CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting_Bijlage 5 Infiltratieonderzoek_1

Raad openbaar Wijchen 22 juni 2023, gemeente wijchenBij agendapunt: 111196 Beslisnota Vaststelling juridisch en ruimtelijk kader voor CPO de Steenuil7.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Infiltratieonderzoek CPO de Steenuil te Bergharen

Infiltratieonderzoek CPO de Steenuil te Bergharen

Aeres Milieu Projectnummer

: AM22117

Status rapport

: Definitief (versie 3)

Datum

: 22 november 2022

Opdrachtgever

: Vereniging CPO de Steenuil P/A Gerststraat 17 6617 GG Bergharen

Opgesteld door

: L. De Graaff, MSc.

Paraaf

:

Gecontroleerd door

: dhr. M. Vrolix bc.

Paraaf

:

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl Pagina | 2

AM22117

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4

2.

WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM ..............................................................................................................................................................7 2.1. Inleiding.....................................................................................................................................................................................................7 2.2. Bestaande waterhuishouding ............................................................................................................................................................8 2.3. Infiltratieonderzoek ...............................................................................................................................................................................9

3.

PLANAFWEGING .................................................................................................................................................................................................... 13

4.

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................... 16

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen en bepaling verhard oppervlak Bijlage 3: Situatietekening met boor- en fotostandpunten Bijlage 4: Foto’s plangebied Bijlage 5: Boorprofielen Bijlage 6: Korrelverdelingsanalyses

Pagina | 3

AM22117

1. INLEIDING In opdracht van Vereniging CPO de Steenuil heeft Aeres Milieu een infiltratieonderzoek uitgevoerd ter onderbouwing van een nieuwbouwproject te Bergharen. Momenteel is het plangebied onverhard en heeft het perceel een agrarische bestemming. Voor de toekomstige ontwikkeling dient hydrologisch neutraal ontwikkeld te worden, waarbij het hemelwater indien mogelijk door middel van infiltratie verwerkt wordt. De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op afbeelding 1.

Adres onderzoekslocatie

: CPO de Steenuil te Bergharen

Gemeente

: Wijchen

Waterschap

: Rivierenland

Kadastrale registratie

: Bergharen, sectie H, nummer 1271 (ged.)

Oppervlakte

: circa 8.000 m2

Peil maaiveld

: 8,3 tot 8,6 m +NAP

Peil grondwater

: circa 6,8 m +NAP

Afbeelding 1: Begrenzing onderzoekslocatie (rood omlijnd) en kadastrale situatie. Bron luchtfoto: PDOK-viewer

Aanleiding De aanleiding voor het infiltratieonderzoek is de voorgenomen planontwikkeling op het perceel en de verplichting tot o.a. compensatie van de verhardingstoename zodat geen verhoogd risico op wateroverlast ontstaat. Bij nieuwbouwprojecten dient hemelwater lokaal geïnfiltreerd te worden tenzij dit aantoonbaar niet toepasbaar is. In dat geval dient waterberging aangelegd te worden. Afbeelding 2 geeft het planvoornemen weer. Een grote tekening is opgenomen in bijlage 2. Pagina | 4

AM22117

Afbeelding 2: Voorgenomen planontwikkeling d.d. 14/07/2022 (bron: opdrachtgever)

Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie (bureaustudie), de gehanteerde uitgangspunten en de randvoorwaarden, en de mogelijkheden om (afgekoppelde) neerslag in de toekomstige situatie te verwerken om zo tot een duurzame herontwikkeling te komen. Om na te gaan of de doorlatendheid van de bodem ter plaatse geschikt is, worden veldmetingen verricht. Hierna wordt de K-waarde bepaald en de resultaten beschreven met aanbevelingen om te komen tot een hemelwater neutrale planontwikkeling.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem.

Pagina | 5

AM22117

Het waterbeleid van de provincie Gelderland staat omschreven in het Regionaal Waterprogramma 2021-2027 en is opgesteld in overeenstemming met belanghebbende. Daarnaast heeft de provincie een omgevingsvisie opgesteld Gaaf Gelderland waarin onder meer de doelen voor de omgevingsverordening zijn vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft als doel om Gelderland gezond, veilig, schoon en welvarend achter te laten voor de volgende generatie. Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Rivierenland. De doelen van het waterschap voor de periode 2022-2027 staan beschreven in het waterbeheerprogramma. Dit beleid is gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder.

Bij planontwikkelingen wordt tevens de gemeente betrokken omdat deze meestal het beheer over het lokale (oppervlakte)water hebben. Daarnaast beschikt het waterschap Rivierenland over een verordening, de Keur met beleidsregels voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op activiteiten of werkzaamheden binnen het watersysteem. Voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De gemeente Wijchen beschikt over een Gemeentelijk rioleringsplan (GRP 2018-2022), waarin de gemeente invulling geeft aan haar zorgplicht voor rioolwater, hemelwater en grondwater. Het gemeentelijk waterbeleid is met name gericht op het voorkomen, beperken of tot een aanvaardbaar risico terugbrengen van wateroverlast en schade aan milieu en volksgezondheid. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden zoals onder andere van toepassing bij een bodemonderzoek en opgenomen in de Leidraad riolering, module C2510. Totdat hiervoor vastgestelde protocollen en richtlijnen worden opgesteld, is daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen en geldende normen zoals deze voor o.a. bodemonderzoek gelden.

