CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Regionaal Risicoprofiel 2024

Raad openbaar Wijchen 26 oktober 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 132738 Beslisnota Zienswijze RBP en RRP 2024-202726.498 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

REGIONAAL RISICOPROFIEL 2024

Colofon Sector: Contactpersoon: Datum: Versienummer: Status: Aantal bijlagen: Concept vastgesteld door:

1

Crisisbeheersing Projectgroep Regionaal Risicoprofiel 16 juni 2023 0.3 Concept 1 Algemeen Bestuur Veiligheidsregio Gelderland-Zuid, d.d. 29 juni 2023

Voorwoord Tekst volgt later

2

Inhoudsopgave

1.

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

1.1.

Wet veiligheidsregio's ............................................................................................................... 4

1.2.

Het Regionaal Risicoprofiel ....................................................................................................... 4

1.3.

Leeswijzer ................................................................................................................................. 5

2.

Ligging en typering Gelderland-Zuid ......................................................................................... 6

3.

Totstandkoming Risicoprofiel 2024 ........................................................................................... 8

3.1.

Methode .................................................................................................................................... 8

3.1.1. Risico-inventarisatie ................................................................................................................... 8 3.1.2. Risicobeeld ................................................................................................................................ 9 3.1.3. Risicoanalyse ............................................................................................................................. 9 3.1.4. Risicoprofiel ............................................................................................................................. 10 3.2 Ontwikkelingen methode en informatiegestuurd werken ............................................................. 10 4.

Resultaten ............................................................................................................................... 11

4.1.

Risico inventarisatie Gelderland-Zuid ..................................................................................... 11

4.2.1 Risicobeeld en -analyse .......................................................................................................... 16 4.3

Risicoprofiel ............................................................................................................................. 19

4.4

Verschuivingen RRP 2024 ten opzichte van RRP 2020 ......................................................... 21

5.

Van risicoprofiel naar beleidsplan ........................................................................................... 21

Bijlage 1: Uitwerking van relevante crisistypen, incidenttypen en scenario’s .................................... 22

3

1. Inleiding 1.1. Wet veiligheidsregio's Op 1 oktober 2010 is de Wet veiligheidsregio's in werking getreden. Deze wet heeft als primair doel om de rampenbestrijding en crisisbeheersing in Nederland te verbeteren en te versterken. Door de brandweerzorg, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), de politie en gemeenten op regionaal niveau bijeen te brengen op het terrein van rampenbestrijding en crisisbeheersing, wordt niet alleen de slagkracht vergroot, maar wordt ook eenheid, eenduidigheid en eenvoud in de aanpak bereikt. Daarnaast wordt samenwerking met ander externe (o.a. vitale partners) versterkt. In artikel 15 van de wet is een verplichting opgenomen om een risicoprofiel op te stellen. Een dergelijk risicoprofiel bevat een risico-inventarisatie en -analyse van de te benoemen dreigingen in de regio. Het Regionaal Risicoprofiel voor Gelderland-Zuid is opgesteld met betrokkenheid van diverse interne en externe crisis- en samenwerkingspartners en wordt door het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio vastgesteld.

1.2. Het Regionaal Risicoprofiel De Nederlandse samenleving moet adequaat kunnen inspringen op vele soorten veiligheidsrisico's. Ordeverstoringen, overstromingen en treinongevallen, maar bijvoorbeeld ook infectieziekten en uitval van nutsvoorzieningen vormen een bedreiging van de vitale belangen in de samenleving. Elke regio herbergt specifieke risico's waarvoor gericht beleid van de Veiligheidsregio en haar partners nodig kan zijn. Mede op basis van het regionaal risicoprofiel kan het bestuur van de veiligheidsregio strategische beleidskeuzes maken over de ambities voor de risico- en crisisbeheersing en over de inspanningen voor onderlinge afstemming met de crisispartners. Dit geldt voor brandweer en GHOR, maar in het kader van de multidisciplinaire taken ook voor onze gemeenten, de politie en overige partners zoals waterschappen, Defensie, vitale infrastructuur en Rijkswaterstaat waar afspraken mee zijn of moeten worden gemaakt. Ook biedt het een basis voor de risicocommunicatie naar de burgers. Deze ambities worden vastgelegd in het Regionaal Beleidsplan van de Veiligheidsregio. Het Regionaal Risicoprofiel is bedoeld om inzicht in de aanwezige regionale risico's te krijgen. Het is het resultaat van een inventarisatie en analyse van de in een veiligheidsregio aanwezige risico’s via een specifieke methode.

De risico-inventarisatie omvat een overzicht van de aanwezige risicovolle situaties en de soorten incidenten die zich daar kunnen voordoen. In de risicoanalyse worden de geïnventariseerde gegevens nader beoordeeld, vergeleken en geïnterpreteerd. Daarbij worden ze ingedeeld op waarschijnlijkheid en impact. Voor het risicoprofiel relevante ontwikkelingen worden zoveel mogelijk in het regionale risicoprofiel verwerkt door middel van een tussentijdse actualisatie. Eenmaal per vier jaar wordt het Regionaal Risicoprofiel bestuurlijk vastgesteld.

Het Regionaal Risicoprofiel (RRP) laat zien wat ons bedreigt en hoe erg dat is.

4

1.3. Leeswijzer Dit rapport heeft de volgende opbouw: • In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en achtergrond van het Regionaal Risicoprofiel beschreven. • In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de ligging en typering van de regio Gelderland-Zuid. • In hoofdstuk 3 wordt de totstandkoming toegelicht. Dit betreft een aantal processtappen, conform de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Daarnaast zijn een aantal ontwikkelingen benoemd op het gebied van risicoanalyse en -inventarisatie. • In hoofdstuk 4 zijn de resultaten per processtap weergegeven. Deze stappen leiden tot een risicodiagram en -matrix, waarin impact en waarschijnlijkheid van de relevante scenario's op een onderling vergelijkbare wijze zijn weergegeven. Op een aantal thema’s is daar tevens nadere context beschreven. • In hoofdstuk 5 wordt de relatie met het Regionaal Beleidsplan toegelicht. • In bijlage bijlage 1 vindt u de uitwerking van relevante crisistypen en incidenttypen met scenario's en impact- en waarschijnlijkheidsanalyse

5

2. Ligging en typering Gelderland-Zuid De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) is een wettelijk verplicht regionaal samenwerkingsverband van veertien gemeenten die nauw samenwerken op het gebied van crisisbeheersing en hulpverlening. De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid beslaat een oppervlakte van ruim 1100 km². De ongeveer 570.000 inwoners (CBS 1-1-2022) wonen verspreid over de volgende veertien gemeenten: Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen en Zaltbommel. Een overzichtskaart van de regio en de geografische ligging is in respectievelijk figuur 2.1 en 2.2 weergegeven.

Figuur 2.1 Overzichtskaart Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

Aangrenzende veiligheidsregio’s van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (regionummer 8) zijn: • • • • • •

Gelderland-Midden (regionummer 7) Utrecht (regionummer 9) Zuid-Holland Zuid (regionummer 18) Midden- en West Brabant (regionummer 20) Brabant-Noord (regionummer 21) Limburg-Noord (regionummer 23)

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid grenst bij de gemeente Berg en Dal aan Duitsland (Kreis Kleve, Bezirksregierung Düsseldorf).

Figuur 2.2 Geografische ligging Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

6

Typering Het gebied van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid kenmerkt zich door de aanwezigheid van vier belangrijke rivieren: Nederrijn, Lek, Waal en Maas, met de Waal als belangrijkste transportader over het water in Nederland. Het vervoer van gevaarlijke stoffen van Europoort naar Duitsland en vice versa vindt plaats over deze rivieren. Daarnaast bevindt zich een aantal snelwegen (A15, A50, A73, A2) in de regio en worden er goederen, waaronder gevaarlijke stoffen, vervoerd per spoor via de Betuweroute. Ook kent de regio een aantal BRZO-bedrijven. Dit zijn bedrijven die worden aangewezen vanuit het Besluit risico’s zware ongevallen 2015. In onze regio betreffen dit 7 zogenaamd hoogdrempelige en 3 laagdrempelige bedrijven.

Partners Binnen de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid werken brandweer, GHOR, GGD en ambulancezorg volgens dezelfde territoriale gebiedsindeling. De regio valt binnen het werkgebied van de regionale eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie dat de provincies Gelderland en Overijsel bestrijkt. Daarbinnen valt het district Gelderland-Zuid dat gelijk loopt met de grenzen van onze Veiligheidsregio. Verder wordt er met diverse externe partners samengewerkt, zoals het Waterschap Rivierenland, Rijkswaterstaat, Defensie, het Openbaar Ministerie en de provincie Gelderland. Ook worden vertegenwoordigers van vitale sectoren, zoals nutsbedrijven, steeds meer bij de Veiligheidsregio betrokken middels convenanten, afspraken, grote en kleinere trainingen en oefeningen en accountgesprekken. Daarnaast vindt er bovenregionale en landsgrensoverschrijdende samenwerking en overleg plaats met de buurregio's en Duitsland.

7

3. Totstandkoming Risicoprofiel 2024 3.1. Methode Bij het opstellen van het Regionaal Risicoprofiel Gelderland-Zuid 2024 is de “Handreiking Regionaal Risicoprofiel” (hierna: Handreiking) uit 2009 als leidraad gebruikt. Daarnaast is voor inhoudelijke onderbouwing gebruik gemaakt van recente landelijke documenten zoals de Rijksbrede Risicoanalyse 2022 en de Toekomstverkenning Crisisbeheersing 2022. Hoe is dit profiel tot stand gekomen: • Er is een risico-inventarisatie gemaakt van dreigingen (crisistypen en incidenttypen) voor de regio Gelderland-Zuid. • Op basis van aanvullende informatie is een risicobeeld opgesteld. In dit risicobeeld is de context en de spreiding van de risico's uitgewerkt. • In de risicoanalyse worden de geïnventariseerde gegevens nader beoordeeld, vergeleken en geïnterpreteerd door ze uit te werken in realistische, ernstige scenario’s. Na het opstellen van de scenario's zijn deze beoordeeld op impact en waarschijnlijkheid. • Op basis van impact en waarschijnlijkheid zijn de 23 relevante scenario’s in een risicomatrix weergegeven. Deze matrix maakt in één oogopslag duidelijk op basis van de gekozen scenario’s wat er speelt in de regio en hoe groot het risico hiervan is.

3.1.1. Risico-inventarisatie Om te komen tot een risicoprofiel is de eerst stap inzichtelijk te krijgen welke risico’s zich kunnen voordoen in onze regio. We hebben medio 2022 en begin 2023 bij onze netwerkpartners geïnventariseerd welke belangrijke ontwikkelingen zij zien m.b.t. de risico’s in de veiligheidsregio. Er is specifiek gevraagd of er aanvullingen of aanpassingen op het Risicoprofiel 2020 noodzakelijk zijn. Ook zijn er begin 2023 interactieve sessies geweest om bevindingen en ontwikkelingen op te halen. Deze ophaalsessies hebben geleid tot een overzicht van de huidige ingeschatte risico’s voor Gelderland-Zuid. Verschillende branden, rampen en crises kunnen we onderbrengen onder maatschappelijke thema’s. In dit risicoprofiel hanteren we de landelijke Handreiking regionaal risicoprofiel waarbij onderscheid wordt gemaakt in onderstaande 7 maatschappelijke thema's: 1. Natuurlijke omgeving 2. Gebouwde omgeving 3. Technologische omgeving 4. Vitale infrastructuur en voorzieningen 5. Verkeer en vervoer 6. Gezondheid 7. Sociaal-maatschappelijke omgeving Volgens de systematiek van de landelijke handreiking worden de 7 thema’s vervolgens opgesplitst in 25 crisistypen (bijvoorbeeld ‘overstroming’ onder maatschappelijke thema ‘natuurlijke omgeving’).

Deze worden onderverdeeld in 68 incidenttypen (bijvoorbeeld incidenttype ‘overstroming vanuit zee’ onder crisistype ‘overstroming’). Uit de 25 crisistypen is op basis van de risico-inventarisatie en het risicobeeld een selectie van 17 crisistypen gemaakt die voor Gelderland-Zuid relevant zijn. Deze zijn ingedeeld volgens de categorisering van maatschappelijke thema’s met bijbehorende crisis- en incidenttypen uit de Handreiking. Van deze lijst is vervolgens een selectie gemaakt van dreigingen (crisistypen en incidenttypen) die voor de regio Gelderland-Zuid relevant zijn. Deze zijn verder uitgewerkt.

8

3.1.2. Risicobeeld Op basis van aanvullende informatie is vervolgens een risicobeeld opgesteld. In dit risicobeeld wordt de context en de spreiding van de risico’s uitgewerkt. Zodoende kan er beter worden beoordeeld in welke mate de risico’s bepalend zullen zijn in het Risicoprofiel.

3.1.3. Risicoanalyse In de risicoanalyse worden de geïnventariseerde gegevens nader beoordeeld, vergeleken en geïnterpreteerd door ze uit te werken in realistische, ernstige scenario’s. Daarbij worden ze ingedeeld op waarschijnlijkheid en impact. In de scenario's wordt een beeld geschetst van een aantal mogelijke tot waarschijnlijke effecten (aantal doden en gewonden, schade aan economie, ecologie, cultureel erfgoed enz.). Bij het opstellen van de scenario’s is geen rekening gehouden met domino-effecten, conform de Handreiking. Waar mogelijk wordt aangesloten bij bestaande scenario's van de crisispartners in de regio of vanuit de landelijke risico-inventarisatie. Voor het overige deel zijn de scenario's tot stand gekomen in overleg met de partners die de meeste kennis hebben van het betreffende scenario. De opgestelde scenario’s zijn hierna beoordeeld op impact en waarschijnlijkheid in een expertsessies op basis van statistische gegevens of de beoordeling van experts. Impact – Impactbeoordeling is gedaan op basis van de methodiek uit de Handreiking, die grotendeels aansluit op de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid 2022. Voor de beoordeling van de impact is gekeken naar de gevolgen op het gebied van territoriale veiligheid, lichamelijk lijden en letsel, economie, ecologie, sociale stabiliteit en cultureel erfgoed.

De score kan per impactcriterium variëren van ‘beperkt gevolg’ (score A) tot ‘catastrofaal gevolg’ (score E), zie onderstaande tabel. Tabel 3.1 – Klasse-indeling op basis van gevolgen

Klasse A B C D E

Omvang gevolg Beperkt gevolg Aanzienlijk gevolg Ernstig gevolg Zeer ernstig gevolg Catastrofaal gevolg

Waarschijnlijkheid – Evenals bij de impact, is waarschijnlijkheidsbeoordeling gedaan op basis van de methode uit de Handreiking, deze sluit aan bij het Programma Nationale Veiligheid. Voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid is gekeken naar de kans van optreden in een periode van 4 jaar. De score kan variëren van ‘zeer onwaarschijnlijk’ (score A) tot ‘zeer waarschijnlijk’ (score E), zie onderstaande tabel. Tabel 3.2 – Klasse-indeling voor waarschijnlijkheid

Klasse A B C D E

9

% waarschijnlijkheid < 0,05 0,05 – 0,5 0,5 – 5 5 – 50 50 - 100

Kwalitatieve omschrijving zeer onwaarschijnlijk onwaarschijnlijk mogelijk waarschijnlijk zeer waarschijnlijk

3.1.4. Risicoprofiel Alle uitgewerkte scenario's met daarin de impact en waarschijnlijkheid vormen, samen met aanvullend (literatuur) onderzoek en zicht op ontwikkelingen die op de regio Gelderland-Zuid afkomen, het risicoprofiel. Deze wordt gevisualiseerd als risicodiagram en risicomatrix. Het risicodiagram maakt in één oogopslag duidelijk wat er speelt in de regio en hoe groot het risico hiervan is. Dit risicoprofiel is daarmee een van de input voor het regionaal beleidsplan van Gelderland-Zuid. Het risicoprofiel dient ook als input voor de GHOR VRGZ en de Brandweer VRGZ. Deze maken op basis van het RRP een risicoprofiel toegespitst op de sectoren GHOR en Brandweer.

