CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Sleedoornweg 13, Wijchen

Raad openbaar Wijchen 25 april 2024, gemeente wijchenBij agendapunt: 88155 Beslisnota Vaststellen bestemmingsplan Sleedoornweg 13 Wijchen18.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.5

Metalen Barium (Ba)

mg/kg DS

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

0.23

0.35

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

<3.0

5.3

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

20

35

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

0.055

0.074

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.1

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

8.3

19

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

30

43

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

64

120

-

mg/kg DS

36

100

-

mg/kg DS

0.0049

0.014

-

mg/kg DS

2.3

2.3

Wo

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK 10 VROM factor 0.7

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

Eindoordeel

12954963

MM01, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 050, 04: 0-50, 05:0-50, 06: 0-50

31-08-2022

Altijd toepasbaar

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

Wo

Oordeel Wonen

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 1 of 2

Uw Project

Sleedoornweg 13 te Wijchen (MM22145)

Certificaat

2022136048

Toetsing

BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

16 September 2022 14:27 MM02, 01: 60-100, 01: 100-150, 01: 150200, 06: 60-100, 06: 100-150, 06: 150-200

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie Fractie < 2 µm

6.2

Organische stof volgens gloeiverlies methode

<0.7

Metalen Barium (Ba)

mg/kg DS

22

56

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

<0.20

0.23

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

3.4

8.2

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

<5.0

6.3

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

<0.050

0.047

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.1

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

7.3

16

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

<10

10

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

<20

27

-

mg/kg DS

<35

120

-

mg/kg DS

0.0049

0.025

-

mg/kg DS

0.35

0.35

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK 10 VROM factor 0.7

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

12954964

MM02, 01: 60-100, 01: 100-150, 31-08-2022 01: 150-200, 06: 60-100, 06: 100-1

Eindoordeel Altijd toepasbaar

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 2 of 2

Uw Project

Sleedoornweg 13 te Wijchen (MM22145)

Certificaat

2022137235

Toetsing

THK PFAS 13-dec-2021 Grond Bagger op landbodem

Versie

BCAST 20.0.0

Toetsingsdatum

16 September 2022 14:27 MM03, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 050, 05:0-50, 06: 0-50

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie Fractie < 2 µm

25

#

Organische stof volgens gloeiverlies methode

10

#

PerFluoroCarbon(PFC) perfluorbutaanzuur (PFBA)

µg/kg DS

0.2

0.2

-

perfluorpentaanzuur (PFPeA) µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluorhexaanzuur (PFHxA) µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluorheptaanzuur (PFHpA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluoroctaanzuur (PFOA) lineair

µg/kg DS

0.4

0.4

-

perfluoroctaanzuur (PFOA) vertakt

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluornonaanzuur (PFNA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluordecaanzuur (PFDA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluorundecaanzuur (PFUnDA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluordodecaanzuur (PFDoA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluortridecaanzuur (PFTrDA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluortetradecaanzuur (PFTeDA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluorhexadecaanzuur (PFHxDA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluoroctadecaanzuur (PFODA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluorbutaansulfonzuur (PFBS)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluorpentaansulfonzuur (PFPeS)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluorheptaansulfonzuur (PFHpS)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) lineair

µg/kg DS

1.5

1.5

*

perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) vertakt

µg/kg DS

0.3

0.3

-

perfluordecaansulfonzuur (PFDS)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

4:2 fluortelomeer sulfonzuur µg/kg DS (4:2 FTS)

<0.1

0.07

-

6:2 fluortelomeer sulfonzuur µg/kg DS (6:2 FTS)

<0.1

0.07

-

8:2 fluortelomeer sulfonzuur µg/kg DS (8:2 FTS)

<0.1

0.07

-

10:2 fluortelomeer sulfonzuur (10:2 FTS)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

n-methyl perfluoroctaansulfonamide acetaat (MeFOSA

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

n-ethyl perfluoroctaansulfonamide acetaat (EtFOSAA

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

perfluoroctaansulfonamide (PFOSA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

Page 1 of 2

MM03, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 050, 05:0-50, 06: 0-50

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

n-methyl perfluoroctaansulfonamide (MeFOSA)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

8:2 fluortelomeer fosfaat diester (8:2 diPAP)

µg/kg DS

<0.1

0.07

-

som PFOA (factor 0,7)

µg/kg DS

0.5

0.5

-

som PFOS (factor 0,7)

µg/kg DS

1.7

1.7

*

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

12959488

MM03, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 050, 04: 0-50, 05:0-50, 06: 0-50

31-08-2022

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

-

<= Achtergrondwaarde

*

> achtergrondwaarde

Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.

Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com

Page 2 of 2

Uw Project

Sleedoornweg 13 te Wijchen (MM22145)

Certificaat

2022141563

Toetsing

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep)

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

16 September 2022 14:28

Is Diep grondwater

Nee

Analyse

1, 01-1: 250-350

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Index

Oordeel

Metalen Barium (Ba)

µg/l

27

27

-

Cadmium (Cd)

µg/l

0.65

0.65

Kobalt (Co)

µg/l

2.3

2.3

-

Koper (Cu)

µg/l

2.4

2.4

-

Kwik (Hg)

µg/l

<0.050

0.035

-

Molybdeen (Mo)

µg/l

<2.0

1.4

-

Nikkel (Ni)

µg/l

11

11

-

Lood (Pb)

µg/l

<2.0

1.4

-

Zink (Zn)

