Bijlagen bij toelichting_Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 EN NEN 5707 Oosterweg 279 in Wijchen
ORTAGEO Noordoost B.V.
ORTAGEO Zuidoost B.V.
ORTAGEO West B.V.
ORTAGEO Asbest B.V.
TITELBLAD
Opdrachtgever:
Schraven Hoveniers B.V. Oosterweg 279 6603 AA Wijchen
Rapportnummer:
216492/R01
Status rapport:
Definitief
Datum:
18 februari 2022
Projectomschrijving:
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 en NEN 5707 Oosterweg 279 in Wijchen
Rapport opgesteld door:
Ortageo Zuidoost B.V. Metaalweg 18 6551 AD Weurt Tel: +31 24 397 57 62 E-mail: info@ortageo.nl
STD_R070_v013_20181207
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Vooronderzoek ................................................................................................................................................ 2 Bronnen .................................................................................................................................................... 2 Algemene gegevens ................................................................................................................................. 2 Bodemgebruik .......................................................................................................................................... 4 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 4 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 6 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 8 Hypothese ................................................................................................................................................
8 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 8 Veldwerkzaamheden ..................................................................................................................................... 10 Opzet ...................................................................................................................................................... 10 Resultaten .............................................................................................................................................. 11 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................................... 14 Analyseprogramma ................................................................................................................................ 14 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 16 5.2.1 Chemische parameters ...................................................................................................................... 17 5.2.2 Asbest ................................................................................................................................................
19 5.2.3 Indicatief onderzoek puinlaag rondom de voormalige kippenschuur .................................................. 19 Toetsing aan de gestelde hypothesen .................................................................................................... 19 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek .................................................................................... 20 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................................. 21
Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie 2) Situatietekening met onderzoekspunten 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen 6) Gegevens vooronderzoek 7) Foto's Appendix Kader en verantwoording
216492/R01
1
INLEIDING
In opdracht van Schraven Hoveniers B.V. is door Ortageo Zuidoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd op de locatie Oosterweg 279 in Wijchen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van het terrein (van bedrijfsbestemming naar woonbestemming) en aanvraag van een omgevingsvergunning (nieuwbouw van woningen). Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de hypothese en de onderzoekstrategie beschreven. De veldwerkzaamheden zijn in hoofdstuk 4 en het laboratoriumonderzoek is in hoofdstuk 5 beschreven. Het rapport wordt besloten met een samenvatting, de conclusies en de aanbevelingen (hoofdstuk 6). In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen.
216492/R01
1/22
2
VOORONDERZOEK
Voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
Bronnen In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Nr.
Bron
Verwijzing/toelichting
1
Topografische kaart, kadastrale gegevens
Kadaster, opgenomen in bijlage 1
2
Mondelinge / schriftelijke informatie van de opdrachtgever
Verwerkt in dit hoofdstuk
3
Provincie Gelderland
Door provincie Gelderland aangeleverde onderzoeksrapporten
4
Internetbronnen: A. Actuele luchtfoto’s en straatoverzichten
www.google.nl/maps en pdokviewer.pdok.nl
B. Historische topografische kaarten
www.topotijdreis.nl, zie bijlage 6
C. TNO-NITG (gegevens bodemopbouw / grondwater)
www.dinoloket.nl
D. Bodemloket (dossiervermelding onderzoek / sanering)
www.bodemloket.nl, zie bijlage 6
E. Provinciale bodematlas
www.gelderland.nl/Kaartenencijfers/Bodemverontreinigin gen.html, zie bijlage 6
F. Drinkwater, beschermingsgebieden, provincie Gelderland
https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappview er/index.html?id=c003a672a8ff4c14a5c0445fd3433b0b
G. Informatie hoogteligging
www.ahn.nl
H. Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
bagviewer.kadaster.nl
5
Locatiebezoek, foto's onderzoekslocatie
Gecombineerd met uitvoering veldwerk en verwerkt in dit hoofdstuk, foto’s opgenomen in bijlage 7
6
Rapporten: A. Standaard indicatief bodemonderzoek Hoek Oosterweg – Graafseweg te Alverna (gem. Wijchen)
Haskoning, rapportnummer 87/6719.01/1K / Coll.: HN6/hn30/HW, december 1987
B. Verkennend bodemonderzoek NVN 5740 Oosterweg 279 Wijchen
Willems milieutechniek d.d. oktober 1997
C. Verkennend bodemonderzoek Oosterweg 279 Wijchen,
EnviroPlan Onderzoek & Advies, projectnr. P-002130 d.d. 7 februari 2000
D. Verkennend Onderzoek Stortplaatsen, i.o.v. Provincie Gelderland
De Straat Milieu-adviseurs, projectnummer B5211, 10 april 2000
E. Verkennend Onderzoek Stortplaatsen (VOS), MonitoringsOnderzoek Voormalige Stortplaatsen (MOVOS), DeklaagOnderzoek Voormalige Stortplaatsen (DOVOS)
Brief Provincie Gelderland Locatie GE029600012 Oosterweg te Wijchen (VOSGE/455/013), zaaknummer MW2002.36654
Algemene gegevens De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres
Oosterweg 279 in Wijchen
Kadastrale aanduiding
Gemeente Wijchen, sectie H, perceelnummer 4691
216492/R01
2/22
Tabel 2: Algemene locatiegegevens Oppervlakte
Circa 13.000 m²
Algemene omschrijving
De onderzoekslocatie maakt deel uit van het bedrijfsterrein van Hoveniersbedrijf Schraven
Bebouwing
Op het westelijke terreindeel is een voormalige kippenschuur aanwezig. Deze bebouwing wordt verhuurd aan diverse bedrijven voor o.a. opslag van materialen.
Terreinverharding
De toegangsweg vanaf de Graafseweg gezien en het opslagterrein van Schraven is verhard met klinkers. Rondom de voormalige kippenschuur is deels een tegelverharding aanwezig en deels een puinverharding.
Op het oostelijke deel van het perceel worden vier vrijstaande woningen gebouwd. De kippenschuur westelijk op het terrein wordt gesloopt. Vanaf de parallelweg van de Graafseweg komen twee gezamenlijke inritten om de woningen te ontsluiten. Het bestaande hoveniersbedrijf blijft gehandhaafd. Het noordelijke deel van het perceel wordt gebruikt voor het aanleggen van een natuurlijke inrichting. De situering van de onderzoekslocatie is op de afbeeldingen 1 en 2 aangegeven.
Afbeelding 1: Inrichtingsplan (bron 2)
Afbeelding 2: Aanduiding situering onderzoekslocatie (bron 4A)
216492/R01
3/22
Bodemgebruik In onderstaande tabel zijn de beschikbare gegevens weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: Beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch
Van oudsher landbouwgrond. Begin jaren ’70 heeft op het terrein ontgronding plaatsgevonden. De ontgronding is uitgevoerd door Boesewinkel B.V. (bron 6D). De onderzijde van de ontgronding lag op circa 14 à 15 m -mv. Het zand uit de ontgronding is gebruikt bij de reconstructie van de Graafseweg. Na ontgraving is de zandwinput aangevuld met zand en klei tot circa 2 m-mv. De herkomst hiervan is onbekend. Van 0,5 tot 2,0 m -mv is de ontgronding aangevuld met onder andere zand, beton en puin. Daarna is een afdeklaag aangebracht.
• •
Stortactiviteiten in het verleden. Asbesthoudend dak van de kippenschuur. Dit dak is niet voorzien van dakgoten waardoor regenwater op het maaiveld terecht komt, de zogenaamde druppelzone. De toplaag van deze terreindelen kan verontreinigd zijn geraakt met asbest.