Voorts is een infiltratieonderzoek een momentopname van enkele willekeurig verspreide meetlocaties, waardoor een zo goed mogelijk beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Het is mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van de bodem voorkomen. Het gevolg kan zijn dat resultaten van het infiltratieonderzoek binnen het plangebied onderling (sterk) verschillen. Derhalve is Aeres Milieu niet verantwoordelijk voor eventuele (vervolg)schade door onvoldoende gedimensioneerde voorzieningen.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is aandacht besteed aan de huidige bodemkundige- en (geo)hydrologische situatie, de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden, en de (on)mogelijkheden om neerslag in de toekomstige situatie te bergen en te infiltreren. In hoofdstuk 3 is een samenvatting voor de onderzoekslocatie opgenomen met in hoofdstuk 4 enkele algemene aandachtspunten.

Pagina | 6

AM22117

2. WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM 2.1.

Inleiding

Het plangebied ligt aan de oostzijde van de woonkern van Bergharen. Het plangebied valt momenteel buiten de bebouwde kom van Bergharen en heeft een agrarische bestemming. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de woningen van de Dorsvlegel. De noordzijde grenst aan een agrarisch perceel waarvoor in het verleden een woningontwikkeling (CPO de Rivierduin) vastgesteld is. De oost- en zuidzijde grenzen aan woonkavels van de Wijksestraat nrs. 27, 27a en 29. Afbeelding 1 geeft de huidige situatie weer en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. Voor de nieuwbouw van woningen is voldoende ontwateringsdiepte benodigd om o.a. grondwateroverlast te vermijden. Hierbij is o.a. de bestaande hoogteligging van belang. Het plangebied ligt net als het westelijk gelegen centrum hoger gelegen met noordoostelijk een hoger gelegen heuvel (noordoost). Binnen het plangebied is een lichte helling aanwezig van circa 8,6 m +NAP (oost) naar 8,3 m +NAP (west). De westelijk gelegen Dorsvlegel ligt op circa 8,2 m +NAP waarbij de woningen op ca. 8,4 m +NAP liggen. Afbeelding 3 geeft deze hoogteverschillen weer.

Afbeelding 3: Hoogtekaart met aanduiding ligging plangebied (bron: AHN Nederland)

Pagina | 7

AM22117

2.2.

Bestaande waterhuishouding

De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, en hemelwater. Van de onderzoekslocatie is diverse informatie beschikbaar in onder meer het Dinoloket, provincie Gelderland, waterschap Rivierenland, bodemdata Nederland en ons eigen archief.

Grondwater Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (2019) ligt het plangebied op een rivierduin. Hierdoor heeft het plangebied en de omgeving een relatief hogere ligging binnen het rivierengebied. Op de bodemkaart van Nederland (2021) ligt het plangebied op een vorstvaaggrond met grof zand. Dit bodemtype vertoont weinig bodemvorming en is vaak humusarm. Uit (model)gegevens van het Dinoloket blijkt dat de bodem tot circa 26,5 m-mv. behoord tot de Formatie van Kreftenheye en Formatie van Boxtel met Laagpakket van Delwijnen. Binnen dit laagpakket wisselen fijne tot grove zandlagen elkaar af. Om de lokale bodemopbouw vast te stellen zijn er binnen het plangebied drie handmatige profielboringen geplaatst tot circa 2,4 meter. Hieruit blijkt dat er een zwakke humeuze toplaag aanwezig is van circa 50 tot 100 centimeter dikte bestaande uit een matig grof, zwak siltig zand. Onder deze humeuze laag gaat de bodem over in zwak siltig, matig grof zand met een grijzige kleur. Het grondwater is bij de uitvoering aangetroffen op 1,5 m-mv. Afbeelding 4 geeft het profiel van boring 1 visueel weer. De boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4 en een tekening met de boorlocaties is opgenomen in bijlage 3.

Afbeelding 4: Profielboring 1 vanaf maaiveld (linksboven) tot 2,4 meter onder maaiveld (rechtsonder).

Binnen Bergharen zijn er enkele langdurige grondwatermeetgegevens bekend bij het Dinoloket waardoor het mogelijk is om de optredende grondwaterstanden binnen Bergharen beter in te schatten. Uit deze meetgegevens komt naar voren dat de grondwaterstand op ca. 1-2 m-mv te verwachten is. De gemiddelde hoogste grondwaterstand is nabij het plangebied op circa 6,2 meter +NAP gemeten. Bij de uitgevoerde profielboringen zijn visueel geen roestverschijnselen waargenomen in het boorprofiel waardoor er geen hangwater in het gebied te verwachten is. Echter bij het uitvoeren van de veldwerkzaamheden is de grondwaterstand ter plaatse van het plangebied aangetroffen op circa 1,5 m-mv of ca. 6,8 m +NAP. Deze metingen zijn uitgevoerd op 25 maart 2022 in een natte periode waardoor deze vastgestelde waardes aangehouden kunnen worden als hoogste grondwaterstanden. De GLG is op ca. 3 m-mv te verwachten. Pagina | 8

AM22117

Voor de toekomstige woonontwikkeling wordt derhalve voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte voor het beoogde gebruik (GHG > 1 m onder bouwpeil, >0,7 m onder straatpeil en 0,5 meter voor groenvoorzieningen). Uitgangspunt is (geo)hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied worden gehandhaafd. Gezien de bestaande hoogteligging en aangetroffen grondwaterstand wordt hieraan voldaan. Binnen of vlakbij het onderzoeksgebied zijn geen grondwateronttrekkingen bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied. Het plangebied ligt wel net binnen het intrekgebied van het op ca. 5 kilometer noordwestelijk gelegen drinkwaterwingebied Druten. Dit houdt in dat verontreiniging van het grondwater niet toegestaan is. Door de voorgenomen nieuwbouw van woningen en door te voldoen aan de DUBO-maatregelen, zie ook hoofdstuk 4, is geen toekomstige vervuiling en dus geen nadelige invloed door het lokaal te verwerken hemelwater te verwachten.

