Motie 4 VVD K8W CDA D66 PvdA GLW werken moet lonen
Tekst van het document
Motie
Werken moet lonen Agendapunt 319202 Beslisnota Programmabegroting 2026 Wijchen
Vergadering Openbare raadsvergadering op 6 november 2025
Indieners Eerste indiener: Alice Peters – Vroom, Wijchense, VVD
Motienummer 4.
Mede-indiener: Annemarie Driessen, Kernachtig Wijchen Jan Peters Sengers, CDA Miranda Muller, D66 Henry Tiemessen, GroenLinks Titus Burgers, PvdA
Indieners stellen voor: Omdat we weten dat: 1. Mensen zonder inkomen via verschillende gemeentelijke regelingen worden ondersteund; 2. Een groeiende groep inwoners wél werkt, maar desondanks naar schatting circa 100 huishoudens in Wijchen onder of rond het sociaal minimum leeft;1 3. Dit vaak gezinnen betreft waarin beide ouders of één ouder voltijds werkt, maar waarbij de vaste lasten harder stijgen dan het inkomen. 4. De armoedeval ervoor zorgt dat extra werken niet altijd loont. Toeslagen en regelingen vallen weg waardoor het besteedbaar inkomen nauwelijks stijgt of zelfs daalt. Omdat we vinden dat: 1. Werken moet lonen. Een inwoner die elke dag keihard werkt in loondienst geen geldzorgen moet hebben. Het inkomen van werkenden moet hoger dan het sociale minimum zijn. 2. Bestaanszekerheid niet alleen gaat over uitkeringen, maar juist ook over het versterken van werk en inkomen; 3. Het armoedebeleid momenteel vooral gericht is op niet-werkenden, terwijl werkende armen een groeiende en vaak onzichtbare groep vormen;
1 Percentage huishoudens in Wijchen dat ondanks werk toch arm is, hoogste in 4 jaar tijd | Wijchen |
De Gelderlander.nl
4. Landelijke regelingen of pilots mogelijk kansen bieden om deze groep beter te ondersteunen. Daarom vraagt de gemeenteraad aan het college om: 1. In kaart te brengen welke bestaande lokale én landelijke regelingen of instrumenten kunnen helpen om werken meer te laten lonen en een armoedeval te voorkomen; 2. Te verkennen welke aanvullende of vernieuwende maatregelen kunnen bijdragen aan het versterken van inkomenspositie en bestaanszekerheid van werkenden; 3. De raad uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 te informeren over de uitkomsten en mogelijke vervolgstappen.