CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief concept plan van aanpak mensenhandel Gld-Z

Raad openbaar Wijchen 2 maart 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 97946 Informatienota Beleidsaanpak mensenhandel6.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND – ZUID

1

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

INHOUDSOPGAVE Voorwoord 1. Inleiding Achtergrond en aanleiding Doel van een regionale aanpak Wat hebben we daarvoor nodig en hoe gaan we dat doen? 2. Wat is mensenhandel Mensenhandel en de verschillende verschijningsvormen Mensenhandel is geen mensensmokkel Haaldelict Mensenhandel in beeld 3. Kaders (Inter)nationale wet- en regelgeving Landelijke ontwikkelingen en afspraken Regionale doelstelling Lokale doelstellingen 4. Rol gemeente Taken/verantwoordelijkheden gemeente Aandachtfunctionaris mensenhandel 5. De Pijlers Pijler 1: Bewustwording Pijler 2: Signalering Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldroute Signalenroute Signalenroutekaart Eén overlegstructuur Ketenregisseur Pijler 3: Integrale aanpak Privacy Dadergerichte aanpak Slachtoffergerichte aanpak Handhaving Pijler 4: Zorg en opvang Zorgbeleid Opvang Zorgcoördinator Pijler 5: Verbinding zorg en veiligheid Bijlagen: 1. 2. 3. 4.

Artikel 273f Wetboek van Strafrecht Wettelijk kader Het Kader voor de aanpak van mensenhandel volgens VNG Integrale aanpak volgens de Nationaal Rapporteur

2

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

VOORWOORD “Een jong meisje dat in een hotel in een toeristenplaatsje op aandringen van haar loverboyvriendje betaalde seks heeft met tientallen volwassen mannen. West-Afrikaanse jonge meiden die naar Nederland gelokt zijn en worden gedwongen als prostituee te werken in een bordeel, in een vakantiehuisje of een caravan op een camping, of langs de snelweg. Poolse mannen die opgesloten zitten in een schuur van de kwekerij of tuinderij waar zij werken. Hongaarse vrouwen die wat bij wilden verdienen maar in handen vallen van gewelddadige pooiers in het red light-district van een grote of middelgrote stad. Een Roemeense man die onder dreiging van geweld tegen hemzelf of zijn familie gedwongen wordt winkeldiefstallen te plegen. Roma-kinderen die uit Kosovo worden gehaald om hier in een toeristenplaats of bij een plaatselijk winkelcentrum te bedelen en zakken te rollen. Een nichtje dat gedwongen wordt het huishoudelijk werk te doen voor de familie die ‘zo goed is’ haar op te vangen. Al deze zo verschillende mensen in zulke verschillende, maar allemaal even afschuwelijke omstandigheden, zijn slachtoffers van mensenhandel.” 1

Elk slachtoffer is er één te veel. Om te bevorderen dat Gelderland-Zuid vrij is van bovenstaande vormen van uitbuiting en mensenhandel wordt door gemeenten en ketenpartners binnen de regio Gelderland-Zuid ingezet op een (sluitende) aanpak van mensenhandel.

1. INLEIDING Achtergrond en aanleiding De aandacht voor thema mensenhandel heeft de afgelopen jaren een ontwikkeling doorgemaakt en de aanpak van mensenhandel wordt ook in het huidige regeerakkoord als prioriteit aangemerkt. Gemeenten spelen een belangrijke rol in de aanpak van mensenhandel. Deze rol is gebaseerd op (inter)nationale wet- en regelgeving. Op nationaal niveau zijn de afgelopen jaren een aantal afspraken gemaakt om mensenhandel in Nederland te stoppen en te voorkomen. Een van die afspraken is dat iedere gemeente in 2022 beschikt over beleid inzake mensenhandel. Om mensenhandel adequaat aan te kunnen pakken is integrale samenwerking van groots belang. Voor u ligt het beleidsstuk ‘Kader aanpak mensenhandel Gelderland-Zuid’, dat door de gemeenten in de regio Gelderland-Zuid gezamenlijk is opgesteld. Doel van een regionale aanpak Het doel is om in Gelderland-Zuid te komen tot een plan van aanpak mensenhandel zodat op regionaal niveau: - signalen van mensenhandel worden herkend en gebundeld; - zicht op de aard en omvang van mensenhandel wordt bevorderd; - ketenpartners elkaar weten te vinden en samenwerken;

1

Gemeenten en de opvang van en zorg voor slachtoffers van mensenhandel: Rapport van de commissie ingesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Federatie Opvang onder voorzitterschap van dhr. H. Lenferink, april 2015

3

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

- verbinding tussen zorg en veiligheid een gegeven is; - alle slachtoffers van mensenhandel worden ondersteund met een passend hulpaanbod en daders van mensenhandel integraal worden aangepakt. Wat hebben we daarvoor nodig en hoe gaan we dat doen? In dit document wordt uitgewerkt hoe er praktische invulling wordt gegeven aan bovengenoemde doelstellingen. Dit document beschrijft de aanpak van mensenhandel vanuit een gemeentelijk perspectief, maar heeft ook aandacht voor de input van de integrale ketenpartners die bij de totstandkoming van dit document betrokken zijn geweest. Per pijler worden actiepunten benoemd waaraan gemeenten op lokaal dan wel regionaal niveau verdere invulling moeten geven om te komen tot een sluitende aanpak van mensenhandel. Dit beleidsdocument dient tevens als hulpmiddel / werkdocument / handleiding voor alle betrokken partners die hieraan hebben meegewerkt.

2. WAT IS MENSENHANDEL Mensenhandel en de verschillende verschijningsvormen In Nederland wordt onder mensenhandel verstaan: het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon met gebruik van dwang (in brede zin) en met het doel die persoon uit te buiten.2 Mensenhandel maakt een enorme inbreuk op de individuele vrijheid van de mens en is daarmee een van de ernstigste en meest complexe vormen van ondermijning.3 Mensenhandel is strafbaar gesteld in artikel 273f Sr (zie bijlage 1). De kern van mensenhandel is de (beoogde) uitbuiting van mensen. Deze uitbuiting kan samengaan met dwang, geweld, chantage en misleiding. Minderjarigen zijn per definitie kwetsbaar. Bij mensenhandel is er altijd sprake van een slachtoffer en een dader. Hoewel er vaak sprake van een afhankelijkheidspositie tussen slachtoffer en dader, kunnen slachtofferschap en daderschap in de praktijk heel dicht bij elkaar liggen en soms zelfs in elkaar overlopen4. Mensenhandel komt overal en in alle lagen van onze samenleving voor. Mensenhandel kent uiteenlopende verschijningsvormen:  Seksuele uitbuiting De meest in de cijfers terugkerende verschijningsvorm van mensenhandel is seksuele uitbuiting. Hiervan is sprake als iemand gedwongen wordt om seksuele handelingen te verrichten tegen betaling van geld, kleding of eten en dat vervolgens moet afdragen aan de uitbuiter.

