Bijlagen bij regels_Bijlage 2 Cultuurhistorsiche effectanalyse
Tekst van het document
Gemeente Wijchen Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Auteur: E.A.M. de Boer
Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) BAAC-rapport nr. V-21.1132a
1
21 februari 2022
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Versie: 1.2
Cultuurhistorische Effectrapportage
2
Colofon ISSN: Auteur: Veldmedewerkers: Cartografie: Redactie:
1873-9350 mw. E.A.M. de Boer, MSc, MA mw. E.A.M. de Boer, MSc, MA mw. E.A.M. de Boer, MSc, MA dhr. drs. J.F. van der Weerden
© BAAC, ’s-Hertogenbosch (2022) BAAC aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
BAAC Onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 E-mail: denbosch@baac.nl
3
Postbus 2015 7420 AA Deventer
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Cultuurhistorische Effectrapportage
4
Inhoud Samenvatting
7
1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.1.1 Aanleiding en informatie 1.1.2 Beleidskader 1.1.3 Kwaliteitsborging 1.2 Doel- en vraagstelling 1.3 Situering van het plan- en onderzoeksgebied 1.4 Toekomstige ontwikkeling 1.5 Administratieve gegevens
9 9 9 9 9 9 10 11 12
2 Bureauonderzoek 2.1 Werkwijze 2.2 Landschap 2.3 Bewoningsgeschiedenis 2.3.1 Inleiding 2.3.2 Historie 2.3.3 Huidige situatie 2.4 Cultuurhistorische gegevens
15 15 15 18 18 18 22 26
3 Historisch-geografische waarden
29
4 Conclusie en aanbevelingen
33
5 Geraadpleegde bronnen
35
Bijlagen Bijlage 1
39
5
Geologische en archeologische tijdsperioden
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Cultuurhistorische Effectrapportage
6
Samenvatting In opdracht van ErfGoed BV heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) uitgevoerd in het plangebied Kerkenweide te Bergharen. Het plangebied maakte lange tijd deel uit van een relatief open akkergebied, omgeven door een vrij ijl bebouwingslint aan de noord-, oost- en zuidzijde. Specifiek vormden de Hervormde kerk ten westen van het plangebied en later ook de Katholieke kerk ten noordoosten van het plangebied ijkpunten in het landschap. Hoewel de bebouwingslinten als gevolg van de begroeiing op de erven en langs de wegen een vrij gesloten karakter hebben gehad, was andersom vanaf de omringende wegen sprake van zichtlijnen op het plangebied. De aanwezigheid van een netwerk van kerkenpaden in en langs het plangebied zorgde er verder voor dat het plangebied toegankelijk en beleefbaar was en de overgang tussen de bebouwde omgeving en het omringende gebied geleidelijk. In de loop van de 20e eeuw zijn de bestaande bebouwingslinten steeds verder verdicht als gevolg van zowel de toenemende bebouwing als door de plaatsing van heggen en schuttingen. Ook het zuidelijke deel van het plangebied is daarbij bebouwd geraakt. De bouw van het klooster ten noorden van het plangebied in het begin van de vorige eeuw was het begin van een ontwikkeling waarbij de akkers tussen de bebouwingslinten langzamerhand bebouwd raakten.
De oude paden door het plangebied zijn verdwenen, evenals de zichtlijnen vanaf de omringende wegen. Uitzondering hierop vormen de gaten in de oude bebouwingslinten tussen de Veldsestraat 6 en 10 in het zuiden van het plangebied en tussen de Dorpsstraat 20 en het Uilengat 5 ten noordwesten van het plangebied. De overgang tussen de bebouwde omgeving van het omringende agrarische gebied is overwegend scherp. In het plangebied zijn geen bouwhistorische waarden aanwezig. Op basis van het onderzoek geldt voor het plangebied een gemiddelde waardering van de historische geografische waarde. Specifiek zijn dit: • open agrarisch gebied; • persistente historische perceelsgrenzen; • zuidelijk deel onderdeel verdicht historisch bebouwingslint; • restant historische zichtlijnen. Volgens de huidige plannen zal in het plangebied een vrij open cluster erven met veel openbaar en privé groen worden gerealiseerd. Het gevolg van de herontwikkeling is onvermijdelijk dat een deel van de aanwezige cultuurhistorische waarden (‘open agrarisch gebied’) zal verdwijnen. Tegelijkertijd is deze ontwikkeling al in de 20e eeuw in gang gezet met de inbreidingslocaties ten noorden, oosten en westen van het plangebied, die tevens de historische waarde van het plangebied al hebben aangetast.
Een deel van de bebouwing vindt bovendien plaats op een locatie waar voorheen ook al bebouwing aanwezig was (‘gesloopt historisch bebouwingslint’). De huidige plannen laten de resterende historische perceelgrenzen overwegend ongemoeid. Uitzondering hiervoor betreft het perceel van de nieuwbouw die deels in de tuin van de Dorpsstraat 78 valt. Tot slot worden de momenteel aanwezige zichtlijnen niet geblokkeerd door de geplande herinrichting. Er kan derhalve de conclusie worden getrokken dat hoewel de geplande herinrichting van het gebied een deel van de historisch-geografische waarden van het gebied schaadt, deze ontwikkeling valt binnen een bestaande ontwikkeling waarbij het bebouwde gebied zich vanaf de Dorpsstraat over het voormalige akkergebied heeft uitgebreid. Tevens valt daarbij op te merken dat de geplande herinrichting zorgt voor een zachtere overgang naar het agrarische gebied dan momenteel het geval is én het gebied weer
7
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
openbaar toegankelijk maakt, zoals het in het verleden ook was. Er is, zeker gezien de middelmatige waardering van het gebied, geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden.
Cultuurhistorische Effectrapportage
8
1
Inleiding
1.1 Onderzoekskader 1.1.1 Aanleiding en informatie In opdracht van ErfGoed BV heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) uitgevoerd in het plangebied Kerkenweide te Bergharen. Aanleiding voor het onderzoek is het plan om woningen te realiseren (zie paragraaf 1.4). De plannen bevinden zich nog in een vroeg stadium. Realisatie van de plannen kan leiden tot aantasting mogelijk aanwezige historischgeografische waarden. Wat is cultuurhistorie? Wanneer men over cultuurhistorie spreekt, blijkt vaak dat veel onduidelijkheden bestaan over wat hieronder valt. Cultuurhistorie omvat drie vakgebieden; archeologie, bouwhistorie en historische geografie. Archeologie houdt zich voornamelijk bezig met het bodemarchief, waartoe zowel losse vondsten als grondsporen behoren. Tevens bestudeert de archeologie enkele bovengrondse verschijnselen uit de prehistorie en de middeleeuwen, zoals grafheuvels, hunebedden, schansen, dijken en landweren. Bouwhistorie betreft de studie van de bebouwde omgeving, zoals kerken, kastelen, bruggen, sluizen, maar ook tuinen en landgoederen. Historische geografie “bestudeert de ruimtelijke aspecten van menselijke activiteiten in het verleden… [en] de sporen die vroegere menselijke activiteiten in het landschap hebben achtergelaten”.
Hieronder vallen niet alleen elementen en patronen zoals (water)wegen, dijken, verkavelingspatronen, nederzettingsstructuren, heggen, houtwallen en poelen, maar ook het (historisch) bodemgebruik (akkers, heidevelden en dergelijke).