µg/l

38

38

-

0.04

> SW

Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen

µg/l

<0.20

0.14

-

Tolueen

µg/l

<0.20

0.14

-

Ethylbenzeen

µg/l

<0.20

0.14

-

Xylenen (som) factor 0,7

µg/l

0.21

0.21

-

Naftaleen

µg/l

0.035

0.035

> SW

Styreen

µg/l

<0.20

0.14

-

Dichloormethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

Trichloormethaan

µg/l

<0.20

0.14

Tetrachloormethaan

µg/l

<0.10

0.07

Trichlooretheen

µg/l

<0.20

0.14

-

Tetrachlooretheen

µg/l

<0.10

0.07

-

1,1-Dichloorethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

1,2-Dichloorethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

1,1,1-Trichloorethaan

µg/l

<0.10

0.07

-

1,1,2-Trichloorethaan

µg/l

<0.10

0.07

-

Tribroommethaan

µg/l

<0.20

0.14

@

Vinylchloride

µg/l

<0.10

0.07

0.01

-

1,1-Dichlooretheen

µg/l

<0.10

0.07

0.01

-

1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7

µg/l

0.14

0.14

0.01

-

Dichloorpropanen som factor µg/l 0.7

0.42

0.42

-

<50

35

-

0.77

@

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen

0.01

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40)

µg/l

Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-12008)

µg/l

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

Eindoordeel

12975432

1, 01-1: 250-350

09-09-2022

Overschrijding Streefwaarde

Page 1 of 4

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

-

<= Streefwaarde

> SW

> Streefwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 2 of 4

Uw Project

Sleedoornweg 7 te Wijchen (MM22157)

Certificaat

2022141564

Toetsing

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep)

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

16 September 2022 14:28

Is Diep grondwater

Nee

Analyse

1, 01-1: 250-350

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Index

Oordeel

61

61

0.02

> SW

3.14

> IW

Metalen Barium (Ba)

µg/l

Cadmium (Cd)

µg/l

18

18

Kobalt (Co)

µg/l

3.8

3.8

Koper (Cu)

µg/l

81

81

Kwik (Hg)

µg/l

<0.050

0.035

Molybdeen (Mo)

µg/l

<2.0

1.4

Nikkel (Ni)

µg/l

26

26

Lood (Pb)

µg/l

5.8

5.8

Zink (Zn)

µg/l

87

87

1.10

> IW -

0.18

> SW

0.03

> SW

-

Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen

µg/l

<0.20

0.14

-

Tolueen

µg/l

<0.20

0.14

-

Ethylbenzeen

µg/l

<0.20

0.14

-

Xylenen (som) factor 0,7

µg/l

0.21

0.21

-

Naftaleen

µg/l

<0.020

0.014

-

Styreen

µg/l

<0.20

0.14

-

Dichloormethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

Trichloormethaan

µg/l

<0.20

0.14

Tetrachloormethaan

µg/l

<0.10

0.07

Trichlooretheen

µg/l

<0.20

0.14

-

Tetrachlooretheen

µg/l

<0.10

0.07

-

1,1-Dichloorethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

1,2-Dichloorethaan

µg/l

<0.20

0.14

-

1,1,1-Trichloorethaan

µg/l

<0.10

0.07

-

1,1,2-Trichloorethaan

µg/l

<0.10

0.07

-

Tribroommethaan

µg/l

<0.20

0.14

@

Vinylchloride

µg/l

<0.10

0.07

0.01

-

1,1-Dichlooretheen

µg/l

<0.10

0.07

0.01

-

1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7

µg/l

0.14

0.14

0.01

-

Dichloorpropanen som factor µg/l 0.7

0.42

0.42

-

51

51

> SW

0.77

@

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen

0.01

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40)

µg/l

Extra parameters som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-12008)

µg/l

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

Eindoordeel

12975433

1, 01-1: 250-350

09-09-2022

Overschrijding Interventiewaarde

Page 3 of 4

Legenda #

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

> SW

> Streefwaarde

-

<= Streefwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

> IW

> Interventiewaarde

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 4 of 4

BIJLAGE 8: Projectfoto’s

onderzoek

onderzoek

onderzoek

onderzoek

BIJLAGE 9: Informatie vooronderzoek

Sleedoornweg 13 te Wijchen Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 6

-

16-09-2022

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding HBB: Jansen, H.J.; Zesweg 22 Kaarten Disclaimer Toelichting

Pagina 2 van 6

-

16-09-2022

De provincie Gelderland en de twee grote Gelderse gemeenten Arnhem en Nijmegen zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (. Zij sturen de bodemsaneringsoperatie en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Hierbij kan de provincie juridische en financiële instrumenten inzetten. In dit kader worden bodemgegevens verzameld in het bodeminformatiesysteem (BIS) van de provincie.

In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit het BIS van de provincie Gelderland. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied. De twee grote gemeenten hebben hun eigen BIS. Gegevens van die gemeenten worden niet in deze rapportage weergegeven. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is.

De provincie zal aansturen op sanering van alle historische verontreinigingen (ontstaan voor 1987) die risico’s veroorzaken (dit zijn de spoedlocaties die tot de werkvoorraad van de provincie behoren). In het rapport wordt per locatie aangegeven (Vervolg Wbb-traject) of een locatie nog tot de werkvoorraad behoort en welke vervolg in dat kader wordt verwacht.

Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd De in het bodeminformatiesysteem van de provincie Gelderland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.

Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de provincie Gelderland via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.

Locatie: HBB: Jansen, H.J.; Zesweg 22 Locatie Zesweg 22 6601HB Wijchen

Adres Locatiecode

AA029600331

Locatienaam

HBB: Jansen, H.J.; Zesweg 22

Plaats

Wijchen

Locatiecode bevoegd gezag WBB

GE029600395

Status Hbb-cluster-inactief

Vervolg WBB

Beoordeling

Status rapporten

Pot. verontreinigd

Beschikking

Status besluiten

Status asbest Ja

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar

Verontreinigende activiteiten Activiteit

Vervallen

Benoemd

Verontreinigd

broodfabriek

Start 1934

Einde 9999

Nee

Nee

Onbekend

Onbekend

wagenmakerij

1925

9999

Nee

Nee

Onbekend

Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar

Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Sanering Geen gegevens beschikbaar

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 3 van 6

-

16-09-2022

Spoed

Voldoende onderzocht

Pagina 4 van 6

-

16-09-2022

De bodeminformatie die u in deze rapportage aantreft is met zorg door gemeenten of provincie in het bodeminformatiesysteem ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat informatie is verouderd, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Gelderland is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. Deze rapportage bevat geen gegevens van de twee grote gemeenten in de provincie Gelderland die zelf bevoegd gezag Wet bodembescherming zijn (Arnhem en Nijmegen). Als u fouten of onvolkomenheden in de rapportage aantreft kunt u ons helpen door dit te melden via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.