Mannen en vrouwen, volwassenen en kinderen, iedereen, ongeacht zijn of haar juridische status, kan slachtoffer worden van seksuele uitbuiting.  Arbeidsuitbuiting Als iemand werkt en de inkomsten (gedeeltelijk) moet afdragen en/of in mensonterende omstandigheden moet werken. Uitbuiting komt in allerlei sectoren voor. Uit een risicoanalyse van de 2

Definitie mensenhandel volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRM). Samen tegen mensenhandel. Een integrale programma-aanpak van seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting. www.rijksoverheid.nl November 2018, publicatie-nr. 116759. 4 Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid (het CCV). 3

4

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

Inspectie SZW blijken de volgende sectoren extra gevoelig voor uitbuiting: de agrarische sector, de bouw, horeca, slachterijen en schoonmaak. Iedereen kan het slachtoffer worden van mensenhandel. Uit de praktijk blijkt dat mensen met een verstandelijke beperking, migranten en vluchtelingen een verhoogd risico lopen om slachtoffer te worden. Dit heeft te maken met de kwetsbare positie waarin zij zich bevinden.  Criminele uitbuiting Criminele uitbuiting uit zichzelf wanneer iemand gedwongen wordt om criminele feiten te plegen of om te bedelen. Denk hierbij aan drugshandel, het misbruik van iemands bankrekening, het gebruik van iemands woning voor drugsproductie of illegale prostitutie, winkeldiefstal of andere vormen van criminaliteit. Criminele uitbuiting wordt vaak niet gesignaleerd omdat het slachtoffer in de veronderstelling kan zijn dat hij/zij strafrechtelijk vervolgbaar is. Ook wordt door de opsporingsdiensten vaak niet met een ‘mensenhandelbril’ gekeken, waardoor slachtoffers enkel gezien worden als dader en daardoor dubbel gestraft worden. Uit angst voor represailles melden slachtoffers zichzelf vaak (ook) niet. Wanneer duidelijk is dat iemand onder dwang strafbare feiten heeft gepleegd, spelen de beginselen van non-prosecution en non-punishment5 een rol.

 Gedwongen orgaanverwijdering Hierbij wordt iemand gedwongen om zijn of haar organen af te staan (denk hierbij ook aan gedwongen draagmoederschap). Uit cijfers blijkt deze vorm van mensenhandel nauwelijks te traceren, het is erg lastig na te gaan hoe vaak deze vorm van mensenhandel in Nederland voorkomt. Er wordt wel geprobeerd hier meer zicht op te krijgen, maar voor dit document wordt deze vorm van mensenhandel buiten beschouwing gelaten. Mensenhandel is géén mensensmokkel Mensenhandel moet niet worden verward met mensensmokkel. Bij mensensmokkel is in beginsel sprake van een vrijwillige relatie (overeenkomst) tussen de smokkelaar en de persoon die het land wil verlaten. Dit neemt niet weg dat zich ook hier ernstige mensenrechtenschendingen kunnen voordoen. Haaldelict Mensenhandel is een zo genoemd ‘haaldelict’, dat zich vaak onder de radar afspeelt. Slachtoffers kunnen of durven zelf geen aangifte te doen en opsporingsinstanties zoals de politie moeten zelf actief op zoek naar de slachtoffers. De opsporingsdiensten zijn daarbij afhankelijk van verschillende professionals uit allerlei domeinen die signalen van mensenhandel kunnen oppikken en ook bereidwillig zijn om dit te doen. Juist ook omdat slachtoffers zichzelf vaak niet zien als slachtoffer of ontkennen - door angst of schaamte - dat er sprake is van uitbuiting.

De angst van slachtoffers, de lage aangiftebereidheid, de beperkte pakkans van de daders, het gebrek aan kennis over signalen bij de professionals in allerlei domeinen zorgen er allemaal voor dat er nauwelijks zicht is op de werkelijke omvang van deze ernstige vorm van criminaliteit. Bij dit soort delicten geldt vaak ‘Hoe meer je gaat zoeken, hoe meer je zult vinden’. Een pakkend en vaak aangehaald citaat van Johan Cruijff treft het doel: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt!”.

5

Volgens deze principes, voorzien staten in de mogelijkheid om slachtoffers van mensenhandel niet te vervolgen of bestraffen wegens gedwongen betrokkenheid bij criminele activiteiten die een rechtstreeks gevolg zijn van hun slachtofferpositie.

5

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

Mensenhandel in beeld De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (hierna: Nationaal Rapporteur) onderzoekt de aard en omvang van mensenhandel. Daarnaast onderzoekt de rapporteur of de aanpak van mensenhandel in Nederland goed werkt. Ieder jaar publiceert de Nationaal Rapporteur de resultaten van het onderzoek in de Slachtoffermonitor en één keer per twee jaar in de Dadermonitor. Volgens de Nationaal Rapporteur zijn er jaarlijks naar schatting in Nederland: ☐ tussen de 5.000 en 7.500 slachtoffers van mensenhandel; ☐ ongeveer 1.300 minderjarige slachtoffers van binnenlandse seksuele uitbuiting; ☐ 1.400 slachtoffers van arbeidsuitbuiting of criminele uitbuiting; ☐ worden jaarlijks gemiddeld 120-130 daders door de rechter in eerste aanleg veroordeeld voor mensenhandel; ☐ is de gemiddelde duur bij een veroordeling voor mensenhandel 1 jaar en 10 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.6 Het ontbreekt echter aan gegevens die duidelijk maken wat de problematiek en de verschijningsvormen van mensenhandel op lokaal en regionaal niveau zijn. Zonder dit inzicht is het niet mogelijk om effectief beleid te maken. De Nationaal Rapporteur adviseert daarom over het verkrijgen van regionaal zicht en inzicht en stimuleert een gezamenlijke aanpak van mensenhandel op lokaal en regionaal niveau.