3.2 Ontwikkelingen methode en informatiegestuurd werken Doorontwikkeling methodiek RRP Voor het Risicoprofiel wordt de Handreiking Regionaal Risicoprofiel gehanteerd. We hebben deze echter op sommige vlakken aangevuld met rapportages bij de inschatting van de risico’s. Al langere tijd bestaat er bij de veiligheidsregio’s de wens de huidige methodiek en de Handreiking uit 2009 aan te passen. Er is behoefte aan een methodiek die beter aansluit bij de huidige beleidsmatige, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen rond risico-inventarisatie, -analyse en beoordeling. Inmiddels is de beweging hiernaartoe ook ingezet. Een verkenning bij alle 25 veiligheidsregio’s, het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV, verantwoordelijk voor de Rijksbrede Risicoanalyse) en diverse crisispartners heeft tot een adviesrapport geleid waarin een eenduidig proces voor risico-inventarisatie en -analyse wordt geadviseerd. Verwacht wordt dat het NIPV in samenwerking met de regio’s en netwerkpartners eind 2023 of begin 2024 de nieuwe methodiek oplevert. Vanuit de visie dat de wereld snel veranderd en een nieuwe handreiking meer zal voldoen aan de behoefte, zullen wij over twee jaar het voorliggende risicoprofiel evalueren met de (vermoedelijk) dan beschikbare nieuwe handreiking.

Dynamisch actueel risicoprofiel: VIK en KCR2 Naast de ontwikkeling van een nieuwe handreiking werken wij binnen de VRGZ aan onze doorlopende informatiepositie middels de oprichting van een Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Het VIK moet de informatiepositie ten aanzien van crisisbeheersing verbeteren en informatiegestuurd werken op het gebied van veiligheid en gezondheid ondersteunen. In het VIK worden de actuele statussen van mogelijke dreigingen en kwetsbaarheden ontsloten, geduid en waar mogelijk voorspeld. Binnen het VIK wordt gewerkt met een veiligheidsbeeld dat continu wordt bijgehouden. Daarmee kan het VIK als een dynamisch actueel risicoprofiel worden beschouwd. Sinds juli 2022 is het VIK VRGZ operationeel. Op landelijk niveau wordt gewerkt aan het KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk). Dit moet eind 2023 zijn beslag krijgen. Het wordt een landelijk informatieknooppunt, dit als opvolger van het huidige LOCC (Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum).

10

4.

Resultaten

In dit hoofdstuk worden de resultaten van de methode met betrekking tot de keuze voor de crisis- en incidenttypen en de context op een aantal onderwerpen nader beschreven. In paragraaf 4.3 is de risicomatrix weergegeven waarin de scenario’s gerangschikt zijn op waarschijnlijkheid en impact. Ook is vanaf paragraaf 4.4 vanuit een aantal specifieke thema’s nadere context beschreven.

4.1.

Risico inventarisatie Gelderland-Zuid

Zoals hierboven beschreven categoriseren we incidenten als een van 25 crisistypen en een van de 7 maatschappelijke thema’s uit de Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Uit de 25 crisistypen is op basis van de risico-inventarisatie en het risicobeeld een selectie van 17 crisistype gemaakt die voor Gelderland-Zuid relevant zijn. Dit is hieronder weergegeven in tabel 4.1. Maatschappelijk thema 1. Natuurlijke omgeving

2. Gebouwde omgeving 3. Technologische omgeving

4. Vitale infrastructuur en voorzieningen

5. Verkeer en vervoer

6. Gezondheid 7. Sociaal maatschappelijke omgeving

Crisistype 1.1 Overstromingen 1.2 Natuurbranden 1.3 Extreme weersomstandigheden 1.4 Aardbevingen 1.5 Plagen 1.6 Dierziekten 2.1 Branden in kwetsbare objecten 2.2 Instorting in grote gebouwen en kunstwerken 3.1 Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht 3.2 Incidenten met giftige stof in open lucht 3.3 Kernincidenten 4.1 Verstoring energievoorziening 4.2 Verstoring drinkwatervoorziening 4.3 Verstoring rioolwaterafvoer en afvalzuivering 4.4 Verstoring telecommunicatie en ICT 4.5 Verstoring afvalverwerking 4.6 Verstoring voedselvoorziening 5.1 Luchtvaartincidenten 5.2 Incidenten op of onder water 5.3 Verkeersincidenten op land 5.4 Incidenten in tunnels 6.1 Bedreiging volksgezondheid 6.2 Ziektegolf 7.1 Paniek in menigten 7.2 Verstoring openbare orde

Tabel 4.1 – Relevante crisistypen voor Gelderland-Zuid

Crisistypen en incidenttypen die niet zijn uitgewerkt in Gelderland-Zuid zijn crisistypen die: • Niet in de regio voorkomen – bijvoorbeeld incidenten in tunnels. • Nauwelijks/ niet trendmatig in de regio voorkomen – bijvoorbeeld aardbevingen. • Zijn ondergebracht bij een ander crisis- of incidenttype – bijvoorbeeld: ‘dierziekten’ zijn ondergebracht bij ‘dierziekte overdraagbaar op mens’.

11

Deze analyse en keuzes staan opgenomen in onderstaande tabel 4.2. Per incidenttype wordt een onderbouwing gegeven. Incidenttype is van toepassing op de regio Incidenttypen die niet in de regio voorkomen Incidenttypen die nauwelijks/niet trendmatig in de regio voorkomen Incidenttypen die zijn ondergebracht bij een andere categorie

Natuurlijke omgeving

Tabel 4.2 – onderbouwing voor de niet uitgewerkte incidenttypen Thema Crisistype Incidenttype 1 1 overstromingen 10 overstroming vanuit zee Gelderland-Zuid is niet gelegen aan open zee. Overstromingsdreiging komt vanuit het rivierengebied. 20 overstromingen door hoge Incident van toepassing op de VRGZ. rivierwaterstanden 30 vollopen van een polder / Het scenario "overstromingen door hoge dijkdoorbraak rivierwaterstanden" wordt als maatgevend beschouwd voor Gelderland-Zuid. 2 natuurbranden 10 bosbrand Incident van toepassing op de VRGZ. 20 heide, (hoog)veen- en duinbranden

3 extreme weersomstandigheden

Gebouwde omgeving

2

12

In de regio is een trend waarneembaar waarbij meer gemengde vegetatie met heide voorkomt. Het gaat hier echter om geringe oppervlaktes, die op regionale schaal niet doorslaggevend zijn. 10 koude golf, sneeuw en ijzel Incident van toepassing op de VRGZ. 20 hittegolf

Incident van toepassing op de VRGZ.

30 storm en windhozen

Incident van toepassing op de VRGZ.

40 aanhoudende laaghangende mist

Aanhoudende laaghangende mist is geen veel voorkomend fenomeen in de regio. Incidenteel is er wel mist, maar er is geen sprake van een trend waar de regio rekening mee moet houden in beleidsontwikkeling. Volgens de risicokaart behoort Gelderland-Zuid niet tot een gebied waar bevingen kunnen plaatsvinden met een intensiteit die gevaarlijke (persoonlijke) schade aan of in gebouwen veroorzaakt. Er zijn in de regio geen specifieke plagen met ongedierte relevant. Wel is opgemerkt dat er rekening moet worden gehouden met meer voorkomen van de teek (ziekte van Lyme), en processierups. Voor dit crisistype wordt geen scenario uitgewerkt omdat er geen sprake zal zijn van een crisis. Er zal voornamelijk behoefte zijn aan goede voorlichting. Bij dierziekten wordt primair uitgegaan van gevolgen van dierziekten voor de mens. Er is een apart scenario uitgewerkt voor zoönose (dier op mens) onder het maatschappelijke thema Gezondheid. Vandaar dat daar geen apart scenario in deze context is opgesteld. Incident van toepassing op de VRGZ.

4 aardbevingen

10 aardbeving

5 plagen

10 ongedierte

6 dierziekten

10 ziektegolf

1 branden in kwetsbare 10 grote brand in gebouwen objecten met niet of verminderd zelfredzame personen 20 grote brand in gebouwen met een grootschalige publieksfunctie

30 grote brand in bijzonder hoge gebouwen of ondergrondse bebouwing

Dergelijke gebouwen zijn in Gelderland-Zuid aanwezig. Er is echter geen apart scenario uitgewerkt voor dit incidenttype. Maatgevend is een scenario met verminderd zelfredzame personen als uitgangspunt gekozen. In Gelderland-Zuid is een aantal gebouwen hoger dan 25 meter. In Nijmegen is er het Erasmusgebouw (21 verdiepingen) en 52Nijmegen (18 verdiepingen).

Thema

Crisistype

2 instorting in grote gebouwen en kunstwerken

Technologische omgeving

3

40 brand in dichte binnensteden 10 instorting door explosie

Een grote brand in bijzonder hoge gebouwen of ondergrondse bebouwing wordt niet als maatgevend gezien in Gelderland-Zuid. Daarom is hier voor het regionaal risicoprofiel geen scenario voor uitgewerkt. Incident van toepassing op de VRGZ.

De waarschijnlijkheid van instorting van bouwwerken door een explosie is klein, gezien de relatief hoogwaardige bouwkwaliteit en het preventieniveau in Gelderland-Zuid. Indien gasexplosies optreden zullen de effecten in het algemeen beperkt blijven tot het betreffende compartiment en de directe omgeving ervan. 20 instorting door gebreken in In Gelderland-Zuid vinden geen ondergrondse de constructie of fundering werkzaamheden plaats (zoals in Amsterdam/Keulen). Verder is het niet waarschijnlijk dat gebouwen in Gelderland-Zuid zomaar instorten door een gebrek in de constructie of fundering. 10 incident vervoer weg Incident van toepassing op de VRGZ.

1 Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht 20 incident vervoer water

Incident van toepassing op de VRGZ.

30 incident spoorvervoer

Incident van toepassing op de VRGZ.

40 incident transport buisleidingen

Incident van toepassing op de VRGZ.

50 incident stationaire inrichting

Incident van toepassing op de VRGZ.

2 Incidenten met giftige 10 incident vervoer weg stof in open lucht

Incident van toepassing op de VRGZ.

20 incident vervoer water

Incident van toepassing op de VRGZ.

30 incident spoorvervoer

Incident van toepassing op de VRGZ.

40 incident transport buisleidingen

Incident van toepassing op de VRGZ.

50 incident stationaire inrichting

Incident van toepassing op de VRGZ.

3 kernincidenten

13

Incidenttype

10 incident A-objecten: centrales

Gelderland-Zuid heeft geen kernenergiecentrale binnen de grenzen van de regio. Kernenergiecentrale Dodewaard (gelegen in gemeente Neder-Betuwe) is buiten werking gesteld in 1997. Er is een 20 incident A-objecten: nabije rampenbestrijdingsplan voor de gesloten centrale. centrales Hierin staat dat voor het falen van de omhulling van de grensoverschrijdend reactor een zeer zware impact nodig is, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de inslag van een (jacht)vliegtuig. Als 30 incident A-objecten: gevolg van zo'n impact zou brand kunnen ontstaan. Het scheepvaart met zich voordoen van een dergelijk scenario is zeer kernenergie en nucleair onwaarschijnlijk. De brandlast in de gebouwen is tijdens defensiemateriaal het instellen van de veilige insluiting tot een minimum 40 incident B-objecten: vervoer gereduceerd. Daarom wordt dit scenario voor het grote eenheden radioactief regionaal risicoprofiel buiten beschouwing gelaten. Voor zover bekend is er geen scheepvaart met materiaal kernenergie/nucleair defensiemateriaal met relevantie 50 incident B-objecten: overige voor Gelderland-Zuid nucleaire faciliteiten Het transport van nucleair materiaal t.b.v. B-objecten brandklasse i

Thema

4

Vitale infrastructuur en voorzieningen

5

Verkeer en Vervoer 14

Crisistype

1 Verstoring energievoorziening

Incidenttype 60 incident B-objecten: overig vervoer en gebruik nucleaire materialen (laboratoria etc.) 70 militair terrein en transporten nucleair materiaal

(o.a. medische toepassingen) niet tot grote risico's leidt. De gevolgen van een incident zijn gegeven de hoeveelheid van het nucleaire materiaal en de beschermingsmaatregelen beperkt tot een zeer lokale schaal. Er vindt regelmatig doorvoer van nucleair afval plaats over de A2. Voor zover bekend is er geen sprake van militaire opslag/transport van nucleair materiaal in Gelderland-Zuid. Incident van toepassing op de VRGZ. Incident van toepassing op de VRGZ. Incident van toepassing op de VRGZ.

10 uitval olievoorziening 20 uitval gasvoorziening 30 uitval elektriciteitsvoorziening 2 Verstoring 10 uitval drinkwatervoorziening Incident van toepassing op de VRGZ. drinkwatervoorziening 20 problemen waterinname Incident van toepassing op de VRGZ. 30 verontreiniging Incident van toepassing op de VRGZ. drinkwaternet 3 verstoring 10 uitval rioleringssysteem In het verzorgingsgebied van de Veiligheidsregio staat rioolwaterafvoer en een aantal afvalwaterzuiveringen. Deze zuiveren het afvalwaterzuivering 20 uitval afvalwaterzuivering afvalwater voordat dit op de rivieren geloosd word. De zuiveringen verschillen in grote met een zuiverende capaciteit van enkele tienduizenden tot enkele honderdduizenden huishoudens. In het geval van b.v. een illegale lozing kan de bacteriële huishouding van een zuivering afsterven en hiermee het zuiverende vermogen van de zuivering. Dit heeft tot gevolg dat de zuivering twee tot drie weken buiten werking is en het water van de huishoudens ongezuiverd geloosd word. Uitval heeft grootschalige overstort van rioolwater op oppervlakte water tot gevolg waarbij er grote milieuschade ontstaat. Op advies van het waterschap is geconcludeerd dat deze verstoringen middels multidisciplinaire afspraken zijn te bestrijden en niet als crisis in het kader van dit risicoprofiel hoeft te worden beschouwd.

4 Verstoring 10 uitval voorziening voor Incident van toepassing op de VRGZ. telecommunicatie en spraak- en ICT datacommunicatie 5 verstoring 10 uitval afvalverwerking Uitval van afvalverwerking is zeer hinderlijk, maar zal in afvalverwerking Gelderland-Zuid niet leiden tot een crisissituatie waar de regio zich beleidsmatig op moet voorbereiden. 6 verstoring 10 uitval distributiecentra Voedselvoorziening kan mogelijk uitvallen als gevolg voedselvoorziening van een ander crisistype zoals een overstroming. Uitval van voedselvoorziening zal dan één van de vele aandachtsgebieden zijn. Een andere mogelijkheid is een opzettelijke storing (zoals een staking). Gezien de tijdelijke aard van een staking en het afbreukrisico voor de stakers is het niet waarschijnlijk dat een staking leidt tot een voedselcrisis. Gezien de strategische geografische spreiding van voedseldistributiecentra in Nederland wordt voor Gelderland-Zuid geen acute crisissituatie voorzien. 1 luchtvaartincidenten 10 incident bij start of landing Er is geen luchthaven gelegen in Gelderland-Zuid. op/om een luchtvaartterrein Een laagvlieggebied, waar een deel van GelderlandZuid deel van uit maakt, behoort niet tot dit crisistype. Er moet een directe relatie zijn met een luchthaven of start- en landingsbaan.

Omdat de risico's van het laagvlieggebied wel terug dienen te komen in de risicoinventarisatie, wordt in bijlage 1, onder 5 (verkeer en vervoer) wel aandacht besteed aan deze risicobron.

Thema

Crisistype

2 Incidenten op of onder water

3 Verkeersincidenten op land

Incidenttype 20 incident vliegtoestel bij vliegshows 10 incident waterrecreatie en pleziervaart

4 incidenten in tunnels 10 incident in tunnels 20 incident in wegtunnels

Gezondheid

1 bedreiging volksgezondheid

2 Ziektegolf

Sociaalmaatschappelijke omgeving

7

1 Paniek in menigten

Incident van toepassing op de VRGZ.