De kippenschuur op de locatie dateert van 1969 (bron 4H). Schraven hoveniersbedrijf is vanaf omstreeks 1988 op de locatie gevestigd. Huidig
Weiland, (voormalige) kippenschuur, opslagterrein van Schraven Hoveniersbedrijf en inrit
Geen
Toekomstig
Nieuwbouwwoningen op het oostelijke deel (zijde Graafseweg) en natuurlijke inrichting van het overige terrein (zie afbeelding 2)
Geen
Directe omgeving Historisch
Van oudsher agrarische doeleinden met her en der woningen boerderijen en kippenschuren
Voor zover bekend geen
Huidig
Noordelijk: woningen en weiland Oostelijk: Graafseweg met oostelijk hiervan bos- en recreatiegebied, Zuidelijk: aannemer van bestratingen (Jansen Sierbestrating) Westelijk: woning
Voor zover bekend geen
Toekomstig
Voor zover bekend onveranderd
Voor zover bekend geen
Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de locatie Op de onderzoekslocatie zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: Standaard indicatief bodemonderzoek hoek Oosterweg – Graafseweg, d.d. december 1987 (bron 6A) Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen nieuwbouw van een bedrijfsruimte en bedrijfswoning (vestiging kwekerij/hoveniersbedrijf Schraven). In het onderzoek is een mengmonster samengesteld van de bodemlaag van 0,0 tot 1,0 à 2,0 m-mv. In dit mengmonster is een overschrijding van de A-waarde voor EOX aangetoond. Verkennend bodemonderzoek Oosterweg 279 Wijchen, d.d. oktober 1997 (bron 6B) Dit onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de uitbreiding van de toenmalige bedrijfsruimte (in noordelijke en oostelijk deel van het toenmalige bedrijfspand). Uit de resultaten van het onderzoek bleek de bovengrond licht verontreinigd met PAK. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het onderzoek is geen (puinhoudende) stortlaag
216492/R01
4/22
aangetroffen. De resultaten van het onderzoek vormden geen bezwaar tegen de voorgenomen uitbreiding van het bedrijfspand. Verkennend bodemonderzoek Oosterweg 279 Wijchen, d.d. 7 februari 2000 (bron 6C) Dit onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen aanvraag van een vergunning voor de bouw van een bedrijfspand (oppervlakte ca. 1.100 m2), noordoostelijk van het huidige bedrijfspand. In de rapportage wordt vermeld dat alle boringen voortijdig zijn gestaakt op een diepte van op 1,2 tot 2,5 m-mv. Dit in verband met de aanwezigheid van betonplaten die in het verleden zijn vrijgekomen bij renovatiewerkzaamheden aan de Graafseweg en ter plaatse van het te onderzoeken perceel in de bodem zijn verwerkt. In verband met de lage ligging van het perceel heeft in het verleden ophoging met grond van bouwlocaties in de nabije omgeving plaatsgevonden. Uit de resultaten van het onderzoek bleek de bovengrond licht verontreinigd met zink, PAK en minerale olie. Verder bleek een licht verhoogd EOX-gehalte. In de ondergrond is een lichte verontreiniging met PAK en minerale olie aangetoond. Verkennend Onderzoek Stortplaatsen (VOS), Monitoringsonderzoek Voormalige Stortplaatsen (MOVOS), Deklaagonderzoek Voormalige Stortplaatsen (DOVOS) Oosterweg 279, april 2000 (bronnen 6D en 6E) In dit onderzoek is naar voren gekomen dat op de locatie een stortplaats aanwezig is.
Het terrein is begin jaren ’70 gebruikt voor zandwinning t.b.v. de reconstructie van de Graafseweg. Daarna is de ontgraving aangevuld met zand en klei tot circa 2 m -mv. Van 0,5 tot 2,0 m -mv is de ontgraving aangevuld met onder ander zand, beton, asfalt en puin. Daarna is een afdeklaag aangebracht. Er zijn geruchten dat er ook ziekenhuisafval gestort zou zijn. Ten behoeve van het onderzoek zijn in totaal 11 grondboringen uitgevoerd. De boringen zijn uitgevoerd tot een diepte van maximaal 2 m -mv. In onderstaande afbeelding zijn de boorlocaties weergegeven.
Afbeelding 3: onderzoekslocatie met onderzoekspunten (bronnen 6D en 6E)
Ter plaatse van de boringen 3 en 8 is geen stortmateriaal aangetroffen. In het opgeboorde materiaal van boring 2 zijn stukjes asfalt, puin en hout aangetroffen. De overige boringen zijn gestuit op puin. De dikte van de deklaag varieert van 0,5 tot 1 meter.
216492/R01
5/22
Verder is op de locatie een grondwatermonitoringsonderzoek voormalige stortplaatsen uitgevoerd (MOVOS). Er zijn drie monitoringsronden uitgevoerd. Uit de resultaten hiervan is gebleken dat het grondwater sterk verontreinigd is met arseen en barium (overschrijdingen interventiewaarden). Deze resultaten vormden echter geen aanleiding tot verdere maatregelen. Verder is op de locatie een deklaagonderzoek uitgevoerd (DOVOS). Uit de resultaten hiervan is gebleken dat de deklaag licht verontreinigd is met PAK. In een brief van de provincie Gelderland wordt het onderstaande geconcludeerd. Het totale onderzoek naar de voormalige stortplaatsen in Gelderland is afgerond. Op basis van de onderzoeksgegevens voor de locatie Oosterweg te Wijchen concluderen wij het volgende. Hoewel sprake is van een voormalige stortplaats, die wij beschouwen als een geval van ernstige bodemverontreiniging, en sprake is van een sterke verontreiniging in het grondwater zien wij gelet op de stoffen die het betreft (barium en/of arseen) geen aanleiding op dit moment maatregelen te nemen. Dit betekent dat wij de locatie registreren als voormalige stortplaats en beschouwen dit onderzoek als afgerond. Ten aanzien van het grondwater wijzen wij u erop dat het gebruik of het contact met het verontreinigde grondwater risico’s met zich mee kan brengen.
Onttrekking kan tevens als gevolg hebben dat de grondwaterverontreiniging zich op ongewenste wijze verspreidt.
Bodemopbouw en geohydrologie De regionale geo(hydro)logische bodemopbouw is weergegeven in de afbeeldingen 5 en 6. Afbeelding 4 geeft de ligging van de dwarsdoorsneden weer.
Afbeelding 4: Situering dwarsdoorsneden (bron 4C)
Afbeelding 5: Geohydrologisch model gebaseerd op REGIS II.1 (bron 4C)
216492/R01
6/22
Afbeelding 6: Landelijk model DGM v2.2 (bron 4C)
Het maaiveld van de onderzoekslocatie ligt op circa 8,6 m +NAP (bron 4G). De grondwaterstand van het eerste watervoerende pakket bedraagt regionaal gezien circa 6,5 m +NAP. Regionaal gezien is de stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerend pakket westelijk gericht. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwaterbeschermingsgebied (bron 4F).
216492/R01
7/22
3
HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Hypothese
Chemische parameters (NEN 5740) Voor de onderzoekslocatie is uitgegaan van een 'verdachte locatie' omdat de bodem op de locatie na ontgronding aangevuld is met grond van onbekende kwaliteit en omdat beton en puin is gestort. In de deklaag zijn lichte verontreinigingen met metalen, PAK en minerale olie aangetoond. Het grondwater is verdacht op het voorkomen van arseen en barium. Asbest (NEN 5707) Op het terrein hebben stortactiviteiten plaatsgevonden. Verder is uit voorgaande onderzoeken gebleken dat in de bodem puinresten aanwezig zijn. Naar aanleiding hiervan wordt de locatie als verdacht met betrekking tot asbest in bodem aangemerkt. De (voormalige) kippenschuur is voorzien van asbesthoudende golfplaten, zonder dakgoten. Deze zogenaamde druppelzones worden als verdacht met betrekking tot asbest in de bodem aangemerkt.
