Gemeente Wijchen - Openbare verlichting - Definitief verslag EM Onderzoek_v2
Tekst van het document
Straatverlichting in Wijchen Resultaten van onderzoek voorafgaand aan en tijdens de ervaringsweek
Inhoud 1.
2.
Inleiding............................................................................................................................3 1.1
Situatieschets............................................................................................................3
1.2
De opdracht van EM Onderzoek ..................................................................................3
1.3
Onderzoeksverantwoording .......................................................................................4
Conclusies .........................................................................................................................5 2.1 Conclusies uit de eerste vragenlijst ....................................................................................5 2.2 Conclusies uit de vragenlijsten van de ervaringsweek ...........................................................6 2.3 Conclusies op basis van beide vragenlijsten.........................................................................6 2.4 Doelstellingen van de ervaringsgebieden en het behalen ervan .............................................7
3. Verlichting Wijchen: resultaten eerste vragenlijst .....................................................................8 3.1 Waar zijn de deelnemers woonachtig .................................................................................8 3.2 Buiten zijn als het donker is ...............................................................................................9 3.2 Wat moet de gemeente doen aan de openbare verlichting? ............................................... 10 3.3 Minder positief over lichtreductie .................................................................................... 11 3.4 Functies straatverlichting: welke zijn (on)belangrijk ........................................................... 12 3.5 Veiligheid en straatverlichting ......................................................................................... 13 4.
Ervaringsgebieden: bevindingen van inwoners .................................................................... 14 4.1
Ervaringsweek binnen de bebouwde kom .................................................................. 14
4.1.1 Ervaren veiligheid en sfeer ........................................................................................ 15 4.1.2 Feitelijke beoordeling van de verlichting ..................................................................... 16 4.1.3 Meest geschikte momenten voor de verlichting .......................................................... 17 4.1.4 Over de deelnemers ervaringsgebied binnen de bebouwde kom .............................. 18 4.2 4.2.1 5.
Ervaringsweek buitengebied ..................................................................................... 19 Bevindingen uit de vragenlijst ............................................................................... 19
Tips voor toekomstig inwoner onderzoek ........................................................................... 21 5.1
Zorg voor match tussen vragenlijst en mate van inspraak inwoners............................... 21
5.2
Voorkom het zogeheten vragen naar de bekende weg................................................. 21
5.3
Zorg voor samenhang tussen de vragenlijsten............................................................. 22
1. Inleiding 1.1 Situatieschets De openbare verlichting in Wijchen is in een aantal gebieden verouderd en aan vervanging toe. Daarom zullen lampen en verlichting de komende jaren worden verbeterd. Deze plannen liggen vast. Maar de concrete invulling van de vernieuwde verlichting gaat met inspraak van de inwoners van Wijchen. Vandaar dat inwoners in september en oktober 2025 de gelegenheid hebben gehad hun mening te geven over wat ze belangrijk vinden aan straatverlichting. Dit is gebeurd via een online vragenlijst. In november 2025 is een ervaringsweek georganiseerd waarbij op twee verschillende locaties, eentje in een woonwijk binnen de bebouwde kom en eentje in het buitengebied, concrete opties qua verlichting, verlichtingsniveaus en armaturen bekeken en beoordeeld konden worden. Die beoordelingen zijn eveneens gegeven door gebruik te maken van een online vragenlijst. Het doel van de ervaringsweek en het bijbehorende onderzoek is als volgt gedefinieerd: “Het doel van de ervaringsgebieden is om alle inwoners van de gemeente Wijchen te laten ervaren wat de verschillende manieren van verlichten doen voor het gevoel van veiligheid, sfeer en oriëntatie. Ze geven een beeld van de manier waarop we de inrichting van de openbare verlichting volgens het nieuwe beleid vorm kunnen geven. Daarnaast biedt het beleid nog ruimte voor keuzes.
Deze keuzes maken we in de huidige fase en verwoorden we in het Lichtkader. Tijdens hun bezoek aan de ervaringsstraten kunnen inwoners vragenlijsten invullen waarin ze gevraagd worden naar hun mening over het gevoel van veiligheid, sfeer, lichtkleur, vorm van armaturen, etc. Het doel van de vragenlijsten is om inwoners al vragenderwijs te informeren over de afwegingen die de gemeente maakt bij keuzes voor de inrichting van de openbare verlichting, én om op te halen wat de wensen van inwoners zijn.”
1.2 De opdracht van EM Onderzoek De vragen zijn gesteld en de meningen zijn gegeven. EM Onderzoek is gevraagd om de verzamelde data te analyseren en interpreteren en dit uit te werken in een verslag. We zetten daarbij de resultaten uit beide onderzoeken op een rij, zodat duidelijk is hoe deelnemers denken over de onderwerpen en vragen die zijn voorgelegd. Verder staan we stil bij de mate waarin de Gemeente Wijchen is geslaagd in het behalen van het doel dat het had met de ervaringsweek. En tot slot besteden we aandacht aan de algehele perceptie van inwoners ten aanzien van de voorgenomen veranderingen met betrekking tot de straatverlichting. Om de inzichten te verstrekken zullen enerzijds de gegevens uit alle losse vragenlijsten afzonderlijk worden geanalyseerd. Daarnaast proberen we mogelijke verbanden tussen de vragenlijst van september en oktober 2025 enerzijds en de vragenlijsten van de ervaringsweek anderzijds te leggen. We willen hierbij op voorhand opmerken dat het leggen van verbanden lastig is. Dit omdat de gestelde vragen in beide meetmomenten weinig tot geen overlap vertonen.
