CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Regionaal Risicoprofiel 2024

Raad openbaar Wijchen 26 oktober 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 132738 Beslisnota Zienswijze RBP en RRP 2024-202726.498 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Verstoring van de elektriciteitsvoorziening kan op verschillende manier plaatsvinden. 1. Schade in of aan het netwerk: Oorzaken hiervan kunnen zijn: graafwerkzaamheden, technisch falen of menselijk falen. 2. Automatische afschakeling: Door onbalans in het Europese netwerk kan het netwerk zich automatisch afschakelen om schade aan het netwerk te voorkomen. 3. Gepland afschakelen: Bij hoge temperaturen is het mogelijk dat de productie eenheden niet over voldoende koelwater beschikken, zij moeten dan hun productie verlagen. Dit kan betekenen dat er niet meer voldaan kan worden aan de vraag uit het netwerk. TenneT zal namens het ministerie van Economische Zaken leidend zijn bij het afschakelproces. Aan de regionale netbeheerders (zoals Liander) zal worden opgedragen hoeveel Megawatt en voor welke tijdsduur zij moeten afschakelen. De prioriteitstelling bij afschakelen die wordt gehanteerd binnen de regionale netbeheerders is als volgt: 1. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid (waaronder ziekenhuizen en zorginstellingen). 2. Kritische processen industrie (i.v.m. milieu en onherstelbare schade), Nuts - en basisvoorzieningen (drinkwater, waterhuishouding, riolering, communicatie). 3. Overige industrie, openbare gebouwen, bedrijven en consumenten.

Scenario: verstoring elektriciteitsvoorziening In de winterperiode wordt in de nachtsituatie de infrastructuur voor elektriciteit beschadigd waardoor een deel van Gelderland-Zuid wordt getroffen door uitval van de elektriciteit. Hierbij zijn 20.000 huishoudens betrokken. Het dagelijks leven wordt door de uitval sterk verstoord. Veel mensen stranden in de ochtendspits, omdat het openbaar vervoer per spoor stilvalt en verkeerslichten uitvallen. Thuis en op kantoor doen radio en tv het niet meer; computers vallen uit (en daarmee internetverbindingen); vaste en mobiele telefonie raken ontregeld; de verwarming doet het niet meer; betaalautomaten werken niet meer; melkmachines werken niet; productieprocessen worden onderbroken; thuisdialyse apparaten doen het niet meer, etc. Herstel van de stroomlevering zal in het getroffen gebied ca. 3-4 dagen duren. Hiervoor wordt een groot beroep gedaan op het improvisatievermogen van de regionale netwerkbedrijven. Het netwerk is na het herstel nog kwetsbaar, waardoor de elektriciteitsvoorziening zo nu en dan nog uit kan vallen. Volledig herstel van de infrastructuur kan maanden duren. Onder een deel van de bevolking breekt onrust uit, omdat op voorhand niet exact is te zeggen hoe lang de verstoring duurt. Verder is er gebrek aan primaire levensbehoeften omdat de meeste voorzieningen zijn uitgevallen.

De politie voert extra surveillance uit in de regio. De meeste zorginstellingen schakelen over op generatoren, met name de thuiszorg is een aandachtspunt14. Andere vitale sectoren zijn datacenters, hulpbehoevenden en industrie met kritische processen. De impact van niet kunnen pinnen en betalen met pin is aanzienlijk.

14

Alleen ziekenhuizen zijn verplicht tot het hebben van een noodstroomvoorziening. Voor alle andere zorginstelling is dit niet verplicht en dus de vraag. Als zij al over een installatie beschikken is deze meestal slechts voor enkele uren toegerust. 48

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.14 – Beoordeling scenario ‘Uitval elektriciteitsvoorziening’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1

Doden

2.2

Ernstig gewonden en chronische zieken

2.3 3.1

Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften Kosten

4.1

Langdurige aantasting natuur en milieu

5.1

Verstoring van het dagelijkse leven

5.3

Sociaal psychologisch impact

6.1

Aantasting cultureel erfgoed

C C A A

Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 4 jaar

Score C

B B C

4.2 Verstoring drinkwatervoorziening Vanuit de handreiking risicoprofiel worden onder het crisistype 'verstoring drinkwatervoorziening' de volgende incidenttypen benoemd: • Uitval drinkwatervoorziening; • Problemen waterinname; • Verontreiniging in drinkwaternet. De openbare drinkwatervoorziening in Nederland is een specifiek terrein van overheidszorg. De productie en distributie van betrouwbaar drinkwater is opgedragen aan de waterleidingbedrijven. Deze opdracht is vastgelegd en geborgd in de Drinkwaterwet en VROM Inspectie ziet toe op de uitvoering ervan. In Gelderland is Vitens NV verantwoordelijk voor de drinkwatervoorziening. Drinkwater is naast een primaire levensbehoefte voor mens ook van groot belang voor andere doeleinden. Drinkwater wordt ook gebruikt voor de industrie, recreatie, landbouw en in het kader van de rampenbestrijding ook als brandblusvoorziening voor de brandweer en bedrijven. Anticiperend op de drinkwaterwet gaat Vitens in risicoanalyse uit van onderstaande groepen van referentiedreigingen: • Natuurrampen; • Technisch en organisatorisch falen; • Bewust kwaadwillend menselijk handelen.

In de risicoanalyse van het technisch en organisatorisch falen in de drinkwatervoorziening wordt onderscheidt gemaakt in: • Uitval van een element (productiebedrijf, leiding) dat binnen 24 uur is verholpen; • Uitval van een element (productiebedrijf, leiding dat niet binnen 24 uur is verholpen; • Stroomstoring. Spreiding over de regio De productie en winning van drinkwater in het Rivierengebied in Gelderland gebeurt vanuit acht productiebedrijven. Er wordt enkel grondwater gebruikt voor de drinkwaterproductie. De distributie van drinkwater gebeurt via een uitgebreid leidingnetsysteem. Zo heeft elk productiebedrijf in beginsel een door middel van scheidingsafsluiters, afgebakend voorzieninggebied (balansgebied). Hierbinnen bevinden zich reservoirs, watertorens, opjagers (mobiele druk verhogende pompinstallatie) etc. om een samenhangend en goed functionerend (besturings)systeem te krijgen (figuur B4.8). 49

0. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

productiebedrijf Heumensoord (A-locatie*¹) productiebedrijf Fikkersdries (A-locatie*¹, VGGM) productiebedrijf Muntberg productiebedrijf Druten. productiebedrijf Velddriel productiebedrijf Kolff productiebedrijf Culemborg

7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

productiebedrijf Zoelen hoog reservoir Kwakkenberg reservoir Bemmel reservoir Beuningen. reservoir Geldermalsen watertoren Berg en Dal watertoren Zaltbommel

*¹) A-locatie, Beveiligings Afstemming Vitens Overheid (BAVO)

Figuur B4.8 – Overzicht drinkwaterlocaties Vitens

In 2010 is een convenant getekend tussen Vitens, de veiligheids- en politieregio Gelderland-Zuid. Doelstelling van het convenant is om op landelijk niveau tussen de regio en de drinkwaterbedrijven tot eenduidige afspraken te komen. Het convenant is een landelijk kader voor afspraken op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing, herstel bij drinkwater gerelateerde incidenten en bescherming van kwetsbare drinkwaterlocaties. Jaarlijks vinden accountgesprekken plaats. Calamiteiten drinkwatervoorziening Het calamiteitenplan van Vitens geeft invulling aan de wijze van optreden bij calamiteiten binnen en buiten kantoortijden. Er staat in beschreven hoe de calamiteitenorganisatie is opgebouwd in het geval van een calamiteiten en/of rampen, inclusief verantwoordelijkheden en bevoegdheden van functionarissen; • de acties/handelingen van de verschillende functionarissen die dan een rol spelen; • de beschikbare middelen voor de organisatie in deze omstandigheden. Het plan is vooral bedoeld om een effectieve en eenduidige reactie van de organisatie te waarborgen op calamiteiten die leiden tot de aanpassing van waterverdeling. Bij uitval van één van de productiebedrijven kunnen de resterende aangepast ingezet worden, zodat de effecten op de drinkwaterlevering zo klein mogelijk gehouden kunnen worden.