20 incident beroepsvaart Incident van toepassing op de VRGZ. (anders dan met gevaarlijke stoffen) 30 incident op ruim water Ruim water komt niet voor in Gelderland-Zuid volgens de definitie zoals die in project Waterrand wordt gehanteerd. 40 grootschalig duikincident Duikincidenten kunnen in de wateren van GelderlandZuid plaatsvinden, bijvoorbeeld bij recreatief duiken of in geval van een ongeval waar duikers aan te pas moeten komen. Grootschalige duikincidenten worden niet als waarschijnlijk geacht voor Gelderland-Zuid. 10 incident wegverkeer Incident van toepassing op de VRGZ. 20 incident treinverkeer

6

Er worden geen vliegshows georganiseerd in Gelderland-Zuid.

Incident van toepassing op de VRGZ. Treintunnels zijn niet aanwezig in Gelderland-Zuid. Wegtunnels zijn niet aanwezig in Gelderland-Zuid

30 incident in tram- en metrotunnels en stations 10 besmettingsgevaar via contactmedia

Tram en metrotunnels en stations zijn niet aanwezig in Gelderland-Zuid. Gezien de grote overlap met crisistype volksgezondheid is er voor gekozen om dit incidenttype bij ziektegolf onder te brengen. Er wordt bij ziektegolf (volgens de handreiking) onderscheid gemaakt in voedsel hygiënische problemen (voedselvergiftiging), maar ook chemische en radiologische oorzaken. 20 feitelijke grootschalige Ook dit onderdeel kan worden ondergebracht bij het besmetting (nog) zonder crisistype ziektegolf. Bij ziektegolf wordt volgens de ziekteverschijnselen handreiking ook onderscheid gemaakt in 'laat ontdekte ziekte oorzaken (silent release)'. 30 besmettelijkheidgevaar besmettelijkheidgevaar vanuit buitenland is mogelijk, vanuit buitenland maar wordt niet als onderscheidende dreiging beschouwd voor Gelderland-Zuid. 40 besmettelijkheidgevaar in Dierziekten worden meegenomen in de uitwerking voor eigen regio incidenttype 'dierziekte overdraagbaar op mens'. 50 dierziekte overdraagbaar op Incident van toepassing op de VRGZ. mens 10 ziektegolf besmettelijke Incident van toepassing op de VRGZ. ziekte 20 ziektegolf niet besmettelijke Incident van toepassing op de VRGZ. ziekte 10 paniek tijdens grote Incident van toepassing op de VRGZ. festiviteiten, concerten, demonstraties

2 Verstoring openbare 10 rel rondom demonstraties orde en andere manifestaties

Incident van toepassing op de VRGZ.

20 gewelddadigheden rondom Incident van toepassing op de VRGZ. voetbalwedstrijden

15

Thema

Crisistype

Incidenttype 30 maatschappelijke onrust en Incident van toepassing op de VRGZ. buurtrellen (Ingrijpende gebeurtenis)

4.2.1 Risicobeeld en -analyse In het risicobeeld komt de vraag naar voren welke soorten branden, rampen en crises zich binnen de regio (en de omliggende gebieden) kunnen voordoen. Samen met de risico-inventarisatie vormt dit risicobeeld de basis voor de keuze van incidentscenario's. Op basis van de voor Gelderland-Zuid relevant geachte crisistypen en de aanverwante incidenttypen, zijn (incident)scenario's opgesteld. Een scenario wordt gedefinieerd als een mogelijk verloop van een incident, of – meer precies – een verwacht karakteristiek verloop van een incidenttype, vanaf de basisoorzaken tot en met de einduitkomst. Scenario’s De gekozen crisistypen zijn nader uitgewerkt met scenario’s. De selectie van de scenario's is tot stand gekomen met input van inhoudelijke experts. Er zijn andere scenario’s dan de gekozen scenario’s denkbaar. De gekozen 23 scenario’s zijn grote, heftige maar toch nog reële scenario’s. Het betreffen specifieke scenario’s met een bepaald verloop. Dit is geen harde wetenschap maar vraagt ook om onderbouwde inschatting: het reële gehalte van het zware scenario, statistische onderbouwing (voor zover beschikbaar) en reeds bestaande aandacht voor een onderwerp zijn hierbij betrokken. In tabel 4.2 is aangegeven welke scenario’s per crisistype zijn uitgewerkt.

Terrorisme en cyberverstoringen en -dreigingen kunnen de oorzaak zijn van veel van de in de bijlage beschreven scenario’s. Daarom is er niet voor gekozen deze als apart scenario op te nemen, maar als generieke mogelijke trigger voor scenario’s. In bijlage 1 is uitgebreid beschreven hoe de scenario’s tot stand zijn gekomen en hoe ze zijn gescoord op impact en op waarschijnlijkheid.

16

Maatschappelijk thema 1. Natuurlijke omgeving

2. Gebouwde omgeving 3. Technologische omgeving

4. Vitale infrastructuur en voorzieningen

5. Verkeer en vervoer

6. Gezondheid

7. Sociaal maatschappelijke omgeving

Crisistype en uitgewerkte scenario's De nummering is overeenkomstig de indeling in de nationale handreiking

1.1 Overstromingen • Overstromingen door hoge rivierwaterstanden 1.2 Natuurbranden • Natuurbrand nabij een kwetsbaar object 1.3 Extreme weersomstandigheden • Hittegolf 1.6 Dierziekten • Dierziekte overdraagbaar op mens (idem 6.1) 2.1 Branden in kwetsbare objecten • Brand in gebouw met verminderd zelfredzame personen. • Grote brand in dichte binnenstad. 3.1 Incidenten met brandbare/explosieve stof in open lucht • Incident transport brandbare stof (BLEVE) • Incident spoorverkeer met brandbare vloeistof • Incident wegverkeer met brandbaar gas 3.2 Incidenten met giftige stof in open lucht • Incident giftige stof in open lucht • Scheepvaartincident met toxische 3.3 Kernincidenten • Ongeval kernenergiecentrale 4.1 Verstoring energievoorziening • Verstoring gasvoorziening • Verstoring elektriciteitsvoorziening 4.2 Verstoring drinkwatervoorziening • Verontreiniging in drinkwaternet 4.4 Verstoring telecommunicatie en ICT • Verstoring telecommunicatie en ICT 5.2 Incidenten op of onder water • Incident passagiersvaartuig 5.3 Verkeersincidenten op land • Incident wegverkeer 6.1 Bedreiging volksgezondheid • Dierziekte overdraagbaar op mens (idem 1.6) 6.2 Ziektegolf • Grieppandemie ernstig • Grieppandemie mild 7.1 Paniek in menigten • Paniek menigten bij grote festiviteiten, concerten en demonstraties 7.2 Verstoring openbare orde • Gewelddadigheden rondom voetbalwedstrijden / verstoring

openbare orde • Maatschappelijke onrust en buurtrellen / ingrijpende gebeurtenis

Tabel 4.2 – Scenariokeuze per crisistype

17

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Op basis van de opgestelde scenario's is de impact en waarschijnlijkheid per scenario ingeschat, zoals beschreven in hoofdstuk 3 (zie bijlage 1). De ingeschatte impact en waarschijnlijkheid is hierna beoordeeld. De in de Handreiking benoemde incidenttypen ‘vangen’ niet langer compleet de risico’s waar we als maatschappij mee te maken hebben. Ten eerste zijn risico’s steeds minder als losstaand te zien. Een langdurige crisis kan tot andere crises of incidenten leiden, een crisis binnen een bepaald thema kan overgaan in een crisis of incident van een ander thema. Hiermee is rekening te houden vanuit de flexibiliteit van de crisisorganisatie maar ook in de continuïteit ervan. Ook kan er sprake zijn van hybride dreigingen die sluimerend van aard zijn en zich niet direct laten zien als één evenement of gebeurtenis, zoals bij een ransomware aanval of bijvoorbeeld een oorlog op afstand (denk aan de oorlog in Oekraïne). Het verbinden van deze zaken regionaal en landelijk is wel belangrijk en is een belangrijke doorontwikkeling van het kijken naar risicoprofielen en alles wat daarmee samenhangt. De huidige methodiek van het RRP houdt hier geen rekening mee. Daarnaast komen ervaringen zoals de coronapandemie, maar ook de huidige cyberdreigingen onvoldoende tot hun recht in de huidige methode.