Bij het rapporteren van de resultaten ligt de nadruk primair op het verlichtingsvraagstuk zelf. Hoe kijken inwoners van de gemeente Wijchen aan tegen de huidige straatverlichting en de voorgenomen plannen om de huidige verlichting te aan te passen om zo te verduurzamen en energie te besparen.
1.3 Onderzoeksverantwoording Het onderzoek dat is gehouden voorafgaand aan de ervaringsweek vond plaats tussen 15 september 2025 en 14 oktober 2025. In deze periode hebben in totaal 426 personen de vragenlijst ingevuld. Bij een betrouwbaarheidsinterval van 95% en een foutmarge van 5% zijn de resultaten representatief voor de totale populatie. Mits de steekproef een goede afspiegeling vormt van alle inwoners van de gemeente Wijchen op geslacht, leeftijd en wijk. Van de deelnemers is niet bekend of ze man of vrouw zijn. Uit een analyse van de postcodes wordt duidelijk dat een grote groep deelnemers woonachtig is een beperkt gebied. Daaruit valt te concluderen dat ondanks een steekproefgrootte van 426 de resultaten niet representatief zijn voor alle inwoners van Wijchen. Gedurende de ervaringsweek van 3 tot en met 9 november hebben 101 bezoekers aan het ervaringsgebied binnen de bebouwde kom de vragenlijst ingevuld die beschikbaar was in de Leeuwebekstraat. De vragenlijst van de Akkerwindestraat is door 98 personen ingevuld. De Violenstraat vragenlijst telt 102 deelnemers. Omdat de meeste deelnemers in alle drie de straten de vragenlijst ingevuld hebben, zal de n uitkomen in de buurt van 98. Daarmee is de steekproef te klein om de resultaten representatief te laten zijn.
De vragenlijst behorend bij het ervaringsgebied in het buitengebied op de dijk bij Niftrik is door 19 personen ingevuld. Ook voor deze vragenlijst geldt dat de behaalde n te klein is om representatieve uitspraken te kunnen doen.
2. Conclusies Voordat de resultaten uit beide onderzoeken meer in detail worden behandeld, volgen in dit hoofdstuk de wat EM Onderzoek betreft belangrijkste bevindingen. Daar waar de resultaten hier aanleiding toe geven, zullen we ook aanbevelingen geven.
2.1 Conclusies uit de eerste vragenlijst Licht is veilig, donker is onveilig: een veel voorkomende gedachte. Inwoners van de gemeente Wijchen die de vragenlijsten ingevuld hebben onderschrijven deze gedachte wat betreft straatverlichting. Als er veel verlichting op straat is, dan is het veiliger. Het verlagen van de lichtsterkte van de straatverlichting of deze enkel aan laten gaan als beweging wordt waargenomen, zal volgens deze inwoners leiden tot meer onveiligheid en vergroot de kans op criminaliteit op straat of inbraken. Dit blijkt uit de open vraag wat de gemeente moet doen aan de openbare verlichting. Dat deze gedachte leeft onder een groep inwoners maakt het concretiseren van het nieuwe beleid wellicht een lastige opgave. Omdat er meer gemeenten zijn waar dit beleid zal worden doorgevoerd, is het goed om na te gaan bij welke gemeenten dit reeds is gedaan en wat de inwoners daar van de vernieuwde verlichting en lichtsterkte vinden. Als blijkt dat het gevoel van veiligheid gelijk is gebleven ondanks de lagere lichtsterkte dan kan de gemeente Wijchen de inwoners uitleggen en overtuigen dat het gevoel van veiligheid gewaarborgd blijft. Inwoners zouden hiermee zeker gerustgesteld kunnen worden.
De voorkeur van de respondenten voor voldoende licht in de straat blijkt ook uit de vragen wat inwoners belangrijker vinden: veel licht of energie besparen enerzijds en veel licht of de natuur beschermen. In beide gevallen wordt door een grote meerderheid gekozen voor meer licht. Het beschermen van de natuur of besparen van energie is duidelijk minder belangrijk. Wanneer wordt gevraagd naar de meest en minst belangrijke functies van straatverlichting staan sociale veiligheid (92% vindt dit belangrijk) en verkeersveiligheid (77%) met stip op een en twee als meest belangrijke functies. En het minst belangrijk? Opvallend genoeg niet duurzaamheid of het beschermen van flora en fauna, maar de kosten voor aanleg en onderhoud (54% vindt dit onbelangrijk) en de sfeer en uitstraling (50%). Wat betreft het vervangen van lampen voor led is veel meer positiviteit te vinden onder de respondenten. Led is bewezen duurzamer en deze stap wordt daarmee als niet meer dan logisch gezien om de straatverlichting te verduurzamen. Zo lang het maar niet ten koste gaat van de hoeveelheid licht op straat.