Oppervlaktewater Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is ook door de ligging op een rivierduin geen oppervlaktewater aanwezig. Het is derhalve niet mogelijk om vanuit het plangebied water rechtstreeks te lozen op het oppervlaktewater. Het planvoornemen heeft derhalve geen direct effect op het bestaand oppervlaktewatersysteem.

Hemelwater Momenteel is het plangebied nagenoeg geheel onverhard en kan hemelwater op natuurlijke wijze wegzijgen in de bodem. Door het planvoornemen zal er gesloten verhard oppervlak worden aangebracht wat leidt tot versnelde afstroom van hemelwater. Het algemeen beleid is er op gericht om verharding binnen nieuwbouwprojecten te beperken en zoveel mogelijk te hergebruiken. Voorts dient een ontwikkeling hemelwaterneutraal plaats te vinden. Hiervoor dient binnen de ontwikkeling een voorziening aangelegd te worden. Bij het gescheiden houden en lokaal infiltreren van neerslag dienen de juiste milieuhygiënische maatregelen getroffen te worden zodat het hemelwater schoon blijft (zie ook hoofdstuk 4). Om inzicht te krijgen van de daadwerkelijke doorlatendheid van de bodem zijn binnen het plangebied infiltratiemetingen verricht.

2.3.

Infiltratieonderzoek

Door praktijkervaringen is vastgesteld dat een infiltratiesnelheid van ca. 0,5 meter per dag vereist is voor het succesvol toepassen van een infiltratievoorziening. Bij een lagere doorlatendheid kunnen reducerende omstandigheden optreden in de onverzadigde zone, die een ongunstige invloed hebben op het verwerkingsvermogen van een voorziening. De doorlatendheid van een bodem is afhankelijk van vele factoren, onder meer poriëngrootte, de continuïteit van de poriën, de poriënvorm en -hoeveelheid en de diepte tot de grondwaterstand. De poriëngrootte en de verdeling ervan hangen in de eerste plaats van de bodemsoort en de bodemstructuur af. Bovendien is de doorlatendheid afhankelijk van de verzadigingsgraad, en kan ze beïnvloed worden door micro-organismen. Hieruit kan worden afgeleid dat de infiltratiesnelheid van de ondergrond geen constante waarde heeft, maar van plaats tot plaats varieert, waarbij zelfs op vrij kleine schaal belangrijke verschillen kunnen optreden. In de hydrogeologische literatuur worden diverse waarden gegeven voor de infiltratiesnelheid van diverse afzettingen en sedimenten, zie tabel 1 [Stichting Rioned C2510 en Arbeitsblatt DVW-A-138: Planung, Bau und Betrieb von Anlagen zur Versickerung von Niederschlagswasser].

Pagina | 9

AM22117

Materiaal

k [m/d]

klei

0,01 - 10-8

klei, zand en grind mengsels

0,01 – 0,001

silt, löss

1 - 10-4

silt, klei en mengsels van zand, silt en klei

0,1 - 10-4

fijn zand

2 – 0,02

middelfijn tot middelgrof zand

43 – 0,09

grof zand

400 – 0,09

Tabel 1: Waarden voor de doorlatendheid van diverse afzettingen, uit de hydrogeologische literatuur.

Als eenheid is gekozen voor m/d, hoewel in de literatuur ook mm/h (landbouw) en m/s (hydrogeologie) worden gehanteerd. De eenheid m/d sluit aan bij wat in Nederland gebruikelijk is en leidt bovendien tot overzichtelijke getallen. Opgemerkt wordt dat men in de hydrogeologie vooral is geïnteresseerd in de horizontale doorlatendheid, terwijl voor de infiltratiesnelheid meestal juist de verticale doorlatendheid van belang is. In het algemeen is de horizontale doorlatendheid een factor 5 – 15 groter dan de verticale. Door de verzamelde gegevens uit de bureaustudie te combineren met een serie meetgegevens kan een uitspraak worden gedaan over de k-waarde van de bodem op de onderzoekslocatie. De gebruikte meetmethoden worden reeds decennia lang toegepast en zijn uitvoerig gedocumenteerd. De doorlatendheid onder de grondwaterstand is bepaald door de ‘hooghoudtmethode’ en boven de grondwaterstand door middel van de “Openend-test” en de “Porchettest”. Voor de metingen in de verzadigde zone wordt gebruik gemaakt van de hooghoudtmethode. De methode

wordt

reeds

decennia

lang

toegepast

en

is

uitvoerig

gedocumenteerd. Afhankelijk van de toe/afstroming tijdens het veldwerk wordt gekozen voor een pompproef of Slugtest. De werkwijze is als volgt: In de te onderzoeken bodemlaag wordt een peilbuisfilter geplaatst en met filtergrind omstort. Voor deze test wordt allereerst de grondwaterstand in rust (beginniveau) gemeten in een peilbuis. Vervolgens wordt constant een hoeveelheid water aan het filter onttrokken of toegevoegd. Bij een constant waterniveau wordt het pompdebiet bepaald. Indien de peilbuis bij de onttrekking wordt leeggezogen, wordt gemeten in hoeveel tijd de grondwaterstand zich herstelt tot het beginniveau. Door middel van een zogenaamde ‘diver’ en handmatig wordt de tijd en de waterhoogte op geregelde tijdstippen gemeten. Door deze metingen kan de doorlatendheid van de verzadigde ondergrond worden berekend.

