Bijlagen toelichting Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
RAPPORT:
Diverse (bodem)onderzoeken Leurseweg 8 te Leur
PROJECTNUMMER: B20.7914 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur
PROJECTNUMMER: B20.7914 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: De heer T. Burgers
DATUM: 16 februari 2021
Auteur:
Autorisatie:
J.P.G. Boerakker Junior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B20.7914/R7914-01/JB De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING De heer T. Burgers heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Leurseweg 8 te Leur. Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken is reeds een historisch onderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 met kenmerk B20.7914/HO-01/JB, d.d. 20 november 2020. De onderzoeken worden uitgevoerd in verband met de voorgenomen transformatie van de bestaande schuur naar woning op de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen de NEN 5740/A1:2016, de NEN 5707:2015/C2:2017 en de NEN 5897:2015/C2:2017. Het doel van de diverse onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief OCB en asbest) en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen transformatie van de bestaande schuur naar woning. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: • Van de onderzoekslocatie zijn twee bodemonderzoeken bekend.
Met het verkennend onderzoek (2005) zijn maximaal licht verhoogde gehalten in de bovengrond en het grondwater aangetoond. Daarnaast is zintuiglijk asbesthoudend materiaal in de bovengrond aangetoond, waarna er een nader onderzoek naar asbest (2006) is uitgevoerd. Met het nader onderzoek is een asbestgehalte boven de interventiewaarde is aangetoond met een bodemvolume van circa 20 m3; • Door de opdrachtgever is aangegeven dat de betreffende verontreiniging met asbest is gesaneerd; • Ter plaatse van de onderzoekslocatie is op basis van historisch kaartmateriaal, naar verwachting één voormalige watergang aanwezig. Daarnaast zijn in de omgeving boomgaarden aanwezig geweest; • Het schuurtje op de onderzoekslocatie is in 1900 gebouwd en de schuur in 1936. Voor zover bekend zijn hierop geen asbestverdachte dakbedekkingen aanwezig (geweest) met een slechte afwatering. Tijdens het locatiebezoek zijn in de huidige situatie geen asbestverdachte dakbedekkingen aangetroffen; • Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er een bovengrondse HBO-tank op het perceel aanwezig is (geweest). Er zijn geen overige bodembedreigende activiteiten bekend; • Op de locatie zijn diverse puin-/grindverhardingen aanwezig. Op basis van het historisch onderzoek dient een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd, waarbij de teeltlaag aanvullend geanalyseerd wordt op OCB.
Daarnaast vormen de voormalige watergang en de diverse puin-/grindverhardingen aandachtspunten, waarvoor aanvullende werkzaamheden worden uitgevoerd. Tevens dient een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en conform de NEN 5897, rekening houdend met de verhardingen en de gesaneerde asbestverontreiniging. Verder zijn geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten wordt rekening gehouden met de diverse aandachtspunten.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
3 Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de ondergrond (laag onder volledig puin) en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. In de bovengrond en in het overige ondergrondmonster zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergang verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. De aangetoonde verhoogde gehalten op de onderzoekslocatie betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarde. Aangezien de (gestandaardiseerde meetwaarden) de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Teeltlaag onderzoek In de teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
De voormalige boomgaarden hebben derhalve niet geleid tot een bodemverontreinigingen met OCB in de (oorspronkelijke) teeltlaag. BBK Bij een indicatieve toetsing van de geanalyseerde (meng)monsters aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat alle (meng)monsters altijd toepasbaar zijn. Tevens zijn de mengmonsters van de (oorspronkelijke) teeltlaag op basis van de onderzochte OCB-parameters altijd toepasbaar. Conclusies onderzoek naar asbest Voor de onderzoekslocatie is uitgegaan van een verdacht locatie met betrekking tot een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de verdachte hypothese te worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Derhalve kan ons inziens worden aangenomen dat de voormalige asbestverontreiniging inderdaad, zoals aangegeven door de opdrachtgever, is gesaneerd. Algehele conclusie en aanbevelingen Middels de voorliggend onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem / puin ten behoeve van de voorgenomen transformatie van de bestaande schuur naar woning, gelegen aan de Leurseweg 8 te Leur, in voldoende mate vastgelegd. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen transformatie van de bestaande schuur naar woning, rekening houdend met de volgende aanbeveling.