Het idee dat veel licht zorgt voor veiligheid dient in het achterhoofd gehouden te worden, maar hoe zit het eigenlijk met het gevoel van veiligheid op straat in de huidige situatie? Op de vraag of mensen zich weleens ergens ’s avonds of ’s nachts onveilig voelen, geeft twee op de drie respondenten (66%) aan zich ergens onveilig te voelen. Dit geeft aan dat op sommige plekken de situatie ook niet ideaal is en dat er met het nieuwe beleid mogelijkheden zijn om dat gevoel van veiligheid juist te vergroten.
2.2 Conclusies uit de vragenlijsten van de ervaringsweek Omdat sociale veiligheid en verkeersveiligheid zo van belang zijn voor de betrokken inwoners valt het resultaat op de vraag hoe de veiligheid werd ervaren in de drie teststraten mogelijk wat tegen. In de Leeuwebekstraat voelde 54% zich namelijk (zeer) onveilig. In de Akkerwindestraat lag dit percentage op 64% en in de Violenstraat op 57%. Deze percentages liggen overigens wel iets onder de 66% die zich in de huidige situatie weleens ergens onveilig voelt. Dat de nieuwe verlichting het nog minder veilig zou maken, wordt door deze resultaten iets ontkracht. De resultaten voor de ervaren sfeer en de beoordeling van de lichtkleur lijken elkaar wat te bijten. Voor alle drie de straten van het ervaringsgebied binnen de bebouwde kom geldt dat de ervaren sfeer van de testverlichting overwegend als (zeer) onprettig werd ervaren. Maar de lichtkleur zelf wordt veelal als prima of zelfs iets te warm beschouwd. De onderzoeksdata bieden geen inzicht in de achterliggende oorzaak voor deze wat tegenstrijdige resultaten. De vraag wat de meest geschikte momenten zijn voor de verlichting heeft geleid tot antwoorden die de gemeente geen uitsluitsel geven over de beste tijdsblokken. Voor alle drie de straten geeft een meerderheid namelijk aan dat de verlichting voor geen enkel moment op de avond of in de nacht geschikt is.
Wanneer we de afzonderlijke tijdsblokken bekijken, dan geldt voor alle straten dat de verlichting het meest geschikt wordt bevonden voor de nacht, van middernacht tot 6 uur ’s ochtends. Indien de resultaten uit de vragenlijsten binnen de bebouwde kom worden meegenomen in de keuze voor armaturen dan vallen de armaturen die zijn gebruikt in de Leeuwebekstraat het meest in de smaak. De Armaturen die te zien waren in de Akkerwindestraat worden het minst mooi gevonden. Daarom beperken we ons hier tot het kort opsommen van de bevindingen. De mening over de eigen zichtbaarheid en de mate waarin andere weggebruikers de deelnemers goed zouden kunnen zien zijn redelijk gelijk verdeeld. Ongeveer evenveel deelnemers zijn van mening dat ze andere weggebruikers slecht of juist goed kunnen zien. En andersom geldt hetzelfde: de groepen deelnemers die vinden dat andere weggebruikers ze slecht of goed kunnen zien, is ongeveer gelijk.
2.3 Conclusies op basis van beide vragenlijsten In het vorige hoofdstuk is aangegeven dat gepoogd zou worden om verbanden tussen beide onderzoeken/vragenlijsten te leggen. Dit is een lastige opgave, aangezien beide meetmomenten geen enkele overlap kennen wat betreft gestelde vragen. Ondanks deze beperking is een klein aantal resultaten naast elkaar te leggen. De resultaten uit de eerste vragenlijst maken duidelijk dat sociale veiligheid en verkeersveiligheid voor de inwoners die gereageerd hebben de meest belangrijke onderdelen zijn van (de functie van) straatverlichting. Met dit in gedachte zou de nieuwe straatverlichting een goed gevoel van veiligheid moeten waarborgen. Voor alle beschikbare verlichting tijdens de ervaringsweek blijkt echter dat de meeste deelnemers (iets minder of meer dan 60% afhankelijk van de straat) zich onveilig of zelfs zeer onveilig voelde in de betreffende straat.
Dit gevoel van onveiligheid is vanzelfsprekend een punt van zorg. Zeker als de deelnemers zich met de huidige verlichting juist wel veilig voelen. Uit de eerste vragenlijst welke in september en oktober is ingevuld, blijkt echter dat twee derde van de respondenten zich weleens onveilig voelt op straat. Het lijkt daarmee aannemelijk dat, ongeacht de gebruikte verlichting op straat, deze groep een gevoel van onveiligheid kan ervaren als ze buiten zijn als het donker is. Kijkend naar de tijdstippen waarop respondenten doorgaans buiten zijn, dan is dat het vaakst tussen 18 uur en 21 uur (72% van de deelnemers is weleens op dat tijdstip buiten). Nog eens 46% is dat weleens na 23 uur. De straatverlichting dient derhalve geschikt te zijn voor deze tijdsblokken. De resultaten uit de ervaringsweek laten echter zien dat een minderheid de verlichting geschikt vond voor deze twee tijdsblokken. Zo’n 20% van de deelnemers aan de ervaringsweek vond de verlichting geschikt tussen spits en zonsondergang en ongeveer 30% voor het tijdsblok tussen 21u en middernacht.
2.4 Doelstellingen van de ervaringsgebieden en het behalen ervan Het doel achter de ervaringsgebieden was om inwoners te laten ervaren wat de verschillende manieren van verlichten doen voor het gevoel van veiligheid, sfeer en oriëntatie. Met de vragenlijsten konden inwoners spelenderwijs geïnformeerd worden over de afwegingen die de gemeente maakt bij de keuzes voor openbare verlichting en om de wensen van inwoners op te halen. De ervaringsgebieden hebben hun doel behaald. Met de inrichting van twee verschillende soorten gebieden en het op maat inrichten ervan heeft de gemeente inwoners de kans gegeven om zowel binnen als buiten de bebouwde kom te ervaren hoe de nieuwe situatie er in de toekomst uit kan gaan zien. Door hieraan ook een vragenlijst te koppelen, hebben bezoekers echt hun mening kunnen geven en daarmee invloed kunnen uitoefenen op het nieuwe verlichtingsbeleid. Wat betreft het beoordelen van de getoonde verlichting en lichtsterktes hebben de vragenlijsten ook hun nut bewezen. Zeker wat betreft het ervaringsgebied binnen de bebouwde kom. Met ongeveer 100 ingevulde vragenlijsten per straat kan niet gezegd worden dat de resultaten representatief zijn, maar ze geven wel een beeld weer. Voor het buitengebied is de respons te laag om conclusies aan te verbinden.
Als de vragenlijsten hier ook als doel hadden om inwoners al vragenderwijs te informeren dan is die opzet niet geslaagd. Dit vanwege het simpele feit dat in de vragenlijsten geen informatie is verstrekt.
3. Verlichting Wijchen: resultaten eerste vragenlijst In dit hoofdstuk behandelen we de resultaten uit de in september en oktober 2025 uitgevoerde raadpleging onder inwoners van de gemeente Wijchen. Met het onderzoek zijn meningen verzameld onder burgers en wordt inzicht verkregen in zaken als buiten zijn als het donker is, het belang van buitenverlichting als het donker is, de ervaren veiligheid ’s avonds en aspecten die inwoners (on)belangrijk vinden met betrekking tot straatverlichting.
3.1 Waar zijn de deelnemers woonachtig Voordat we de resultaten behandelen geven we een klein stukje achtergrondinformatie over de deelnemers. Waar wonen ze en hoe valt hun directe woonomgeving te typeren? Aan inwoners is gevraagd om hun postcode door te geven. Analyse van de postcodes geeft de volgende verdeling binnen de gemeente. Hieruit komt duidelijk naar voren dat de reactiegraad hoger is in een deel van Wijchen.
In welk dorp wonen de deelnemers 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
86%
3%
3%
2%
2%
2%
1%
1%
Verreweg de meeste deelnemers aan de eerste vragenlijst wonen in Wijchen. De kleinere kernen zijn ook vertegenwoordigd, zij het in zeer beperkte mate. De meeste deelnemers wonen in een woonwijk. Een klein deel van de deelnemers woont in het buitengebied of het centrum.
Woonomgeving van de deelnemers 90%
85%
80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%
8%
10%
6%
0% In een woonwijk
In het buitengebied
In het centrum
0% Op een industrieterrein
3.2 Buiten zijn als het donker is Een grote meerderheid van de deelnemende inwoners begeeft zich ’s avonds of ’s nachts buiten als het donker is. Ruim 8 op de 10 hiervan zelfs eens per week of vaker (83%). Enkel dit gegeven benadrukt de aanwezigheid van straatverlichting. Onderstaande grafiek toont aan dat er verder geen verschillen zijn tussen deelnemers die wonen in verstedelijkt of buitengebied.
Hoe vaak buiten in avond of nacht naar woonomgeving 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%
44%
43% 43%
42% 41%
42% 41%
41%
14%
14% 9% 3%
7% 7%
6%
In een woonwijk (n=363) In het buitengebied (n=35) Dagelijks
Een paar keer per week
In het centrum (n=27)
Een paar keer per maand
4% Totaal (n=425) Zelden of nooit
Verplaatsing gebeurt hierbij meestal te voet, maar ook vaak per fiets of e-bike of in de auto. Tijdstippen waarop deelnemers buiten zijn, wisselen sterk. Deze mensen zijn weliswaar het vaakst buiten tussen 18 en 21 uur (72%), maar ook na 23 uur is nog altijd 46% weleens buiten. Daarbij is een meerderheid alleen buiten (81%).
3.2 Wat moet de gemeente doen aan de openbare verlichting? Wanneer inwoners open wordt gevraagd wat de gemeente moet doen aan de openbare verlichting, dan is die mening helder: de lichtsterkte/intensiteit niet verminderen of verlichting niet uitschakelen. Vervanging van de verlichting door ledlampen wordt wel positief ontvangen. Deze vraag is gesteld voordat de ervaringsweek is georganiseerd. De respondenten hebben derhalve geen referentiekader gehad. Ze kennen enkel de huidige situatie van de straatverlichting. Dat de aangekondigde veranderingen niet enthousiast worden ontvangen, is verklaarbaar. Goede straatverlichting geeft immers het gevoel van veiligheid en verminderen van straatverlichting leidt daarmee tot de gedachte dat het onveiliger zal worden op straat. Minder licht op straat wakkert het gevoel van onveiligheid aan, mogelijk ook ingegeven door de actualiteit. Ook is de gedachte dat minder licht zaken als criminaliteit, inbraken of overvallen in de hand werkt. Daarnaast denken deelnemers dat minder licht zal zorgen voor een verlaagde verkeersveiligheid. Met dit in het achterhoofd is het te verklaren dat deelnemers huiverig zijn tegenover het verminderen van het licht op straat. Met de gedachte dat haast alles onveiliger wordt bij minder licht op straat zullen weinig deelnemers blij zijn met maatregelen om precies dat te gaan verwezenlijken de komende jaren.
