Nota van zienswijzen en wijzigingen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Lambrasse te Wijchen’ I. INLEIDING Deze nota bevat de volgende onderdelen: • een weergave van de gevolgde procedure • een samenvatting van de reacties (‘zienswijzen’) over het ontwerpbestemmingsplan • onze reactie op de zienswijzen • een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan • een toelichting op ons besluit • een overzicht van de wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp die wij ambtshalve aanbrengen (dat wil zeggen: die niet het gevolg zijn van zienswijzen). Deze nota behoort bij het voorstel van burgemeester en wethouders aan ons, en bij ons besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) die sinds 28 mei 2018 van toepassing is mogen wij naw-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van • ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een B.V. of een v.o.f.) • personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden. Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen nawgegevens, behalve waar de wet dat toelaat.
In een apart overzicht staat wie welke zienswijze heeft ingediend. Dat overzicht is op papier beschikbaar, dus niet digitaal. II. PROCEDURE Iedereen kon het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken van 13 februari 2020 tot en met 25 maart 2020 op afspraak in zien bij de balie Bouwen en Leefomgeving in het Huis van de gemeente. Ook stond het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken in deze periode op het internet (www.ruimtelijkeplannen.nl). Dit hebben burgemeester en wethouders bekendgemaakt in de Wegwijs en de Staatscourant van 12 februari 2020 en op www.Wijchen.nl. Van 13 februari 2020 tot en met 25 maart 2020 konden belanghebbenden schriftelijk en mondeling op het ontwerpbestemmingsplan reageren. De gemeente heeft 7 reacties (‘zienswijzen’) ontvangen. III. ZIENSWIJZEN De ingediende zienswijzen zijn ontvankelijk. ‘Ontvankelijk’ betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen. Op zienswijzen die niet ontvankelijk zijn, hoeven wij niet inhoudelijk in te gaan. Hieronder vatten wij alle ontvankelijke zienswijzen samen. Daarna volgen ons besluit en een toelichting daarop. Het kan zijn dat wij een deel van een zienswijze niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel.
Als wij vinden dat de indiener van een (ontvankelijke) zienswijze gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze gegrond. Als wij vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze ongegrond. Wij kunnen een zienswijze ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren.
1
IV. BEOORDELING ZIENSWIJZEN Zienswijze 1 Zienswijze namens Das en Boom Samenvatting zienswijze Reclamant kan zich niet vinden in de quickscan flora en fauna. Deelgebied 4 is volgens reclamant van groot belang voor de das, als een van de weinige graslanden die in de omgeving nog bereikbaar zijn voor de das. Naar de mening van reclamant kan dit gebied niet uitgesloten worden als vast areaal van das of steenmarter vanwege de barrièrewerking van de A326. In tegenstelling tot de vermelding in de quickscan, zijn er sinds 2002 5 meldingen van doorgereden dassen in de omgeving van het plangebied. Reclamant vraagt zich af of de bosschage tussen Hernenseweg en A326 (westelijke grens plangebied) wel in stand blijft. Reclamant is van mening dat het aanleggen van een passage onder de A326 als verplichting opgenomen moet worden, zo ook overige maatregelen om het verlies aan leefgebied/foerageergebied/verbindingszone te compenseren (passage onder de Hernenseweg, optimaliseren van het landschap om de verbindingszone noord-zuid te versterken). Naar de mening van reclamant is een ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Reactie Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Actualisering quickscan flora en fauna Toelichting De in de zienswijze aangedragen feiten zijn verwerkt in de quickscan. Desondanks is de conclusie nagenoeg ongewijzigd.
Het onbemeste en ruige grasland, en het kleine deel van het wilgenopschot behoort hierdoor niet tot het primaire foerageergebied van de das. De veelvuldig aanwezige bosschages, en bemeste akkers en weides, in de directe omgeving bieden ruim voldoende geschikt leefgebied voor de das. Daarnaast ligt het foerageergebied van een das op 1,5 tot 12 km afstand van de burcht, waardoor een grote hoeveelheid geschikt leefgebied te bereiken is. Ook de verbinding voor de das blijft intact, gezien de bosschage volledig in zijn huidige staat behouden blijft en bereikbaar blijft vanaf het zuiden. Een negatief effect op een nabijgelegen burcht is redelijkerwijs uitgesloten, waardoor overtredingen van een verbodsbepaling van de Wnb is uitgesloten. Wel wordt geadviseerd de snelweg af te scheiden met dassenhekwerk, zoals aan de noordzijde reeds gebeurd is, deze geleiding zorgt voor het voorkomen van aanrijdingen. De voorgestelde geleiding is in onderstaande figuur weergegeven. De dassengeleiding dient te worden voorzien van geschikte uittreedvoorzieningen.
