BP Bijlage 9 Onderzoek natuurwaarden
Tekst van het document
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming
F. van Vliet
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming F. van Vliet Status uitgave: eindrapport Rapportnummer:
21-057
Projectnummer:
20-1100
Datum uitgave:
3 maart 2021
Projectleider:
drs. F. van Vliet
Tweede lezer:
drs. D. Emond
Naam en adres opdrachtgever:
Quality Wellnessresorts Bloemenksweg 38 7383 RN Voorst
Referentie opdrachtgever:
E-mail dhr. A. Aryan d.d. 19 januari 2021
Akkoord voor uitgave:
drs. D. Emond
Paraaf: Graag citeren als: Vliet F. van 2021. Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming. Bureau Waardenburg Rapportnr. 21-057. Bureau Waardenburg, Culemborg. Trefwoorden: Wet natuurbescherming, Berendonck, Wijchen Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Quality Wellnessresorts Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.
Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 2 Wet natuurbescherming
Inhoud 1
2
3
4
Samenvatting
4
Inleiding
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Verantwoording
5
1.3
Gebiedenbescherming
6
Beschrijving plangebied en voorgenomen ingreep
7
2.1
Plangebied
7
2.2
Voorgenomen ingreep
9
Betekenis van het plangebied voor beschermde soorten planten en dieren
12
3.1
Planten
12
3.2
Ongewervelden
12
3.3
Vissen
13
3.4
Amfibieën
13
3.5
Reptielen
13
3.6
Grondgebonden zoogdieren
14
3.7
Vleermuizen
17
3.8
Vogels
18
3.8.1
Vogels met jaarrond beschermde nestplaats
18
3.8.2
Vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is
19
Effecten van de ingreep en maatregelen
20
4.1
Amfibieën
20
4.2
Grondgebonden zoogdieren
20
4.3
Vogels
21
4.4
Andere soorten
22
5
Conclusies en aanbevelingen
23
6
Bronnen
24
Bijlage I
Toetsingskader beschermde soorten Wet natuurbescherming
25
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 3 Wet natuurbescherming
Samenvatting Quality Wellnessresorts is voornemens om een hotel te bouwen naast het thermencomplex Berendonck te Wijchen. In dit kader heeft Bureau Waardenburg in opdracht van Quality Wellnessresorts op basis van veld- en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep op beschermde soorten en gebieden beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het doel van het onderzoek was te bepalen of de voorgenomen ingreep kan leiden tot overtredingen van verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van beschermde gebieden en soorten. Voorliggend rapport doet verslag van de resultaten van dit onderzoek. Op grond van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: - Het kappen van bomen en rooien van struweel in het broedseizoen kan er toe leiden dat nesten van vogelsoorten die in gebruik zijn beschadigd raken of verlaten worden door de oudervogels als gevolg van verstoring. Dit is een overtreding van de Wnb en moet voorkomen worden. Daarom moet het rooien van beplanting en (voorbereidende) (bouw)werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd worden. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode half maart tot half augustus. - In het plangebied staat een boom met een kraaiennest.
Kraaiennesten kunnen als broedplaats van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats worden gebruikt, Effecten van kapwerkzaamheden in het voorjaar van 2021 op vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest zijn uitgesloten. Voor deze soorten heeft het plangebied momenteel namelijk geen betekenis. - Als kapwerkzaamheden plaatsvinden na het voorjaar van 2021 en dan specifiek kap van de boom met kraaiennest wordt geadviseerd om gebruik van de boom als nestplaats in het broedseizoen van 2021 te onderzoeken. Als het nest gebruikt wordt door de boomvalk of de ransuil kan alsnog een ontheffing nodig zijn. - Om uitsluitsel te kunnen geven of het plangebied leefgebied is van kleine marterachtigen is nader onderzoek nodig gedurende zes weken in de periode maart tot en met augustus. Het onderzoek geeft uitsluitsel of voor kleine marterachtigen ontheffing moet worden aangevraagd. Het is aannemelijk dat de ontheffing voor kleine marterachtigen indien nodig verleend zal worden, dat wil zeggen dat er aan de voorwaarden voor ontheffing verlening voldaan kan worden. - Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis, geldt een vrijstelling en/of zijn effecten uitgesloten en is dus geen ontheffing nodig. - Negatieve effecten op beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) zijn uitgesloten.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 4 Wet natuurbescherming
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel Quality Wellnessresorts is voornemens om in 2022 een hotel te bouwen naast het thermencomplex Berendonck te Wijchen (kortweg: de voorgenomen ingreep). In dit kader heeft Bureau Waardenburg in opdracht van Quality Wellnessresorts op basis van veldonderzoek en bronnenonderzoek de effecten van deze ingreep op beschermde soorten beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het doel van het onderzoek was te bepalen of de voorgenomen ingreep kan leiden tot overtredingen van verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van beschermde soorten en gebieden. Als de ingreep leidt tot overtreding van verbodsbepalingen is bepaald of ontheffing (soorten) en/of vergunning (gebieden) nodig is en onder welke voorwaarden deze redelijkerwijs kunnen worden verkregen. Voorliggend rapport doet verslag van de resultaten van dit onderzoek.
