Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 4 Quickscan Flora en Fauna .pdf
Tekst van het document
23-9-2021
QuickScan flora en fauna Sluisstraat 1, Hernen
R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, op en rondom de locatie: Sluisstraat 1, Hernen
BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Opdrachtgever:
Buro Ariëns Mevr. L. Verhoeven Saltshof 10-10 6604 EA Wijchen
Status: Versie: Datum: Auteur:
definitief 21183.QFF 23-9-2021 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)
© copyright BNL advies 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Opgesteld door:
1
Colofon:
Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.
Inleiding .............................................................................................4
2.
Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1 Wet natuurbescherming .........................................................................5 2.1.1 Bescherming van gebieden .................................................................5 2.1.2 Bescherming van soorten ...................................................................5 2.1.3 Bescherming van houtopstanden ..........................................................5 2.2 Verordening ruimte ..............................................................................5
3.
Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1
Algemeen.......................................................................................7
3.2
Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................7
3.2.1
De woning.................................................................................8
3.2.2
De kavel ...................................................................................8
3.2.4 Directe omgeving en beplantingen .......................................................9 3.3
Vooronderzoek ................................................................................9
3.4
Analyse gebiedsbescherming .............................................................. 11
3.4.1
Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 12 4.1
Algemeen..................................................................................... 12
4.2
Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 12
4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 12 4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ....................... 14 4.2.3 Algemene broedvogels ................................................................... 14 4.2.4 Werken binnen het broedseizoen ....................................................... 14 4.3 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 14 4.3.1 Vleermuizen ................................................................................ 14 4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten ........................................................ 15 4.4 Nationaal beschermde soorten ............................................................... 15 4.4.1 Amfibieën en reptielen .................................................................. 15 4.4.3 Dagvlinders ................................................................................. 16 4.4.4 Vaatplanten ................................................................................ 16 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2
4.4.2 Libellen ..................................................................................... 16
Pagina
4.
Natura 2000 gebieden................................................................. 11
4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing ........................................................... 16 5.
Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 17 5.1 Soorten Vogelrichtlijn ......................................................................... 17 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 17 5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ....................... 17 5.1.3 Algemene broedvogels .................................................................... 17 5.2 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 18 5.2.1 Vleermuizen ................................................................................ 18 5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten ......................................................... 18 5.2.3 Nationaal beschermde soorten .......................................................... 18 5.3 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ................................................... 18
3
Conclusie .......................................................................................... 19
Pagina
6.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
1. Inleiding Aanleiding. Op verzoek van Buro Ariëns, is op dinsdag 7 september 2021, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel. Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Sluisstraat 1 te Hernen. De werkzaamheden betreffen de splitsing van de bestaande woning en de bouw van halfvrijstaande woningen op kavel 509. Op- en nabij de kavel, bebouwingen en in aangrenzende beplantingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.
Pagina
4
De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen.
2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
2.2 Verordening ruimte
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Naast het Gelders Natuurnetwerk, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
5
In de Verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Gelderland het ‘Gelders Natuurnetwerk’ genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het Gelders Natuurnetwerk kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’.
Pagina
6
Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied ten westen van Hernen, in de gemeente Wijchen, liggende in de provincie Gelderland (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1: De projectlocatie ten westen van Hernen, is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 23-09-2021
3.2 Voorgenomen ontwikkeling
Afbeelding 2: De kavel met kavelnummer: 509 welke bezocht en onderzocht is op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, is weergegeven binnen het rood kader. Het oranje kader geeft de bestaande te splitsen woning aan en het paars kader de globale locatie van de nieuw te bouwen woningen. Bron: Kadviewer, datum: 23-09-2021 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
7
De werkzaamheden betreffen de splitsing van de bestaande woning en de bouw van halfvrijstaande woningen op kavel 509. Op- en nabij de kavel, bebouwingen en in aangrenzende beplantingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.
3.2.1 De woning Het bestaande woonhuis (zie afbeelding 3 en 4) wordt gesplitst in twee woningen. In het bestaande woonhuis kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen, zoals uilen, huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Maar ook andere vogelsoorten kunnen de woning gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen.