Bij het ontgraven van grond zijn de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Als grond van de locatie dient te worden afgevoerd, worden mogelijk aanvullende keuring(en) verlangd en kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd en elders tijdelijk wordt opgeslagen en/of wordt toegepast, kan in overleg met het bevoegd worden bepaald of voorliggend onderzoek in combinatie met een aanvullend onderzoek naar PFAS afdoende is voor de acceptatie van de grond en/of slib. Indien dit niet afdoende is, dient alsnog een keuring conform het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, alvorens een verwerkingslocatie kan worden geselecteerd. Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 5
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. REEDS UITGEVOERD HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK (NEN 5725)................................... 5
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 7 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 7 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 7
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 7
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 7 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE ONDERZOEKEN ................................................................................... 7 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 8
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 10 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 10 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 11
8.
RESULTATEN ........................................................................................................................................... 12 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 12 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 12 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 14
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 16 9.1. CONCLUSIES VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..................................................................................... 16 9.2. CONCLUSIES ONDERZOEK NAAR ASBEST.................................................................................................. 16 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 16
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 18
BIJLAGEN
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Situering in de regio Situatieschetsen met geplaatste boringen, peilbuis en proefgaten Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingstabellen Besluit bodemkwaliteit Veldwerkformulieren onderzoek naar asbest Historisch onderzoek
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
5
1.
INLEIDING De heer T. Burgers heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Leurseweg 8 te Leur. Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken is reeds een historisch onderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 [1] met kenmerk B20.7914/HO-01/JB, d.d. 20 november 2020. De onderzoeken worden uitgevoerd in verband met de voorgenomen transformatie van de bestaande schuur naar woning op de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen de NEN 5740/A1:2016 [2], de NEN 5707:2015/C2:2017 [3] en de NEN 5897:2015/C2:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. H.M.W. van der Donk en J.P.G. Boerakker.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN Het doel van de diverse onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief OCB en asbest) en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen transformatie van de bestaande schuur naar woning.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie betreft een bestaande schuur en schuurtje achter de woonboerderij te Leur en staat kadastraal bekend als gemeente Bergharen, sectie D, nummers 333 en 334 (beide ged.). Het onderhavig onderzoek beperkt zich tot het gedeelte van de locatie, waarop de bestaande schuur en het schuurtje met toekomstige tuin achter de woonboerderij gesitueerd is. De locatie is grotendeels braakliggend en deels bedekt met een grind verharding en beton (bebouwing) en heeft een oppervlakte van maximaal 2.840 m2. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Reeds uitgevoerd historisch onderzoek en locatiebezoek (NEN 5725)
Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is reeds een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (Verhoeven Milieutechniek B.V., rapportnummer: B20.7914/HO-01/JB, d.d. 20 november 2020). Hieronder staan de conclusies van het historisch onderzoek vermeld. Voor de volledigheid is de rapportage van het historisch onderzoek (exclusief bijlagen) opgenomen in bijlage 8.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
6 Locatiebezoek Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is aanvullend nog een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek zijn op de onderzoekslocatie geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Zowel op de schuur als het schuurtje is geen sprake van asbestverdachte dakbedekking. Wel is uit een na het historisch onderzoek aangeleverde bodemrapportage (Verhoeve Milieu Oost bv., kenmerk 155051, d.d. 21 april 2005) bekend dat de (voormalige) bovengrondse HBO-tank niet op de onderzoekslocatie heeft gestaan, aangezien deze naast de woning is/was gesitueerd. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: • Van de onderzoekslocatie zijn twee bodemonderzoeken bekend. Met het verkennend onderzoek (2005) zijn maximaal licht verhoogde gehalten in de bovengrond en het grondwater aangetoond. Daarnaast is zintuiglijk asbesthoudend materiaal in de bovengrond aangetoond, waarna er een nader onderzoek naar asbest (2006) is uitgevoerd. Met het nader onderzoek is een asbestgehalte boven de interventiewaarde is aangetoond met een bodemvolume van circa 20 m3; • Door de opdrachtgever is aangegeven dat de betreffende verontreiniging met asbest is gesaneerd; • Ter plaatse van de onderzoekslocatie is op basis van historisch kaartmateriaal, naar verwachting één voormalige watergang aanwezig.
Daarnaast zijn in de omgeving boomgaarden aanwezig geweest; • Het schuurtje op de onderzoekslocatie is in 1900 gebouwd en de schuur in 1936. Voor zover bekend zijn hierop geen asbestverdachte dakbedekkingen aanwezig (geweest) met een slechte afwatering. Tijdens het locatiebezoek zijn in de huidige situatie geen asbestverdachte dakbedekkingen aangetroffen; • Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er een bovengrondse HBO-tank op het perceel aanwezig is (geweest). Er zijn geen overige bodembedreigende activiteiten bekend; • Op de locatie zijn diverse puin-/grindverhardingen aanwezig. Op basis van het historisch onderzoek dient een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd, waarbij de teeltlaag aanvullend geanalyseerd wordt op OCB. Daarnaast vormen de voormalige watergang en de diverse puin-/grindverhardingen aandachtspunten, waarvoor aanvullende werkzaamheden worden uitgevoerd. Tevens dient een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en conform de NEN 5897, rekening houdend met de verhardingen en de gesaneerde asbestverontreiniging. Verder zijn geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten wordt rekening gehouden met de diverse aandachtspunten.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
7
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Op de locatie is een circa 1,5 meter dikke deklaag aanwezig. De deklaag is een slecht doorlatende laag welke bestaat uit Holocene afzettingen. De deklaag bestaat uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 20 meter dik en bestaat voornamelijk uit midden tot grof zand van de Formatie van Kreftenheye. Het eerste watervoerend pakket wordt van het tweede watervoerend pakket gescheiden door een circa 0,5 meter dik slecht doorlatend pakket, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand van de Formatie van Waalre. Hieronder is tot circa 40 m-mv een tweede watervoerend pakket aanwezig voornamelijk bestaande uit midden tot grof zand van de Formaties van Peize en Waalre. Hieronder bevindt zich een circa 5 meter dikke scheidende laag. 4.2.
Geohydrologie
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater is, naar verwachting, zuid tot zuidwestelijk gericht in de richting van de Maas. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater kan worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De onderzoekslocatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterberschermingsgebied. 5.
HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene (bodem)kwaliteit van de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van bodem- en asbestverontreiniging. Hierbij vormen de voormalige watergang en diverse (puin-/grindverhardingen) aandachtspunten.
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken
Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij voor de bovengrond wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL) voor een locatie van maximaal 3.000 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL; < 3.000 m2). Ter plaatse van de grind- en/of puinverhardingen worden de boringen doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv en is één extra analyse op een standaard NEN-pakket opgenomen. Aanvullend wordt ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de voormalige watergang één dwarsraai van 3 boringen tot circa 2,0 m-mv haaks op de voormalige watergang gesitueerd. Vooralsnog is hiervoor geen extra grondanalyse opgenomen. Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
8 Teeltlaagonderzoek Het teeltlaagonderzoek wordt, gecombineerd met de algemene kwaliteit, uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL; < 3.000 m2). Hierbij wordt de (oorspronkelijke) teeltlaag separaat bemonsterd en geanalyseerd op OCB. Verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest wordt de strategie voor een diffuus belaste verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging gehanteerd volgens de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 voor halfverhardingslagen voor een oppervlakte van maximaal 3.000 m2. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden met een schep minimaal 13 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarbij minimaal 2 proefgaten dieper worden doorgeboord tot in de onverdachte/ongeroerde ondergrond. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Van de meest verdachte grond-/puinlagen uit de proefgaten, worden minimaal 4 grond-/puinmonsters samengesteld voor analyses op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm).
