CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlgage 2 toelichting bestemmingsplan

Raad openbaar Wijchen 28 januari 2021, gemeente wijchenBij agendapunt: 37927 Bestemmingsplan Torenstraat 24 Balgoij13.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

(Voor mogelijke geuroverlast van andere dan agrarische bedrijvigheid wordt verwezen naar paragraaf 4.2 bedrijven en milieuzonering hierboven.) Toepassing van de Wet geurhinder en veehouderij op het plangebied In de omgeving zijn enkele agrarische bedrijven aanwezig, te weten: Wegelaar 9 - intensieve veehouderij (varkens, rundvee) - SBI-2008: 01.42, 01.46 - Milieucategorie: 4.1 - Richtafstand: 200 meter geur - Afstand tot plangebied: 500 meter

Wegelaar 1 - intensieve veehouderij (geitenhouderij) - SBI-2008: 1.45.2 - Milieucategorie: 3.1 - Richtafstand: 50 meter geur - Afstand tot plangebied: 400 meter

Er wordt voldaan aan de richtafstand van 200 meter voor het aspect geur. Ondanks dat het daarmee voldoet aan de richtlijnen is toch onderzoek gedaan naar het aspect geur, zie bijlage 6. Op grond van de Wgv zijn de minimale afstandseisen tot een geurgevoelig object:

tabel afstandseisen, bron: geuronderzoek zie bijlage 6

pagina 32

In het onderzoek zijn de veehouderijen binnen een straal van 2km in beeld gebracht:

veehouderijen in een straal van 2km rond het plangebied, bron: geuronderzoek zie bijlage 6

Voor de meest nabije veehouderijen aan de Wegelaar 1 en Wegelaar 9 is de voorgrond belasting berekend.

voorgrondbelasting van de afzonderlijk veehouderijen, bron: geuronderzoek, zie bijlage 6

De wettelijke grenswaarde van de veehouderijen is 8oue/m3(oue = odour unit europees) Op basis van de voorgrondbelasting wordt geconcludeerd dat er geen overschrijdingen zijn van de geurnorm van 8,0 oue/m3 ten gevolge van de veehouderijen. Gesteld kan worden dat de milieukwaliteit ten gevolge van de afzonderlijke veehouderijen redelijk goed zal zijn. Ook de achtergrond belasting is berekend van alle veehouderijen gezamenlijk:

achtergrondbelasting van de gezamenlijke veehouderijen, bron: geuronderzoek, zie bijlage 6

De achtergrondbelasting varieert ter plaatse van het plan van 3,9 tot 4 oue/m3. Op basis hiervan kan gesteld worden dat de milieukwaliteit ten gevolgen van de gezamenlijke veehouderijen redelijk goed zal zijn. Conclusie: Het aspect geurhinder en veehouderij vormt geen belemmering voor het plan.

pagina 33

Veehouderij en gezondheid omwonenden Vanaf 2016 zijn in opdracht van de Nederlandse rijksoverheid enkele belangrijke rapporten verschenen over veehouderij en gezondheid. De onderzoeken waren uitgevoerd naar aanleiding van het advies van de Gezondheidsraad in 2012 over de gezondheidsrisico’s rond veehouderijen voor omwonenden. Naar aanleiding van deze rapporten is een Handreiking Veehouderij en gezondheid omwonenden opgesteld door Kenniscentrum InfoMil, d.d. 10 juli 2019. In deze handreiking wordt aangegeven dat in een ruimtelijke onderbouwing aandacht dient te worden besteed aan mogelijke gezondheidsrisico’s van veehouderijen. De gemeente Wijchen heeft geen eigen beleid in het kader van gezondheid en veehouderijen. Wel is in de aangrenzende provincie Noord-Brabant een handreiking veehouderij en volksgezondheid opgesteld in een samenwerking van de provincie, omgevingsdiensten en de GGD, en hebben enkele Noord-Brabantse gemeenten eigen gemeentelijk beleid vastgesteld in relatie tot geitenhouderijen. De gemeente Bergeijk heeft als beleidsuitgangspunt genomen dat bij ruimtelijke besluiten altijd moet worden afgewogen of er sprak is van een goede ruimtelijke ordening. Eén van de leidende principes is dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor (toekomstige) bewoners geborgd moet zijn.

Binnen een afstand van 2 km tot een geitenhouderij wordt door de gemeente Bergeijk overwogen om ‘(…) geen woningen te bouwen dan de al bestaande woningen (alleen toestaan van inbreiding). De huidige gezondheidsrisico’s voor bestaande woningen worden vooralsnog aanvaard. (…)’ – bron: notitie ‘omgekeerde werking geitenmoratorium’, gemeente Bergeijk, 19 september 2018. In de handreiking van de provincie Noord-Brabant is een stappenplan opgenomen. In dat stappenplan wordt aangegeven of het wenselijk is om een advies van de GGD op te vragen voor een vergunning of ruimtelijke ordening. Onderdeel van dit stappenplan is de vraag of een geitenhouderij binnen een afstand van 2 kilometer van woon- en verblijfsruimten van derden ligt, in dat geval dient volgens de handreiking advies van de GGD opgevraagd te worden. Op grond van deze handreiking van Noord-Brabant is advies opgevraagd bij de GGD Zuid-Gelderland. Dit advies is als bijlage 7 toegevoegd aan deze toelichting. In dit advies is opgenomen: ‘(…) Op basis van de huidige inzichten adviseert de GGD om het voorzorgsprincipe toe te passen en terughoudend te zijn met het plaatsen van nieuwe gevoelige bestemmingen op of binnen 250 meter van een veehouderij of in veedichte gebieden met meer dan 15 bedrijven binnen een straal van één kilometer. De locatie ligt niet binnen 250 meter van een veehouderij.

Het is niet bekend of er meer dan 15 veehouderijen binnen een straal van 1 km vanaf de locatie aanwezig zijn. Ook op een grotere afstand dan 250 meter kunnen gezondheidseffecten optreden door emissies van veehouderijen. Bij geitenhouderijen is er tot 2 km een verhoogd risico op longontsteking gevonden. Wanneer het mogelijk is om meer afstand dan de hierboven genoemde 250 meter aan te houden heeft dat de voorkeur. (…)’ Plangebied: Het bestemmingsvlak wonen voor de nieuw toe te voegen woning ligt hemelsbreed op ca. 400 meter afstand tot de meest nabije schuren van de geitenhouderij Wegelaar 1. In de ruime omgeving tot een straal van 1 km liggen een aantal agrarische bedrijven, dit zijn niet alleen veehouderijen, er zijn ook enkele fruitteeltbedrijven. In het kaartje hierboven bij het geuronderzoek zijn de veehouderijen in de omgeving van 2km aangegeven met een rode stip. Van deze veehouderijen bevinden zich er 5 binnen een staal van 1km ten opzichte van het plangebied.

pagina 34

Daarmee voldoet de veedichtheid aan het advies van de GGD, om uit voorzorg terughoudend te zijn met nieuwe gevoelige bestemmingen. Daarnaast is er in dit opzicht sprake van inbreiding: er zijn ten opzichte van de geitenhouderij Wegelaar 1 en de andere veehouderijen in de omgeving bestaande woningen die meer nabij gelegen zijn ten opzichte van deze veehouderijen. Aanvullend kan worden aangegeven dat op de planlocatie op dit moment sprake is van een bouwvlak voor een agrarisch bedrijf, dit was in het verleden een veeteelt bedrijf. Het vervallen van deze mogelijkheid voor een agrarisch bedrijf geeft een positieve bijdrage aan dit aspect. Conclusie: Het aspect veehouderij en gezondheid vormt geen belemmering voor dit plan.

4.8 Waterparagraaf Op basis van de wet op de ruimtelijke ordening (Wro) en het besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij o.a. bestemmingsplannen, inpassingsplannen, projectbesluiten, buitenplanse omgevingsvergunningen, buitentoepassingverklaringen van beheersverordeningen en ontheffingen voor een bestemmingsplan. Voor overige plannen dient een watertoets te worden uitgevoerd op basis van het nationaal bestuursakkoord water (2003 en 2008). De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. Het Bro regelt de verplichte waterparagraaf in de toelichting bij genoemde ruimtelijke plannen en het overleg met de waterbeheerder (wateradvies). De waterparagraaf beschrijft de wijze waarop rekening wordt gehouden met eventuele gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde is het advies van waterbeheerders als het waterschap en de gemeente in de waterparagraaf verwerkt. Huidig watersysteem Geomorfologie en grondwatersysteem Het plangebied ligt in landelijk gebied, nabij een oude dorpskern.

Het plangebied kent een hoogteverschil, nabij de Torenstraat ligt het maaiveld met ca. 8,0m + NAP ca. 80cm hoger dan ‘achterin’ het plangebied, het oosten-zuidoosten.

pagina 35

kaart AHN, actueel hoogtebestand Nederland

Het plangebied ligt ten zuidoosten van de Torenstraat. In de omgeving van het gebied is in het verleden sprake geweest van wijzigingen in de loop van de rivier de Maas door meandering. Rond de Torenstraat kromt zich ook een dergelijke oude Maas arm, de Broekgraaf, deze is in de ondergrond duidelijk herkenbaar. Vanaf het plangebied richting de Broekgraaf verloopt de ondergrond van lichte zavel naar zware klei.