1.1.2 Beleidskader Het cultuurhistorisch beleid van de gemeente Wijchen is vastgelegd in het parapluplan Cultuurhistorie Wijchen. Volgens dit plan valt het plangebied binnen een gebied met de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorisch Waardevol gebied. Voor dit gebied geldt dat er geen werkzaamheden mogen plaatsvinden die een onevenredige aantasting tot gevolg hebben van de cultuurhistorische waarden. Derhalve dient een cultuurhistorische analyse plaats te vinden waarin het effect van de geplande ontwikkeling op de cultuurhistorische waarden wordt bepaald.1 1.1.3 Kwaliteitsborging Het onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen cultuurhistorische analyse van de gemeente Wijchen.2
1.2 Doel- en vraagstelling Het cultuurhistorisch onderzoek dient te inventariseren welke historisch-geografische waarden in het gebied aanwezig zijn, waarna vervolgens wordt bekeken wat het effect van de geplande herinrichting van het gebied is op de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vervolgens een advies gegeven over de omgang met de eventueel aanwezige waarden.3
1
Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen 2017. Keunen & Jansen 2015, bijlage 3. 3 In het plangebied is geen bebouwing (of bouwhistorische waarden) aanwezig. Voor de inventarisatie van de archeologische waarden of verwachting wordt verwezen naar het archeologisch bureauonderzoek (De Boer 2022 (concept)). 2
9
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Afb. 1.1 Ligging van het plangebied.
1.3 Situering van het plan- en onderzoeksgebied Er wordt onderscheid gemaakt tussen de termen plangebied en onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de geplande bodemingrepen zullen gaan plaatsvinden. Het onderzoeksgebied beslaat het plangebied inclusief het omringende gebied binnen een straal van circa 250 meter. Het onderzoeksgebied wordt in het bureauonderzoek als zoekgebied gehanteerd om tot een beter inzicht te komen in de landschappelijke en (cultuur)historische situatie van het plangebied. Het plangebied ligt op de rand van de bebouwde kom van Bergharen in de gemeente Wijchen (provincie Gelderland). Het plangebied wordt begrensd door de bebouwde percelen langs de Dorpsstraat in het noorden en oosten en de Veldsestraat in het zuiden (afb. 1.1). In het westen wordt het plangebied begrensd door agrarische percelen. De oppervlakte bedraagt 1,41 ha. Het plangebied was ten tijde van het onderzoek onbebouwd en in gebruik als weiland (zie afb. 1.2).
Cultuurhistorische Effectrapportage
10
Afb. 1.2 Ligging van het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK 2021).
1.4 Toekomstige ontwikkeling Het plangebied heeft volgens het vigerend bestemmingsplan de bestemming Agrarisch Landschapswaarden. Vanwege het voornemen om in het gebied woningen te realiseren, dient de bestemming gewijzigd te worden in wonen. Volgens de huidige plannen wil men in het plangebied 23 woningen realiseren (zie afb. 1.3), waarbij 13 rijwoningen, 4 twee-onder-één-kapwoningen, 5 vrijstaande woningen en een tuinwoning. Het plan voorziet tevens in 4500 m2 collectief groen. De uitbreiding zal worden ontsloten vanaf de Veldsestraat. De locatie bestaat uit agrarisch gebied aan de rand van Bergharen met uitzicht op de twee kerken van het dorp. Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden en te versterken wordt in de plannen gesproken van ‘dun bouwen met een ruimtelijke ontspannen en losse opzet, zoals het dorp zelf ook heeft en door groene plekken in te weven die veel lucht in het plan brengen, die uitnodigen voor gebruik en de zichtlijnen open houden’. Het is de bedoeling dat sprake is van een luchtige open rand die veldjes en boomgaardjes insluiten en zo een zachte overgang vormen naar het omringende agrarische land, waarbij alle bestaande woningen zoveel mogelijk hun zichten behouden. Er is tevens rekening gehouden met de belangrijke zichtlijnen naar de twee kerken en de Dorpsstraat.4
4
Erfgoed landelijk bouwen 2022; inrichtingsplan 10-12-2021, aangeleverd door dhr. M. Dekker (Dekker Projectontwikkeling) 24 januari 2022.
11
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Afb. 1.3 Inrichtingsplan (d.d. 20 december 2021).
1.5 Administratieve gegevens Locatiegegevens provincie gemeente plaats toponiem RD-coördinaten
kaartblad kadastrale gegevens oppervlakte plangebied
Gelderland Wijchen Bergharen Kerkenweide 174.150/429.074 174.248/428.900 174.190/428.849 174.083/429.047 39H Kadastrale gemeente Bergharen, sectie G, perceel 732, 701, 375 en 373 1,41 ha
Cultuurhistorische Effectrapportage
12
Projectgegevens projectnummer type onderzoek opdrachtgever projectleider BAAC datum opdracht datum veldwerk versie nummer
13
V-21.1132a Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) ErfGoed BV contactpersoon: dhr. M. Dekker Mw. E.A.M. de Boer 29 december 2021 25 januari 2022 1.2
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Cultuurhistorische Effectrapportage
14
2
Bureauonderzoek
2.1 Werkwijze Tijdens het bureauonderzoek is literatuur over de geologie, geomorfologie, het hoogteverloop (AHN) en de bodemopbouw van het onderzoeksgebied bestudeerd. Voor de historische situatie is gebruik gemaakt van oude kadastrale en topografische kaarten. Voor de inventarisatie van de bekende cultuurhistorische waarden is zowel de provinciale als de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart geraadpleegd. Tevens is informatie ingewonnen bij de lokale heemkundekring en afdeling van de AWN. In navolgende paragrafen staan de resultaten van het bureauonderzoek beschreven. Het hoofdstuk is afgesloten met een synthese waarin de cultuurhistorische waarden van het gebied worden samengevat. Een opsomming van de geraadpleegde literatuur en gebruikte kaarten is terug te vinden in de literatuurlijst. Voor een tabel met een overzicht van geologische en archeologische tijdvakken wordt verwezen naar bijlage 1.
2.2 Landschap Het plangebied ligt in het rivierengebied tussen de Maas in het zuiden en de Waal in het noorden. In het Saalien zijn ten noordoosten van dit gebied door het landijs relatief hoge stuwwallen opgestuwd (Formatie van Drente). Als gevolg hiervan werden zowel de Rijn als de Maas gedwongen om in westelijke richting af te buigen en voor het ijsfront (ter hoogte van het plangebied) langs te stromen (zie afb. 2.1). Nadat het ijs zich had teruggetrokken, stroomde de Rijn ten oosten van Montferland via het huidige IJsseldal naar het noordwesten (de zogenaamde IJsseldal Rijn). In het Weichselien breidde het landijs zich weer sterk uit, maar bereikte Nederland niet meer. De rivieren hadden onder invloed van het klimaat voornamelijk een vlechtend verloop. Dergelijke rivieren worden gekenmerkt door een ondiepe, brede bedding met een stelsel van een groot aantal ondiepe geulen die herhaaldelijk splitsen en weer bij elkaar komen. In de bedding, waar ook het plangebied lag, kwamen zandige en grindige sedimenten tot afzetting. Gedurende het Bølling-Allerød-interstadiaal verbeterde het klimaat zich. Het vlechtende rivierpatroon kreeg door veranderingen in het afvoerregime een meanderend karakter met enkele hoofdgeulen die zich in de oudere riviervlakte insneden, waardoor het Laagterras ontstond.
Ook ter hoogte van het plangebied zijn deze meandergordels actief geweest en zijn de oudere afzettingen geërodeerd.5 Alleen bij zeer hoge rivierstanden traden de rivieren buiten hun geulen en werd op de oudere grindige rivierafzettingen een kleilaag (Laag van Wijchen; Formatie van Kreftenheye) afgezet. Deze komklei bestaat uit zandige, zeer stugge, lichtgrijze tot blauwgrijze klei (of leem) en is circa 0,5 m (tot maximaal 1 m) dik. De laag bevat meestal matig grove tot grove zandkorrels, die vanuit de hoger gelegen gebieden zijn ingewaaid. Het zandgehalte neemt van onder naar boven toe af. Doordat de Wijchen Laag lange tijd aan het oppervlak heeft gelegen, is deze vaak verweerd en ontkalkt.
5
Stroomgordel 702, Cohen et al. 2012.
15
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Figuur 2.1 De ligging van de stuwwallen en rivierlopen sinds het Midden-Saalien (Berendsen 2004). Het rode pijltje geeft de ligging van het plangebied weer.