Pagina 5 van 6

-

16-09-2022

Toelichting Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn).

Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Bij ernstige verontreinigingen wordt vervolgens beoordeeld of bij het huidige gebruik er mogelijke risico’s aanwezig zijn. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de verontreinigingssituatie zo goed mogelijk ingeschat en vermeld onder het veld ‘beoordeling’. Pas als de verontreiniging voldoende is onderzocht wordt de conclusie vastgelegd in een formeel besluit. Dit is onder het veld ‘Beschikking’ aangegeven.

Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan voor een beperkt deel van het terrein gelden (deelsanering) of in verschillende fasen worden uitgevoerd. Als het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Indien wordt ingestemd met het eindresultaat van de sanering (vastgelegd in een evaluatierapport) wordt ook de einddatum van de sanering ingevuld.

Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb.

(Mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van bekende historische (bedrijfs)activiteiten die op de locatie aanwezig zijn geweest en mogelijk bodemverontreiniging veroorzaakt hebben. Deze potentiële verontreinigingsbronnen vormen het zogenaamde. Historisch Bodem Bestand (HBB).

Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie Gelderland genomen besluiten vermeld.

Saneringscontouren Indien sprake is van een deelsanering of verschillende fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd.

Zorgmaatregelen/gebruiksbeperkingen Als na sanering nog verontreiniging is achtergebleven zijn maatregelen genomen om blootstelling aan of verspreiding van deze (rest)verontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in standhouden van deze maatregelen.

Pagina 6 van 6

-

16-09-2022

BIJLAGE 10: Onafhankelijkheidsverklaring

Onafhankelijkheidsverklaring Kwaliteit: De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRLSIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). Voor de monstername van grond wordt tevens aangesloten bij de informatie uit het Handelingskader Poly en Per fluor Alkyl Stoffen (PFAS, onderdeel 6 Veldwerk en Analyse) opgesteld door het Expertisecentrum PFAS. Onafhankelijkheid: Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren.

Projectnaam: Projectnummer: Erkende veldwerker van:

Sleedoornweg 13 te Wijchen MM22145 Montferland Milieu B.V.

Bij het onderzoek zijn de volgende protocollen gevolgd: Plaatsen van handboringen en peilbuizen (protocol 2001) Nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (protocol 2018)

Datum uitvoering 2001:

31-08-2022

Datum uitvoering 2002:

09-09-2022

Datum uitvoering 2018:

-

Ja Ja N.v.t.

Onafhankelijkheidsverklaring: Montferland Milieu B.V. verklaart dat het veldwerk ten behoeve van bovengenoemd project onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarin genoemde NEN-normen.

BIJLAGE 11: Toegepaste normen

Toegepaste normen NEN 5104 NEN 5707

Geotechniek Asbest

NEN 5709

Bodem

NEN 5720

Waterbodem

NEN 5725

Bodem

NEN 5740 NPR 5741

Bodem Bodem

NPR 6616 NEN 5717

Water en slib Waterbodem

NEN 5742

Bodem

NEN 5743

Bodem

NEN 5744

Bodem

NEN 5745

Bodem

NEN 5120

Geotechniek

NEN 5751

Bodem

NEN 5733 NEN 5766

Bodem Bodem

NEN 5861 NEN-EN-ISO 56673

Milieu Water

NEN 5897

Asbest

NEN-ISO 7888 SIKB protocol 2001

Water Milieu

SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2003 SIKB protocol 2018

Water Waterbodem Asbest

Classificatie van onverharde grondmonsters Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, orienterend en naderonderzoek Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek Routinebepaling van de pH Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische Verbindingen en fysisch/chemische bodemkenmerken. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische eigenschappen Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen. Voorbereiding van het monster voor fysisch-chemische analyses Bepaling van de korrelgrootte m.b.v.

zeef en pipet Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek Procedures voor monsteroverdracht Bemonstering - Deel 3: Richtlijnen voor de conservering en behandeling van watermonsters Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Het nemen van waterbodemmonsters Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

BIJLAGE 12: Toelichting toetsingskader

De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van het Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering 2013. Grond: Voor de beoordeling van grond worden achtergrond- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: • Achtergrondwaarden (AW) In het Regeling Bodemkwaliteit wordt de term “Achtergrondwaarden” gebruikt. De achtergrondwaarden zijn gebaseerd op het onderzoek “Achtergrondwaarden 2000” (AW2000). Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur en landbouwgronden in Nederland. • Criterium voor nader onderzoek (Tussenwaarde) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) gemiddelde van de som van achtergrond- en interventiewaarde wordt overschreden. • Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.

Grondwater Voor de beoordeling van grondwater worden streef- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: • Streefwaarden (S) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. • Criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I)) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I); gemiddelde van de som van streef- en interventiewaarde) wordt overschreden. • Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.

Tabel: Toetsingwaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.

Toetsingwaarden¹

AW

1/2(AW+I)

I

RBK eis

Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.5

21

40

0.35

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)

20

510

1000

4.9

Minerale olie Totaal olie C10-C40

190

2595

5000

35

¹

AW ½(AW/I) I RBK

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.

Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000)

Toetsingwaarden¹

S

1/2(S+I)

I

RBK eis

Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65

338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432

625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800

20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen (0.7 factor) Styreen

0.20 7.0 4.0 0.20 6.0

26 504 77 35 153

30 1000 150 70 300

0.20 0.20 0.20 0.21 0.20

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Naftaleen 0.01 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

35

70 1

0.020

Gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1 dichlooretheen Dichloomethaan som (cis, trans) 1,2 dichloorethenen (0,7 factor) 1,1 dichloorpropaan 1,2 dichloorpropaan 1,3 dichloorpropaan Som dichloorpropaan (0,7 factor) Tetachlooretheen Tetachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen Chloroform Vinylchloride Tribroommethaan

7.0 7.0 0.01 0.01 0.01 0.80 0.80 0.80 0.80 0.01 0.01 0.01 0.01 24 6.0 0.01

454 204 5.0 500 10 40 40 40 40 20 5.0 150 65 262 203 2.2

900 400 10 1000 20 80 80 80 80 40 10 300 130 500 400 5.0 630

0.20 0.20 0.10 0.20 0.14 0.20 0.20 0.20 0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20

50

325

600

50

Minerale olie Totaal olie C10-C40

¹

S ½(S+I) I RBK

streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

Tabel: Toetsingwaarden voor asbestverdacht (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.

Toetsingwaarden¹

AW

Kwantitatief asbestonderzoek Gewogen asbestconcentratie

¹

AW ½(AW/I) I RBK

1/2(AW+I)

I

RBK eis

100

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.

BIJLAGE 13: Verklarende woordenlijst

Verklarende woordenlijst Een grond- en/of grondwaterverontreiniging kan veroorzaakt worden door verschillende parameters. Soms betreft het stoffen die van nature in de bodem voorkomen. In andere gevallen is er sprake van milieuvreemde stoffen. Om een indicatie te krijgen van een eventuele grond(water)verontreiniging worden analyses uitgevoerd op verschillende parameters. Toetsingskader Sinds oktober 2008 zijn in het kader van de Wet bodembescherming de streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) van kracht en daarmee het toetsingskader voor beoordeling van de kwaliteit van grond en grondwater. Daarnaast gelden voor de toepassing van grond de (landelijke) achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. Achtergrondw aarde (grond) De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond. Streefwaarde (grondwater) Als de streefwaarde wordt overschreden is er sprake van bodemverontreiniging. Voor de stoffen die van nature voorkomen, komt de streefwaarde overeen met het zogenaamde ‘gemiddelde achtergrondgehalte’.

Voor stoffen die niet van nature in de bodem voorkomen is de streefwaarde gelijkgesteld aan de aantoonbaarheidsgrens van de huidige analysetechnieken, ook wel ‘detectiegrens’ genoemd. Tussenwaarde Deze waarde geeft de milieukwaliteit aan, waarbij er sprake is van verhoogde, maar in het algemeen niet potentieel onaanvaardbare, risico's voor mens en milieu. Het betreft een rekenkundig gemiddelde van de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) en de Interventiewaarde, dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. Overschrijding van deze waarde heeft slechts een indicatieve functie, namelijk het aangeven van de noodzaak om een nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem uit te voeren. Grond of grondwater die de tussenwaarde wel maar niet de interventiewaarde overschrijdt, wordt aangeduid als matig verontreinigd. Interventiewaarde De interventiewaarde is de waarde die aangeeft bij welke concentratie sprake kan zijn van een dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor plant, mens en dier. Toetsingswaarden asbest Voor asbest in grond geldt alleen een interventiewaarde c.q. restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen). De Interventiewaarde voor asbest is gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR).

Grond met een gehalte aan asbest (gewogen) lager dan de Interventiewaarde mag hierdoor als niet verontreinigd worden aangemerkt. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest. Geval van ernstige bodemverontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m³ bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m³ poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde en de verontreiniging is ontstaan voor 1987. Asbest is uitgezonderd van dit volumecriterium.

BRL SIKB 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Alleen bedrijven die door het Ministerie van I en M zijn erkend mogen veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek verzorgen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Zij zijn ook de enigen die voor deze activiteit het keurmerk ‘Kwaliteitswaarborging bodembeheer SIKB' mogen voeren. Bedrijven met een erkenning staan vermeld op de lijst met erkende veldwerkers bij milieuhygiënisch bodemonderzoek op de website van Rijkswaterstaat Leefomgeving (www.rwsleefomgeving.nl)). Besluit bodemkwaliteit Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. Volgens dit besluit kan per gemeente een beleid worden gevoerd, waarin rekening gehouden is met lokale omstandigheden. Per gemeente dient voor toepassing gecontroleerd te worden of er sprake is van gebiedsspecifiek beleid of dat de generieke normen van het besluit van toepassing zijn. Voor de ontvangende bodem dient de bodemkwaliteit te zijn vastgesteld. Deze kwaliteit kan worden afgeleid van een vastgestelde bodemkwaliteitskaart. Als geen bodemkwaliteitskaart is vastgesteld moet met bodemonderzoek de kwaliteit van de ontvangende bodem worden vastgesteld. Een dergelijk onderzoek dient tenminste te worden uitgevoerd volgens een onderzoeksstrategie uit de NEN 5740.

Parameters Asbest Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen, die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Losse asbestvezels zijn met het blote oog niet zichtbaar. Asbestvezels zijn sterk en flexibel tegelijk. Bovendien zijn ze thermisch en elektrisch isolerend, bestand tegen zuren en logen en hebben ze een hoge wrijvingsweerstand. Hierdoor zijn ze geschikt voor veel verschillende toepassingen, als: • golfplaten; • waterleidingbuizen; • rem- en frictiemateriaal; • isolatiemateriaal. Asbest is met name na de Tweede Wereldoorlog veel gebruikt. Niet-hechtgebonden asbest is sinds 1983 vrijwel niet meer toegepast. De beroepsmatige toepassing en verkoop van alle soorten asbest is sinds 1 juli 1993 volledig verboden. Minerale olie Onder verontreinigingen met minerale olie vallen o.a. benzine, diesel en huisbrandolie-verontreinigingen. Verontreinigingen met minerale olie komen veelvuldig voor. Minerale olie is in de meeste gevallen in de bodem terechtgekomen door lekkage bij ondergrondse tanks of calamiteiten. Een olieverontreiniging is in de meeste gevallen goed zintuiglijk waarneembaar door geurafwijkingen en/of met behulp van de olie-op-watertest. Bij de olie-op-watertest wordt een beetje grond in water gebracht. De in de grond aanwezige olie komt boven drijven en wordt zichtbaar als een oliefilm.