Verschillende organisaties werken hard aan het inzichtelijk krijgen van de aard en omvang van mensenhandel, maar het blijkt een behoorlijke opgave. Het is van belang dat we meldingen regionaal blijven monitoren. Het doen van een omgevingsscan of risicoanalyse kan gemeenten mogelijk inzicht geven in de voor mensenhandel kwetsbare sectoren. Hiermee worden ook mogelijke risicogroepen (zoals minderjarigen, arbeidsmigranten en kwetsbare mensen in migratiestromen) in beeld gebracht en kan op bepaalde thema’s dieper worden ingezoomd.

3. KADERS (Inter)nationale wet- en regelgeving Er bestaat internationale (protocollen, verdragen, richtlijnen) en nationale wetgeving op basis waarvan gemeenten een taak hebben in de aanpak van mensenhandel. Zie bijlage 2 voor een overzicht van het wettelijke kader.

6

www.nationaalrapporteur.nl/over-ons/publicaties/brochures/2020/05/19/brochure-nationaal-rapporteur

6

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

Landelijke ontwikkeling en afspraken In 2015 bracht de commissie Lenferink een rapport uit, waaruit duidelijk werd dat gemeenten hun rol in de aanpak van mensenhandel verder moesten invullen.7 In 2017 stelde de Nationaal Rapporteur dat ruim 95% van de gemeenten in Nederland geen specifiek mensenhandel beleid heeft8. Een van de belangrijkste oorzaken hiervoor is gelegen in het gebrek aan bewustwording op het thema (zie hierna onder hoofdstuk 5 Pijler 1). De Nationaal Rapporteur ziet een belangrijke rol weggelegd voor gemeenten bij de aanpak tegen mensenhandel, welke in het VNG Kompas nader worden toegelicht:

Bron: VNG Kompas

In 2018 werd in het Interbestuurlijk Programma (IBP)9 besloten dat elke gemeente in 2022 een duidelijke en geborgde aanpak van mensenhandel moet hebben10. De afspraken van het IBP zijn opgenomen in het ‘Programma Samen tegen Mensenhandel’ waarin één actielijn toeziet op het versterken van de gemeentelijke aanpak van mensenhandel. Dit betekent dat iedere gemeente volgens het landelijke streven in 2022 ten minste moet voldoen aan: 7

Gemeenten en de opvang van en zorg voor slachtoffers van mensenhandel: Rapport van de commissie ingesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Federatie Opvang onder voorzitterschap van dhr. H. Lenferink, april 2015. 8 Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2017). Mensenhandel. Tiende rapportage van de Nationaal Rapporteur. Den Haag: Nationaal Rapporteur. 9 Het Interbestuurlijk Programma is een initiatief van gemeenten, provincies, waterschappen en het rijk om samen meer te bereiken op grote maatschappelijke opgaven, zoals de aanpak van mensenhandel. 10 14 februari 2018 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/02/14/programmastartinterbestuurlijk-programma-ibp (p. 22, punt 11).

7

Kader   

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

het werken aan een actieve signalering van mensenhandel; het hebben van een aandacht functionaris mensenhandel en het hebben van beleid op de aanpak van mensenhandel met daarbij passende regionale opvang, ondersteuning en nazorg en het creëren van een landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatoren voor slachtoffers van mensenhandel.

Daarnaast is het in sommige gemeenten wenselijk dat  het prostitutiebeleid wordt geactualiseerd aangezien de prostitutiebranche een sector is waarin een verhoogd risico bestaat op uitbuiting. Daarbij zij opgemerkt: “Prostitutiebeleid en mensenhandelbeleid zijn twee afzonderlijke beleidsterreinen, die raakvlakken hebben die noodzaken tot samenwerking en afstemming.11 “Gemeenten kunnen bijdragen aan het voorkomen van seksuele uitbuiting door een goede regulering van de prostitutiebranche.”12 De Rijksoverheid heeft verschillende maatregelen genomen om (de toegang tot) het hulp- en ondersteuningsaanbod te verbeteren voor alle slachtoffers van mensenhandel. Daarnaast hebben diverse organisaties (denk aan CoMensha, VNG, CCV) documenten ontwikkeld ter ondersteuning. De VNG heeft in samenwerking met CoMensha in 2020 o.a. het Kompas13 en de Longread Onzichtbaar14 gelanceerd. In 2021 heeft de VNG met verschillende ketenpartners het Kader voor de aanpak van mensenhandel door gemeenten ontwikkeld (zie bijlage 3)15. Het Kader biedt gemeenten houvast bij het inrichten en monitoren van beleid. Het beschrijft op twee niveaus waar een gemeente aan moet voldoen en hoe een gemeente dat kan bereiken.

Het basisniveau (plateau 1) beschrijft de algemene basis – de basis-op-orde waar elke gemeente aan hoort te voldoen - voor alle gemeenten, waarnaast het verdiepingsniveau (plateau 2) een verdere uitwerking daarvan beschrijft.

11

Aldus Ankie Broekers-Knol, toenmalig staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in haar antwoord op Kamervragen over seksuele uitbuiting in de prostitutie in maart 2020. 12 Zie o.a. p.7 kamerbrief over ontwikkeling plan van aanpak mensenhandel d.d. 25 mei 2018. https://open.overheid.nl/repository/ronl-d31f5f78-0de2-47f0-9636-b89c785f4f41/1/pdf/tk-ontwikkeling-planvan-aanpak-mensenhandel.pdf 13 https://kompasaanpakmensenhandel.nl 14 https://mensenhandelinnederland.nl 15 https://vng.nl/publicaties/kader-aanpak-mensenhandel

8

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

Bron: VNG Kader (zie bijlage 3)