Afbeelding 5: Principetekening Slugtest

Het resultaat geeft een aanduiding van de horizontale infiltratiesnelheid in de verzadigde zone en in mindere mate van de verticale infiltratiesnelheid. Uit de meetgegevens kan de doorlatendheid van de bodemlaag worden berekend. Voor de berekening van de doorlatendheid van de bodem wordt in deze studie het software pakket Superslug Versie 3.2 gebruikt.

Pagina | 10

AM22117

De zogenaamde “Open-end” test is zeer geschikt voor het meten van de onverzadigde verticale doorlatendheid van een bodemlaag. Deze test wordt als volgt uitgevoerd (Afb. 6): Met een handboor wordt een gat geboord tot op de laag waarvan de doorlatendheid bepaald moet worden. In het boorgat wordt vervolgens een blinde verbuizing geplaatst, die aan de onder- en bovenzijde is geopend, en die boven het maaiveld uitsteekt. Deze buis wordt in de bodem gedrukt, en geheel gevuld met water, dat in de ondergrond infiltreert (de "voornatting"). Nadat de ondergrond aldus voldoende verzadigd is geraakt met water, wordt vervolgens met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit wordt berekend hoe groot de infiltratiesnelheid van het water in de

Afbeelding 6: Principetekening Open-end-test

bodem is. Deze is afhankelijk van de inwendige doorsnede van de buis, de drukhoogte (=de lengte van de waterkolom in de buis), het bodemtype en de snelheid waarmee het peil daalt. Met deze meetmethode wordt voornamelijk de verticale infiltratiesnelheid gemeten. Een aanvullende meetmethode is de zogenaamde “Porchettest”, ook wel omgekeerde boorgatmethode genoemd (Afb. 7). Bij deze methode wordt in een, niet verbuisd, boorgat constant water gepompt en gemeten tot het waterpeil in het boorgat stabiel is. Vervolgens wordt het debiet bepaald waarmee het water in het boorgat gepompt wordt. Bij een te laag pompdebiet wordt met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit kan de doorlatendheid worden berekend. De keuze voor het type test is afhankelijk van de bodemsamenstelling en de visueel zichtbare snelheid waarmee het water in de bodem infiltreert. Beide

Afbeelding 7: Principetekening Porchettest

tests zijn voor het infiltratieonderzoek van belang voor de onverzadigde zone.

Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 25 maart 2022. Binnen het onderzoeksgebied zijn drie handmatige profielboringen geplaatst om de bodemopbouw vast te stellen. Op basis van de aangetroffen bodem (matig grof zand) en de aangetroffen grondwaterstand op 1,5 m-mv is besloten om op twee locaties eerst een open-end-test uit te voeren, gevolgd door een porchettest. De boorgaten hebben een diameter van 10 centimeter en de gemiddelde meettijd per meting bedraagt ongeveer 15 minuten. Daarnaast is binnen het onderzoeksgebied een slugtest in duplo uitgevoerd om de infiltratiesnelheid van de verzadigde bodem te meten. Hiervoor is een tijdelijke peilbuis met een diameter van 3,2 cm geplaatst. Van de boven- en ondergrond zijn bodemmonsters genomen voor de uitvoering van zeefkromme analyses Naast de bodemsamenstelling kan hieruit de theoretische doorlatendheid worden vastgesteld. Pagina | 11

AM22117

Een tekening van het onderzoeksgebied met de fotostand- en meetpuntlocaties is opgenomen in bijlage 3. Foto’s van het plangebied zijn opgenomen in bijlage 4 en de boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 5.

Resultaten en conclusie Uit de verzamelde meetgegevens in de verzadigde en onverzadigde zone is de infiltratiesnelheid in meter per dag (m/d) berekend. De resultaten van de onverzadigde zone zijn weergegeven in tabel 2. De berekende waardes voor de verzadigde zone zijn weergegeven in tabel 3. Meetpunt

Verticale infiltratiesnelheid [m/d]

Horizontale infiltratiesnelheid [m/d]

Diepte [m-mv.]

2

4,2

20,0

0,70

5

7,7

17,2

0,75

Tabel 2: Meetresultaat onverzadigde zone

Meetpunt

Berekende infiltratiesnelheid [m/d]

Diepte filtertraject (m-mv.)

3

15 / 18

1,75-2,75

Tabel 3: Meetresultaat Slugtest

Uit de resultaten van het infiltratieonderzoek blijkt dat er een zeer goede infiltratiesnelheid aanwezig in zowel de verzadigde als onverzadigde zone. Water kan gemakkelijk infiltreren in de bodem waardoor het hemelwater snel in de lokale bodem kan wegzijgen. Er zijn tot de verkende diepte van ca. 2,4 m-mv geen belemmerende bodemlagen zoals leemlagen waargenomen die een belemmering kunnen zijn voor de infiltratiesnelheid. De resultaten komen overeen met de verwachte doorlatendheid van een matig tot zeer grof zandpakket die aangetroffen is, zie ook onderstaande alinea. In bijlage 6 zijn tevens de uitgevoerde zeefkromme analyses opgenomen. Uit de hierbij uitgevoerde berekening blijkt dat de bovengrond geschikt is als zandbed met een theoretische k-waarde van 17 m/dag. De hieronder gelegen niet humeuze bodemlaag is geschikt als draineerzand met een berekende k-waarde van 24 m/dag. Ter plaatse kan dus eenvoudig overgegaan worden tot infiltratie in de bodem en zal een voorziening snel weer beschikbaar zijn voor een volgende bui.