Na analyse kan in de meeste gevallen een redelijk betrouwbare indicatie worden gegeven van de oliesoort. Indien sprake is van een benzineverontreiniging dient tevens rekening gehouden te worden met een verontreiniging met vluchtige aromaten (BTEXN) en bij nieuwe gevallen met ETBE of MTBE. Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) Bestrijdingsmiddelen worden ook wel pesticiden genoemd. Met name bij (voormalige) tuinbouwkassen en akkerbouw wordt rekening gehouden met deze vorm van verontreiniging. DDT en drins zijn bekende voorbeelden. Polychloorbifenylen (PCB) PCB zijn olieachtige vloeistoffen die veel zijn toegepast in transformatoren en condensatoren vanwege hun goede elektrisch-isolerende eigenschap in combinatie met het bestand zijn tegen hoge temperaturen. In het verleden zijn PCB ook toegepast in producten als motorolie, tl-armaturen, inkt, lijm en verf. Tegenwoordig zijn PCB op de zwarte lijst geplaatst en is de toepassing ervan verboden. PCB zijn voor mens en dier met name schadelijk omdat zij de eigenschap hebben om zich op te hopen in vet. Polycyclische aromatische koolw aterstoffen (PAK) PAK zijn teerachtige producten. PAK wordt gevormd bij diverse verbrandings- en chemische processen, veelal door onvolledige verbranding van koolstofverbindingen.

PAK kan in hoge gehaltes voorkomen in asfalt, steenkoolteer, pek, creosoot, diverse oliesoorten, zuiveringsslib en dakbedekkingsmaterialen. In de bodem komen PAK-verbindingen vaak voor in combinatie met koolas of sintels. In totaal bestaan er circa 250 verschillende PAK-verbindingen. Bij analyse op PAK ten behoeve van bodemonderzoek wordt een selectie van deze verbindingen geanalyseerd, bijvoorbeeld de zogeheten zestien van EPA of tien van VROM. Enkele PAK-verbindingen, zoals benzo(a)pyreen, zijn carcinogeen ofwel kankerverwekkend.

Vluchtige aromaten (BTEXN) Vluchtige aromaten (BTEXN = benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) worden bereid uit aardolieën. Ze zijn met name aanwezig in benzine en oplosmiddelen (bv. thinner). Ze zijn vrij vluchtig en hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van bijvoorbeeld benzeen is bekend dat het kankerverwekkend is. Vluchtige gehalogeneerde koolw aterstoffen (VOH/ VOCl) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen zijn koolwaterstoffen met een halogeenverbinding, met name chloor is in dit kader bekend. VOH/ VOCl worden veel gebruikt als ontvettings- en schoonmaakmiddelen bij chemische wasserijen, metaalindustrie en drukkerijen. Met name verontreinigingen met ‘Per’ (tetrachlooretheen) en ‘Tri’ (trichlooretheen) komen veel voor. Per en Tri hebben een hoog soortelijk gewicht (zwaarder dan water) en zijn vrij vluchtig. Ook deze stoffen hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van deze stoffen is bekend dat ze het zenuwstelsel aan kunnen tasten. Zware metalen Zware metalen komen van nature in kleine hoeveelheden voor in de bodem. In deze hoeveelheden zijn ze niet schadelijk voor volksgezondheid of milieu.

Grote (schadelijke) hoeveelheden zware metalen zijn in veel gevallen in het milieu terecht gekomen door: • verwerking metaalertsen; • metaalbewerking; • metaaloppervlaktebehandeling (galvaniseren/emailleren); • glazuren van aardewerk (loodwit); • metalen in drukinkt, cosmetica, katalysatoren, accu's, batterijen en verbrandingsafval (sintels, cokes, vliegas, slakken). Zware metalen komen in de bodem vaak in combinatie met puin en aardewerk voor. Door toepassing van lood als antiklopmiddel in benzine zijn grote hoeveelheden lood diffuus verspreid in het milieu terecht gekomen, vooral langs wegen en in stedelijke gebieden.

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

Akoestisch onderzoek spoorweglawaai Sleedoornweg 7 en 13 te Wijchen (2206/221/DJ-01, versie 0)

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

Akoestisch onderzoek spoorweglawaai (toetsing Wet geluidhinder)

in opdracht van G&O Consult T.a.v. de heer J. Ronnes Postbus 12 5845 ZG SINT ANTHONIS betreffende locatie Sleedoornweg 7 en 13 Wijchen documentkenmerk 2206/221/DJ-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 17 augustus 2022

opgesteld door:

gecontroleerd door:

ir. D.P.M. Jacobs

ing. C.P. Kuijken

Projectleider geluid & bouwfysica

Projectleider geluid & bouwfysica

Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021/

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid T.

Tritium Advies is gevestigd in:

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Breda >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Uitgangspunten

2

2.1

Locatiegegevens

2

2.2

Gegevens spoorwegverkeer

2

2.3

Modellering

2

3

Wet- en regelgeving

3

3.1

Berekeningsmethode

3

3.2

Randvoorwaarden Wgh

3

3.2.1 Geluidzone

3

3.2.2 Maximale geluidbelasting

4

3.3

Geluidbeleid gemeente Wijchen

4

4

Rekenresultaten en toetsing

5

4.1

Geluidbelasting spoorweglawaai

5

4.1.1 Bronmaatregelen

5

4.1.2 Overdrachtsmaatregelen

6

4.2

Geluidbeleid gemeente Wijchen

6

4.3

Geluidwering gevels (GA;k)

6

5

Samenvatting en conclusie

8

Bijlagen Bijlage 1:

Situatietekening van het plan

Bijlage 2:

Invoergegevens akoestisch model spoorweglawaai

Bijlage 3:

Grafische weergave akoestisch model spoorweglawaai

Bijlage 4:

Rekenresultaten geluidbelasting spoorwegverkeer

Bijlage 5:

Aanvullend onderzoek: scherm

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

1 Inleiding In opdracht van G&O Consult is een akoestisch onderzoek spoorweglawaai uitgevoerd ten behoeve van de nieuwbouw van één woning aan de Sleedoornweg 7 en 2 woningen aan Sleedoornweg 13 te Wijchen. Het akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd vanwege de nieuwbouw van de drie woningen en de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. In onderhavige rapportage is deze zogenaamde “Nieuwe situatie” getoetst aan de normstelling van de Wet geluidhinder (verder: Wgh) en is aangegeven wat hiervan de consequenties zijn. Op basis van de resultaten van deze toetsing is vervolgens beoordeeld of voor de woningen extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. De aspecten wegverkeerslawaai, luchtverkeerslawaai en industrielawaai zijn in het onderhavige onderzoek niet beschouwd.

pagina 1 van 8

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

2 Uitgangspunten 2.1 Locatiegegevens De planlocaties zijn gelegen in het stedelijk gebied van Wijchen. In bijlage 1 zijn de situatietekeningen opgenomen. Voor spoorweglawaai zijn de plannen gelegen binnen de geluidzone van de spoorlijn Nijmegen Oss.

2.2 Gegevens spoorwegverkeer De toekomstige verkeersgegevens voor het spoorwegverkeer zijn afkomstig uit het Geluidregister Spoor (SWUNG-1) zoals deze beschikbaar is gesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hierbij is gebruik gemaakt van de versie van het Geluidregister Spoor d.d. 23-06-2022. Ten behoeve van de modellering zijn deze gegevens direct overgenomen in het rekenmodel.

2.3 Modellering De locatie en afmetingen van de beoogde woningen is gemodelleerd conform de in bijlage 1 opgenomen situatietekeningen. Als maatgevende toetshoogte voor de begane grond van de nieuwe woningen is 1,5 meter boven maaiveld aangehouden. Voor de eerste en tweede verdieping is respectievelijk 4,5 en 7,5 meter gehanteerd. Voor alle punten is gerekend met invallend geluid. Voor de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van een akoestisch model in Geomilieu, versie 2021.1. Alle bodemgebieden en gebouwen zijn verkregen uit de dataset 3D geluid zoals beschikbaar gesteld op PDOK. De invoergegevens van deze objecten zijn steekproefsgewijs gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd of aangevuld. In de berekeningen is als rekenparameter bodemfactor 0,00 (akoestisch hard) aangehouden met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden. De ingevoerde bodemgebieden zijn als akoestisch zacht (bodemfactor 1,00) en akoestisch half hard/zacht (bodemfactor 0,50) gemodelleerd. De akoestisch zachte bodemgebieden betreffen groenvoorzieningen en de ondergrond van de spoorwegen. De akoestisch half harde/zachte bodemgebieden betreffen tuinen. Rondom de nieuwe woningen is een bodemgebied gemodelleerd met een bodemfactor van 0,50 (akoestisch half hard/zacht). Dit vanwege de aan te leggen tuinen met bestrating.

Met uitzondering van het spoor zijn er geen significante hoogteverschillen in de omgeving aanwezig. Derhalve zijn in het rekenmodel in de omgeving van het plangebied geen hoogteverschillen in het maaiveld opgenomen. De hoogteverschillen rondom het spoor zijn gemodelleerd middels hoogtelijnen zoals aangeleverd door ProRail. Ten behoeve van het spoorweglawaai zijn alle gegevens direct overgenomen vanuit het Geluidregister Spoor. Hierin zijn tevens alle (toekomstige) geluidschermen opgenomen. pagina 2 van 8

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

3 Wet- en regelgeving 3.1 Berekeningsmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaardrekenmethode 2” zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De invoergegevens van het akoestisch model spoorweglawaai zijn weergegeven in bijlage 2. Een grafische weergave van deze invoergegevens is weergegeven in bijlage 3.

3.2 Randvoorwaarden Wgh De maat voor de geluidbelasting van een weg wordt uitgedrukt in de Lden-waarde. Lden is de geluidbelasting in dB op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00 - 19.00 uur, van 19.00 - 23.00 uur en van 23.00 - 07.00 uur van een jaar, zoals omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189).

3.2.1 Geluidzone De omvang van de geluidzone (het planologisch aandachtsgebied) langs een spoorweg is afhankelijk van het feit of de spoorweg is aangegeven op de geluidplafondkaart of de zonekaart. Spoorweg aangegeven op de geluidplafondkaart Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart wordt in artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder de omvang van de geluidzone geregeld. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. Tot de zone behoort de ruimte aan weerszijden van de spoorweg. Artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder schrijft hierover het volgende: 

lid 1: Een spoorweg die is aangegeven op de geluidplafondkaart, heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de spoorweg tot de breedte naast de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven in onderstaande tabel 3.1, afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond op het betrokken referentiepunt. Tabel 3.1: breedte van de geluidzones langs spoorwegen hoogte geluidproductieplafond

breedte zone (m)

< 56 dB

100

≥ 56 dB < 61 dB

200

≥ 61 dB < 66 dB

300

≥ 66 dB < 71 dB

600

≥ 71 dB < 74 dB

900

≥ 74 dB

1200

pagina 3 van 8

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

Spoorweg aangegeven op de zonekaart Een spoorweg die is aangegeven op de kaart als bedoeld in artikel 106 eerste lid, van de Wgh, heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de spoorweg tot de breedte aan weerszijden van de spoorweg. Deze afstand wordt gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. De ruimte boven en onder de spoorweg behoort conform artikel 1.4 van het Besluit geluidhinder tot de zone. In de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder is de zonekaart als bedoeld in artikel 106 van de Wgh opgenomen. De zonebreedte varieert van 25 tot maximaal 100 meter. De nabijgelegen spoorlijn Nijmegen - Oss is weergegeven op de geluidplafondkaart. Het geluidplafond bedraagt 67 dB. De zone bedraagt derhalve 600 meter. Het bouwplan valt hiermee binnen de zone van het spoor.

