CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting_Bijlage 3 Quickscan externe veiligheid.pdf

Raad openbaar Wijchen 20 december 2022, gemeente wijchenBij agendapunt: 53289 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan 'Wezelsedijk ong. Wijchen3.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Arqui Bouwmanagement WND743 22 september 2020

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

Arqui Bouwmanagement WND743 20200922-WND743 -RAP-EV 1.0 Definitief 22 september 2020

Opsteller: B. Deckers

T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

-+C0B. Deckers+-

Verificatie: P. Coenen

-+R0P. Coenen+-

Validatie: P. Coenen

© 2019 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+V0P. Coenen+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.2.1 2.3 2.4 2.5 2.6

Inleiding ................................................................................................................................................................... 5 Wettelijk kader........................................................................................................................................................... 5 Risiconormen ............................................................................................................................................................. 5 Gemeentelijke beleidsvisie ............................................................................................................................................ 6 Transport over waterwegen........................................................................................................................................... 6 Transport over wegen .................................................................................................................................................. 6 Transport over het spoor............................................................................................................................................... 9

3.1 3.2 3.3

Inleiding ................................................................................................................................................................. 10 Wettelijk kader......................................................................................................................................................... 10 Inventarisatie lokale buisleidingen ................................................................................................................................ 10

4.1 4.2 4.3

Inleiding ................................................................................................................................................................. 12 Wettelijk kader......................................................................................................................................................... 12 Inventarisatie relevante inrichtingen.............................................................................................................................. 12

1

INLEIDING In opdracht van Arqui Bouwmanagement is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een plan aan de Wezelsedijk ong. te Wijchen. Het plan omvat de realisatie van 4 vrijstaande levensloopgeschikte nul-op-de-meter (NOM)-meergeneratiewoningen op de hoek van de Wezelsedijk en de Wezelseberg te Wijchen. Voor dit plan dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. Het aspect externe veiligheid is één van de aspecten die nader beschouwd moeten worden. De globale ligging van de planlocatie is weergegeven in afbeelding 1.

Afbeelding 1

Globale ligging plangebied

In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk.

2

TRANSPORTASSEN

2.1

Inleiding Eén van de aandachtspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen consequenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.

2.2

Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de Wvgs en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico’s, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden.

2.2.1

Risiconormen Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden.

In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabel 1 weergegeven.

Tabel 1

Invloedsgebied per stofcategorie Stofcategorie Weg, water Spoor LF1 LF2 C3 LT1 D3 LT2 LT3 D4 LT4 GF1 GF2 GF3 A GT2 GT3 B2 GT4 B3 GT5 B3

2.3

Invloedsgebied 1% letaliteitsafstand (m) Spoor Weg Water 45 35 35 45 35 375 730 600 880 880 >4.000 >4.000 n.v.t. 40 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 40 65 460 355 90 245 n.v.t. 995 560 1.070 >4.000 >4.000 n.v.t. >4.000 >4.000 n.v.t.

Gemeentelijke beleidsvisie Door de gemeente Wijchen is een ‘Beleidsvisie externe veiligheid’ (20 april 2016) opgesteld. Daar waar relevant wordt in deze quickscan ingegaan op deze beleidsvisie.

2.4

Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op basis van de afstanden die in tabel 1 zijn genoemd, blijkt het maximale invloedsgebied 1.070 meter te bedragen als gevolg van GT3-stoffen. Binnen deze afstand rondom het plangebied zijn geen waterwegen aanwezig waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Geconcludeerd kan worden dat de risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het water geen belemmering vormen voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.

2.5

Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. In de navolgende afbeelding is de globale ligging van de planlocatie en de omliggende wegen weergegeven. Mogelijk relevante wegen voor het plangebied zijn: A50 A326/N326 A73/N322 A73 Over de overige provinciale wegen (N324, N845 en N847) vindt geen structureel vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Deze wegen worden buiten beschouwing gelaten.

