CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting_Bijlage 5 Quickscan Natuuronderzoek.pdf

Raad openbaar Wijchen 29 september 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 74391 Beslisnota Vaststelling bestemmingsplan 'de Dreef 5 - 7 Hernen3.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuuronderzoek De Dreef 5 te Hernen

Quickscan natuuronderzoek De Dreef 5 te Hernen

Opdrachtgever:

De heren L. Janssen en M. van Duifhuizen De dreef 7 6616 AX Hernen

Datum:

26 mei 2021

Status: Uitvoering:

Definitief Foreest Groen Consult B.V. Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T 0314 642221 E-mail info@foreestgroenconsult.nl Http://www.foreestgroenconsult.nl

Inhoudsopgave 1 2

Inleiding .............................................................................................................................. 3 Beschrijving van het plangebied. ....................................................................................... 4 2.1 Beschrijving onderzoek .............................................................................................. 5 2.2 Natura 2000................................................................................................................ 5 2.3 Gelders Natuur Netwerk ............................................................................................ 6 3 Resultaten .......................................................................................................................... 7 3.1 Flora ............................................................................................................................ 7 3.2 Zoogdieren ................................................................................................................. 8 3.3 Amfibieën ................................................................................................................... 8 3.4 Reptielen ....................................................................................................................

8 3.5 Ongewervelden .......................................................................................................... 8 3.6 Broedvogels ................................................................................................................ 8 3.7 Vissen ......................................................................................................................... 9 3.8 Vleermuizen ............................................................................................................... 9 3.8.1 Gebouwen .............................................................................................................. 9 3.8.2 Bomen .................................................................................................................... 9 4 Conclusie .......................................................................................................................... 10 4.1 Flora .......................................................................................................................... 10 4.2 Zoogdieren ............................................................................................................... 10 4.3 Amfibieën .................................................................................................................

11 4.4 Reptielen .................................................................................................................. 11 4.5 Ongewervelden ........................................................................................................ 11 4.5.1 Vlinders................................................................................................................. 11 4.5.2 Libellen ................................................................................................................. 11 4.5.3 Overige ongewervelden ....................................................................................... 12 4.6 Broedvogels .............................................................................................................. 12 4.7 Vissen ....................................................................................................................... 13 4.8 Vleermuizen ............................................................................................................. 13 4.8.1 Vaste rust- en verblijfplaatsen ............................................................................. 13 4.8.2 Foerageergebied ..................................................................................................

13 4.8.3 Vliegroute ............................................................................................................. 13 4.9 Samenvatting............................................................................................................ 14 4.10 Natura 2000.............................................................................................................. 14 4.11 Nationaal Natuur Netwerk ....................................................................................... 14 5 Advies ............................................................................................................................... 16 5.1 Intrinsieke waarde .................................................................................................... 16 6 Litteratuurlijst ................................................................................................................... 17 6.1 Websites ................................................................................................................... 17 6.2 Verspreidingsatlassen .............................................................................................. 17 Bijlage 1: Foto impressie plangebied .......................................................................................

18 Bijlage 2: 50 Rivierduinengordel Overasselt - Bergharen ........................................................ 22 Bijlage 3: Gegevens NDFF ......................................................................................................... 24

1

Inleiding

In opdracht van de heren Janssen en van Duifhuizen is op 30 april 2021 een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd op het terrein aan de Dreef 5 te Hernen. De reden voor deze quickscan is dat het bestaande complex ingrijpend wordt verbouwd. Hierbij worden zowel intern als extern wijzigingen in het huis en gevels doorgevoerd. Onderzocht is of deze verbouwing, gevolgen kan hebben voor beschermde dier- en plantensoorten. Een quickscan is een eerste opname die inzicht geeft in de eventuele aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten. De quickscan bestaat uit een veldbezoek en wordt aangevuld met gegevens uit openbaar toegankelijke bronnen als verspreidingsatlassen en waarneming sites. Op basis van de resultaten kan nader aanvullend onderzoek naar een of meerdere soorten noodzakelijk zijn. Het onderzoek is uitgevoerd door ir. M.W.P. Ariëns werkzaam bij Foreest Groen Consult. De rapportage is opgesteld door M.B.J. Eleveld BSc werkzaam bij Foreest groen Consult.