De deelnemers zijn daarentegen veel positiever over de overstap op ledverlichting (45% is uitgesproken positief in de open antwoorden). Men ziet led als een duurzaam alternatief, waarbij geen sprake is van lichtverlies. Ook vinden de deelnemers dit meer dan voldoende. Meer is niet nodig.
3.3 Minder positief over lichtreductie In algemene zin staan Nederlanders anno 2025 positief tegenover energiebesparing en verduurzaming. Zo laat recent onderzoek bijvoorbeeld zien dat ruim 6 op de 10 Nederlanders de overstap naar duurzame warmte steunt (MSG Sustainable Strategies, september 2025). Ook de Monitor Duurzaam Leven 2025 toont aan dat veel Nederlanders goede intenties hebben op het gebied van duurzaamheid. Dat komt wel met een maar: het moet niet ten koste gaan van. Dat kan de portemonnee zijn, maar ook om het inleveren van andere zaken. Dit blijkt duidelijk uit de keuzes die zijn voorgelegd aan inwoners van Wijchen. Een keuze tussen energiebesparing of veel licht ’s avonds en ’s nachts valt duidelijk uit richting veel licht ’s avonds en ’s nachts. De keuze tussen de natuur beschermen of veel licht ’s avonds en ’s nachts laat een vrijwel identiek beeld zien. De deelnemers staan voorafgaand aan de ervaringsweek ook minder positief tegenover het idee om ’s nachts de straatverlichting uit te doen. Bijna 8 op de 10 inwoners (78%) is het hier (zeer) mee oneens.
Energie of licht 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%
Natuur of licht 38%
30% 16% 11% 4%
40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%
32%34% 16% 12% 7%
Op de vraag hoe belangrijk inwoners het vinden als de straatverlichting ’s avonds en ’s nachts wordt gedimd geeft 55% aan dit (zeer) onbelangrijk te vinden.
Verlichting 's nachts uit 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Verlichting dimmen
61%
36%
40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%
17% 10%8% 4%
19%18%18% 8%
3.4 Functies straatverlichting: welke zijn (on)belangrijk In de onderstaande grafiek wordt in één oogopslag duidelijk welke aspecten van straatverlichting belangrijk zijn voor deelnemende inwoners en welke juist niet. Sociale- en verkeersveiligheid zijn met afstand de meest belangrijke aspecten. Het meest onbelangrijk zijn de kosten voor aanleg en onderhoud en sfeer en uitstraling in de straat.
Meest en minst belangrijke onderdelen straatverlichting 100%
92%
77%
80% 60%
31%
40% 20%
3%
4%
9%
0%
Meest belangrijk
54%
40% 11%
1%
Minst belangrijk
50%
4%
Dat sfeer en uitstraling in de straat niet echt belangrijk zijn, wil niet zeggen dat deze inwoners geen voorkeuren hebben ten aanzien van het type verlichting, de gebruikte armaturen en of de verlichting warm of juist koud is. In de vragenlijsten die zijn ingevuld bij het ervaringsgebied binnen de bebouwde kom blijkt namelijk zeer duidelijk dat die voorkeuren er wel degelijk zijn.
3.5 Veiligheid en straatverlichting Uit de voorgaande vraag blijkt dat veiligheid, of het nu sociale- of verkeersveiligheid is, zeer belangrijk zijn voor de deelnemende inwoners van de gemeente Wijchen. Maar hoe wordt de daadwerkelijke veiligheid ervaren? En hoe staan inwoners tegenover verlichting langs straten of paden die enkel aan gaat als je erlangs loopt of fietst? Op de vraag of mensen zich ’s avonds of ’s nachts weleens onveilig voelen, geeft twee derde (66%) aan dat dit het geval is. Drie op de tien deelnemers (29%) geeft aan zich nooit onveilig te voelen. Ook de optie om straatverlichting enkel op te lichten als je erlangs loopt of fietst stuit op weerstand. De helft van de inwoners (51%) geeft aan zich in zo’n situatie (zeer) onveilig te voelen. Bijna een op de drie inwoners (32%) geeft aan zich dan (zeer) veilig te voelen. Licht bij beweging 32%
35% 30% 25% 20%
19% 18% 19%
15% 13% 10% 5% 0%
Kijkend naar enkel de groep die aangeeft zich ’s avonds of ’s nachts weleens onveilig te voelen, dan wordt het aandeel van mensen dat zich (zeer) onveilig voelt in een situatie met straatverlichting die aangaat bij beweging alleen maar groter. 60% van deze groep mensen voelt zich dan (zeer) onveilig, tegenover 24% die zich dan (zeer) veilig voelt.