In verband met de voormalige asbestverontreiniging betreft dit één analyse extra dan noodzakelijk. 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: ECSIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6) en protocol 2002 (versie 6): het nemen van grondwatermonsters. De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest zijn eveneens uitgevoerd conform de geldende NEN/NPR-normen, BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2018: locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep en Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data
Bedrijf
Gecertificeerde medewerker(s)
20 januari 2021
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer C.C.G. van Rossum
28 januari 2021
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer C.C.G. van Rossum
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
De bodemvreemde lagen betreffen geen bodem en zijn derhalve niet conform protocol 2018 onderzocht. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
9 Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 16 boringen (B01 t/m B14) geplaatst. De boringen B05 t/m B08 zijn gesitueerd in de grind- en/of puinverharding. Ten behoeve van het grondwateronderzoek is boring PB05 dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Circa 0,5 m-mv B01, B02, B04, B09 t/m B12, B14
Circa 1,0 m-mv B06, B08
Boringen / peilbuizen Circa 2,0 m-mv B03, B07, B13A-C
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB05 (2,5-3,5)
Raaiboring B13A-C is ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de voormalige watergang gesitueerd. Grondwater Het grondwater uit peilbuis PB05 is na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen op 28 januari 2021 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. Asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie bedekt is met verhardingen (circa 39 %). Er heeft derhalve een efficiënte maaiveldinspectie (> 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 14 proefgaten (B01 t/m B14) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. De proefgaten B05 t/m B08 zijn gesitueerd in de grind/puinverharding. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond. Om een (bodem)verontreiniging met asbest vast te stellen is, per proefgat, de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten.
Hierbij zijn geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. In het veld zijn vier grond/puinmonster(s) samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grond/puinmonster(s) en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.4 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het verkennend onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 7. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuis en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
10
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: • Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. • Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020, inclusief aanpassing d.d. 1 juli 2020), worden gehanteerd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
11 In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Asbest
De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en maximale samenstellingswaarde voor asbest in puin is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en bedraagt in beide gevallen 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grond- en/of puinmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd.
Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde, bestaat het vermoeden van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is dan verplicht. De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde/maximale samenstellingswaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707/NEN5897. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
12
8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot circa 1,5 m-mv afwisselend uit of zwak siltige/sterk zandige klei matig fijn, zwak siltig zand, plaatselijk zwak humeus. Vanaf circa 1,5 m-mv tot de maximaal geboorde diepte van circa 3,5 m-mv bestaat de bodem hoofdzakelijk uit matig fijn, zwak siltig zand. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. Het grind op de onderzoekslocatie betreft definieerbaar “tuingrind” en hoeft derhalve, ons inziens, niet geanalyseerd te worden. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen per boring / proefgat Boring
Proefgat
Diepte boring (m -mv) 3,50 1,00 2,00 1,00 0,50
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Grondsoort
PB05 Ja + B06 Ja + B07 Ja + B08 Ja + B09 Ja Zand Toelichting bij de tabel: + Betreft geen bodem (> 50 % bodemvreemd materiaal); Zwak ≥ 1 %, < 5 %; Volledig ≥ 50 %.
Waargenomen bijzonderheden volledig puin volledig puin volledig puin volledig puin zwak baksteenhoudend
Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond- en puinlagen geen overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. De indicatieve toetsing van de grondresultaten aan het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen als bijlage 6. Grond Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden, zijn de onderstaande (meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. Ter plaatse van de voormalige watergang zijn zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen zijn gedaan. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster
Omschrijving
Algemene kwaliteit M01 Bovengrond, klei Zintuiglijk: MM02 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > AW < I > I
BBK
B01 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
AT
B02 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
AT
13 Vervolg tabel 8.2: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster
Omschrijving
Algemene kwaliteit M03 Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend MM04 Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
MM05
Ondergrond, klei Zintuiglijk: - (laag onder volledig puin)
Teeltlaagonderzoek MOCB01 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: MMOCB02 Teeltlaag, zand Zintuiglijk: (zwak baksteenhoudend)
MMOCB03
Oorspronkelijke teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > AW < I > I
BBK
B09 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
AT
B03 (0,50 - 1,00) B03 (1,00 - 1,50) B03 (1,50 - 2,00) B07 (1,50 - 2,00) B13B (0,50 - 1,00) B13B (1,50 - 2,00) PB05 (1,00 - 1,50) PB05 (1,50 - 2,00) B06 (0,50 - 1,00) B07 (0,50 - 1,00) B08 (0,50 - 1,00) PB05 (0,50 - 1,00)
NEN
-
-
AT
NEN
Co
-
AT
B01 (0,00 - 0,30)
OCB
-
-
AT
B02 (0,00 - 0,30) B09 (0,00 - 0,30) B11 (0,00 - 0,30) B14 (0,00 - 0,30) B06 (0,50 - 0,80) B07 (0,50 - 0,80) B08 (0,50 - 0,80) PB05 (0,50 - 0,80)
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; BBK Besluit Bodemkwaliteit; AT Altijd toepasbaar; Niets waargenomen/aangetoond.