Regionale doelstelling Het doel van dit beleidsdocument ‘Kader aanpak mensenhandel Gelderland-Zuid’ is dat iedere gemeente binnen Gelderland-Zuid een aanpak opstelt overeenkomstig het basisniveau (plateau 1) van het Kader van de VNG. Dit betekent concreet dat er moet worden gewerkt aan actieve signalering, het hebben van vastgesteld beleid en het in huis hebben van een ‘dedicated’ aandachtfunctionaris mensenhandel. Iemand die fungeert als aanspreekpunt, dossierhouder en regievoerder. Dit betekent ook dat er, naast de samenwerking op het niveau van Oost-Nederland en het district Gelderland-Zuid, er lokale invulling moet worden gegeven aan de implementatie. Het Kader van de VNG biedt ons de basis waar we ons regionaal op dienen te focussen. We kunnen ons daarbij richten op een vijftal pijlers die in hoofdstuk 5 ieder afzonderlijk vanuit regionaal perspectief verder worden uitgewerkt: Pijler 1: Bewustwording; Pijler 2: Signalering; Pijler 3: Integrale aanpak (preventief, repressief, dader en slachtoffer); Pijler 4: Zorg en opvang; Pijler 5: Verbinding zorg en veiligheid; In het plan van aanpak ondermijning Gelderland-Zuid van 18 maart 2020 is ‘mensenhandel’ benoemd als één van de thema’s/prioriteiten. In dit plan is opgenomen dat er geen dubbel werk wordt gedaan, maar waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van reeds opgedane kennis over en manieren van de aanpak van mensenhandel.

Gelderland-Zuid is aangesloten bij de expertgroep mensenhandel OostNederland, waarin de ‘best practices’ van de districten vallend onder de regionale eenheid met elkaar worden gedeeld.

9

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

Lokale doelstellingen De aard en omvang van mensenhandel in gemeenten verschilt, net als de stappen die gemeenten al hebben gezet in de aanpak van mensenhandel. Mensenhandel raakt alle facetten van de samenleving en daarmee ook verschillende beleidsterreinen. Om de raakvlakken inzichtelijk te krijgen dient verbinding te worden gezocht met bestaand beleid: zorgbeleid, jeugdbeleid, huiselijk geweld en kindermishandeling, veiligheidsbeleid, prostitutiebeleid, economisch beleid, huisvestingbeleid, inkoopbeleid. Het Kader is richtinggevend voor álle gemeenten en identificeert daarom verschillende plateaus en bouwstenen. Hiermee kunnen gemeenten steeds verder blijven werken aan een aanpak voor mensenhandel. Als duidelijk is waar de gemeenten in Gelderland-Zuid naartoe willen werken en de bovenstaande doelstellingen nader zijn uitgewerkt kunnen gemeenten waar mogelijk samenwerken aan het verwezenlijken van de gedeelde doelstellingen.

4. ROL GEMEENTE Taken/verantwoordelijkheden gemeente Gemeenten zijn belangrijke partners in de integrale aanpak van mensenhandel. Vooral waar het gaat om signaleren van vormen van mensenhandel zijn gemeenten onmisbaar. Daarnaast hebben gemeenten een rol op het gebied van preventie, handhaving en hulpverlening en dragen gemeenten bij aan het opwerpen van barrières tegen mensenhandel. De gemeente heeft in de aanpak van mensenhandel overeenkomstig het Kompas de volgende verantwoordelijkheden: 1. De gemeente als signaleerder. De gemeente is door haar dagelijks contact met de burger de oren en ogen in de samenleving waarbij signalen van mensenhandel kunnen worden opgevangen. 2. De gemeente als beleidsmaker. De aanpak mensenhandel begint met een plan. De gemeente is verantwoordelijk voor het opstellen van een plan voor een sluitende aanpak, waarin alle gemeentelijke taken zijn opgenomen. 3. De gemeente als regisseur van de integrale aanpak. De gemeente is met al haar taken en verantwoordelijkheden de aangewezen partij om regie in handen te nemen en ketenpartners met elkaar te verbinden. Door inzet van bestuurlijke middelen kan de gemeente bijdragen aan het voorkomen en frustreren van mensenhandel op lokaal en regionaal niveau. 4. De gemeente als verantwoordelijke voor de opvang van en hulpverlening aan slachtoffers van mensenhandel.

Aandachtfunctionaris mensenhandel Om te voldoen aan het basisniveau van bestuurlijke aanpak mensenhandel moeten gemeenten een aandachtfunctionaris mensenhandel aanwijzen. Verschillende afdelingen van de gemeente zijn betrokken bij de aanpak van mensenhandel. Om alles te coördineren en om als aanjager te fungeren dient er binnen iedere gemeente ten minste één gemeentelijke aandachtfunctionaris mensenhandel (hierna: aandachtfunctionaris) te worden aangesteld.

10

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

De aandachtfunctionaris heeft de volgende taken:  Zet binnen de gemeente aan tot bewustwording en voorlichting van zowel zijn collega’s als andere professionals in de gemeente die mogelijk met slachtoffers in contact komen.  Is het aanspreekpunt voor collega’s die mogelijke signalen van mensenhandel hebben waargenomen en is daarbij onderdeel van de interne meldroute.  Denkt mee over signalen, verrijkt deze zo mogelijk en zet de signalen door naar de juiste ketenpartner(s). Houdt tevens de signalen/casussen bij, om zo (in samenwerking met de ketenpartners) meer zicht te krijgen op de lokale verschijningsvormen van mensenhandel.  Is bekend met de bestuurlijke mogelijkheden om barrières tegen mensenhandel op te werpen.  De aandachtfunctionaris staat in nauw contact met de zorgcoördinator mensenhandel. De zorgcoördinator mensenhandel is bekend met de instanties waar slachtoffers van mensenhandel terecht kunnen en is aanspreekpunt voor deze instanties.  Is op de hoogte van de regionale en landelijke ontwikkelingen op het gebied van mensenhandel en deelt de gemeentelijke ‘good practices’ met de regio.  Houdt het beleid up-to-date en onderhoudt de verbinding met de partners vanuit zowel de zorg als de veiligheidshoek en maakt hier samenwerkingsafspraken mee.

Als er een ketenregisseur mensenhandel wordt aangesteld zal dit op regionaal gebied onder de taak van de ketenregisseur vallen.

5.