4. Ervaringsgebieden: bevindingen van inwoners Van maandag 3 november 2025 tot en met zondag 9 november 2025 hebben inwoners van de gemeente Wijchen de gelegenheid gekregen om op twee verschillende typen locaties te ervaren hoe de gemeente het nieuwe verlichtingsbeleid kan implementeren. De eerste locatie betreft enkele straten binnen de bebouwde kom: Leeuwebekstraat, Akkerwindestraat en Violenstraat in Wijchen. Voor de tweede locatie is gekozen voor de Maasbandijk bij Niftrik. Inwoners hebben op beide locaties verschillende opstellingen kunnen bekijken en ervaren en hier via enkele internetvragenlijsten hun bevindingen over kunnen delen. Voor de straten binnen de bebouwde kom zijn per straat andere armaturen getest, waarbij de verlichting in iedere straat ook verschillend was qua lichtsterkte. In het buitengebied zijn verschillende lichtsterktes getest en is ook een strook ingericht waarbij het licht helemaal was uitgeschakeld. In dit hoofdstuk staan we per locatie, en voor de eerste locatie is dat per straat, stil bij de resultaten.
4.1 Ervaringsweek binnen de bebouwde kom In de drie straten zijn steeds twee armaturen getest, waarbij in elke straat één lichtsterkte is toegepast, maar deze lichtsterkte per straat verschilde. In de vragenlijst is gevraagd naar zaken als het gevoel van veiligheid, sfeer, lichtkleur en de vorm van de armaturen. Onduidelijk is echter op welke armatuur en lichtkleur de antwoorden betrekking hebben. Vandaar dat de resultaten van de drie straten slechts een globaal beeld geven van de betreffende straat. Resultaten zullen daarom op straatniveau worden behandeld, tenzij verdieping mogelijk is. De onderlinge vergelijking gaat eveneens op straatniveau. Dit is overigens geenszins een probleem. Het onderzoek gehouden in oktober 2025 en het onderzoek in de ervaringsgebieden moeten immers toetsen wat de perceptie is van inwoners op andere verlichting in de vorm van ledlampen en het verlagen van de lichtsterkte. Handvatten kortom voor het nieuwe beleid in de gemeente omtrent straatverlichting. De resultaten per straat worden steeds op dezelfde manier behandeld en gebundeld in drie onderwerpen: 1: 2: 3:
Hoe wordt de verlichting ervaren Feitelijke beoordeling van de verlichting Momenten waarop de verlichting het meest geschikt is
4.1.1 Ervaren veiligheid en sfeer Bij de wijze waarop de verlichting wordt ervaren, staan twee zaken centraal: veiligheid en sfeer. De verlichting in de Leeuwebekstraat leidt bij een meerderheid tot een (zeer) onveilig gevoel (54%). De sfeer van de verlichting in de straat wordt door ruim de helft van de deelnemers (53%) als (zeer) onprettig ervaren.
Ervaren veiligheid (binnen bebouwde kom) 50%
45%
36%
40% 28%
30% 20% 10%
42%
28%
24% 20%
10% 12% 5%
15%
11% 8% 7%
9%
Neutraal
Niet veilig
0% Heel erg veilig
Veilig
Leeuwebekstraat
Akkerwindestraat
Helemaal niet veilig
Violenstraat
Voor alle drie de straten geldt dat meer deelnemers zich (helemaal) niet veilig voelen dan (heel erg) veilig.
Ervaren sfeer (binnen bebouwde kom) 60% 49% 42% 42%
50% 40% 26%
30% 18%
20% 10%
5%
18% 13%
18% 16% 11%
17% 11% 12%
Prettig
Neutraal
Onprettig
2%
0% Zeer prettig
Leeuwebekstraat
Akkerwindestraat
Zeer onprettig
Violenstraat
De resultaten wat betreft ervaren sfeer laten een vergelijkbaar beeld zien. Beduidend meer deelnemers ervaren de sfeer van de verlichting als (zeer) onprettig dan als (zeer) prettig.
Opvallend hierbij is de overlap binnen de deelnemers. Wanneer bijvoorbeeld de deelnemers aan de Leeuwebekstraat vragenlijst isoleren die de verlichting als (helemaal) niet veilig hebben aangeduid, dan geven ze ook bijna allemaal (96%) aan dat ze de verlichting (zeer) onprettig vinden. Ditzelfde mechanisme is te zien bij de andere twee straten.
4.1.2 Feitelijke beoordeling van de verlichting De feitelijke beoordeling van de straatverlichting is op basis van vier aspecten: de lichtkleur, de vorm van de armaturen, de voorkeur voor een armatuur per straat (links of rechts) en welk van alle zes de armaturen het mooist wordt gevonden.