Om die reden hebben we in de totstandkoming van dit profiel aanvullende literatuur benut naar maatschappelijke ontwikkelingen die mogelijk de aankomende jaren op de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid afkomen en schetsen we hieronder enkele ontwikkelingen die aanleiding kunnen geven tot diverse incidenttypen. Pandemie Op dit onderwerp is sinds 2020 de wereldwijde coronapandemie te benoemen. Een dergelijk risico staat “hoog” in de risicomatrix van de VRGZ en ook landelijk. Daar staat het als “grieppandemie” opgenomen met het origineel beschreven en gescoorde scenario. Het scenario coronapandemie zal indien dit zou worden gescoord hoger uitkomen in de matrix. Los van de gezondheidscrisis leverde deze langdurige crisis ook scenario’s op, die onder het maatschappelijk thema “sociaalmaatschappelijke omgeving” vielen. Terrorisme Terrorisme kan een oorzaak zijn van (bijna) alle crisistypen en uitgewerkte scenario’s die worden behandeld in deze rapportage. In deze rapportage is ervoor gekozen om terrorisme niet als een apart crisistype op te nemen, zoals hierboven al aangegeven. Een crisistype is immers "een categorie van mogelijke branden, rampen en crises die qua soort effecten en qua ontwikkeling in de tijd op elkaar lijken." Dit betekent dat een andere aanleiding (terrorisme) voor hetzelfde incident (bijvoorbeeld een explosie) niet als een apart crisistype wordt opgevat.

Dit laat onverlet, dat de maatschappelijke verontwaardiging en gevolgen voor het gevoel van veiligheid na een terroristische aanslag, bijzondere aandacht zullen vergen. Cyberdreigingen Digitale systemen vormen inmiddels het ‘zenuwstelsel’ van onze maatschappij. Dat biedt veel kansen, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Ondanks de inspanningen om de cyberweerbaarheid te verhogen, is er sprake van scheefgroei met de toenemende dreiging. Die scheefgroei vergroot het risico op ontwrichting van onze samenleving. In de VRGZ hebben in het recente verleden bijvoorbeeld de gemeente Buren in 2022 en de Radboud Universiteit Nijmegen in 2021 er mee te kampen gehad. In de themarapportage Cyberdreigingen (2022) onderdeel van de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid zijn binnen het thema cyberdreigingen voor vijf scenario’s de gevolgen en waarschijnlijkheid in kaart gebracht. Geconcludeerd wordt dat de waarschijnlijkheid van de scenario’s sterk uiteenloopt en dat de impact over het algemeen relatief beperkt blijft, met een korte duur en beperkt tot een specifieke groep gebruikers of diensten. De impact die ontstaat vanuit cyberdreigingen is divers en verspreid over alle veiligheidsbelangen en impactcriteria.

Door de breedte van het thema en de dreigingscategorieën is het moeilijk om generaliserende conclusies te trekken over de omvang en aard van de impact van de onderliggende fenomenen in relatie tot specifieke veiligheidsbelangen of criteria. 18

In de regio kan er een rol zijn voor de VRGZ als er gevolgen in het fysieke domein plaatsvinden. Om die rol goed te kunnen vervullen, dienen de partners en de specifieke risico’s op dit terrein in zicht te zijn. Daar wordt momenteel samen met de regio’s in Gelderland en Overijssel (Oost-5) maar ook op landelijke schaal aandacht aan gegeven. Klimaatverandering De verandering van het klimaat heeft directe invloed op Gelderland-Zuid. De Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid noemt weersextremen een dreiging voor de nationale veiligheid. Extreme neerslag kan bijvoorbeeld leiden tot overstromingen en extreme hitte en droogte kunnen leiden tot onbeheersbare natuurbranden. Extreme droogte, wateroverlast en overstromingen hebben op hun beurt als gevolg dat de vitale infrastructuur, zoals de drinkwater-, elektriciteits- gas- en telecomvoorziening, verstoord kan raken. Daarnaast kunnen te hoge of te lage waterstanden, als gevolg van extreem weer, leiden tot verstoring van de handelsverbindingen en daarmee de knooppuntfunctie van Nederland bedreigen. Gelet op de klimaatverwachtingen uit de publicaties van het IPCC en het KNMI zullen de komende decennia het aantal zomerse en tropische dagen met drogende oosten winden sterk toenemen, afgewisseld door perioden met zware regenval.

Het gebied van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid kenmerkt zich door de aanwezigheid van drie belangrijke rivieren: Nederrijn, Waal en Maas, met de Waal als belangrijkste transportader over het water in Nederland. Het vervoer van gevaarlijke stoffen van Europoort naar Duitsland en vice versa vindt plaats over deze rivieren. De aanwezigheid van deze grote rivieren kan een dreiging voor overstromingen in zich houden bij extreme weersomstandigheden. Aan de andere kant levert droogte risico’s op doordat vaargeulen ondieper en smaller worden. Een ander risico dat specifiek is voor (een deel van) de regio is dat het aantal natuurbranden zal toenemen. Voor de regio Gelderland-Zuid is dit relevant onder andere vanwege enkele bosrijke gebieden, met daarin gelegen kwetsbare objecten zoals zorginstellingen. Klimaat- en natuurrampen en -crises hebben een sterke koppeling met vitale processen, als elektriciteits-, drinkwater- en gasvoorziening en telecommunicatie. Dit geldt niet alleen binnen het direct getroffen gebied maar ook daarbuiten kunnen vitale processen uitvallen door cascade-effecten. In bijlage 1 paragraaf 1.3 zijn extreme weersomstandigheden als scenario hittegolf opgenomen. De verwachting is dat de extremen mogelijk nog heftiger kunnen worden.

4.3 Risicoprofiel Op basis van waarschijnlijkheid en impact kunnen de 23 scenario’s in het risicodiagram op vier categorieën verdeeld worden (figuur 4.1). De uitgewerkte scenario's met de grootste impact en waarschijnlijkheid staan rechtsboven in de figuur (categorie I). Een kleine waarschijnlijkheid en impact leidt tot een plaats linksonder in het diagram (categorie IV). De categorie I-risico's verdienen in principe meer aandacht dan de overig benoemde categorieën. De scenario's overstromingen, grieppandemie ernstig, ongeval kernenergiecentrale, incident transport brandbare stof (BLEVE), verstoring telecommunicatie en ICT en natuurbrand nabij kwetsbaar object de grootste samengestelde impact hebben.

19

Categorie II

Categorie I

lage waarschijnlijkheid, hoge impact zeer ernstig/catastrofaal • Overstroming door hoge waterstanden • Ongeval kernenergiecentrale • Incident met brandbare stof (BLEVE)* • Verstoring telecommunicatie en ICT

hoge waarschijnlijkheid, impact zeer ernstig/catastrofaal

Categorie IV

Categorie III

lage waarschijnlijkheid, impact laag/aanzienlijk/ernstig

hoge waarschijnlijkheid, impact beperkt/aanzienlijk/ernstig

• • • • • • • • • • •

Incident spoor brandbare vloeistof Incident met giftige stof in open lucht Verstoring elektriciteitsvoorziening Incident wegvervoer brandbaar gas Scheepvaart incident met toxische stof Grote brand in gebouw met verminderd zelfredzamen Paniek in menigten Incident passagiersvaartuig Verstoring gasvoorziening Verontreiniging drinkwaternet Dierziekte overdraagbaar op mens

•

• • • • • • •

(Griep)pandemie ernstig

Natuurbrand nabij kwetsbaar object Verstoring openbare orde Hittegolf (Griep)pandemie mild Ingrijpende gebeurtenis Incident wegverkeer Grote brand in dichte binnenstad

* Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie): explosie die kan voorkomen als een houder (tank) met een vloeistof onder druk openscheurt.