-3-

2

Beschrijving van het plangebied.

Het perceel bevindt zich aan de westkant van Hernen. Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Dit zijn allemaal grondgebonden woningen. Aan de noord-, west- en zuidzijde zijn echter ook een paar grondgebonden woningen aanwezig. Deze grenzen wel aan de omliggende weilanden. Ten oosten van Hernen, voorbij de A50, ligt het Hernense bos. De planlocatie zelf betreft een woning, schuur en een opstal. Daaromheen ligt een tuin met een vijver, grasveld, bomen en bosschages. De woning is aan de straatzijde uitgebouwd met een winkel die heeft gediend als fietsenwinkel. Aan de achterzijde van de woning is een kleine boomgaard aanwezig met in een van de bomen een steenuilenkast, enkele kleine schuurtjes en een afdak waaronder bijenkasten staan.

Afbeelding 1: ligging van het plangebied. Het plangebied is met een rode lijn omcirkeld. (bron: https://topotijdreis.nl)

-4-

2.1 Beschrijving onderzoek Weersgesteldheid: Temperatuur Windkracht: Omschrijving:

10˚C 2 Bft zwaar bewolkt

Het terrein is systematisch nagezocht op soorten. Alle soorten zijn genoteerd. Vervolgens zijn verspreidingsatlassen en openbare bronnen nagezocht op eventueel waarnemingen van beschermde soorten die voor de plannen van belang kunnen zijn.

2.2 Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000 gebied. Het Natura 2000 gebied Rijntakken ligt op 6,24 kilometer afstand ten noorden van de planlocatie.

Afbeelding 2: ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden. Het plangebied is met een zwarte marker aangegeven. (bron: https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer)

-5-

2.3 Gelders Natuur Netwerk De planlocatie ligt in de GO zone van de GNN. Dit betekent dat de kernkwaliteiten van toepassing zijn op dit plangebied.

Afbeelding 3: ligging van het plangebied ten opzichte van NNN gebieden. Het plangebied is met een rode marker aangegeven. (bron: https://maps.noord-holland.nl/WebViewer)

-6-

3

Resultaten

3.1 Flora Op het perceel zijn de volgende plantensoorten aangetroffen:  Akkerkool  Berg iep  Boshyacinth  Braam  Engels raaigras  Fluitenkruid  Gele dovenetel  Gewone beuk  Gewone es  Gewone vlier  Gewoon biggenkruid  Groot kaasjeskruid  Grote brandnetel  Grote klis  Hazelaar  Herderstasje  Hondsdraf  Jacobskruiskruid  Judaspenning  Kleefkruid  Kleine maagdenpalm  Klimopereprijs  Kraailook  Liguster  Lijsterbes  Longkruid  Madelief  Meidoorn  Paardenbloem  Paarse dovenetel  Ridderzuring  Robertskruid  Ruwe berk  Schapengras  Speenkruid  Stinkende gouwe  Tamme kastanje  Vogelpootje  Wilde valeriaan

-7-

     

Witte dovenetel Zachte ooievaarsbek Zandmuur Zevenblad Zomereik Zwarte els

3.2 Zoogdieren Op het perceel zijn de volgende zoogdiersoorten aangetroffen:  Egel  Veldmuis

3.3 Amfibieën Op het perceel zijn geen amfibieën aangetroffen.

3.4 Reptielen Op het perceel zijn geen reptielen aangetroffen.

3.5 Ongewervelden Op het perceel zijn de volgende ongewervelden aangetroffen:  Aardhommel  Duitse wesp  Segrijnslak  Tuinslak

3.6 Broedvogels Op het perceel zijn de volgende broedvogels aangetroffen:  Grote bonte specht  Houtduif  Merel  Roodborst  Spreeuw  Steenuil  Vink  Winterkoning