50

Vitens onderscheid in haar calamiteitenplan de volgende indeling voor de verstoring van drinkwatervoorziening. Tabel B4.15 – Indeling voor verstoring drinkwatervoorziening

Wel water

Geen water

Drinkwater, drukprobleem Geen drinkwaterkwaliteit Dreiging* Uitval productie Uitval distributie Bewust drukloos

*) Hierbij moet onder meer worden gedacht aan terreurdreiging, extreme weersomstandigheden (weeralarm), bosbrand, overstromingsdreiging, uitbraak grootschalige veterinaire ziekten, grieppandemie, te verwachten capaciteitsproblemen bijvoorbeeld als gevolg van extreem hoog drinkwaterverbruik.

Wel water Bij het type verstoring, genaamd drinkwater, drukprobleem hebben we te maken met een verstoring, waarbij de druk is weggevallen, maar het te leveren water voldoet aan de gestelde drinkwaterkwaliteitseisen. Bij het type verstoring geen drinkwaterkwaliteit gaat het om vele oorzaken, die kunnen leiden tot het niet voldoen aan de drinkwaterkwaliteitseisen. Op hoofdlijn is dat een (micro-)biologische, chemische of nucleaire besmetting van het drinkwater. Die kan van terroristische aard zijn, maar ook een storing in het zuiveringsproces kan leiden tot een niet geplande waterkwaliteitsverandering. Het niet kunnen gebruiken van drinkwater heeft een grote impact en kan leiden tot een ontwrichting van de samenleving. De reactie vanuit Vitens zal dan ook bestaan uit een hoog opschalingniveau, het informeren van de Veiligheidsregio en in samenhang met de Veiligheidsregio maatregelen treffen om zo snel mogelijk een vorm van drinkwatervoorziening te realiseren. Bij het type "verstoring" dreiging is er sprake van mogelijke uitval van de watervoorziening doordat deze beschadigd kan raken door een natuurramp als bijvoorbeeld een naderende storm (weeralarm). Een andere dreiging kan een bedreiging zijn vanuit terroristisch oogpunt (alertering). Geen water Het type verstoring uitval productie heeft voornamelijk een oorzaak van technische aard binnen een productielocatie.

Ook kan een natuurramp (bijvoorbeeld een (bos-)brand) de oorzaak zijn van het uitvallen van de voorziening, net als het uitvallen als gevolg van een terroristische actie (moedwillige verstoring door bewust menselijk handelen). De effecten kunnen merkbaar kunnen zijn voor grote groepen klanten waardoor de impact groot is, vergelijkbaar met het hierboven beschreven “niet kunnen gebruiken van drinkwater”. Het type verstoring uitval distributie heeft een oorzaak in het kapot gaan of een lekkage van een leiding. De effecten van dit type verstoring zijn divers en kunnen variëren van geen effect tot een zeer groot effect. In bepaalde situaties is het afsluiten van het drinkwater een goede oplossing. Dit gebeurt: • Indien gebruik van het drinkwater aantoonbaar acuut (levens)gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Het gebied wordt dan geïsoleerd, waarbij in het uiterste geval gehele pompstations worden afgeschakeld. • In geval van (dreigende) wateroverlast (overstroming/inundatie, hevige neerslag of lekkage nabij pompstations) kan een pompstation preventief worden afgeschakeld. Bij uitval van drinkwatervoorzieningen moet aandacht zijn voor het volgende: • Water koken is niet altijd de oplossing bij bacteriologische besmettingen. Bij thermostatische exotoxines (uitscheiding van bacteriën, bijv. salmonella) wordt door het koken niet het gif in de uitscheiding vernietigd.

• De verstrekking van nooddrinkwater kan ook leiden tot verstoring openbare orde (ervaring GrootBrittannië).

51

4.2.3

Verstoring drinkwatervoorziening door een verontreiniging in het drinkwaternet

Scenario: uitval drinkwatervoorziening In de scenario-uitwerking is gekozen voor een kwaliteitsprobleem in de drinkwatervoorziening: verontreiniging van het uitgaand reinwater door besmetting waardoor consumptie niet meer mogelijk is (waarschijnlijk is een E colibacterie). Het scenario speelt zich af in de zomer, wanneer de temperatuur relatief hoog is en huishoudens in verhouding meer behoefte aan drinkwater hebben. In dit scenario gaan we ervan uit dat er daadwerkelijk een ziekteverwekker in het drinkwater aanwezig is. De eerste ziektegevallen als gevolg van het drinken van het (besmette) water melden zich bij de huisarts. Vooral mensen die al een verminderde weerstand hebben, worden ziek (buikloop e.d.). Het besmette water is mogelijk naar ongeveer 20.000 huishoudens gegaan. Het scenario speelt zich met name in de eerste 24 uur af, in deze periode bereikt het verontreinigde water de huishoudens. De levering van water gaat wel door. Vitens gaat over op het chloreren van water en geeft een kookadvies af; het uit de kraan komende (besmette) drinkwater kan wel gebruikt worden als drinkwater nadat het gekookt is. In het scenario wordt niet specifiek ingegaan op de volksgezondheidseffecten. Dit behoort bij een ander crisistype. Niet iedereen draagt kennis van het kookadvies. Vitens zet zich in om in principe iedereen op de hoogte te brengen van het kookadvies.

Het is niet duidelijk wanneer het drinkwater weer van de juiste kwaliteit is. Vitens informeert de getroffen gemeenten en de Veiligheidsregio over de kwaliteitsproblemen. Vitens overweegt in dit geval niet de inzet van nooddrinkwater, er is immers drinkbaar water. Een uitrol van een nooddrinkwatervoorziening is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en besluit van Vitens en de getroffen gemeenten. De betrokken gemeenten dragen daarbij zorg voor aangewezen en ingerichte uitgifteplaatsen. Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.16 – Beoordeling scenario ‘Uitval drinkwatervoorziening’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1 Doden B (Vervroegd overlijden van kwetsbaren) 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken B (Ernstig zieken i.p.v. gewonden; aandachtspunt zijn mensen die al bekend zijn met een chronische aandoening) 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften 3.1 Kosten A 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven A 5.3 Sociaal psychologisch impact A 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Score Kans op gebeurtenis per 4 jaar C

52

4.4 Verstoring telecommunicatie en ICT Telecommunicatie en ICT zijn in onze samenleving onmisbaar. Het wegvallen van deze voorzieningen heeft een brede impact op ons maatschappelijk functioneren. Ziekenhuiszorg, vitale infrastructuur, pinverkeer en verkeersmanagement zijn voorbeelden van voorzieningen die bij een dergelijke verstoring in de knel komen. Daarbij zijn veel calamiteitenorganisaties in toenemende mate afhankelijk van telecommunicatie en ICT. Het communicatiesysteem C2000 en het alarmnummer 112 worden ook gefaciliteerd door telecommunicatie/ICT netwerken. Belangrijke criteria waar rekening mee moet worden gehouden vanuit het oogpunt van continuïteit zijn: • De verwevenheid van de voorzieningen/netwerken (ook met andere vitale voorzieningen); • De veelheid van aanbieders in de keten en de onderlinge afhankelijkheid/gelaagdheid (en daarmee moeilijk inzicht in gevolgen); • De keteneffecten die mogelijke verstoringen te weeg zullen brengen (en het gebrek aan awareness hieromtrent); • Afnemende maatschappelijke acceptatie van verstoringen. De aanloop naar een verstoring van telecommunicatie en ICT kan sterk uiteenlopen qua aard. Uitval kan ontstaan door technische storingen maar ook door invloeden van buitenaf (zoals terrorisme). Dit is belangrijk voor het bepalen van de continuïteit van en de integriteit van het netwerk.

Voor het scenario in dit risicoprofiel wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de (effecten van) de landelijke uitwerking.

