Concept Regionaal Beleidsplan 2024-2027
Tekst van het document
Doorontwikkeling inkoopproces Onze kennis van inkoop is flink toegenomen. Op veel punten halen we volwassenheidsniveau 3. De landelijke ambitie van de veiligheidsregio’s is om te groeien naar volwassenheidsniveau 4. Dit niveau kunnen we halen als we structureel en gestructureerd bovenregionaal samenwerken. We zijn daarvoor initiatiefnemer en opdrachtgever van het landelijke project “Versterken Inkoopsamenwerking Veiligheidsregio’s”.
•
Versterking personeelsbeleid Het succes van onze organisatie hangt in belangrijke mate af van de kwaliteit en beschikbaarheid van ons personeel. Krapte op de arbeidsmarkt en onze ambities maken dat we alleen wendbaar en weerbaar zijn als we goed zicht blijven houden op (de ontwikkeling van) ons personeelsbestand en investeren in aantrekkelijk werkgeverschap. Dit doen we door de ontwikkeling van samenhangende personeelsinstrumenten zoals strategische personeelsplanning, grip op in- door- en uitstroom en goede arbeidsmarktpositionering.
•
Uitvoeren duurzaam meerjarig onderhoudsplan Het komende meerjarig onderhoudsplan is een duurzaam meerjarig onderhoudsplan. Daarin cijferen we CO2-reductie naar 2030 en nul op de meter in 2050 mee, en maken we inverdieneffecten van BENG (bijna energieneutraal) en ENG (energieneutraal) bouwen zo veel mogelijk inzichtelijk. We voorkomen desinvestering en durven te experimenteren. Dit geldt niet alleen voor bouw, maar bijvoorbeeld ook voor het rijdend materieel, groot of klein.
•
Structurele kosten structureel dekken We willen structurele kosten structureel dekken. Dit vertaalt zich bijvoorbeeld in een andere opzet van onze kapitaalslasten. We zien als gevolg van ontwikkelingen ten aanzien van
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
23
duurzaamheid, de stijgende rente, indexaties op bouwmateriaal en personeel en algemene inflatie een financiële uitdaging ontstaan. Dit maakt herbezinning op de kern van ons werk en onze taak noodzakelijk. De sector bedrijfsvoering zal hierin mee moeten groeien en de unieke informatiepositie over de sectoren heen beter laten benutten.
SPEERPUNT 3: INFORMATIEMANAGEMENT Hoe eerder je weet wat je te wachten staat, hoe gerichter de voorbereiding kan zijn. Hoe meer informatie je hebt, hoe beter je beslissingen neemt. We noemen dit informatiemanagement. Onze organisatie groeit en ontwikkelt naar een steeds meer informatiegedreven organisatie. Niet alleen door het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK), maar ook door de business intelligence (het verzamelen en analyseren van informatie om zo beslissingsondersteunende informatie te verkrijgen). We verzamelen en analyseren informatie en brengen kwetsbaarheden en dreigingen in kaart. We passen het direct toe bij operationele voorbereidingen op evenementen, rampen en crises maar ook bij de beslissingen op het gebied van bedrijfsvoering. Tijdens evenementen, maar ook tijdens een ramp wordt deze informatie gebruikt en is constant op alle niveaus van de (crisis)organisatie sprake van een actueel gedeeld veiligheidsbeeld. Na afloop van de ramp of crisis helpt de verzamelde informatie ons om snel met (en van) elkaar te kunnen leren. Deze versterkte informatiepositie ondersteunt ook het hierboven beschreven doel van risicogericht werken. De brandweer is aan de slag met informatiegestuurd werken, in organisatie en operatie. We investeren in de gehele dataketen waarmee we snel relevante en betrouwbare data ter beschikking hebben (en houden).