DE PIJLERS

Pijler 1: Bewustwording De eerste stap in de aanpak van mensenhandel is bewustwording en het vergroten van kennis bij burgers en professionals. Bewustwording en kennis bevorderen de meldings- en aangiftebereidheid. Bestuurders en ambtenaren, maar ook professionals en burgers kunnen actief worden voorgelicht over de verschillende vormen van mensenhandel om zo de ‘awareness’ te vergroten.16 Door middel van (regionaal) terugkerende trainingen, georganiseerd voor verschillende disciplines, kan de bewustwording onder de professionals worden vergroot. Om de bewustwording onder de aandacht te krijgen bij burgers kan de gemeente inzetten op (laagdrempelige) bewustwordingsacties zoals de bewustwordingstentoonstelling ‘Open je ogen voor mensenhandel’ of het onder de aandacht brengen van (publieke) bewustwordingscampagnes via de lokale of sociale media. Burgers kunnen daardoor worden aangespoord om signalen van mensenhandel te melden bij Meld Misdaad Anoniem of door direct contact op te nemen met de Politie, Arbeidsinspectie (NLA), of CoMensha.

16

Denk aan klantmanagers, buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's), servicebaliemedewerkers, toezichthouders, leerplichtambtenaren en Sociaal Wijkteamleden, maar ook aan professionals bij Veilig Thuis, Bureau Jeugdzorg, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), huisartsen en hulpverleners bij andere jeugd- en zorginstellingen. Ook specialistische organisaties die sekswerkers of andere voor uitbuiting kwetsbare groepen zoals statushouders en arbeidsmigranten ondersteunen kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, zoals migrantenorganisaties en religieuze instellingen.

11

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

Dit vraagt de volgende actie(s): Lokaal:  Inzetten op actieve voorlichting.  Verbinding zoeken met reeds bestaande voorlichtingscampagnes en bestaand materiaal.

Pijler 2: Signalering Signalen van mensenhandel worden vaak niet herkend. Door gebrek aan kennis worden signalen van mensenhandel niet altijd opgemerkt en worden slachtoffers van mensenhandel niet altijd als zodanig herkend, met als gevolg dat ze mogelijk blijvend worden uitgebuit en de bescherming mislopen waar ze recht op hebben. Naast bewustwording van de problematiek, is het belangrijk om medewerkers en andere professionals te trainen op het leren herkennen van signalen mensenhandel. Door actief te zoeken naar signalen komen de signalen mogelijk boven tafel. Bij het actief zoeken naar signalen van seksuele uitbuiting of arbeidsuitbuiting kan men bijvoorbeeld denken aan enerzijds de reguliere bestuurlijke controles bij prostitutiebedrijven en bij vergunningplichtige bouwactiviteiten en anderzijds aan informatie gestuurde controles op risicolocaties, bijvoorbeeld bij massagesalons, illegale prostitutie en in de horeca of (land)bouw.17 CoMensha18 , FairWork, het CCV, maar ook het RIEC en Stichting voor Integrale aanpak Mensenhandel verzorgen verschillende trainingen op het gebied van ondermijning en mensenhandel specifiek gericht op gemeentelijke teams (veiligheid, toezicht, balie, sociaal domein).19 In de trainingen wordt o.a.

aandacht besteed aan de beantwoording van de volgende vragen:  Hoe herken je mensenhandel?  Wie zijn mogelijke slachtoffers van mensenhandel in onze gemeente/regio?  Wanneer kunnen zij in aanraking komen met gemeenten of andere professionals?  Wat vraagt dit van betrokken professionals/organisaties?  Hoe kan de expertise van betrokken ambtenaren of ketenpartners verbeterd worden? Slachtoffers van mensenhandel hebben unieke kennis die heel waardevol kan zijn bij het zorgen voor bewustwording enerzijds en het goed kunnen signaleren van vormen van mensenhandel anderzijds. Het is waardevol om deze ervaringsdeskundigen in te zetten bij trainingen over mensenhandel. Ervaringsdeskundigen weten waar zij als slachtoffer behoefte aan hebben (of hadden) en kunnen meedenken over mogelijke oplossingen. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling De verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: meldcode) is ook van toepassing op signalen mensenhandel. De meldcode geldt voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren: gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. Deze meldcode geldt dus bijvoorbeeld ook voor leraren, huisartsen en andere hulpverleners. 17

https://hetccv.nl/onderwerpen/mensenhandel/actieve-signalering. CoMensha heeft op haar website het opleidingsaanbod verzameld van verschillende organisaties en voor verschillende doelgroepen. https://www.comensha.nl/mensenhandel-academy 19 Zie ook: Aanpak Mensenhandel Bewustwording | Training | Opleiding - CoMensha - Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel 18

12

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

Aan de hand van vijf stappen kunnen professionals bepalen of zij hun vermoedens van huiselijk geweld, kindermishandeling of mensenhandel moeten melden bij Veilig Thuis en of er voldoende hulp kan worden ingezet. Cruciaal is dat men weet waar men met eventuele signalen terecht kan. Meldroute Omdat het van belang is dat signalen van mensenhandel laagdrempelig moeten kunnen worden gemeld, wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de reeds bestaande meldroutes. Medewerkers die onder de meldcode vallen, moeten beslissen of zij een melding doen bij Veilig thuis als er een vermoedelijk slachtoffer in beeld is. In situaties waarin geen specifiek slachtoffer te herkennen is, alsmede voor overige signalen mensenhandel die niet onder de meldcode vallen, is er de meldroute voor signalen ondermijning. Gemeenten kunnen daarnaast hun gemeentelijke webpagina inrichten met een meldpunt voor burgers waarin wordt verwezen naar de Politie, Arbeidsinspectie (NLA), Meld Misdaad Anoniem of CoMensha. Signalenroute Op de volgende pagina volgt een signalenroutekaart, waarin is opgenomen waar signalen over mensenhandel (veilig) gemeld kunnen worden. Het is de bedoeling dat alle signalen van mensenhandel binnen de gemeente (via een centraal meldpunt) terecht komen bij de gemeentelijke aandachtfunctionaris mensenhandel.