Afbeelding 2

Ligging planlocatie ten opzichte van de omliggende wegen

A50 Op een afstand van circa 2.600 meter van het plangebied is de rijksweg A50 (wegvak G65) aanwezig, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De A50 is opgenomen in het Basisnet weg. Gezien de ruimtelijke scheiding vormen de PR 10-6-risicocontour en het PAG geen belemmeringen voor het plan. Ook de hoogte van het groepsrisico is op grond van de afstand geen aandachtspunt. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 2019) blijkt dat over de A50, ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2 en GF3-stoffen worden getransporteerd. Het plangebied ligt buiten zone 3 zoals opgenomen in de beleidsvisie. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. A326/N326 Op een afstand van circa 140 meter van het plangebied is de rijksweg A326 (wegvak G90) aanwezig, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De A326 is niet opgenomen in het Basisnet weg. Gezien de ruimtelijke scheiding vormen de PR 10-6-risicocontour en het PAG geen belemmeringen voor het plan. Aangezien het plangebied binnen een afstand van 200 meter ten opzichte van de weg ligt, is de hoogte van het groepsrisico een aandachtspunt. Onderstaand wordt op basis van de vuistregels uit de HART bepaald of de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico berekend moet worden met behulp van het rekenprogramma RBM II. De A326 ter hoogte van het plangebied betreft snelweg.

Vuistregels toetsing groepsrisico: Toetsing oriëntatiewaarde: Vuistregel 1:

Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe.

Vuistregel 2:

Wanneer GF3 minder is dan 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-4 (eenzijdige bebouwing) of 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-5 (2-zijdige bebouwing) wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.

Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde: Vuistregel 1:

Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe.

Vuistregel 2:

Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in Tabel 1-4 (eenzijdige bebouwing) of in Tabel 1-5 (2-zijdige bebouwing) wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.

Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 2019) blijkt dat over de A326, ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2, GF2 en GF3-stoffen worden getransporteerd. Het aantal GF3-transporten bedraagt 512. Aan vuistregel 1 wordt derhalve voor beide toetsingen voldaan. In onderhavig geval is sprake van overwegend tweezijdige bebouwing. De kleinste afstand tussen een gebouw en de as van de N233 bedraagt circa 30 meter. Bij een transportaantal van 512 GF3-transporten wordt de oriëntatiewaarde pas overschreden bij een populatiedichtheid van 300 personen/ha. Voor de 10% toetsing van de oriëntatiewaarde volgt een overschrijding bij een dichtheid van 100 personen/ha. Dergelijke hoge personenaantallen worden in de onderhavige situatie niet behaald. Gebleken is dat de personendichtheid circa 40 personen/ha bedraagt. Geconcludeerd wordt dat de oriëntatiewaarde en de 10% van de oriëntatiewaarde in de huidige situatie niet wordt overschreden. Het planvoornemen omvat de realisatie van 4 woningen. Uitgaande van 2,4 personen per woning, betekent dit een toename van 9,6 personen binnen dit gebied. De planvorming heeft geen rekenkundige invloed op de personendichtheid in dit gebied. Ook in de toekomstige situatie wordt de 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden. Een uitgebreide RBM II-berekening wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.

Het plangebied ligt binnen zone 2 zoals opgenomen in de beleidsvisie. Conform de beleidsvisie kan worden volstaan met een standaardverantwoording b. A73/N322 Op een afstand van circa 3.300 meter ten noorden van het plangebied is de A73/N322 (wegvak G28) aanwezig, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De A73/N322 is opgenomen in het Basisnet weg. Gezien de ruimtelijke scheiding vormen de PR 10-6-risicocontour en het PAG geen belemmeringen voor het plan. Ook de hoogte van het groepsrisico is op grond van de afstand geen aandachtspunt. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de A73/N322 (wegvak G28), ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2, GF1, GF3 en GT3 -stoffen worden getransporteerd. Het plangebied ligt buiten zone 3 zoals opgenomen in de beleidsvisie. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

A73 Op een afstand van circa 3.400 meter ten oosten van het plangebied is A73 (wegvakken G26 en G27) aanwezig, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De A73 is opgenomen in het Basisnet weg. Gezien de ruimtelijke scheiding vormen een PR 10-6-risicocontour en een PAG geen belemmeringen voor het plan. Ter hoogte van het plangebied bevindt deze weg zich in een tunnel. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de A73, ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2, GF1, GF2, GF3, GT2, GT3 en GT4 -stoffen worden getransporteerd. Het plangebied ligt buiten zone 3 zoals opgenomen in de beleidsvisie. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

2.6

Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op circa 1.500 meter ten zuiden van het plangebied is de spoorlijn Den Bosch Diezeburg aansl. – Nijmegen (route 64) gelegen. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet spoor. Op grond van de afstand vormen het plaatsgebonden risico en het PAG geen invloed op de planontwikkeling. Uit Bijlage II Tabel basisnet spoor van de Regeling basisnet blijkt dat ter hoogte van het plangebied A, B2, C3, D3 en D4-stoffen getransporteerd worden. Het plangebied ligt binnen zone 3 zoals opgenomen in de beleidsvisie. Conform de beleidsvisie kan worden volstaan met een standaardverantwoording a.