1.2
Verantwoording Voorliggende toetsing in het kader van de Wnb is opgesteld op basis van een eenmalig veldbezoek, de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen. Effecten zijn bepaald op basis van de functie van het plangebied en omgeving voor beschermde soorten en de voorgenomen ingreep en beoordeeld in het kader van de Wnb. Voor het wettelijk toetsingskader voor beschermde soorten wordt verwezen naar Bijlage 1 bij dit rapport. Bronnenonderzoek Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op 21 januari 2021. Bij het raadplegen van de NDFF is uitgegaan van een zoekgebied met een straal van ca. 5 km om het plangebied en gegevens tot vijf jaar oud. Daarnaast is, voor zover nodig, gebruik gemaakt van achtergronddocumentatie (zie literatuurlijst), waaronder onderzoek naar de das. Veldbezoek Het plangebied en directe omgeving is op 22 januari 2021 overdag bezocht. Tijdens het terreinbezoek is een beeld verkregen van het aanwezig biotoop en is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, nesten, holen, uitwerpselen, haren, etc).
Aanwezige bomen zijn extern beoordeeld op aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten. Op basis van terreinkenmerken en expert judgement is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten (beoordeling van biotoopgeschiktheid).
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 5 Wet natuurbescherming
De in dit rapport gepresenteerde gegevens over beschermde soorten zijn houdbaar tot drie jaar na afronding van het veldonderzoek. Indien de in dit rapport beschreven ingreep wijzigt dan wel wordt uitgevoerd na 2024 kan een actualisatie van het onderzoek nodig zijn.
Veldonderzoek is altijd een momentopname. Bureau Waardenburg waarborgt dat het onderzoek is uitgevoerd door deskundige onderzoekers volgens de gangbare standaardmethoden. Het bureau is niet aansprakelijk voor waarnemingen van soorten door derden en waarnemingen die na afronding van de studie bekend worden gemaakt. De onderzoeker die het onderzoek heeft uitgevoerd is door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door haar uitgevoerde werkzaamheden. Het project is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Bureau Waardenburg. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg is door Certiked ISO gecertificeerd overeenkomstig BRL 9990:2001 / ISO 9001:2015.
1.3
Gebiedenbescherming In voorliggende rapportage wordt niet nader ingegaan op effecten op Natura 2000gebieden. Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied, zodat directe negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten zijn. Indirecte effecten op Natura 2000-gebieden zijn op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ingreep (Hoofdstuk 2) en de afstand (> 6 km afstand) tot het plangebied eveneens uitgesloten, met mogelijke uitzondering van effecten van stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase. Een beoordeling van effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden valt buiten de kaders van voorliggend onderzoek. Dit onderzoek wordt apart uitgevoerd. Ook effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn op voorhand uitgesloten en worden in dit rapport dus verder niet meer behandeld. Het plangebied ligt niet in (de omgeving van) het NNN, dus het toetsingskader van het NNN is niet van toepassing.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 6 Wet natuurbescherming
2 Beschrijving plangebied en voorgenomen ingreep 2.1
Plangebied Het plangebied ligt op het terrein van de Thermen Berendonck, gelegen op het recreatieterrein de Berendonck te Wijchen. Figuur 2.1 geeft de (globale) ligging van het plangebied weer. In Figuur 2.2 is de begrenzing van het plangebied weergegeven en in figuur 2.3 een inrichtingsschets van de huidige situatie. Het plangebied bestaat voor een deel uit een parkeerterrein met heggen (zie Afbeelding 2.1) en voor een deel uit een houtsingel (Afbeelding 2.2). Het Thermencomplex inclusief plangebied is vrijwel geheel omgeven door een hek. De houtsingel bestaat uit relatief jonge / dunne bomen, o.a. els, es, abeel en eik. De ondergroei bestaat uit o.a. braamstruweel. Binnen het plangebied is geen permanent oppervlaktewater aanwezig. Afgezien van een open fietsenstalling is er in het plangebied ook geen bebouwing aanwezig.
Figuur 2.1
Globale ligging plangebied hotel Berendonck (rood omkaderd) (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN).
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 7 Wet natuurbescherming
Figuur 2.2
Aanduiding plangebied Hotel Thermen Berendonck in blauw (aangeleverd door Quality Welnessresorts).
Figuur 2.3
Schets huidige situatie Thermen Berendonck (aangeleverd door Quality Welnessresorts).
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 8 Wet natuurbescherming
Afbeelding 1 Parkeerplaats bij Thermen Berendonck binnen het plangebied voor het te bouwen hotel.
Afbeelding 2 Indruk van de begroeiing binnen het plangebied voor het te bouwen hotel.
2.2
Voorgenomen ingreep Deze paragraaf is opgesteld op basis van de informatie die is aangeleverd door de opdrachtgever. De voorgenomen ingreep behelst: - Het verwijderen van de parkeerplaats. - Het kappen van bomen en verwijderen van struweel. - Het bouwrijp maken van de grond. - Het bouwen van een hotel. Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 9 Wet natuurbescherming
In de figuren 2.4 en 2.5 zijn de inrichtingsschetsen van de nieuwe situatie weergegeven. De verharding van bestaand groen betreft ca. 1.400 m2 . Verder wordt er ca. 190 m2 nieuw groen aangelegd. Netto gaat er dus ca. 1.200 m2 groen verloren. De start van de werkzaamheden is voorzien in 2022. De werkzaamheden worden overdag uitgevoerd. Uitgangspunt bij deze toetsing is dat het aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase niet toeneemt (Bron: opdrachtgever).
Figuur 2.4
Inrichtingsschets Thermen Berendonck met hotel schaal 1:2500 (aangeleverd door Quality Welnessresorts).