De betreffende aandachtfunctionaris verrijkt het signaal zo mogelijk en zet het signaal door naar de juiste ketenpartner(s). De signalenroutekaart laat de volgende vervolgstappen zien: Iedere gemeente zal ten minste één aandachtfunctionaris mensenhandel aanwijzen bij wie vermoedens van mensenhandel kunnen worden gebundeld (1. Bundelt). De aandachtfunctionaris verrijkt (2. Verrijkt) meldingen met aanvullende informatie (adresgegevens, eventuele eerdere interventies en overige informatie). Wanneer na verrijking van de melding de vermoedens van mensenhandel zijn versterkt, zet de aandachtfunctionaris acute meldingen door (3. Zet door) naar de Politie / AVIM, Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) en de zorgcoördinator mensenhandel, voor zover dat nog niet is gebeurd. Niet acute meldingen brengt de aandachtfunctionaris in bij het lokale signaal- /casusoverleg. Daarnaast brengt de aandachtfunctionaris de melding onder de aandacht van de (nog te benoemen) ketenregisseur, die op regionaal niveau de meldingen van mensenhandel verzamelt.

13

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

Signalenroutekaart

Vermoeden van mensenhandel

Meldpunt mensenhandel

Gemeentelijke Aandachtfunctionaris

1.Bundelt Lokaal

Adresgegevens

2.Verrijkt

Evt. eerdere interventies Overige informatie

3.Zet door

Niet Acuut

Acuut Politie/ AVIM

Lokaal signaal-/casusoverleg

Arbeidsinspectie (NLA)

Ketenregisseur mensenhandel

Slachtoffergerichte aanpak

Dadergerichte aanpak

Regionaal (Gld-Z)

Zorg coördinator

14

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

In de Waarden kan het signaal van mensenhandel worden besproken bij de ondermijningsoverleggen/casusbesprekingen van het Intergemeentelijke Projectteam (IGP). In de lokale ondermijningsoverleggen van Nijmegen en Tweestromenland kan het signaal van mensenhandel worden besproken op het niveau van het basisteam/gezagsdriehoek. Vanuit het lokale signaal-/casusoverleg zal worden bepaald of voor het signaal:   

alleen een zorgtraject noodzakelijk is (toeleiding naar zorgcoördinator, zij stemt zorgbehoefte af met het lokale veld); een zorg én strafrechtelijk traject noodzakelijk is (de zorgcoördinator neemt de zorg voor haar rekening, algehele procesregie op de casus ligt bij het Zorg- en Veiligheidshuis); Er sprake is van ondermijnende criminaliteit (in dat geval wordt de casus doorgeleid naar het Informatieplein van het RIEC);

In het geval van doorgeleiding van het signaal naar het Zorg- en Veiligheidshuis zal het signaal vallen onder het veiligheidshuisconvenant. In geval van doorgeleiding van het signaal naar het Informatieplein, dan is het RIEC convenant leidend. Eén overlegstructuur Vanuit een integrale Gelderland-Zuid brede aanpak van mensenhandel is het raadzaam om één overlegstructuur op te tuigen alwaar de signalen van mensenhandel worden besproken. Eén overlegstructuur kan mogelijke juridische belemmeringen hebben. Desondanks is het raadzaam om de ontwikkelingen binnen andere districten over dit onderwerp te volgen en voor het einde van 2022 te bezien of het haalbaar is om één overlegstructuur binnen Gelderland-Zuid op te tuigen en ook voor het einde van het jaar in de steigers te zetten. Ketenregisseur Voor het bevorderen van de regionale samenwerking en het voeren van de regie, is het wenselijk dat gemeenten samen één ketenregisseur aanstellen. De ketenregisseur vormt een belangrijke sleutelfiguur in de toekomstige regionale ketensamenwerking en heeft een aanjagende functie. De ketenregisseur is de verbindende schakel en het regionale aanspreekpunt. Hij/zij zorgt voor afstemming, legt problemen op tafel en ondersteunt de gemeentelijke aandachtfunctionarissen. Daarnaast werkt de ketenregisseur nauw samen met de zorgcoördinator en de aandachtfunctionaris.

De ketenregisseur en de zorgcoördinator zorgen er samen met de aandachtfunctionarissen voor dat de bestuurlijke aanpak van mensenhandel en de zorg en hulpverlening van slachtoffers regionaal goed worden geregeld. De ketenregisseur heeft de volgende taken: • zoeken naar overeenstemming op de gedeelde belangen van diverse (keten)partners; • onderkennen en benoemen van de verschillende taken, belangen en mogelijkheden van de diverse partners; • opstellen van een samenwerkingsconvenant indien nodig; • afstemmen van beleid en uitvoering tussen de partners; • sturen op het nakomen van afspraken; • adviseren over welke casussen worden ingebracht in het casusoverleg; • voorzitterschap van het casusoverleg;

15

Kader • • •

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

borgen van acties en interventies; stroomlijnen van informatievoorziening en communicatie; initiatief nemen voor de evaluatie en de monitoring van de beleidsvorming en -uitvoering in de keten.

Dit vraagt de volgende actie(s): Lokaal:  Inzetten op actieve signalering door middel van het aanbieden van trainingen.  Instellen van een centraal meldpunt waar signalen mensenhandel (intern) gemeld kunnen worden.  Burgers die signalen mensenhandel willen melden via de gemeentelijke webpagina doorgeleiden (extern).  Het aanstellen van één (of meerdere) gemeentelijke aandachtfunctionaris(sen) mensenhandel.  Een duidelijke lokale overlegstructuur voor zowel signaal- als casuïstiekbespreking, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de reeds bestaande tafels. Regionaal:  Samen met de regionale ketenpartners een regionale signalenroute(kaart) vaststellen.  Inzetten op één regionaal overlegstructuur.  De mogelijkheid verkennen voor het aanstellen en borgen van een regionaal opererende ketenregisseur.