4.4.1

Verstoring telecommunicatie en ICT

Scenario In het landelijke scenario wordt uitgegaan van een ingrijpende verstoring van het telecom/ICT netwerk. Op regionaal niveau betekent dit zo’n 100.00 aansluitingen. Omdat het netwerk gebruikt wordt voor zowel dataverkeer als telefonie is het incident direct in heel Nederland merkbaar. Bedrijven en burgers zitten zonder internet en telefoon. Ook het mobiele telefoonverkeer is getroffen. De netwerken van sommige providers functioneren nog. Echter, ze zijn slechts beperkt bruikbaar, doordat de netwerken eilanden vormen: binnen het netwerk is communicatie mogelijk, maar voor diensten als internet is ook het oude netwerk afhankelijk van het IP netwerk dat de backbone verzorgt. In het getroffen gebied is alle vaste communicatie verstoord, en ook van mobiele communicatie, behalve aan de randen, waar gebruik kan worden gemaakt van mobiele sites die op andere netwerkdelen zijn aangesloten. Omdat betalingsverkeer niet meer mogelijk is sluiten winkels hun deuren. Handel op de beurs is niet mogelijk, hetgeen tot veel economische schade lijdt. Veel organisaties in Nederland zijn afhankelijk van het IP netwerk en moeten hun werkzaamheden daarom noodgedwongen staken. Telefonie is niet beschikbaar, waardoor de communicatie bemoeilijkt wordt. Er ontstaat hierdoor onrust onder de bevolking.

Niet alleen kan er niet meer worden getelefoneerd, maar ook de digitale televisie is in het getroffen gebied uitgevallen. De mensen weten hierdoor niet meer waar ze aan toe zijn. Omdat C2000 wordt ondersteund door telecommunicatie/ICT netwerken, zal de communicatie tussen hulpdiensten in ernstige mate worden verstoord of niet mogelijk zijn. Ook is het alarmnummer 1-1-2 alleen nog te gebruiken via andere mobiele aanbieders wiens netwerk in het getroffen gebied nog wel functioneert. Het is dus voor burgers mogelijk dat er op deze wijze geen meldingen van incidenten en ongevallen kunnen worden gedaan. De politie surveilleert extra om ongelukken en ongeregeldheden zelf te constateren, de brandweer kan kazernes bezetten om meldingen aan te nemen en te kunnen optreden. In kritieke situaties duurt het echter veel langer voor de benodigde hulp gealarmeerd wordt en ter plaatse komt. De oorzaak van de verstoring is over het algemeen vrij snel op te sporen. Het herstel van een dergelijke uitval kan afhankelijk van de precieze uitval en de complexiteit ervan wel tot enkele dagen of een week uitlopen. Het resultaat is een mogelijk langdurige uitval en daardoor grote maatschappelijke onrust en zeer grote economische schade. 53

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.17 – Beoordeling scenario ‘Verstoring telecommunicatie en ICT’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1

Doden

2.2

Ernstig gewonden en chronische zieken

2.3 3.1

Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften Kosten

4.1

Langdurige aantasting natuur en milieu

5.1

Verstoring van het dagelijkse leven

5.3

Sociaal psychologisch impact

6.1

Aantasting cultureel erfgoed

C C C -

Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 4 jaar

Score B

54

B C -

5

Verkeer en Vervoer

Binnen het maatschappelijk thema "Verkeer en vervoer" valt een aantal crisistypen. Sommige daarvan zijn voor Gelderland-Zuid niet relevant en worden niet uitgewerkt. De crisistypen die niet afvallen zijn in de paragrafen hierna uitgewerkt. 1. Luchtvaartincidenten - deze zijn niet relevant, er is geen luchthaven (start- of landingsbaan). Wel is er sprake van een laagvlieggebied voor militaire helikopters en propellervliegtuigen in Gelderland-Zuid, dat door een aantal gemeenten als risicobron wordt gezien. De mogelijke gevolgen van een incident dat hieruit voort kan komen, worden beschreven in de scenario's 'uitval elektriciteitsvoorziening', 'incident met brandbare stof', 'brand in dichte binnenstad' of 'grote brand in gebouwen met verminderd zelfredzamen'. Daarom wordt deze risicobron niet separaat verder uitgewerkt. 2. Incidenten op of onder water - deze zijn relevant en worden hierna verder uitgewerkt 3. Verkeersincidenten op het land - deze zijn relevant en worden hierna verder uitgewerkt 4. Incidenten in tunnels - deze zijn niet relevant, er zijn geen tunnels in de regio. 5.2 Incidenten op of onder water Conform de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel worden hierbij de volgende incidenttypen onderscheiden: 1.

incident waterrecreatie en pleziervaart: Dit incidenttype is relevant in Gelderland-Zuid; er zal een scenario voor worden uitgewerkt, gecombineerd met incidenttype 2. 2. incident beroepsvaart (anders dan met gevaarlijke stoffen) Dit incidenttype is relevant in Gelderland-Zuid; er zal een scenario voor worden uitgewerkt, gecombineerd met incidenttype 1. 3. incident op ruim water Er is geen ruim water in Gelderland-Zuid. Dit incidenttype zal niet verder worden uitgewerkt. 4. grootschalig duikincident: Er is in Gelderland-Zuid geen sprake van grootschalige duikactiviteiten. Dit incidenttype zal niet verder worden uitgewerkt. Er is in Gelderland-Zuid sprake van waterrecreatie en pleziervaart (rondvaartboot) op het waterwegennet. Er is een stijging in het aantal bewegingen waargenomen met een toename op incidenten op het water met o.a. (snelle) waterscooters. Daarnaast worden de vaarwegen gebruikt voor beroepsvaart. Laatste jaren is er een toename te zien van verdrinkingen in o.a. de grote rivieren. Veelal betreft het niet-Nederlanders welke niet of nauwelijks kunnen zwemmen (asielzoekers – Oost-Europese arbeiders etc.) Binnen het crisistype incidenten op of onder water is een onderscheid gemaakt naar incidenten waarbij de pleziervaart en incidenten waarbij de beroepsvaart is betrokken.

In tabel B4.18 staat het aantal geregistreerde significante scheepsongevallen van de periode 2012-2018 op de vaarwegen die zich (deels) in Gelderland-Zuid bevinden15,16. De onderverdeling op beroepsvaart en recreatievaart is alleen beschikbaar voor een traject als geheel en niet voor de individuele vaarwegen die deel uitmaken van het traject. 15

RWS database, aantal significante incidenten, exc. recreatievaart (Rijkswaterstaat, 2018)

16 Onder significante scheepsongevallen wordt verstaan: een ongeval waarbij 1) door schade aan vaartuig(en) verder varen

niet meer mogelijk is, 2) lading verloren wordt, 3) de vaarweg langer dan 1 uur gestremd wordt, 4) er gevolgen voor het milieu zijn, 5) er sprake is van ernstig gewonden, doden of vermisten of 6) vanwege vaarwegschade binnen 7 dagen herstelwerkzaamheden noodzakelijk zijn 55

Tabel B4.18.a – Aantal significante scheepsgevallen op de voor Gelderland-Zuid relevante vaarwegen in de periode 2007-2017.

Gelderland-Zuid

2007 15

2008 6

2009 8

2010 15

2011 6

2012 13

2013 12

2014 12

2015 14

2016 12

2017 10

Binnenvaartzeevaart

Totaal

1

59 1

Tabel B4.18.b - Aantal significante scheepvaartongevallen Gelderland-Zuid 2012-2018

Waal MaasWaalkanaal Nederrijn

Alleen Binnen vaart 44 1 6

Alleen overige vaart 3

Alleen recreatie vaart 8

Alleen werk- en dienstvaart 2

Binnenvaart -overige vaart 1

Binnenvaartrecreatie vaart 0

1

7

Er is een Incidentbestrijdingsplan vaarwegen Oost-Nederland beschikbaar. Het werkingsgebied van het Incidentbestrijdingsplan bevat op hoofdlijnen de volgende wateren: Waal, Boven Rijn, Lek, IJssel, gedeelte van het Twentekanaal, Zwartewater en Meppelerdiep.

Figuur B4.9 - Werkingsgebied van Incidentbestrijdingsplan vaarwegen Oost-Nederland

Als één van de typerende locaties is Nijmegen-centrum genoemd als grote stad langs een drukke vaarroute. Het risicodiagram is weergegeven in onderstaande figuur waarin de scenario's inclusief kans/waarschijnlijkheid en effect/impact zijn opgenomen. Op basis van dit risicodiagram is het scenario “mens in nood” met “verontreiniging” geselecteerd.