Dit versterkt onze informatiepositie. Daardoor kunnen we op het juiste moment, op de juiste plek, snel informatiegestuurd handelen en als organisatie onderbouwde en weloverwogen keuzes maken en adviezen geven, van strategisch-bestuurlijk niveau tot medewerker in het veld. Zowel binnen bestaande taken als voor de nieuwe ontwikkelingen binnen zorgcoördinatie is een goede informatievoorziening essentieel. Samen met de partners binnen de zorgketen wordt inzichtelijk gemaakt welke zorgvoorzieningen worden aangeboden, hoeveel plekken beschikbaar zijn, waar ambulances zich bevinden en waar acute hulp nodig is. Een deel hiervan is al beschikbaar, maar een groot deel nog niet en zal verder ingericht en doorontwikkeld worden. Doorontwikkeling Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) Sinds juli 2022 is er binnen de Veiligheidsregio een Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) operationeel. Het VIK brengt informatie over veiligheid bij elkaar en draagt bij aan: 1. Het proactief inspelen en voorbereiden op dreigende incidenten of crises (voorspellende vermogen in de ‘koude’ situatie); 2. Een snellere beeldvorming en besluitvorming bij een incident of crisis (‘warme’ situatie); 3. Advisering over strategische keuzes op basis van ontwikkelingen die in de (nabije) toekomst worden verwacht.
De extra rijksbijdrage (BDUR), die vanaf 2023 wordt uitgekeerd aan de veiligheidsregio’s, is ook bestemd om het informatiemanagement te versterken en aansluiting op de landelijke voorziening KCR2 mogelijk te maken. Hiervoor investeren we samen met de veiligheidsregio’s in Oost 5 in een gezamenlijke toekomstbestendige digitale infrastructuur. Van een stabiel en veilig netwerk, tot een robuuste gegevensuitwisseling van data tussen de eigen applicaties en de elders ondergebrachte applicaties. De komende beleidsperiode moet het VIK Gelderland-Zuid het volgende kunnen opleveren: • We realiseren een actueel veiligheidsbeeld dat bestaat uit de risico’s in de regio.
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
24
• •
• • • •
We delen dit met netwerkpartners op basis van hun rol, taak en verantwoordelijkheden. In het veiligheidsbeeld wordt de impact van gebeurtenissen in de samenleving opgenomen, en wel op de onderwerpen gezondheidszorg, maatschappij, economie, openbare orde en openbaar bestuur. Dit beeld wordt verrijkt met specifieke informatie uit de domeinen van de betrokken partners. Op basis van dagelijkse informatie ontwikkelen we een dynamisch (regiogrensoverschrijdend) integraal risicoprofiel als onderdeel van dit veiligheidsbeeld. We monitoren en analyseren dreigingen en gevaren in de samenleving die het dagelijks leven verstoren. Op basis van dit continue veiligheidsbeeld leveren we begrijpelijke en eenduidige informatie aan de samenleving over gevaren, risico’s en handelingsperspectieven - vooraf en tijdens crises.
Hiermee vervult de veiligheidsregio haar rol als informatiegestuurde netwerkregisseur met als doel het verbeteren van de informatiepositie ten aanzien van crisisbeheersing.
Voorbeeld van informatie in het veiligheidsbeeld
Interregionale en landelijke samenwerking De ontwikkeling van het VIK gebeurt in nauwe samenwerking met Oost-5 en in aansluiting op de ontwikkelingen rond KCR2. De VRGZ sluit actief aan bij het landelijke ontwikkelen rondom het VIK, met als doel te leren van de successen, “lessons learned” en aanpak van andere regio’s. KCR2 is een landelijk op te richten platform met als doel meer regie en coördinatie te realiseren, met name op het gebied van informatievoorziening en informatie-uitwisseling bij crises en rampen. Dit gebeurt zowel in de koude, lauwe en warme fase. Het gaat om een samenwerking van regio’s en het Rijk. De achtergrond hiervan is dat rampen en crises zich steeds minder vaak beperken tot de regiogrenzen die van oudsher door dijken en rivieren zijn gevormd, maar juist meer dan ooit regiooverstijgend zijn en langer duren dan flitscrises. Het platform verbindt het Rijk en de VIK’s via naar verwachting 6 interregionale veiligheidsinformatiecentra met elkaar.