3

BUISLEIDINGEN

3.1

Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd, de diepteligging en de diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het vooral om de risico’s in het geval er iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reikt. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige buisleidingen consequenties kunnen hebben voor het plangebied.

3.2

Wettelijk kader Sinds 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsings- en bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat er binnen de 10-6-risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien er objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht.

3.3

Inventarisatie lokale buisleidingen Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het plan; de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Op basis van de risicokaart is geconstateerd dat op een afstand van circa 90 meter twee hogedruk aardgasleidingen aanwezig zijn. In de navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van deze buisleidingen globaal weergegeven.

Afbeelding 3

Globale ligging plangebied t.o.v. buisleidingen

In de onderstaande tabel zijn de relevante gegevens van deze buisleidingen samengevat. Tabel 2

Relevante gegevens buisleiding

Buisleiding

Diameter

Druk

100% letaliteitsafstand

1% letaliteitsafstand

Afstand tot plan

A-524

48 inch

66,2 bar

210 meter

540 meter

90 meter

A-533

48 inch

66,2 bar

210 meter

540 meter

90 meter

Uit de bovenstaande tabel kan geconcludeerd worden dat het plan binnen zowel de 100% als de 1% letaliteitsafstand van beide buisleidingen is gelegen. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen dienen kwantitatief te worden bepaald door middel van een CAROLA-berekening. Tevens dienen de risico’s te worden meegenomen in een verantwoording van het groepsrisico.

4

EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN

4.1

Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het plan rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.

4.2

Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit.

Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing zijn, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet wordt overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning. De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

4.3

Inventarisatie relevante inrichtingen Met behulp van de risicokaart is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende afbeelding is de ligging van relevante inrichtingen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 4

Ligging risicovolle inrichtingen t.o.v. het plangebied (bron: risicokaart)

Zoals in afbeelding 4 is gevisualiseerd ligt het plangebied niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. Dit aspect vormt derhalve geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.

5

CONCLUSIE In opdracht van Arqui Bouwmanagement is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een plan aan de Wezelsedijk ong. te Wijchen. Het plan omvat de realisatie van 4 vrijstaande levensloopgeschikte nul-op-de-meter (NOM)-meergeneratiewoningen op de hoek van de Wezelsedijk en de Wezelseberg te Wijchen. Voor dit plan dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. Het aspect externe veiligheid is één van de aspecten die nader beschouwd moeten worden. Transport over het water Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een waterweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Transport over de weg Gebleken is dat het plangebied op voldoende afstand van diverse rijks- en provinciale wegen is gelegen, waardoor de PR 10-6-risicocontour en het PAG geen invloed hebben op de planontwikkeling. Wel ligt het plangebied op korte afstand van de A326. Echter op basis van de vuistregels van de HART is gebleken dat zowel in de huidige als toekomstige situatie de 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden wordt. Hierdoor vormt de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt. Conform de beleidsvisie ligt het plangebied wel binnen zone 2 van deze weg. Er is sprake van een standaardverantwoording b.

De zones van de overige wegen in de omgeving reiken niet tot aan het plangebied. Transport over het spoor Op circa 1.500 meter ten zuiden van het plangebied is de spoorlijn Den Bosch Diezeburg aansl. – Nijmegen (route 64) gelegen. Het plangebied ligt binnen zone 3 van het spoor. Conform de beleidsvisie is sprake van een standaardverantwoording a. Buisleidingen Het plangebied ligt binnen zowel de 100% als de 1% letaliteitsafstand van 2 hogedrukaardgasleidingen. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door deze buisleidingen dienen kwantitatief te worden bepaald door middel van een CAROLA-berekening. Het plangebied is gelegen binnen zone 2 van deze buisleidingen. De risico’s moeten worden meegenomen in een verantwoording van het groepsrisico. Inrichtingen Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving, waardoor dit aspect geen belemmering vormt voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdwid=0b0bb586-3094-4ee1-85dd-8d9434c4a419