Grondwater Het grondwatermonster met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten is in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
GWS (m -mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Analysepakket >S<I Naftaleen
Resultaten >I -
PB05 2,50 - 3,50 2,20 7,1 510 8,71 NEN Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. Asbest Op zowel het maaiveld als in de opgeboorde en opgraven grond en puin zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen in het veld zijn vijf grond/puinmonster(s) samengesteld, waarvan in totaal vier grond/puinmonster(s) zijn aangeboden aan het lab voor analyse op asbest conform NEN5898:2015 (asbest in grond of puin in de fractie < 20 mm). De samenstelling van de grond/puinmonster(s) met zintuiglijke waarnemingen en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.4 op de volgende pagina weergegeven. Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
14 Tabel 8.4: Samenstelling grond/puinmonster(s) asbest Monstercode
Proefgat(en)
Zintuiglijke waarnemingen
MMASB01 MMASB02 MMASB03
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Soort
B09 zwak baksteenhoudend Grond B01 Grond B02, B10, B11, Grond B13, B14 MMASB04 B05 t/m B08 Volledig puin 0,00 - 0,50 Puin MMASB05 B05 t/m B08 (Laag onder volledig puin) 0,50 - 1,00 Grond Toelichting bij de tabel: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.
Analysepakket Asbest in puin (> 25 kg) 1 Asbest in grond (> 10 kg) 1 Asbest in grond (> 10 kg) 1 Asbest in puin (> 25 kg) 1 Niet geanalyseerd
De resultaten van de geanalyseerde grond/puinmonster(s) en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.5. Tabel 8.5: Overzicht onderzochte grond/puinmonster(s) en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode
Soort
MMASB01 MMASB02 MMASB03 MMASB04 Toelichting bij de tabel: Niets aangetoond.
8.3.
Hechtgebonden
Type*
-
-
Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 <2
Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 <2
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit In monster M01 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei), in mengmonster MM02 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand), in monster M03 van de zwak baksteenhoudende bovengrond (zand) en in mengmonster MM04 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK zijn de (meng)monsters altijd toepasbaar. In mengmonster MM05 van de zintuiglijk schone ondergrond onder de volledige puinlaag (klei) is maximaal een licht verhoogd gehalte voor kobalt aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar. Teeltlaag In de (meng)monsters MOCB01, MMOCB02 en MMOCB03 van de (oorspronkelijke) teeltlaag (klei/zand), zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB05 is maximaal een licht verhoogd gehalte voor naftaleen aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.
Asbest Tijdens de veldwerkzaamheden is zintuiglijk (fractie > 20 mm) op zowel het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond en puin geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. In grondmonster MMASB01 van de zwak baksteenhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv) is analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.). Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
15 In de grondmonsters MMASB02 en MMASB03 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv) is analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.). In puinmonster MMASB04 van de volledige puinlaag (0,0-0,5 m-mv) is analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.).
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
16
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.
Conclusies verkennend bodemonderzoek
Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de ondergrond (laag onder volledig puin) en in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. In de bovengrond en in het overige ondergrondmonster zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van ernstige verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergang verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. De aangetoonde verhoogde gehalten op de onderzoekslocatie betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarde. Aangezien de (gestandaardiseerde meetwaarden) de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Teeltlaag onderzoek In de teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor de OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De voormalige boomgaarden hebben derhalve niet geleid tot een bodemverontreinigingen met OCB in de (oorspronkelijke) teeltlaag.
BBK Bij een indicatieve toetsing van de geanalyseerde (meng)monsters aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat alle (meng)monsters altijd toepasbaar zijn. Tevens zijn de mengmonsters van de (oorspronkelijke) teeltlaag op basis van de onderzochte OCB-parameters altijd toepasbaar. 9.2.
Conclusies onderzoek naar asbest
Voor de onderzoekslocatie is uitgegaan van een verdacht locatie met betrekking tot een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de verdachte hypothese te worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetroffen. Derhalve kan ons inziens worden aangenomen dat de voormalige asbestverontreiniging inderdaad, zoals aangegeven door de opdrachtgever, is gesaneerd. 9.3.