Onderzoeksstrategie Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de hypothese is de bovengrond van de locatie conform NEN 5740 onderzocht volgens de strategie voor een ’diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL). Het grondwater is aanvullend onderzocht op arseen. Omdat in het verleden betonplaten (en mogelijk overig stortmateriaal) in de bodem zijn begraven en ophoging met grond van onbekende herkomst heeft plaatsgevonden zijn alle boringen (voor zover dat handmatig mogelijk is) uitgevoerd tot een diepte van circa 3,5 m-mv. De ondergrond van de locatie is eveneens conform NEN 5740 onderzocht volgens de strategie voor een ’diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL). Asbest (NEN 5707) Druppelzone (voormalige) kippenschuur Voor onderzoek van de druppelzones (onverharde bodem in de druppelzone van een asbesthoudend dak of de uitstroomzone van een hemelwaterafvoer op het maaiveld) wordt aangesloten op de NEN 5707- strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Op basis van de tot dusver verkregen informatie is uitgegaan van 2 besmettingszones (de zone waar de bodem potentieel (het meest) belast is met asbest).
Aan weerszijden van het dak zijn representatieve mengmonsters genomen van de toplaag van de bodem (0 - 0,1 m -mv). Grepen zijn genomen door met een spade de toplaag van 10 cm af te steken. Overig terrein Op basis van de hypothese wordt de gehele onderzoekslocatie onderzocht volgens de strategie voor een 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' (VED-HE). Van het opgeboorde materiaal uit de ondergrond zijn 2 aanvullende analyses op asbest in grond ingezet. Indicatief onderzoek puinlaag rondom de voormalige kippenschuur Bij de uitvoering van het veldonderzoek bleek rondom de kippenschuur een pad aanwezig te zijn die grotendeels voorzien is van een puinlaag. In het veld is hiervan een representatief mengmonster samengesteld. Deze is onderzocht op samenstelling met betrekking tot organische parameters (PAK, minerale olie en PCB). Voor de indicatieve bepaling van het uitlooggedrag van het halfverhardingsmateriaal is een beschikbaarheidstest uitgevoerd, waarbij het eluaat is onderzocht op anorganische stoffen (vijftien metalen (As, Ba, Cd, Co, Cr, Cu, Hg,
216492/R01
8/22
Mo, Ni, Pb, Sb, Se, Sn, Va en Zn) en vier anionen (Br, Cl, F en SO4)). Het materiaal is daarnaast visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbest en ter verificatie is een analyse op asbest uitgevoerd.
216492/R01
9/22
4
VELDWERKZAAMHEDEN Opzet
Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De locaties van de onderzoekspunten zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tabel 4: Uitvoeringsgegevens Datum
18 t/m 21 januari 2022 27 januari 2022
Werkzaamheden
Beoordelingsrichtlijn/ protocol
Erkende organisatie
Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten
2000/2001
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
2000/2018
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Nemen van grondwatermonsters
2000/2002
Ortageo Metingen en Controle B.V.
Verantwoordelijk medewerker
R. van Eijken E.A.J. Eeren
R. van Eijken
Ten behoeve van het onderzoek naar het voorkomen van asbest is voor de onverharde terreindelen een maaiveldinspectie uitgevoerd waarbij het maaiveld systematisch is afgezocht op asbestverdacht (plaat)materiaal. De inspectie-efficiëntie is geschat op 50%-70%. Ter plaatse van de verharde en bebouwde terreindelen kon geen maaiveldinspectie worden uitgevoerd. In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur, kleur, humusgehalte). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De opgeboorde grond is met behulp van de oliewater-reactie getest op de aanwezigheid van olie-achtige stoffen. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest in de bodem. Bij de uitvoering van het veldonderzoek is toegang verkregen tot één ruimte in de voormalige kippenschuur. De overige ruimtes waren niet toegankelijk. In het toegankelijke deel is een extra boring uitgevoerd (boring 29). Hiertoe is betonverharding opgebroken. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 5: Overzicht veldwerkprogramma Onderdeel Boringen gestaakt op puin of beton
Aantal
Diepte (m –mv)
10
0,3 à 2,1
01, 07, 08, 09, 11, 12, 15, 17, 23, 28
Nummers
5
2,2 à 2,5
24, 25, 26, 27, 29
12
3,2 à 3,5
02, 03, 05, 06, 10, 13, 14, 16, 18, 19, 20, 21
Boringen met peilbuis
2
4,5
04, 22
1
Proefgaten
28
0,5
01 t/m 28
Monsternamepunten druppelzones
2
0,1
druppelzone1 (oostelijk van de schuur), druppelzone 2 (westelijk van de schuur)
Boringen
1
proefgaten zijn vanaf circa 0,5 m –mv dieper doorgeboord
Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Er is bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB 2000.
216492/R01
10/22
Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw De bodem bestaat tot de maximaal onderzochte diepte van 4,5 m -mv overwegend uit zwak siltig, zwak grindig, matig fijn tot matig grof zand. In de boven- en ondiepe ondergrond blijkt deze zandlaag zwak humeus. In de diepere ondergrond blijkt de zandlaag niet humeus. Op diverse diepten in de ondergrond zijn verder plaatselijk humeuze en niet humeuze, zandige en siltige kleilagen aangetroffen. Visueel waargenomen bijzonderheden Op het maaiveld en/of in de uitkomende grond/materiaal is visueel geen asbestverdacht materiaal (>20 mm) aangetroffen. In de volgende tabel zijn de visueel waargenomen bijzonderheden weergegeven. Tabel 6: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt
Einddiepte (m -mv)
Diepte (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondsoort
01
1,61
0,50 - 1,00
Sporen baksteen
Zand
1,00 - 1,60
Matig baksteenhoudend
Zand
1,60 - 1,61
Gestaakt op puin
-
02
3,50
0,50 - 1,00
Sporen puin
Zand
03
3,50
0,50 - 1,00
Sporen puin
Zand
04
4,50
0,50 - 1,10
Sporen puin
Zand
05
3,50
0,20 - 0,50
Volledig puin
-
06
3,50
0,08 - 0,50
Sporen puin
Zand
1,40 - 2,50
Sporen puin, resten hout
Zand
0,50 - 0,70
Sterk puinhoudend, geen olie-water reactie
Zand
0,70 - 0,71
Gestaakt op puin
-
0,40 - 1,60
Matig puinhoudend
Zand
1,60 - 2,10
Sporen puin
Zand
2,10 - 2,11
Gestaakt op beton
-
0,00 - 0,50
Sporen puin
Zand
0,50 - 1,10
Zwak puinhoudend, sporen kolen
Zand
1,70 - 1,71
Gestaakt op beton
-
0,00 - 0,50
Sporen puin, sporen glas
Zand
1,40 - 1,80
Sporen puin
Zand
2,10 - 3,20
Sporen baksteen
Zand
0,00 - 0,50
Sporen puin
Zand
0,50 - 1,10
Sporen kolen, sporen plastic, sporen puin
Zand
1,50 - 2,00
Sporen puin
Zand
2,00 - 2,01
Gestaakt op beton
-
0,00 - 0,50
Zwak puinhoudend
Zand
0,50 - 1,00
Sporen puin
Zand
1,00 - 1,01
Gestaakt op beton
-
0,00 - 0,60
Sporen puin
Zand
09
10
11
12
13
216492/R01
1,71
3,20
2,01
1,01
3,50
11/22
Tabel 6: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt
Einddiepte (m -mv)
Diepte (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Grondsoort