-8-

3.7 Vissen Op het perceel zijn geen vissen aangetroffen.

3.8 Vleermuizen 3.8.1 Gebouwen Schuur De schuur heeft een spouwmuur en een pannendak. Het dak heeft overstekken. Het dak is beschoten. In de schuur ligt een enkelvoudige verdiepingsvloer op de balklaag. De binnenmuren zijn enkelwandig. De schuur heeft een vloer van beton. Woning De woning is diverse keren uitgebouwd. De woning heeft spouwmuren en een gebroken pannendak. Het dak heeft op de kopgevels overstekken. De kantpannen kieren plaatselijk. Onder de pannen ligt plaatselijk riet en onder het riet is de kap bijna volledig beschoten. De zolder is niet beloopbaar. Op het dak staat een schoorsteen die met loodslabben is afgedicht. Aan beide zijden van het dak zijn dakkapellen aanwezig. De uitbouw waarin de winkel zich bevindt heeft een plat dak. De muren steken boven dit platte dak uit. Het woongedeelte heeft voor de ramen luiken. De luiken worden in de avond gesloten (info eigenaren). Aan de zuidzijde is een serre aangebouwd. In het huis zijn overal plafonds onder en tussen de balklagen aangebracht. Schuurtjes De kleine schuurtjes zijn enkelwandige bouwwerken met enkelvoudige daken van metaalplaat. Dubbele holle ruimten zijn niet aanwezig. De bodem is niet verhard. In de schuurtjes is veel materiaal opgeslagen.

3.8.2 Bomen Alle bomen op het terrein zijn bekeken op zoek naar holten, spleten en loszittende schorsdelen die van belang kunnen zijn voor vleermuizen. De meeste bomen zijn te jong en te dun in omvang. Een vederesdoorn langs de straat heeft een holte van de grote bonte specht, deze is nu bewoond door een spreeuw (informatie eigenaren).

-9-

4

Conclusie

4.1 Flora De aangetroffen soorten zijn algemene soorten en geen van allen beschermd. De tuin verkeert in een redelijke staat van onderhoud en beschermde planten soorten worden hier niet verwacht. In de verspreidingsgegevens zijn geen waarnemingen opgenomen van beschermde plantensoorten. Pas op enige afstand worden kruiptijm en kartuizeranjer waargenomen. De planlocatie is voor deze twee soorten volledig ongeschikt als groeiplaats. De gemetselde muren zijn in kalkspecie gemetseld maar beschermde muurflora is niet aangetroffen. Het is uitgesloten dat bij de renovatie van de woning beschermde soorten worden aangetast. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep flora niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.2 Zoogdieren Bij de veldinspectie zijn egel en veldmuis aangetroffen. Deze soorten zijn beschermd maar hiervoor geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. De renovatie heeft geen invloed op deze soorten. In de verspreidingsgegevens komen een aantal beschermde soorten naar voren waarvoor geen vrijstelling geldt. Dit zijn: steenmarter, eekhoorn, das, bever, haas en konijn. In de woning en de schuur is gezocht naar sporen van de steenmarter maar deze zijn niet aangetroffen. Ook in de schuurtjes is gezocht en nergens zijn sporen aanwezig (lege eieren, uitwerpselen, plukplaatsen enz.) die op de aanwezigheid van de steenmarter kunnen wijzen. Het is uitgesloten dat deze soort hier aanwezig is. De bomen zijn allemaal onderzocht en nergens zijn de kenmerkende ronde nesten van de eekhoorn aangetroffen. De eekhoorn is zeker niet aanwezig. De locatie ligt in de bebouwde kom en op de locatie is ook en grote hond aanwezig. Hierdoor is de aanwezigheid van de das uitgesloten. Sporen van de das zijn ook niet aangetroffen. De bever is zeker niet aanwezig op de planlocatie. Hoewel de haas en het konijn beschermd zijn, zijn deze soorten vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkelingen. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep zoogdieren niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