2
Figuur 11. Bestaand (groen) en gewenst (blauw) dassenhekwerk De bosschage waar reclamant over spreekt blijft in stand. Langs de bosschage loopt een waterpartij. De groenwal aan de noordkant blijft in stand en ligt buiten het plangebied. Volgens reclamant zou een ontheffing zou noodzakelijk zijn als een verblijfplaats van de das wordt aangetast, dit kan ook indirect door het verwijderen van essentieel leefgebied. Zoals in de quickscan verder omschreven is dit hier niet het geval. Een overtreding op de Wet natuurbescherming met betrekking tot de das is redelijkerwijs uitgesloten. Zienswijze 2 Zienswijze namens de Gasunie Samenvatting zienswijze Reclamant geeft in zijn zienswijze aan dat de ligging van de aanwezige gasleiding niet correct is weergegeven. Reclamant verzoekt om aanpassing van de ligging in het plan. Reclamant verzoekt om aanpassing van artikel 9, 13 en 14. Wij verzoeken u om artikel 9 Leiding-Gas met de volgende punten aan te passen c.q. uit te breiden: • In artikel 9.3 ontbreekt de opmerking dat een omgevingsvergunning slechts verleend kan worden indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten; •
met het volgende toetsingskader: o dat de veiligheid van de gasleiding mag niet worden geschaad; o dat er geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
•
Het woord ‘onevenredig’ te schrappen in artikel 9.4.3. Het huidige artikel 9.4.3 biedt een beoordelingsvrijheid1 die niet door artikel 14 derde lid Bevb wordt geboden. Hierin is bepaald dat de veiligheid van de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding niet mag worden geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten;
3
•
In de opsomming onder artikel 9.4.1 ontbreekt: o het rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen.
Artikel 13.1.c en 14.4 (resp. afwijkingsregels en wijzigingsregels) geven ruimte om het bouwvlak te vergroten (zie plaatje onder). Aangezien het huidige bouwvlak strak tegen de bestemming Leiding-Gas aan ligt, is het, volgens reclamant, verstandig om deze mogelijkheden niet toe te staan voor wat betreft de hierboven genoemde artikelen in het geval dat het gaat om de bestemming Leiding-Gas. Reclamant vraagt om contact op te nemen voor overleg over de mogelijke consequenties van de ontwikkeling en de te treffen maatregelen, in het bijzonder over de mogelijkheid om een geluidsscherm te plaatsen binnen de beschermingszone van de gastransportleiding. Reactie Wij vinden de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan - aanpassing van de verbeelding. Toelichting De ligging van de leiding is aangepast. Ten aanzien van het geluidscherm is er contact geweest met reclamant en is aangegeven dat dit de reeds bestaand geluidscherm betreft die is gelegen tussen de bestaande woonwijk en de A326.