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 10 Wet natuurbescherming
Figuur 2.5
Inrichtingsschets Thermen Berendonck met hotel schaal 1:1000 (aangeleverd door Quality Welnessresorts).
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 11 Wet natuurbescherming
3 Betekenis van het plangebied voor beschermde soorten planten en dieren In dit hoofdstuk wordt beschreven welke beschermde soorten binnen het plangebied (kunnen) voorkomen en welke functie het plangebied (mogelijk) heeft voor deze soorten. De beoordeling of het plangebied (mogelijk) een functie heeft voor beschermde soorten is gebaseerd op bronnenonderzoek, veldonderzoek en expert judgement (zie § 1.2). Per soort is aangegeven welk beschermingsregime (Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of andere soorten) van toepassing is. Voor een aantal algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Voor andere beschermde soorten geldt geen vrijstelling en kan een ontheffing nodig zijn als de werkzaamheden leiden tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. De nadruk in dit hoofdstuk ligt dan ook op de soorten waarvoor géén vrijstelling geldt.
3.1
Planten Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek (aanwezig biotoop) wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor beschermde plantensoorten. Uit het plangebied en omgeving zijn geen waarnemingen van beschermde plantensoorten bekend. Het veldbezoek (januari 2021) vond plaats buiten het voor planteninventarisaties geschikte seizoen. Op basis van aanwezig biotoop kunnen wel uitspraken worden gedaan over potenties van het plangebied voor beschermde planten. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het plangebied geen geschikte groeiplaatsen biedt voor beschermde plantensoorten. Er zijn ook geen beschermde plantensoorten waargenomen.
3.2
Ongewervelden Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek (aanwezig biotoop) wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor beschermde ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen en weekdieren). Op ongeveer een kilometer ten zuiden van het plangebied zijn uit de afgelopen vijf jaar waarnemingen van de witsnuitlibel en de vermiljoenkever (soorten van het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn) bekend. De soorten zijn waargenomen ten zuiden van het Wijchense Ven. Andere beschermde soorten ongewervelden komen voor zover bekend niet voor in de omgeving. In het plangebied ontbreken de ecologische randvoorwaarden (zoals geschikte voortplantingswateren voor libellen en waardplanten voor dagvlinders) voor ongewervelden. De Vermiljoenkever is gebonden aan een ruim aanbod van recent Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 12 Wet natuurbescherming
afgestorven bomen (< 5 jaar dood). Een dergelijk aanbod is niet aanwezig in het plangebied.
3.3
Vissen Het plangebied heeft geen betekenis voor (beschermde) vissen, aangezien er in het plangebied geen permanent oppervlaktewater aanwezig is.
3.4
Amfibieën Voortplantingswater voor amfibieën ontbreekt in het plangebied, maar ligt wel in de directe omgeving (< 50 m; o.a. de oeverzone van de naastgelegen plas). Het plangebied (bos en struweel) vormt in principe (geschikt) landbiotoop voor amfibieën, zonder bijzondere meerwaarde (kwalitatief en kwantitatief) ten opzichte van de omgeving. Binnen de Berendonck is dergelijk biotoop in ruime mate voorhanden. Daarbij is het biotoop in het plangebied kwalitatief niet onderscheidend binnen de Berendonck. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF; www.waarneming.nl) ) en het veldonderzoek (aanwezig biotoop) kan niet worden uitgesloten dat het plangebied onderdeel vormt van het landbiotoop van algemeen voorkomende soorten amfibieën van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ waarvoor een vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Het gaat om soorten als de gewone pad, de bruine kikker en de kleine watersalamander, waarvan bekend is dat ze voorkomen op de Berendonck (NDFF; www.waarneming.nl). Wateren in de omgeving van het plangebied (< 50 m) bieden geschikt voortplantingswater voor deze soorten. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF; www.waarneming.nl) en het veldonderzoek (aanwezig biotoop) wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor andere beschermde soorten amfibieën.
Op ongeveer een kilometer ten zuiden van het plangebied zijn uit de afgelopen vijf jaar waarnemingen van de heikikker, de poelkikker en de rugstreeppad (allen Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn) bekend. De soorten zijn waargenomen in het gebied ten zuiden van het Wijchense Ven, aan weerszijden van de Vendam. Dit gebied ligt tegen het natuurgebied Overasseltse en Hatertse vennen aan, waar genoemde strikt beschermde soorten ook voorkomen. Op de Berendonck komen deze soorten voor zover bekend niet voor.
3.5
Reptielen Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek (aanwezig biotoop) wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor beschermde reptielensoorten. Beschermde reptielen komen in de directe omgeving van het plangebied niet voor. In het plangebied ontbreken de ecologische randvoorwaarden (overwinteringsen eiafzetplekken) voor reptielen.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 13 Wet natuurbescherming
3.6
Grondgebonden zoogdieren Bever Sinds 2019 komt de bever (Beschermingsregime soorten Habitatrichtijn) voor in en langs de oevers van de recreatieplas, waaraan het perceel van de Thermen Berendonck grenst (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn langs de oever recente knaagsporen van bevers gevonden nabij het plangebied (ca. 50m) (zie Afbeelding 3.1).
Afbeelding 3.1
Beversporen langs de oever van de recreatieplas met links op de achtergrond Thermen Berendonck.
Afbeelding 3.2
De recreatieplas ligt op afstand van het plangebied (rechts) en daarvan gescheiden door een hek.