Afbeelding 3 en 4: bestaande te splitsen woning op de kavel. Bron: BNL advies, datum: 07-09-2021
3.2.2 De kavel
Pagina
8
De kavel (zie afbeelding 3 en 4) gaat ontwikkeld worden om de bouw van twee halfvrijstaande woningen mogelijk te maken. Voor deze ontwikkelingen moeten enkele bomen en het bestaande schuurtje (dierenverblijf) verwijderd worden (zie afbeelding 5 t/m 8). In de bestaande bomen en schuurtje en op het bestaande kavel kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen, zoals roofvogels, uilen, amfibieën, huismussen (essentieel leefgebied) en vleermuizen. Maar ook andere vogel- en zoogdiersoorten kunnen het schuurtje en te verwijderen beplantingen op de kavel gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen, te verblijven en zich voort te planten.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 5 t/m 8: De kavel met te kappen bomen en te slopen schuurtje. Bron: BNL advies, datum: 07-09-2021
3.2.4 Directe omgeving en beplantingen Aangrenzend en op de kavel zijn bomen, hagen, diverse heesterbeplanting, kruidachtige begroeiing en een vijver aanwezig (zie afbeelding 9 en 10). Tijdens de rondgang dienen de beplantingen goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavel. Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.
Afbeelding 9 en 10: De beplantingen en vijver op de kavel. Bron: BNL advies, datum: 07-09-2021
3.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 174-427.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.
9
Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen.
Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.
Tabel 3. Mogelijk aanwezige zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF Datum: 06-09-2021 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
10
Tabel 2. Mogelijk aanwezige amfibieën in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF Datum: 06-09-2021
3.4 Analyse gebiedsbescherming In dit hoofdstuk wordt per afwegingskader aangegeven of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving.
3.4.1 Natura 2000 gebieden
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Afbeelding 11: het plangebied t.o.v. het Natura 2000 gebied: Rijntakken.
11
De kavel op een afstand van +- 6.2 km van het Natura 2000 gebied: Rijntakken. Gezien de geplande ontwikkelingen, de afstand tot het Natura 2000 gebied, en tussenliggend gebied, zijn negatieve effecten op het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied uit te sluiten.
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op dinsdag 7 september 2021 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -
Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Nesten, holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in het schuurtje welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder het dak of achter gevelbekleding. Beschermde plantsoorten rondom de bebouwing Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen Mogelijke aanwezigheid van (beschermde soorten) amfibieën binnen het plangebied
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus. Voor de huismus zijn geen geschikte verblijfplaatsen gevonden in het te slopen schuurtje. Ook waren er tijdens het veldbezoek geen huismussen hoor- en zichtbaar aanwezig rondom het schuurtje en in de tuin. Nader onderzoek naar huismussen wordt niet nodig geacht. Gierzwaluw. Voor gierzwaluwen is het projectgebied zelf niet geschikt door het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar mogelijke voortplantings- en verblijfplaatsen. Ook komen nestlocaties van gierzwaluwen nauwelijks in het buitengebied voor, zij hebben de voorkeur voor lintbebouwing in dorpen en steden. Nader onderzoek naar de gierzwaluw wordt dan ook niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
De eigenaar heeft jaren geleden op eigen initiatief 2 nestkasten voor de steenuil opgehangen in de tuin (locaties zie afbeelding 12, 13 en 14). Deze nestkasten worden jaarlijks bewoond door een koppel steenuilen en krijgen er ook jaarlijks jongen. Aangezien er twee nestkasten hangen, welke beide op een afstand hagen van 40 en 50 meter, en de gewenning van drukte en werkzaamheden in de tuin, worden nadelige effecten op steenuilen niet verwacht. Ook worden ter compensatie van de te kapen bomen, een 4-tal nieuwe bomen geplant ten westen van de nieuwe halfvrijstaande woningen. Verder blijft het gebied met hoogstamfruitgaard, poel, dierenweide en moestuin behouden, waardoor er geen essentieel leefgebied van de steenuil verloren gaat.