56

Totaal 123

Figuur B4.10 - Scenario's voor vaarroute nabij Nijmegen-centrum

5.2.1 Incidenten op of onder water: waterrecreatie en pleziervaart 5.2.2 Incidenten op of onder water: beroepsvaart Scenario “Incident op het water” Een rondvaartboot met aan boord minimaal 100 personen (gedeeltelijk niet-zelfredzaam) komt in aanvaring met een vrachtschip. Hierbij komen ook schadelijke stoffen voor het milieu vrij (stookolie). Het passagiersschip dreigt te zinken. De opvarenden moeten z.s.m. in veiligheid worden gebracht en/of gered. Enkele passagiers van de rondvaartboot zijn zwaar gewond geraakt door de botsing en hebben meerdere botbreuken en snijwonden. Eén passagier komt als gevolg van de botsing te overlijden. Grotere aantallen slachtoffers moeten worden opgevangen en verzorgd. Hierbij raken 10 personen lichtgewond. Opkomsttijd van de hulpdiensten is geheel afhankelijk van locatie. Bij de kade van Nijmegen is de opkomsttijd 8 minuten voor de brandweer en 15 minuten voor de ambulance. De eventuele blusboot is in 15 minuten inzetbaar (vanaf Nijmegen). De schipper van de rondvaartboot slaagt erin de boot aan de grond te zetten. Evacuatie wordt gedaan door schepen van politie, Rijkswaterstaat en brandweer. De afdrijvende stookolie dreigt op de oevers terecht te komen. Ter voorkoming hiervan legt Rijkswaterstaat oil booms op het water.

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.19 – Beoordeling scenario ‘Incident op het water’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1 Doden A 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken B 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 Kosten B 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu B 5.1

Verstoring van het dagelijkse leven

-

5.3 6.1

Sociaal psychologisch impact Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 4 jaar

C (tijdsduur tot herstel) Score C

57

5.3 Verkeersincidenten op het land Conform de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel worden hierbij de volgende incidenttypen onderscheiden: 1. incident wegverkeer 2. incident treinverkeer Bij een verkeersongeval op het land kan gedacht worden aan een groot ongeval op de weg of het spoor waarbij veel slachtoffers betrokken zijn (brand in een touringcar, kettingbotsing, treinbrand of botsing met passagierstrein). Ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen zijn eerder in dit document beschreven. Wegverkeersongevallen op het land, met grotere aantallen slachtoffers (>20 personen) kunnen door diverse oorzaken plaatsvinden bijvoorbeeld door slechte weersomstandigheden zoals dichte mist en plotselinge gladheid op de weg. Op het spoor kan bijvoorbeeld door een rood sein passage een botsing plaatsvinden tussen twee treinen, bijvoorbeeld een rangerende trein en een passagierstrein. In het algemeen is de kans op een spoorincident met name aanwezig ter hoogte van wissels (botsingen, ontsporingskans bij wissels). Op basis van de statistieken is gekozen voor de uitwerking van een scenario incident wegverkeer als relevant incidenttype verkeersongeval op het land. 5.3.1 Incident wegverkeer Er is een dalende trend in het aantal ongevallen in Gelderland-Zuid. Het aantal dodelijke slachtoffers schommelt rond een gemiddelde van 30-35.

Het aantal ziekenhuisopnames na een ongeval wegverkeer vertoont sinds 2002 een dalende trend. Er zijn geen onderscheidende 'black spots' (locaties met een verhoogde ongeval-frequentie) in Gelderland-Zuid. De A2 tussen Culemborg en Geldermalsen en een stukje A15 direct ten noorden van Nijmegen, tevens de A73 en de A50 zijn wegen waar het voorkomt dat extreem verkeer (drukte) samenvalt met extreem weer (zeer dichte mist). Dit is mogelijk een aandachtspunt vanwege een hogere kans op ongevallen. Scenario: incident wegverkeer In de avondperiode treedt op een 4-baans Rijksweg plotseling dichte mist op, waardoor een aantal bestuurders sterk snelheid verminderen. Door het slechte zicht kunnen niet alle automobilisten op tijd remmen. In eerste instantie ontstaat op een rijbaan een kettingbotsing, waarbij 15 auto's en 2 vrachtwagens betrokken zijn. Direct na de kettingbotsing vliegen 4 auto's en één van de vrachtwagens in brand. De chauffeur van 2 auto's en van de vrachtwagen weten niet te ontkomen. In 4 andere auto's zitten mensen bekneld geraakt die door de brandweer bevrijd moeten worden, hiervan zijn 4 inzittenden (zwaar) gewond. In de overige betrokken auto's zijn zes licht gewonden. De slachtoffers worden naar verschillende ziekenhuizen in de omgeving gebracht. De personen die ongedeerd beleven worden opgevangen in een hiervoor ingerichte opvanglocatie.

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.20 – Beoordeling scenario ‘Incident wegverkeer’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied A 2.1 Doden B 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken C 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften 3.1 Kosten B 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven 5.3 Sociaal psychologisch impact C 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Score Kans op gebeurtenis per 4 jaar E 58

5.3.2 Incident treinverkeer In het algemeen is de kans op een incident bij spoor met name aanwezig ter hoogte van wissels. Er kan bijvoorbeeld door een roodseinpassage een botsing plaatsvinden tussen een rangerende trein en een passagierstrein. Ook kan een trein ontsporen ter hoogte van wissels. Op basis van de Trendanalyse 2008 van IVW (toenmalige Inspectie Verkeer en Waterstaat, tegenwoordig: Inspectie Leefomgeving en Transport) voor spoorongevallen en de door ProRail jaarlijks opgeleverde spoorrisicoprofielen kan echter worden afgeleid dat in de afgelopen jaren geen grote ongevallen op het spoor binnen de regio Gelderland-Zuid hebben plaatsgevonden. Ook de trend voor de komende jaren lijkt positief. Op basis van deze informatie is besloten geen specifiek scenario uit te werken voor incidenten op het spoor. In de periode tussen 1965 en 2005 vonden 5 relatief kleine treinongevallen plaats in regio Gelderland-Zuid. Op basis van de statistieken van ProRail en de Trendanalyse van IVW betreffen de incidenten Treinverkeer met name suïcides en incidenten bij overwegen.

59

6

Gezondheid

Binnen het maatschappelijk thema "Gezondheid" valt een tweetal crisistypen. Het gaat om de volgende typen: • Bedreiging volksgezondheid; Het betreft hier (plotselinge) gebeurtenissen, inzichten in of vermoedens over een directe bedreiging van de gezondheid van een grote groep personen, echter zonder veel ziektegevallen. • Epidemie. Hieronder verstaat men een uitbraak van een ziekte, soms met onbekende oorzaak. Veelal is er sprake van een infectieziekte. Een wereldwijde epidemie (een pandemie) valt hier ook onder. De grieppandemie is hier een goed voorbeeld van. De GGD, en in het bijzonder de afdeling Infectieziektebestrijding van de GGD, heeft jarenlange ervaring met epidemieën op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Hierbij wordt gebruik gemaakt van landelijke richtlijnen per ziektebeeld. Deze zijn opgesteld door het RIVM. 6.1 Bedreiging volksgezondheid Een bedreiging van de volksgezondheid kan gaan om gezondheidsklachten bij een groot aantal personen ten gevolge van een gemeenschappelijke oorzaak. Het kan ook gaan om een bedreiging ten gevolge van het vrijkomen van giftige stoffen na een incident, dit wordt echter elders behandeld. In de landelijke Handreiking worden voor het crisistype 'bedreiging volksgezondheid' de volgende incidenttypen uitgewerkt: 1. besmettingsgevaar via contactmedia; 2. feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen; 3.

besmettelijkheidgevaar vanuit buitenland; 4. besmettelijkheidgevaar in eigen regio; 5. dierziekte overdraagbaar op mens. Al deze incidenttypen kunnen uitmonden in het crisistype ziektegolf. Met name dan zal het incident grote impact hebben op de regio. Voor de collectieve preventieve zorg rond infectieziekten en de kwaliteit van voedingsmiddelen bestaan afdoende landelijke regelingen in combinatie met de reguliere gezondheidszorg. Naast bovenstaande incidenttypen kan ook de indeling gemaakt worden in 'besmettelijke ziekte' en 'niet besmettelijke ziekte'. In paragraaf 6.2 wordt deze laatste indeling gehanteerd. Het is niet goed te voorspellen welke besmettelijke ziekten in de toekomst tot een bedreiging van de volksgezondheid kunnen leiden. Wel zijn er trends waar te nemen in het voorkomen van bepaalde infectieziekten. Zo is er een toename te zien in het voorkomen van de ziekte van Lyme. Dit is echter een zeer geleidelijk proces. Het RIVM verzorgt de monitoring en eventuele maatregelen zullen op landelijk niveau bepaald worden. 6.1.5 Dierziekte overdraagbaar op mens Dierziekten die overdraagbaar zijn van dier op mens worden zoönosen genoemd. De meeste dierziekten zijn niet besmettelijk voor de mens of niet gevaarlijk. Op dit moment heersen er in Nederland weinig ziekten die van dier op mens kunnen overgaan. Dit komt door de intensive controles op dieren en voedsel.