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
25
Informatie samenwerking witte kolom Voor het versterken van de informatiepositie van de GHOR is het belangrijk om een eigen knooppunt te realiseren dat bij (dreigende) crisissituaties kan worden gebruikt door de crisisorganisatie voor de geneeskundige hulpverlening (witte kolom). Dit tussen aan de ene kant de multidisciplinaire informatiestromen, zoals het VIK, en aan de andere kant de monodisciplinaire informatie binnen de zorgketen. Door de omvang waarop de zorg opereert, wordt dit met de GHOR ook in Oost-5-verband ontwikkeld. Digitale infrastructuur versterken Ontwikkelingen als het VIK en de aansluiting op KCR2 hebben grote impact op de informatiehuishouding en digitale infrastructuur. Deze zullen de komende periode daarom verder worden versterkt. Het onderdeel worden van de vitale infrastructuur betekent dat wij onze informatiebeveiliging verder versterken. Onze informatie moet goed ontsloten worden. Nieuwe wetgeving zoals WOO en Digitoegankelijkheid worden opgepakt.
De consequenties van de Wet open overheid implementeren in de organisatie De Wet open overheid (afgekort Woo) heeft als doel overheden en semioverheden transparanter te maken. De Woo biedt daarom eenieder de mogelijkheid om een verzoek om informatie uit documenten in te dienen. De wet heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering en deze zal daarop worden aangepast. Digitoegankelijk maken website Iedereen moet informatie en diensten van de overheid kunnen bereiken en gebruiken. Dat geldt ook voor digitale informatie en diensten. Daarom moeten de websites en apps van overheidsorganisaties verplicht toegankelijk zijn. Onze website zal de komende periode digitoegankelijk worden gemaakt. Toegankelijk betekent hier bruikbaar voor iedereen: jong, oud, met of zonder beperking. Vitaliteitsbeoordeling processen veiligheidsregio’s Bepaalde processen zijn zo essentieel voor de Nederlandse samenleving dat uitval of verstoring tot ernstige maatschappelijke ontwrichting leidt en een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. Deze processen vormen de Nederlandse vitale infrastructuur. Processen zoals inzet politie, inzet defensie en communicatie met en tussen hulpdiensten (112 en C2000) maken deel uit van die infrastructuur. De veiligheidsregio’s maken nog geen onderdeel uit van de Nederlandse vitale infrastructuur.
In haar brief ten behoeve van het Veiligheidsberaad van 10 oktober 2022 gaf de Minister van Justitie en Veiligheid aan het voornemen te hebben om de veiligheidsregio’s als vitale aanbieder te betitelen. Naar verwachting wordt onze veiligheidsregio in 2024 vitaal verklaard. Dat betekent dat we voor die delen die vitaal verklaard worden door moeten groeien van BIO (informatiebeveiliging) niveau 3 naar BIO niveau 4 of zelfs 5. Dat brengt investeringen in materiële en personele zin met zich mee.