Pijler 3: Integrale aanpak (preventief, repressief, dader, slachtoffer) Bij het voorkomen, signaleren, stoppen en hulp bieden bij mensenhandel zijn verschillende partijen betrokken. Die betrokken partijen zullen moeten samenwerken om tot een goed sluitende aanpak van mensenhandel te kunnen komen. Een integrale aanpak van mensenhandel ziet zowel op de slachtoffergerichte als op de dadergerichte aanpak en dient enerzijds een preventief doel en anderzijds een reactief doel. De Nationaal Rapporteur geeft dit in onderstaand beeld schematisch weer (zie bijlage 4):

16

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

Bron: Nationaal Rapporteur

Privacy Wanneer een signaal dusdanig is dat het aanleiding geeft om een casus te starten, dan wel vanuit zorg, dan wel vanuit veiligheid, wordt er privacygevoelige informatie gedeeld die geborgd dient te zijn. Zorgpartners kunnen hun signalen delen onder het Zorgconvenant van het Zorg- en Veiligheidshuis. Signalen gericht op de dadergerichte aanpak van mensenhandelaren, facilitators e.d. worden door de partners gedeeld onder het RIEC Convenant. Dadergerichte aanpak De dadergerichte aanpak ziet enerzijds op het voorkomen van daderschap (preventief), anderzijds op het signaleren en stoppen van bestaand daderschap en het bestraffen van daders (beiden reactief). Een uniform regionaal handhavingskader mensenhandel Gelderland-Zuid – thans nog niet ontwikkeld – moet voldoende aandacht besteden aan het inzetten van de bestuurlijke instrumenten en het opwerpen van barrières20. Op beleidsmatig niveau kan de daderaanpak worden versterkt door het opwerpen van barrières tegen daders èn faciliteerders en het versterken van proactief toezicht. Daarnaast kan met het hanteren van een uniform regionaal handhavingskader een waterbedeffect binnen de regio worden voorkomen. Het regionaal handhavingsprotocol seksbranche zou hierbij als voorbeeld kunnen dienen.

20

Het CCV heeft op hun website verschillende barrièremodellen staan waar gebruik van gemaakt kan worden.

17

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

Om bestaand daderschap te stoppen en daders te straffen kunnen bestuurlijke instrumenten worden ingezet. Dit kan complementair lopen aan een eventuele strafrechtelijke aanpak in het kader van opsporing of vervolging. Slachtoffergerichte aanpak De slachtoffergerichte aanpak kan worden versterkt door een regionale inzet van de zorgcoördinator mensenhandel. De zorgcoördinator draagt zorg voor het hulp- en ondersteuningsaanbod voor (vermoedelijke) slachtoffers van mensenhandel en vervult een belangrijke rol in de casusaanpak. Hij/zij werkt daarin nauw samen met de ketenregisseur mensenhandel en de gemeentelijk aandachtfunctionarissen, het lokale zorgdomein en de politie. Daarnaast draagt de zorgcoördinator zorg voor de regionale registratie en monitoring van slachtoffers mensenhandel. De rol van de zorgcoördinator wordt in pijler 4 nog verder besproken. Het voorkomen van herhaald dader- en slachtofferschap vraagt om aandacht voor resocialisatie. Om dit te bevorderen kan onder bepaalde condities bij verdenking van mensenhandel (of vermoedens van mensenhandel) zowel aan de voorkant (tijdens de behandeling van de strafzaak bij het OM) als aan de achterkant (in het kader van vervroegde invrijheidsstelling of bij gedragsbeperkende maatregel) reclasseringsadvies wordt ingewonnen. Daarnaast kan het opleggen van een locatieverbod en/of contactverbod worden overwogen.

Handhaving Handhaving is een belangrijk spoor in de aanpak van mensenhandel. Proactief toezicht houden bij risicobranches en risicogroepen en strafrechtelijk en bestuurlijke opvolging bij misstanden zijn hier voorbeelden van. Bestuursrecht en strafrecht zijn aanvullend aan elkaar en de samenwerking is onmisbaar in een effectieve aanpak. De politie heeft een toezichthoudende taak op grond van de vreemdelingenwetgeving en een opsporingstaak ter handhaving van de rechtsorde in de bestrijding van uitbuiting en mensenhandel. Daarnaast zijn zij ook aangewezen als toezichthouder op basis van de APV. Bestuursrechtelijke instrumenten kunnen (in tegenstelling tot strafrechtelijke instrumenten) vaak al eerder worden ingezet en barrières opwerpen. Een coöperatieve samenwerking tussen de gemeente, politie en justitie is hierbij van grote betekenis. Dit vraagt de volgende actie(s): Regionaal:  Convenant RIEC en Zorgconvenant ZVH Gelderland-Zuid (waar nodig) controleren en actualiseren.  Ontwikkelen van een regionaal handhavingskader mensenhandel Gelderland-Zuid.

Pijler 4: Zorg en opvang Zorgbeleid Slachtoffers hebben recht op zorg, opvang, begeleiding en ondersteuning. Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het opvang- en zorgaanbod voor specifieke groepen, waaronder de slachtoffers van mensenhandel. Gemeenten moeten zorgen voor passende opvang, ondersteuning en nazorg voor slachtoffers van mensenhandel in de gemeente. Gemeenten hebben een verantwoordelijkheid voor slachtoffers, die ingeschreven

18

Kader

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID

staan in hun gebied. Slachtoffers die niet ingeschreven staan, worden in principe ingeschreven in de gemeente waar ze zijn aangetroffen. Ook in internationale verdragen is vastgelegd dat slachtoffers van geweld in afhankelijkheid altijd hulp en opvang krijgen, ongeacht een eventuele verblijfstitel. Met het bieden van opvang wordt gerealiseerd, dat de acuut onveilige situatie voor het slachtoffer wordt opgeheven en slachtoffers de ruimte krijgen tot rust te komen voordat vervolgstappen gezet worden. Opvang Slachtoffers aangetroffen in de gemeente die rechtmatig in Nederland zijn en/of een tijdelijke verblijfstatus hebben, kunnen aanspraak maken op begeleiding en/of een opvangplek in de reguliere vrouwenopvang, die in elke veiligheidsregio gerealiseerd is, alsook in de enkele mannenopvangen, mits er geen sprake is van ernstige verslaving, heftige psychiatrische problematiek, een verstandelijke beperking of een combinatie hiervan. Slachtoffers van mensenhandel zonder verblijfstatus worden in principe opgevangen in de landelijk georganiseerde Categorale Opvang voor Slachtoffers van Mensenhandel (COSM). Er bestaan tevens enkele crisisopvangplekken, specifiek voor slachtoffers van arbeidsuitbuiting.