14
3,50
0,00 - 0,50
Sporen puin
Zand
1,00 - 1,40
Sporen puin
Zand
15
1,51
0,00 - 0,50
Sporen puin
Zand
0,50 - 1,10
Sterk roesthoudend, matig baksteenhoudend
Klei
1,10 - 1,50
Zwak puinhoudend, sporen kolen
Zand
1,50 - 1,51
Gestaakt op baksteen
-
0,00 - 0,50
Sporen puin
Zand
0,50 - 1,10
Sporen puin, sporen plastic, sporen kolen
Zand
0,00 - 0,50
Sporen puin
Zand
0,50 - 1,00
Zwak puinhoudend
Zand
1,00 - 1,40
Sterk roesthoudend, sporen baksteen
Klei
1,40 - 1,50
Sterk baksteenhoudend, geen olie-water reactie
Klei
1,50 - 1,51
Gestaakt op baksteen
-
1,00 - 1,40
Sporen puin
Zand
16
17
3,50
1,51
19
3,50
1,50 - 1,70
zwak puinhoudend
Zand
20
3,50
0,60 - 1,10
sporen baksteen
Klei
1,10 - 1,70
zwak puinhoudend, zwak koolhoudend
Zand
0,50 - 1,00
sporen kolen, zwak puinhoudend, sporen glas
Zand
1,00 - 1,30
sporen baksteen
Klei
0,50 - 1,10
sporen kolen, zwak puinhoudend, sporen glas
Zand
1,10 - 2,00
sporen baksteen
Klei
0,00 - 1,00
brokken baksteen, matig menggranulaat houdend
Zand
1,00 - 1,01
gestaakt i.v.m. puin
-
21
22
23
3,50
4,00
1,01
24
2,30
0,00 - 0,50
brokken baksteen, matig menggranulaat houdend
Zand
25
2,30
0,10 - 0,50
brokken beton
Zand
26
2,20
0,00 - 0,10
brokken baksteen, resten asfalt
-
28
0,31
0,00 - 0,30
brokken baksteen, resten menggranulaat
Zand
0,30 - 0,31
gestaakt i.v.m. beton
-
Resumerend kan worden gesteld dat ter plaatse van de onderzoekslocatie afwisselend zand- en kleilagen aanwezig zijn. Met name op het oostelijke en noordoostelijke terreindeel zijn boringen gestaakt op een diepte van circa 1,0 à 2,0 m -mv i.v.m. puin, baksteen of beton (boringen 07, 08, 09, 11, 12, 15 en 17). In de zand- en kleilagen tot circa 2 m -mv zijn overwegend (zeer) lichte tot matige bijmengingen van puin-, baksteenen koolresten aanwezig. Plaatselijk zijn tevens sporen van plastic- en glasresten aangetroffen. Op boorlocatie 6 bevinden zich hout- en puinresten in de humeuze zandlaag op een diepe van 1,4 – 2,5 m-mv. Op boorlocatie 10 zijn in de diepere bodemlaag van 2,1 tot 3,2 m -mv nog sporen baksteen aanwezig. Ter hoogte van de voormalige kippenschuur lijkt de oorspronkelijke bodem aanwezig te zijn (boringen 23 t/m 29). Hier is vanaf circa 0,5 m-mv ongeroerd zand aanwezig. Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in onderstaande tabel. De zuurgraad en het geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie.
216492/R01
12/22
Tabel 7: Bijzonderheden en resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis
Monstercode
Filterstelling (m –mv)
Waargenomen bijzonderheden
04-1
04-1-1
3,50 - 4,50
22-1
22-1-1
3,50 - 4,50
216492/R01
Grondwaterstand (m -mv)
Zuurgraad (pH)
Geleidingsvermogen (µs/cm)
Troebelheid (NTU)
-
2,67
7,0
415
7,2
-
1,79
6,9
555
6,8
13/22
5
LABORATORIUMONDERZOEK Analyseprogramma
Chemische parameters (NEN 5740) Op basis van de visuele waarnemingen (grondsoort, kleur, aard en hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn grond(meng)monsters samengesteld. Vanwege diversiteit aan grondsoorten en de mate van bijmengingen van bodemvreemde stoffen zijn ten opzichte van de onderzoeksopzet 2 extra grondmonsters ingezet voor laboratoriumonderzoek op een standaardpakket voor grondmonsters. In de voormalige kippenschuur is een extra boring uitgevoerd. De bovengrond onder de betonverharding is aanvullend geanalyseerd op een standaardpakket voor grondmonsters (grondmonster M14). Uit de resultaten hiervan bleek deze bovengrond sterk verontreinigd met koper. Naar aanleiding hiervan is een extra analyse op koper ingezet van de bodemlaag onder de sterk verontreinigde bovengrond (29-3). In verband met de overschrijding van de interventiewaarde voor lood in mengmonster M5 is aanvullend laboratoriumonderzoek ingesteld waarbij de individuele deelmonsters uit dit mengmonster separaat geanalyseerd zijn op lood. In de volgende tabel is een overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het uitgevoerde analyseprogramma weergegeven.
Tabel 8: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel
Monstercode
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
Bovengrond
M1
0,00 - 0,50
01-1, 02-1, 03-1, 04-1
-
Standaardpakket grond1
M2
0,00 - 0,50
09-1, 10-1, 13-1, 14-1
sporen puin, sporen glas
Standaardpakket grond
M3
0,00 - 0,50
11-1, 12-1, 15-1, 16-1, 17-1
sporen tot zwak puinhoudend
Standaardpakket grond
M4
0,00 - 0,50
18-1, 19-1, 20-1, 21-1, 22-1
-
Standaardpakket grond
M53
0,00 - 0,50
23-1, 24-1, 25-1, 28-1
brokken baksteen, zwak tot matig menggranulaat houdend, brokken beton
Standaardpakket grond
23-1
0,00 - 0,50
23-1
brokken baksteen, matig menggranulaat houdend
Lood
24-1
0,00 - 0,50
24-1
brokken baksteen, matig menggranulaat houdend
Lood
25-1
0,10 - 0,50
25-1
brokken beton
Lood
26-2
0,10 - 0,50
26-2
-
Lood
27-2
0,20 - 0,50
27-2
-
Lood
28-1
0,00 - 0,30
28-1
brokken baksteen, resten menggranulaat
Lood
Bovengrond vml. kippenschuur
M14
0,08 - 0,60
29-1, 29-2
-
Standaardpakket grond
Ondergrond
29-3
0,60 - 1,10
29-3
bodemlaag onder de sterk met koper verontreinigde bodemlaag in de vml. kippenschuur
Koper
Uitsplitsing M5
216492/R01
14/22
Tabel 8: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel
Grondwater
Monstercode
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Waargenomen bijzonderheden
Analysepakket
M6
0,50 - 1,80
05-3, 06-2, 10-2, 13-4, 14-2, 18-2
-
Standaardpakket grond
M7
0,50 - 1,00
01-2, 02-2, 03-2, 04-2, 12-2, 17-2
sporen tot zwak puinhoudend, sporen baksteen
Standaardpakket grond
M8
0,50 - 1,50
09-2, 11-2, 15-3, 16-2, 21-2, 22-2
sporen kolen, sporen tot zwak puinhoudend, sporen glas, sporen plastic
Standaardpakket grond
M9
1,00 - 1,70
14-3, 18-3, 19-5, 20-3
sporen tot zwak puinhoudend, zwak koolhoudend
Standaardpakket grond
M10
0,50 - 1,50
01-3, 07-2, 08-2
matig tot sterk puinhoudend, matig baksteenhoudend
Standaardpakket grond
M11
1,50 - 3,00
06-4, 06-5, 08-4, 10-6, 10-7, 11-4
sporen puin, sporen baksteen
Standaardpakket grond
M12
0,50 - 1,50
15-2, 17-3, 20-2, 21-3, 22-3
Sporen tot matig baksteenhoudend
Standaardpakket grond
M13
0,60 - 2,50
03-4, 05-6, 09-3, 13-2, 14-4, 18-4, 19-6
-
Standaardpakket grond
M15
0,90 - 3,00
02-4, 04-4, 06-6, 14-6, 16-4, 18-6, 22-6, 24-3, 26-4, 29-4
-
Standaardpakket grond
04-1-1
3,50 - 4,50
-
-
Standaardpakket grondwater2 inclusief arseen
22-1-1
3,50 - 4,50
-
-
Standaardpakket grondwater inclusief arseen
1
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte
2
Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl en VC) en minerale olie
3
Mengmonster M5 betreft het zand uit de puinlaag rondom de vml. kippenschuur t.p.v. de boringen 23, 24, 25 en 28
Asbest (NEN 5707) Op basis van de visuele waarnemingen en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn in het veld grond(meng)monsters samengesteld. In de volgende tabel is het analyseprogramma voor asbest weergegeven. Tabel 9: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5707 Monster-code