pagina 36

bodemkaart met aanduiding plangebied en legenda, bron: PDOK viewer

De deklaag heeft een dikte van ca. 17 meter en bestaat uit kleiige afzettingen. Onder deze deklaag ligt het eerste watervoerende pakket met een dikte van ca. 20 meter, bestaande uit matig en grof grindhoudend zand, plaatselijk met kleilagen. Onder dit watervoerende pakket bevindt zich een scheidende laag van ca. 7 meter, voornamelijk bestaand uit klei en zandige kleiafzettingen. Vervolgens een tweede watervoerend pakket. De waterstroming van het eerste watervoerende pakket is westelijk gericht. Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundig systeem op de locatie dient te zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en voorkomen van schade aan volksgezondheid, door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten, stilstaand water en onveilige oevers. De gemiddeld hoogste grondwaterstand dient minstens 1,0 meter onder het vloerpeil te staan, om in het kader van geldende ontwateringsnormen de functie woning toe te kunnen kennen. Op de planlocatie is sprake van grondwatertrap VII (bron: www.bodemdata.nl). Dit betekent dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) 80 tot 140 cm beneden maaiveld ligt. Uit aanwezige pagina 37

grondwaterpeilbuizen van TNO is afgeleid dat de GHG ter plekke op ca. 6,10m tot 6,20m +NAP ligt. Dat is meer dan 1,0m onder het maaiveld. Daarmee wordt voldaan aan de voorgeschreven ontwateringsnorm van 1,0m. Op grond hiervan hoeft het vloerpeil van de woning niet worden verhoogd ten opzichte van het bestaande maaiveld.

grondwatertrappen in de omgeving van het plangebied, bron: www.bodemdata.nl

Oppervlaktewater en afvalwatersysteem Het plangebied ligt in het gebied van het Waterschap Rivierenland. Er is in het plangebied een klein deel van een C-watergang aanwezig in de zuidelijke punt. Deze C-watergang staat in verbinding met een andere C-watergang oostelijk op ca. 90 meter afstand van het plangebied en een A-watergang op ca. 200 meter afstand.

legger Waterschap Rivierenland, met de C-watergangen in lichtblauw en de A-watergang in donkerblauw, bron: legger Waterschap Rivierenland

pagina 38

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur respectievelijk het Gelderse natuurnetwerk en is niet gelegen in een hydrologische beschermingszone voor natte natuur. De huidige bebouwing op het plangebied is aangesloten op de openbare riolering onder de Torenstraat, dit is een openbaar drukriool waarop alleen afvalwater geloosd mag worden. Een pompput staat in de voortuin van Torenstraat 24. Beleidskader De gemeente Wijchen heeft samen met Waterschap Rivierenland een strategische waternota opgesteld, gevolgd door een uitvoeringsplan. In deze nota is een gezamenlijk visie opgeschreven over het water in de gemeente Wijchen. Het omvat thema’s en uitgangspunten voor een meer duurzaam waterbeheer binnen de gemeente Wijchen. Tevens beschikt de gemeente over een Gemeentelijk Rioleringsplan, het Verbreed GRP 2018 – 2022, vastgesteld 21 december 2017. In het GRP geeft de gemeente invulling aan haar zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het GRP is gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terug brengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. Vanuit het gemeentelijke rioleringsplan zijn twee zorgplichten relevant voor het plangebied. Dit betref de zorgplicht voor het hemelwater en de zorgplicht voor afvalwater.

Zorgplicht hemelwater: voor het hemelwater streeft de gemeente naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Infiltratie in de bodem op eigen terrein heeft de voorkeur, gevolgd door een vertraagde afvoer naar en berging in oppervlaktewater. Zorgplicht afvalwater: het huidige woonhuis is op het riool aangesloten. De nieuwe woning wordt voor het afvalwater eveneens op het riool aangesloten, daarbij wordt het hemelwater niet aangesloten. Hemelwater wordt op het terrein geïnfiltreerd voor de nieuwe woning. Toepassing bouwstoffen: verontreiniging van oppervlakte- en grondwater moet worden voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen. Van de bestaande boerderij wordt alleen het vuilwater afgevoerd naar het riool, het hemelwater wordt geïnfiltreerd op eigen terrein. Het hemelwater voor de nieuwe woning moet eveneens op het eigen terrein worden geïnfiltreerd. Het plangebied ligt binnen het waterschap Rivierenland. De algemene randvoorwaarden van het waterschap zijn van toepassing. De inhoudelijke uitgangspunten die het waterschap hanteert bij de watertoets zijn gebaseerd op de wettelijke taken die het waterschap heeft en het beleid van het waterschap voor de wijze waarop die taken zijn ingevuld.