12
Uilen. De aanwezigheid van steenuil en kerkuil kan redelijkerwijs worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar afgesloten donkere zolders van het schuurtje en holtes in de te verwijderen bomen. Nader onderzoek naar de steen- en kerkuil in deze bebouwing en schuurtje wordt dan ook niet nodig geacht.
Overige soorten. Binnen en rondom het projectgebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid. Wel is de ransuil in de regio met jongen gespot (Bron: waarneming.nl). Nestplaatsen zoals oude kraaien of eksternesten zijn niet gezien binnen en nabij het plangebied. Het is dus niet aannemelijk dat een ransuil binnen het projectgebied aanwezig is welke nadelige effecten kan ondervinden van geplande werkzaamheden.
Afbeelding 13 en 14: de nestkast in de eik (afb. 13) en de nestkast in de appel (afb. 14). Bron: BNL advies, datum: 07-09-2021 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
13
Afbeelding 12: de nestkasten voor de steenuil bij de rode cirkels, t.o.v. bestaande woning en te bouwen halfvrijstaande woningen (binnen paarse lijnen).
De woning: Aan de bestaande woning gaan geen verbouwingen aan daken en muren uitgevoerd worden. De woning is in zoverre al gereed voor splitsing. Mogelijk aanwezige huismussen, gierzwaluwen en uilen ervaren geen negatieve effecten van de splitsing (op papier) van de bestaande woning. Nader onderzoek naar deze soorten in de bestaande woning wordt dan ook niet nodig geacht.
4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen, bomen en nestkasten, zoals spreeuw, bonte specht, groene specht, koolmees en pimpelmees. Wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (het slopen van de schuur, verwijderen van beplantingen en bouwen van de woningen), kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. De heesters en de bomen binnen het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze in geen enkele vorm een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (het slopen/ bouwen van de woningen en verwijderen van beplantingen). Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt (het slopen en bouwen van de gebouwen en verwijderen van beplantingen) is voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van bezette nesten noodzakelijk. Voorafgaand aan de werkzaamheden kunnen eventuele aanwezige ongebruikte nesten worden verwijderd door een ecoloog. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd of uitgesteld op aanwijzingen van de ecoloog.
4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Het schuurtje Het schuurtje is gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van vleermuizen (zie afbeelding 15 en 16). Aangezien het schuurtje niet beschikt over mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen, wordt nader onderzoek naar vleermuizen in het te slopen schuurtje niet nodig geacht.
14
De bebouwing in het plangebied, is gezien het bureauonderzoek, potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Te denken valt dan aan de gewone dwergvleermuis. Uit de verspreidingsatlas (NDFF) kwam naar voren dat deze soort ook eerder gezien is in de directe omgeving.
Afbeelding 15 en 16: het te slopen schuurtje zonder mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen. Bron: BNL advies, datum: 07-09-2021
Beplantingen en directe omgeving. Ook in de beplantingen en bomen binnen en direct grenzend aan de kavel zijn geen geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren aangetroffen welke de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in de bomen wordt dan ook niet nodig geacht. Woning. Aangezien aan de buitenzijde van de woning en aan het dak geen werkzaamheden plaats gaan vinden, worden nadelige effecten op mogelijk aanwezige vleermuizen niet verwacht. Nader onderzoek naar vleermuizen in de woning wordt dan ook niet nodig geacht.
4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn. Gezien de geplande werkzaamheden en afwezigheid van een geschikt habitat is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig.
4.4 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Gelderland geen vrijstelling geldt zoals de steenmarter. Potentiële verblijfplaatsen zoals een oude hooizolder en openingen naar de vlieringen en overige mogelijke verblijfplaatsen zijn voor de steenmarter afwezig. Ook zijn er geen sporen in de vorm van uitwerpselen en prooidieren aangetroffen. Nader onderzoek naar de steenmarter wordt dan ook niet nodig geacht. Het plangebied is potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten als egel, konijn en (spits)muizen waarvoor in Gelderland een provinciale vrijstelling geldt.