- 10 -

4.3 Amfibieën Op de planlocatie is een kleine folie vijver zonder begroeiing aangetroffen. Bij veldinspectie zijn geen amfibieën aangetroffen. Ook zijn er geen dikkoppen aangetroffen. In de verspreidingsgegevens komen de poelkikker en kamsalamander naar voren. In de vijver zijn geen ondergedoken waterplanten aanwezig en de vijver ligt in de schaduw. Dit maakt de vijver totaal ongeschikt voor deze soorten. Het is uitgesloten dat deze soorten op de planlocatie worden aangetroffen. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep amfibieën niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.4 Reptielen Bij veldinspectie zijn geen reptielen aangetroffen. In de verspreidingsgegevens worden in de nabije omgeving geen reptielen waargenomen. Bovendien is de planlocatie ongeschikt leefgebied voor de soortgroep reptielen, de inrichting van de tuin voldoet niet aan de eisen die reptielen aan het biotoop stellen. Het is uitgesloten dat binnen het plangebied reptielen worden aangetroffen. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep reptielen niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.5 Ongewervelden 4.5.1 Vlinders Op het moment van veldinspectie zijn geen vlinders aangetroffen. In de verspreidingsgegevens komen geen beschermde soorten naar voren. Waardplanten voor beschermde soorten zijn niet aanwezig. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep vlinders niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.5.2 Libellen In de folievijver kunnen larven van libellen aanwezig zijn. De vijver heeft alleen niet die specifieke kwaliteiten die beschermde libellen soorten nodig hebben. In de verspreidingsgegevens zijn geen waarnemingen bekend van beschermde libellen in de directe omgeving. hierdoor is het uitgesloten dat beschermde libellen soorten in het plangebied aanwezig zijn. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep libellen niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

- 11 -

4.5.3 Overige ongewervelden De specifieke biotoopeisen die de beschermde ongewervelden stellen zijn in het plangebied niet aanwezig. Hierdoor is het uitgesloten dat deze beschermde soorten aanwezig zijn. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep overige ongewervelden niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.6 Broedvogels Bij inspectie zijn de huismus, steenuil, merel, winterkoning, roodborst, vink en houtduif waargenomen. Op de huismus en steenuil na zijn deze soorten niet gebonden aan gebouwen. Deze soorten zullen dan ook geen hinder ondervinden van de verbouwing, aangezien de tuin ongemoeid wordt gelaten. De huismussen zijn aangetroffen op het naastgelegen perceel waar vrije uitloop kippen worden gehouden. De huismussen zaten in de struiken op de erfscheiding. Op de daken van de woning en schuur zijn geen huismussen aangetroffen. Op het dak van de woning bevindt zich onder de pannen riet. Hierdoor is er geen ruimte onder de pannen aanwezig die de huismus kan gebruiken. De aanwezigheid van de huismus onder de pannen is hierdoor uitgesloten. De steenuil is op de planlocatie aanwezig. In een van de fruitbomen hangt een steenuilenkast en deze is bewoond. Onder de kast zijn enkele braakballen aangetroffen. De twee schuurtjes zijn intern goed bekeken opzoek naar ruimten die voor de steenuil van belang kunnen zijn. Deze zijn niet aangetroffen. Nergens zijn holle ruimten aanwezig waarin de steenuil een nest kan bouwen. De steenuil heeft geen toegang tot de daken van de schuur en woning. Alleen de nestkast in de boom kan op de planlocatie door de steenuil worden gebruikt. Deze nestboom blijft behouden. De plannen hebben ook geen invloed op de omringende tuin.