Na het Allerød-interstadiaal verslechterde het klimaat tijdelijk weer in het Jonge Dryas-stadiaal. De (piek)afvoer nam weer toe en de vegetatie verdween, waardoor er een grotere aanvoer van puin was en de rivieren opnieuw een vlechtend patroon kregen. De diepe meanderende geulen uit de voorgaande periode werden in laterale richting uitgeruimd, waardoor een nieuwe riviervlakte ontstond, het zogenaamde Terras X (Formatie van Kreftenheye-6). Deze riviervlakte bevond zich op circa 600 m ten zuidwesten van het plangebied. Delen van de riviervlakte vielen periodiek droog, waardoor door de wind zand kon worden verplaatst en duinen konden opstuiven. De duinen, die zijn opgebouwd uit grof zand (Boxtel Formatie; Delwijnen Laagpakket), ontstonden vrijwel alleen waar de overheersende (zuid-)westenwind loodrecht op de rivierbedding stond. Ook ter hoogte van Bergharen is een groot rivierduincomplex ontstaan, die als een hoefijzervormige hoogte in het landschap herkenbaar is (zie afb. 2.2). Het plangebied maakt daarbij deel uit van de zuidelijke uitloper van de rivierduin, waarbij het noordelijke deel op een lager deel (6,9 à 7,3 m +NAP) van de duin ligt. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt hoger (overwegend tussen 7,6 en 8,0 m +NAP).
De oude kerk ten westen van het plangebied ligt op een deel van rivierduin dat, gezien de hoge ligging (8,7 à 9,2 m +NAP), mogelijk kunstmatig is opgehoogd. Ook het aangrenzende deel van het
Cultuurhistorische Effectrapportage
16
plangebied heeft een duidelijk hogere ligging (8,0 à 8,6 m +NAP). Dit geldt eveneens voor de oude erven in de omgeving van het plangebied. Direct ten zuiden van het plangebied loopt het terrein sterk (6,0 à 7,0 m +NAP) af naar het Holocene komgebied.6
Afb. 2.2 Ligging van het plangebied op een uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4 2021).
Aan het einde van de Jonge Dryas – begin van het Holoceen ( verbeterde het klimaat weer en veranderde het rivierpatroon opnieuw van vlechtend in meanderend. De meanderende rivieren sneden zich op 170 m ten zuiden en later op 155 m ten westen van het plangebied zeer diep in en overstroomden alleen bij zeer hoge waterstanden. Hierbij werd opnieuw een dunne (zandige) kleilaag gevormd die eveneens tot de laag van Wijchen wordt gerekend. Onder invloed van de stijgende zeespiegel veranderde de zich insnijdende meanderende rivieren gedurende het Holoceen in aggraderende rivieren. De grens tussen deze twee gebieden verschoof gedurende het Holoceen in stroomopwaartse richting en lag pas rond 4500 jaar geleden ter hoogte van Nijmegen. Dit betekent dat de Laag van Wijchen in de omgeving van het plangebied pas vrij laat bedekt is geraakt met Holocene rivierklei. In de bedding van de aggraderende rivieren, zoals het Wijchens Maasje dat vanaf omstreeks 3578 v.Chr. op 370 m ten zuidwesten van het plangebied actief was, werd het grofste materiaal, voornamelijk zand en grind, afgezet (zie afb. 2.3). Bij overstroming werden zand en klei uit de bedding gelicht en op de oevers afgezet, waardoor oeverwallen ontstonden (zeer fijnzandig en zavelig materiaal; Echteld Formatie). Verder van de rivier af kwam het overstromingswater tot rust en werd klei (Echteld Formatie) afgezet. In de 6
AHN4 2021.
17
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
kommen ontstond onder invloed van een hoge grondwaterspiegel veen (Formatie van Nieuwkoop; Hollandveen Laagpakket). Na verloop van tijd, in het geval van het Wijchens Maasje rond 1715 v.Chr., verzandde de bedding en verlegde de rivier zijn loop. Het zandige geullichaam, de oeverwallen en soms ook de restgeul bleven hierbij achter. De restgeul van het Wijchens Maasje is nog steeds zichtbaar in de vorm van de Nieuwe Wetering en de Meergraaf.7
Afb. 2.3 Blokdiagram van een meanderende rivier (Verbraeck 1984).
2.3 Bewoningsgeschiedenis 2.3.1 Inleiding Het plangebied maakt deel uit van een hoger gelegen rivierduin in het rivierengebied. Vóór de bedijkingen werden alleen de hoger gelegen rivierduinen en stroomruggen8 bewoond en gebruikt voor akkerbouw. De lagere delen van de rivierduinen en stroomruggen overstroomden regelmatig en werden gebruikt als gemeenschappelijke hooi- en weilanden. De laaggelegen en dus natte komgebieden werden gebruikt voor beweiding in de zomer. Ondanks de bedijkingen, die in dit gebied in de 14e eeuw plaatsvonden, en de aanleg van weteringen die de ontwatering van de komgebieden sterk verbeterde, bleven dit natte gebieden die door dijkdoorbraken vaak overstroomden. Boerderijen werden dan ook zelden in de kommen gebouwd en als dat wel gebeurde, was dit op een hoge terp. Ook op de stroomruggen werden vanwege het overstromingsgevaar vaak terpen gebouwd. Pas na de Tweede Wereldoorlog verschenen in de kommen op grote schaal boerderijen.9 2.3.2 Historie Het plangebied maakte in het begin van de 19e eeuw (zie afb. 2.4) deel uit van de zuidwestelijke rand van een relatief hooggelegen akkergebied dat omringd werd door lager gelegen riviergronden die overwegend werden gebruikt als weiland. Alleen de oude oeverwallen van de rivierlopen, zoals langs de Nieuwe Leigraaf op 200 m ten zuidwesten van het plangebied waren eveneens in gebruik als akker.
De hoger gelegen akkers werden doorsneden door een netwerk van paden en wegen waarlangs zich de relatief verspreide bebouwing van Bergharen bevond. In de lager gelegen riviergronden op circa 100 m ten zuiden en 200 m ten zuidwesten van het plangebied bevinden zich twee omgrachte percelen (zie afb. 2.5, linksboven). Dit zijn de resten van versterkte huizen die in de 16e eeuw zijn verwoest.10
7
Berendsen 2004; Cohen et al. 2012; Berendsen & Stouthamer 2001; Jongmans et al. 2015; De Mulder et al. 2003. Twee oeverwallen met een bedding ertussen vormen een stroomrug. 9 Barends et al. 1997; Schulte 1986 . 10 Diepeveen & Van Enckevort 2009. 8
Cultuurhistorische Effectrapportage
18
Afb. 2.4 Ligging van het plangebied op de kadastrale kaart uit het begin van de 19e eeuw (Kadasterkaart 1811-1832).
Het plangebied maakt deel uit van een gebied dat omringd werd door de Weg van Burgharen naar Nijmegen in het oosten (de huidige Dorpsstraat), de Weg van Batenburg naar Burgharen in het noorden (de huidige Uilengat - Dorpsstraat), De Veldsche Straat in het zuiden en een onbenaamde straat in het westen. Langs deze wegen bevonden zich enkele boerderijen11, waaronder het Lagenhof op 100 m ten noordwesten van het plangebied12 en De Kraayenhof ten zuiden van het plangebied.13 Langs de wegen rond het plangebied lagen ook twee kerken. De tuin van het Rooms-Katholieke kerk lag direct ten noordoosten het plangebied, terwijl de rand van het kerkhof van de Nederlands Hervormde kerk op 20 m ten zuidwesten van het plangebied lag. Het gebied rond de Nederlands Hervormde kerk vormt de oudste kern van Bergharen. Op deze plek zou al een begraafplaats hebben gelegen, voordat in de 11e of het begin van de 12e eeuw op deze plek een eenbeukige tufstenen kerk is gebouwd. In de loop van de tijd is de kerk meerdere keren verbouwd, waarbij in de 2e helft van de 15e of het eerste kwart van de 16e eeuw de kerk haar huidige uiterlijk kreeg.14 Rondzwervende troepen hebben in 1584 de kerk sterk beschadigd. In
11
De boerderijen aan de Dorpsstraat 20 en 36-38 zijn aangewezen als gemeentelijk monument. De boerderij (Uilengat 5) is aangewezen als gemeentelijk monument. 13 De boerderij (Veldsestraat 6) is aangewezen als gemeentelijk monument. 14 De kerk (Veldsestraat 16) is aangewezen als rijksmonument (Monumentenregister 2021, monumentnr. 9305 en 9306). 12
19
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
1611 is de kerk in gebruik genomen door de Hervormde Gemeente. Na de Reformatie gingen de katholieken uit Bergharen lange tijd in Ravenstein naar de kerk. In 1795 werd aan de Dorpsstraat ten oosten van het plangebied een schuurkerk met pastorie gebouwd. Tussen 1798 en 1825 hebben de katholieken meerdere keren getracht om de kerk en de bijbehorende goederen weer in hun bezit te krijgen. In 1830 is, met subsidie van het rijk, begonnen met de bouw van een Waterstaatskerk ten zuidoosten van de oude schuurkerk. De schuurkerk werd ingekort en ging dienst doen als pastorie.15
Afb. 2.5 Het plangebied in de 19e en 20e eeuw (Topotijdreis 2022).