Pagina | 12

AM22117

3. PLANAFWEGING Men is voornemens om 20 nieuwe woningen te bouwen op het agrarische perceel ten oosten van de Dorsvlegel te Bergharen. Om tot een hydrologisch duurzame ontwikkeling te komen, dient het hemelwater op eigen terrein verwerkt te worden. Voor het vaststellen van de lokale infiltratiesnelheid is ter plaatse een infiltratieonderzoek uitgevoerd. De lokale bodemopbouw bestaat, op basis van veldwaarnemingen, uit een zwakke humeuze toplaag van 50 tot 100 centimeter dik met matig grof, zwak siltig zand. Onder deze humeuze laag gaat de bodem over in zwak siltig, matig grof zand met een grijzige kleur. Het grondwater is bij de uitvoering aangetroffen op 1,5 m-mv of ca. 6,8 m +NAP. Dit is hoger dan de op basis van meetgegevens uit het Dinoloket verwachte hoogste grondwaterstand. Gezien de hoogteligging van het plangebied is er ter plaatse voldoende ontwateringsdiepte aanwezig voor de voorgenomen woningbouw. Uit de resultaten van het infiltratieonderzoek blijkt dat er een zeer goede infiltratiesnelheid aanwezig in zowel de verzadigde als onverzadigde zone (4-7 meter per dag). Er zijn tot de verkende diepte van ca. 2,4 m-mv ook geen belemmerende bodemlagen zoals leemlagen waargenomen die een belemmering kunnen zijn voor de infiltratiesnelheid. Uit de profielboringen blijkt dat er geen slecht doorlatende bodemlagen aanwezig zijn.

Dit wordt bevestigd door de uitgevoerde zeefkromme analyses. De humeuze bovengrond is geschikt voor gebruik als zandbed en de hieronder gelegen niet humeuze bodemlaag is geschikt beschouwd als draineerzand. De lokale bodem is derhalve zeer geschikt voor de aanleg van een infiltratievoorziening en kan voldoende snel infiltreren om een voorziening binnen 24 uur te ledigen. Wel is enige waterberging geadviseerd om piekneerslagen tijdelijk op te vangen. De benodigde capaciteit van de infiltratievoorziening is afhankelijk van het toekomstig verhard oppervlak. Als maximale variant is op basis van kengetallen in onderstaande tabel 4 voor het uitgeefbaar terrein (woningen) een overzicht van de bepaalde toekomstige verhardingen opgenomen (80-90% verharding rekening houdend met paden, terras en tuinhuis, zie bijlage 2). Soort oppervlak

Toekomstige situatie [m2]

Woonkavels op basis van kengetallen

4009 (1743x0,8 (tweekapper) + 2905x0,9 (geschakeld))

Openbare wegen en paden

1.320

Parkeerplekken

420

Totaal verhard openbaar

1.740

Totaal verhard

5749

Tabel 4: Overzicht toename verhard oppervlak binnen het plangebied

Uit de tabel kan worden afgelezen dat er in totaal 1.740 m2 aan openbare verharding wordt aangebracht en circa 4.009 m2 verwachte verharding ter plaatse van de woonkavels. Hierbij is maximaal gerekend middels kengetallen. De planopzet is dat de woonkavels hun eigen hemelwater verwerken. De benodigde voorziening is afhankelijk van het toekomstig gesloten verharding. De openbare verharding zal door middel van wadi’s in het openbare gebied verwerkt worden. Een voorziening dient tijdig (24/48u) weer beschikbaar te zijn. Conform het gemeentelijk beleid mogen de wadi's in openbaar gebied niet dieper zijn dan 0,50 m ten opzichte van de insteek met een talud van maximaal 1:3 en mogen worden gedimensioneerd op: Pagina | 13

AM22117

- T=5+10% waarbij het hemelwater niet hoger mag staan dan 0,10 m onder de instreek. - T=10+10% waarbij het hemelwater niet hoger mag staan dan de insteek.

Volgens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 moet bij infiltratie op geringere afstand dan 100 m uit oppervlaktewater een bui T=100+10% volgens Buishand & Velds worden geborgen waarbij het waterpeil niet hoger mag reiken dan tot maaiveld. De zuidelijke plangrens, waar zich een wadi bevindt, ligt op minder dan 100 m uit het dichtstbijzijnde oppervlaktewater (de C-watergang zuidoostelijk nabij de Wijksestraat). Deze bergingseisen zijn hoger dan die van de gemeente maar zijn ook voornamelijk bepaald op de aanleg van afdoende bergingscapaciteit. Aansluiting naar het oppervlaktewater nabij de Wijksestraat is echter niet rechtstreeks mogelijk. Deze percelen zijn particulier in gebruik en behoren niet bij de planontwikkeling waardoor de aanleg van een leegloopleiding hierdoor moeilijk toepasbaar is. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse een zeer goede doorlatendheid aanwezig is. De gemeten infiltratiesnelheid in de lokale bodem is ruim voldoende om een voorziening tijdig terug beschikbaar te krijgen middels infiltratie. Rekening houdend met een veiligheidsfactor is voor het bepalen van de ledigingssnelheid een k-waarde van 2 meter per dag gehanteerd. In eerste instantie dient nieuw verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt te worden. Voorts kan men aanvullend groendaken, waterpasserende bestrating of halfverharding toepassen.