Maar door het grote aantal dieren dat in Nederland dicht op elkaar leeft is er wel een continu risico op een zoönose. Het is daarom belangrijk om hier erg alert op te blijven. Voorbeelden hiervan zijn Q-koorts, vogelgriep en BSE. De COVID-19 pandemie die in 2020 startte is het meest recente voorbeeld. Nader onderzoek zal de betekenis duiden. Daarnaast kunnen zoönosen ook overspringen van (wilde) dieren in de vrije natuur. Het merendeel van de zoönosen is afkomstig van dieren in de vrije natuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om de Ziekte van Weil of om de Ziekte van Lyme. Zoönosen zijn zeer divers en elke uitbraak is uniek. Voorbeeld: een uitbraak kan sterk lokaal voorkomen (teken in een park), regionaal (Q-koorts-uitbraak) of zelfs (inter)nationaal (grieppandemie met een vogelgriepvirus). 60

Een beperkt lokaal probleem wordt niet verder uitgewerkt vanwege de kleinschaligheid en beperkte gevolgen; een (inter)nationale zoönose met mens-op-mens transmissie wordt beschreven onder epidemie. Als scenario wordt een regionaal probleem beschreven. De Nederlandse veesector wordt intensief gecontroleerd op ziekten door de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Bij ziekte worden passende maatregelen genomen door de NVWA. Grote delen van de regio Gelderland-Zuid hebben een agrarische bestemming. In alle gemeenten bevinden zich veehouderijen. Scenario: dierziekte overdraagbaar op mens De al ruim een decennium relevante Q-koorts problematiek is een goed voorbeeld van een zoönose. Q-koorts is een bacterie waarvan al bekend was dat deze uitbraken van ziekte onder mensen kan veroorzaken. Meestal betreft dit een individuele boerderij waar in korte tijd in een beperkt geografisch gebied een aantal omwonenden en werknemers ziek wordt. Het aantal gemelde gevallen is een onderschatting, want ongeveer de helft van de besmette personen krijgt geen klachten. Het totaal aantal besmette personen zal derhalve ongeveer twee keer zo hoog liggen. Op basis van de bevindingen van de GGD’en zijn uiteindelijk door het (toenmalige) Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI) en NVWA maatregelen genomen.

Bedrijven van schapen en geiten worden sinds de start van de uitbraak regelmatig getest op Q-koorts. Besmette bedrijven hebben een fokverbod en mogen geen bezoekers meer ontvangen. Omwonenden worden geïnformeerd. Vanaf eind 2010 is er een vaccinatieplicht voor alle publieksbedrijven, professionele- en melkgeitenbedrijven (met meer dan 50 jaar) en opfokbedrijven met meer dan 50 dieren die bestemd zijn voor de melkproductie zijn verplicht om jaarlijks hun dieren volledig te vaccineren. Gevolg is dat de overdracht van Q-koorts is verminderd. De maatregelen lijken effectief: de afgelopen jaren zijn er geen meldingen meer gedaan van een nieuwe Q-koortsbesmetting. Terugkijkend blijkt dat zoönosen vaak een lange aanlooptijd hebben. Vaak heeft de veroorzaker van de ziekte zich al over de regio verspreid voordat mensen ziek worden. Daarna duurt het nog enige tijd voordat duidelijk wordt dat er meer mensen ziek zijn dan normaal. De bestrijding is vaak lastig. Het aantal ziektegevallen blijft in dit scenario beperkt (anders geldt scenario epidemie), maar er is wel sprake van onrust.

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.21 – Beoordeling scenario ‘Dierziekte overdraagbaar op mens’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied B 2.1 Doden B 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften 3.1 Kosten A/D (varieert sterk per uitbraak. In het risicodiagram is uitgegaan van A) 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven C 5.3 Sociaal psychologisch impact B 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Score Kans op gebeurtenis per 4 jaar B

61

6.2 Ziektegolf Een ziektegolf is een wijdverspreide uitbraak van een ziekte of een groot aantal gevallen van een ziekte in één enkele gemeenschap of in een bepaald gebied. In de landelijke Handreiking worden twee incidenttypen genoemd: 1. ziektegolf besmettelijke ziekte; 2. ziektegolf niet besmettelijke ziekte. Ad 1. Met een 'ziektegolf besmettelijke ziekte' wordt gedoeld op ziekten die van mens op mens of van dier op mens overdraagbaar zijn; de zogenaamde infectieziekten. De overdracht vindt plaats doormiddel van micro-organismen, zoals bacteriën, virussen, schimmels of parasieten. Dit kan via besmette personen (contact), voeding, water, hoesten of insecten. Er is verder onderscheid te maken tussen infectieziekten afkomstig van dieren en infectieziekten die alleen bij mensen voorkomen. De Corona pandemie in de periode 2020-2023 heeft ook nieuwe inzichten opgeleverd. Ad.2. Bij 'niet-besmettelijke ziekte' wordt gedoeld op toxines. Toxines zijn chemische, giftige stoffen die gemaakt worden door bacteriën. Voorbeelden zijn botulinetoxine (botulisme) en de toxines geproduceerd door blauwalgen.

Voor specifieke uitbraken van infectieziekten zijn door de GHOR Gelderland-Zuid in samenwerking met de GGD'en regionale draaiboeken opgesteld. De volgende draaiboeken zijn operationeel: • pokken • SARS • meningokokken • Influenzapandemie • Coronapandemie Voor de uitwerking van deze deelonderwerpen zal zo veel mogelijk aangesloten worden bij de regionale draaiboeken van GGD'en in Gelderland-Zuid. Ook voor de uitwerking van het scenario wordt hierbij aangesloten. Daarnaast is het regionale generieke draaiboek infectieziektecrises ontwikkeld door de GGD en de GHOR; dit is toepasbaar op alle grote uitbraken van een besmettelijke ziekte. Infectieziekten verschillen wezenlijk van andere rampen. Bij rampen door chemische of radiologische oorzaken zal de aanloop naar het incident kort zijn, besmettelijke ziekten kennen doorgaans een langere aanloopperiode. Hierdoor bestaat er meer gelegenheid om voorbereidende maatregelen te treffen. Uitzondering hierop is bijvoorbeeld een voedselinfectie of drinkwaterbesmetting door toxines of bacteriën, waarbij in een tijdsbestek van uren of dagen veel mensen ziek kunnen worden. Ook het plotseling bekend worden van een langer bestaand probleem kan leiden tot acute onrust, met noodzaak tot direct optreden. Ook is er een kans op maatschappelijke en politieke onrust.