Zienswijze 3 Reclamant dient een zienswijze in namens de sportclubs Sport & Lifestyle Centre Derks aan de Homberg in Wijchen, Go4Fit aan de Vijverlaan in Wijchen, Go4Fit Basic aan de Campuslaan in Wijchen en Go4Fit in Beuningen (gezien de locatie van de vestiging: snelweglocatie). Samenvatting zienswijze Reclamant is van mening dat het bestemminsplan op een tweetal punten moet worden aangepast. - Ten eerste is zij van mening dat het een slecht plan is om fastfood toe te voegen in Wijchen in verband met gezondheidsredenen (obesitas). Deze mogelijkheid zou uit het bestemmingsplan moeten worden gehaald. - Ten tweede is reclamant van mening dat er geen ruimte is voor het toevoegen van een sportclub. Het huidige aanbod is ruimer dan is omschreven in de Ladderonderbouwing. Om deze reden moet ook hierop het bestemmingsplan worden aangepast. Reactie Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijzen leiden niet wijzigingen van het plan. Toelichting Ten aanzien van het aspect fastfood zijn er twee relevante aspecten. Het door reclamant aangehaalde aspect m.b.t. gezondheid en daarnaast de behoefte/ruimte volgens de ladderonderbouwing. Wat betreft het gezondheidsaspect zien we een toenemende ontwikkeling binnen de ‘fastservice’, daar spreken we tegenwoordig van omdat ook lunchrooms en
4
broodjeszaken tot deze sector behoren, waarbij er meer gezond voedsel wordt aangeboden, ook bij de welbekende ‘fastfoodrestaurants’. Als gemeente hebben we een algemene morele zorg voor de preventie van overgewicht, maar geen bevoegdheid om te bepalen wat wel en niet gegeten wordt. Daarnaast kunnen we met het niet toestaan van fastfoodketens niet voorkomen dat mensen ongezonde voeding kopen. Een manier om te sturen op ander eetgedrag is door mensen bewust te maken van de gezondheidsrisico’s bij overgewicht. Daarom ondersteunen we initiatieven uit de Wijchense samenleving, zoals het initiatief Wijchen Gezond. Het relevante aanbod van sportclubs in de ladderonderbouwing is geactualiseerd, ook in m². Er blijkt een marktruimte (behoefte) te bestaan van tussen de 733m2 en de 900 m² bvo. De nieuwe voorziening zal zich nadrukkelijk moeten onderscheiden qua concept en doelgroepen, bij voorkeur in het hogere marktsegment. Hiermee is er ruimte voor de ontwikkeling van een sportclub op de locatie. Dit betekent dat als op Lambrasse een fitnesscentrum wordt ontwikkeld met een grotere maat dan 900 m² bvo er mogelijk effecten kunnen optreden richting de bestaande aanbieders, tenzij het een nadrukkelijk onderscheidend concept betreft met een duidelijke bovenlokale verzorgingsfunctie. Ook een ondersteunende functie aan het beoogde hotel zal de effecten richting de lokale aanbieders verminderen.
Zienswijze 4 Zienswijze Alex advocaten namens bewoners aan de Groenestraat Samenvatting zienswijze Reclamant maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid, geluid- en lichthinder, als gevolg waarvan een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de Groenestraat ontstaat. Reclamant verwacht dat de verkeersintensiteit hoger is dan waar in het bestemmingsplan rekening mee gehouden is. Er is een reconstructie nodig van de kruising, verzoek om het plangebied daarom met dit weggedeelte uit te breiden met daarbij het verzoek om inzage in de borging van de kosten. Tot slot is niet onderzocht welke geluidsbelasting het verkeer in de meest ruime zin met zich brengt. Vanwege het hoogteverschil tussen Lambrasse, Hernenseweg en Groenstraat zal de verlichting van het verkeer dat Lambrasse verlaat, over de weg en de Groenestraat schijnen. Men vraag daarom een ondoorzichtige (geluids)wal of wand te plaatsen en dit te borgen in het bestemmingsplan. De Groenestraat is niet geschikt om een aanzienlijke toename van het fietsverkeer af te wikkelen. De weg is smal, onoverzichtelijk en door de verloederde situatie ontbreekt de noodzakelijke sociale veiligheid en sociale controle. Men ziet een reëel risico dat er een routing van jongeren ontstaat die in de avond en nachtelijke uren vanuit de fastfoodvoorziening terug richting het centrum gaan en overlast veroorzaken langs de Groenestraat.
Indiener heeft bezwaren tegen het te bouwen accent of de mast. Men vraagt om de hoogte van het bouwwerk te beperken. Indiener is van mening dat de Ladder geactualiseerd moet worden, er zijn tamelijk veel horecazaken bijgekomen. Indiener heeft specifiek bezwaar tegen de vestiging van een fastfoodrestaurant met drive through (gezondheid en verkeersintensiteit). Er is kwantitatief en kwalitatief geen behoefte naar de mening van de indiener. Indienen is bevreesd voor zwerfafval. Indiener heeft een aantal tegenstrijdigheden geconstateerd. Reactie Wij vinden de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond.
