Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 2 Nader asbestonderzoek
Tekst van het document
14
5.
CONCLUSIE
5.1 Algemeen In opdracht van Buro Ariëns heeft Milieutechniek Rouwmaat een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Hazelaarweg 11 te Wijchen (gemeente Wijchen). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en bouwvergunning. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond ter plaatse van MM01, MM01 en 06-2 en in het grondwater van peilbuis 01 vormen vanuit de WBB geen belemmering voor het toekomstige gebruik. ▪ De bodemkwaliteit ter plaatse van boring 04-1 voldoet niet aan bodemkwaliteitsklasse Wonen, bij eventuele herinrichting/ gebruikswijziging dient hier rekening mee te worden gehouden. ▪ Het matig verhoogde gehalte koper in het grondwater ter plaatse van bestaande peilbuis 03 bevestigt het gehalte dat tijdens voorgaand onderzoek werd aangetoond. Formeel gezien geeft dit aanleiding tot het uitvoeren van een nader grondwateronderzoek. Waarschijnlijk komt het verhoogde gehalte koper van nature voor in de bodem. Er zijn geen verhoogde gehalten aan koper in de grond aangetroffen welke zouden kunnen duiden op een potentiële bron. Daarnaast zijn er ook geen antropogene bronnen op het perceel of in de omgeving aan te wijzen.
Op basis van deze gegevens kan worden gesteld dat het zeer waarschijnlijk een van nature voorkomend verhoogd gehalte betreft en lijkt nader onderzoek niet noodzakelijk. ▪ Voor deellocatie A is geen hypothese opgesteld aangezien het maatwerk betreft. ▪ De hypothese voor het bodemonderzoek van deellocatie B “Deellocatie B kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd” wordt grotendeels verworpen doordat slechts licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. ▪ De grond ter plaatse van boring 04, welke niet voldoet aan kwaliteit wonen, kan geschikt worden gemaakt door middel van ontgraven of afdekken van de grond. Onder afdekken wordt verstaan het aanbrengen van een leeflaag of een duurzame verharding zoals kunstgras of tegels. ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪
Bij het asbestonderzoek zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grond(meng)monsters ASMM1, ASMM4, ASMM6 en ASMM7 van de fijne fractie is analytisch in de fractie < 20 mm geen asbest aangetoond. In de grond(meng)monsters ASMM2, ASMM3 en ASMM5 van de fijne fractie is analytisch in de fractie < 20 mm asbest aangetoond. In de monsters ASMM2 en ASMM5 is tevens asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. De asbestconcentratie in ASMM3 ligt onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek ter plaatse van dit mengmonster is derhalve niet noodzakelijk. Ter plaatse van ASMM2 en ASMM5 wordt het criterium voor nader onderzoek wel overschreden. In beide gevallen komt de grootste bijdrage aan de asbestconcentratie van de grove fractie (plaatmateriaal). Nader onderzoek doormiddel van het graven sleuven is dan ook noodzakelijk bij verdere planontwikkeling. De aangetroffen asbestgolfplaten dienen meegenomen te worden in een asbestinventarisatie en verwijderd te worden door een gecertificeerd bedrijf. De hypothese voor het asbestonderzoek “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd” wordt aangenomen.
Op basis van een overschrijding van het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) wordt gesteld dat er aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem ter plaatse van de aangetoonde asbestverontreinigingen. In het nader onderzoek dient bepaald te worden of er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
15
Legenda Bebouwing Plangrens Locatiegrens voorgaand verkennend bodemonderzoek Locatiegrens NEN5740+5707 Oprit NEN5897 Toekomstige bebouwing Boring tot 2,0 m -mv Peilbuis Peilbuis (bestaand) Asbestgat tot 0,5 m-mv Asbestgat + boring tot 0,5 m-mv Asbestgat + boring tot 2,0 m-mv Asbestgat druppelzone tot 0,1 m-mv Druppelzone
0
5
10
15
20 m
Situatietekening met monsternamepunten
A3
Bodemonderzoek Hazelaarweg 11 Wijchen
SCHAAL: 1:250
PROJECTNUMMER: 200371
GETEKEND: JNI DATUM:17-11-2020 BIJLAGE: 3
BIJLAGE 9 ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING
VELDWERKFORMULIER
(deze zijde in te vullen door veldwerker)
ONDERTEKENING projectnummer
MT-210078
projectnaam
Hazelaarweg 11 Wijchen
bij het onderzoek zijn de volgende protocollen gevolgd: ☐
plaatsen van handboringen en peilbuizen (protocol 2001)
☐
nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)
☐
locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (protocol 2018)
onafhankelijkheidsverklaring:
Ik verklaar dat het veldwerk ten behoeve van bovengenoemd project onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van AS SIKB 2000 en de daarin genoemde NEN-normen.
naam veldwerker:
datum uitvoering:
N. ten Brinke
17-03-2021
grond paraaf gecertificeerde boormeester
grondwater paraaf gecertificeerde boormeester
BIJLAGE 10 TOEGEPASTE NORMEN
NEN 5104 NEN 5707 NEN 5709
Geotechniek Asbest Bodem
NEN 5725
Bodem
NEN 5740 NPR 5741
Bodem Bodem
NPR 6616 NEN 5742
Water en slib Bodem
NEN 5743
Bodem
NEN 5744
Bodem
NEN 5745
Bodem
NEN 5120 NEN 5751 NEN 5733 NEN 5766
Geotechniek Bodem Bodem Bodem
NEN 5861 Milieu NEN-EN-ISO 5667- Water 3 NEN 5897 Asbest NEN-ISO 7888 Water SIKB protocol 2001 Milieu SIKB protocol 2002 Water SIKB protocol 2018 Asbest
Classificatie van onverharde grondmonsters Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, orienterend en nader onderzoek Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek Routinebepaling van de pH Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische bodemkenmerken. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische eigenschappen. Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen . Voorbereiding van het monster voor fysisch-chemische analyses Bepaling van de korrelgrootte m.b.v.
zeef en pipet Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek Procedures voor monsteroverdracht Bemonstering - Deel 3: Richtlijnen voor de conservering en behandeling van watermonsters Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem