Erfgoedverordening Wijchen 2023
Tekst van het document
Artikel 23 t/m 25. Archeologie Op grond van artikel 38a Monumentenwet jo. artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening diende in het bestemmingsplan in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Met de invoering van deze verplichting was de bescherming archeologische waarden in beginsel ruimtelijk geborgd. Alle bestemmingsplannen die na 2007 zijn geactualiseerd, moeten in principe voldoen aan deze eis. Om, mede gelet op de verplichtingen van het Verdrag van Valletta, ook voor de gronden waar deze ‘oude’ bestemmingsplannen nog gelden de bescherming van archeologische waarden te verzekeren, is dit artikel opgenomen. De strekking van artikel 23 is te waarborgen dat mogelijk in deze gronden aanwezige archeologische waarden niet worden verstoord, tenzij daaraan aandacht is besteed die gelijkwaardig is aan waartoe artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 3.1.6 ruimtelijke ordening verplicht, door middel van de verwachtingskaarten, een omgevingsvergunning of eigen onderzoek dat aan die eisen kan voldoen. Artikel 22.4 van de Ow bevat een overgangsbepaling.
Voorts bepaalt artikel 22.8, onder a, van de Ow dat gemeenten slechts beschermingsmaatregelen in hun omgevingsplan mogen opnemen inzake bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Artikel 23 lid 2 bepaalt de ondergrenzen vanaf waar archeologisch onderzoek in het kader van een omgevingsvergunning gevraagd kan worden. Bij het berekenen of deze ondergrenzen overschreden worden, moeten alle bodemverstorende activiteiten meegerekend worden die in het kader van de aangevraagde omgevingsvergunning plaatsvinden. Dit zijn naast de oppervlakte van het bouwvlak bijvoorbeeld het bouwrijp maken, aanleggen van kabels en leidingen, graven van greppels en wadi’s, het graven van cunetten bij op- en inritten of parkeerplaatsen, en dergelijke. Eventueel noodzakelijke milieukundige bodemsaneringen en/of explosievenonderzoek moeten ook meegerekend worden. Dit is wat bedoeld wordt met cumulatieve verstoringen. Bij eventuele nadere regels van burgemeester en wethouders over het verrichten van archeologisch onderzoek zoals genoemd in het tweede lid van dit artikel kan bijvoorbeeld gedacht worden aan regels m.b.t. een programma van eisen of een plan van aanpak. Het tweede lid wordt, gelet op het vervallen van artikel 38 van de Monumentenwet 1988 en het inwerking treden van de Ow, rechtstreeks onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan.
De verordening zelf regelt in artikel 23 hoe burgemeester en wethouders archeologische onderzoeken begeleiden en beoordelen.
25
Artikel 25 maakt het mogelijk om een zogenaamd detectieverbod op te leggen. Op dit moment is dat al via de APV van toepassing voor het Vennengebied. Dit artikel vormt de benodigde juridische grondslag.
26