5
Wijzigingen in bestemmingsplan - actualisering ladderonderzoek - actualisering verkeersparagraaf en berekeningen - actualisering akoestisch onderzoek Toelichting Het bestemmingsplan laat diverse functies toe op de locatie. Alle beoogde functies zijn hier planologisch en ruimtelijk toelaatbaar. Dit blijkt ook uit de toelichting van het bestemmingsplan en bijbehorende onderzoeken. Omdat een eindgebruiker nog niet in beeld is snappen we de onzekerheid van de reclamant. Na vaststelling van het bestemmingsplan zal de initiatiefnemer een eindgebruiker zoeken waarbij het terrein zal worden ingevuld met een van de mogelijke functies die het bestemmingsplan toelaat. Voor wat betreft de toelaatbaarheid van een fastfoodketen is het ladderonderzoek geactualiseerd. Hierin signaleren we voldoende behoefte voor een moderne fastfoodzaak welke zich onderscheid van het aanbod in de regio. Maar er is ook marktruimte voor een laagdrempelig dagrond geopend familierestaurant. In het bestemmingsplan was de ontsluiting van de ontwikkeling niet duidelijk weergegeven. Volgens het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteit plan is hij gesitueerd ter hoogte van de huidige doorsteek van de parallelweg (Groenestraat) naar de planlocatie. Deze doorsteek is in de huidige situatie alleen bedoeld voor het bereikbaar maken van de ontwikkellocatie (voor onderhoudswerkzaamheden) vanaf de parallelweg (Groenestraat).
Verkeer mag niet links of rechts afslaan. In de toelichting van het bestemmingsplan is een afbeelding waarbij de ontsluiting is gesitueerd ter hoogte van het perceel Groenestraat 13 en 15. Reclamanten vrezen dat er door de situering van de ontsluiting ter hoogte van de woningen Om deze onduidelijkheid in het bestemmingsplan weg te nemen is er nog eens goed gekeken naar de ontsluiting en de locatie hiervan. Uit diverse verkeerskundige overwegingen is naar voren gekomen dat de nieuwe uitrit van de ontwikkeling het beste gesitueerd kan worden ter hoogte van de doorsteek vanaf de Groenestraat naar het plangebied. Op het moment dat de definitieve invulling van de planlocatie bekend is wordt de ontsluiting nader gespecificeerd/ontworpen. De reclamanten vragen ook aandacht voor de in hun ogen verkeersonveilige situatie die zal ontstaan door het toenemende fietsverkeer op de Groenestraat. Reclamanten vinden dit gevaarlijk omdat de Groensetraat een belangrijke verbindingsweg voor landbouwverkeer is. Door reclamanten wordt gesteld dat de verkeersdrukte op de Groenestraat al intensief is en door het toenemende fietsverkeer zal leiden tot verkeersonveilige situaties. Deze stelling is niet nader onderbouwd. De Groenestraat is een erftoegangsweg waar naast bestemmingsverkeer gebruik van wordt gemaakt door Landbouwvoertuigen en fietsers.
De weg is 4,0 meter breed en kent een maximale snelheid van 60 km/h Gelet op het type weg (erftoegangsweg) de beperkte hoeveelheid wegverkeer die hier overheen gaat kan deze de toename aan fietsverkeer aan. Daarnaast zal niet iedereen die op de fiets naar de locatie gaat via de Groenestraat fietsen. De verwachting dat een groot deel van het fietsverkeer via de woonwijk Lambrasse zal fietsen. De fietsroutes zijn op onderstaande afbeelding weergegeven.