15
Schulte 1986; De pastorie (Dorpsstraat 44) is aangewezen als rijksmonument (Monumentenregister 2021, monumentnr. 9298).
Cultuurhistorische Effectrapportage
20
Direct ten zuidwesten van het plangebied lag, naast de Hervormde kerk, de kosterij, die in eerste instantie tevens dienstdeed als school.16 Het gebouw is bij een overstroming in 1799 en stormen in de herfst van 1800 zwaar beschadigd.17 Vanaf de kosterij en de Hervormde kerk liep door het plangebied een pad naar de bijbehorende pastorie18, op 30 m ten oosten van het plangebied. De pastorie, die dateert uit de 17e eeuw, was aan de noordzijde, voorzien van een grote (sier)tuin. Via het pad tussen de pastorie en de kerk kon ook het huis aan de Stompendijk 2, dat ten zuiden van de pastorie op enige afstand van zowel de Veldsestraat als de Stompendijk lag, worden bereikt. Ook vanaf de weg Uilengat, ten noorden van het plangebied, liep en pad richting de kosterij. Vanaf dit pad boog dwars door de akkers een pad af richting de Rooms-Katholieke kerk. Tot slot was ook vanaf de noordzijde van de tuin van de pastorie langs de perceelsgrenzen een pad aanwezig dat aansloot op het pad tussen de kosterij en de pastorie. Het plangebied zelf was onbebouwd en in gebruik als akker. De perceelsgrens langs de noordzijde van het plangebied was gemarkeerd door perceelsbeplanting. Dit geldt ook voor de achterzijde van de bebouwde percelen.
Voor zover af te leiden van de bestaande kaarten werden de overige perceelsgrenzen in en langs het plangebied alleen geflankeerd door de hierboven genoemde paden en niet door perceelbeplanting. 19 Dit betekent dat het plangebied een open agrarisch gebied was dat door de omringende bebouwing en begroeiing een besloten karakter had. In de 19e en het begin van de 20e eeuw veranderde er weinig aan het plangebied (zie afb. 2.5, linksboven). In 1894 is ten noordoosten van het plangebied door de Katholieken een nieuwe neogotische kerk gebouwd, de huidige St. Annakerk.20 Pas in 1909-1910 is ten noorden van het plangebied, midden in de akkers, een klooster met bewaarschool gebouwd.21 Vanaf die periode is de bebouwing langs de omringende wegen langzamerhand verdicht (zie afb. 2.5, rechtsboven).22 Voor zover bekend zijn in de Tweede Wereldoorlog in het plangebied geen specifieke militaire structuren of grote objecten aanwezig geweest. Op luchtfoto’s uit deze periode is te zien dat het plangebied een open akkergebied was, waarmee in contrast de erven en de wegen beplant waren met bomen. 23 In de jaren vijftig is op de zuidoostgrens van het plangebied, direct ten westen van de Veldsestraat 6, een (bij)gebouw gerealiseerd.24 In 1966 is ten westen daarvan, aan de Veldsestraat 10, direct ten zuiden van het plangebied, een woning gebouwd.
In 1970 is vanaf de Dorpsstraat, langs de noordrand van de tuin van de Hervormde pastorie, richting het plangebied een weg aangelegd. In de oude tuin zijn de panden Dorpsstraat 80, 84, 86 en 88 gebouwd (zie afb. 2.8, linksonder). Ten noorden van de zijstraat van de Dorpsstraat is achter de bebouwing van de Dorpsstraat 54 een groot bijgebouw gerealiseerd.25 In 1971 is de school, direct ten westen van het plangebied, afgebroken.26
16
In 1869 is aan de kosterij een klaslokaal gebouwd (Schulte 1986). Schulte 1986. 18 De pastorie (Dorpsstraat 92) is aangewezen als rijksmonument (Monumentenregister 2021, monumentnr. 9301). 19 De Man 1806-1810; Kadasterkaart (minuutplan en OAT) 1811-1832; Topographische en Militaire kaart 1830-1855; Schulte 1986. 20 De kerk (Dorpsstraat 48) is een rijksmonument (Monumentenregister 2021, monumentnr. 9299); Schulte 1986. 21 Topotijdreis 2021, kaart 1868, 1870, 1890, 1902, 1908, 1920; Het voormalige klooster en school (Dorpsstraat 24, 26, 28 en 30) is aangewezen als gemeentelijk monument. 22 Topotijdreis 2021, kaart 1935. 23 Militaire landschapskaart 2022; Traces of War 2022; IKME 2022; RAF, 1944-45. 24 Topotijdreis 2022, kaart 1957; Voor de locaties van de genoemde panden wordt verwezen naar afbeelding 3.1 waarin de huisnummers en straatnamen zijn opgenomen. 25 Topotijdreis 2022, kaart 1966 en 1977; BAG viewer 2022. 26 Schulte 1986. 17
21
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Afb. 2.6 Zicht in de jaren tachtig op Dorpsstraat 60 (voormalige Hervormde pastorie) en het huis aan de Stompendijk 2 met daartussen het pad dat voorheen door het plangebied van de kosterij naar de pastorie liep (Schulte 1986).
In de jaren zeventig is de zijstraat van de Dorpsstraat in westelijke richting door het plangebied verlengd, waarna aan het einde van deze (deels onverharde) weg, direct ten westen van het plangebied in 1980 een rioolgemaal (Dorpsstraat 76) is gebouwd. In de jaren zeventig is ook de bebouwing ten westen van de Veldsestraat 6 sterk uitgebreid met twee bijgebouwen aan de noordzijde van de bestaande bebouwing (zie afb. 2.8, linksonder).27 Langs de zijstraat van de Dorpsstraat zijn in de jaren tachtig, direct ten oosten van het plangebied, de panden aan de Dorpsstraat 74 en 78 gebouwd. Het bijgebouw achter de Dorpsstraat 54 is in deze periode sterk vergroot.28 Aan het einde van de vorige eeuw is dit gebouw gesloopt, waarna hier een kleine inbreidingswijk is gerealiseerd (Dorpsstraat 58-72 (even)). De bebouwing aan de Veldsestraat 6 is in de jaren negentig van de vorige eeuw uitgebreid met een nieuw bijgebouw, waarna alle gebouwen, met uitzondering van het huis, aan het einde van de jaren negentig zijn gesloopt (zie afb.
2.5, rechtsonder).29 Vermoedelijk is in deze periode ook het oude pad door het zuidelijke deel van het plangebied verdwenen.30 Het plangebied heeft vanaf deze periode weer geheel een agrarisch gebruik (weiland).31 2.3.3 Huidige situatie Op 25 januari 2022 is een veldinspectie uitgevoerd, waarbij de huidige situatie van het plangebied en de relatie met het omringende landschap is geïnventariseerd. Het plangebied was ten tijde van de veldinspectie in gebruik als weiland (zie afb. 2.7, links) , waarbij de huidige perceelsgrenzen worden gevormd door prikkel- of schrikdraad. Het plangebied wordt doorsneden door een onverharde weg naar het rioolgemaal ten westen van het plangebied, die aan beide zijden is geflankeerd door een hek. Het rioolgemaal wordt omgeven door bomen en struiken, waardoor het een gesloten ‘eiland’ vormt in het omringende open weidegebied (zie afb. 2.7, rechts).