Figuur 4.1 – Risicodiagram Gelderland-Zuid

Het risicoprofiel kan als volgt worden weergegeven als matrix:

Figuur 4.2 Risicomatrix Gelderland-Zuid

20

4.4 Verschuivingen RRP 2024 ten opzichte van RRP 2020 Het risicoprofiel 2024 vertoont ten opzichte van het profiel van 2020 verschuivingen op de scenario’s verstoring telecommunicatie en ICT, verstoring elektriciteitsvoorziening, verstoring openbare orde en natuurbrand nabij kwetsbaar object. Alle vier de scenario’s zijn hoger ingeschaald op impact en waarschijnlijkheid ten opzichte van het RRP van 2020. •

•

•

•

Verstoring telecommunicatie en ICT: Telecommunicatie en ICT nemen een steeds grotere plaats in het dagelijks leven in. Ook de Veiligheidsregio is in toenemende mate afhankelijk van telecommunicatie en ICT. Doordat de omvang van risico’s toenemen, is de verwachting dat met name de mobiele telecommunicatievoorzieningen vaker uit zullen vallen door overbelasting of instabiliteit van netwerken. Ondanks de inspanningen om de cyber weerbaarheid te verhogen, is er sprake van scheefgroei met de toenemende dreiging. Die scheefgroei vergroot het risico op ontwrichting van onze samenleving. Verstoring elektriciteitsvoorziening: de snel toenemende vraag naar elektriciteit en de snelle opkomst van duurzame energieopwekking met wind- en zonneparken zorgen voor drukte op het elektriciteitsnet. Zelfs zo druk dat het elektriciteitsnet in veel gebieden vol zit. Door de grotere druk op het elektriciteitsnetwerk en de verdergaande digitalisering van onze samenleving, wordt de impact van een verstoring steeds groter. Verstoring openbare orde: door toenemende polarisatie, verharding van gedrag in de maatschappij en een dalend vertrouwen in de overheid zien we steeds vaker incidenten waarbij sprake is van toenemende maatschappelijke onrust en waarbij de openbare orde wordt verstoord.

Natuurbrand nabij kwetsbaar object: De afgelopen jaren is, mede door de droge en hete jaren 2018, 2019 en 2020, het urgentiebesef bij alle actoren van de noodzaak tot het beheersen van het natuurbrandrisico gegroeid. Gelet op de klimaatverachtingen uit de publicaties van het IPCC en het KNMI zullen de komende decennia het aantal zomerse en tropische dagen met drogende oosten winden sterk toenemen, afgewisseld door perioden met zware regenval. Door deze extremen is het reëel te veronderstellen dat het aantal grote en mogelijk onbeheersbare natuurbranden eveneens zal toenemen. Voor de regio Gelderland-Zuid is dit relevant onder andere vanwege enkele bosrijke gebieden, met daarin gelegen kwetsbare objecten zoals zorginstellingen.

5. Van risicoprofiel naar beleidsplan Het risicoprofiel geeft een weergave van de regionale risico’s op basis van waarschijnlijkheid en impact. Het risicoprofiel dient daarmee als een hulpmiddel bij het opstellen van het Regionaal Beleidsplan. Een uitwerking hiervan is het inzichtelijk maken van de beïnvloedingsmogelijkheden die de Veiligheidsregio en haar partners kunnen inzetten om deze risico te beperken: welke maatregelen zijn mogelijk om het risico te beheersen? Welke extra voorbereidingen zouden kunnen worden getroffen? Deze aspecten komen terug in het Regionaal Beleidsplan.

21

Bijlage 1: Uitwerking van relevante crisistypen, incidenttypen en scenario’s 1. Natuurlijke omgeving Binnen het maatschappelijk thema "Natuurlijke omgeving" valt een aantal crisistypen. Sommige daarvan zijn voor Gelderland-Zuid niet relevant en worden niet uitgewerkt. De crisistypen die niet afvallen zijn in de paragrafen hierna uitgewerkt. 1. Overstromingen - deze zijn relevant in Gelderland-Zuid en worden hierna verder uitgewerkt 2. Natuurbranden - deze zijn relevant in Gelderland-Zuid en worden hierna verder uitgewerkt 3. Extreme weersomstandigheden - deze zijn relevant in Gelderland-Zuid en worden hierna verder uitgewerkt 4. Aardbevingen - deze zijn niet relevant in Gelderland-Zuid. Dit gezien de lage waarde voor Gelderland-Zuid op de Mercalli schaal. 5. Plagen - plagen met ongedierte zijn – op basis van het verleden – in Gelderland-Zuid niet relevant en worden daarom verder niet uitgewerkt. 6. Dierziekten - zijn relevant binnen Gelderland-Zuid. Er is geen apart scenario uitgewerkt (zie 1.6). 1.1 Overstromingen Binnen het crisistype overstromingen wordt onderscheid gemaakt in de volgende incident typen: 1. overstromingen vanuit zee - dit type is voor Gelderland-Zuid niet relevant omdat Gelderland-Zuid niet aan open zee grenst 2. overstromingen door hoge rivierwaterstanden - dit type is voor Gelderland-Zuid relevant en wordt uitgewerkt 3.

vollopen van een polder / dijkdoorbraak - Er wordt voor dit risicoprofiel uitgegaan van overstromingen door hoge rivierstanden. Overstroming door hoge rivierwaterstanden Het begrip 'overstroming' heeft betrekking op rivieren, kust en meren én de grootschalige gevolgen van de overstroming in termen van mensenlevens en schade. Overstromingen kunnen het gevolg zijn van een combinatie van natuurlijke oorzaken (storm en/of overvloedige regenval) en menselijk of technisch falen. Factoren die regionaal bepalend zijn: • Hoogteligging ; • Bevolkingsspreiding; • Overstromingsdiepte/stroomsnelheden/stijgsnelheden; • Keteneffecten. We spreken van een overstroming als er een bres in een waterkering ontstaat en/of er over een grote lengte dusdanig grote hoeveelheden water over een kering lopen dat de instroom niet kan worden gestopt met noodmaatregelen. Het tijdverloop van een hoogwatergolf en de plaats van een eventuele dijkdoorbraak worden gekenmerkt door onzekerheid. Binnen de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid zijn de volgende acht dijkringen aanwezig: • Dijkring 16, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden • Dijkring 37, Nederhemert • Dijkring 38, Bommelerwaard • Dijkring 39, Alem 22

• • • •

Dijkring 40, Heerewaarden Dijkring 41, Land van Maas en Waal Dijkring 42, Ooij en Millingen Dijkring 43, Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden

De geldende veiligheidsnorm voor deze dijkringgebieden is 1/1250 per jaar. Dijkring 40 heeft aan de Maaszijde een geldende overschrijdingsfrequentie norm van 1/500 per jaar. Deze normen hebben betrekking op de waterstandsfrequentie die de waterkeringen moeten kunnen keren. Ze zijn daarmee niet gelijk aan de overstromingskans van een gebied, omdat de oorzaak van een overstroming niet alleen mogelijk is bij een waterstand die hoger is dan de dijk. Het grootste deel van de regio kan worden bedreigd door overstromingen. Enkel de hoge gronden nabij Berg en Dal en Nijmegen worden niet direct getroffen door hoogwater. In figuur B4.1 zijn de maximale waterdiepten bij overstromingen weergegeven, conform de risicokaart. Daarbij zijn de

kwetsbare objecten afgebeeld in het kaartbeeld.

Figuur B4.1 - Maximale waterdiepten bij overstromingen en kwetsbare objecten (conform risicokaart)

Hoge waterstanden op de rivier kunnen op tal van plaatsen leiden tot het falen van de waterkering. Als uitgangspunt voor het scenario zijn de analyses van het project Veiligheid Nederland in Kaart 2 (VNK2) Overstromingsrisico Dijkring 43 Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden (mei 2014) gebruikt. Dit maakt het mogelijk om voor een combinatie van verschillende faalmechanismen en van verschillende breslocaties de overstromingskans en de impact te bepalen. Op basis van de analyses van VNK2 is meer inzicht ontstaan in de mechanismen die bepalend zijn voor het falen van een waterkering. Gebleken is dat de dijken in Nederland eerder te smal zijn dan te laag. Dijken kunnen bezwijken vóórdat er water over de dijk loopt. Het faalmechanisme piping is daarbij een belangrijk mechanisme gebleken. Een ander belangrijk inzicht is het zogenaamde lengte-effect. Dit is het fenomeen dat de kans dat er ergens een dijk doorbreekt groter is naarmate de waterkering langer is. Het gebied in dijkring 43 loopt naar het Westen af, inundatiewater loopt dan ook van oost naar west. Naast de mogelijkheid om inundatiewater via de Linge af te voeren, kunnen ook de overlaten en de suatiesluis bij Dalem worden ingezet om het inundatiewater af te laten naar de rivier.