Het relevante beleid van het waterschap Rivierenland is vastgelegd in het Waterbeheerplan 2010-2015 en Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland 2014. Voor onderhavig plan is de digitale watertoets, zie bijlage 3 bij deze toelichting. Deze digitale watertoets is ontwikkeld door een aantal waterschappen, waaronder waterschap Rivierenland, het gaat in op de belangen van het waterschap, het gaat niet in op de belangen van de gemeente. De digitale watertoets wordt gebruikt als hulpmiddel voor de toetsing van het plan aan het voorkeursbeleid van het waterschap.

pagina 39

kaart watertoets, zie ook bijlage 2, bron: www.dewatertoets.nl

De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij alle waterhuishoudkundige belangen van het waterschap vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Het voornemen betreft uitsluitend een verplaatsing van bebouwing. Het initiatief leidt niet tot een bebouwings- of verhardingstoename. Uit de ingevoerde gegevens volgt dat de C-watergang in het zuidelijke deel van het plangebied wordt geraakt. Ter plekke is er echter uitsluitend sprake van verwijdering van het agrarische bouwvlak, zonder wijziging van de bestemming of het toevoegen van bouwmogelijkheden. Het ruimtelijk plan heeft geen invloed op de taken en belangen van het waterschap Beleidsuitgangspunten en consequenties voor het ruimtelijk plan Met voorliggende plan wordt de bestaande boerderij gewijzigd naar een burgerwoonhuis, diverse agrarische schuren gesloopt en een nieuw woonhuis noordoostelijk van de bestaande bebouwing gebouwd. De bestaande erfverharding wordt deels verwijderd en het gebied wordt landschappelijk ingericht.

Wateroverlast en volksgezondheid Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundig systeem op de locatie dient te zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en voorkomen van schade aan volksgezondheid door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten, stilstaand water en onveilige oevers. Zoals hierboven vermeld blijkt uit de aanwezige grondwaterpeilbuizen van TNO dat de GHG ter plekke op ca. 6,10m tot 6,20m+NAP ligt. Dit is meer dan 1,0 meter onder het maaiveld, het maaiveld ligt op ca. 7,8 tot 7,5m +NAP ter plekke van het bouwvlak. Daarmee is sprake van voldoende ontwateringsdiepte (ten minste 1 meter). Afkoppeling en waterberging De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de pagina 40

riolering moet worden vermeden. Terreineigenaren zijn volgens de Waterwet artikel 3.5 verplicht het hemelwater dat op het eigen terrein valt ter plaatse te verwerken. Voor de nieuwe woning wordt het hemelwater vanaf de daken niet aangekoppeld op het riool, maar geïnfiltreerd op eigen terrein. Uit booronderzoek van het milieukundige bodemonderzoek is gebleken dat er een deklaag van klei is van 1,5 tot 2 meter dikte, daaronder zand. In combinatie met grondwatertrap VII geeft dit voldoende mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater in de ondergrond. Er wordt geen hemelwater naar het riool of via het oppervlakte water afgevoerd. De doorlatendheid van de bodem is geschikt om het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Het terrein is zodanig ingericht dat het hemelwater tijdelijk op het terrein geborgen wordt en niet naar de naburige percelen afstroom of in de woning terecht komt. Er wordt ca. 400m2 aan agrarische gebouwen gesloopt, exclusief de te verwijderen erfverharding. Het bouwvlak voor de nieuwe woning is 180m2. Per saldo is er een afname van ca. 200m2 aan opstallen, excl. de te verwijderen verharding. Afvalwater De huidige boerderij is aangesloten op de openbare drukriolering in de Torenstraat. Een pompput staat in de voortuin van Torenstraat 24. De nieuwe woning wordt via deze pompput afzonderlijk op de openbare (druk)riolering in de Torenstraat aangesloten.

De pompput en de openbare (druk)riolering hebben voldoende capaciteit om het huishoudelijke afvalwater van het nieuwbouwplan in te zamelen en te transporteren. De kosten van de aansluiting worden door de gemeente doorberekend aan de initiatiefnemers. Waterkwaliteit De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt direct afgevoerd naar bodem of oppervlaktewater. Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis worden in principe geen uitlogende materialen toegepast. Natte natuurwaarden De gemeente streeft naar behoud van natuurwaarden en biodiversiteit. Natuurlijke grondwaterstanden worden behouden; de (natte) natuurwaarden sluiten hierop aan. Bouwplan en toekomstige beheer van de planlocatie geven geen verstoring van de vereiste (grond)waterkwaliteit en -kwantiteit. Het hemelwater wordt ter plaatse geïnfiltreerd. Drinkwaterbesparing Drinkwaterverspilling dient te worden voorkomen. Gebruik van hoogwaardig drinkwater dient zoveel mogelijk te worden beperkt tot hoogwaardige toepassingen. Zo mogelijk wordt hemelwater gebruikt voor laagwaardige toepassingen.

Het plan omvat toevoeging van een woning, anderzijds wordt een agrarisch bedrijf – definitief – beëindigd. Per saldo zal er geen sprake zijn van extra waterverbruik. Bij de uitwerking van het bouwplan wordt beoordeeld in hoeverre drinkwater besparende voorzieningen toegepast kunnen worden. pagina 41

Beleving De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water. Cultuurhistorisch waardevolle watergebonden elementen zijn herkenbaar in het landschap aanwezig. Water en watergebonden elementen worden zo mogelijk gevisualiseerd. Het plangebied omvat geen cultuurhistorisch waardevol water. Conclusie Uit het oogpunt van het aspect water heeft het plan geen negatieve gevolgen voor het watersysteem. De ruimtelijke functies en het watersysteem zijn voldoende op elkaar afgestemd.

4.9 Ecologie In Nederland is de bescherming van natuurwaarden per 1 januari 2017 in de nieuwe Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie wetten verenigd, de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor de natuurwaarden mogen niet plaats vinden zonder vergunning. Verder is iedereen verplicht zorgvuldig om te gaan met natuurgebieden, de zogenaamde zorgplicht. De Wet natuurbescherming beschermt een groot aantal in het wild levende planten- en diersoorten, ook buiten beschermde natuurgebieden. Op grond van de wet is het verboden beschermde planten te vernielen of te beschadigen, beschermde dieren te verstoren, verwonden of te doden. Daarnaast is het verboden rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten te beschadigen, weg te nemen of te vernielen. Ontheffing van deze regels is onder voorwaarde mogelijk. Naast de wettelijke verbodsbepalingen is er altijd sprake van een algemene zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor dieren, planten en hun leefomgeving. Dit houdt onder andere in dat handelingen worden nagelaten die negatieve gevolgen hebben voor soorten of dat maatregelen worden getroffen om negatieve gevolgen te voorkomen. Het terrein heeft in de huidige situatie een agrarische bestemming met een hoofdboerderij en diverse agrarische bijgebouwen.

Diverse bijgebouwen en deel van de hoofdboerderij worden gesloopt en een nieuwe woning wordt gebouwd op het weiland noordoostelijk van de bestaande bebouwing. Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan nader in te schatten is een quick scan onderzoek gedaan naar de effecten op de flora en fauna van het plangebied en op de beschermde natuurgebieden in de omgeving van het plangebied, zie het rapport in bijlage 4 (Buiting Advies, april 2019).

Gebiedsbescherming planspecifiek Het plangebied ligt op ca. 10 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Andere Natura 2000-gebieden liggen op een grotere afstand. Gezien de aard van het werk en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000- gebied ‘Rijntakken’ wordt geen nadelige invloed verwacht op de beschermingsdoelen van dit gebied.

pagina 42

ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’, bron: Buiting Advies

Soortenbescherming planspecifiek In het bureau onderzoek en veldonderzoek zijn geen beschermde plantensoorten naar voren gekomen. Wat betreft de vogels zijn diverse soorten waargenomen. Van een beperkt aantal soorten is de broedplek/het nest jaarrond beschermd en het bijbehorende leefgebied van een dergelijke vogelsoort. De huismus en de kerkuil hebben mogelijk nesten in het plangebied/de te slopen gebouwdelen, deze soorten zijn jaarrond beschermd. Naar het voorkomen van de huismus en de kerkuil moet nader onderzoek worden gedaan. In het kader van de quickscan is vastgesteld dat andere jaarrond beschermde vogelsoorten niet in de gebouwen verwacht worden voor nestplaatsen. Van de zoogdieren kan mogelijk de steenmarter een verblijfplaats hebben in de te slopen gebouwen, deze soort is ook beschermd. Voor andere beschermde zoogdieren is het gebied niet geschikt, dan wel zijn niet aangetroffen. Het plangebied is geschikt voor vleermuizen. Deze zijn tijdens het veldonderzoek niet aangetroffen, maar in de omgeving komen vleermuizen voor en er zijn geschikte invliegopeningen aanwezig in de gebouwen, waardoor niet kan worden uitgesloten dat deze zich niet in de panden bevinden. Hier dient ook nader onderzoek naar te worden gedaan.

Conclusie quickscan flora en fauna Door de voorgenomen sloop worden mogelijk geschikte voortplantings- en/of rustplaatsen van huismussen, kerkuil, steenmarters en vleermuizen aangetast. De uitvoering van het nadere onderzoek loopt. Afhankelijk van de resultaten daaruit moeten er mogelijk mitigerende en/of compenserende maatregelen worden genomen. Als dat het geval is, dienen die als voorwaarde in de te verlenen vergunningen voor het plangebied te worden opgenomen.

pagina 43

4.10

Cultuur & archeologie

4.10.1

Cultuurhistorie

De gemeente heeft een beleidsnota cultuurhistorie vastgesteld ‘Samen in verscheidenheid’, deze is verbonden aan het paraplubestemmingsplan cultuurhistorie, vastgesteld 3 mei 2017. Onderdeel hiervan is een cultuurhistorische beleidskaart. Op deze kaart is het plangebied opgenomen als ‘zone met beleidsmatige vertaling’, zie ook onderstaand fragment van deze beleidskaart. Er is geen sprake van een karakteristiek of beeldbepalend gebouw.