Het plangebied heeft geen functie voor de bever. Het plangebied grenst niet aan het water, dus de aanwezigheid van verblijfplaatsen in het plangebied is uitgesloten. De oevers ter Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 14 Wet natuurbescherming
hoogte van het plangebied zijn te flauw om holen in te graven. Burchten zijn hier ook niet aanwezig (vastgesteld tijdens het veldbezoek). Het plangebied wordt van het water gescheiden door een hek (Afbeelding 3.2). Dit maakt het plangebied ongeschikt als foerageergebied voor bevers (bij gevaar kunnen ze niet vluchten richting water). Kleine marterachtigen Het plangebied biedt potentieel geschikt leefgebied van kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel) (Beschermingsregime andere soorten), zonder bijzondere meerwaarde (kwalitatief en kwantitatief) ten opzichte van de omgeving. Het biotoop (bos en struweel) in het plangebied is kwalitatief niet onderscheidend binnen de Berendonck. Binnen de Berendonck is dergelijk biotoop in ruime mate voorhanden. Om een indruk te geven van aanwezig bos is Figuur 3.1 opgenomen. Het oppervlakte potentieel geschikt leefgebied in het plangebied is 1400 m2 (0,14 ha). Gegeven het (vergelijkbare) aanbod in de omgeving gaat het naar inschatting niet om essentieel foerageergebied.
Figuur 3.1
Aanwezig bos rondom het plangebied hotel Berendonck (rood omkaderd) (Esri Nederland, Community Map Contributors | Esri Nederland, beeldmateriaal.nl | Esri Nederland, Kadaster | Esri Nederland, AHN).
De NDFF vermeldt alleen een waarneming van de bunzing in de Berendonck in de afgelopen vijf jaar. Het betreft een waarneming uit 2019 van een bunzing net ten noorden van de Vendam. De hermelijn en de wezel zijn voor zo ver bekend niet waargenomen. Omdat kleine marterachtigen een verborgen levenswijze hebben en dus moeilijk waar te nemen zijn, zegt het ontbreken van waarnemingen weinig over de afwezigheid van deze Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 15 Wet natuurbescherming
soorten. Op grond van het aanwezige biotoop en regionale verspreiding (waarnemingen binnen straal van 5 km; NDFF) is de aanwezigheid van kleine marterachtigen, met name de bunzing en de wezel, op de Berendonck waarschijnlijk. De aanwezigheid van een verblijfplaats van de bunzing, hermelijn of wezel is niet uitgesloten in het plangebied. Deze kleine marterachtigen betrekken vaak de holen van andere dieren, zoals oude konijnenholen, mollengangen, holen onder boomwortels, houtstapels etc. (zie kader 3.1). Wezels maken ook gebruik van muizenholen. In het plangebied zijn holen van muizen en mollen aanwezig. Konijnenholen zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek in het plangebied, maar wel sporen van konijn (graafsporen en keutels).
Kader 3.1 Het gebruik van rust- en verblijfplaatsen door kleine marterachtigen Bunzing, hermelijn en wezel zijn territoriaal. Hun leefgebieden kunnen sterk in grote variëren afhankelijk van De grootte van de home range van de bunzing, hermelijn en wezel is onder andere afhankelijk van het seizoen, leeftijd, sekse en voedselaanbod. Schattingen in de literatuur lopen dan ook erg uitéén. De territoria van mannetjes zijn groter dan van vrouwtjes. De territoria van mannetjes overlappen vaak met die van meerdere vrouwtjes. De grootte van de leefgebieden van de mannetjes wezel varieert van 1 hectare onder optimale omstandigheden tot 25 hectare. Het jachtgebied van een vrouwtje is aanzienlijk kleiner, namelijk 1 tot 7 ha. De hermelijn leeft in territoria van tussen de 4 en 50 ha groot. De grootte van een leefgebied van een bunzing bedraagt 8 tot 1000 hectare. In de voortplantingsperiode verblijven kleine marterachtigen op één locatie om de jongen groot te brengen. Dit zijn de plekken waar de belangrijkste prooi algemeen voorkomt. De voortplantingsperiode begint vanaf maart en duurt een zomer waarin jonge dieren met de moeder in familiegroepen kunnen jagen. Wezels kunnen twee worpen per jaar hebben, hermelijn en bunzing werpen éénmaal per jaar. Voor de voortplantingsperiode van kleine marterachtigen wordt maart – augustus aangehouden.