Risicogericht en informatie gestuurd werken Bovenstaande speerpunten geven aan waar we aan willen werken de komende jaren. Hieronder beschrijven we vanuit welke optiek we dat willen doen: risicogericht in plaats van regel gestuurd. Als overheid werken we steeds meer in netwerken; we willen risicogericht en informatie gestuurd werken vanuit een multidisciplinaire benadering van veiligheidsvraagstukken. Daarbij hechten we belang aan duidelijkheid in rollen en verantwoordelijkheden. Telkens is de vraag belangrijk: waar is de overheid als een geheel voor verantwoordelijk? En welke taken liggen bij de verschillende netwerkpartners? Daarin wordt soms spanning ervaring in de bestuurlijke uitgangspunten over hoe de gemeente de omgang met bepaalde risico’s voor zich ziet en de uitvoering hiervan door
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
26
uitvoeringsorganisaties met een regionaal karakter. Dit vraagt om goede samenwerking tussen regio en gemeente, ten aanzien van het gemeentelijk beleid van alle bij de uitvoering betrokken gemeenten. De basis van het risico gericht werken wordt door Helsloot en Kijne (2021) uitgelegd als werkwijze waarbij niet alleen gekeken wordt naar prestatie-eisen van maatregelen om een effect te beheersen, maar ook naar kansbeheersing. Centraal bij een risico gestuurde benadering staat dat gekeken wordt naar welke brandscenario’s realistisch gezien voorstelbaar zijn, en wat een brand in zo’n situatie betekent voor de vluchtveiligheid en de kans op brandoverslag (Helsloot en Kijne, 2021). Er wordt dus vanuit 'proportionaliteit en redelijkheid’ naar brandveiligheid gekeken, waarbij ook risico-afwegingen zijn gemaakt. De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) concludeert dat zo’n benadering vraagt om een heldere verantwoordelijkheidsverdeling in de keten met impact op het werk van de brandweer en andere onderdelen van de veiligheidsregio, zoals GHOR en gemeenten. Het betekent volgens de RCDV dat de rol van de brandweer op het gebied van risicobeheersing verandert van ‘toetser aan wettelijke regels’ naar ‘brandveiligheidsadviseur’. Dat betekent klantgericht denken, als adviseur optreden en met de klant in gesprek gaan over het adequaat omgaan met risico’s.
Daarbij zal de brandweer zich primair richten op de risico’s die ertoe doen – veelal complex van aard – omdat op deze risico’s de brandweer door de integrale deskundigheid meerwaarde kan hebben. Het doel van de VRGZ is in lijn met deze visie. We willen dat adviesaanvragen integraal, consequent, transparant en adequaat getoetst worden en keuzes en prioriteiten gemotiveerd worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Met risicogerichtheid wordt ingezet op die maatregelen die het meest bijdragen aan risicoreductie en op een integrale aanpak van vraagstukken. Hierin hebben we een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ook de ondernemers en inwoners hebben een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om de zorg voor een veilige fysieke leefomgeving. Risicogericht werken laten we terugkomen in advisering (ook met het oog op de Omgevingswet), toezicht en handhaving, voorbereiding van zorginstellingen op regionale risico’s, een dynamisch Regionaal Risicoprofiel, evenementenbeleid, omgevingsbeeld en het signaleren van trends. De beleidsdoelstelling ‘risicogericht werken’ van het vorig beleidsplan zetten we hiermee voort. We bevinden ons momenteel in een transitie. Dit vraagt om een gesprek over en vaststelling van duidelijke bestuurlijke kaders met aandacht voor de risicogerichte advisering en landelijke wetgeving op brandveiligheid.
Zolang de wet niet wordt aangepast is een goede leidraad met realistische kaders voor brandveiligheid nodig om het gezamenlijk handelen te ondersteunen.