fragment cultuurhistorische beleidskaart gemeente Wijchen en legenda

In de regels van het parapluplan cultuurhistorie is de locatie opgenomen als een cultuurhistorisch waardevol gebied. In dit nieuwe bestemmingsplan is de cultuurhistorische bescherming opgenomen, conform de regeling van het parapluplan cultuurhistorie. Op de cultuurhistorische waardenkaart, zie onderstaand fragment, zijn de verschillende wegen rond het plangebied, waaronder de Houtsestraat en de Torenstraat beschreven als wegen ontstaan voor 1832. Rondom de historische kern van Balgoij zijn bomen met een historische waarde aangeduid. pagina 44

De historische kern van Balgoij kent een aantal rijksmonumenten, waaronder de oude toren waar vanaf het plangebied zicht op is.

uitsnede cultuurhistorische waardenkaart met een deel van de legenda

De boerderij op het plangebied zelf is een gemeentelijk monument. In de redegevende beschrijving van het monument is o.a. aangegeven: ‘de boerderij is als T-boerderij gebouwd rond 1870 op tot dan onbebouwd terrein. Het achterhuis is na een brand door nieuwbouw vervangen. (…) Van de bebouwing is uitsluitend het voorhuis van monumentaal belang, terwijl daarnaast het tuinhekje en een grote kastanjeboom links naast de ingang van het erf waardevolle elementen vormen. Het voorhuis is van belang als gaaf voorbeeld van een fors woongedeelte van een T-boerderij, een zekere voornaamheid uitstralend, met omlijste ingang, hoekpilasters en verzorgd uitgevoerd metselwerk.’ pagina 45

Met het voorliggende plan wordt de cultuurhistorische waarde versterkt. Onderdeel van het plan is de restauratie van de boerderij. Van het niet monumentale deel van het achterhuis wordt een deel afgebroken. Met het inrichtingsplan wordt een ensemblewerking beoogd, waarbij de T-boerderij visueel nadrukkelijk het hoofdgebouw blijft. De erfinrichting is gericht op de inpassing in het kenmerkende landschap nabij de Maas, met heggen van bijv. meidoorn en struikgewas.

de voorgevel voor aanvang van de restauratie met de omlijste ingang, hoekpilasters, metselwerk en het tuinhekje

4.10.2

Archeologie

Het plangebied ligt volgens de archeologische beleidskaart in de basis in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Het gebied rond de oude toren in de historische kern van Balgoij is aangemerkt als een AMK terrein met archeologische vondsten. Ook is er een archeologische vindplaats direct ten zuiden van het plangebied. Dergelijke vindplaatsen hebben een aandachtszone rond de vindplaatsen van 100 respectievelijk 50 meter. Deze aandachtszones liggen voor een groot deel over het plangebied.

pagina 46

uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Wijchen met een deel van de legenda

In het vigerende bestemmingsplan is voor het zuidelijke deel van het plangebied de beschermingswaarde 1 opgenomen en voor het noordelijke deel beschermingswaarde 3. In het noordelijke deel wordt de nieuwe woning gebouwd.

bestemmingsplankaart archeologie vigerend bestemmingsplan

pagina 47

Ten behoeve van het plan is geen archeologisch onderzoek gedaan. In het voorliggende plan is de vigerende archeologische bescherming opgenomen als dubbelbestemming. Voor het gebied met de bescherming waarde archeologie 1 betekent dit dat onderzoek moet worden gedaan bij bouwwerken meer dan 2,5 meter uit de bestaande fundering worden gerealiseerd en bij de waarde archeologie 3 voor bouwwerken groter dan 1.000m2. Conclusie De T-boerderij is een gemeentelijk monument, bouwplannen dienen mede te worden afgestemd op de beschreven monumentale waarden. Met het inrichtingsplan wordt een passende inrichting van het plangebied in de omgeving beoogd. De archeologische waarden blijven als dubbelbestemming gehandhaafd in het plan. Dit betekent dat bouwplannen moeten worden getoetst aan deze regels. De cultuurhistorische en archeologische (verwachtings-)waarden zijn voldoende beschermd in het plan.