6
We vinden dat de verschillende verkeersstromen prima naast elkaar gebruik kunnen maken van de Groensestraat en zien geen aanleiding in de zienswijze van reclamanten om hier een ander standpunt over in te nemen. Wat betreft het akoestisch onderzoek hebben reclamanten gelijk dat deze niet toeziet op hun situatie. Er is een nieuw akoestisch onderzoek uitgevoerd welke uitgaat van een snelheidsverlaging op de Hernenseweg tussen de afrit A326 en de Randweg. De raad heeft reeds in 2006 besloten om hier de bebouwde kom ter verleggen en daarmee de snelheid te verlagen. Dit besluit wordt nu alsnog geëffectueerd. De zienswijzen zijn naar voren gebracht omdat reclamenten verwachten dat hun woon- en leefklimaat zal worden aangetast vanwege het planologisch mogelijk maken van de realisatie van horeca, leisure en/of hotel ter grootte van 6.500 m2, de aanleg van een parkeervoorziening en aansluiting op de Hernenseweg en de daarmee gepaard gaande verkeersaantrekkende werking. In dat kader is een onderzoek verricht naar het zogenaamde reconstructieeffect vanwege de aan te leggen afrit op de Hernenseweg. Uit de in hoofdstuk 4 van het akoestisch onderzoek (Bijlage 13 bij de Toelichting) opgenomen resultaten blijkt dat de gevelbelasting niet zal toenemen ten opzichte van de situatie voor reconstructie.
In het kader van de Wet geluidhinder en in het kader van de goede ruimtelijke ordening hoeven geen aanvullende maatregelen te worden getroffen. Reclamanten vrezen ook inschijnend licht van auto’s die van de planlocatie de Hernenseweg op rijden. Door de inrit zo oostelijk mogelijk te situeren, zal de lichthinder vanaf de planlocatie beperkt kunnen blijven. In de huidige situatie is de begroeiing in de berm tussen de Hernenseweg en de Groenestraat onderbroken over circa 50 meter. Deze begroeiing kan worden doorgezet tot aan de doorsteek waardoor lichthinder verder beperkt wordt. Bovendien heeft de ontwikkelaar toegezegd door middel van afschermende groenblijvende beplanting of andere voorzieningen (bijv. een in het groen opgenomen lichtgewicht scherm) ervoor te zullen zorgdragen dat de reclamanten geen hinder ondervinden van inschijnend licht. Tot slot kunnen reclamanten zich niet vinden in het verlicht hoogte-element. Wij vinden het passend bij de toegestane functies dat er een verwijzing naar deze functies mogelijk wordt gemaakt. Dat is onlosmakelijk met de beoogde functies verbonden. Dat kan in de vorm van een hoogte element op het gebouw of doormiddel van een verwijsmast op de locatie. We vinden ook dat dit geplaatst moet worden bij de functies en niet op een andere locatie los van de planlocatie.
In het beeldkwaliteitsplan behorende bij het bestemmingsplan is een toetsingskader op genomen waaraan een dergelijk hoogte-element moet voldoen. Hierin wordt ingegaan op de aspecten: oriëntatie, bouwmassa, bouwhoogte, uiting, licht en representatie. Bij het
7
aspect licht is aangegeven dat de mate van lichtuitstraling moet zijn aangepast aan de omgeving. Verder wordt de locatie aangegeven in het beeldkwaliteitsplan. De Hernenseweg is niet opgenomen in dit bestemmingsplan omdat eventuele aanpassingen aan de weg mogelijk zijn binnen de reeds geldende bestemming ‘verkeer’ voor de weg. De uiteindelijke verkeerssituatie en intensiteit is afhankelijk van de functies die gerealiseerd worden. In de ruimtelijke onderbouwing is rekening gehouden met een maximale planologische opvulling (worst case benadering) om de ruimtelijke aanvaardbaarheid te onderbouwen/toetsen. In de toelichting is gemotiveerd dat de voorgestelde invulling ruimtelijk aanvaardbaar is. De ladderonderbouwing is geactualiseerd, met de nieuwste cijfers over vraag en aanbod (jaartal toegevoegd). Hieruit komt naar voren dat er nog zeker marktruimte is voor een horeca concept op de locatie Lambrasse.