Vanuit de gemeente is de toepassing van waterpasserende bestrating niet wenselijk geacht. Dit wordt derhalve niet toegepast in het openbaar gebied. Het hemelwater van het openbaar gebied zal onder afschot getransporteerd worden naar het openbare groen waarin wadi’s voorzien zijn om het hemelwater te verwerken. De benodigde bergingshoeveelheid voor een bui van T=10+10% bedraagt minimaal ca. (1740*0,0436=) 75,8 m3. In het huidige ontwerp is ca. 375 m2 als wadi ingetekend. Bij een talud van 1/3 en een diepte van ca. 35 cm wordt hierin een bui van T=10+10% opgevangen en is er nog een wakingshoogte van 10 cm t.o.v. het maaiveld aanwezig. Rekening houdend met een veiligheidsfactor van 2 zal de infiltratievoorziening na ca. 14 uur weer beschikbaar zijn. Voor de openbare verhardingstoename is dus afdoende bergingsruimte voorzien. Voor de leidingstelsels op particulier terrein zijn de voorschriften uit het Bouwbesluit van toepassing. Aan de hemelwatervoorzieningen op particulier terrein stelt de gemeente geen nadere voorschriften. Wel wordt de aanleg en instandhouding van een dergelijke voorziening opgenomen in de bestemmingsregels (voorwaardelijke verplichting aanleg waterberging voor de toekomstige bestemming). Het hemelwater van het toekomstig verhard oppervlak op een perceel dient derhalve op eigen terrein verwerkt te worden.

Veiligheidshalve is hieronder voor de bepaling van de benodigde waterberging per kavel gerekend met kengetallen (maximale variant). Afhankelijk van de kavelgrootte en terreininvulling dient voor een bui T=10+10% per kavel een infiltratievoorziening van 613 m3 aangelegd te worden. Op de uitgeefbare kavels kan afhankelijk van de terreininvulling gekozen worden voor een verlaagde tuin, diepere wadi of een ondergrondse voorziening boven de GHG op ca. 1,5 m-mv. Met de inpassing van een infiltratievoorziening dient rekening gehouden te worden bij het ontwerp van een woonkavel. Bij de kleinere kavels zal een wadi of verlaagde tuin voor infiltratie moeilijk inpasbaar zijn (toekomstig groen 40 cm verlagen) en zal hierbij dus zeker ook ondergronds infiltratie benodigd zijn. Dit kan ingepast worden door het gebruik van IT-kratten, Rockflow of infiltratieputten. Afhankelijk van de vormgeving (wandoppervlak) en het aangesloten oppervlak zal een voorziening na ca. 10-20 uur weer beschikbaar zijn. Pagina | 14

AM22117

Gezien de afwezigheid van een rechtstreekse (nood)overloop naar het oppervlaktewater wordt ondanks de goede infiltratie geadviseerd dat een voorziening zodanig gedimensioneerd is dat minimaal het hemelwater voor een bui T=10+10% wordt opgevangen met nog een wakingshoogte. Het planvoornemen is derhalve ook getoetst aan de potentiële risico’s van extreme neerslag. Bij een extreme bui van T=100+10% mag er hinder en zelfs tijdelijk overlast zijn, maar geen letsel of schade ontstaan door het hemelwater in bebouwing of buiten het plangebied door afstroming. Een neerslagbui van T=100+10% of 664 m3/ha) zorgt voor een bijkomende waterhoeveelheid van ca. 40 m3 (openbaar gebied)

en ca. 91,4 m3 (woonkavels). Bij deze bijkomende

neerslaghoeveelheid is er afhankelijk van de omvang van de aangelegde infiltratievoorziening bij de woningen (T10 of T100) tijdelijk water in de tuin en/of op straat te verwachten. Bij overloop van een voorziening van T=10+10% op het uitgeefbaar terrein (worst case) en de neerslag welke op openbaar gebied valt, is er in het openbaar gebied ca. 4-8 cm water op straat te verwachten. Bij verdieping van de wadi’s naar ca. 50 cm diepte (wat mogelijk is) is er nog ca. 2 cm water op straat te verwachten. Door de vloerpeilen van de woningen minstens 20 cm boven het straatpeil aan te leggen, stroomt er bij deze buineerslag geen water in de panden en is de overlast zeer beperkt. Door de goede lokale infiltratiesnelheid van de bodem zal dit water vervolgens ca. 34 uur geheel wegzijgen in de bodem. Indien deze dunne laag water bij een bui van T=100+10% op straat niet wenselijk of toegestaan is, dienen alle hemelwatervoorzieningen op een bui van T=100+10% ontworpen te worden (zoals vereist door het waterschap). Hiervoor is zoals eerder aangegeven afdoende ruimte beschikbaar. Er is afdoende ruimte voor de wadi’s in openbaar gebied voorzien om deze te verdiepen naar 50 cm diepte. Indien men in het openbaar gebied tevens al hemelwater voor de woonkavels wil verwerken, dient het oppervlak aan wadi uitgebreid te worden.

Het bestaand oppervlak wadi is dan ontoereikend en dan zou hiervoor bijvoorbeeld noordelijk in het groen bijkomende ruimte gereserveerd kunnen/dienen te worden (max. 50 cm diep en talud van 1:4 of 1:5). In voorliggende onderbouwing is voor de hemelwaterverwerking ruim gerekend middels kengetallen. Opgemerkt wordt dat de bergingseis van het waterschap hoger ligt dan de eis vanuit de gemeente. Gezien de vastgestelde goede infiltratiesnelheid waarbij voor de ledigingstijd tevens gerekend is met een veiligheidsfactor kan gemotiveerd afgeweken worden van de T=100+10% bergingseis. Bij de nadere planuitwerking dient de uiteindelijke keuze en eventueel aangevulde onderbouwing in onderling overleg vastgesteld te worden zodat bij of door de planontwikkeling geen wateroverlast ontstaat. Middels een bijhorend maaiveldprofilering kan er dan ook inzicht verkregen in de stromingsrichtingen. Insteek is dat hemelwater oppervlakkig in eigen tuin of naar het openbaar gebied afstroomt en ter plaatse verwerkt wordt en niet naar de naastgelegen (woon)percelen afstroomt. Door met de genoemde aspecten rekening te houden, wordt hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten door het planvoornemen.

Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden waaronder o.a. het omgevingsloket.