23

Uitgaande van de (landelijke) systematiek voor het risicoprofiel, vormt voor de regio Gelderland-Zuid het incidenttype 'vollopen van een polder/dijkdoorbraak' het uitgangspunt. In het gekozen scenario zijn de waterstanden op de Rijn kritiek. 1.1.2 Overstromingen door hoge rivierwaterstanden Dijkringgebied 43 (Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden) ligt in de provincie Gelderland en (voor een klein gedeelte) in de provincie Zuid-Holland. Aan de noordzijde wordt dijkringgebied 43 begrensd door de Nederrijn en de Lek, aan de oostzijde door het Pannerdensch kanaal, aan de zuidzijde door de Waal en de Boven-Merwede en aan de westzijde door de Diefdijklinie. In het dijkringgebied liggen diverse grote infrastructurele werken, zoals rijkswegen, spoorlijnen en kanalen. Zo wordt het gebied doorsneden door de rijkswegen A325, A50, A2 en A15. Ook de spoorlijnen Gorinchem-Elst, Arnhem-Nijmegen, Utrecht-Den Bosch en de Betuwelijn doorsnijden het gebied. Het dijkringgebied wordt daarnaast doorsneden door twee voor het gebied van belang zijnde waterlichamen: het Amsterdam-Rijnkanaal en de rivier de Linge. Met 100 km van Doornenburg tot Boven-Hardinxveld, is de Linge de langste rivier die geheel in Nederland ligt. Het AmsterdamRijnkanaal verbindt het IJ in Amsterdam via Utrecht en Wijk bij Duurstede met de Waal bij Tiel.

De waterstanden op de Rijn worden continu gemonitord en dreigend hoog water is enkele dagen van te voren te voorzien. Of en waar de dijk door breekt is slecht te voorspellen. De kans dat de dijken bezwijken is moeilijk te bepalen en aangeven dat de veiligheid achter de dijken niet meer gegarandeerd kan worden zal gebeuren op basis van voorspelde waterstanden en waarnemingen aan de dijk. Het scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring (dijkring 43; figuur B4.2 en B4.3). Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijkringen optreedt, vanuit de Waal en/of de Maas, met mogelijk een overstroming in meerdere dijkringen als gevolg. Ook zijn cascade effecten mogelijk waarbij een overstroming van de ene dijkring leidt tot een overstroming in een andere dijkring, bijvoorbeeld wanneer inundatiewater uit de Waal op de Maas komt.

Figuur B4.2 - Maximale waterdiepten na een dijkdoorbraak bij Bemmel

24

Figuur B4.3 - Uren tot eerste water na een dijkdoorbraak bij Bemmel

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Voor dijkring 43 heeft de beoordeling van de waarschijnlijkheid plaatsgevonden op basis van het VNK2 rapport. De VNK2 berekeningen leiden tot een overstromingskans van dijkring 43 >1/100 per jaar. Het beheerdersoordeel is dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1000 per jaar. Voor geheel dijkring 43 is de gemiddelde economische schade per overstroming € 12,3 miljard. Voor het bepalen van het aantal slachtoffers als gevolg van een overstroming zijn de mogelijkheden voor (preventieve) evacuatie van belang. In de praktijk wordt de effectiviteit van preventieve evacuaties echter beperkt door de geringe voorspelbaarheid van overstromingen, de capaciteit van de aanwezige infrastructuur en de condities waaronder een evacuatie moet worden uitgevoerd, zoals weersomstandigheden en sociale onrust. Het gemiddeld aantal slachtoffers per overstromingsscenario is 260. Voor het scenario waarin de bres bij Bemmel ontstaat vallen er afhankelijk van geen tot grootschalige evacuatie 1365 tot 150 slachtoffers. Tabel B4.1 – Beoordeling scenario ‘Overstromingen door hoge rivierwaterstanden Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied E 2.1 Doden E (op basis van VNK2 rapport uitgaande van gedeeltelijke evacuatie) 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken E (onderkoeling, maar ook botbreuken e.d.

door materialen in de stroming) 2.3 Lichamelijk lijden D (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 Kosten E 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu D 5.1 5.3 6.1

25

Verstoring van het dagelijkse leven Sociaal psychologisch impact Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 4 jaar

E E D Score C (op basis van VNK2 rapport)

1.2 Natuurbranden Binnen het crisistype natuurbranden wordt onderscheid gemaakt in de volgende incident typen: 1. Bosbrand - dit type is voor Gelderland-Zuid relevant en wordt in de volgende paragraaf verder uitgewerkt 2. Heide-, (hoog)veen- en duinbranden - dit type is voor Gelderland-Zuid niet relevant omdat dit type vegetatie niet overwegend voorkomt. In de toekomst zal de totale oppervlakte heide in de regio wel toenemen, aangezien men voornemens is om diverse kleinschalige heidegebieden met elkaar te verbinden. Natuurgebieden in Nederland kennen een intensieve verwevenheid met andere gebruiksfuncties, in het bijzonder bewoning, recreatie en (vitale) infrastructuur. Diverse gemeenten met natuurgebieden ontvangen, vooral gedurende de zomer, veel recreanten binnen hun verzorgingsgebied. Weerverschijnselen als hitte en droogte zorgen voor een grotere kans op natuurbranden. Als oorzaak voor een natuurbrand zijn de volgende potentiële ontstekingsmechanismen denkbaar: bewust menselijk handelen (brandstichting), onbewust menselijk handelen (brandende sigaret), of een natuurlijke oorzaak zoals bijvoorbeeld een blikseminslag. Verder geldt dat naaldbos brandgevaarlijker is dan loofbos, evenals jonge bossen met jonge vegetatie.

Het bosbrandrisico is in principe in maart en april het hoogste aangezien op dat moment de sapstromen in de bomen nog nauwelijks op gang zijn; bij een droge winter kan hierdoor het bos sterk uitdrogen. Door het veranderend klimaat kan deze periode langer zijn. In de zomermaanden kan de toenemende recreatie in het bos (met risicovol gedrag van mensen) tot een toename van het bosbrandgevaar leiden. Onder andere via een weermeetstation in Heumensoord (Malden) kan het risico van een natuurbrand ingeschat worden. Het station bepaald aan de hand van diverse parameters de droogtefactor. Afhankelijk van de droogtefactor krijgt het risico een kleurcode, welke het uitrukvoorstel van de brandweer bepaalt.

Belangrijke aspecten die de impact van een natuurbrand bepalen zijn: • Aanwezigheid van mensen, kwetsbare objecten (volgens de definitie van de risicokaart, bijvoorbeeld campings en verzorgingstehuizen), vitale infrastructuur, natuurwaarden, recreatie (pretparken, dierentuin, hotels) en cultuurhistorie; • De aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, zoals brandbare stoffen op recreatieterreinen, munitiedepots en LPG-tankstations; • De bereikbaarheid voor hulpdiensten, voldoende bluswater, de mogelijkheid van veilig optreden door de hulpverlening, de aanwezigheid van vluchtwegen; • De mate van aandacht van media en publiek (ramptoerisme); • De beschikbare tijd voor evacuatie (uren in plaats van dagen zoals bij overstromingen); • De mate van zelfredzaamheid van bewoners en recreanten in het gebied (onbekendheid met het risico). In Gelderland-Zuid concentreren de grootschalige natuurgebieden zich in het zuidoosten van de regio en dan met name in de gemeenten Berg en Dal, Heumen en Wijchen. In de Ooijpolder (gemeente Berg en Dal) treft men tevens vrij kleinschalige gebieden met rietkragen aan (figuur B4.4). Het natuurgebied in het zuidoosten van de regio betreft met name uitgestrekte gemengde bossen, waarbij merendeels loof- en naaldhout bomen door elkaar staan, wat gunstig is voor het risicobeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=3c599e97-7e98-4a62-9347-1e0786551b39