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
27
4. UITVOERINGSPROGRAMMA BELEIDSPLAN 2024-2027 Beleidsdoelstellingen*
WIE*
2024
2025
2026
2027
C,B, A C B, C, A, G, BV C, B, A G
•
•
•
•
• •
• •
•
•
•
•
•
•
•
•
G A C
• • •
• • •
C
•
•
C
•
Een sterk netwerk Monitoren of operationele uitwerking Meldkamer Oost Nederland voldoet aan de gestelde doelen Uitbreiden en versterken netwerk met resultaten netwerkanalyse Ontwikkelen uitvoeringsbeleid risicogericht en informatiegestuurd werken Het versterken van de bovenregionale samenwerking Aansluiten bij de ontwikkeling verantwoordelijkheidsverdeling GHOR/ROAZ en de (boven)regionale uitwerking hiervan Doorontwikkeling zorgrisicoprofiel Invoering zorgcoördinatie Het versterken van de regionale samenwerking tussen gemeenten en veiligheidsregio Het versterken van de vakbekwaamheid en flexibele inzetbaarheid van gemeentelijke functionarissen met een rol in de lokale of regionale crisisorganisatie Opstellen advies aan gemeenten over nazorg eigen personeel: aansluiten bij beleidsdoelstelling in plan en meerjarenprogramma: Het inrichten en borgen van nazorg eigen personeel Een betere voorbereiding van de overdracht van werkzaamheden van de crisisorganisatie naar de vaste organisatie van gemeente(n) en betrokken partijen na afloop van de ramp of crisis Aanpassing uitvoering adviesfunctie brandweer bij start omgevingswet Aansluiten op nadere regionale uitwerking integraal zorgakkoord Aansluiten op landelijke actieplan toekomstbestendige brandweerzorg Aansluiten op landelijke en regionale initiatieven op het gebied van gebiedsgerichte aanpak van natuurbrand beheersing Verkennen
snijvlak tussen crisisbeheersing en handhaven openbare orde als het gaat om informatiemanagement en het nemen van beheersmaatregelen
•
C
B
•
A B
• •
• •
• •
• •
B
•
•
•
•
C
•
C
•
C,B, A,G C,B, A,G
•
•
•
•
•
•
•
•
Een wendbare organisatie Het concept wendbare (flexibele) crisisorganisatie doorontwikkelen op basis van opgedane ervaringen Oefenen van de wendbare (flexibele) crisisorganisatie met onverwachte en ongekende scenario’s Door-ontwikkelen van de wendbare (flexibele) crisisorganisatie door te leren van landelijk ontwikkelde concepten en “best
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
28
practices” van andere veiligheidsregio’s, met name van de samenwerking in Oost-5 Kennisopbouw en trainen van nieuwe risico’s door brandweer Implementatie nieuw dekkingsplan en gebiedsgerichte opkomsttijden Versterking personeelsbeleid Uitvoeren duurzaam meerjarig onderhoudsplan Structurele kosten structureel dekken Doorontwikkeling inkoopproces naar volwassenheidsniveau 4
B B
• •
•
•
•
BV BV BV BV
• • • •
• • • •
• • • •
• •
Informatiemanagement Actualiseren Regionaal Risicoprofiel op basis van nieuw landelijk wegingskader (handreiking Regionaal Risicoprofiel) Doorontwikkeling VIK Samenwerken in Oost-5-verband
Aansluiten bij landelijke VIK-ontwikkelingen Aansluiten bij ontwikkeling Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio’s (KCR2) Ontwikkeling informatieknooppunt witte kolom Digitale infrastructuur versterken De consequenties van de Wet open overheid implementeren in de organisatie Digitoegankelijk maken website Uitbreiden BIO (informatiebeveiliging) niveau 3 naar 4 of zelfs 5.