Dit is het geval bij (dreiging van) een grootschalige infectieziekte-uitbraak, waarbij relatief veel onduidelijkheden spelen, en waarbij er geen of slechts beperkte middelen zijn om de ziekte te bestrijden. In het geval van grote onrust is het wenselijk de bestrijding van de infectieziekte-uitbraak multidisciplinair en vanuit de systematiek van de rampenbestrijding aan te pakken. Naast het Ministerie van VWS, is dan tevens het Ministerie van BZK als systeem-verantwoordelijke van de crisisbeheersing betrokken. Naast bronbestrijding via de structuur van de infectieziektebestrijding is er dan gelijktijdig sprake van effectbestrijding vanuit de rampbestrijdingsstructuur met daarin een rol voor de GHOR. Voorbeeld hiervan is de Mexicaanse Griep. Factoren van invloed op beleid Een aantal factoren is van invloed op de regionale aanpak van een crisis door een besmettelijke ziekte: • de aard van de ziekte (verschijnselen, ernst) en het aantal sterfgevallen (mortaliteit) 62

• de omvang van de epidemie (lokaal, regionaal, landelijk) en de snelheid en omvang van verspreiding (attack rate) • de mate van onduidelijkheid over het verdere beloop (bekende ziekte of nieuwe ziekte) • De mogelijkheden tot preventie of behandeling (is er een vaccin?) Bij de grieppandemie scenario's van het nationale veiligheidsbeleid (van het ministerie van Veiligheid en Justitie) wordt uitgegaan van een wereldwijde uitbraak van griep, veroorzaakt door een nieuw influenzavirus. Zorgbehoefte bij ziektegolf Bij de ontwikkeling naar een ziektegolf of pandemie nemen zorgbehoeften vanuit de samenleving toe. Belangrijke aandachtspunten vanuit het perspectief van geneeskundige zorg en primaire levensbehoeften zijn17: • Verandering in vraag naar geneeskundige producten en diensten. Hieronder kan worden verstaan: o Bedden- en IC-capaciteit van ziekenhuizen, evt. beademingsapparatuur o Vraag naar huisartsenzorg, ook buiten kantooruren o Bij een (zeer) hoog sterftecijfer: de capaciteit van opslag van stoffelijke overschotten o Toename zelfzorgbehoefte, bijvoorbeeld medicatie, hygiënemiddelen en toename vraag naar kennis en advies o Toename psychosociale hulpvragen als gevolg van sterfte in de directe omgeving o Toename van angst, spanning, onrust, protest, geweld.

Burgers zijn bang voor besmetting en doen een beroep op schaarse geneeskundige hulp, waardoor zorgtoewijzing (wie wel en wie niet) tot emoties leidt. • Verandering in vraag naar primaire levensbehoeften: o Toename in vraag naar (levens)middelen aan huis o Toename in vraag naar houdbare voeding en zelfzorgartikelen (schaarste door hamstergedrag, productieproblemen en logistieke problemen) o Toename in vraag naar energie, drinkwater en communicatiemiddelen (ICT) in woningen o Toename in vraag opvang en verzorging van zieken, dak- en thuislozen Bij rampen met besmettelijke ziekten is niet altijd sprake van direct zichtbare gezondheidseffecten. De gevolgen zijn soms pas na enige tijd duidelijk. Dat betekent dat vooral de surveillance (het systematisch verzamelen van gegevens over bacteriën en virussen) een belangrijke rol speelt bij de detectie van dit type rampen. Een ziektegolf heeft geen regio specifieke spreiding al ligt het voor de hand dat het aantal ziektegevallen in de dichtbevolkte gebieden hoger zal uitvallen, en dat dierziekten een grotere bedreiging is in gebieden waar deze dierpopulatie zich bevindt. In de regio van GGD Rivierenland bevindt zich een deel van de Biblebelt. In deze streek laat een deel van de inwoners zich niet vaccineren om religieuze gronden, wat leidt tot een lage vaccinatiegraad. Dit kan een extra risico met zich meebrengen voor ziekten die d.m.v.

vaccinatie bestreden kunnen worden. 6.2.1 Scenario ziektegolf besmettelijke ziekte Scenario's voor besmettelijke ziekten zijn moeilijk te geven, omdat elke uitbraak uniek is. Als voorbeeld is gekozen voor Mexicaanse Griep, omdat hier sprake is van een wereldwijde verspreiding van een nieuwe infectieziekte; een pandemie. Scenario: grieppandemie (mild en ernstig) In het buitenland (b.v. Mexico) wordt een nieuwe infectieziekte beschreven. Er zijn meerdere ziekenhuisopnames en tot wel 50% hiervan overlijdt. De eerste gegevens zijn onduidelijk en op meerdere wijzen te interpreteren. Op landelijk niveau (RIVM) worden direct maatregelen genomen om introductie in Nederland te voorkomen. De GGD'en spelen hierbij een centrale rol. Na enige tijd weet de ziekte zich toch te verspreiden in Nederland en op grotere schaal worden mensen ziek. Afhankelijk van de mate van besmettelijkheid (attack rate) en de ernst van de ziekte 17 Ontleend aan het samengesteld Maatschappelijk Scenario Grieppandemie Nederland

63

(aantal dagen ziek, overlijden, ernst aandoening) is een deel van de bevolking een bepaalde periode ziek thuis (tot wel 50% van de bevolking). Ook zijn mensen opgenomen in het ziekenhuis. De huisartsenzorg weet zich redelijk te handhaven doordat praktijken tijdelijk samenwerken, maar hebben tot 4x zoveel bezoekers als normaal. De IC-afdelingen van ziekenhuizen liggen vol en er is geen plaats meer voor nieuwe opnames. Er overlijden meer mensen dan gemiddeld. Bij een deel van hen is dit aan de nieuwe infectieziekte te relateren, bij een ander deel wordt dit vermoed op basis van de klachten. Er is volop media-aandacht, maar van grootschalige paniek lijkt geen sprake. Wel bellen verontruste burgers met GGD'en en huisartsen met vragen. Ook zorginstellingen hebben te maken met uitbraken van de ziekte onder hun bewoners en personeel. Ondertussen komen antivirale middelen beschikbaar en is een vaccin in ontwikkeling. De eerste medicijnen worden ingezet om ernstig zieken te behandelen; hierdoor overlijden minder mensen. Als de uitbraak al enige tijd loopt is het vaccin op grote schaal beschikbaar en wordt in 2 weken tijd een deel van de Nederlandse bevolking door de GGD’en en huisartsen gevaccineerd. Hierna neemt het aantal ziektegevallen sterk af. Voor de uitwerking van het griepscenario is uitgegaan dat de start van een nieuwe pandemie in het buitenland plaatsvindt.

Kenmerkend voor dit soort uitbraken is dat gezondheidsprofessionals van GGD en RIVM als eerste betrokken zijn bij de bestrijding; met name het voorkomen van introductie in Nederland. Ook geven zij adviezen aan zorgmedewerkers over hoe te handelen. Dit geldt zowel landelijk als regionaal. Er is vaak veel media-aandacht. Bij grote uitbraken met een uitgebreid ziekteproces zal de zorgvraag vrijwel altijd het zorgaanbod overstijgen. De effecten van de pandemie blijven niet beperkt tot het individu; door ziekteverzuim en noodzakelijke verzorging zal er meer uitval van menskracht optreden. Vooral de volksgezondheidzorg zal te maken krijgen met een hogere werkdruk door toename van hulpvraag en op minder beschikbare hulpverleners (zij zijn zelf ziek). In het Nationaal Veiligheidsprofiel (2016) 18 is zowel een milde als ernstige variant grieppandemie beschreven voor het risico ‘humane infectieziekten’. In het Nationaal Veiligheidsprofiel wordt voor de uitwerking teruggegrepen naar de uitwerking van de Nationale Risicobeoordeling uit 2011 19. Dit scenario wordt ook voor het Risicoprofiel van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid als uitgangspunt genomen. De scenario’s onderscheiden zich door de aannames met betrekking tot de al bestaande en nog aanwezige immuniteit van de bevolking, en de kansen op ziekenhuis opname en sterfte na infectie.