De tuin wordt gesplitst maar de boomgaard blijven behouden. Hierdoor veranderd er niets in de mogelijkheden voor de steenuil om voedsel te verzamelen. Bij het realiseren van de verbouwing moet wel rekening worden gehouden met de aanwezigheid van de steenuil. De omgang met de soort zal in een werkprotocol moeten worden verankerd. Door dit zorgvuldig te doen wordt voorkomen dat een overtreding ontstaat van de wet natuurbescherming. In de verspreidingsgegevens zijn de volgende soorten naar voren gekomen; boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, kerkuil, ooievaar, roek, ransuil, slechtvalk, sperwer, steenuil. Aangezien de tuin ongemoeid wordt gelaten bij de verbouwing zullen de meeste soorten geen schade ondervinden aan de werkzaamheden. De gierzwaluw kan onder de pannen van de woning komen maar het hier aanwezige riet voorkomt dat de gierzwaluw hier een nest kan bouwen, de ruimte voor het nest ontbreekt. In de bomen op het perceel zijn geen nesten aangetroffen die door de roofvogels en uilen gebruikt kunnen worden. De aanwezigheid van de grote gele kwikstaart is uitgesloten omdat stromend water ontbreekt. De aanwezigheid van al deze soorten is hierdoor uitgesloten. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep broedvogels alleen overtreden op het moment dat de steenuil geen functioneel leefgebied meer aantreft. Is de borging van de

- 12 -

steenuil niet mogelijk dan zal een ontheffing van de Wet natuurbescherming moeten worden aangevraagd.

4.7 Vissen De vijver is ongeschikt voor vis. Het is uitgesloten dat in deze folievijver beschermde soorten aanwezig zijn. De Wet natuurbescherming wordt voor de soortgroep vissen niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.8 Vleermuizen 4.8.1 Vaste rust- en verblijfplaatsen Zowel de schuur als de woning zijn in potentie geschikt voor vleermuizen, vooral de overstekken en delen van daken zijn voor vleermuizen bereikbaar. Via de dakranden kunnen de dieren mogelijk ook de spouwmuren bereiken. De Wet natuurbescherming wordt voor wat betreft de vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen mogelijk overtreden. Nader onderzoek is noodzakelijk.

4.8.2 Foerageergebied Foerageergebieden zijn uitsluitend beschermd indien deze essentieel zijn voor de vaste rusten verblijfplaatsen. De omringende tuinen blijven vrijwel volledig intact waardoor ook het potentiele foerageergebied intact blijft. De Wet natuurbescherming wordt voor wat betreft de foerageergebieden van vleermuizen niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.8.3 Vliegroute Omdat de beplantingen in de tuinen grotendeels intact blijven zullen geen grote openingen ontstaan in de aanwezige beplantingsranden. Hierdoor blijven eventuele vliegrouten intact. De Wet natuurbescherming wordt voor wat betreft vliegrouten van vleermuizen niet overtreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

- 13 -

4.9 Samenvatting Onderdeel

Overtreding Wet Nader natuurbescherming onderzoek

Flora Zoogdieren Amfibieën Reptielen Ongewervelden Broedvogels

Nee Nee Nee Nee Nee Nee, mits de steenuilenkast niet wordt verwijderd en de steenuil geschikt leefgebied overhoudt.

Vissen Vleermuizen

Nee Ja, woning en schuur zijn in potentie geschikt voor vleermuizen.

Nee Nee Nee Nee Nee Nee, alleen als de steenuilenkast wordt verwijderd of het functionele leefgebied van de steenuil sterk wordt aangetast is naderonderzoek naar het gebruik van het gebied door de steenuil noodzakelijk. Nee Ja, jaarrond onderzoek bij werkzaamheden aan daken en muren.

Periode

Mitigatie

Conform soortenstandaard Steenuil Bij12.

In standhouden tuinen en nestlocatie.

Conform vleermuisprotocol 2021

Intact laten van de daken en de muren en daken van binnenuit isoleren.

4.10 Natura 2000 Het plangebied ligt buiten de Natura 2000 gebieden en op ruime afstand tot deze gebieden. De meeste, directe invloeden worden door deze afstand van ruim 6,24 kilometer geabsorbeerd. Het Natura 2000 gebied Rijntakken ligt ten noorden van de planlocatie. Stikstof die vrijkomt tijdens de bouw is van geen invloed zijn op dit gebied. Het bevoegde gezag kan echter om een Aerius berekening vragen.