Zienswijze 5 Zienswijze namens Hotel Umberto en Restaurant Samen Samenvatting zienswijze Indieners zijn het er niet mee eens dat een hotel wordt toegestaan. De Ladder is niet actueel, indieners zijn gekwalificeerd als matig bereikbaar terwijl ze wel goed bereikbaar zijn, men herkent zichzelf niet in de aanduiding ‘traditioneel’ in de Ladder, men vraagt zich als of voor het regionale aanbod van hotelkamers van de actuele cijfers is uitgegaan, en men vraagt zich af of de regio goed is gedefinieerd en zo zijn er nog een aantal specifieke bezwaren tegen de Ladder. Gevraagd wordt om geen medewerking te verlenen aan de vestiging van een hotel/zalencentrum/restaurant. Reactie Wij vinden de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan - actualisering ladderonderzoek Toelichting De cijfers in de Ladder zijn geheel geactualiseerd en enige beoordelingen toegelicht en/of genuanceerd. De gehanteerde regio is gemotiveerd in par. 2.1. Marktcijfers zijn er alleen voor de gehele stadsregio, maar die zijn vertaald naar de onderhavige regio (Arnhem hoort daar inderdaad niet bij). De relatie met het inwonertal, werkgelegenheid en de groeiende toeristische functie van de regio zijn nader toegelicht in de Ladder en er is een indicatieve raming van de marktruimte voor hotels toegevoegd.
Uit het ladderonderzoek blijkt dat er marktperspectief is voor een middelgroot hotel in het middensegment (uitgangspunt 3 sterren-plus), dat zich overwegend richt op de zakelijke markt en ook vergaderzalen biedt. Gezien het beschikbare oppervlak ad 2.500 m² bvo zijn binnen de ontwikkeling ruimtelijk-fysiek max. 60-80 kamers mogelijk. Hiervoor bestaat ruim voldoende behoefte (marktruimte).
Zienswijze 6 Zienswijze namens Hotel Restaurant Zalen Hoogeerd Samenvatting zienswijze Gelijk aan zienswijze 5 Reactie Wij vinden de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond.
8
Wijzigingen in bestemmingsplan - actualisering ladderonderzoek Toelichting Zie zienswijze 5 Zienswijze 7 Zienswijze namens Vereniging Natuur en Milieu Wijchen Samenvatting zienswijze De quickscan natuurwaarden voldoet op een aantal punten niet aan de eisen die daaraan gesteld worden. Het plangebied in de quickscan is kleiner dan het plangebied uit het bestemmingsplan. De kleine marter is van de vrijstellingslijst gehaald. Er is onvoldoende onderbouwd waarom het plangebied geen onderdeel uitmaakt van het vaste areaal van de steenmarter en de das. In het bestemmingsplan dient geborgd te worden dat verlichting naar het plan, houtwal en bosschages voorkomen wordt. Ook vraagt men of de aanbeveling voor een verbinding die de A326 kruist, opgevolgd wordt. Conclusie over stikstofdepositie is onvoldoende onderbouwd. Men vraagt om eerst de aangestipte punten te beantwoorden voor het bestemmingsplan vastgesteld wordt. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Actualisering quickscan flora en fauna Toelichting In de quickscan zijn de kleine marterachtigen toegevoegd in de beoordeling, hieruit zijn geen vervolgstappen noodzakelijk gebleken. Onderbouwing omtrent het leefgebied van de steenmarter en de das is in quickscan aangevuld.
Opvolging omtrent verbinding das die A326 kruist is voor het plan niet verplicht, maar goede geleiding en een inrichting kan de situatie voor de das sterk verbeteren. Zie ook de reactie op de zienswijze onder 1. De onderbouwing omtrent de stikstofdepositie is aangepast. Hieruit blijkt dat er geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden te verwachten zijn als gevolg van de realisatie van het plan (aanlegfase en gebruiksfase).
V. AMBTSHALVE WIJZIGINGEN Hiervóór hebben wij bij de behandeling van de zienswijzen al wijzigingen (al dan niet ambtshalve) ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan benoemd. De toelichting is op de onderdelen verkeer, water en flora- en fauna aangepast. Verder zijn er een aantal onderzoeken geactualiseerd (stikstof, geluid, ladder, Flora- en fauna). Verder zijn de gronden grenzend aan de Hernenseweg uit de scope van het bestemmingsplan gehaald. Deze gronden hebben momenteel de bestemming ‘verkeer’. Binnen deze bestemming kan de ontsluiting van het perceel op de Hernenseweg worden uitgevoerd. De bestemming is meer passend dan de bestemming ‘groen’ uit het ontwerp bestemmingsplan ‘Lambrasse’.
9