3.2.2 Maximale geluidbelasting Artikel 4.9 tot en met 4.12 en artikel 5.3 van het Besluit Geluidhinder geven nadere uitleg met betrekking tot de geluidbelasting in zogenaamde "Nieuwe situaties". De zogenaamde voorkeursgrenswaarde voor woningen bedraagt 55 dB. Is de geluidbelasting lager dan, of gelijk aan 55 dB dan legt de Wgh geen restricties op aan het onderhavige plan. Wordt deze voorkeursgrenswaarde overschreden dan dient bij de gemeente een hogere waarde te worden aangevraagd. Indien de geluidbelasting lager is dan de maximale ontheffingswaarde, kan de gemeente ontheffing verlenen indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 55 dB onvoldoende doeltreffend zijn dan wel op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Voor nog niet-geprojecteerde woningen gelden de normen zoals weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2: normen geluidbelasting voor nog niet-geprojecteerde woningen normen voor nog niet-geprojecteerde woningen voorkeursgrenswaarde

55 dB

maximale ontheffingswaarde

68 dB

3.3 Geluidbeleid gemeente Wijchen De gemeente Wijchen heeft geen eigen geluidbeleid met betrekking tot het verlenen van hogere waarden vastgesteld.

pagina 4 van 8

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

4 Rekenresultaten en toetsing 4.1 Geluidbelasting spoorweglawaai In navolgende tabel 4.1 zijn de berekeningsresultaten van de toetspunten samengevat weergegeven. De volledige rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 4. Tabel 4.1: geluidbelasting t.g.v. het spoorwegverkeer op de spoorlijn Nijmegen - Oss toetspunt

toetshoogte

geluidbelasting

voorkeursgrenswaarde

maximale ontheffingswaarde

(m)

(dB)

(dB)

(dB)

Sleedoornweg 7 t01

t02

alle

58

1,5

58

4,5

59

7,5

60

1,5

58

4,5

60

7,5

61

1,5

56

4,5

58

7,5

59

t05 t/m t08

alle

≤55

t09

1,5

58

t03

t04

55

68

Sleedoornweg 13

t10

t11

t12

1,5

60

4,5

61

7,5

62

1,5

60

4,5

61

7,5

62

1,5 en 4,5

62

7,5

63

t13

4,5 en 7,5

56

t14 t/m t17

alle

≤55

55

68

Voor de spoorlijn Nijmegen - Oss geldt dat de voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai van 55 dB op meerdere locaties van beide plannen wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 68 dB wordt echter niet overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachtsof bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet.

4.1.1 Bronmaatregelen Bij maatregelen aan de geluidbron wordt bekeken of het geluidniveau van de veroorzaker van het geluid kan worden gereduceerd. Dit kan o.a. door het toepassen van stillere bakken of verlaging

pagina 5 van 8

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

van de snelheid. Op het toepassen van stillere bakken of een verlaging van de snelheid kan de initiatiefnemer van het bouwplan echter geen invloed uitoefenen. Een andere optie is het toepassen van raildempers. Gezien de kosten van circa € 300,- per strekkende meter spoor is het vanuit financieel oogpunt niet realistisch dat het bouwplan de extra kosten die dit met zich meebrengt kan dragen.

4.1.2 Overdrachtsmaatregelen Bij overdrachtsmaatregelen wordt bekeken of de geluidoverdracht tussen geluidbron en ontvanger kan worden belemmerd. Het aanleggen van een geluidscherm gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Om doelmatig te zijn dient het scherm namelijk dicht bij de bron of dicht bij de ontvanger te worden geplaatst. Tevens dient het scherm relatief hoog te zijn om doelmatig te zijn voor de 1e en 2e verdieping. Het aanleggen van een geluidscherm met als doel de geluidbelasting te reduceren ter plaatse van drie woningen ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Een scherm met als doel de geluidbelasting reduceren tot de voorkeursgrenswaarde dient namelijk circa 525 meter lang te zijn en 4 meter hoog. Voor het aanleggen van een geluidwal (in plaats van een geluidscherm) gelden dezelfde overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard. Een andere mogelijke overdrachtsmaatregel is normaal gesproken het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger. In de onderhavige situatie is echter al sprake van een afstand van circa 110 meter tot het beschouwde spoor.

Aangezien een verdubbeling van deze afstand slechts 3 dB reductie oplevert is het vergroten van deze afstand niet erg doeltreffend als maatregel.

4.2 Geluidbeleid gemeente Wijchen De gemeente Wijchen beschikt niet over een eigen geluidbeleid. Desondanks dient bij de realisatie van de woningen alsnog te worden gestreefd naar een goed akoestisch woon- en leefklimaat. In dat kader wordt geadviseerd dat iedere woning beschikt over een geluidluwe gevel en dat in iedere woning een te openen raam is voorzien in de geluidluwe gevel. Voor onderhavige situatie geldt dat iedere woning beschikt over ten minste een geluidluwe achtergevel. Indien aan deze gevel ten minste één verblijfsruimte met een te openen raam in deze gevel wordt gesitueerd is een vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Tevens wordt geadviseerd om de tot de woningen behorende buitenruimte te situeren aan de geluidluwe zijde.

4.3 Geluidwering gevels (GA;k) Volgens het bouwbesluit dient de karakteristieke geluidwering van de gevel GA;k voor verblijfsgebieden in een woning minimaal de in het vastgestelde besluit hogere waarde opgenomen hoogst toelaatbare geluidbelasting minus 33 dB te bedragen. Een gevel van een nieuwbouwwoning dient bovendien minimaal een GA;k van 20 dB te hebben.

pagina 6 van 8

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

Aangezien voor de woningen sprake is van een procedure hogere waarde is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig.

pagina 7 van 8

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

5 Samenvatting en conclusie In opdracht van G&O Consult is een akoestisch onderzoek spoorweglawaai uitgevoerd ten behoeve van de nieuwbouw van één woning aan de Sleedoornweg 7 en 2 woningen aan Sleedoornweg 13 te Wijchen. Het akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd vanwege de nieuwbouw van de drie woningen en de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Voor spoorweglawaai zijn de plannen gelegen binnen de geluidzone van de spoorlijn Nijmegen Oss. Voor de spoorlijn Nijmegen - Oss geldt dat de voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai van 55 dB op meerdere locaties van beide plannen wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt echter niet overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het spoorwegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is niet doeltreffend in onderhavige situatie.