Algehele conclusie en aanbevelingen
Middels de voorliggend onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem / puin ten behoeve van de voorgenomen transformatie van de bestaande schuur naar woning, gelegen aan de Leurseweg 8 te Leur, in voldoende mate vastgelegd. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen transformatie van de bestaande schuur naar woning, rekening houdend met de volgende aanbeveling.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
17 Bij het ontgraven van grond zijn de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Als grond van de locatie dient te worden afgevoerd, worden mogelijk aanvullende keuring(en) verlangd en kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd en elders tijdelijk wordt opgeslagen en/of wordt toegepast, kan in overleg met het bevoegd worden bepaald of voorliggend onderzoek in combinatie met een aanvullend onderzoek naar PFAS afdoende is voor de acceptatie van de grond en/of slib. Indien dit niet afdoende is, dient alsnog een keuring conform het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, alvorens een verwerkingslocatie kan worden geselecteerd.
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
18
10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2017. NEN 5725, norm Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5897/C2:2017, norm - Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 5. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse (bodem)onderzoeken, Leurseweg 8 te Leur Rapportnr.: B20.7914 versie: 01 datum: 16 februari 2021
Bijlage 1
Bijlage 1
Tekening: B20.7914
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2020) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 2
Leurs
eweg
8
BHR02D 00333G0000
BHR02D 00334G0000
Bijlage 3
Bijlage 3
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum:
20-1-2021
Datum:
20-1-2021
0
0
weiland
0
0
Klei, sterk zandig, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
O 1
1 -50
50
-50
50
Boring:
B03
Boring:
B04
Datum:
20-1-2021
Datum:
20-1-2021
GWS:
180
0
0
weiland
O
50 2 -100
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor 3 -150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor 4 200
Projectcode: B20.7914 getekend volgens NEN 5104
-200
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
O 1
50
100
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
1
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
O
-50
Bijlage 3
Boring:
PB05
Boring:
B06
Datum:
20-1-2021
Datum:
20-1-2021
GWS:
200
0
0
puin
0 -5
0
Volledig puin
grind Volledig grind Volledig puin
-50
50
-50
50 Klei, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor
O
Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
O
1
2 -100
100
-100
100 Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
2 150 3 200
250
300
-350
350
Boring:
B07
Boring:
B08
Datum:
20-1-2021
Datum:
20-1-2021
0 -5
0
grind
0
0
Volledig grind
puin Volledig puin
Volledig puin
-50
50
1
100
100 3 -150
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor 4 200
Projectcode: B20.7914 getekend volgens NEN 5104
Klei, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor
O
2
150
-50
50 Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
O
-200
-100
Bijlage 3
Boring:
B09
Boring:
B10
Datum:
20-1-2021
Datum:
20-1-2021
0
0
weiland
1 -50
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
O
1 -50
50
Boring:
B11
Boring:
B12
Datum:
20-1-2021
Datum:
20-1-2021
0
0 O
Projectcode: B20.7914 getekend volgens NEN 5104
-50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
weiland
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
O 1 50
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
O
-50
Bijlage 3
Boring:
B13A
Boring:
B13B
Datum:
20-1-2021
Datum:
20-1-2021
0
0
weiland
-50
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
O 1 -50
50 Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, lichtbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, lichtbruin, Edelmanboor 2
-100
100
-100
100 Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor 3
-150
150
-150
150 Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor 4
-200
200
-200
200
Boring:
B13C
Boring:
B14
Datum:
20-1-2021
Datum:
20-1-2021
0
0
weiland
50
-50
100
-100
Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
150
-150
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
200
Projectcode: B20.7914 getekend volgens NEN 5104
-200
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
O 1 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, lichtbruin, Edelmanboor
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
-50
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Bijlage 4
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Jordy Boerakker Postbus 2225 5300 CE ZALTBOMMEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer
Blad 1 van 11
: WAAL : B20.7914 : 13389125, versienummer: 1.