27
Topotijdreis 2020, kaart 1984; Kadastrale hulpkaart 1980. Topotijdreis 2022, kaart 1984 en 1993. 29 Topotijdreis 2022, kaart 1998 en 2003; Kadastrale hulpkaart 2000. 30 Schulte 1986. 31 Topotijdreis 2022, kaart 2004-2020. 28
Cultuurhistorische Effectrapportage
22
Afb. 2.7 Links; zicht op het plangebied in noordelijke richting. Het gebied is geheel in gebruik als weiland. Rechts: onverharde weg, geflankeerd door twee hekken, richting het rioolgemaal.
De bebouwingslinten langs de noord-, oost- en zuidgrens van het plangebied vormen over het algemeen vrij gesloten lijnen. Vanaf de Dorpsstraat, het Uilengat, Stompendijk en de Veldsestraat is er door de aanwezige bebouwing, schuttingen en beplanting geen zicht op het achterliggende open agrarische land van het plangebied (zie afb. 2.8). Vanaf de Dorpsstraat zijn achter het oude bebouwingslint de huizen van het uitbreidingswijkje zichtbaar. Uitzondering op de onderbroken zichtlijnen vormen de onbebouwde percelen in deze linten (zie afb. 2.9); de akker tussen de boerderij aan de Dorpsstraat 20 en het woonhuis aan het Uilengat 5 langs de noordzijde en het weiland tussen de Veldsestraat 6 en de Veldsestraat 10 in het zuiden. Vanaf de doodlopende Dorpsstraat, die tot aan het plangebied loopt, is er ook sprake van zicht op het plangebied (zie afb. 2.10).
Afb. 2.8 Het zicht op het plangebied wordt vanaf de omringende bebouwingslinten over het algemeen geblokkeerd door bebouwing (waaronder de uitbreidingswijk), schuttingen en heggen. Link; het zicht op het plangebied vanaf de Dorpsstraat ter hoogte van de Rooms-Katholieke kerk. Rechts; zicht vanaf de Dorpsstraat op het zuidelijke deel van het terrein wordt grotendeels geblokkeerd door bomen en hagen.
23
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Afb. 2.9 Links: Zicht op het plangebied vanaf de weg Uilengat ten noorden van het plangebied. Rechts: Zicht op het plangebied vanaf de Veldsestraat.
Afb. 2.10 Zicht op het plangebied vanaf het uitbreidingswijkje langs de Dorpsstraat.
Van de weg Breekwagen, op circa 500 m ten noordwesten van het plangebied, is er geen sprake van direct zicht op het plangebied. Het zicht wordt geblokkeerd door bomen rond het plangebied. Vanaf deze weg zijn van links naar rechts (zie afb. 2.11) te zien: het met bomen omgeven bebouwingslint langs het Uilengat-Dorpsstraat, waarboven de kerktoren van de Roomkatholieke kerk uitsteekt, de bomen op de westgrens van het plangebied (rond het rioolgemaal en de bebouwing aan de Veldsestraat 12) en tot slot de Hervormde kerk, die aan de zuid- en oostzijde is geflankeerd door bomen.
Cultuurhistorische Effectrapportage
24
Afb. 2.11 Zicht op het plangebied vanaf de weg Breekwagen (Google Streetview augustus 2021).
Afb. 2.12 De achtergrenzen van veel van de erven worden gevormd door hoge heggen. Linksboven; achtergrens van het erf van de kosterij (ten westen van het plangebied). Rechtboven; de achtergrens van het voormalige klooster aan de noordzijde van het plangebied. Linksonder achtergrens van het perceel aan de Veldsestraat 6. Rechtsonder; achtergrens van de percelen langs de Dorpsstraat.
25
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
De achtergrenzen van de percelen langs de wegen zijn over het algemeen duidelijk afgebakende grenzen voorzien van hoge heggen en/of schuttingen waardoor de zichtlijnen worden doorbroken (zie afb. 2.12). Enkele bebouwde percelen zijn slechts voorzien van lage hekken en hebben derhalve uitzicht op het open plangebied (zie afb. 2.13).
Afb. 2.13 Enkele bebouwde percelen zijn niet voorzien van hoge heggen, waardoor er een ongehinderd uitzicht is op het plangebied.
2.4 Cultuurhistorische gegevens De cultuurhistorische waarden zijn op zowel provinciaal als gemeentelijk niveau geïnventariseerd. Op de Cultuurhistorie DNA-kaart van de provincie Gelderland is aan het plangebied geen bijzondere cultuurhistorische waarde toegekend. Alleen de Stompendijk ten zuidoosten van het plangebied is als lijnelement (Belvoir-identiteit Strijd en leven met het water) gekarteerd. Het plangebied maakt deel uit van het Belvoirgebied ‘rivierengebied’ en valt binnen de historische geografische eenheid ‘totaal veranderde oude (rivierterras)ontginningen op de hogere plateaus’.32 In 2015 heeft RAAP een actualisatie van de cultuurhistorische inventarisatie van de gemeente Wijchen uitgevoerd.33 Volgens de bijbehorende kaarten maakt het plangebied deel uit van een droge kampontginning op rivierduin of dekzandrug (kaarteenheid Ktd1, oranje op afb. 2.14). Het plangebied wordt omgeven door wegen, ontstaan voor 1832 (rode lijn) en een pad, ontstaan voor 1832, verdwenen (oranje stippellijn). Het plangebied wordt ook doorsneden door een pad, ontstaan voor 1832, verdwenen. Langs de wegen bevinden zich de historische linten (woning of boerderij 1832). Veel van de boerderijen langs deze linten zijn aangewezen als MIP-object (rode ster), gemeentelijk monument (rood driehoekje) of rijksmonument (omgekeerd rood driehoekje).
Op de erven zijn op diverse plekken bomen met historische waarde aanwezig. Eén van deze bomen bevindt zich in het zuidelijk deel van het plangebied. Uit de veldinspectie is gebleken dat hier echter geen boom (meer) aanwezig is.34 In en langs het plangebied bevinden zich tevens nog historische kavelgrenzen, vóór 1832 (paarse lijnen). Het gebied direct ten noorden van het plangebied is aangeduid als een waardevol dorpsgezicht (lila gearceerd). Het plangebied is op de cultuurhistorische beleidskaart aangeduid als zone met beleidsmatige vertaling. In het advies voor droge kampontginningen is opgenomen dat het één van de meest verbreide landschapstypen is in de gemeente Wijchen, maar ook het meest aangetaste door overbouwing door de bebouwde kom van Wijchen en Bergharen. Voor de reeds bebouwde gebieden wordt gewezen op het belang van herstel/beleefbaar maken van oude wegenpatronen, vennen, bosjes en reliëfverschillen en het accentueren van overgangen naar andere landschapstypen. Mits zorgvuldig ingepast in oriëntatie,
32
Provincie Gelderland 2022, Cultuurhistorie. Keunen et al. 2015. 34 Veldinspectie 25 januari 2022. 33
Cultuurhistorische Effectrapportage
26
bouwstijl en massa is uitbreiding van bebouwing in droge kampontginningen die nog in landelijk gebied liggen op individueel niveau mogelijk. Voor de individuele landschapselementen zijn eveneens adviezen opgesteld. Voor wegen die verdwenen zijn, wordt geadviseerd dat het oude patroon leidraad zou moeten zijn voor de nieuwe inrichting bij een herstructureringsopgave. Ook bij ensembles van historische kavelgrenzen wordt aandacht wenselijk geacht.35
Afb. 2.14 Uitsnede van de Cultuurhistorische Inventarisatie van de gemeente Wijchen (Keunen et al. 2015).36
35 36
Keunen et al. 2015. Voor de legenda wordt verwezen naar de betreffende rapportage (Keunen et al. 2015).