4.11

Verkeer en parkeren

Verkeer Als gevolg van de wijziging van de bestemming van agrarisch naar wonen en de bouw van een extra woning zal het aantal verkeersbewegingen ter plekke van Torenstraat 24 niet toenemen. Toegang De huidige inrit aan de noordzijde van de bestaande boerderij blijft bestaan. Voor de nieuwe woning wordt een inrit direct ten noorden van deze bestaande inrit aangelegd. Parkeren Het parkeerbeleidsplan van de gemeente Wijchen is van toepassing. In paragraaf 3.4 van deze toelichting is dit beleidsplan eveneens aangegeven. In dit beleidsplan is aangegeven dat voor het bepalen van het aantal parkeerplekken, de maximale parkeernorm van het CROW dient te worden gehanteerd voor de betreffende locatie en het gebruik daarvan. Daarbij geldt voor het dorp Balgoij als verstedelijkingsgraad ‘weinig stedelijk’ en als stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. Het CROW geeft voor vrijstaande koopwoningen als norm hiervoor aan 1,9 tot 2,7 parkeerplaatsen per woning – weinig stedelijk, rest bebouwde kom. Voor 2 woonhuizen is de maximale norm dan 2x 2,7 is 5,4 parkeerplaatsen, afgerond 6. Het parkeren dient op eigen terrein te worden opgelost. De percelen zijn zodanig groot dat parkeren op eigen terrein ook mag worden verwacht. In het inrichtingsplan is ruimte gereserveerd tussen de beide bijgebouwen voor parkeerplaatsen. Het parkeren kan eventueel ook elders op de percelen worden opgelost.

pagina 48

Hoofdstuk 5

Juridische opzet

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan reguleert het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatings-planologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat: - de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en -

de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang).

Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden’ (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve: - het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: - het bebouwen van de gronden; - het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de Bouwverordening zijn ook van belang voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.

5.2 Algemene opbouw van de regels De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1: Inleidende regels bevat een artikel met begripsbepalingen. Daarnaast zijn in een apart artikel enkele bepalingen opgenomen omtrent de “wijze van meten”. Die bepalingen zijn van belang voor een juiste interpretatie van de bouwregels. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn artikelsgewijs de regels behorende bij de specifieke bestemming neergelegd. De artikelen zijn in alfabetische volgorde opgezet volgens een vast stramien, voor zover deze relevant zijn voor het betreffende artikel: 

Bestemmingsomschrijving hierin is bepaald voor welke doeleinden de gronden bestemd zijn (m.a.w. voor welk gebruik de gronden zijn gereserveerd);

pagina 49

Bouwregels in deze bepaling is aangegeven aan welke maatvoeringseisen de bebouwing binnen de betreffende bestemming moet voldoen; Afwijken van de bouwregels in deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels Specifieke gebruiksregels in de bestemmingsregelingen is in bepaalde situaties expliciet aangegeven welk gebruik in ieder geval in strijd wordt geacht met de aan de gronden gegeven bestemming. Een dergelijk gebruiksverbod is een nadere invulling van het algemeen gebruiksverbod zoals opgenomen in artikel 2.1 van de Wabo; Afwijken van de gebruiksregels deze bepaling bevat afwijkingsbevoegdheden van gebruiksregels

Hoofdstuk 3: Algemene regels bevat bepalingen die van toepassing zijn op het gehele plangebied. Naast de anti-dubbeltelbepaling zijn de volgende bepalingen opgenomen:  Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen die de bouwhoogte, dan wel het bouwvlak overschrijden. In de algemene bouwregels is tevens een regeling opgenomen voor gebouwen en bouwwerken die legaal zijn (of kunnen worden) gebouwd maar afwijken van de bouwregels van het bestemmingsplan. Deze zijn in de bestaande maatvoering toegestaan.  Verplichting Voor een bestemmingsplan kunnen specifieke verplichtingen worden gesteld, deze worden in dit artikel opgenomen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel bevat bepalingen die min of meer losstaan van de bestemmingsplanbepalingen, en worden om die reden in een apart hoofdstuk opgenomen. Hierin staan opgenomen:  Overgangsrecht In dit artikel is onder meer aangegeven dat de bestaande bouwwerken dan wel vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze af van het onderhavige bestemmingsplan. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel te vernieuwen. Evenmin is het toegestaan om het bouwwerk geleidelijk aan helemaal te vernieuwen.

In het geval het bouwwerk door een calamiteit verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van 2 jaren na de calamiteit is aangevraagd. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en bepalen dat bestaande afwijkingen mogen worden vergroot voor een uitbreiding van de bebouwing met maximaal 10%. Illegale bouwwerken zijn expliciet uitgesloten van het overgangsrecht. Voor het gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het gebruik dat strijdig is met het onderhavige plan, mag worden gecontinueerd. Verandering van het gebruik is niet toegestaan, tenzij de afwijking naar haar aard en omvang wordt verkleind. Indien gebruik voor een periode van langer dan 1 jaar wordt onderbroken, mag dit gebruik niet meer worden hervat. Een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik dat pagina 50

reeds strijdig was met het voor het onderhavige bestemmingsplan ter plekke van kracht zijnde plan. Het overgangsrecht is op deze situaties niet van toepassing.  Slotregel In deze bepaling is de officiële benaming van het plan vastgelegd.