Rotterdam, 27-01-2021
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project B20.7914. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 11 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Jordy Boerakker Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 11
Analyserapport
WAAL
Orderdatum 20-01-2021 Startdatum 20-01-2021 Rapportagedatum 27-01-2021
B20.7914 - 1
13389125
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
M01 M01 MM02 MM02 M03 M03 MM04 MM04 MM05 MM05
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 85.4 <1 geen
Ja 87.6 <1 geen
Ja 89.5 <1 geen
Ja 91.0 <1 geen
Ja 86.1 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
2.6
2.2
1.7
0.5
1.3
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
19
5.3
5.7
3.5
12
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
100 0.26 9.7 14 <0.05 23 0.63 18 58
41 0.23 3.5 9.0 0.06 23 <0.5 6.4 41
46 0.27 3.9 9.8 0.07 26 <0.5 6.4 44
30 <0.2 3.9 6.0 <0.05 <10 <0.5 9.3 34
84 0.21 11 12 <0.05 24 <0.5 21 88
<0.01 0.02 0.01 0.10 0.08 0.07 0.06 0.09 0.07 0.07 1) 0.577
<0.01 0.01 <0.01 0.04 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 1) 0.184
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<0.01 0.02 <0.01 0.06 0.01 0.02 0.01 <0.01 0.01 0.01 1) 0.161
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.02 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.05 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.03 chryseen mg/kgds S 0.04 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.02 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.03 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.03 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.03 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.264 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds
S S S S S S
002
<1 <1 <1 <1 <1 <1
003
004
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
005
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Jordy Boerakker Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 11
Analyserapport
WAAL
Orderdatum 20-01-2021 Startdatum 20-01-2021 Rapportagedatum 27-01-2021
B20.7914 - 1
13389125
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
M01 M01 MM02 MM02 M03 M03 MM04 MM04 MM05 MM05
Analyse
Eenheid
Q
001
002
003
004
005
PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds µg/kgds
S S
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 6 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Jordy Boerakker Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 11
Analyserapport
WAAL B20.7914 13389125
- 1
Orderdatum 20-01-2021 Startdatum 20-01-2021 Rapportagedatum 27-01-2021
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
005
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Jordy Boerakker Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 5 van 11
Analyserapport
WAAL
Orderdatum 20-01-2021 Startdatum 20-01-2021 Rapportagedatum 27-01-2021
B20.7914 - 1
13389125
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
006 007 008
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MOCB01 MOCB01 MMOCB02 MMOCB02 MMOCB03 MMOCB03
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 84.7 <1 geen
Ja 87.5 <1 geen
Ja 84.0 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
3.6
2.4
2.8
CHLOORBENZENEN hexachloorbenzeen
µg/kgds
S
<1
<1
<1
S S S S S S S S S
<1 <1 1) 1.4 <1 <1 1) 1.4 <1 1.0 1) 1.7 1) 4.5
<1 <1 1) 1.4 <1 <1 1) 1.4 <1 <1 1) 1.4 1) 4.2
<1 <1 1) 1.4 <1 3.2 1) 3.9 <1 1.5 1) 2.2 1) 7.5
S S S S
<1 <1 <1 1) 2.1
<1 <1 <1 1) 2.1
<1 <1 <1 1) 2.1
S
<1 1) 1.4
<1 1) 1.4
<1 1) 1.4
S S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 1) 2.8 <1 <1 <1 1) 1.4
<1 <1 <1 <1 <1 1) 2.8 <1 <1 <1 1) 1.4
<1 <1 <1 <1 <1 1) 2.8 <1 <1 <1 1) 1.4
S S S S
<1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1
CHLOORBESTRIJDINGSMIDDELEN o,p-DDT µg/kgds p,p-DDT µg/kgds som DDT (0.7 factor) µg/kgds o,p-DDD µg/kgds p,p-DDD µg/kgds som DDD (0.7 factor) µg/kgds o,p-DDE µg/kgds p,p-DDE µg/kgds som DDE (0.7 factor) µg/kgds som DDT,DDE,DDD (0.7 µg/kgds factor) aldrin µg/kgds dieldrin µg/kgds endrin µg/kgds som aldrin/dieldrin/endrin µg/kgds (0.7 factor) isodrin µg/kgds som aldrin/dieldrin (0.7 µg/kgds factor) telodrin µg/kgds alpha-HCH µg/kgds beta-HCH µg/kgds gamma-HCH µg/kgds delta-HCH µg/kgds som a-b-c-d HCH (0.7 factor) µg/kgds heptachloor µg/kgds cis-heptachloorepoxide µg/kgds trans-heptachloorepoxide µg/kgds som heptachloorepoxide (0.7 µg/kgds factor) alpha-endosulfan µg/kgds hexachloorbutadieen µg/kgds endosulfansulfaat µg/kgds trans-chloordaan µg/kgds
006
007
008
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028