Beoordeling lichtkleur (binnen bebouwde kom) 55%
60% 50%
41% 37%
40% 30% 20%
39% 36%
24% 16% 17% 11%
11% 4% 1%
10%
1%
5%
2%
0% Veel te warm / gelig
Iets te warm
Leeuwebekstraat
Prima zo
Iets te koud
Akkerwindestraat
Veel te koud / ongezellig
Violenstraat
De verlichting wordt zelden of nooit als te koud bestempeld. Voor iedere lichtkleur is de groep die de lichtkleur prima vindt het grootst, waarbij dit voor de Leeuwebekstraat zelfs meer dan de helft van de deelnemers is. Een aanzienlijk deel van de deelnemers vindt de kleur iets te warm. Bij de vorm van de armaturen valt één vorm duidelijk af. Voor de andere twee vormen is het enthousiasme duidelijk groter.
Beoordeling armaturen (binnen bebouwde kom) 70%
59%
60% 50%
43% 36%
40%
28%
30% 20% 10%
20% 8%
23%21% 10%
2%
20% 4%
10%
6%
9%
0% Heel erg mooi
Mooi
Leeuwebekstraat
Geen mening Akkerwindestraat
Niet mooi
Helemaal niet mooi
Violenstraat
Voor de armaturen die te bekijken waren in de Violenstraat is de groep die ze mooi of heel erg mooi vindt het grootst (71%). De armaturen in de Leeuwebekstraat kunnen eveneens op enthousiasme rekenen, zij het iets minder (67% vindt ze mooi of heel erg mooi). De armaturen van de Akkerwindestraat werden duidelijk minder mooi gevonden. En welke armatuur wordt dan als mooiste beoordeeld? In de Leeuwebekstraat vond een meerderheid (61%) de armatuur links het mooist. In de Violenstraat vond een vergelijkbare meerderheid (60%) de armatuur rechts het mooist. Onderstaande grafiek toont de beoordeling van alle zes de armaturen.
Algehele beoordeling armaturen (n=88) 50%
43%
45% 40% 35%
31%
30% 25% 20% 15% 10% 5%
10%
9% 5%
2%
0% Armatuur 1 Armatuur 2 Armatuur 3 Armatuur 4 Armatuur 5 Armatuur 6
Van alle armaturen is er een duidelijke voorkeur voor armaturen 2 en 6. De overige armaturen die in de ervaringsweek zijn meegenomen, kunnen op weinig enthousiasme rekenen.
4.1.3 Meest geschikte momenten voor de verlichting Het laatste aspect om voor de gebieden binnen de bebouwde kom een blik op te werpen, zijn de momenten waar de geteste verlichting het meest geschikt voor is. Onderstaande grafiek laat per straat zien wat volgens de deelnemers de beste momenten zijn voor de verlichting. De grootste groep deelnemers geeft aan dat de verlichting voor geen enkel moment geschikt is. Wat betreft de concrete tijdsblokken is een lichte voorkeur te zien voor de nacht tot 6 uur. De overige drie tijdsblokken verschillen niet of nauwelijks van elkaar qua geschiktheid.
Meest geschike momenten verlichting 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
56% 56%
22% 21% 18%
33% 29%26%
Leeuwebekstraat
37% 35% 30%
53%
27% 21%18%
Akkerwindestraat
Violenstraat
4.1.4 Over de deelnemers ervaringsgebied binnen de bebouwde kom In de vragenlijsten van de ervaringsweek is een aantal achtergrondkenmerken van de deelnemers uitgevraagd. Hierbij is gevraagd naar leeftijd en het dragen van bril of lenzen. Deze zaken hebben namelijk invloed op de wijze waarop verlichting ervaren wordt. Hieronder beschrijven we kort de steekproef op basis van deze achtergrondkenmerken. Onderstaande grafiek toont de leeftijdsverdeling van de deelnemers aan de drie vragenlijsten.
Leeftijd deelnemers vragenlijsten ervaringsgebied bebouwde kom 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%
43%
23%
21%
13%
Jonger dan 25 jaar
25 tot 45 jaar
45 tot 65 jaar
65 jaar of ouder
De leeftijdsverdeling verschilde licht per straat. Daaruit valt op te maken dat niet iedereen die de ervaringsstraten binnen de bebouwde kom heeft bezocht alle vragenlijsten heeft ingevuld. De verschillen zijn overigens zeer klein, concreet gaat het slechts om een enkele bezoeker.
Verdeling wel of niet brildragend 60%
56%
50%
44%
40% 30% 20% 10% 0% Ja
Nee
4.2 Ervaringsweek buitengebied Ook in het buitengebied, te weten op de Maasbandijk bij Niftrik, is van 4 tot en met 9 november een ervaringsgebied ingericht en hebben bezoekers de gelegenheid gekregen een vragenlijst in te vullen om hun bevindingen te delen. In tegenstelling tot de vragenlijst voor de ervaringsgebieden binnen de bebouwde kom is deze vragenlijst door een kleine groep mensen ingevuld (n=19). De antwoorden en bevindingen geven daarmee wel richting, maar gelden niet als representatief. Vanwege de geringe respons werken we resultaten niet uit in grafiekvorm. Per vraag geven we aan hoeveel mensen een bepaald antwoord gegeven hebben.
4.2.1 Bevindingen uit de vragenlijst In de vragenlijst zijn in totaal vier vragen gesteld die betrekking hebben op het ervaringsgebied: -
Heb je je veilig gevoeld? Hoe goed heb je het verloop van de weg kunnen zien? Hoe goed heb je andere weggebruikers kunnen zien? Denk je dat andere weggebruikers jou goed hebben kunnen zien?