27
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Cultuurhistorische Effectrapportage
28
3
Historisch-geografische waarden
Het plangebied maakte lange tijd deel uit van een relatief open akkergebied op een hoger omgeven door een vrij ijl bebouwingslint aan de noord-, oost- en zuidzijde, gelegen op een hoge rivierduin. Specifiek vormden de Hervormde kerk ten westen van het plangebied en later ook de Katholieke kerk ten noordoosten van het plangebied ijkpunten in het landschap. Hoewel de bebouwingslinten als gevolg van de begroeiing op de erven en langs de wegen een vrij gesloten karakter hebben gehad, was andersom vanaf de omringende wegen sprake van zichtlijnen op het plangebied. De aanwezigheid van een netwerk van kerkenpaden in en langs het plangebied zorgde er verder voor dat het plangebied toegankelijk en beleefbaar was en de overgang tussen de bebouwde omgeving en het omringende gebied geleidelijk was. In de loop van de 20e eeuw zijn de bestaande bebouwingslinten steeds verder verdicht als gevolg van zowel de toenemende bebouwing als door de plaatsing van heggen en schuttingen. Ook het zuidelijke deel van het plangebied is daarbij bebouwd geraakt. De bouw van het klooster ten noorden van het plangebied in het begin van de vorige eeuw was het begin van een ontwikkeling waarbij de akkers tussen de bebouwingslinten langzamerhand bebouwd raakten. De oude paden door het plangebied zijn verdwenen, evenals de zichtlijnen vanaf de omringende wegen.
Uitzondering hierop vormen de gaten in de oude bebouwingslinten tussen de Veldsestraat 6 en 10 in het zuiden van het plangebied en tussen de Dorpsstraat 20 en het Uilengat 5 ten noordwesten van het plangebied. De overgang tussen de bebouwde omgeving van het omringende agrarische gebied is overwegend scherp. Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkelingen die in met name de tweede helft van de vorige eeuw hebben plaatsgevonden, is de historische karakteristiek van het plangebied aangetast. Het gaat daarbij met name om de openheid (zichtlijnen) en beleefbaarheid van het plangebied. Desondanks zijn er nog wel historischgeografische waarden aanwezig.37 Dit zijn: • open agrarisch gebied; • persistente historische perceelsgrenzen; • onderdeel (verdicht) historisch bebouwingslint (zuidelijke deel); • restant historische zichtlijnen. In afbeelding 3.1 zijn de cultuurhistorische waarden en structuur in en rond het plangebied weergegeven.
37
In het plangebied zijn geen bouwhistorische waarden aanwezig.
29
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Afb. 3.1 Historisch-geografische structuur en waarden in en rond het plangebied.
Cultuurhistorische Effectrapportage
30
Het historische cultuurlandschap kan op basis van de gaafheid van de topografie (grondgebruik en verkaveling) en de fysiognomie (openheid/geslotenheid van het landschap) en de aanwezigheid van bijzondere kenmerken worden gewaardeerd.38 Topografie Het grondgebruik in het plangebied is nauwelijks gewijzigd. Het betreft nog steeds een agrarisch gebied, hoewel het van oorsprong in gebruik was als akker en tegenwoordig een weiland betreft. De verkaveling is deels gewijzigd. In het noordelijke deel van het plangebied is de oude percelering nog intact, maar in het zuidelijke deel is deze deels verwijderd. Voor gaafheid van de topografie kan aan het plangebied derhalve 4 punten39 worden toegekend. Fysiognomie De oude historische bebouwingslinten rond het plangebied zijn verdicht, waardoor de oude zichtrelaties vanaf deze linten is verdwenen. Ook in het zuidelijke deel van het plangebied (langs de Veldsestraat) is daarbij bebouwing gerealiseerd, die inmiddels weer gesloopt is. Achter de bebouwingslinten is, zowel ten noorden, oosten als westen, vanaf het begin van de 20e eeuw, maar met name in de jaren zeventig en tachtig in het akkergebied bebouwing gerealiseerd. Hoewel deze inbreidingen buiten het plangebied hebben plaatsgevonden zijn ze zeker van invloed op de historische structuur en het karakter van het plangebied.
Voorheen bevonden zich ten oosten van het plangebied nog open akkers, terwijl tegenwoordig de gesloten erven langs de Dorpsstraat tot aan het plangebied reiken. De verhouding tussen openheid/geslotenheid van het gebied is derhalve sterk gewijzigd en de bebouwingsstructuur (rond het plangebied) is gewijzigd. Aan de gaafheid van de fysiognomie wordt derhalve 2 punten toegekend. Bijzondere kenmerken Het plangebied deel wordt omgeven door objecten en structuren met een bijzondere waarde. De omgeving van het plangebied maakt deel uit van de oude kern van Bergharen met oude bebouwingslinten langs de Dorpsstraat en Veldsestraat met monumentale bebouwing (rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten) en waardevolle bomen. Het plangebied kent zelf geen bijzondere waarden met uitzondering van het persistente agrarische gebruik en enkele oude perceelsgrenzen. Vanaf de openbare wegen is het plangebied echter nauwelijks beleefbaar als gevolg van de verdichting van de oude bebouwingslinten met de toenemende afdichting (schuttingen en heggen) van erven/tuinen en de overbouwing van de aangrenzende akkers in de vorige eeuw. Ook vanaf de beide kerken is door de aanwezigheid van begroeiing geen zichtrelatie met het plangebied aanwezig. Het terrein is tevens niet openbaar toegankelijk, terwijl voorheen de oude kerkenpaden door het terrein liepen.
Dit betekent dat hoewel de structuur van het plangebied zelf op hoofdlijnen bewaard is gebleven, de wijzigingen die in de 20e eeuw hebben plaatsgevonden belangrijke consequenties hebben voor de historisch-geografische waarde van het plangebied. Op basis hiervan is op basis van expert judgement aan het plangebied 2 punten toegekend. Op basis van de bovenstaande punten (4 punten voor topografie, 2 punten voor fysiognomie en 2 punten voor bijzondere kenmerken) kent het plangebied een gemiddelde score van 2,7 punten oftewel een gemiddelde waardering.
38
De waardering is uitgevoerd conform de methode in Keunen & Jansen 2015. Voor uitleg hierover wordt verwezen naar het betreffende document. 39 Van de totaal 5 punten.
31
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Cultuurhistorische Effectrapportage
32
4
Conclusie en aanbevelingen
Uit het bureauonderzoek blijkt dat hoewel het historisch grondgebruik van het plangebied niet of nauwelijks is gewijzigd, de historisch-geografische waarde van het plangebied als gevolg van de verdichting uit uitbreiding van de bebouwing rondom het plangebied is aangetast. Ondanks de situering tussen de twee kerken van Bergharen is aan het plangebied slechts een gemiddelde waardering toegekend. Met name de uitbreiding van de bebouwing in en achter de historische bebouwingslinten heeft de toegankelijkheid en beleefbaarheid van het plangebied (door het blokkeren van de oude kerkenpaden en zichtlijnen) sterk beperkt. De historisch-geografische waarde van het plangebied bestaat slechts nog uit het gebruik als agrarisch gebied, de aanwezigheid van persistente historische perceelsgrenzen, onderdeel van het (verdicht en dus relatief recent) historisch bebouwingslint en de aanwezigheid van enkele resterende historische zichtlijnen. Hieronder zal per cultuurhistorische waarde het effect van de geplande ontwikkeling worden besproken. Open agrarisch gebied Volgens de huidige plannen zal in het plangebied een vrij open cluster erven met veel openbaar en privé groen worden gerealiseerd (zie paragraaf 1.4). Bij de herontwikkeling is al rekening gehouden met zichtlijnen en een zachte overgang naar het aangrenzende agrarische gebied.