Het milde scenario is gebaseerd op de ervaring van de pandemie uit 2009 waaruit bleek dat er aanzienlijke immuniteit tegen de infectie aanwezig kan zijn in de volwassen en oudere leeftijdsgroepen. Bij het ernstige scenario is de aanname dat de kansen op ziekenhuisopname en overlijden na infectie tweemaal zo hoog zijn. Voor het beoordelen van de regionale impact van een grieppandemie zijn de landelijke cijfers uit de Nationale Risicobeoordeling 2011 geïnterpoleerd naar de schaalgrootte van Gelderland-Zuid. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • de demografische samenstelling van Nederland in 2018 is niet significant anders dan in 2011 • de demografische samenstelling van Gelderland-Zuid is niet significant anders dan in Nederland. • Het totale inwonersaantal van Nederland in 2011 was 16.655.799 (CBS) • Het totale inwonersaantal van Gelderland-Zuid is 553.749 (CBS, januari 2018, meest recente data)

18 Nationale Veiligheidsprofiel

2016 (m.n. pagina’s 67-72) 19 Nationale Risicobeoordeling 2011 (m.n. pagina’s 15-29) 64

Dit leidt tot de volgende cijfers: Gevolgen milde grieppandemie

Aantal personen in Nederland

Geïnfecteerd

Ziekenhuisopname

Sterfte

1.370.000

729

188

45.573

24

6

Geïnfecteerd

Ziekenhuisopname

Sterfte

9.530.000

37.986

14.366

316.855

1267

475

(NRB 2011) Aantal personen in Gelderland-Zuid (afgeleid op basis van NRB 2011) Gevolgen ernstige grieppandemie

Aantal personen in Nederland (NRB 2011) Aantal personen in Gelderland-Zuid (afgeleid op basis van NRB 2011)

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Voor de impactbeoordeling is een mild en een ernstig scenario van een pandemie uitgewerkt. Deze scenario's zijn samengesteld uit de parameters zoals die in de berekeningen zijn benoemd. In de tabel zijn steeds beide scores per criterium opgenomen. De waarschijnlijkheid wordt in het Nationale Veiligheidsprofiel 2016 voor zowel de milde als de ernstige variant geschat op ‘waarschijnlijk’. Dit is een toename in kans vergeleken met het huidige risicoprofiel: daar wordt de milde variant bestempeld als ‘waarschijnlijk’ en de ernstige variant als ‘mogelijk’. Tabel B4.26 – Beoordeling scenario ‘Grieppandemie mild/ernstig’ Impactcriteria Score mild scenario 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1 Doden D hoog 2.2 Ernstig gewonden en chronische C hoog zieken 2.3 Lichamelijk lijden A (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 Kosten A 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven A 5.3 Sociaal psychologisch impact A 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Score mild scenario Kans op gebeurtenis per 4 jaar D

Score ernstig scenario E E A C E C Score ernstig scenario D

Uitbraak van infectieziekte onder niet-gevaccineerde groep In de regio Rivierenland bevindt zich een aanzienlijke groep mensen die niet gevaccineerd is tegen infectieziekten. Deze categorie mensen (voornamelijk in de Biblebelt) beroept zich op gewetensbezwaar op religieuze gronden om zich niet te laten vaccineren. Het gaat bij deze uitbraken specifiek om ziekten waartegen in het rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd wordt; bij gevaccineerde groepen komen geen grote uitbraken voor. Het gaat om ziekten zoals de bof, polio en mazelen. Kenmerkend voor deze uitbraken is dat het meestal jongere mensen betreft. Zij zijn namelijk niet gevaccineerd en hebben de ziekte ook niet als kind doorgemaakt. Als de ziekte opnieuw wordt 65

geïntroduceerd in de regio, verspreidt deze zich vervolgens onder de niet-gevaccineerde en dooft daarna uit. Deze uitbraken treden niet elk jaar op. Het duurt enige tijd voordat er (weer) genoeg vatbare personen zijn; pas als dat punt bereikt is én de ziekte opnieuw wordt geïntroduceerd kan zich een uitbraak voordoen. Dit beeld is per ziekte verschillend. De gevaccineerde populatie loopt weinig risico. Wel is er meestal veel media-aandacht voor deze uitbraken. Bij deze uitbraken is een vaccin beschikbaar. In de praktijk echter maken weinig mensen gebruik van de mogelijkheid om zich (alsnog) te laten vaccineren, omdat ze om principiële gronden de vaccinatie weigeren. De mogelijkheden tot bestrijding zijn dan ook gering. Daarentegen is er wel mogelijkheid tot het geven van hygiëneadviezen. Het aantal slachtoffers blijft meestal ook gering, vanwege de beperkte omvang van de vatbare groep. Dit scenario wordt niet verder uitgewerkt. De maatregelen en gevolgen zijn vergelijkbaar met een epidemie milde variant.

66

7 Sociaal-maatschappelijke omgeving Binnen het maatschappelijk thema "Sociaal maatschappelijke omgeving" vallen een tweetal crisistypen: 1. Paniek in menigten: Dit onderdeel is relevant in Gelderland-Zuid en wordt hierna verder uitgewerkt 2. Verstoring openbare orde: Dit onderdeel is relevant in Gelderland-Zuid en wordt hierna verder uitgewerkt in 2 scenario’s 7.1 Paniek in menigten In de landelijke Handreiking wordt hier één incidenttype genoemd: ‘paniek tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties’ 7.1.1 Paniek in menigten tijden grote festiviteiten, concerten en demonstraties Tijdens bijeenkomsten zoals manifestaties, demonstraties of samenkomsten zijn veel mensen geconcentreerd aanwezig. Dit geldt ook voor drukbezochte winkelcentra, markten of bedrijfslocaties. Verstorende gebeurtenissen (zoals een ongeluk, aanslag of vechtpartij) kunnen leiden tot panieksituaties. Door een dergelijke gebeurtenis willen de aanwezigen zo snel mogelijk de locatie verlaten, waarvoor onvoldoende vluchtwegen beschikbaar zijn. Daardoor kunnen mensen in de verdrukking komen en onwel worden. In de regio wordt jaarlijks een breed scala aan evenementen georganiseerd.

Hierbij kan worden gedacht aan: • Nationale festiviteiten (bijvoorbeeld Bevrijdingsfestival, Koningsdag, oud- en nieuw) • Lokale/regionale festiviteiten (zoals bloemencorso's, carnaval en de Nijmeegse Vierdaagsemarsen en -feesten) • Sportevenementen • Concerten/festivals (Goffertconcerten en –festivals, Fruitcorso en Appelpop, Emporium, Down the Rabbithole • Markten groot en klein De randvoorwaarden voor het ontstaan van paniek in menigten zijn: veel mensen op een kleine oppervlakte, het ingesloten zijn van de aanwezigen (beperkte bewegingsruimte of vluchtmogelijkheden) en een 'trigger incident'. Een trigger zet de paniek onder de menigte in gang. Dit kan een plotseling optredend incident zijn zoals, een explosie, een snel ontwikkelende brand, schietpartij, stroomuitval, technisch defect of massale vechtpartij. Paniek in menigten kan daarnaast ook ontstaan door berichtgeving (gerucht) over een dreiging (bijvoorbeeld een bommelding). Nadat paniek is uitgebroken kunnen aanvullende factoren bijdragen tot verergering van de situatie. Hierbij kan worden gedacht aan onduidelijkheid /gebrek aan informatie, het onwel worden van mensen, onduidelijke/ontbrekende vluchtwegen en externe prikkels (zoals het zichtbaar optreden van de politie). Vervolgens kunnen er slachtoffers en gewonden vallen door verdrukking, onder de voet lopen en verstikking.