Minderjarige slachtoffers van mensenhandel worden vooral geholpen binnen het kader van de Jeugdwet en via instellingen van jeugdzorg, van waaruit ook opvangplekken voor minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting ( voorheen ‘loverboys’) beschikbaar zijn. Voor slachtoffers van mensenhandel die tevens kampen met multiproblematiek kan een gespecialiseerde opvang/behandelsetting meer geschikt zijn. Daarom hebben de gezamenlijke centrumgemeenten de opvang voor slachtoffers van mensenhandel met multiproblematiek (OMM) ingesteld. Er zijn 36 plaatsen beschikbaar voor slachtoffers van mensenhandel in deze categorie (denk aan slachtoffers met een verstandelijke beperking, GGZ problematiek, verslavingsachtergrond en/of met ernstige problemen op meerdere levensterreinen). Zorgcoördinator Ter ondersteuning van gemeenten wordt de zorgcoördinatie voor de hele regio ingekocht bij Moviera. Moviera heeft in de regio de expertise op de zorg voor slachtoffers van mensenhandel. Moviera behartigt de belangen van slachtoffers en coördineert de zorg vanuit het slachtoffer. Dit betreft maatwerk.

Een regionaal opererende zorgcoördinator mensenhandel (hierna zorgcoördinator) speelt een belangrijke rol bij de belangenbehartiging en het organiseren van een samenhangend hulp– en ondersteuningsaanbod aan slachtoffers van mensenhandel die in de eigen regio verblijven en de toeleiding van slachtoffers naar de juiste organisatie. De zorgcoördinator onderzoekt samen met het slachtoffer, waar hij/zij behoefte aan heeft en zet de hulpvragen uit naar de meest passende zorgorganisaties; zij monitort de uitgezette trajecten en stuurt bij, waar nodig. In Gelderland-Zuid is een zorgcoördinator actief, werkzaam bij Moviera. Moviera werkt landelijk samen met CoMensha en de zorgcoördinatoren uit andere regio’s. Regionaal wordt samengewerkt met verschillende ketenpartners in de zorg. De zorgcoördinator heeft de volgende taken: • het optimaliseren van het zorg- en ondersteuningsaanbod in de regio; • de toeleiding en coördinatie van de hulpverlening per (mogelijk) slachtoffer;

19

Kader • • • •

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID monitoring van de trajecten; het verstrekken van advies en informatie aan professionals passend bij de casuïstiek; informatievoorziening aan de cliënten; rapportage en terugkoppeling aan CoMensha.

Dit vraagt de volgende actie(s): Regionaal:  Borgen van de aanstelling van een regionaal opererende zorgcoördinator

Pijler 5: Verbinding zorg en veiligheid De gemeentelijke aandachtfunctionaris en de ketenregisseur spelen een cruciale rol in de verbinding tussen zorg en veiligheid. De gemeentelijke aandachtfunctionaris op lokaal niveau en de ketenregisseur op zijn/haar beurt op regionaal niveau. Van beide functionarissen wordt in de uitoefening van de functie verwacht dat zij de verbindende schakel zijn tussen zorg en veiligheid en deze waar nodig samenbrengen. Ook staan zij in zeer nauw contact met de zorgcoördinator. In de lokale en regionale uitwerking van de aanpak mensenhandel zal deze pijler nader worden uitgewerkt.

20

Kader BIJLAGE 1.

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID Artikel 273f Wetboek van Strafrecht

1. Als schuldig aan mensenhandel wordt met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie gestraft: 1°. degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen; 2°. degene die een ander werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; 3°. degene die een ander aanwerft, medeneemt of ontvoert met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling; 4°.

degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt of beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar te stellen dan wel onder de onder 1° genoemde omstandigheden enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar stelt; 5°. degene die een ander ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling of zijn organen tegen betaling beschikbaar te stellen dan wel ten aanzien van een ander enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van die handelingen of zijn organen tegen betaling beschikbaar stelt, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; 6°. degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander; 7°. degene die opzettelijk voordeel trekt uit de verwijdering van organen van een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat diens organen onder de onder 1° bedoelde omstandigheden zijn verwijderd; 8°.

degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met of voor een derde tegen betaling of de verwijdering van diens organen tegen betaling, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; 9°. degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt dan wel beweegt hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde of van de verwijdering van diens organen. 2. Uitbuiting omvat ten minste uitbuiting van een ander in de prostitutie, andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen of verplichte arbeid of diensten, met inbegrip van bedelarij, slavernij en met slavernij te vergelijken praktijken, dienstbaarheid en uitbuiting van strafbare activiteiten. 3. De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien: 1°. de feiten, omschreven in het eerste lid, worden gepleegd door twee of meer verenigde personen; 2°. degene ten aanzien van wie de in het eerste lid omschreven feiten worden gepleegd een persoon is die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel een ander persoon is bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt; 3°. de feiten, omschreven in het eerste lid, zijn voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld. 4.

Indien een van de in het eerste lid omschreven feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, wordt gevangenisstraf van ten hoogste achttien jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. 5. Indien een van de in het eerste lid omschreven feiten de dood ten gevolge heeft, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. 6. Onder kwetsbare positie wordt mede begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan. 7. Artikel 251 is van overeenkomstige toepassing.

21

Kader BIJLAGE 2.

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID Wettelijk kader

Internationaal:  Het Palermo Protocol, een VN-protocol inzake preventie, bestrijding en bestraffing van mensenhandel uit 2000;  De Europese richtlijn, een richtlijn uit 2011 van het Europees parlement en de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers;  Verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van mensenhandel uit 2005;  Het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM);  Het Istanboel Protocol, over effectief onderzoek en documentatie van marteling en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of straf, is de eerste verzameling internationale richtlijnen voor de documentatie van marteling en de gevolgen daarvan. Nationaal:  In artikel 19 van de Grondwet staat dat elke Nederlander een vrije keuze heeft in arbeid. Ook wordt er benoemd welke regels er bestaan ter bescherming van mensen tijdens hun werk.  Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de zorg en opvang van hun burgers en dus ook voor slachtoffers van mensenhandel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet.  Gemeenten hebben een wettelijke bevoegdheid in het reguleren van exploitatie van bedrijfsmatige prostitutie.  Andere wetgeving die kaders bieden voor de aanpak van mensenhandel door de gemeenten vloeien voort uit de Huisvestingswet en Wet werk- en inkomen.

22

Kader BIJLAGE 3.

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID Het Kader voor de aanpak van mensenhandel volgens VNG

23

Kader BIJLAGE 4.

KADER AANPAK MENSENHANDEL GELDERLAND - ZUID Integrale aanpak volgens de Nationaal Rapporteur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=26ecac82-cb5e-4ece-9fbd-145bc80a6637