•
C C,BV C,B, BV, G C,BV C,BV
• •
• •
• •
• •
• •
• •
• •
• •
G BV BV
• • •
• • •
• •
•
BV, C BV
• •
•
•
•
* De bullets per jaar geven aan wanneer een onderwerp actief wordt opgepakt. Vaak blijft het onderwerp aandacht houden in de jaren erna maar wordt dat dan niet door een bullet aangegeven. * .A=ambulancezorg, B=brandweerzorg, C=crisisbeheersing, BV=bedrijfsvoering, G=GHOR
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
29
Bijlage 1: Lijst met afkortingen AB AZGZ BIO Bkl BDUR BENG Brzo Bvr DPG ENG GGD GHOR KCR2 MKA MOTO NIPV Oost-5 RbRA RBP RCP ROAZ RRP VIK VRGZ Wkb Woo Wvr
Algemeen Bestuur Ambulancezorg Gelderland-Zuid Baseline Informatiebeveiliging Overheid Besluit kwaliteit leefomgeving Brede Doeluitkering Rampenbestrijding Bijna Energie Neutrale Gebouwen Besluit risico’s zware ongevallen Besluit veiligheidsregio Directeur Publieke Gezondheid Energie neutrale gebouwen Gemeentelijke Gezondheidsdienst Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk Meldkamer Ambulancezorg Multidisciplinair Opleiden, Trainen en Oefenen Nederlands Instituut Publieke Veiligheid De vijf oostelijke veiligheidsregio’s (Twente, IJsselland, Noord- en OostGelderland, Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid) Rijksbrede Risicoanalyse Regionaal Beleidsplan Regionaal Crisisplan Regionaal Overleg Acute Zorg Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsinformatieknooppunt Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Wet open overheid Wet veiligheidsregio’s
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
30
Bijlage 2: Wettelijke bepalingen in het beleidsplan Wettelijke bepaling (artikel 14 Wvr): Beoogde operationele prestaties bij rampenbestrijding en crisisbeheersing Landelijke doelstellingen
Beschreven in het Regionaal Risicoprofiel 2024 (hoofdstuk 5 (capaciteitsinventarisatie) en het Regionaal Crisisplan 2024-2027.
De agenda risico- en crisisbeheersing 2018-2021 vanuit het ministerie J&V betreft: • Versterking van het systeem voor risico- en crisisbeheersing door realisatie van de Nationale Veiligheidsstrategie, evaluatie Wet veiligheidsregio’s en verstevigen van de internationale c.q. grensoverschrijdende samenwerking. • Verbeteren van de inhoudelijke werking van het systeem, d.m.v. o.a. zorgdragen voor voldoende gekwalificeerde en inzetbare medewerkers (incl. versterken acute zorgketen) en intensiveren civiel-militaire samenwerking. • Het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht van de maatschappij als geheel o.a. door toekomstbestendige risico- en crisiscommunicatie en nadere voorbereiding op de betekenis van digitale ontwrichting. Daarnaast zijn er de vijf thema’s uit de Strategische Agenda van het Veiligheidsberaad: • Opvolging evaluatie Wet veiligheidsregio’s • Kansen en bedreigingen van de informatie- en datagestuurde maatschappij • Reflectie Veiligheidsberaad op de coronacrisis • Vrijwilligheid in multidisciplinair perspectief • Toekomstbestendig brandweerstelsel
Informatieparagraaf
Oefenbeleidsplan Niet wettelijke adviesfunctie Opkomsttijden en aanwezigheid brandweerposten
De “Contourennota versterking crisisbeheersing en brandweerzorg” en het advies ”Uniform kwaliteitsniveau bevolkingszorg”. We beheren en verbeteren onze processen met betrekking tot het net centrisch werken (en het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS). We volgen daarbij de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot de samenhangende informatievoorziening. Deze ontwikkelingen hebben in meer of in mindere mate effect op de wijze waarop we net centrisch samenwerken. Denk aan het “Knooppunt Coördinatie regio’s-Rijk”, een verkenning naar de landelijk beschikbare operationele coördinatie en informatie bij (dreigende) crisis, maar ook aan de verschuiving van flits en acuut naar sluimerende en langdurige crises. We werken aan een doorontwikkeling van het huidige VIK (Veiligheidsinformatieknooppunt). Beschreven in Multidisciplinair Beleidsplan Opleiden, Trainen en Oefenen 2024-2027. Beschreven in bijlage 3. Beschreven in “Dekkingsplan brandweer 2024-2027”
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
31
Bijlage 3: Beschrijving niet-wettelijke adviesfunctie De veiligheidsregio’s hebben op grond van artikel 10, lid b van de Wet veiligheidsregio’s tot taak om onder meer gemeenten te adviseren over de risico’s van branden, rampen en crises als dat in de weten regelgeving bepaald is (wettelijke adviestaken), of in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald (niet-wettelijke adviestaken). Op grond van artikel 14, tweede lid, onder e van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) dient in het Regionaal Beleidsplan een beschrijving van deze niet-wettelijke adviesfuncties te worden opgenomen. De noodzaak om dit te doen wordt groter, omdat met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 een aantal wettelijke adviestaken van de veiligheidsregio komt te vervallen. Ook worden enkele nieuwe taken toegevoegd; zo wordt artikel 14, tweede lid, onder e Wvr uitgebreid met de adviesfunctie met betrekking tot de omgevingsplannen. Deze bevoegdheid treedt echter pas in werking bij het van kracht worden van de Omgevingswet. De veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft de volgende niet-wettelijke adviestaken. De wijze waarop de VRGZ dit doet is gebaseerd op een informatie gestuurde en risicogerichte wijze, zoals beschreven in dit beleidsplan.