Op de vraag of mensen zich veilig hebben gevoeld, geven vier deelnemers aan zich helemaal niet veilig gevoeld te hebben. Eveneens vier mensen voelden zich niet veilig. Zes deelnemers gaven een neutraal antwoord en vijf mensen voelden zich veilig. Twee deelnemers hebben het verloop van de weg zeer slecht kunnen zien. Zes personen gaven aan het verloop slecht te kunnen zien. Vijf personen gaven een neutraal antwoord op deze vraag. Vier personen gaven aan het verloop goed te kunnen zien en twee personen zelfs zeer goed. Drie deelnemers geven aan dat ze andere weggebruikers zeer slecht hebben kunnen zien. Nog eens zes hebben andere weggebruikers slecht kunnen zien. Het neutrale antwoord werd door vier mensen gegeven. De laatste zeven deelnemers konden andere weggebruikers goed zien.
Tot slot de vraag of deelnemers denken dat andere weggebruikers ze goed hebben kunnen zien. Twee deelnemers denken dat andere weggebruikers hen helemaal niet goed heeft kunnen zien. Vijf deelnemers denken dat ze niet goed te zien zijn geweest. Twee deelnemers geven een neutraal antwoord. Acht deelnemers denken juist dat ze goed te zien zijn geweest voor andere weggebruikers. En tot slot geven twee deelnemers aan het niet te weten.
5. Tips voor toekomstig inwoner onderzoek Met de analyses, conclusies en aanbevelingen achter de rug staat nog een laatste verzoek open: het geven van enkele tips voor toekomstig inwoner onderzoek. In dit hoofdstuk zullen we op basis van wat ons is opgevallen aan beide onderzoeken enkele suggesties doen om in de toekomst meer te halen uit een peiling onder burgers.
5.1 Zorg voor match tussen vragenlijst en mate van inspraak inwoners De beide vragenlijsten zijn onvoldoende in lijn met het doel van de participatie en dus het onderzoek. Het nieuwe beleid staat vast en dus is er voor inwoners beperkt invloed uit te oefenen op de vraag of straatverlichting wordt vernieuwd en de lichtsterkte wordt verlaagd. Dat gaat namelijk al gebeuren. Nu hadden beide onderzoeken de schijn dat de meningen van deelnemers een rol zullen hebben in de uiteindelijke besluitvorming. En dus hebben tegenstanders van het voorgenomen beleid alle gelegenheid om hun ongenoegen te uiten door precies die antwoorden te kiezen die alles bij het oude zouden laten. Houd daarom bij toekomstige participatietrajecten waar het bevragen van inwoners onderdeel van zal zijn goed in de gaten welke mate van inspraak ze hebben en pas daar de vragenlijst of vragenlijsten op aan.
5.2 Voorkom het zogeheten vragen naar de bekende weg Bij participatietrajecten als deze, waarbij de kans op weerstand tegen het nieuwe beleid op de loer ligt, moeten vragen zo gesteld worden dat je vraagt naar de bekende weg. Dat is in dit onderzoek op een aantal momenten wel het geval. Inwoners die tegen bepaald beleid zijn, zullen dergelijke vragen namelijk zo beantwoorden dat het ten goede komt van hun wensen en voorkeuren. De vragenlijst die in de zomer van 2025 is ingevuld, bevat enkele van deze vragen. Een goed voorbeeld is de vraag Heb jij weleens bewust nagedacht over straatverlichting in jouw eigen buurt?. Het is aannemelijk dat veel mensen helemaal nooit bewust nadenken over straatverlichting. Inwoners die geen verandering willen, in dit geval van energiezuinigere verlichting en straatverlichting die wordt gedimd, zullen veel eerder geneigd zijn om aan te geven dat ze hier vaak op letten. Daarmee zijn de antwoorden op deze vraag gekleurd en niet conform realiteit. Ditzelfde geldt voor de twee vragen wat mensen belangrijker vinden. Hierin zijn steeds twee zaken tegenover elkaar gezet: Energie besparen en Veel licht ’s avonds en ’s nachts bij de ene stelling en Natuur beschermen en Veel verlichting ’s avonds en ’s nachts bij de andere.
Inwoners die gekant zijn tegen de voorgenomen veranderingen zullen bij deze uitersten wederom kiezen voor de antwoorden die het beste passen bij de aversie tegen het voorgenomen beleid.
5.3 Zorg voor samenhang tussen de vragenlijsten De twee vragenlijsten vertonen weinig tot geen samenhang, behalve dat het achterliggende onderwerp min of meer gelijk is. De inhoud is verder volledig verschillend. En daarmee zijn de resultaten zeer lastig met elkaar te vergelijken. In dit geval zou het veel waardevoller geweest zijn wanneer de eerste vragenlijst een goede nulmeting zou zijn geweest van de huidige situatie en de vragenlijsten van de ervaringsweek een 1-meting die logisch aansluit op de eerste vragenlijst. Antwoorden uit beide vragenlijsten hadden vervolgens met elkaar vergeleken kunnen worden en daarmee een veel beter beeld gegeven van de nieuwe situatie rondom de straatverlichting en de mogelijke impact ervan.