4.11 Nationaal Natuur Netwerk Het plangebied ligt in de GO zone van de GNN. Dit betekent dat voldaan moet worden aan de versterking van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten van het gebied zijn bijgevoegd in de bijlage. Een versterkingsplan zal gelijktijdig met het indienen van de bestemmingsplanwijziging moeten worden ingediend. Het beeldkwaliteitsplan biedt al goede aanknopingspunten maar dit zal iets verder moeten worden uitgewerkt. Hierbij kan men denken om de tuinen van de nieuwe percelen met hagen af te schermen, in de boomgaard een paar fruitbomen bij te planten en in de boomgaard een kruidenrijkgrasland aan te leggen ten behoeve van bestuivende insecten zoals vlinders, bijen en zweefvliegen. Het meest ideale beheer van dit kruidenrijkgrasland is begrazingsbeheer

- 14 -

door middel van bijvoorbeeld twee schapen. Dit alles versterk ook direct het leefgebied van de steenuil.

- 15 -

5

Advies

5.1 Intrinsieke waarde Onder de Wet natuurbescherming wordt elk in het wild levende dier of inheemse plant beschermd. Ook diersoorten of diergroepen, die niet in de lijsten van Wet natuurbescherming voorkomen, bezitten deze bescherming. Voorwaarde is wel dat het inheemse dieren betreft. Dit is de intrinsieke waarde van het dier of de plant. Het is daarom aan te bevelen om direct voorafgaande aan de werkzaamheden het plangebied en de omgeving te controleren op de aanwezigheid van dieren. Worden dieren aangetroffen moeten deze de kans krijgen om zich in veiligheid te brengen. Ook tijdens de werkzaamheden dient met de aanwezigheid van dieren rekening te worden gehouden. Treft men een dier aan dan moet deze de kans krijgen om zich in veiligheid te brengen, of moet het dier in veiligheid gebracht worden. Worden onverhoopt beschermde diersoorten aangetroffen dan moeten de werkzaamheden worden gestaakt en een passende oplossing worden gezocht.

- 16 -

6

Litteratuurlijst

6.1 Websites           

www.quickscanhulp.nl www.verspreidingsatlas.nl www.ravon.nl www.telmee.nl www.eis-nederland.nl www.determineren.nederlandsesoorten.nl www.geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer www.gelderland.nl/Wet-Natuurbescherming-Beschermde-soorten-ontheffing www.libellennet.nl www.vlindernet.nl www.sovon.nl

6.2 Verspreidingsatlassen 

     

Atlas van de Nederlandse broedvogels, verspreiding en bescherming, Nederlandse fauna 5 De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming, Nederlandse fauna 7 De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse fauna 9 Atlas van de Nederlandse zoogdieren, Natuur van Nederland 12 Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie Vademecum wilde planten Flora van Nederland

- 17 -

Bijlage 1: Foto impressie plangebied

Foto 1: links, De schuur met rechts de woning. Foto 2: rechts, de zolder van de schuur met de beschoten kap.

Foto 3: links, openingen onder het dak overstek. Foto 4: rechts, de enkelvoudige inpandige muur.

- 18 -

Foto 5: links, de westzijde van de woning . Foto 6: rechts, de noordzijde met de aangebouwde winkelruimte.

Foto 7: links, de oostzijde van de woning. Foto 8: rechts, de zuidzijde van de woning met de aangebouwde serre.

- 19 -

Foto 9: links, de beschoten kap van de woning. Foto 10: rechts, een beschadigde smetplant met toegang tot de achtergelegen constructie.

Foto 11: links, een opening nabij de regenpijp met toegang tot de spouwmuur. Foto 12: rechts, het riet onder de pannen

- 20 -

Foto 13: links, de bewoonde steenuilenkast. Foto 14: rechts, de kleine boomgaard.