Onderzoekspunten
Traject (m -mv)
Visuele waarnemingen / omschrijving
Analysepakket
01 02 03 04 07 08
0,5 – 1,6 0,5 – 1,0 0,5 – 1,0 0,5 – 1,1 0,5 – 0,7 0,4 – 2,1
Sporen tot sterk baksteen en puinhoudend / visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Grond Asm 1-1
216492/R01
15/22
Tabel 9: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5707 Monster-code
Onderzoekspunten
Traject (m -mv)
Visuele waarnemingen / omschrijving
Analysepakket
Asm 2-1
01 02 03 04 07 08
0,0 – 0,5 0,0 – 0,5 0,0 – 0,5 0,0 – 0,5 0,08 – 0,5 0,08 – 0,5
Geen bodemvreemde stoffen aangetroffen / visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Asm 3-1
17 18 19 20 21 22
0,5 – 1,0 1,0 – 1,4 1,5 – 1,7 1,1 – 1,7 0,5 – 1,0 0,5 – 1,1
Sporen tot zwak puinhoudend, sporen tot zwak koolhoudend, sporen glas / visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Asm 4-1
17 t/m 22
0,0 – 0,5
Sporen puin / visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Asm 5-1
06 09 11 12
0,08 – 0,5 0,0 – 0,5 0,0 – 0,5 0,0 – 0,5
Sporen tot zwak puinhoudend / visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Asm 6-1
09 10 11 14 15 16
0,5 – 1,1 1,4 – 1,8 0,5 – 1,1 1,0 – 1,4 1,1 – 1,5 0,5 – 1,1
Sporen tot zwak puinhoudend, sporen kolen, sporen plastic / visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Asm 7-1
10, 13, 14, 15, 16
0,0 – 0,5
Sporen puin, sporen glas / visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Druppelzone1-1
-
0,0 – 0,1
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Druppelzone2-1
-
0,0 – 0,1
Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Asbest in grond
Indicatief onderzoek puinlaag rondom de voormalige kippenschuur In de volgende tabel is het analyseprogramma voor het indicatief onderzoek van de puinlaag weergegeven. Tabel 10: Samenstelling mengmonster en analyseprogramma fundatieonderzoek Monstercode
Onderzoeks punten
Traject (m -mv)
Visuele waarnemingen / omschrijving
Analysepakket
23 24 25 26 28
0,0 – 1,0 0,0 – 0,5 0,1 - 0,5 0,0 – 0,1 0,0 – 0,3
Puinlaag: mengsel van grond, grind, brokken baksteen en beton, menggranulaat, gravel en plaatselijk asfaltresten / visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen
Cryogeen malen, gehalten PAK, minerale olie en PCB, schudproef (L/S=10, pH=7) en analyse eluaat op anorganische stoffen (15 metalen en 4 anionen)
Puinlaag MM puinlaag rondom vml. kippenschuur
MM Asbest in Puin
Asbest in puin
Analyseresultaten De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4.
216492/R01
16/22
5.2.1 Chemische parameters Grond De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In deze paragraaf zijn de resultaten samengevat. In de tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen het gestandaardiseerde gemeten gehalte en de achtergrondwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grond) en tussen de gemeten concentratie en de streefwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grondwater). Een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde. Hoe dichter de index in de buurt van de 1 komt, hoe dichter de interventiewaarde wordt benaderd. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden. De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven waarbij ook de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het (meng)monster zijn weergegeven. Daarnaast zijn de grondanalyses indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) ter bepaling van de indicatieve bodemkwaliteitsklasse. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5.
Tabel 11: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Monstercode
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de Achtergrondwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
M1
0,00 - 0,50
-
lood (0,03) PAK (0,06)
-
-
Klasse wonen
M2
0,00 - 0,50
sporen puin, sporen glas
PCB (-) PAK (0,12)
-
-
Klasse wonen
M3
0,00 - 0,50
sporen tot zwak puinhoudend
PCB (0,01) lood (0,01)
-
-
Altijd toepasbaar
M4
0,00 - 0,50
-
PCB (0,01)
-
-
Altijd toepasbaar
M5
0,00 - 0,50
brokken baksteen, zwak tot matig menggranulaat houdend, brokken beton
PCB (0,01) minerale olie (0,05) zink (0,22) kwik (-) PAK (0,18)
-
lood (2,02)
Niet toepasbaar > interventiewaarde
23-1
0,00 - 0,50
brokken baksteen, matig menggranulaat houdend
lood (0,11)
-
-
Klasse wonen
24-1
0,00 - 0,50
brokken baksteen, matig menggranulaat houdend
lood (0,01)
-
-
Klasse wonen
25-1
0,10 - 0,50
brokken beton
lood (0,03)
-
-
Klasse wonen
26-2
0,10 - 0,50
-
lood (0,02)
-
-
Klasse wonen
27-2
0,20 - 0,50
-
-
-
-
Altijd toepasbaar
28-1
0,00 - 0,30
brokken baksteen, resten menggranulaat
lood (0,13)
-
-
Klasse wonen
M14
0,08 - 0,60
-
zink (0,02)
-
koper (1,23)
Niet toepasbaar > interventiewaarde
29-3
0,60 - 1,10
bodemlaag onder de sterk met koper
-
-
-
Altijd toepasbaar
216492/R01
Indicatief oordeel Bbk
17/22
Tabel 11: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Monstercode
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
Overschrijding van de Achtergrondwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
Indicatief oordeel Bbk
verontreinigde bodemlaag in de vml. kippenschuur M6
0,50 - 1,80
-
PAK (0,04)
-
-
Klasse wonen
M7
0,50 - 1,00
sporen tot zwak puinhoudend, sporen baksteen
kwik (-) lood (0,08)
-
-
Altijd toepasbaar
M8
0,50 - 1,50
sporen kolen, sporen tot zwak puinhoudend, sporen glas, sporen plastic
zink (0,01) lood (-) PAK (-)
-
-
Klasse wonen
M9
1,00 - 1,70
Sporen tot zwak puinhoudend, zwak koolhoudend
minerale olie (0,01) PAK (0,16)
-
-
Klasse industrie
M10
0,50 - 1,50
matig tot sterk puinhoudend, matig baksteenhoudend
PCB (0,01) minerale olie (0,07) PAK (0,03)
-
-
Niet toepasbaar > industrie
M11
1,50 - 3,00
sporen puin, sporen baksteen
minerale olie (0,11) lood (0,08) PAK (0,02)
-
-
Niet toepasbaar > industrie
M12
0,50 - 1,50
Sporen tot matig baksteenhoudend
lood (0,03) PAK (0,14)
-
-
Klasse wonen
M13
0,60 - 2,50
-
PAK (0,01)
-
-
Altijd toepasbaar
M15
0,90 - 3,00
-
-
-
-
Altijd toepasbaar
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Index = (gestandaardiseerde meetwaarde- achtergrondwaarde) / (interventiewaarde – achtergrondwaarde)
In mengmonster M5 is in eerste instantie een sterke verontreiniging met lood aangetoond (overschrijding interventiewaarde). Uit het aanvullend laboratoriumonderzoek waarbij individuele deelmonsters separaat geanalyseerd zijn op lood blijken nog lichte verontreinigingen met lood. In de bovengrond op boorlocatie 29 in de voormalige kippenschuur, is een sterke verontreiniging met koper aangetoond. In de bodemlaag hieronder is geen verontreiniging met koper aangetoond. Verder blijkt de boven- en ondergrond van de gehele onderzoekslocatie licht verontreinigd met diverse zware metalen, PCB, PAK en minerale olie. De verhoogde gehalten zijn te relateren aan het voorkomen van bodemvreemde stoffen.