Voor het inschatten van de belasting die een evenement genereert wordt regionaal een systematiek gehanteerd. In deze systematiek worden evenementen ingedeeld in drie categorieën op basis van criteria als grootschaligheid, duur, routering, kenmerken van de doelgroep (bezoekers) etc. De categorieën zijn als volgt benoemd: • A-evenementen: minder belastend • B-evenementen: belastend • C-evenementen: zeer belastend

67

In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de C-evenementen die zijn weergegeven in de regionale evenementenkalender 2019. Sinds 2017 beschikt de regio over Life-events. Daarin worden alle evenementen opgenomen. Op dit online platform participeren momenteel 12 van de 14 gemeenten in Gelderland-Zuid. Hier wordt het proces ondersteund dat loopt van risicoclassificatie tot en met de operationele voorbereiding en zonodig operationele uitvoering. Tabel B4.27 – Overzicht regionale C-evenementen in 2023

Maand Maart April Mei Juni Juli

Augustus September Oktober November

Evenement Stevensloop en Stadsloop Rodekruisbloesemtocht Marikenloop Emporium Concerten grote artiesten Goffertpark Vierdaagsefeesten Down the Rabbithole Internationale 4-Daagse marsen Doorkomst 4-Daagse Kamp Heumensoord, 4-Daagse Concerten grote artiesten Goffertpark Appelpop Fruitcorso en tentoonstelling Paardenmarkt, kermis en warenmarkt Zevenheuvelenloop

Locatie Nijmegen West Betuwe Nijmegen Wijchen Nijmegen Nijmegen Beuningen Nijmegen Wijchen / Beuningen / Heumen / Berg en Dal Nijmegen Nijmegen Tiel Tiel Maasdriel Nijmegen/Berg en Dal

Het feit dat de A/B-evenementen volgens de regionale systematiek als minder belastend worden beschouwd wil niet zeggen dat de waarschijnlijkheid van paniek in menigten kleiner is. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de organisatie omtrent een A/B-evenement veel professioneler inspeelt op mogelijke incidenten, terwijl dat bij de andere categorieën in mindere mate het geval zou kunnen zijn. In de nakomende jaren is verwachting dat bovenstaand overzicht ongeveer gelijk zal uitvallen. Hooligans In haar rapportage over de strandrellen in Hoek van Holland neemt onderzoeksinstituut COT een aantal bevindingen over van het RIO (de Regionale Informatie Organisatie van het korps RotterdamRijnmond). De RIO constateert dat bepaalde groepen hooligans zich steeds meer buiten de aan voetbal gerelateerde evenementen manifesteren en zich schuldig maken aan ernstige geweldsdelicten. Vooral tijdens grote evenementen vormt de aanwezigheid van hooligans een bedreiging van de openbare orde en veiligheid. Zonder ogenschijnlijk enige aanleiding plegen zij vaak zware mishandelingen en openlijk geweld tegen andere groepen, burgers en politie. De politie ziet dat zowel de harde kern van NEC (voetbal) als Nijmegen Devils (IJshockey) zich als ‘hooligans’ manifesteren. Scenario: paniek in menigten Op een warme zomeravond wordt het X festival gehouden waarbij ca.

20.000 bezoekers aanwezig zijn, die zich voornamelijk nabij de podia concentreren. In de loop van de avond vindt een opstootje plaats tussen twee groepen rivaliserende hooligans. Door deze plotselinge wending en de schijnbaar grote groep betrokkenen vluchten de mensen weg van het incident. De aanwezige veiligheidsmedewerkers kunnen niet doordringen in de mensenmassa en de situatie escaleert. Onder de bezoekers breekt paniek uit. Mensen stormen naar de uitgang/ingang en zijn niet op de hoogte van extra aanwezige vluchtwegen. Doordat de toegangspoortjes niet zijn berekend op de massale uitstroom komen mensen in de verdrukking. De paniek wordt verder aangewakkerd doordat mensen onwel worden en schrikken van de arriverende Mobiele Eenheid (ME), die de vechtpartij wil bezweren. Bezoekers vallen, zijn niet meer in staat op te staan en worden onder de voet gelopen.

68

Gevolg is dat er een aantal doden en vele (ernstig) gewonden vallen. Gewonden kunnen niet adequaat worden geholpen door de aanwezige hulpdiensten door de grote toevoer van gewonden en de slechte bereikbaarheid door de menigte.

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.28 – Beoordeling scenario ‘Paniek in menigten’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1 Doden B 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken C 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften 3.1 Kosten B 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven 5.3 Sociaal psychologisch impact C 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Score Kans op gebeurtenis per 4 jaar C

7.2 Verstoring openbare orde In de landelijke Handreiking worden hier een drietal incidenttypen genoemd: 1. rel rondom demonstraties en andere manifestaties; 2. gewelddadigheden rondom voetbalwedstrijden; 3. maatschappelijke onrust (mogelijk na een incident gerelateerd aan contraterrorisme, extremisme, radicalisering (CTER)) en buurtrellen. De redenen voor het ontstaan van grootschalige ongeregeldheden zijn meer sociaalpsychologisch dan technisch van aard. Het gaat dan bijvoorbeeld om demonstraties met een politiek karakter of kerntransporten. De effecten van dergelijke ongeregeldheden kunnen zijn: agressie jegens gezag in het algemeen en de politie in het bijzonder, beperkt mechanisch letsel (kneuzingen, botbreuken e.d.), grote materiële schade aan straatmeubilair en particuliere eigendommen (winkeliers), zeer veel overige aanwezigen. 7.2.1 Rel rondom demonstraties en andere manifestaties In Gelderland-Zuid zijn er tot dusver weinig (politieke) demonstraties en is de omvang beperkt. Nijmegen kent sinds een aantal jaren een linksgeoriënteerde zogenaamde ‘1 mei demonstratie’. Er zijn geen bijzondere objecten (ambassades etc.) of 'megaprojecten' waardoor er een grotere kans op verstoringen van de openbare orde zou zijn.

Hoewel in een stad met een omvang van Nijmegen (en bijbehorende grootstedelijke aandachtspunten) altijd een bepaalde kans bestaat op openbareordeproblemen in wijken, is er op dit moment geen aanleiding om te denken dat deze kans groter is dan in steden van vergelijkbare omvang. Uitgaande van deze verkenning (in de steden) in Gelderland-Zuid is de kans op 'verstoring van de openbare orde' niet groter dan in steden van vergelijkbare omvang. Op dit moment heeft de regio geen wijken waar sprake is van grote sociale spanningen. 7.2.2 Gewelddadigheden rondom voetbalwedstrijden Binnen de regio Gelderland-Zuid is de voetbalclub NEC (Nijmegen) momenteel actief in de Eredivisie. Op dit niveau kan sprake zijn van risicowedstrijden. Daarnaast zijn er een aantal clubs actief in de Tweede Divisie, het hoogste amateurniveau: De Treffers (Groesbeek) en SV TEC (Tiel). De ervaring leert dat aan deze wedstrijden weinig tot geen risico’s verbonden zijn.

69

Scenario: verstoring openbare orde Het maatgevend scenario is het ontstaan van rellen tijdens een risicowedstrijd van NEC. Voetbalsupporters trekken de binnenstad in om daar vernielingen aan te richten. Bij vechtpartijen vallen tientallen slachtoffers. Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.29 – Beoordeling scenario ‘Gewelddadigheden rondom voetbalwedstrijden’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1 Doden 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken C 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften 3.1 Kosten B 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven 5.3 Sociaal psychologisch impact C 6.1 Aantasting cultureel erfgoed A Waarschijnlijkheid Score Kans op gebeurtenis per 4 jaar C

7.2.3 Maatschappelijke onrust en buurtrellen Een ingrijpende gebeurtenis zoals een misdrijf heeft vaak grote gevolgen. In de eerste plaats natuurlijk voor de mensen die er mee te maken hebben. Daarnaast kan zo'n zaak ook invloed hebben op de (wijde) omgeving. Het delict en de gevolgen kunnen zorgen voor maatschappelijke onrust, bijvoorbeeld in een wijk of binnen een gemeenschap. Vooral als er etniciteit bij betrokken is kan er onrust ontstaan De media kan een aanjager van onrust zijn. De problematiek zal in eerste instantie vooral liggen in de openbare orde sfeer. Dergelijke ingrijpende gebeurtenissen hebben vaak als gevolg dat meerdere partijen in de rampbestrijdingsorganisatie goed met elkaar moeten communiceren. Binnen de huidige rampbestrijdingsorganisatie weten de kolommen elkaar goed te vinden. Echter indien de gemeente wordt geconfronteerd met onrust met een etnische component, zorgt dat voor maatschappelijke onrust en wordt de gemeente met nog meer partijen geconfronteerd zoals scholen, slachtofferhulp en maatschappelijk werk. Dit vraagt een goede afstemming en coördinatie wat meer gericht op de welzijnsorganisaties binnen de gemeente. Dit is vaak een langdurig traject. De randvoorwaarde voor het ontstaan van een verstoring van de openbare orde is een verhoogde media-aandacht gericht op de etniciteit, na een incident.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=3c599e97-7e98-4a62-9347-1e0786551b39