Buiten de voortplantingsperiode houden de dieren zich in hun territorium op daar waar een hoge prooidichtheid is of waar jagen relatief weinig moeite kost in vergelijking met andere seizoenen. Ze kunnen enkele dagen rond een tijdelijke slaapplek jagen om daarna te verhuizen en op een andere plek te jagen. Daarnaast gebruiken de dieren diverse schuilplaatsen waar ze in tijd van onraad snel kunnen schuilen. De verschillende functies kraamplek, slaapplek en schuilplek zijn niet ‘vast’ en kunnen in een seizoen en van jaar tot jaar wisselen. Bunzing, hermelijn en wezel betrekken vaak de holen van andere dieren. De wezel bewoont vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen. De hermelijn verblijft onder andere in oude holen van mollen of konijnen. Een bunzing bewoont o.a. oude holen van konijn, mol, vos en das. De dieren komen voor op terreinen waar voldoende dekking en voedsel aanwezig is. Ze maken daarbij veel gebruik van lineaire landschapselementen als bosranden, houtwallen, slootranden en greppels. Ze komen voor in bossen, moerassen, rietlanden, houtwallen, ruigtes etc. Wezel heeft een voorkeur voor drogere terreinen en bunzing juist voor waterrijke gebieden. (Hellstedt, 2005; Tod et al., 2004; Twisk et al., 2003; Sleeman, 1989; www.zoogdiervereniging.nl)
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 16 Wet natuurbescherming
Kleine marterachtigen maken door het jaar heen gebruik van meerdere verblijfplaatsen binnen hun territorium (zie ook kader 3.1). Ze verblijven daar waar ze jagen of jongen hebben. De verblijfplaats is niet statisch maar het gebruik kan in de tijd variëren. In het voortplantingsseizoen verblijven de vrouwtjes met jongen voor een langere periode op één plek. Voor de levenscyclus van kleine marterachtigen is het van belang dat hun leefgebied gedurende het jaar altijd voldoende schuilplaatsen biedt. Zoals hier boven aangegeven biedt de omgeving in de Berendonck voldoende mogelijkheden hiervoor. Das Het biotoop (bos en struweel) in het plangebied biedt potentieel geschikt leefgebied van de das (Beschermingsregime andere soorten), zonder bijzondere meerwaarde (kwalitatief en kwantitatief) ten opzichte van de omgeving. Het terrein is toegankelijk via de ingang bij de slagboom. Verblijfplaatsen zijn niet aanwezig binnen het plangebied (vastgesteld tijdens het veldbezoek). Ook binnen een straal van 100 m bevinden zich geen dassenburchten (resultaat veldbezoek). Er zijn geen wissels van dassen vastgesteld in het plangebied. Het biotoop in het plangebied is kwalitatief niet onderscheidend binnen de Berendonck. Binnen de Berendonck is dergelijk biotoop in ruime mate voorhanden. Het oppervlakte potentieel geschikt leefgebied in het plangebied is 1400m2 (0,14 ha groen).
Dit is (uitgaande van een gemiddeld territorium van 60 ha; Van Vliet 2015) 0,2% van het territorium en daarmee een verwaarloosbaar oppervlak. Los van voorgaande, wordt frequent bezoek van het gebied door de das niet waarschijnlijk geacht, gezien het hekwerk rondom het gebied. Dit belemmert dassen in hun vlucht bij eventueel gevaar (verstoring). Op grond van voorgaande wordt geconcludeerd dat het plangebied geen essentieel foerageergebied vormt van de das. Andere soorten Het plangebied vormt (geschikt) leefgebied van algemeen voorkomende soorten zoogdieren van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ waarvoor een vrijstelling geldt voor overtreding van verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Het gaat om soorten als konijn, bosmuis, bosspitsmuis, rosse woelmuis. Op grond van verspreidingsgegevens (NDFF) en het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat het plangebied géén betekenis heeft voor andere beschermde soorten grondgebonden zoogdieren.
3.7
Vleermuizen Op grond van het veldbezoek wordt de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen (‘Beschermingsregime soorten Habitatrichtijn’) in het plangebied uitgesloten. In het plangebied staan namelijk geen gebouwen of bomen met holtes die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Het plangebied maakt mogelijk deel uit van het foerageergebied van vleermuizen (zoals gewone en ruige dwergvleermuis). Het betreft – op basis van de aard en omvang van het plangebied en het aanbod aan foerageergebied in de omgeving - geen essentieel foerageergebied (d.w.z. essentieel voor het functioneren Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 17 Wet natuurbescherming
van een verblijfplaats). In het plangebied is ook geen essentiële vliegroute van vleermuizen aanwezig. De houtsingel vormt geen unieke doorgaande lijnvormige structuur.
3.8
Vogels
3.8.1
Vogels met jaarrond beschermde nestplaats1 In het plangebied staat één boom met een kraaiennest (zie afbeelding 3.3) die door ransuil of boomvalk gebruik zou kunnen worden als nestplaats. Beide soorten, ransuil en boomvalk, zijn in de afgelopen vijf jaar één keer waargenomen op de Berendonck ten noorden (> 400 m) van het plangebied. Overige waarnemingen van beide soorten concentreren zich ten zuiden van het plangebied, ten zuiden van het Wijchense Ven (op ca. 1 km afstand van het plangebied). Beide soorten zijn hier jaarlijks waargenomen in de afgelopen vijf jaar, met uitzondering van 2018. Een territorium van beide soorten lijkt hier aannemelijk. Boomvalken kunnen het nest bezetten rond mei als ze teruggekeerd zijn uit Afrika en kraaienjongen uitgevlogen zijn. Ransuilen kunnen het nest eind februari - begin maart bezetten, mits hier geen kraai broedt.