Het gevraagd en ongevraagd adviseren van gemeenten, provincie, waterschap en rijksoverheid of door het bevoegd gezag gemandateerde organisaties over het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises omvat in ieder geval (rekening houdend met de Omgevingswet) de volgende niet-wettelijke taken: • Adviseren van gemeenten, provincie en Rijk in het kader van omgevingsveiligheid bij het ontwikkelen, opstellen en herzien van Omgevingsvisies, Omgevingsverordeningen, eventuele Omgevingsprogramma’s en daarvan afgeleide projectbesluiten; • Adviseren, toezicht en handhaving van gemeenten en provincie op (brand)veiligheidsaspecten van de omgevingsvergunning t.a.v. activiteiten i.r.t. bouwen, brandveilig gebruik en milieu. • Adviseren over het geven van effectieve voorlichting ten behoeve van het bieden van een concreet handelingsperspectief om risico’s te voorkomen dan wel te verkleinen. • Adviseren van gemeenten en provincie over aanvragen om en voorschriften van een omgevingsvergunning t.a.v. de activiteit milieu op de (brand)veiligheidsaspecten. • Adviseren van gemeenten en provincie op het gebied van bluswater, doorrijdbaarheid en bereikbaarheid van hulpverleningsdiensten. • Adviseren over beheersbaarheid van risico’s op het gebied van industriële veiligheid.
• Het adviseren op bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid bij ongevallen met gevaarlijke stoffen ten gevolge van transport, opslag of gebruik. • Adviseren, toezicht en handhaving over aanvragen vergunningen in het kader van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. • Adviseren en/of het afhandelen van de gebruiksmelding uit paragraaf 1.5 van het Bouwbesluit (voor het brandveilig gebruik van een bouwwerk). • Bepalen welke inrichting een bedrijfsbrandweer moeten hebben (aanwijzing bedrijfsbrandweer op grond van artikel 31 Wvr). • Advisering over de routes gevaarlijke stoffen. • Adviseren over, voorschrijven van maatregelen voor, uitvoeren van toezicht en handhaven op de (brand)veiligheidsaspecten zoals opgenomen in de omgevingsvergunning milieu en het gestelde in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015. Hierbij is toezicht op Brzo inrichtingen geregeld in artikel 61 Wvr en handhaving bij Brzo inrichtingen kan via artikel 48 Wvr of op de bedrijfsbrandweer (Wvr/Bvr). • Adviseren over het opslaan en het tot ontbranding brengen van vuurwerk (Vuurwerkbesluit)
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
32
• • • • • • •
•
Toezicht houden op het zich aan de afspraken houden over de (brand)veiligheidsaspecten van de omgevingsvergunning activiteiten bouwen, brandveilig gebruik en milieu. Adviseren over onder andere landelijke richtlijnen, beleidsregels en handreikingen op het gebied van omgevingsveiligheid en brandveiligheid. Adviseren over wet -en regelgeving op het gebied van omgevingsveiligheid. Adviseren op- en toetsen van brandbeveiligingsinstallaties op de daarvoor geldende normen. Invullen van een toezicht-, handhaving- en controleregime namens het bevoegd gezag op het gebied van brandveiligheid voor bestaande bouw, verbouw en nieuwbouw. Adviseren van zorginstellingen over continuering van de zorg onder bijzondere omstandigheden, het monitoren daarvan en het verslag uitbrengen daarover aan het bestuur. Adviseren van het bevoegd gezag over aanvragen om een evenementenvergunning. Het betreft advisering, toezicht en handhaving in het kader van (brand)veiligheid, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Adviseren op de overige onderdelen zoals opgenomen in het geldende samenwerkingsdocument Omgevingsdienst Rivierenland, Omgevingsdienst regio Nijmegen, Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en GGD Gelderland-Zuid.1