4.4.1 Amfibieën en reptielen
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
De vijver/ poel welke aanwezig is binnen het plangebied is, wordt gebruikt door eenden en ganzen welke daar vrij rond lopen. Hierdoor is het water rijk aan voedingsstoffen en de aanwezigheid van algen.
15
Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van amfibieën, waarvoor in de provincie Gelderland geen vrijstelling geldt, door de aanwezigheid van een vijver/ poel.
Nadelige effecten op amfibieën en reptielen worden niet verwacht, door de afwezigheid van een geschikt habitat op de locatie met de te bouwen halfvrijstaande woningen.
4.4.2 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders. Het bronnen- en het veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig.
4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt: egel, konijn en verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
Pagina
16
Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het schuurtje en de te kappen bomen zijn niet geschikt bevonden voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, namelijk de huismus, gierzwaluw, steen- en kerkuil. Naderonderzoek naar het voorkomen/ gebied gebruiksfuncties van deze soorten wordt niet nodig geacht. Wel woont er een koppeltje steenuilen jaarlijks in een van de twee kasten welke aanwezig zijn op het erf. Gezien de afstand van de te ontwikkelen woningen tot aan de nestkasten en het tussenliggende gebied, worden nadelige effecten op de steenuil niet verwacht. Nader onderzoek naar de steenuil wordt dan ook niet nodig geacht.
5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen, bomen en nestkasten, waaronder spreeuw, bonte specht, groene specht, koolmees, pimpelmees. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).
Werken binnen- en buiten het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle uit te voeren op aanwezige nesten. Wanneer bewoonde nesten aanwezig zijn, dan dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden, tot de jonge vogels uitgevlogen zijn.
5.1.3 Algemene broedvogels
Pagina
17
Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen en struiken welke aanwezig zijn binnen het plangebied. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Voorafgaand aan de werkzaamheden, dient men een extra controle uit te voeren op aanwezige nesten. Wanneer bewoonde nesten aanwezig zijn, dan dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden, tot de jonge vogels uitgevlogen zijn.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht. Belangrijk is om wanneer gewerkt wordt na zonsondergang en voorzonsopkomst, om eventuele werkverlichting af te wenden van aanwezige groenstructuren in de directe omgeving. Dit om een mogelijke foerageerroute van vleermuizen niet te hinderen.
5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikt habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
5.2.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effecten op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
5.3 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor- en na de bouw van de woningen op de kavel. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe)soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen, en andere soorten is van alles te verkrijgen.
Alles wat hierboven benoemd wordt is geen verplichting of iets wat opgelegd wordt, maar dit zou voor de vogels en vleermuizen in het gebied een welkome verandering zijn en voor ons als mens een kleine moeite Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Ook kan ervoor gezorgd worden dat vogels zich onder de nieuwe dakpannen kunnen vestigen, door vogelschroot weg te laten, of pas te plaatsen onder de 3e rij dakpannen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld huismussen zich vestigen onder het nieuwe dak.
18
Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen de westgevel van de nieuwe woningen, of er kunnen speciale ‘vleermuispannen’ aangebracht worden op het nieuwe bijgebouw. Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivara.nl. Voor de vleermuizen kunnen ook ruimtes open gelaten worden in de overstek welke toegang bieden tot de spouw, zodat ze zich in de spouw kunnen schuilhouden en voortplanten. Het is ook mogelijk nestkasten voor huismussen en vleermuizen in te metselen in de spouw. Dit heeft geen negatief effect op de isolatiewaarde maar wel een positief effect op de aanwezige soorten in de omgeving.
6. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, hoeft geen aanvullend flora- of faunaonderzoek uitgevoerd te worden voorafgaand aan de geplande werkzaamheden; het slopen het schuurtje en de bouw van de nieuwe halfvrijstaande woningen op de kavel. Wel zou het goed zijn om gedurende de ontwikkeling van de woning de punten uit hoofdstuk 5.3 mee te nemen in het ontwerp. Dit zou voor (beschermde) soorten in de directe omgeving een welkome aanvulling zijn. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.
Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies
Pagina
19
23-09-2021
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68