Het gevolg van de herontwikkeling is onvermijdelijk dat de waarde ‘open agrarisch gebied’ zal verdwijnen. Tegelijkertijd is deze ontwikkeling al in de 20e eeuw in gang gezet met de inbreidingslocaties ten noorden, oosten en westen van het plangebied, die tevens de cultuurhistorische waarde van het plangebied al hebben aangetast. Een deel van de bebouwing vindt bovendien plaats op een locatie waar voorheen ook al bebouwing aanwezig was (zie ‘gesloopt historisch bebouwingslint’, tussen Veldsestraat 6 en 10). Onderdeel (verdicht) historisch bebouwingslint (zuidelijke deel) Het zuidelijke deel van het plangebied maakt deel uit van het zeer ijle, historische bebouwingslint langs de Veldsestraat. Lange tijd was dit gebied onbebouwd, maar als gevolg van de doorgaande verdichting van het bebouwingslinten is het terrein vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw bebouwd geraakt. De bebouwing die volgens de huidige plannen op deze locatie is gepland, valt derhalve binnen de historische ontwikkeling van het gebied. Persistente historische perceelsgrenzen De huidige plannen laten de resterende historische perceelgrenzen (zie afb. 3.1) overwegend ongemoeid. Uitzondering hierbij betreft het perceel van de nieuwbouw die deels in de tuin van de Dorpsstraat 78 valt.
Hiervoor wordt geadviseerd om de voorzijde van het perceel te laten samenvallen met de (meer oostelijk gelegen) historische perceelsgrens. In het algemeen geldt het advies om de historische perceelsgrenzen zowel in de plannen als in de uiteindelijke uitvoering zichtbaar te laten en/of te maken. Hierbij dienen de afrasteringen echter geen visuele barrière te vormen. Restant historische zichtlijnen Tot slot worden de momenteel aanwezige zichtlijnen niet geblokkeerd door de geplande herinrichting. De toegangsweg vanaf de Veldsestraat laat een inkijk in het plangebied toe en ter hoogte van de zichtlijn ten noorden van het plangebied (vanaf het Uilengat) zijn geen ingrepen gepland. Ook op de locaties waar geen sprake is van een directe, open zichtlijn, vanwege de aanwezigheid van schuttingen, heggen/bomen of muren, is rekening gehouden met zichtlijnen/openheid. Zo is in het verlengde van het kerkhof van de Roomskatholieke kerk een open ruimte in het plan opgenomen. Dit geldt ook voor de (grotendeels door bomen geblokkeerde) zichtlijn tussen de Dorpsstraat 92 en de Stompendijk 2 waar in het verlengde een weg/wandelpad is opgenomen.
33
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Invloedssfeer monumenten Het plangebied wordt omringd door historische bebouwingslinten, waarin diverse rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten aanwezig zijn. Bij herinrichting dient rekening te worden gehouden met de omgeving van deze monumenten. Het gaat daarbij niet om het voorkomen van aantasting van de omgeving op zich, maar om aantasting van de omgeving van een monument die dat monument ontsiert of beschadigt te voorkomen.40 De meeste monumenten rond het plangebied zijn voorzien van een ruime buffer in de vorm van een tuin (groter dan het oorspronkelijke erf) en/of reeds bestaande (nietwaardevolle) bebouwing (zie afb. 3.1) of duidelijk begrensd door hoge afscheiding in de vorm van een schutting of heg41 al dan niet met opgaande bomen. Voor de meeste monumenten (boerderijen, pastorie en klooster) geldt derhalve dat ingrepen die buiten het eigen erf plaatsvinden niet of nauwelijks van invloed zijn op de monumentale waarde. De aanwezige kerken vormen hierop een uitzondering. Kerktorens vormden lange tijd een baken in het landschap, waardoor hun invloedssfeer veel groter is dan van andere bebouwing. De Hervormde kerk, aan de westzijde van het plangebied, heeft een relatief lage toren, die aan de oostzijde grotendeels door bomen en de bestaande bebouwingslinten aan het zicht worden onttrokken.
Desondanks is door de ruime opzet van de bebouwing en de bouwmassa’s wel rekening gehouden met vrij zicht van de omwonenden op de kerk. De belangrijkste zichtlijn op deze kerk, namelijk vanaf het open agrarische gebied in het westen, wordt door de plannen niet beperkt. De Roomskatholieke kerk heeft een veel hogere toren en steekt ruim boven de bebouwing uit. Bovendien is ook hiermee rekening gehouden met het bouwplan, waardoor vanaf de bestaande openbare weg (Veldsestraat) een vrije zichtlijn is op de kerk. De plannen hebben derhalve geen negatieve invloed op de monumentale waarde van de aangrenzende monumenten. Op basis van het bovenstaande kan derhalve de conclusie worden getrokken dat hoewel de geplande herinrichting van het gebied een deel van de historisch-geografische waarden (namelijk ‘open agrarisch gebied’) van het plangebied schaadt, deze ontwikkeling valt binnen een bestaande ontwikkeling waarbij het bebouwde gebied zich vanaf de Dorpsstraat over het voormalige akkergebied heeft uitgebreid. Tevens valt daarbij op te merken dat de geplande herinrichting zorgt voor een zachtere overgang naar het agrarische gebied dan momenteel het geval is én het gebied weer openbaar toegankelijk maakt, zoals in het verleden ook sprake van was. Er is derhalve, zeker gezien de middelmatige waardering van het gebied, geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden.
40
RCE 2020. De Veldsestraat 6 is omgeven door een hoge haag. Langs de noordgrens van het plangebied, op de overgang naar het erf van het daar gelegen gemeentelijk monument, bevindt zich eveneens een hoge haag. 41
Cultuurhistorische Effectrapportage
34
5
Geraadpleegde bronnen
Bakker, H. de & J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus, Wageningen. Barends, S., et al., 1997: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografisch benadering. Uitgeverij Matrijs. Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie (Fysische geografie van Nederland), Assen Berendsen, H.J.A. & E. Stouthamer, 2001: Palaeogeographic development of the Rhine-Meuse delta, The Netherlands. Assen. Bergman, W.A., 2017: Gemeente Wijchen. Plangebied Veldsestraat 7 te Bergharen. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). ’s-Hertogenbosch (BAAC rapport V-17.0241). Boer, E.A.M. de, 2011: Gemeente Echt-Susteren. Plangebied Oude Rijksweg te Susteren. Bureauonderzoek. ’s-Hertogenbosch (BAAC rapport V-10.0301). Boer, E.A.M. de, 2022b: Gemeente Wijchen. Plangebied Kerkenweide te Bergharen. Archeologisch bureauonderzoek. ’s-Hertogenbosch (BAAC rapport V-21.1132b). Bongers, J.M.G., 2008: Bergharen, Dorpsstraat 30 (Gld.). Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Zuidhorn (Steekroefrapport 2008-07/15). CCvD, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Structuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB), Gouda. Cohen, K.M. et al., 2012: Rhine-Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography Utrecht University.
Daniel, A., 2010: Een proefsleuvenonderzoek en waarneming aan de Wijksestraat te Bergharen, gemeente Wijchen. Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 78). Diepeveen, M.C. & H. van Enckevort, 2009: Aan de rand van een middeleeuwse nederzetting. Archeologisch onderzoek in de bouwput van het Kulturhus in Bergharen, gemeente Wijchen. Nijmegen (Archeologische Berichten Wijchen – Rapport 9). Goossens, E. & L.M. Flokstra, 2008: Archeologiebeleid gemeente Wijchen. Weesp (RAAP-rapport 1828). Groot, M. de & R. Meijers, 1983: Merovingische sporen aan de Dorpsstraat te Bergharen. In: Jaarverslag
1983 AWN afdeling Nijmegen e.o. Harmens, C. & W. Kuppens, 2011: Een waarneming bij de sloop van het voormalige dorpshuis aan de Dorpsstraat 43 in Bergharen. Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 98).