Afbeelding 3.3 Kraaiennest in het plangebied. 1 Op grond van door het voormalige ministerie van LNV verstrekte handreikingen worden nesten van de volgende soorten als jaarrond beschermde nestplaatsen beschouwd: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 18 Wet natuurbescherming
Gebruik van het nest door de boomvalk en de ransuil in afgelopen jaren wordt uitgesloten. Op grond van de waarnemingen in de NDFF mag een nestplaats verwacht worden ten zuiden van het Wijchense Ven. Een nestplaats in het plangebied is gegeven de korte daarmee (te korte afstand nabij) onwaarschijnlijk. Daarbij hebben in 2018 – 2019 vlakbij (< 50m) het nest bouwactiviteiten plaatsgevonden van het thermencomplex. Dit maakte het plangebied onaantrekkelijk als nestplaats voor ransuil en boomvalk. Op grond van voorgaande en de broedecologie van de boomvalk (zie kader 3.2) wordt jaarlijks gebruik van het nest door boomvalk redelijkerwijs uitgesloten. Omdat er geen braakballen zijn gevonden onder het nest, is uitgesloten dat het nest in 2020 door ransuilen is gebruikt. Ook het jaarlijks gebruik van het nest door ransuilen wordt redelijkerwijs uitgesloten op grond van voorgaande. De aanwezigheid van andere jaarrond beschermde nesten in het plangebied is uitgesloten. Tijdens het veldonderzoek zijn in de bomen geen andere potentieel jaarrond beschermde nesten (grote takkennesten) vastgesteld. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat deze niet aanwezig zijn. Omdat de bomen niet in blad stonden tijdens het veldonderzoek, waren deze goed te inspecteren op nesten.
Er staan ook geen gebouwen in het plangebied die geschikt zijn om als nestplaats voor soorten met een jaarrond beschermde nestplaats te fungeren. Kader 3.2 Het gebruik van nesten door de boomvalk De boomvalk maakt zelf geen nesten, maar maakt gebruik van nesten van met name kraaien. De boomvalk komt eind april naar Nederland en zoekt in een ruime omgeving van de nestplaats uit het voorgaande jaar naar een nieuwe nestplaats. Binnen een territorium van een boomvalk huizen altijd verschillende paren zwarte kraaien, zodat de boomvalk ieder jaar een keuze uit alternatieven heeft. Hoewel het territorium jaren hetzelfde kan zijn, is de plek (boom) waar een nest wordt gebruikt vrijwel jaarlijks anders. Soms worden nesten twee jaar achtereen gebruikt. Het broedseizoen van boomvalken vangt aan nadat het broedseizoen van kraaien is afgelopen. Boomvalken maken gebruik van net verlaten nesten uit hetzelfde jaar. Een nest uit het voorgaande jaar is veelal niet meer in goede staat en voor boomvalken alleen opnieuw te gebruiken als kraaien dat nest hebben hersteld. Boomvalken keren dan ook in de regel niet ieder jaar naar hetzelfde nest terug. Anders dan op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep’ staat, kan bij nesten van boomvalken daarom niet van jaarronde bescherming worden gesproken.
Zie ook: ABRvS 7 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2016:288, uitwerkingsplan “Kenniskwartier Noord (tweede uitwerking)”, gemeente Amsterdam.
3.8.2
Vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is De bomen en ondergroei in het plangebied vormen (geschikt) broedbiotoop voor algemeen voorkomende vogels waarvan de nestplaats niet jaarrond beschermd is. In de ondergroei zijn diverse restanten van nesten aanwezig (waarneming veldonderzoek).
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 19 Wet natuurbescherming
4 Effecten van de ingreep en maatregelen Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op beschermde soorten. Uitgangspunt voor de effectbepaling is dat rust- en verblijfplaatsen die plekken zijn voor een soort die van essentieel belang zijn voor haar levenscyclus en een onmisbaar onderdeel zijn van het habitat1. Om ecologische effecten te voorkomen zal de functionaliteit van rust- en verblijfplaatsen gewaarborgd moeten zijn.
4.1
Amfibieën Grond- en graafwerkzaamheden in de periode van half februari tot half september kunnen algemeen voorkomende amfibieën van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ waarvoor een vrijstelling geldt treffen. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding.
4.2
Grondgebonden zoogdieren Kleine marterachtigen Als kleine marterachtigen verblijfplaatsen hebben in het plangebied, kan het rooien van bomen en struiken in het voortplantingsseizoen (maart – september) leiden tot het vernielen van deze verblijfplaatsen en het doden van deze dieren. Dit is een overtreding van de Wnb (artikel 3.10, lid 1, onderdeel a en b). In de periode september - maart zijn de dieren flexibel in hun gebruik van verblijfplaatsen. Verblijfsmogelijkheden binnen het territorium, inclusief plekken voor de voortplanting, blijven aanwezig (zijn gewaarborgd) in de delen van de bosschages die niet gekapt worden. In de omgeving bevinden zich nog meer bosschages met schuilmogelijkheden. Kortom: buiten het voortplantingsseizoen zijn kleine marterachtigen flexibel en mobiel (dus in staat) om uit te wijken binnen hun leefgebied. Wij beschouwen verblijfplaatsen van kleine marterachtigen dan niet als ‘vast’. Van overtreding van verbodsbepalingen is naar ons oordeel dan ook geen sprake. De provincie Gelderland beschouwt deze aantasting echter wel als een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb Wnb (artikel 3.10, lid 1, onderdeel a en b2). Andere soorten Grond- en graafwerkzaamheden kunnen algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren van het ‘Beschermingsregime andere soorten’ waarvoor een vrijstelling geldt treffen.
Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het 1 Guidance document on the strict protection of animal species of Community interest under the Habitats Directive 92/43/EEC. Final version, February 2007 2 Zie besluit verlenen ontheffing Wet natuurbescherming herinrichting Oosterpark in Wijchen (https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2019-14686/1/bijlage/exb-201914686.pdf)
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 20 Wet natuurbescherming
aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De gunstige staat van instandhouding van deze soorten is daarom niet in het geding. Nader onderzoek Om uitsluitsel te krijgen of het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van kleine marterachtigen – en daarmee de aanwezigheid van verblijfplaatsen aannemelijk is – wordt geadviseerd nader onderzoek te laten uitvoeren. Het onderzoek geeft uitsluitsel of voor kleine marterachtigen ontheffing moet worden aangevraagd. Het is aannemelijk dat de ontheffing voor kleine marterachtigen indien nodig verleend zal worden, dat wil zeggen dat er aan de voorwaarden voor ontheffing verlening voldaan kan worden. Door middel van maatregelen zijn effecten op kleine marterachtigen tot een minimum te beperken, er zijn geen alternatieven (bron opdrachtgever) en er is een wettelijk belang). Bij maatregelen moet gedacht worden aan: - Rooi beplanting (bomen en struiken) buiten het voortplantingsseizoen (dus buiten de periode maart-augustus). Buiten het voortplantingsseizoen zijn de dieren flexibel in hun gebruik van verblijfplaatsen in de omgeving. - Creëer voorafgaand aan de voorgenomen ingreep nieuwe schuilgelegenheid (alternatieve verblijfplaatsen) voor kleine marterachtigen op het terrein van de Berendonck.
4.3
Vogels Het kappen van bomen en rooien van struweel in het broedseizoen kan er toe leiden dat nesten van vogelsoorten die in gebruik zijn beschadigd raken of verlaten worden door de oudervogels als gevolg van verstoring. Dit is een overtreding van de Wnb en moet voorkomen worden (hiervoor verleent de provincie geen ontheffing). Effecten van kapwerkzaamheden in het voorjaar van 2021 op soorten met een jaarrond beschermd nest zijn uitgesloten. Voor deze soorten heeft het plangebied momenteel namelijk geen betekenis. Als kapwerkzaamheden plaatsvinden na het voorjaar van 2021 en dan specifiek kap van de boom met kraaiennest wordt geadviseerd om gebruik van de boom als nestplaats in het broedseizoen van 2021 te onderzoeken. Maatregelen en onderzoek - Om verstoring en vernietiging van vogelnesten die in gebruik zijn te voorkomen moet het rooien van beplanting en (voorbereidende) (bouw)werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd worden. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode half maart tot half augustus.
- Als kapwerkzaamheden plaatsvinden na het voorjaar van 2021 en dan specifiek kap van de boom met kraaiennest wordt geadviseerd om gebruik van de boom als nestplaats in het broedseizoen van 2021 te onderzoeken.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 21 Wet natuurbescherming
4.4
Andere soorten Negatieve effecten op beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn uitgesloten. Voor deze beschermde soorten heeft het plangebied namelijk geen (essentiële) betekenis.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 22 Wet natuurbescherming
5 Conclusies en aanbevelingen Op grond van het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: - Het kappen van bomen en rooien van struweel in het broedseizoen kan er toe leiden dat nesten van vogelsoorten die in gebruik zijn beschadigd raken of verlaten worden door de oudervogels als gevolg van verstoring. Dit is een overtreding van de Wnb en moet voorkomen worden (hiervoor verleent de provincie geen ontheffing). - Om verstoring en vernietiging van vogelnesten die in gebruik zijn te voorkomen moet het rooien van beplanting en (voorbereidende) (bouw)werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd worden. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd. De lengte en de aanvang van het broedseizoen verschilt per soort. Globaal moet voor het broedseizoen rekening gehouden worden met de periode half maart tot half augustus. - In het plangebied staat een boom met een kraaiennest. Effecten van kapwerkzaamheden in het voorjaar van 2021 op soorten met een jaarrond beschermd nest zijn uitgesloten. Voor deze soorten heeft het plangebied momenteel namelijk geen betekenis. Als kapwerkzaamheden plaatsvinden na het voorjaar van 2021 en dan specifiek kap van de boom met kraaiennest wordt geadviseerd om gebruik van de boom als nestplaats in het broedseizoen van 2021 te onderzoeken.
- Om uitsluitsel te kunnen geven of het plangebied leefgebied is van kleine marterachtigen is nader onderzoek nodig. Dit onderzoek dient gedurende zes weken in de periode maart tot en met augustus plaats te vinden. Het onderzoek geeft uitsluitsel of voor kleine marterachtigen ontheffing moet worden aangevraagd. Het is aannemelijk dat de ontheffing voor kleine marterachtigen indien nodig verleend zal worden, dat wil zeggen dat er aan de voorwaarden voor ontheffing verlening voldaan kan worden. - Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis, geldt een vrijstelling en/of zijn effecten uitgesloten en is dus geen ontheffing nodig.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 23 Wet natuurbescherming
6 Bronnen Cardinaals, J.T.B. 2019. Resultaten monitoring van de dassenbruchten Berendonck. Notitie met kenmerk 16-785/19.10825/FleVl. Bureau Waardenburg, Culemborg. Hellstedt, P., 2005. Behaviour, dynamics and ecological impact of small mustelids. (dissertatie) Dep. of Biological and Environmental Sciences Ecology and Evolutionary Biology, University of Helsinki. Helsinki. Nationale Database Flora en Fauna (NDFF), uitvoerportaal; https://ndff-ecogrid.nl Sleeman, P, 1989. Stoats and Weasels, Polecats and Martens. Whittet Books Ltd., London 119 p. Todd, I, Macdonald, D.W and Tew, T.E (2004) 'The ecology of weasels (Mustela nivalis) on mixed farmland in southern England.' Biologia, 59 (2). pp. 235-241. ISSN 1336-9563 Twisk, P., A. van Winden, R. Lange, & A. van Diepenbeek, 2003. Zoogdieren van West-Europa, 2de druk. Uitgeverij KNNV en VZZ, Utrecht. Van Vliet F. 2015. Territoriumgrootte das Berendonck. Notitie met kenmerk 14-938/15.02344/FleVl. Bureau Waardenburg bv, Culemborg. Natuurbalans, 2013. Natuurtoets en activiteitenplan ontwikkelingsvisie Berendonck. Ontheffingsaanvraag Ffwet das realisatie thermencomplex. Natuurbalans - Limes Divergens BV, Nijmegen. Van Vliet, F., 2016. Resultaten monitoring burchten das Berendonck. Notitie met kenmerk 16785/16.09136/FleVl. Bureau Waardenburg, Culemborg. Van Vliet, F., 2017. Resultaten monitoring van de dassenburchten Berendonck 2017.