216492/R01
18/22
Grondwater De toetsingsresultaten van de grondwateranalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven. Tabel 12: Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwater Monstercode
Traject (m -mv)
Waargenomen bijzonderheden
04-1-1
3,50 - 4,50
22-1-1
3,50 - 4,50
Overschrijding van de streefwaarde (index1 < 0,5)
tussenwaarde (index1 >0,5)
interventiewaarde (index1 >1)
-
arseen (0,2)
-
-
-
barium (0,23)
-
-
-
= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond
1
Index = (gestandaardiseerde meetwaarde - streefwaarde) / (interventiewaarde - streefwaarde)
De gemeten concentraties aan arseen en barium bevinden zich nog beneden de tussenwaarde. Uit resultaten van uitgevoerde grondwatermonitoringen (periode van circa 2000 tot 2002) blijkt dat deze parameters eveneens in het grondwater zijn aangetroffen.
5.2.2 Asbest Druppelzones In de toplaag van de druppelzone 1 (oostelijk voormalige kippenschuur) is een totaal gewogen asbestgehalte van 120 mg/kg d.s. gemeten. In de toplaag van druppelzone 2 (westelijk voormalige kippenschuur) is een totaal gewogen asbestgehalte van 644 mg/kg d.s. gemeten. Deze gehalten overschrijding de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. Asbest in bovengrond en ondergrond overig terrein In grondmengmonster Asm3-1 (mengmonster van de opgeboorde ondergrond van de boringen 17 t/m 22, westelijk deel weiland) is een gewogen asbestgehalte van 59,8 mg/kg d.s. gemeten. Er is sprake van pakkingmateriaal, niet hechtgebonden asbest 30-60 % chrysotiel. Dit gehalte dient als indicatief te worden beschouwd. Tot dusver is niet bekend welke boring of boringen verantwoordelijk zijn voor dit verhoogde asbestgehalte. In de overige grondmengmonsters is asbest niet aangetoond.
5.2.3 Indicatief onderzoek puinlaag rondom de voormalige kippenschuur De toetsingstabel is opgenomen in bijlage 5. In het mengmonster van de puinlaag is een totaal gewogen asbestgehalte van 64 mg/kg d.s. gemeten. Het gehalte ligt beneden de hergebruiksnorm van 100 mg/kg d.s. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de puinlaag voldoet aan de eisen voor een niet-vormgegeven bouwstof en komt in aanmerking voor hergebruik.
Toetsing aan de gestelde hypothesen Chemische parameters (NEN 5740) De hypothese 'verdachte locatie' voor zowel de bovengrond als de ondergrond wordt aangenomen omdat er verontreinigende parameters zijn aangetoond in gehalten boven de betreffende achtergrondwaarde en interventiewaarde in concentraties boven de betreffende streefwaarde. Asbest (NEN 5707) Druppelzones De hypothese ‘verdachte locatie’ wordt aangenomen omdat asbest is aangetoond in de bodem.
216492/R01
19/22
Asbest in ondergrond overig terrein De hypothese ‘verdachte locatie’ voor de ondergrond wordt aangenomen omdat asbest is aangetoond in de bodem.
Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek Chemische parameters (NEN 5740) In de bovengrond in de voormalige kippenschuur (boring 29) wordt de interventiewaarde voor koper overschreden, waardoor niet met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit vormt een aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek naar de mate, ernst en omvang van de verontreiniging. Verder zijn voor het overige terrein geen chemische parameters aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde. Dit houdt in dat er op basis van de Wet bodembescherming voor het overig terrein geen aanleiding is voor het uitvoeren van nader onderzoek. Asbest (NEN 5707) Druppelzones In de toplaag van de 2 druppelzones zijn totaal gewogen asbestgehalte van 120 en 644 mg/kg d.s. gemeten. De verontreinigde druppelzones bevinden zich aan weerszijden van de voormalige kippenschuur. Omdat de interventiewaarde voor asbest wordt overschreden (100 mg/kg d.s.), kan op basis van dit verkennend bodemonderzoek reeds worden geconcludeerd dat in het kader van de Wet bodembescherming sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit betekent dat er sprake is van een noodzaak tot het uitvoeren van een bodemsanering.
Asbest in grond overig terrein In één mengmonster van de opgeboorde ondergrond van de boringen 17 t/m 22 (westelijk deel weiland) is een gewogen asbestgehalte van 59,8 mg/kg d.s. gemeten. Dit gehalte dient als indicatief te worden beschouwd. Tot dusver is niet bekend welke boring of boringen verantwoordelijk zijn voor dit verhoogde asbestgehalte. Het indicatief (gewogen) gehalte asbest is groter dan de helft van de interventiewaarde (> 50 mg/kg d.s. (gewogen)). Dit geeft aanleiding tot het instellen van een nader bodemonderzoek ter bepaling van het gehalte asbest. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat het gewogen gehalte aan asbest de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) overschrijdt, is sanering noodzakelijk.
216492/R01
20/22
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Schraven Hoveniers B.V. is door Ortageo Zuidoost B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Oosterweg 279 in Wijchen. Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van het terrein (van bedrijfsbestemming naar woonbestemming) en aanvraag van een omgevingsvergunning (nieuwbouw van woningen). Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN-normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. Strategie Chemische parameters (NEN 5740) De bovengrond van de locatie is onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HE-NL).
Omdat in het verleden betonplaten en mogelijk overig stortmateriaal in de bodem zijn begraven en ophoging met grond van elders heeft plaatsgevonden zijn alle boringen (voor zover dat handmatig mogelijk is) uitgevoerd tot een diepte van circa 3,5 m-mv en is de ondergrond eveneens onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED-HENL). Asbest (NEN 5707) Druppelzone (voormalige) kippenschuur Voor onderzoek van de druppelzones (onverharde bodem in de druppelzone van een asbesthoudend dak of de uitstroomzone van een hemelwaterafvoer op het maaiveld) is aangesloten bij de NEN 5707-strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Overig terrein Het overige terrein is onderzocht volgens de strategie voor een 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' (VED-HE). Van het opgeboorde materiaal uit de ondergrond zijn 2 extra analyses op asbest in grond ingezet. Indicatief onderzoek puinlaag rondom de voormalige kippenschuur Bij de uitvoering van het veldonderzoek bleek rondom de voormalige kippenschuur een pad aanwezig te zijn dat grotendeels voorzien is van een puinlaag.