35
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Jongmans, A.G., M.W. van den Berg, M.P.W. Sonneveld, G.J.W.C. Peek & R.M. van den Berg van Saparoea, 2015: Landschappen van Nederland. Geologie, bodem en landgebruik, Wageningen. Kemme, A.W.A., 2018: Bergharen, Veldsestraat 7. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P). )’s-Hertogenbosch (BAAC-rapport A18.0026). Keunen, J.J. & D. Jansen, 2015: Samen in verscheidenheid: beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten. Weesp/Beuningen. Keunen, L.J., L.M.P. van Meijel, E.M. Bet & S. van der Veen, 2015: Tussen stad en land, tussen Maas en Waal, gemeente Wijchen: een cultuurhistorische inventarisatie (actualisatie). Weesp (RAAP-rapport 3040). Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. RCE, 2020. Handreiking begrippenkader cultureel erfgoed onder de Omgevingswet. Hoe gemeenten
cultureel erfgoed beter kunnen beschermen, door wettelijke begrippen eenduidig toe te passen (in het omgevingsplan). Versie 1.1. Schulte, A.G., 1986: Het Land van Maas en Waal. Den Haag/Zeist. Spek, T., 2004: Het Drentse esdorpenlandschap. Een historisch geografische studie, Utrecht. Stiboka, 1973: Bodemkaart van Nederland. Schaal 1:50.000. Blad 39 West Rhenen en Blad 39 Oost Rhenen. Stichting voor Bodemkartering. Verbraeck, A., 1984: Toelichtingen bij de geologische kaart van Nederland 1:50.000. Blad Tiel West (39W) en Blad Tiel Oost (39O). Haarlem.
Geraadpleegde kaarten en websites AHN4, Actueel Hoogtebestand Nederland, http://www.ahn.nl, januari 2022. Archis 3, archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, https://archis.cultureelerfgoed.nl/, januari 2022. BAG, Basisregistratie Adressen en Gebouwen, https://bagviewer.kadaster.nl/, januari 2022. Bodemloket, https://www.bodemloket.nl, januari 2022. Cultuurhistorie Provincie Gelderland, https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=316af7dd4e5745b999be08d27f 78e90c, januari 2022. DINO-loket, Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond, http://www.dinoloket.nl, januari 2022. Erfgoed landelijk bouwen, Plan Kerkenweide te Bergharen. Een ontwikkeling van ErfGoed en Van den Bosch Vastgoed, https://erf-goed.nl/kerkenweide/, januari 2022. Geologische kaart van Nederland, kaartblad 39 Tiel. 1981. Rijks Geologische Dienst. IKME, Indicatieve Kaart Militair Erfgoed, http://www.ikme.nl/, januari 2022. Kadasterkaart (minuutplan en OAT), 1811-1832, http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl, januari 2022.
Cultuurhistorische Effectrapportage
36
Kadastrale hulpkaart, te raadplegen via Kadaster Archiefviewer, januari 2022. KLIC melding 22O010404, aangeleverd door het Kadaster. Militaire landschapskaart, https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=militaire%5Flandschapskaart, januari 2022. Ontgrondingen Gelderland, https://data.overheid.nl, januari 2022. Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen, vastgesteld 3-5-2017, https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view, januari 2022. PDOK (Publieke Dienstverlening Op de Kaart), platform met webservers van geodatasets van Nederlandse overheden, https://www.pdok.nl/, datum. RAF, 1944: Flight 114, run 17, foto 4368, 12-9-1944; flight 116, run 31, foto 3020, 19-9-1944; flight 117, run 06, foto 3045, 5-1-1945, https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf#1. Topotijdreis, 200 jaar topografische kaarten, https://www.topotijdreis.nl, januari 2022. Traces of war, https://www.tracesofwar.nl/, januari 2022.
Overige Email aan Historische Vereniging Tweestromenland 11 januari 2022. Schriftelijke mededeling dhr. L. ten Hag (secretaris AWN, afdeling Nijmegen e.o.) 12 januari 2022.
37
V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen
Cultuurhistorische Effectrapportage
38
Bijlage 1 Geologische en archeologische tijdvakken
Bijlage 1: Geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie
MIS
Holoceen (warme periode)
1
11.650
14.030
Laat
Laat
30.000
60.000
Weichselien (ijstijd)
14.640
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
75.000
Formatie van Kreftenheye (Rijn) 2
MiddenPleniglaciaal (koud)
3
VroegPleniglaciaal (zeer koud)
4
VroegWeichselien (gematigd koud)
Pleistoceen
117.000
Kwartair
5a 5b 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6-10
Holsteinien (warme periode)
11
Elsterien (ijstijd)
12
Cromerien (warme periode)
1322
Pre-Cromerien
23104
Eem Formatie (marien, lagunair en lacustrien) Formatie van Drente (Glaciaal)
130.000
Midden
410.000
Midden
370.000
475.000
2.600.000
Vroeg
Vroeg
850.000
Formatie van Urk (Rijn) Formatie van Peelo (Glaciaal) Formatie van Sterksel (Rijn)
Chrono-, zuurstofisotopen- en lithostratigrafie voor Noordwest-Europa naar De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Berendsen (2008) en Cohen et al. (2009). Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor Cultuurhistorisch Erfgoed (RCE). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2008). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Formatie van Beegden (Maas)
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
13.900
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm) LaatPleniglaciaal (zeer koud)
Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
Formatie van Boxtel (eolisch en lokaal terrestrisch)
12.850
Lithostratigrafie
Formatie van Stamproy (eolisch en lokaal terrestrisch)
Ouderdom (jr) 0 = 1950 n. Chr.
Ouderdom (kal. jaren BP1)
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
Vegetatie
Archeologische perioden (kal. jaren v/n. Chr.) nieuwe tijd (1500-heden)
450 Vb2 1150
1250
1962
Laat
1500
Subatlanticum (koeler Vochtiger)
1950
Holoceen
2900
5700
Subboreaal (koeler Droger)
5000
7250
10.250
9000
10.750 10.150
13.900
11.900
14.030
12.100
14.640
12.450
130.000
300.000 (v. Chr.)
1
14
117.000
C-methode loopt tot 43.000 jaar BP
35.000 (v. Chr.)
75.000
III
Loofbos eik en els overheersen, relatief veel iep en linde. Het percentage den neemt af
Boreaal (warmer)
II
Den overheerst, daarnaast hazelaar, eik, iep, linde, es
Preboreaal (warmer)
I
Eerst berk en later overheerst de den
Late Dryas
LW III
Parklandschap (subarctisch)
Allerød
LW II
LaatWeichselien (Laat-Glaciaal) Weichselien (ijstijd)
10.950
Laat-Pleistoceen
12.850
MiddenPleistoceen
11.650
Loofbos. Eik, els en hazelaar overheersen; beuk vanaf IVb >1% en grotere invloed landbouw (granen)
Atlanticum (warm Vochtig) 8000
Vroeg
8700
IVa
Midden
3950
IVb
Vroege Dryas Bølling
Dennen- en berkenbossen Open parklandschap
LW I
Romeinse tijd (12 v.Chr. – 450 n. Chr.)
bronstijd (2000 – 800 v. Chr.)
neolithicum (5300 – 2000 v. Chr.)
mesolithicum (8800 – 5300 v. Chr.)
laat-paleolithicum (35.000 – 8800 v. Chr.)
Open vegetatie met kruiden (bijvoet) en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
Perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (Vroeg-Glaciaal)
Perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Eemien (warme periode)
Loofbos
Saalien (ijstijd)
Maximale ijsuitbreiding Scandinavische ijskap tussen 200.000 en 130.000 jaar BP
BP = aantal werkelijke jaren voor 1950 AD.
middeleeuwen (450-1500 n. Chr.)
ijzertijd (800 – 12 v. Chr.)
Va
2750 3050
Vb1
Loofbos, waarbij eik en els overheersen; haagbeuk vanaf Vb1 (>1%); vanaf Vb2 veel cultuurplanten (rogge, boekweit, korenbloem)
midden-paleolithicum (300.000 – 35.000 v. Chr.)
vroeg-paleolithicum (tot 300.000 v. Chr.)