Notitie met kenmerk 16-785/17.09302/FleVl. Bureau Waardenburg, Culemborg. Van Vliet, F., 2018. Resultaten monitoring van de dassenburchten Berendonck 2018. Notitie met kenmerk 16-785/18.10656/FleVl. Bureau Waardenburg, Culemborg.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 24 Wet natuurbescherming
Bijlage I
Toetsingskader beschermde soorten Wet natuurbescherming
Algemeen De Wnb heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en duurzaam gebruik van de bestanddelen daarvan. De wet regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, van soorten planten en dieren en van houtopstanden. De bescherming van plant- en diersoorten is geregeld in ‘Hoofdstuk 3 Soorten’ van de Wnb. De Wnb bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten, beschermd of niet. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor beschermde soorten. Daarbij gaat de wet uit van het 'nee-tenzij' principe: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. De provincies zijn in principe bevoegd gezag voor de soortenbescherming van de Wnb. Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag. Deze bijlage beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming voor zover relevant voor voorliggend onderzoek. De informatie in deze bijlage is deels ontleend aan de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016).
Zorgplicht De Wnb bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, ongeacht of ze beschermd zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen, beheer- en onderhoudswerk en evenementen zich daaraan voorafgaand op de hoogte (laten) stellen van de aanwezige natuurwaarden en de mogelijke effecten van hun voorgenomen handelingen op deze waarden. Bij de uitvoering van die handelingen moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperken of ongedaan gemaakt worden. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd.
Beschermingsregimes De Wnb onderscheidt bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten. Elk beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen (tabel 1.1). Verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij hiervoor een vrijstelling (een uitzondering op een wettelijk verbod) of ontheffing is verleend. De interpretatie van verbodsbepalingen verschilt per bevoegd gezag.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 25 Wet natuurbescherming
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in het wild levende vogels van soorten als genoemd in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn met uitzondering van vogels. Vogels vallen onder Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Beschermingsregime andere soorten Soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Bij de bescherming van vogels maken provincies en Rijk onderscheid tussen soorten met jaarrond beschermde nesten en soorten waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. Nesten van andere soorten mogen weggehaald worden indien het nest op dat moment aantoonbaar niet in gebruik is als broedlocatie. Het seizoen is hierbij niet relevant, wat er toe doet is of het nest in gebruik is voor het broeden. De lijsten met soorten met jaarrond beschermde nestplaatsen verschillen per bevoegd gezag.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 26 Wet natuurbescherming
Tabel 1.1
Overzicht verbodsbepalingen beschermde soorten per beschermingsregime Wet Natuurbescherming (Bron: brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016).
6.1
Afwijken van verbodsbepalingen
6.1.1
Vrijstelling Voor een aantal beschermde soorten en handelingen gelden vrijstellingen en is dus geen ontheffing nodig. Vrijstellingen zijn onder andere verleend in de vorm van provinciale verordeningen en bij ministeriële regeling. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Er geldt bijvoorbeeld een vrijstelling voor een aantal algemeen voorkomende soorten amfibieën en zoogdieren bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en beheer en onderhoud van gebieden. Daarnaast gelden er vrijstellingen voor handelingen die aantoonbaar worden uitgevoerd op basis van een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 27 Wet natuurbescherming
Vrijgesteld zijn ook handelingen die onderdeel zijn van een beheerplan voor een Natura 2000-gebied of een programma in het kader van een programmatische aanpak, als bij de totstandkoming van het beheerplan of het programma de betreffende handelingen zijn getoetst aan de criteria voor afwijking van de soortenbeschermingsregimes.
6.1.2
Ontheffing Voor handelingen is een ontheffing van de Wnb nodig als: • Er geen maatregelen mogelijk zijn om het overtreden van de verbodsbepalingen te voorkomen; • Er geen vrijstelling geldt op grond van een provinciale verordening, ministeriële regeling, gedragscode, beheerplan Natura 2000 of programmatische aanpak. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: • Er is geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep (andere locatie, andere werkwijze, andere planning). • Er is sprake van een in de wet genoemd belang. De belangen verschillen per beschermingsregime. Voor de soorten die beschermd zijn onder de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de in deze richtlijnen genoemde belangen, bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid. Voor de soorten van het Beschermingsregime andere soorten gelden de in de Habitatrichtlijn genoemde belangen, plus een aantal aanvullende belangen, waaronder ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De termijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken.
Effecten van de bouw van hotel Berendonck op beschermde soorten en gebieden. Toetsing in het kader van de 28 Wet natuurbescherming