Foto 15: links, centraal gazon met kasje en omringende beplanting. Foto 16: rechts, de folie vijver en de beplanting langs de openbare weg.

- 21 -

Bijlage 2: 50 Rivierduinengordel Overasselt - Bergharen Kernkwaliteiten deelgebied natuur en landschap 

 

        

gordel van rivierduinen met zandlandschap (dennenbosjes, vennen, heide), ook oude Maasmeanders, verder oeverwal met veel akkerbouw langs de Maas in het zuiden en onbebouwde kom in het noorden met weteringen ecologische verbindingen Overasseltse Vennen - Bergharen, Bergharen - Maas en Bergharen - Fort St. Andries Parel Erpewaai: beboste enclave: dijkdoorbraakkolken met zandige overslaggrond, dijkrestanten, kweldam en twee-etage bodem met Eiken-Haagbeukenbos; dassenburchten Parel Hatertse en Overasseltse Vennen: soortenrijke vennen, gevoed door regenwater dat op een oude rivierleemlaag stagneert en horizontaal afstroomt: lavendelheide, veenbes, moeraswolfsklauw, zonnedauw; 11 soorten amfibieën; ook droge duingraslanden o.m. voor reptielen en insecten; dassen Parel Hernense Molenven: ven midden in het Hernense Bos, het was verland en is weer open gemaakt Parel Bergharen: op het rivierduin liggen verschillende droge schrale graslanden met een bijzondere vegetatie leefgebied steenuil leefgebied kamsalamander ruïnes, landgoederen en kastelen: St. Walrick, Heerlijkheid Leur, Kasteel Hernen, Heerlijkheid Horssen van ouds leefgebied dassen abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, waterreservoir ecosysteemdiensten: recreatie, waterwinning, waterberging alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied

Aardkundige waarden +: Rivierduincomplex van Wijchen; Rivierduincomplex bij Bergharen Waardevol open gebied of verkaveling + Parel + Natte landnatuur ja

- 22 -

Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling)          

Ontwikkeling vennen, schraallanden, heide, droge bossen en moerassen ontwikkeling ecologische verbindingszone Overasseltse Vennen - Bergharen met water en moeraszones en opgaande landschapselementen (bosjes, singels) ontwikkeling ecologische verbindingszone Bergharen - Maas en Bergharen - Fort St. Andries met natte bossen, water en moeraszones ontwikkeling populatie dassen vermindering barrièrewerking A73, A50, A326, N324, N845, N322 en N847 ontwikkeling populaties van water-, oever- en moerasvogels ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schraallanden ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen ontwikkeling coulissenlandschap met singels en hagen ontwikkeling oude polderstructuren en andere cultuurhistorische patronen en beheersvormen (hakhout)

Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone         

Ontwikkeling ecologische verbindingszone Overasseltse Vennen - Bergharen met water en moeraszones en opgaande landschapselementen (bosjes, singels) ontwikkeling ecologische verbindingszone Bergharen - Maas en Bergharen - Fort St. Andries met natte bossen, water en moeraszones ontwikkeling populatie dassen vermindering barrièrewerking A73, A50, A326, N324, N845, N322 en N847 ontwikkeling populaties van water-, oever- en moerasvogels ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schraallanden ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen ontwikkeling coulissenlandschap met singels en hagen ontwikkeling oude polderstructuren en andere cultuurhistorische patronen en beheersvormen (hakhout)

Ecologische verbindingen met evz-model 30. Overasseltse vennen - Bergharen (Rijk van Nijmegen - Land van Maas en Waal Maasuiterwaarden): das, kamsalamander 31. Bergharen - Maas (Land van Maas en Waal Maasuiterwaarden): kamsalamander 32. Bergharen - Fort St. Andries (Land van Maas en Waal - Maasuiterwaarden, Waaluiterwaarden): kamsalamander

- 23 -

Bijlage 3: Gegevens NDFF

- 24 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=885b10e4-660b-4ef2-b169-ba6861f2ec3e