Om een indicatie te verkrijgen in de eventuele hergebruiksmogelijkheden van dit materiaal is deze laag indicatief onderzocht op samenstelling, uitlooggedrag en asbest. Resultaten Vaste bodem Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn afwisselend zand- en kleilagen aanwezig. Met name op het oostelijke en noordoostelijke terreindeel zijn boringen gestaakt op een diepte van circa 1,0 à 2,0 m -mv i.v.m. puin, baksteen of beton. In de zand- en kleilagen tot circa 2 m -mv zijn overwegend (zeer) lichte tot matige bijmengingen van puin-, baksteen- en koolresten aangetroffen. Plaatselijk zijn tevens plastic-, glas- en houtresten aanwezig. Plaatselijk zijn de bodemvreemde stoffen dieper aangetroffen, tot circa 2,5 à 3,2 m -mv. Ter hoogte van de voormalige kippenschuur lijkt de oorspronkelijke bodem aanwezig te zijn. Hier is vanaf circa 0,5 m-mv ongeroerd zand aanwezig.
216492/R01
21/22
Een van de boringen is in de voormalige kippenschuur uitgevoerd (boring 29). In de bovengrond hiervan is een sterke verontreiniging met koper aangetoond. In de bodemlaag hieronder is geen verontreiniging met koper aangetoond. Verder blijkt de boven- en ondergrond van de gehele onderzoekslocatie overwegend licht verontreinigd met diverse zware metalen, PCB, PAK en minerale olie. Asbest in grond Druppelzone (voormalige) kippenschuur In de toplaag van de 2 druppelzones zijn totaal gewogen asbestgehalte van 120 en 644 mg/kg d.s. gemeten. De verontreinigde druppelzones bevinden zich aan weerszijden van de voormalige kippenschuur. Omdat de interventiewaarde voor asbest wordt overschreden (100 mg/kg d.s.), kan op basis van dit verkennend bodemonderzoek reeds worden geconcludeerd dat in het kader van de Wet bodembescherming sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit betekent dat er sprake is van een noodzaak tot het uitvoeren van een bodemsanering. Overig terrein In één mengmonster van de opgeboorde ondergrond van het westelijke deel van het weiland is een gewogen asbestgehalte van 59,8 mg/kg d.s. gemeten. Dit gehalte dient als indicatief te worden beschouwd. Tot dusver is niet bekend welke boring of boringen verantwoordelijk zijn voor dit verhoogde asbestgehalte.
Het indicatief (gewogen) gehalte asbest is groter dan de helft van de interventiewaarde (> 50 mg/kg d.s. (gewogen)). Dit geeft aanleiding tot het instellen van een nader bodemonderzoek ter bepaling van het gehalte asbest. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat het gewogen gehalte aan asbest de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) overschrijdt, is sanering noodzakelijk. Grondwater Het grondwater op het oostelijke terreindeel blijkt licht verontreinigd met arseen. Het grondwater op het westelijke terreindeel blijkt licht verontreinigd met barium. Indicatief onderzoek puinlaag rondom de voormalige kippenschuur In het mengmonster van de puinlaag is een totaal gewogen asbestgehalte van 64 mg/kg d.s. gemeten. Het gehalte ligt nog beneden de hergebruiksnorm van 100 mg/kg d.s. Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de puinlaag wat betreft de chemische parameters voldoet aan de eisen voor een niet-vormgegeven bouwstof en in aanmerking komt voor hergebruik. Conclusies In de bovengrond in de voormalige kippenschuur (boring 29) wordt de interventiewaarde voor koper overschreden, waardoor niet met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat op de locatie geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit vormt een aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek naar de mate, ernst en omvang van de verontreiniging.
Ter plaatse van de druppelzones aan weerszijden van de voormalige kippenschuur is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Verder blijkt in de ondergrond (vanaf circa 0,5 m -mv) van het westelijke deel van de onderzoekslocatie een asbestgehalte boven de helft van de interventiewaarde, wat aanleiding geeft tot het instellen van een nader bodemonderzoek asbest. Zolang er echter geen grondwerkzaamheden dieper dan 0,5 m-mv plaatsvinden op dit deel van de locatie, is de uitvoering van een nader bodemonderzoek niet urgent. Behalve de bovengenoemde verontreinigingen zijn er verder geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding geven tot nader bodemonderzoek. Aanbevelingen Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt nader onderzoek aanbevolen voor het onderstaande: • Nader bodemonderzoek naar de koperverontreiniging in de bovengrond in de voormalige kippenschuur. • Nader bodemonderzoek asbest op het westelijke terreindeel indien hier dieper dan 0,5 m-mv gegraven gaat worden.
216492/R01
22/22
BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie
216492
1 7 8 0 0 0
1 7 9 0 0 0
1 8 0 0 0 0
1 8 1 0 0 0
1 8 2 0 0 0
4 2 6 0 0 0
4 2 5 0 0 0
4 2 4 0 0 0
4 2 3 0 0 0
4 2 2 0 0 0
±
4 2 1 0 0 0
L e g e n d a o n d e rzo e k slo ca tie
0
1 2 5 2 5 0
5 0 0
7 5 0
1 .0 0 0 M e te r
P ro je c tn a a m :
V e rk e n n e n db o d e m o n d e rz o e k O o s te rw e g2 7 9inW ijc h e n T ite l:
R e g io n a lelig g in go n d e rz o e k s lo c a tie O p d ra c h tg e v e r:
S c h ra v e nH o v e n ie rsB .V . S c h a a l:
P ro je c tn u m m e r:
B ijla g e :
F o rm a a t:
1 :2 5 .0 0 0
2 1 6 4 9 2
1
A 4
G e te k e n d :
D a tu m te k e n in g :
J .W e s te rin k
2 5 -0 1 -2 0 2 2
D :\O R T \2 1 6 4 9 2 _ V 1 .0 \2 1 6 4 9 2 _ V 1 .0 .a p rx
BIJLAGE 2 Situatietekening met onderzoekspunten
216492
1 8 0 0 8 0
1 8 0 1 0 0
1 8 0 1 2 0
1 8 0 1 4 0
1 8 0 1 6 0
1 8 0 1 8 0
1 8 0 2 0 0
1 8 0 2 2 0
+++ +
1 8 0 0 6 0
1 8 0 2 4 0
1 8 0 2 6 0 4 8 9
H4 0 4 4
4 2 3 5 2 0
+++
6 5
2 7
1 8 0 2 8 0
H4 0 4 3 4 2 3 5 0 0
2 6
H4 6 9 0
4 2 3 4 8 0
±
2 8 d ru p p e lzo n e1
d ru p p e lzo n e2
2 1
1 :5 .0 0 0
1 6
4 7 9
2
2 5
g e sta a k t
7 8
p ro e fg a ta sb e st
1 5
b o rin gto t0 ,3á2 ,1m -m v
1 7
1
b o rin gto t2 ,2á2 ,5m -m v
1 4
1 9 3
L e g e n d a
2 0
2 9
2 3
4 2 3 4 6 0
2 2
4
1 2
1 8
2 4
b o rin gto t3 ,5m -m v p e ilb u is fo to h o e k
4 2 3 4 4 0
1 3
9
1 0
9
v o o rm a lig ek ip p e n sch u u r
1 1
H4 6 9 1
b e to n
1 5
g ra s
1 0 1 3
H5 1 3 9
4 2 3 4 2 0
d ru p p e lzo n e
1 4
1 7 1 8
H5 0 4 4
k lin k e rs 1 6
p u in
0 9
te g e ls
0 6
o n d e rzo e k slo ca tie
1 2 4 2 3 4 0 0
p e rce e l
H5 0 7 2
b e b o u w in g
0 7
H4 6 9 2
0 5
2 7 7
0 8
2 7 9
H5 0 7 0
H5 0 7 1
4 2 3 3 8 0
0 4 O ost erw eg
±
0 3
0
3 ,7 5 7 ,5
1 5
2 2 ,5
3 0 M e te r
P ro je c tn a a m :
4 2 3 3 6 0
V e rk e n n e n db o d e m o n d e rz o e k O o s te rw e g2 7 9inW ijc h e n
0 1
T ite l:
S itu a tie te k e n in gm e to n d e rz o e k s p u n te n
H4 9 8 4
0 2
O p d ra c h tg e v e r:
S c h ra v e nH o v e n ie rsB .V . 4 2 3 3 4 0
H4 6 9 5
S c h a a l:
P ro je c tn u m m e r:
B ijla g e :
F o rm a a t:
1 :7 5 0
2 1 6 4 9 2
2
A 3
G e te k e n d :
D a tu m te k e n in g :
J .W e s te rin k
1 8 -0 2 -2 0 2 2
H4 6 9 3 3 0 0 k a a rtb ro n :S o u rc e :E s ri,M a x a r,G e o E y e ,E a rth s ta rG e o g ra p h ic s ,C N E S /A irb u sD S ,U S D A ,U S G S ,A e ro G R ID ,IG N ,a n dth eG ISU s e rC o m m u n ity
H 4 6 9 4
D :\O R T \2 1 6 4 9 2 _ V 1 .0 \2 1 6 4 9 2 _ V 1 .0 .a p rx
BIJLAGE 3 Bodemprofielbeschrijvingen
216492
216492
Meetpunt: 01
Meetpunt: 02