5.3 Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Agrarisch met waarden – 1 (artikel 3) Voor het zuidoostelijke deel van het plangebied blijft de bestaande bestemming Agrarisch met waarden – 1 van kracht. In het nieuwe plan is geen sprake meer van bouwmogelijkheden. Wel zijn er mogelijkheden voor bijvoorbeeld een paardenbak voor hobbymatig gebruik of een kleine schuilstal voor dieren. Wonen (artikel 4) De gronden binnen “wonen” is bestemd voor maximaal één vrijstaande woning per bestemmingsvlak.

Voor de maatvoering van de woningen geldt een inhoudsmaat van 800 m3, een goothoogte van maximaal 6 meter en maximale bouwhoogte 10 meter. Voor de bijgebouwen geldt een oppervlakte maat van maximaal 120m2 voor bijgebouwen per woongebouw. Voor de bijgebouwen geldt een maximale bouwhoogte van 6 meter en een goothoogte van 3 meter. Binnen de bestemming wonen zijn een aantal afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen die eveneens gelden voor het gehele buitengebied van de gemeente Wijchen. Dit zijn onder andere mogelijkheid tot een grotere inhoud van de woning tot maximaal 1.000m³, mantelzorg, andere bedrijfsmatige activiteiten mits deze qua aard passend zijn in een woonomgeving. Ook is in dit artikel een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de sloop van agrarische bijgebouwen. Dit ter voorkoming van de situatie dat naast de bouw van de nieuwe woning de bestaande bijgebouwen gehandhaafd blijven. Waarde – Archeologie 1 (artikel 5) Ten behoeve van de bescherming van mogelijke archeologische waarden in de ondergrond is voor een groot deel van het plangebied de dubbelbestemming voor archeologie opgenomen. Archeologie 1 houdt in dat voor bouwwerkzaamheden dieper dan 0,30m voorafgaand aan de bouw archeologisch onderzoek dient te worden gedaan. Waarde – Archeologie 3 (artikel 6) Het noordelijke deel van het plangebied heeft een lagere archeologische verwachtingswaarde.

Op grond daarvan geldt hier de dubbelbestemming Archeologie 3. pagina 51

Archeologie 3 houdt in dat voor bouwwerkzaamheden met een oppervlakte groter dan 1.000m2 en dieper dan 0,30m voorafgaand aan de bouw archeologisch onderzoek dient te worden gedaan. Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied (artikel 7) Het plangebied ligt in een cultuurhistorisch waardevol gebied. Ter bescherming hiervan is deze dubbelbestemming van kracht. Op grond van de regels van dit artikel zijn diverse werkzaamheden vergunningplichtig, zoals het afgraven van de bodem en het aanbrengen van verharding. Daarnaast kan het bevoegde gezag, het college van B&W, nadere eisen stellen voor de situering, oppervlakte en hoogte van nieuwe bebouwing.

pagina 52

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid De percelen zijn eigendom van de initiatiefnemer, alle plankosten en de onderzoeken zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De procedurele kosten komen voor rekening van de gemeente, deze zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Voor de gemeente zijn geen andere kosten verbonden aan dit plan, waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. Met de initiatiefnemer wordt een realisatie overeenkomst gesloten waarin wordt verklaard dat de bovengenoemde kosten en mogelijke planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De economische uitvoerbaarheid is hiermee aangetoond.

6.2 Overleg en inspraak Het ontwerp bestemmingsplan ‘Torenstraat 24 Balgoij’ wordt conform artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht heeft vanaf 16 juli 2020 gedurende 6 weken voor een ieder ter visie gelegen. In deze periode is 1 zienswijze ingediend, in de nota van zienswijzen is ingegaan op de zienswijze. De zienswijze heeft geen aanleiding gegeven tot wijziging van het plan. Wel is de toelichting paragraaf 4.7 aangevuld: -

op grond van een geitenhouderij in de omgeving is advies bij de GGZ opgevraagd een onderzoek naar geur van veehouderijen is toegevoegd

pagina 53

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

milieukundig bodemonderzoek Nipa milieutechniek, 16358 versie 2, 9 april 2020 verkennend en nader milieukundig bodemonderzoek

Bijlage 2

beoordeling milieukundig bodemonderzoek ODRN, d.d. 29 april 2020

Bijlage 3

watertoets Waterschap Rivierenland d.d. 11 oktober 2019

Bijlage 4

quickscan flora en fauna Buiting Advies, 19047, d.d. april 2019

Bijlage 5

cultuurhistorische waarderingskaart Gemeente Wijchen

Bijlage 6

Bijlage 7

onderzoek geurhinder veehouderijen

Econsultancy, 13880.001, d.d. 11 december 2020

veehouderij en gezondheid GGD Gelderland-Zuid, advies d.d. 14 oktober 2020

pagina 54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=bcc36963-ed94-4c92-8d6e-5ea19b3bbeeb