Uitbreiding wijze en omvang adviestaken onder de Omgevingswet Volgens artikel 5.2 (veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises) van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt in een omgevingsplan voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s. In samenhang zal met de invoeringswet Omgevingswet artikel 14, tweede lid onder e de Wvr als volgt worden gewijzigd: “een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 10, onder b, waaronder de adviesfunctie met betrekking tot omgevingsplannen, en van de wijze waarop gemeenten het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid stellen zijn adviesfunctie uit te oefenen met betrekking tot omgevingsplannen. “ Beschrijving van de adviesfunctie met betrekking tot omgevingsplannen Volgens artikel 5.2 (veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crisis) van het Bkl adviseert de veiligheidsregio bij de ontwikkeling van omgevingsvisies, omgevingsplannen, omgevingsprogramma’s en daarvan afgeleide projectbesluiten.
Door het bestuur van de veiligheidsregio vroeg in het planproces te betrekken, worden gemeenten in staat gesteld om bij de inrichting van de omgeving rekening te houden met het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, rampen en crises. Voorafgaand aan de vaststelling van een (ontwerp) omgevingsvisie en (ontwerp) omgevingsplan wordt het bestuur van de veiligheidsregio schriftelijk om advies gevraagd en zal de veiligheidsregio ook schriftelijk advies uitbrengen. Het advies wordt meegewogen bij de besluitvorming. Bij de advisering focust de veiligheidsregio zicht op de risico’s die ertoe doen, waaronder externe veiligheid, bereikbaarheid, bestrijdbaarheid, zelfredzaamheid, gevaarlijke stoffen i.r.t. kwetsbare objecten, risicoobjecten, energietransitie en klimaatverandering. De advisering gebeurt van uit een duidelijke visie op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met als doel: • Veilige bouwwerken en omgeving • Een zelfredzame en samen redzame samenleving • Beschermen van (zeer) kwetsbare groepen • Effectieve hulpverlening • Continuïteit van de samenleving (waaronder zorgcontinuïteit en vitale infrastructuur)
1 Vanwege het feit dat het samenwerkingsdocument jaarlijks herzien kan worden op basis van de afspraken die we met deze
partners maken, is ervoor gekozen om hiernaar te verwijzen in plaats van de volledige lijst op te nemen.
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027
33
Met invoering van het Omgevingsbesluit heeft de veiligheidsregio er de wettelijke adviesfunctie met betrekking tot de milieubelastende activiteiten bij. Artikel 4.33 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat het bestuur van de veiligheidsregio op het grondgebied waarvan een milieubelastende activiteit geheel of in hoofdzaak plaatsvindt, adviseur is voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in bijlage III, onder 1. De adviesrechten van het bestuur van de veiligheidsregio gaan over de vanuit het oogpunt van brandpreventie en rampenbestrijding van belang zijnde vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. Het betreft onder andere het exploiteren van een Seveso-inrichting (bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen op hun terrein), een grote diversiteit aan activiteiten met betrekking tot opslag van stoffen, bijvoorbeeld in tanks of verpakking, het opslaan van vuurwerk en het opslaan van kunstmest.
VEILIGHEIDSREGIO GELDERLAND-ZUID
REGIONAAL BELEIDSPLAN 2024-2027