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 18-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 18-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30 0
0
gras
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindig, donkerbruin 1
100
100
100
150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen puin, geen olie-water reactie, donkergrijs
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, matig baksteenhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
3
50
50 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donker bruingrijs
2
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk grindig, geen olie-water reactie, donkerbruin, 0,0>20 t: 60,6
1
50
50
gras
Klei, matig siltig, geen olie-water reactie, licht oranjegrijs 3
150 160 161
160
Gestaakt op puin
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs 4 200
200
Klei, sterk zandig, sporen roest, geen olie-water reactie, licht oranjegrijs
5
250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, oranjegeel 6
300
7
350
350
Projectlocatie: Oosterweg 279, Wijchen
Projectcode: 216492
Opdrachtgever: Schraven Hoveniers B.V.
Pagina:1 / 12
Meetpunt: 03
Meetpunt: 04
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 18-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 18-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30 0
0
gras
1
50
50
50
50
100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen puin, geen olie-water reactie, donkergrijs
2
100 Klei, matig zandig, zwak humeus, laagjes zand, geen olie-water reactie, donkergrijs
3
110
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht geelgrijs 3
150
150
4
4
200
200
200
200 Klei, matig siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, licht oranjegrijs
Klei, matig siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, licht oranjegrijs
5
5
250
250
6
6 290
290
Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, oranjegeel
300
Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, oranjegeel
300
7
350
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, geen olie-water reactie, donkerbruin, 0,0>20 t: 61,8
1
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen puin, brokken klei, geen olie-water reactie, donkergrijs
2
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk grindig, geen olie-water reactie, donkerbruin, 0,0>20 t: 60,6
7
350
350
400
450
450
Projectlocatie: Oosterweg 279, Wijchen
Projectcode: 216492
Opdrachtgever: Schraven Hoveniers B.V.
Pagina:2 / 12
Meetpunt: 05
Meetpunt: 06
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 20-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 20-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30 0
0
beton
0
0
8
1
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht geelbruin
50
50
50
50 Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker bruingrijs
3
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, sporen puin, geen olie-water reactie, licht geelbruin, 0,3>20 t: 61,4
1
Volledig puin, geen olie-water reactie, 8,3>20 t: 43,8
2
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker bruingrijs
2
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht geelgrijs
110
Klei, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker bruingrijs
4
beton
8
3 140
150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, resten hout, sporen puin, geen olie-water reactie, donker grijsbruin
150
5
4
200
200
200 Klei, matig zandig, geen olie-water reactie, licht bruingrijs
6
5
250
250
7
300
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, lichtgrijs
6
300
8
350
250
250 Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, lichtgrijs
7
350
350
350
Projectlocatie: Oosterweg 279, Wijchen
Projectcode: 216492
Opdrachtgever: Schraven Hoveniers B.V.
Pagina:3 / 12
Meetpunt: 07
Meetpunt: 08
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 18-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 18-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30 0
0
klinker
0
0
8
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsgeel, 0,0>20 t: 61,2
1
klinker
8
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht grijsgeel, 0,0>20 t: 48,7
1 40
50
50 2
70 71
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, matig puinhoudend, geen olie-water reactie, donker bruingrijs
50 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sterk puinhoudend, geen olie-water reactie, donker bruingrijs
2
Gestaakt op puin 100
3
150 160
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, sporen puin, geen olie-water reactie, grijsbruin
4 200 210 211
Gestaakt op beton
Meetpunt: 09
Meetpunt: 10
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 20-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 20-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30 0
0
gras
1
50
50
50
50
100
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen puin, sporen glas, geen olie-water reactie, donkerbruin, 0,3>20 t: 61,3
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, sporen kolen, geen olie-water reactie, donkerbruin
2
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen puin, geen olie-water reactie, donkerbruin, 0,4>20 t: 63,0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, brokken klei, geen olie-water reactie, donkerbruin
2
100 110
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak grindig, geen olie-water reactie, donkerbruin
3
3 140
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk grindig, sporen puin, geen olie-water reactie, lichtgrijs
150 4 170 171
Gestaakt op beton
180
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgeel
5 200 210
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donkerbruin
6
250
7
300 8 320 321
Puin ingevallen geen zuigerboor
Projectlocatie: Oosterweg 279, Wijchen
Projectcode: 216492
Opdrachtgever: Schraven Hoveniers B.V.
Pagina:4 / 12
Meetpunt: 11
Meetpunt: 12
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 20-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 20-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30 0
0
gras
1
50
50
50
50
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen puin, geen olie-water reactie, neutraalbruin
2
100
100 101
Gestaakt op beton
110
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, grijsgeel
3 150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen puin, geen olie-water reactie, neutraalbruin
4
200
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak puinhoudend, brokken klei, geen olie-water reactie, donkerbruin, 0,5>20 t: 61,3
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen kolen, sporen plastic, sporen puin, geen olie-water reactie, donkerbruin
2
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen puin, geen olie-water reactie, donkerbruin, 0,4>20 t: 63,0
200 201
Gestaakt op beton
Projectlocatie: Oosterweg 279, Wijchen
Projectcode: 216492
Opdrachtgever: Schraven Hoveniers B.V.
Pagina:5 / 12
Meetpunt: 13
Meetpunt: 14
Boormeester: Roel van Eijken Datum meting: 20-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30
Boormeester: Emanuel Eeren Datum meting: 20-1-2022 Peilen in cm t.o.v. maaiveld Lengte (m): 0,30 Breedte (m): 0,30 0
0
gras
1
50
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen puin, geen olie-water reactie, donkerbruin, 0,4>20 t: 63,0