Pagina | 15

AM22117

4. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •

Daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met (EPDM) rubber.

•

Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur ook geen gecoate materialen i.v.m. verwering.

•

Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.

Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet te allen tijde worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een infiltratie- en/of bergingsvoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.

Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen. Pagina | 16

AM22117

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart

AM22117

AM22117

Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen

AM22117

44 m2

151 m2

90 m2

90 m2

263 149,5 149,5 149,5 158

160 151

17,5

215

151 16,5

151 160

218 223

265 383 171 171 375

375

610

Overzicht toekomstige verharding middels kengetallen Uitgeefbare kavels

Verhardingspercentage 80%

Geschakeld

90%

149,5 134,6 149,5 134,6 149,5 134,6 158 142,2 160 144,0 151 135,9 151 135,9 151 135,9 160 144,0 171 153,9 171 153,9 215 193,5 218 196,2 223 200,7 265 238,5 263 236,7 383 306 375 300 375 300 610 488 4648,5 4009 1320 420 1740 210 5949 (uitgeefbaar+som openbaar)

Tweekapper/hoek

uitgeefbaar totaal openbaar verhard pp verhard Som openbaar pp halfverhard Totaal verhard

bui t10+10% 436

bui t100+10% 664

5,9

8,9

5,9 5,9 6,2 6,3 5,9 5,9 5,9 6,3 6,7 6,7 8,4 8,6 8,8 10,4 10,3 13,4 13,1 13,1 21,3 174,8 57,6 18,3 75,9 9,2 250,7

8,9 8,9 9,4 9,6 9,0 9,0 9,0 9,6 10,2 10,2 12,8 13,0 13,3 15,8 15,7 20,3 19,9 19,9 32,4 266,2 87,6 27,9 115,5 13,9 381,8

m3/ha m3

(indien aangelegd)

openbaar bijkomende wadi (m2) 151 44

41,5 9,8

90 90

26,4 26,4 104,0

TOTAAL

bijkomende wadi

volume 0,5 m diep (m3) 151 44 90 90

TOTAAL

volume 0,4 diep (m3)

47,25 10,73 30,45 30,45 118,88

ledingscapaciteit infiltratieduur openbaar gebied

7,1 mm/uur 10,6 uur T10+10% 16,2 uur T100+10% 18,4 uur bijkomend bij overloop vanuit woonkavels T100+10%

ledingscapaciteit infiltratieduur openbaar gebied

8,9 mm/uur 8,5 uur T10+10% 13,0 uur T100+10% 17,0 uur bijkomend bij overloop vanuit woonkavels T100+10%

Bijlage 3: Situatietekening fotostandplaatsen

AM22117

met

boor-

en

174751

174776

174801

174826

174851

174876

174901

174926

174951

174976

429325 429300 429275 429250 429225

429225

429250

429275

429300

429325

429350

174726

429350

174701

Plangebied

AM22117 CPO de Steenuil Bergharen

Foto's

Schaal

N

Boringen

v1.0_30-3-2022_LK

429175

profielboring infiltratieboring Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK

174701

174726

174751

174776

174801

174826

174851

174876

174901

174926

174951

429175

429200

Legenda

429200

Boorpuntenkaart (A4)

174976

Bijlage 4: Foto’s plangebied

AM22117

AM22117

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM22117

Foto 7

Foto 9

Foto 8

Bijlage 5: Boorprofielen

AM22117

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01

Boring: 0

0

gras

0

0

Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50

gras Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50 Zand, matig grof, zwak siltig, licht oranjegrijs, Edelmanboor

2

02

80

Zand, matig grof, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor

0

gras

2

100

150

150

Zand, matig grof, zwak siltig, grijsoranje, Edelmanboor 200

240

Boring:

03

Boring: 0

0

gras

0

Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

04 Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 1

50

55

Zand, matig grof, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor

2 100

80

Zand, matig grof, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor

100 2 130

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjegrijs, Edelmanboor

150

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjegrijs, Zuigerboor handmatig

200

150

Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig

180

200

200

Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig 240

250 275

Boring:

05

Boring: 0

0

gras

0

0

Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1 50 65 75

groenstrook Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

50 2

06

1

Zand, matig grof, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor 100 2 150

150

Zand, matig grof, zwak siltig, grijsoranje, Edelmanboor

3 200

200

Zand, matig grof, zwak siltig, grijsoranje, Zuigerboor handmatig 240

Projectnaam: Dorsvlegel Bergharen Projectcode: AM22117

Opdrachtgever: CPO de Steenuil

Bijlage 6: Korrelverdelingsanalyses

AM22117

% min. delen

Korrelverdeling bovengrond 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

lutum

<2µm

<16µm

<32µm

<50µm

<63µm

<125µm <250µm

Classificatie Zuurgraad Kalk Organisch stof Soort grond Soort grind Grofheid zand Grofheid grind Spreiding Doorlatendheid

: zwak zurig : kalkloos : : leemarm zand : grindarm : zeer grof : : zeer groot : zeer goed

Factoren geschiktheid Slempgevoeligheid Stuifgevoeligheid Verkruimelbaarheid Erosiebestendigheid

: gering : groot : gemakkelijk : -

Aanvul./ophog. nvt nvt <=8 nvt <=50 nvt voldoet

Zandbed <=3 nvt nvt nvt <=15 nvt voldoet

Draineerzand <=3 nvt nvt nvt <=5 >= 250 voldoet niet

<500µm

Klei nvt <=5 nvt nvt >60 nvt voldoet niet

<1mm

<2mm

grind

% min. delen

Korrelverdeling ondergrond 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

lutum

<2µm

<16µm

<32µm

<50µm

<63µm

<125µm <250µm

Classificatie Zuurgraad Kalk Organisch stof Soort grond Soort grind Grofheid zand Grofheid grind Spreiding Doorlatendheid

: zwak zurig : kalkloos : : leemarm zand : grindarm : zeer grof fijn : matig groot : zeer goed

Factoren geschiktheid Slempgevoeligheid Stuifgevoeligheid Verkruimelbaarheid Erosiebestendigheid

: gering : groot : gemakkelijk : -

Aanvul./ophog. nvt nvt <=8 nvt <=50 nvt voldoet

Zandbed <=3 nvt nvt nvt <=15 nvt voldoet

Draineerzand <=3 nvt nvt nvt <=5 >= 250 voldoet

<500µm

Klei nvt <=5 nvt nvt >60 nvt voldoet niet

<1mm

<2mm

grind

Aeres Milieu B.V. T.a.v. Michiel Vrolix Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND NETHERLANDS

Analysecertificaat Datum: 04-Apr-2022

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)

2022050623/1 AM22117 Dorsvlegel Bergharen 25-Mar-2022

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl

Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

AM22117 Dorsvlegel Bergharen

Analyse

Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Eenheid

1

2

% (m/m)

92.9

94.2

2022050623/1 29-Mar-2022 04-Apr-2022 04-Apr-2022/18:09 A,C 1/1

Bodemkundige analyses

Q

Droge stof

Q

Organische stof

% (m/m) ds

<0.7

<0.7

Q

Gloeirest

% (m/m) ds

99

100

Q

Anorganisch koolstof (als C)

Q

g/kg ds

<5.0

<5.0

Anorg. koolstof (CaCO3)

% (m/m) ds

<0.50

<0.50 <0.1

Korrelgrootte > 2 mm

% (m/m) ds

0.3

Q

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

2.6

Q

Korrelgrootte < 2000 µm

% min. delen

100.0

100.0

Q

Korrelgrootte < 1000 µm

% min. delen

100.0

98.7

Q

Korrelgrootte < 500 µm

% min. delen

82.4

83.1

Q

Korrelgrootte < 250 µm

% min. delen

27.2

22.2

Q

Korrelgrootte < 125 µm

% min. delen

9.1

3.1

Q

Korrelgrootte < 63 µm

% min. delen

7.5

2.0

Q

Korrelgrootte < 50 µm

% min. delen

7.2

1.9

Q

Korrelgrootte < 32 µm

% min. delen

6.6

1.7

Q

Korrelgrootte < 16 µm

% min. delen

5.6

1.4

Q

Korrelgrootte < 8 µm

% min. delen

4.3

1.1

Q

Korrelgrootte < 2 µm, laser

% min. delen

1.7

<1.0

% ds

3.7

1.0

°C

20

20

5.1

5.4

Q

Korrelgrootte < 2 µm (Stokes), laser Fysisch-chemische bepalingen

Meettemperatuur (pH-CaCl2) Q

Zuurgraad (pH-CaCl2)

Nr. Uw monsteromschrijving

1

01(1) 02(1) 03(1) 04(1) 05(1) 06(1)

2

01(2) 02(2) 03(2) 04(2) 05(2)

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Grond / sediment Grond / sediment

12662647

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC: 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

12662648

Akkoord Pr.coörd.

VA TESTEN RvA L010

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2022050623/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode

Uw monsteromschrijving Boornr

12662647

Van

Tot

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

01(1) 02(1) 03(1) 04(1) 05(1) 06(1)

0539300381

03

0

55

25-Mar-2022

1

0539300383

05

0

65

25-Mar-2022

1

0539300387

04

0

80

25-Mar-2022

1

0539300371

02

0

50

25-Mar-2022

1

0539300382

01

0

50

25-Mar-2022

1

0539300386

06

0

100

25-Mar-2022

1

12662648

01(2) 02(2) 03(2) 04(2) 05(2)

0539300374

02

50

80

25-Mar-2022

2

0539300375

01

50

100

25-Mar-2022

2

0539300373

03

55

100

25-Mar-2022

2

0539300378

05

65

75

25-Mar-2022

2

0539300385

04

80

150

25-Mar-2022

2

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2022050623/1

Analyse

Methode

Techniek

Methode referentie

Droge Stof

W0104

Gravimetrie

NEN-EN 15934 en CMA 2/II/A.1

Organische stof (gloeiverlies)

W0109

Gravimetrie

NEN 5754

Calciet (TIC)

W0594

Elementanalyse

NEN-EN 15936

Korrelgrootte > 2 mm (natzeving)

W0105

Zeven

NEN 5753

Korrelgrootte < 2 µm (lutum)

W0171

Sedimentatie

NEN 5753

Korrelgrootte (fractie < 2000 µm)

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

Korrelgrootte (fractie < 1000 µm)

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

Korrelgrootte (fractie < 500 µm)

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

Korrelgrootte (fractie < 250 µm)

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

Korrelgrootte (fractie < 125 µm)

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

Korrelgrootte < 63 µm (MD) laser

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

Korrelgrootte (fractie < 50 µm)

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

Korrelgrootte < 32 µm (minerale

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

Korrelgrootte (fractie < 8 µm)

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

Korrelgrootte (fractie < 2 µm)

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

Korrelgrootte < 2 µm (lutum)

W0174

Laserdiffractie

NEN-ISO 13320

W0524

Potentiometrie

NEN-ISO 10390

Pagina 1/1

Bodemkundige analyses

delen) Korrelgrootte < 16 µm (minerale delen)

(minerale delen) Fysisch-chemische bepalingen

Zuurgraad (pH-CaCl2)

Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=0f7d69cf-d77e-4c72-b071-036bb9303828