goede stappen gezet. Volgens de EED-audit is een energiebesparing van 13% te realiseren. Indien het gewenst is om deze besparing versneld te laten plaatsvinden, is een aanvullend investeringsbudget nodig. Wat betreft duurzame energieopwekking wordt op een aantal fronten al actief gehandeld. De gemeente streeft ernaar zoveel mogelijk zonnedaken te realiseren op haar eigen vastgoed en koopt energie duurzaam in. Een volgende stap zou kunnen zijn om zelf actief te participeren in lokale groene projecten. Dit vraagt om nader onderzoek naar kansen en risico’s. Met name het wagenpark van de gemeente maakt nog gebruik van fossiele brandstoffen en de verwachting is dat dit op korte termijn ongewijzigd blijft gezien de functionele specificaties.

We kunnen concluderen dat er goede stappen gezet worden richting een duurzame organisatie. Verdere maatregelen echter vragen om (grote) investeringen en heldere beleidskeuzes. Parallel zien we dat op het gebied van duurzaamheid en de energietransitie grote vraagstukken op ons afkomen, zoals de warmtetransitie, het uitvoering geven aan energiearmoedebeleid, het Nationaal Programma Isoleren, het stimuleren van energiebesparing van bedrijven, de vorming van RES 2.0 met alle bijbehorende trajecten. Het college gaat graag met u in gesprek om te komen tot beleidskeuzes voor het verder uitvoering geven aan het verduurzamen van onze gemeente en de gemeentelijke organisatie.

Van energie naar CO2 De laatste jaren zien we steeds meer een verschuiving van energieneutraal naar CO2neutraal. Dit gaat vaak hand in hand maar niet altijd en heeft te maken met de mate van duurzaamheid van de gebruikte energie. Een gebouw beter isoleren zal het energiegebruik normaal gesproken verminderen en daarmee ook de CO2-voetafdruk. De elektriciteit voor een pand voortaan groen inkopen in plaats van grijs, vermindert het energiegebruik niet, maar de CO2-voetafdruk wel. Nederlandse windturbines zorgen er dan bijvoorbeeld voor dat in kolen- of aardgasgestookte elektriciteitscentrales minder (grijze) stroom hoeft te worden opgewekt. Deze elektriciteitscentrales hebben dan minder CO2-emissie. Met bepaalde acties, zoals de bijmenging van diesel met HVO, sluit de gemeente al aan bij de gedachte dat vooral CO2-management belangrijk is binnen goed klimaatbeleid. In

het verlengde van de motie wil het college dan ook onderzoeken of een gecertificeerd CO2-managementsysteem een zinvolle aanvulling is op het huidige beleid. Een concreet voorbeeld van een dergelijk systeem is de CO2-prestatieladder. Deze systematiek wordt gepropageerd door de Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG). Het doel van een dergelijk systeem is om een duurzame mindset te bewerkstelligen door de hele organisatie en dit te borgen in de werkprocessen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=62883255-ebb2-417f-8c27-1c85c0e15268