Het toepassen van raildempers ontmoet overwegende bezwaren van financiële aard. Voor onderhavige situatie geldt dat iedere woning beschikt over ten minste een geluidluwe achtergevel. Indien aan deze gevel ten minste één verblijfsruimte met een te openen raam in deze gevel wordt gesitueerd is een vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Tevens wordt geadviseerd om de tot de woningen behorende buitenruimte te situeren aan de geluidluwe zijde. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, is voor de woningen een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

pagina 8 van 8

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

Bijlage 1:

Situatietekening van het plan

58 37 45

5

1

00

9 30

0

0

0 15

0 30

7000 4151

12500

g e w n r o o d e Sle

Buro Ariëns

Bouwtechniek & Architectuur

Kasteellaan 28 6602 DE Wijchen

024-6413611

info@buroariens.nl

www.buroariens.nl

FAM. ROELOFS

werknummer:

SLEEDOORNWEG 7 6601 GW WIJCHEN

bladformaat:

A0

betreft:

ONDERZOEK MOGELIJKE NIEUWE WONING NAAST SLEEDOORNWEG 7 TE WIJCHEN

schaal:

1:100

onderdeel:

SITUATIETEKENING

getekend:

N.JASPERS

datum:

APRIL 2022

wijziging:

-

opdrachtgever:

CONCEPT

bladnummer:

22050

S01

auteursrecht voorbehouden volgens de wet

nweg Sleedoor

38

.3

20.4

2.4

509 m2 8.2

13.5

455 m2 13.6

32.8

7

13

nweg Sleedoor overkapping 16m2 kas 9m2 dierenverblijf 9m2 TE SLOPEN 114 M2 50m2

houthok 12m2

overkapping 18m2

7 13

documentkenmerk: 2206/221/DJ-01, versie 0

Bijlage 2:

Invoergegevens akoestisch model spoorweglawaai

!

! "

!

# #

(

$ %

#

# &

+ , "

( 0

. / )

/ ) .

1

&

#

#

8: 8&

, , , 7 9 - 9 7 # 9 -

,

9

'

7

" <

= > # ?

1

<

%

&

2

6 & &

,

, , ,

&

'

#

%

)'

@ 4+'

) *

(

%

' (

,

-

' (

3 4' 0

3

5

, ,

)

;

9

' @ < 9 )'4

#

'

@

'

@

'

@ 6'

)&

@

'

@

*

"

#$ # $

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model spoorweglawaai Model: Groep:

Groep ---

2206/221/DJ-01 bijlage 2

2206/221/DJ - Sleedoornweg (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - RMG-2012, railverkeer ItemID 1154069 1154070

Grp.ID 0 0

Datum 16:31, 16 aug 2022 16:31, 16 aug 2022

1e kid -725 -726

NrKids 1 1

Naam PE1350503 PE1350507

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen

Omschr. p:1036465710 p:1036465714

Vorm Polylijn Polylijn

16-8-2022 16:52:10

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model spoorweglawaai Model: Groep:

Groep ---

2206/221/DJ-01 bijlage 2

2206/221/DJ - Sleedoornweg (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - RMG-2012, railverkeer X-1 178650,42 178861,75

Y-1 424813,16 424880,10

X-n 178860,77 178651,43

Y-n 424882,89 424810,06

H-1 1,00 1,00

H-n 1,00 1,00

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen

M-1 8,35 8,40

M-n 8,38 8,36

ISO_H 1,00 1,00

16-8-2022 16:52:10

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model spoorweglawaai

2206/221/DJ-01 bijlage 2

Model: Groep:

2206/221/DJ - Sleedoornweg (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - RMG-2012, railverkeer

Groep ---

Min.RH 1,00 1,00

Max.RH 1,00 1,00

Min.AH 9,34 9,36

Max.AH 9,38 9,36

ISO M. ---

Hdef. Eigen waarde Eigen waarde

Vormpunten 8 3

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen

Lengte 221,70 221,78

16-8-2022 16:52:10

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model spoorweglawaai Model: Groep:

Groep ---

2206/221/DJ-01 bijlage 2

2206/221/DJ - Sleedoornweg (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - RMG-2012, railverkeer Lengte3D 221,70 221,78

Min.lengte 2,50 1,78

Max.lengte 80,80 220,00

Cp 5 dB 5 dB

Zwevend Nee Nee

Refl.L 63 0,00 0,00

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen

Refl.L 125 0,00 0,00

Refl.L 250 0,00 0,00

16-8-2022 16:52:10

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model spoorweglawaai Model: Groep:

Groep ---

2206/221/DJ-01 bijlage 2

2206/221/DJ - Sleedoornweg (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - RMG-2012, railverkeer Refl.L 500 0,00 0,00

Refl.L 1k 0,00 0,00

Refl.L 2k 0,00 0,00

Refl.L 4k 0,00 0,00

Refl.L 8k 0,00 0,00

Refl.R 63 0,00 0,00

Refl.R 125 0,00 0,00

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen

Refl.R 250 0,00 0,00

Refl.R 500 0,00 0,00

Refl.R 1k 0,00 0,00

16-8-2022 16:52:10

Tritium Advies Invoergegevens akoestisch model spoorweglawaai Model: Groep:

Groep ---

2206/221/DJ-01 bijlage 2

2206/221/DJ - Sleedoornweg (hoofdgroep) Lijst van Schermen, voor rekenmethode Railverkeerslawaai - RMG-2012, railverkeer Refl.R 2k 0,00 0,00

Refl.R 4k 0,00 0,00

Refl.R 8k 0,00 0,00

Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: Tritium Advies BV - locatie Nuenen

16-8-2022 16:52:10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=66181e25-716b-418f-b8fa-00161361cefd